Soera 2 – Al-Baqarah – De Koe – البقرة

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

الٓمٓ 1

Alif, Lām, Mīm.

ذَٰلِكَ ٱلۡكِتَٰبُ لَا رَيۡبَۛ فِيهِۛ هُدٗى لِّلۡمُتَّقِينَ 2

Dit is het Boek, waarover geen twijfel bestaat, een leidraad voor degenen die godvrezend zijn.

ٱلَّذِينَ يُؤۡمِنُونَ بِٱلۡغَيۡبِ وَيُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقۡنَٰهُمۡ يُنفِقُونَ 3

Degenen die in het onwaarneembare geloven en de gebeden volmaakt verrichten en die weldoen met hetgeen Wij hen hebben geschonken. (die dit aan en henzelf, hun ouders, hun kinderen, hun echtgenoten etc. besteden en die aalmoezen aan de armen geven en geld besteden op Allah’s weg)

وَٱلَّذِينَ يُؤۡمِنُونَ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيۡكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبۡلِكَ وَبِٱلۡأٓخِرَةِ هُمۡ يُوقِنُونَ 4

En die geloven in datgene dat aan jou (O Mohammed) is neergezonden. En wat vóór jou is neergezonden. En zij geloven met zekerheid in het Hiernamaals.

أُوْلَـٰٓئِكَ عَلَىٰ هُدٗى مِّن رَّبِّهِمۡۖ وَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡمُفۡلِحُونَ 5

Zij hebben de leiding van hun Heer en zullen daarom succes hebben.

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ سَوَآءٌ عَلَيۡهِمۡ ءَأَنذَرۡتَهُمۡ أَمۡ لَمۡ تُنذِرۡهُمۡ لَا يُؤۡمِنُونَ 6

Waarlijk, voor degenen die ongelovig zijn maakt het geen verschil of jij ze al dan niet waarschuwt: ze zullen toch niet geloven.

خَتَمَ ٱللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمۡ وَعَلَىٰ سَمۡعِهِمۡۖ وَعَلَىٰٓ أَبۡصَٰرِهِمۡ غِشَٰوَةٞۖ وَلَهُمۡ عَذَابٌ عَظِيمٞ 7

Allah heeft hun harten en hun gehoor verzegeld en over hun ogen is er een bedekking. Hun zal een grote bestraffing ten deel vallen.

وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَبِٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِ وَمَا هُم بِمُؤۡمِنِينَ 8

En er zijn er onder de mensen die zeggen: “Wij geloven in Allah en de laatste dag” terwijl zij geen gelovigen zijn.

يُخَٰدِعُونَ ٱللَّهَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَمَا يَخۡدَعُونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمۡ وَمَا يَشۡعُرُونَ 9

Zij trachten Allah en degenen die geloven te bedriegen, terwijl zij slechts zichzelf bedriegen en zij beseffen (het) niet.

فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٞ فَزَادَهُمُ ٱللَّهُ مَرَضٗاۖ وَلَهُمۡ عَذَابٌ أَلِيمُۢ بِمَا كَانُواْ يَكۡذِبُونَ 10

In hun harten is een ziekte en Allah heeft de ziekte doen toenemen. Er is voor hen een pijnlijke bestraffing, want zij hadden de gewoonte om leugens te vertellen.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ لَا تُفۡسِدُواْ فِي ٱلۡأَرۡضِ قَالُوٓاْ إِنَّمَا نَحۡنُ مُصۡلِحُونَ 11

En wanneer tegen hen gezegd werd: “Zaai geen verderf op aarde,” dan zeggen zij: “Wij zijn slechts vredestichters.”

أَلَآ إِنَّهُمۡ هُمُ ٱلۡمُفۡسِدُونَ وَلَٰكِن لَّا يَشۡعُرُونَ 12

Waarlijk! Zij zijn degenen die verderf zaaien maar zij beseffen het niet.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ ءَامِنُواْ كَمَآ ءَامَنَ ٱلنَّاسُ قَالُوٓاْ أَنُؤۡمِنُ كَمَآ ءَامَنَ ٱلسُّفَهَآءُۗ أَلَآ إِنَّهُمۡ هُمُ ٱلسُّفَهَآءُ وَلَٰكِن لَّا يَعۡلَمُونَ 13

En als er tot hen wordt gezegd: “Gelooft zoals andere mensen geloven” zeggen zij: “Moeten wij geloven zoals de dwazen hebben geloofd?” Waarlijk, zij zijn de dwazen, maar zij weten het niet.

وَإِذَا لَقُواْ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَوۡاْ إِلَىٰ شَيَٰطِينِهِمۡ قَالُوٓاْ إِنَّا مَعَكُمۡ إِنَّمَا نَحۡنُ مُسۡتَهۡزِءُونَ 14

En als ze gelovigen tegenkomen, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij alleen zijn met hun duivels zeggen zij: “Waarlijk wij behoren bij jullie, waarlijk, wij spotten slechts.”

ٱللَّهُ يَسۡتَهۡزِئُ بِهِمۡ وَيَمُدُّهُمۡ فِي طُغۡيَٰنِهِمۡ يَعۡمَهُونَ 15

Allah spot met hen en zal hen blindelings in hun overtreding verder laten afdwalen.

أُوْلَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشۡتَرَوُاْ ٱلضَّلَٰلَةَ بِٱلۡهُدَىٰ فَمَا رَبِحَت تِّجَٰرَتُهُمۡ وَمَا كَانُواْ مُهۡتَدِينَ 16

Zij zijn degenen die de Leiding voor de dwaling hebben verruild: hun handel is dus zonder winst. En zij zijn niet geleid.

مَثَلُهُمۡ كَمَثَلِ ٱلَّذِي ٱسۡتَوۡقَدَ نَارٗا فَلَمَّآ أَضَآءَتۡ مَا حَوۡلَهُۥ ذَهَبَ ٱللَّهُ بِنُورِهِمۡ وَتَرَكَهُمۡ فِي ظُلُمَٰتٖ لَّا يُبۡصِرُونَ 17

Zij lijken op degenen die een vuur aansteken; als het dan rond om hen heen licht is, neemt Allah hun licht weg en laat hen in het donker achter. Zij kunnen (dus) niet zien.

صُمُّۢ بُكۡمٌ عُمۡيٞ فَهُمۡ لَا يَرۡجِعُونَ 18

Zij zijn doof, stom en blind en keren dus niet terug.

أَوۡ كَصَيِّبٖ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فِيهِ ظُلُمَٰتٞ وَرَعۡدٞ وَبَرۡقٞ يَجۡعَلُونَ أَصَٰبِعَهُمۡ فِيٓ ءَاذَانِهِم مِّنَ ٱلصَّوَٰعِقِ حَذَرَ ٱلۡمَوۡتِۚ وَٱللَّهُ مُحِيطُۢ بِٱلۡكَٰفِرِينَ 19

Of als de regenbui uit de hemel waarin duisternis, donder en bliksem is. Zij stoppen hun vingers in hun oren om de donderslag niet te horen, omdat zij bang zijn voor de dood. Maar Allah omsluit altijd de ongelovigen.

يَكَادُ ٱلۡبَرۡقُ يَخۡطَفُ أَبۡصَٰرَهُمۡۖ كُلَّمَآ أَضَآءَ لَهُم مَّشَوۡاْ فِيهِ وَإِذَآ أَظۡلَمَ عَلَيۡهِمۡ قَامُواْۚ وَلَوۡ شَآءَ ٱللَّهُ لَذَهَبَ بِسَمۡعِهِمۡ وَأَبۡصَٰرِهِمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 20

De bliksem verblindt hen haast, als het voor hen flitst dan lopen zij erin en als het donker is, staan ze stil. En als Allah het gewild had, had Hij hun gehoor en gezicht weg kunnen nemen. Allah heeft beslist macht over alle zaken.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱعۡبُدُواْ رَبَّكُمُ ٱلَّذِي خَلَقَكُمۡ وَٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ 21

O Mensheid! Aanbidt jullie Heer Die jullie en degenen vóór jullie geschapen heeft, zodat jullie godvrezend worden.

ٱلَّذِي جَعَلَ لَكُمُ ٱلۡأَرۡضَ فِرَٰشٗا وَٱلسَّمَآءَ بِنَآءٗ وَأَنزَلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءٗ فَأَخۡرَجَ بِهِۦ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ رِزۡقٗا لَّكُمۡۖ فَلَا تَجۡعَلُواْ لِلَّهِ أَندَادٗا وَأَنتُمۡ تَعۡلَمُونَ 22

Degene die de aarde als rustplaats voor jullie gemaakt heeft, en de hemel tot een gewelf, en regen van de hemel naar beneden stuurt waarmee Hij vruchten voor jullie als levensonderhoud heeft voortgebracht. Ken daarom geen deelgenoten toe aan Allah terwijl jullie (het) weten.

وَإِن كُنتُمۡ فِي رَيۡبٖ مِّمَّا نَزَّلۡنَا عَلَىٰ عَبۡدِنَا فَأۡتُواْ بِسُورَةٖ مِّن مِّثۡلِهِۦ وَٱدۡعُواْ شُهَدَآءَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 23

En als jullie twijfelen over hetgeen Wij hebben neergezonden aan Onze dienaar, maak dan een soerah van gelijk niveau en roep je getuigen op naast Allah, als jullie waarachtigen zijn.

فَإِن لَّمۡ تَفۡعَلُواْ وَلَن تَفۡعَلُواْ فَٱتَّقُواْ ٱلنَّارَ ٱلَّتِي وَقُودُهَا ٱلنَّاسُ وَٱلۡحِجَارَةُۖ أُعِدَّتۡ لِلۡكَٰفِرِينَ 24

Maar als jullie dat niet kunnen doen, en jullie kunnen dat nooit doen, vrees dan het vuur dat door een brandstof gevoed wordt dat uit mensen en stenen bestaat, zij is gereed gemaakt voor de ongelovigen.

وَبَشِّرِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ أَنَّ لَهُمۡ جَنَّـٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُۖ كُلَّمَا رُزِقُواْ مِنۡهَا مِن ثَمَرَةٖ رِّزۡقٗا قَالُواْ هَٰذَا ٱلَّذِي رُزِقۡنَا مِن قَبۡلُۖ وَأُتُواْ بِهِۦ مُتَشَٰبِهٗاۖ وَلَهُمۡ فِيهَآ أَزۡوَٰجٞ مُّطَهَّرَةٞۖ وَهُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 25

En breng degenen die geloven en goede daden verrichten (en hierin standvastig blijven) blijde tijding , dat er voor hen tuinen zullen zijn waar rivieren onderdoor stromen. Elke keer als zij daarvan fruit ontvangen zullen zij zeggen: “Zie hier hetgeen ons reeds voorheen werd gegeven” en het soortgelijke zal hun gegeven worden en zij zullen daar reine echtgenoten hebben en zij zullen daar voor altijd verblijven.

۞إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَسۡتَحۡيِۦٓ أَن يَضۡرِبَ مَثَلٗا مَّا بَعُوضَةٗ فَمَا فَوۡقَهَاۚ فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ فَيَعۡلَمُونَ أَنَّهُ ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّهِمۡۖ وَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ فَيَقُولُونَ مَاذَآ أَرَادَ ٱللَّهُ بِهَٰذَا مَثَلٗاۘ يُضِلُّ بِهِۦ كَثِيرٗا وَيَهۡدِي بِهِۦ كَثِيرٗاۚ وَمَا يُضِلُّ بِهِۦٓ إِلَّا ٱلۡفَٰسِقِينَ 26

Waarlijk, Allah acht het niet beneden zich, om een mug tot gelijkenis te stellen, of iets dat nietiger is dan dat. En voor degenen die geloven is dit de Waarheid van hun Heer, maar de ongelovigen zeggen: “Wat bedoelde Allah met deze parabel?” Hij (Allah) liet er velen mee dwalen en Hij leidt er velen mee. En Hij misleidt slechts degenen die niet aan Zijn gehoorzaamheid beantwoorden.

ٱلَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهۡدَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعۡدِ مِيثَٰقِهِۦ وَيَقۡطَعُونَ مَآ أَمَرَ ٱللَّهُ بِهِۦٓ أَن يُوصَلَ وَيُفۡسِدُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِۚ أُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡخَٰسِرُونَ 27

Degenen die het Verbond met Allah verbreken nadat zij het zijn aangegaan en losbreken wat Allah bevolen heeft te verbinden en misdaden plegen op aarde: zij zijn het die de verliezers zijn.

كَيۡفَ تَكۡفُرُونَ بِٱللَّهِ وَكُنتُمۡ أَمۡوَٰتٗا فَأَحۡيَٰكُمۡۖ ثُمَّ يُمِيتُكُمۡ ثُمَّ يُحۡيِيكُمۡ ثُمَّ إِلَيۡهِ تُرۡجَعُونَ 28

Hoe kunnen jullie niet in Allah geloven! Terwijl jullie levenloos waren en Hij jullie het leven heeft gegeven. Toen gaf Hij jullie de dood en opnieuw bracht Hij jullie tot leven en tot Hem zullen jullie terugkeren.

هُوَ ٱلَّذِي خَلَقَ لَكُم مَّا فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعٗا ثُمَّ ٱسۡتَوَىٰٓ إِلَى ٱلسَّمَآءِ فَسَوَّىٰهُنَّ سَبۡعَ سَمَٰوَٰتٖۚ وَهُوَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٞ 29

Hij is Degene Die voor jullie alles geschapen heeft wat op aarde is. Toen reikte Hij over de hemel en maakte zeven hemelen en Hij is de Kenner van alle zaken.

وَإِذۡ قَالَ رَبُّكَ لِلۡمَلَـٰٓئِكَةِ إِنِّي جَاعِلٞ فِي ٱلۡأَرۡضِ خَلِيفَةٗۖ قَالُوٓاْ أَتَجۡعَلُ فِيهَا مَن يُفۡسِدُ فِيهَا وَيَسۡفِكُ ٱلدِّمَآءَ وَنَحۡنُ نُسَبِّحُ بِحَمۡدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَۖ قَالَ إِنِّيٓ أَعۡلَمُ مَا لَا تَعۡلَمُونَ 30

En (gedenk) toen jullie Heer tegen de Engelen zei: “Ik zal op de aarde een gevolmachtigde aanstellen” Zij zeiden: “Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heiligen?” Hij (Allah) zei: “Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten.”

وَعَلَّمَ ءَادَمَ ٱلۡأَسۡمَآءَ كُلَّهَا ثُمَّ عَرَضَهُمۡ عَلَى ٱلۡمَلَـٰٓئِكَةِ فَقَالَ أَنۢبِـُٔونِي بِأَسۡمَآءِ هَـٰٓؤُلَآءِ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 31

En Hij onderwees Adam de namen van alle dingen en toen liet Hij deze aan de Engelen zien en zei: “Vertel Mij hiervan de namen, als jullie waarachtig zijn.”

قَالُواْ سُبۡحَٰنَكَ لَا عِلۡمَ لَنَآ إِلَّا مَا عَلَّمۡتَنَآۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلۡعَلِيمُ ٱلۡحَكِيمُ 32

Zij (de Engelen) zeiden: “Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft. U bent de Alwetende, de Alwijze.”

قَالَ يَـٰٓـَٔادَمُ أَنۢبِئۡهُم بِأَسۡمَآئِهِمۡۖ فَلَمَّآ أَنۢبَأَهُم بِأَسۡمَآئِهِمۡ قَالَ أَلَمۡ أَقُل لَّكُمۡ إِنِّيٓ أَعۡلَمُ غَيۡبَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَأَعۡلَمُ مَا تُبۡدُونَ وَمَا كُنتُمۡ تَكۡتُمُونَ 33

Hij zei: “O Adam, vertel hun de namen.” En toen hij hun de namen had verteld, zei Hij: “Heb Ik je niet verteld dat Ik het onzichtbare in de hemelen en op de aarde ken en dat Ik weet wat je onthult en wat je verborgen houdt?”

وَإِذۡ قُلۡنَا لِلۡمَلَـٰٓئِكَةِ ٱسۡجُدُواْ لِأٓدَمَ فَسَجَدُوٓاْ إِلَّآ إِبۡلِيسَ أَبَىٰ وَٱسۡتَكۡبَرَ وَكَانَ مِنَ ٱلۡكَٰفِرِينَ 34

En toen Wij tot de Engelen zeiden: “Buig (jullie hoofden) voor Adam, (uit respect)!” Toen bogen zij allen (het hoofd), behalve Iblies (Satan). Hij weigerde hoogmoedig (omdat hij zichzelf beter vond dan Adam) en werd zo één van de (ongehoorzame) ongelovigen.

وَقُلۡنَا يَـٰٓـَٔادَمُ ٱسۡكُنۡ أَنتَ وَزَوۡجُكَ ٱلۡجَنَّةَ وَكُلَا مِنۡهَا رَغَدًا حَيۡثُ شِئۡتُمَا وَلَا تَقۡرَبَا هَٰذِهِ ٱلشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 35

En Wij zeiden: “O Adam! Verblijf tezamen met jouw vrouw in het Paradijs en eet beiden vrijelijk met plezier en genot van de zaken daarvan zoals jullie willen, maar kom niet bij deze boom of jullie beiden zullen tot de zondaren behoren.”

فَأَزَلَّهُمَا ٱلشَّيۡطَٰنُ عَنۡهَا فَأَخۡرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِۖ وَقُلۡنَا ٱهۡبِطُواْ بَعۡضُكُمۡ لِبَعۡضٍ عَدُوّٞۖ وَلَكُمۡ فِي ٱلۡأَرۡضِ مُسۡتَقَرّٞ وَمَتَٰعٌ إِلَىٰ حِينٖ 36

Toen misleidde de Satan hen met die boom, hij deed hen weggaan van de plaats (het Paradijs) waar zij zich bevonden. Wij zeiden: “Daalt af, een deel van jullie zal een vijand voor de ander zijn. Op de aarde zal een verblijfplaats en genieting voor jullie zijn, tot een bepaald tijdstip (de dood).”

فَتَلَقَّىٰٓ ءَادَمُ مِن رَّبِّهِۦ كَلِمَٰتٖ فَتَابَ عَلَيۡهِۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ 37

Toen ontving Adam van zijn Heer (nieuwe) woorden. Daarop aanvaardde Hij zijn berouw. Waarlijk, Hij is Degene Die vergeeft, de Genadevolle.

قُلۡنَا ٱهۡبِطُواْ مِنۡهَا جَمِيعٗاۖ فَإِمَّا يَأۡتِيَنَّكُم مِّنِّي هُدٗى فَمَن تَبِعَ هُدَايَ فَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 38

Wij zeiden: “ Daalt allen af uit haar (het Paradijs), en als er van Mij leiding tot jullie komt; wie dan Mijn leiding volgen; zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُواْ وَكَذَّبُواْ بِـَٔايَٰتِنَآ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 39

Maar degenen die niet geloven en onze Tekenen loochenen, dat zijn de bewoners van het Vuur, zij zullen daarin voor altijd verblijven.

يَٰبَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتِيَ ٱلَّتِيٓ أَنۡعَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ وَأَوۡفُواْ بِعَهۡدِيٓ أُوفِ بِعَهۡدِكُمۡ وَإِيَّـٰيَ فَٱرۡهَبُونِ 40

O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie gegeven hebt, en vervul (jullie verplichtingen) voor Mijn verbond (met jullie) dan houdt Ik Mij aan het verbond met jullie. En vrees geen ander dan Mij.

وَءَامِنُواْ بِمَآ أَنزَلۡتُ مُصَدِّقٗا لِّمَا مَعَكُمۡ وَلَا تَكُونُوٓاْ أَوَّلَ كَافِرِۭ بِهِۦۖ وَلَا تَشۡتَرُواْ بِـَٔايَٰتِي ثَمَنٗا قَلِيلٗا وَإِيَّـٰيَ فَٱتَّقُونِ 41

En geloof in wat Ik heb neergezonden (de Koran), als bevestiging wat bij jullie "is (de Thora en de Psalmen) en wees niet de eersten die dat niet geloven en verruil Mijn verzen niet voor een klein bedrag en vrees daarom alleen Mij.

وَلَا تَلۡبِسُواْ ٱلۡحَقَّ بِٱلۡبَٰطِلِ وَتَكۡتُمُواْ ٱلۡحَقَّ وَأَنتُمۡ تَعۡلَمُونَ 42

En vermeng de Waarheid niet met de leugen, en verberg de Waarheid ook niet terwijl jullie (de Waarheid) kennen.

وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُواْ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱرۡكَعُواْ مَعَ ٱلرَّـٰكِعِينَ 43

En verricht de gebeden correct en geef zakaat en buig met degenen die buigen.

۞أَتَأۡمُرُونَ ٱلنَّاسَ بِٱلۡبِرِّ وَتَنسَوۡنَ أَنفُسَكُمۡ وَأَنتُمۡ تَتۡلُونَ ٱلۡكِتَٰبَۚ أَفَلَا تَعۡقِلُونَ 44

Jullie gebieden vroomheid en rechtvaardigheid en dat alle daden voor de gehoorzaamheid van Allah zijn van de mensen maar jullie vergeten het zelf, terwijl jullie de Geschriften reciteren. Hebben jullie dan geen verstand?

وَٱسۡتَعِينُواْ بِٱلصَّبۡرِ وَٱلصَّلَوٰةِۚ وَإِنَّهَا لَكَبِيرَةٌ إِلَّا عَلَى ٱلۡخَٰشِعِينَ 45

En vraag hulp en (het vermogen om) geduld (op te brengen in en om) het gebed (door de lusten en verlangens van het ego te bedwingen). En voorzeker, dit (gebed) is bijzonder zwaar en moeilijk behalve voor de khaashi’ien (de onderdanigen; de ware gelovigen in Allah: zij die Allah onvoorwaardelijk gehoorzamen, zij die Allah’s bestraffing vrezen, zij die in Allah’s beloften en waarschuwingen geloven aangaande het Paradijs en de Hel).

ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَٰقُواْ رَبِّهِمۡ وَأَنَّهُمۡ إِلَيۡهِ رَٰجِعُونَ 46

(Zij zijn degenen) die er zeker van zijn dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij tot Hem zullen terugkeren.

يَٰبَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتِيَ ٱلَّتِيٓ أَنۡعَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ وَأَنِّي فَضَّلۡتُكُمۡ عَلَى ٱلۡعَٰلَمِينَ 47

O Kinderen van Israël! Gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb geschonken en dat Ik u boven de volkeren verhief.

وَٱتَّقُواْ يَوۡمٗا لَّا تَجۡزِي نَفۡسٌ عَن نَّفۡسٖ شَيۡـٔٗا وَلَا يُقۡبَلُ مِنۡهَا شَفَٰعَةٞ وَلَا يُؤۡخَذُ مِنۡهَا عَدۡلٞ وَلَا هُمۡ يُنصَرُونَ 48

En vrees de Dag (van het Oordeel) waarop geen ziel een andere ziel ergens in kan bijstaan, en er geen voorspraak van haar aanvaard wordt en er geen losprijs van haar aangenomen wordt en zij niet geholpen worden.

وَإِذۡ نَجَّيۡنَٰكُم مِّنۡ ءَالِ فِرۡعَوۡنَ يَسُومُونَكُمۡ سُوٓءَ ٱلۡعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبۡنَآءَكُمۡ وَيَسۡتَحۡيُونَ نِسَآءَكُمۡۚ وَفِي ذَٰلِكُم بَلَآءٞ مِّن رَّبِّكُمۡ عَظِيمٞ 49

En (gedenkt) toen Wij jullie van de mensen van de Farao redden, die jullie vreselijke martelingen oplegden, jullie zonen vermoorden en jullie vrouwen spaarden, verlosten, en daarin was een machtig vonnis van jullie Heer.

وَإِذۡ فَرَقۡنَا بِكُمُ ٱلۡبَحۡرَ فَأَنجَيۡنَٰكُمۡ وَأَغۡرَقۡنَآ ءَالَ فِرۡعَوۡنَ وَأَنتُمۡ تَنظُرُونَ 50

En (gedenk) toen Wij de zee voor jullie splitsten waarop Wij jullie redden en de mensen van de Farao lieten verdrinken, terwijl jullie toekeken.

وَإِذۡ وَٰعَدۡنَا مُوسَىٰٓ أَرۡبَعِينَ لَيۡلَةٗ ثُمَّ ٱتَّخَذۡتُمُ ٱلۡعِجۡلَ مِنۢ بَعۡدِهِۦ وَأَنتُمۡ ظَٰلِمُونَ 51

En (gedenk) toen Wij voor Mozes veertig nachten hadden aangewezen en dat jullie een kalf namen (ter aanbidding) en jullie zalimoen (overtreders) werden.

ثُمَّ عَفَوۡنَا عَنكُم مِّنۢ بَعۡدِ ذَٰلِكَ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ 52

Daarna vergaven Wij jullie zodat jullie dankbaar zouden zijn.

وَإِذۡ ءَاتَيۡنَا مُوسَى ٱلۡكِتَٰبَ وَٱلۡفُرۡقَانَ لَعَلَّكُمۡ تَهۡتَدُونَ 53

En (gedenk) toen Wij Mozes de geschriften gaven en het onderscheid (tussen goed en kwaad) zodat jullie rechtgeleid zijn.

وَإِذۡ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِۦ يَٰقَوۡمِ إِنَّكُمۡ ظَلَمۡتُمۡ أَنفُسَكُم بِٱتِّخَاذِكُمُ ٱلۡعِجۡلَ فَتُوبُوٓاْ إِلَىٰ بَارِئِكُمۡ فَٱقۡتُلُوٓاْ أَنفُسَكُمۡ ذَٰلِكُمۡ خَيۡرٞ لَّكُمۡ عِندَ بَارِئِكُمۡ فَتَابَ عَلَيۡكُمۡۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ 54

En (gedenk) toen Mozes tegen zijn mensen zei: “O mijn mensen! Waarlijk, jullie hebben jezelf onrecht aangedaan door het kalf te aanbidden. Keren jullie je dus in berouw tot jullie Schepper en doodt uw eigen ik, dat is het beste voor u in het oog van uw Schepper.” Toen accepteerde Hij jullie berouw. Waarlijk, Hij is de Meest Berouwaanvaardende, de Genadevolle.

وَإِذۡ قُلۡتُمۡ يَٰمُوسَىٰ لَن نُّؤۡمِنَ لَكَ حَتَّىٰ نَرَى ٱللَّهَ جَهۡرَةٗ فَأَخَذَتۡكُمُ ٱلصَّـٰعِقَةُ وَأَنتُمۡ تَنظُرُونَ 55

En (gedenk) toen jullie zeiden: “O Mozes! Wij zullen je nooit geloven totdat wij Allah duidelijk zien.” Waarop de bliksem jullie greep terwijl jullie toekeken.

ثُمَّ بَعَثۡنَٰكُم مِّنۢ بَعۡدِ مَوۡتِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ 56

En Wij deden jullie na jullie dood opstaan, zodat jullie dankbaar zouden zijn.

وَظَلَّلۡنَا عَلَيۡكُمُ ٱلۡغَمَامَ وَأَنزَلۡنَا عَلَيۡكُمُ ٱلۡمَنَّ وَٱلسَّلۡوَىٰۖ كُلُواْ مِن طَيِّبَٰتِ مَا رَزَقۡنَٰكُمۡۚ وَمَا ظَلَمُونَا وَلَٰكِن كَانُوٓاْ أَنفُسَهُمۡ يَظۡلِمُونَ 57

En Wij zorgden ervoor dat de wolken schaduw voor je wierpen en de manna (honingzoet voedsel) en de kwartels naar beneden stuurden (zeggende): “Eet van de goede en wettige zaken, waarin Wij jullie hebben voorzien.” En zij hebben Ons geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.

وَإِذۡ قُلۡنَا ٱدۡخُلُواْ هَٰذِهِ ٱلۡقَرۡيَةَ فَكُلُواْ مِنۡهَا حَيۡثُ شِئۡتُمۡ رَغَدٗا وَٱدۡخُلُواْ ٱلۡبَابَ سُجَّدٗا وَقُولُواْ حِطَّةٞ نَّغۡفِرۡ لَكُمۡ خَطَٰيَٰكُمۡۚ وَسَنَزِيدُ ٱلۡمُحۡسِنِينَ 58

En (gedenk) toen Wij zeiden: “Ga deze stad binnen en eet daar met plezier en genot zoveel als jullie willen en ga de poort binnen en kniel neer en zeg: “Vergeef ons” en Wij zullen jullie jullie zonden vergeven en zullen de (beloning) voor de weldoeners doen toenemen.”

فَبَدَّلَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُواْ قَوۡلًا غَيۡرَ ٱلَّذِي قِيلَ لَهُمۡ فَأَنزَلۡنَا عَلَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُواْ رِجۡزٗا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُواْ يَفۡسُقُونَ 59

Maar degenen die gezondigd hadden veranderden de woorden die ze" tegen elkaar spraken, zodat Wij een bestraffing op de zondaren van de hemel toezonden, want zij rebelleerden tegen Allahs gehoorzaamheid.

۞وَإِذِ ٱسۡتَسۡقَىٰ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِۦ فَقُلۡنَا ٱضۡرِب بِّعَصَاكَ ٱلۡحَجَرَۖ فَٱنفَجَرَتۡ مِنۡهُ ٱثۡنَتَا عَشۡرَةَ عَيۡنٗاۖ قَدۡ عَلِمَ كُلُّ أُنَاسٖ مَّشۡرَبَهُمۡۖ كُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ مِن رِّزۡقِ ٱللَّهِ وَلَا تَعۡثَوۡاْ فِي ٱلۡأَرۡضِ مُفۡسِدِينَ 60

En (gedenk) toen Mozes water voor zijn mensen vroeg, waarop Wij zeiden : “Sla met je staf op de rots.” Toen ontsprongen daaruit twaalf bronnen. Iedere (groep) mensen kende zijn plaats bij het water. Eet en drink van wat Allah jullie heeft voorzien en handel niet verdorven door ellende op de aarde te veroorzaken.

وَإِذۡ قُلۡتُمۡ يَٰمُوسَىٰ لَن نَّصۡبِرَ عَلَىٰ طَعَامٖ وَٰحِدٖ فَٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُخۡرِجۡ لَنَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلۡأَرۡضُ مِنۢ بَقۡلِهَا وَقِثَّآئِهَا وَفُومِهَا وَعَدَسِهَا وَبَصَلِهَاۖ قَالَ أَتَسۡتَبۡدِلُونَ ٱلَّذِي هُوَ أَدۡنَىٰ بِٱلَّذِي هُوَ خَيۡرٌۚ ٱهۡبِطُواْ مِصۡرٗا فَإِنَّ لَكُم مَّا سَأَلۡتُمۡۗ وَضُرِبَتۡ عَلَيۡهِمُ ٱلذِّلَّةُ وَٱلۡمَسۡكَنَةُ وَبَآءُو بِغَضَبٖ مِّنَ ٱللَّهِۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمۡ كَانُواْ يَكۡفُرُونَ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَيَقۡتُلُونَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ بِغَيۡرِ ٱلۡحَقِّۚ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَواْ وَّكَانُواْ يَعۡتَدُونَ 61

En (gedenk) toen jullie zeiden: “O Mozes! Wij verdragen het niet om maar één soort voedsel te eten. Vraag je Heer daarom om voor ons voort te brengen wat op de aarde groeit: haar kruiden, komkommers, graan, knoflook, linzen en uien.” Hij zei: “Willen jullie dat wat beter voor jullie is, inruilen voor wat minder is? Ga naar wat voor stad dan ook en jullie zullen vinden wat jullie willen!” En zij waren met vernedering en ellende bedekt en zij riepen de toorn van Allah over zich af omdat zij niet in de Tekenen geloofden, de profeten valselijk omgebracht hadden, omdat zij ongehoorzaam waren en de grenzen overschreden hadden.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَٱلَّذِينَ هَادُواْ وَٱلنَّصَٰرَىٰ وَٱلصَّـٰبِـِٔينَ مَنۡ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِ وَعَمِلَ صَٰلِحٗا فَلَهُمۡ أَجۡرُهُمۡ عِندَ رَبِّهِمۡ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 62

Waarlijk! Degenen die geloven en die van de Joden en Christenen en Sabijnen zijn, die in Allah en de Laatste Dag geloven en goede daden verrichten, zullen hun beloning bij hun Heer hebben, bij hen zal geen angst zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.

وَإِذۡ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَكُمۡ وَرَفَعۡنَا فَوۡقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُواْ مَآ ءَاتَيۡنَٰكُم بِقُوَّةٖ وَٱذۡكُرُواْ مَا فِيهِ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ 63

En ( gedenk, o Kinderen van Israël) toen Wij het verbond aangingen en Wij boven jullie de berg Thoer lieten oprijzen (zeggende): “Houdt jullie vast aan wat Wij jullie gegeven hebben en gedenk wat er in staat. Hopelijk zullen jullie Allah vrezen.

ثُمَّ تَوَلَّيۡتُم مِّنۢ بَعۡدِ ذَٰلِكَۖ فَلَوۡلَا فَضۡلُ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ وَرَحۡمَتُهُۥ لَكُنتُم مِّنَ ٱلۡخَٰسِرِينَ 64

Hierna keerden jullie je ervan af. Als Allah jullie geen gunst en genade verleend had, dan zouden jullie zeker onder de verliezers zijn.

وَلَقَدۡ عَلِمۡتُمُ ٱلَّذِينَ ٱعۡتَدَوۡاْ مِنكُمۡ فِي ٱلسَّبۡتِ فَقُلۡنَا لَهُمۡ كُونُواْ قِرَدَةً خَٰسِـِٔينَ 65

En waarlijk, jullie kenden degenen onder jullie die de regels van de Sabbath (de zaterdag) overtraden. Wij zeiden tegen hen: “Weest verachte apen.”

فَجَعَلۡنَٰهَا نَكَٰلٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهَا وَمَا خَلۡفَهَا وَمَوۡعِظَةٗ لِّلۡمُتَّقِينَ 66

Dus hebben we deze bestraffing als een voorbeeld voor henzelf gemaakt en voor de latere generatie een les voor degenen die godvrezend zijn.

وَإِذۡ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ يَأۡمُرُكُمۡ أَن تَذۡبَحُواْ بَقَرَةٗۖ قَالُوٓاْ أَتَتَّخِذُنَا هُزُوٗاۖ قَالَ أَعُوذُ بِٱللَّهِ أَنۡ أَكُونَ مِنَ ٱلۡجَٰهِلِينَ 67

En (gedenk) toen Mozes tegen zijn mensen zei: “Waarlijk Allah heeft jullie bevolen dat jullie een koe moeten slachten.” Zij zeiden: “Steek je de draak met ons?” Hij zei: “Ik neem mijn toevlucht tot Allah om niet tot de onwetenden te behoren.”

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ لَّا فَارِضٞ وَلَا بِكۡرٌ عَوَانُۢ بَيۡنَ ذَٰلِكَۖ فَٱفۡعَلُواْ مَا تُؤۡمَرُونَ 68

Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan, zodat Hij ons duidelijk maakt wat voor een koe dit moet zijn.” Hij zei: “Waarlijk, het is een koe die niet te oud of te jong moet zijn, maar van een leeftijd daartussen, doe dus wat jullie bevolen is.”

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا لَوۡنُهَاۚ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ صَفۡرَآءُ فَاقِعٞ لَّوۡنُهَا تَسُرُّ ٱلنَّـٰظِرِينَ 69

Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijkheid te krijgen over haar kleur.” Hij zei: “Hij zegt, het is een gele koe, helder van kleur, een plezier voor de eigenaars.”

قَالُواْ ٱدۡعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَ إِنَّ ٱلۡبَقَرَ تَشَٰبَهَ عَلَيۡنَا وَإِنَّآ إِن شَآءَ ٱللَّهُ لَمُهۡتَدُونَ 70

Zij zeiden: “Roep je Heer voor ons aan om duidelijk te maken wat voor koe het moet zijn. Waarlijk, voor ons zijn alle koeien gelijk. En zeker, als Allah het wil, zullen wij juist worden geleid.”

قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٞ لَّا ذَلُولٞ تُثِيرُ ٱلۡأَرۡضَ وَلَا تَسۡقِي ٱلۡحَرۡثَ مُسَلَّمَةٞ لَّا شِيَةَ فِيهَاۚ قَالُواْ ٱلۡـَٰٔنَ جِئۡتَ بِٱلۡحَقِّۚ فَذَبَحُوهَا وَمَا كَادُواْ يَفۡعَلُونَ 71

Hij (Mozes) zei: “Waarlijk, Hij zegt: “Het moet een koe zijn die niet is afgericht om het land te ploegen noch om de akkers te bevloeien, gaaf en vlekkeloos.” Zij zeiden: “Nu heb je de waarheid gesproken.” Dus slachtten zij haar hoewel zij het bijna niet hadden gedaan.

وَإِذۡ قَتَلۡتُمۡ نَفۡسٗا فَٱدَّـٰرَٰٔتُمۡ فِيهَاۖ وَٱللَّهُ مُخۡرِجٞ مَّا كُنتُمۡ تَكۡتُمُونَ 72

En (gedenk) toen jullie een mens hadden gedood en je een ander daarvoor beschuldigde. Maar Allah liet alles zien wat jullie verborgen.

فَقُلۡنَا ٱضۡرِبُوهُ بِبَعۡضِهَاۚ كَذَٰلِكَ يُحۡيِ ٱللَّهُ ٱلۡمَوۡتَىٰ وَيُرِيكُمۡ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تَعۡقِلُونَ 73

Toen zeiden Wij: “ Slaat hem (de dode) met een deel van haar (de koe). Zo brengt Allah de doden tot leven en laat Hij jullie Zijn Tekenen zien, zodat jullie zullen begrijpen.

ثُمَّ قَسَتۡ قُلُوبُكُم مِّنۢ بَعۡدِ ذَٰلِكَ فَهِيَ كَٱلۡحِجَارَةِ أَوۡ أَشَدُّ قَسۡوَةٗۚ وَإِنَّ مِنَ ٱلۡحِجَارَةِ لَمَا يَتَفَجَّرُ مِنۡهُ ٱلۡأَنۡهَٰرُۚ وَإِنَّ مِنۡهَا لَمَا يَشَّقَّقُ فَيَخۡرُجُ مِنۡهُ ٱلۡمَآءُۚ وَإِنَّ مِنۡهَا لَمَا يَهۡبِطُ مِنۡ خَشۡيَةِ ٱللَّهِۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُونَ 74

Daarna verhardden jullie harten zich en werden als steen of nog harder. En waarlijk er zijn stenen waaruit rivieren ontspringen en er zijn (stenen) die splijten zodat het water over hen heen stroomt en waarlijk, er zijn (stenen) die neervallen uit vrees voor Allah. En Allah is niet onachtzaam over jullie daden.

۞أَفَتَطۡمَعُونَ أَن يُؤۡمِنُواْ لَكُمۡ وَقَدۡ كَانَ فَرِيقٞ مِّنۡهُمۡ يَسۡمَعُونَ كَلَٰمَ ٱللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُۥ مِنۢ بَعۡدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمۡ يَعۡلَمُونَ 75

Verwachten jullie dat zij in jullie godsdienst zullen geloven, ondanks het feit dat een deel van hen naar het Woord van Allah luisterden en het dan veranderden, nadat zij het hadden begrepen?

وَإِذَا لَقُواْ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَا بَعۡضُهُمۡ إِلَىٰ بَعۡضٖ قَالُوٓاْ أَتُحَدِّثُونَهُم بِمَا فَتَحَ ٱللَّهُ عَلَيۡكُمۡ لِيُحَآجُّوكُم بِهِۦ عِندَ رَبِّكُمۡۚ أَفَلَا تَعۡقِلُونَ 76

En als zij degenen die geloven ontmoeten, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij onder elkaar zijn zeggen zij: “Zullen jullie hen vertellen wat Allah aan jullie geopenbaard heeft zodat zij met jullie zullen discussiëren voor jullie Heer?” Hebben jullie dan geen verstand?

أَوَلَا يَعۡلَمُونَ أَنَّ ٱللَّهَ يَعۡلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعۡلِنُونَ 77

Weten zij dan niet dat Allah weet wat zij verbergen en in de openbaarheid brengen?

وَمِنۡهُمۡ أُمِّيُّونَ لَا يَعۡلَمُونَ ٱلۡكِتَٰبَ إِلَّآ أَمَانِيَّ وَإِنۡ هُمۡ إِلَّا يَظُنُّونَ 78

En er zijn ongeletterden onder hen, die het Boek niet kennen, maar zij leggen hun hoop in valse verlangens en zij doen niet anders dan gissen.

فَوَيۡلٞ لِّلَّذِينَ يَكۡتُبُونَ ٱلۡكِتَٰبَ بِأَيۡدِيهِمۡ ثُمَّ يَقُولُونَ هَٰذَا مِنۡ عِندِ ٱللَّهِ لِيَشۡتَرُواْ بِهِۦ ثَمَنٗا قَلِيلٗاۖ فَوَيۡلٞ لَّهُم مِّمَّا كَتَبَتۡ أَيۡدِيهِمۡ وَوَيۡلٞ لَّهُم مِّمَّا يَكۡسِبُونَ 79

Wee dan degenen die het Boek met hun eigen handen schrijven en zeggen: “Dit is van Allah,” om het voor een kleine prijs te verhandelen! Wee dan hen voor wat hun handen geschreven hebben en wee hen voor hetgeen zij verdienen.

وَقَالُواْ لَن تَمَسَّنَا ٱلنَّارُ إِلَّآ أَيَّامٗا مَّعۡدُودَةٗۚ قُلۡ أَتَّخَذۡتُمۡ عِندَ ٱللَّهِ عَهۡدٗا فَلَن يُخۡلِفَ ٱللَّهُ عَهۡدَهُۥٓۖ أَمۡ تَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعۡلَمُونَ 80

En zij zeggen: “Het vuur zal ons niet anders raken dan voor een beperkt aantal dagen.” Zeg: “Heb je een verbond met Allah gesloten, zodat Allah Zijn verbond niet zal verbreken? Of zeggen jullie iets over Allah waar je niets van af weet?

بَلَىٰۚ مَن كَسَبَ سَيِّئَةٗ وَأَحَٰطَتۡ بِهِۦ خَطِيٓـَٔتُهُۥ فَأُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 81

Voorzeker! Iedereen die het kwaad verdient en waarvan de zonden hem omringt, zullen de bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin voor altijd verblijven.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلۡجَنَّةِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 82

En degene die geloven en goede daden verrichten, zij zullen de bewoners van het Paradijs zijn, zij zullen daarin voor altijd verblijven.

وَإِذۡ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ لَا تَعۡبُدُونَ إِلَّا ٱللَّهَ وَبِٱلۡوَٰلِدَيۡنِ إِحۡسَانٗا وَذِي ٱلۡقُرۡبَىٰ وَٱلۡيَتَٰمَىٰ وَٱلۡمَسَٰكِينِ وَقُولُواْ لِلنَّاسِ حُسۡنٗا وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُواْ ٱلزَّكَوٰةَ ثُمَّ تَوَلَّيۡتُمۡ إِلَّا قَلِيلٗا مِّنكُمۡ وَأَنتُم مُّعۡرِضُونَ 83

En (gedenk) toen Wij een verbond met de Kinderen van Israël sloten, zeggende: “Aanbid niemand behalve Allah en wees plichtsgetrouw en goed voor de ouders en verwanten en de wezen en de armen die bedelen, en spreek goed tegen de mensen en verricht de gebeden en geef zakaat. Vervolgens onttrokken jullie je er aan, behalve slechts een paar van jullie, terwijl jullie je afwendden.

وَإِذۡ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَكُمۡ لَا تَسۡفِكُونَ دِمَآءَكُمۡ وَلَا تُخۡرِجُونَ أَنفُسَكُم مِّن دِيَٰرِكُمۡ ثُمَّ أَقۡرَرۡتُمۡ وَأَنتُمۡ تَشۡهَدُونَ 84

En (gedenk) toen Wij het verbond met jullie afsloten (zeggende): “Vergiet elkaars bloed niet en verdrijf elkaar niet uit jullie woonplaatsen. Daarop bevestigden jullie (dat) en jullie getuigden (daarvan).

ثُمَّ أَنتُمۡ هَـٰٓؤُلَآءِ تَقۡتُلُونَ أَنفُسَكُمۡ وَتُخۡرِجُونَ فَرِيقٗا مِّنكُم مِّن دِيَٰرِهِمۡ تَظَٰهَرُونَ عَلَيۡهِم بِٱلۡإِثۡمِ وَٱلۡعُدۡوَٰنِ وَإِن يَأۡتُوكُمۡ أُسَٰرَىٰ تُفَٰدُوهُمۡ وَهُوَ مُحَرَّمٌ عَلَيۡكُمۡ إِخۡرَاجُهُمۡۚ أَفَتُؤۡمِنُونَ بِبَعۡضِ ٱلۡكِتَٰبِ وَتَكۡفُرُونَ بِبَعۡضٖۚ فَمَا جَزَآءُ مَن يَفۡعَلُ ذَٰلِكَ مِنكُمۡ إِلَّا خِزۡيٞ فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَاۖ وَيَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِ يُرَدُّونَ إِلَىٰٓ أَشَدِّ ٱلۡعَذَابِۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُونَ 85

Daarna zijn jullie (Joden) degenen geworden die elkaar doden en een deel van jullie (eigen volk) uit jullie woonplaatsen verdrijven, jullie steunen elkaar in zondigheid en vijandschap. En wanneer zij (andere Joden) als gevangenen tot jullie komen, dan kopen jullie hen vrij, hoewel hun uitbanning voor jullie verboden was. Geloven jullie dan in een deel van de geschriften en verwerpen jullie de rest? Er is geen beloning voor wie van jullie zo handelen, behalve schande in het leven van deze wereld en op de Dag der Opstanding zullen zij de zwaarste bestraffing toegewezen krijgen. En Allah is zich niet onachtzaam van wat jullie doen.

أُوْلَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشۡتَرَوُاْ ٱلۡحَيَوٰةَ ٱلدُّنۡيَا بِٱلۡأٓخِرَةِۖ فَلَا يُخَفَّفُ عَنۡهُمُ ٱلۡعَذَابُ وَلَا هُمۡ يُنصَرُونَ 86

Zij zijn degenen die het Hiernamaals voor het aardse leven hebben verruild. Hun bestraffing zal niet verlicht worden, noch zullen zij geholpen worden.

وَلَقَدۡ ءَاتَيۡنَا مُوسَى ٱلۡكِتَٰبَ وَقَفَّيۡنَا مِنۢ بَعۡدِهِۦ بِٱلرُّسُلِۖ وَءَاتَيۡنَا عِيسَى ٱبۡنَ مَرۡيَمَ ٱلۡبَيِّنَٰتِ وَأَيَّدۡنَٰهُ بِرُوحِ ٱلۡقُدُسِۗ أَفَكُلَّمَا جَآءَكُمۡ رَسُولُۢ بِمَا لَا تَهۡوَىٰٓ أَنفُسُكُمُ ٱسۡتَكۡبَرۡتُمۡ فَفَرِيقٗا كَذَّبۡتُمۡ وَفَرِيقٗا تَقۡتُلُونَ 87

En voorzeker, Wij gaven Mozes het Boek en lieten na hem een aantal Boodschappers komen. En Wij gaven Jezus, de zoon van Maria duidelijke Tekenen en Wij versterkten hem met de heilige Geest (Djibriel/Gabriël). Is het dan zo dat telkens wanneer er een Boodschapper tot jullie kwam" met iets wat jullie niet wensten, jullie arrogant werden en jullie een aantal van hen loochenden en een aantal doodden?

وَقَالُواْ قُلُوبُنَا غُلۡفُۢۚ بَل لَّعَنَهُمُ ٱللَّهُ بِكُفۡرِهِمۡ فَقَلِيلٗا مَّا يُؤۡمِنُونَ 88

En zij zeggen: “Onze harten zijn bedekt.” Nee, Allah heeft jullie voor jullie ongeloof vervloekt, zo weinig is het dat zij geloven.

وَلَمَّا جَآءَهُمۡ كِتَٰبٞ مِّنۡ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٞ لِّمَا مَعَهُمۡ وَكَانُواْ مِن قَبۡلُ يَسۡتَفۡتِحُونَ عَلَى ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ فَلَمَّا جَآءَهُم مَّا عَرَفُواْ كَفَرُواْ بِهِۦۚ فَلَعۡنَةُ ٱللَّهِ عَلَى ٱلۡكَٰفِرِينَ 89

En wanneer er een Boek van Allah tot hen komt, bevestigend wat zich bij hen bevindt, terwijl zij daarvoor om hulp hadden gevraagd tegen degenen die niet geloven: toen dan tot hen datgene kwam wat zij herkenden, geloofden zij er niet in. De vloek van Allah rust daarom op de ongelovigen.

بِئۡسَمَا ٱشۡتَرَوۡاْ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمۡ أَن يَكۡفُرُواْ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ بَغۡيًا أَن يُنَزِّلَ ٱللَّهُ مِن فَضۡلِهِۦ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنۡ عِبَادِهِۦۖ فَبَآءُو بِغَضَبٍ عَلَىٰ غَضَبٖۚ وَلِلۡكَٰفِرِينَ عَذَابٞ مُّهِينٞ 90

Hoe slecht is het, want zij hebben zichzelf verkocht, dat zij ongelovig zijn in wat Allah geopenbaard heeft, uit afgunst dat Allah Zijn gunst neerzendt tot wie Hij wil van Zijn dienaren. Zij hebben zo dus de toorn over zichzelf afgeroepen. En voor de ongelovigen is er een vernederende bestraffing.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ ءَامِنُواْ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُواْ نُؤۡمِنُ بِمَآ أُنزِلَ عَلَيۡنَا وَيَكۡفُرُونَ بِمَا وَرَآءَهُۥ وَهُوَ ٱلۡحَقُّ مُصَدِّقٗا لِّمَا مَعَهُمۡۗ قُلۡ فَلِمَ تَقۡتُلُونَ أَنۢبِيَآءَ ٱللَّهِ مِن قَبۡلُ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 91

En als er tegen hen gezegd wordt: “Geloof in wat Allah aan jullie neer heeft gezonden,” zeggen zij, “wij geloven in wat aan ons is neergezonden.” En zij zijn ongelovig aan wat daarna is gekomen terwijl dat de Waarheid is, wat bevestigt wat reeds bij hen is. Zeg: “Waarom hebben jullie al eerder de Profeten van Allah gedood, als jullie echt gelovigen waren?”

۞وَلَقَدۡ جَآءَكُم مُّوسَىٰ بِٱلۡبَيِّنَٰتِ ثُمَّ ٱتَّخَذۡتُمُ ٱلۡعِجۡلَ مِنۢ بَعۡدِهِۦ وَأَنتُمۡ ظَٰلِمُونَ 92

En waarlijk Mozes kwam tot jullie met duidelijke bewijzen, maar jullie aanbaden het kalf nadat hij vertrokken was, en jullie waren onrechtvaardigen.

وَإِذۡ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَكُمۡ وَرَفَعۡنَا فَوۡقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُواْ مَآ ءَاتَيۡنَٰكُم بِقُوَّةٖ وَٱسۡمَعُواْۖ قَالُواْ سَمِعۡنَا وَعَصَيۡنَا وَأُشۡرِبُواْ فِي قُلُوبِهِمُ ٱلۡعِجۡلَ بِكُفۡرِهِمۡۚ قُلۡ بِئۡسَمَا يَأۡمُرُكُم بِهِۦٓ إِيمَٰنُكُمۡ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 93

En (gedenkt) toen Wij het verbond met jullie afsloten en Wij de berg Thoer boven jullie verhieven (zeggende): “Houd je stevig vast aan wat Wij jullie gegeven hebben en luister (naar Ons Woord). Zij zeiden: “Wij hebben gehoord en waren ongehoorzaam.” En hun harten (namen) de aanbidding van het kalf (op) vanwege hun ongeloof. Zeg: “Slecht is het waartoe jullie (vervalste) geloof jullie oproept, als jullie gelovigen zijn.”

قُلۡ إِن كَانَتۡ لَكُمُ ٱلدَّارُ ٱلۡأٓخِرَةُ عِندَ ٱللَّهِ خَالِصَةٗ مِّن دُونِ ٱلنَّاسِ فَتَمَنَّوُاْ ٱلۡمَوۡتَ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 94

Zeg tegen (hen): “Als de laatste verblijfplaats in het Hierrnamaals bij Allah alleen maar voor jullie is en niet voor anderen van de mensheid, verlang dan naar de dood als jullie waarachtig zijn.”

وَلَن يَتَمَنَّوۡهُ أَبَدَۢا بِمَا قَدَّمَتۡ أَيۡدِيهِمۡۚ وَٱللَّهُ عَلِيمُۢ بِٱلظَّـٰلِمِينَ 95

Maar zij zullen er (de dood) nooit naar verlangen vanwege wat hun handen vooruit hebben gestuurd. En Allah is zich goed bewust van de onrechtvaardigen.

وَلَتَجِدَنَّهُمۡ أَحۡرَصَ ٱلنَّاسِ عَلَىٰ حَيَوٰةٖ وَمِنَ ٱلَّذِينَ أَشۡرَكُواْۚ يَوَدُّ أَحَدُهُمۡ لَوۡ يُعَمَّرُ أَلۡفَ سَنَةٖ وَمَا هُوَ بِمُزَحۡزِحِهِۦ مِنَ ٱلۡعَذَابِ أَن يُعَمَّرَۗ وَٱللَّهُ بَصِيرُۢ بِمَا يَعۡمَلُونَ 96

En waarlijk, jullie zullen ontdekken dat zij het meest begerig zijn naar het (wereldse) leven, meer nog dan degenen die deelgenoten (aan Allah) toekennen. Ieder van hen wenste dat zij een leven van duizend jaar gegeven zou worden. Maar de gave van zo’n leven redt hen niet het minste van de bestraffing. En Allah ziet alles wat zij doen.

قُلۡ مَن كَانَ عَدُوّٗا لِّـجِبۡرِيلَ فَإِنَّهُۥ نَزَّلَهُۥ عَلَىٰ قَلۡبِكَ بِإِذۡنِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهِ وَهُدٗى وَبُشۡرَىٰ لِلۡمُؤۡمِنِينَ 97

Zeg: “Iedereen die een vijand van Gabriël is, waarlijk hij heeft hem (de Koran) in jouw hart neergezonden, met toestemming van Allah, als een bevestiging van wat er vόόr geopenbaard was en als leiding en goed nieuws voor de gelovigen.

مَن كَانَ عَدُوّٗا لِّلَّهِ وَمَلَـٰٓئِكَتِهِۦ وَرُسُلِهِۦ وَجِبۡرِيلَ وَمِيكَىٰلَ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَدُوّٞ لِّلۡكَٰفِرِينَ 98

Iedereen die een vijand van Allah, Zijn Engelen, Zijn Boodschappers en van (Zijn Engelen) Gabriël en Michaël is, waarlijk, Allah is een vijand voor de ongelovigen.

وَلَقَدۡ أَنزَلۡنَآ إِلَيۡكَ ءَايَٰتِۭ بَيِّنَٰتٖۖ وَمَا يَكۡفُرُ بِهَآ إِلَّا ٱلۡفَٰسِقُونَ 99

En waarlijk, Wij hebben aan jullie duidelijke Tekenen gezonden en niemand is daar ongelovig aan behalve de verdorvenen.

أَوَكُلَّمَا عَٰهَدُواْ عَهۡدٗا نَّبَذَهُۥ فَرِيقٞ مِّنۡهُمۚ بَلۡ أَكۡثَرُهُمۡ لَا يُؤۡمِنُونَ 100

Is het niet het geval dat elke keer wanneer Wij een verbond afsluiten een deel van hen het terzijde gooit? Nee! De Waarheid geloven de meesten van hen niet.

وَلَمَّا جَآءَهُمۡ رَسُولٞ مِّنۡ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٞ لِّمَا مَعَهُمۡ نَبَذَ فَرِيقٞ مِّنَ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ كِتَٰبَ ٱللَّهِ وَرَآءَ ظُهُورِهِمۡ كَأَنَّهُمۡ لَا يَعۡلَمُونَ 101

En toen er een Boodschapper van Allah (Mohammed) tot hen kwam, bevestigend van wat zij (reeds) bezaten (aan kennis), wierp een groep van degenen aan wie de Schrift (de Thora) gegeven was, het boek van Allah "achter hun ruggen. Alsof zij (de Waarheid) niet kenden!

وَٱتَّبَعُواْ مَا تَتۡلُواْ ٱلشَّيَٰطِينُ عَلَىٰ مُلۡكِ سُلَيۡمَٰنَۖ وَمَا كَفَرَ سُلَيۡمَٰنُ وَلَٰكِنَّ ٱلشَّيَٰطِينَ كَفَرُواْ يُعَلِّمُونَ ٱلنَّاسَ ٱلسِّحۡرَ وَمَآ أُنزِلَ عَلَى ٱلۡمَلَكَيۡنِ بِبَابِلَ هَٰرُوتَ وَمَٰرُوتَۚ وَمَا يُعَلِّمَانِ مِنۡ أَحَدٍ حَتَّىٰ يَقُولَآ إِنَّمَا نَحۡنُ فِتۡنَةٞ فَلَا تَكۡفُرۡۖ فَيَتَعَلَّمُونَ مِنۡهُمَا مَا يُفَرِّقُونَ بِهِۦ بَيۡنَ ٱلۡمَرۡءِ وَزَوۡجِهِۦۚ وَمَا هُم بِضَآرِّينَ بِهِۦ مِنۡ أَحَدٍ إِلَّا بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَيَتَعَلَّمُونَ مَا يَضُرُّهُمۡ وَلَا يَنفَعُهُمۡۚ وَلَقَدۡ عَلِمُواْ لَمَنِ ٱشۡتَرَىٰهُ مَا لَهُۥ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ مِنۡ خَلَٰقٖۚ وَلَبِئۡسَ مَا شَرَوۡاْ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمۡۚ لَوۡ كَانُواْ يَعۡلَمُونَ 102

Zij volgden wat de duivels voorlazen in de regeringstijd van Soelayman. Soelayman was niet ongelovig, maar de duivels waren ongelovig, zij onderwezen de mensen tovenarij (Sihr) en wat was neergezonden te Babel (Sawaad of het platteland van Irak) aan de twee Engelen Hārōet en Mārōet. Geen van beide (Engelen) gaven onderricht, zonder dat zij zeiden: “Wij zijn slechts een beproeving (van Allah voor de mens), dus wees niet ongelovig.” Zo leerden zij van hen (tovenarij) dat wat een scheiding veroorzaakte tussen een man en zijn echtgenote. Maar hiermee (‘sihr’) konden zij (de tovenaars) niemand schade berokkenen, tenzij met Allah’s toestemming. (In feite) leerden zij slechts datgene wat hun schade kan toebrengen (in het Hiernamaals) en dat (zwarte magie) hen van generlei voordeel kan zijn. En waarlijk, zij wisten dat de bedrijvers (van ‘sihr’) geen aandeel zullen hebben in (de tuinen van het Paradijs in) het Hiernamaals (doordat ze ‘sihr’ verkozen boven het Boek van Allah). En slecht is het waarvoor zij hun zielen (aan de duivel) verkochten. Hadden zij het maar geweten.

وَلَوۡ أَنَّهُمۡ ءَامَنُواْ وَٱتَّقَوۡاْ لَمَثُوبَةٞ مِّنۡ عِندِ ٱللَّهِ خَيۡرٞۚ لَّوۡ كَانُواْ يَعۡلَمُونَ 103

En als zij hadden geloofd en (Allah) hadden gevreesd, dan zou de beloning van hun Heer veel beter zijn, als zij het maar wisten!

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَقُولُواْ رَٰعِنَا وَقُولُواْ ٱنظُرۡنَا وَٱسۡمَعُواْۗ وَلِلۡكَٰفِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٞ 104

O jullie die geloven! Zeg niet “Houd rekening met ons” maar zeg “Laat ons begrijpen en hoor.” En voor de ongelovigen is er een pijnlijke bestraffing.

مَّا يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِنۡ أَهۡلِ ٱلۡكِتَٰبِ وَلَا ٱلۡمُشۡرِكِينَ أَن يُنَزَّلَ عَلَيۡكُم مِّنۡ خَيۡرٖ مِّن رَّبِّكُمۡۚ وَٱللَّهُ يَخۡتَصُّ بِرَحۡمَتِهِۦ مَن يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ ذُو ٱلۡفَضۡلِ ٱلۡعَظِيمِ 105

De ongelovigen onder de mensen van het Boek en de veelgodenaanbidders wensen niet dat jullie iets goeds van jullie Heer neergezonden krijgen. Maar Allah kiest voor Zijn genade wie Hij wil. En Allah is de Bezitter van grote Genade.

۞مَا نَنسَخۡ مِنۡ ءَايَةٍ أَوۡ نُنسِهَا نَأۡتِ بِخَيۡرٖ مِّنۡهَآ أَوۡ مِثۡلِهَآۗ أَلَمۡ تَعۡلَمۡ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٌ 106

Van elk Vers dat Wij teniet" doen of doen vergeten: Wij brengen er iets beters voor in de plaats. Weten jullie niet dat Allah in staat is om alles te doen?

أَلَمۡ تَعۡلَمۡ أَنَّ ٱللَّهَ لَهُۥ مُلۡكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۗ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِن وَلِيّٖ وَلَا نَصِيرٍ 107

Weten jullie niet dat het Allah is, Die het domein van de hemelen en de aarde bezit? En naast Allah hebben jullie geen voogd of helper.

أَمۡ تُرِيدُونَ أَن تَسۡـَٔلُواْ رَسُولَكُمۡ كَمَا سُئِلَ مُوسَىٰ مِن قَبۡلُۗ وَمَن يَتَبَدَّلِ ٱلۡكُفۡرَ بِٱلۡإِيمَٰنِ فَقَدۡ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ 108

Of willen jullie je Boodschapper ondervragen zoals Mozes hiervoor ondervraagd is? En degene die het geloof in ongeloof verandert, is waarlijk van het Rechte Pad afgedwaald.

وَدَّ كَثِيرٞ مِّنۡ أَهۡلِ ٱلۡكِتَٰبِ لَوۡ يَرُدُّونَكُم مِّنۢ بَعۡدِ إِيمَٰنِكُمۡ كُفَّارًا حَسَدٗا مِّنۡ عِندِ أَنفُسِهِم مِّنۢ بَعۡدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُمُ ٱلۡحَقُّۖ فَٱعۡفُواْ وَٱصۡفَحُواْ حَتَّىٰ يَأۡتِيَ ٱللَّهُ بِأَمۡرِهِۦٓۗ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 109

Veel mensen van het Boek wensen dat zij jullie tot het ongeloof kunnen brengen nadat jullie geloofd hebben, uit afgunst die onder hen leeft, zelfs nadat de Waarheid hen duidelijk geworden is. Maar vergeef hen en let er niet op totdat Allah Zijn bevelen geeft. Waarlijk, Allah is tot alles in staat.

وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُواْ ٱلزَّكَوٰةَۚ وَمَا تُقَدِّمُواْ لِأَنفُسِكُم مِّنۡ خَيۡرٖ تَجِدُوهُ عِندَ ٱللَّهِۗ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرٞ 110

En onderhoudt de gebeden en geef zakaat en het goede dat jullie naar voren sturen voor jullie zelf, zullen jullie bij Allah vinden. Voorwaar Allah is de Alziende van wat jullie doen.

وَقَالُواْ لَن يَدۡخُلَ ٱلۡجَنَّةَ إِلَّا مَن كَانَ هُودًا أَوۡ نَصَٰرَىٰۗ تِلۡكَ أَمَانِيُّهُمۡۗ قُلۡ هَاتُواْ بُرۡهَٰنَكُمۡ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 111

En zij zeggen: “Niemand zal het Paradijs binnentreden behalve wie Jood of Christen was.” Dat zijn hun eigen wensen. Zeg: “Geef bewijs als jullie waarachtig zijn.”

بَلَىٰۚ مَنۡ أَسۡلَمَ وَجۡهَهُۥ لِلَّهِ وَهُوَ مُحۡسِنٞ فَلَهُۥٓ أَجۡرُهُۥ عِندَ رَبِّهِۦ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 112

Inderdaad! Eénieder die (zichzelf) in volle overgave aan Allah onderwerpt en een moehsin is, zal zijn beloning bij zijn Heer aantreffen. Zij zullen niet vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.

وَقَالَتِ ٱلۡيَهُودُ لَيۡسَتِ ٱلنَّصَٰرَىٰ عَلَىٰ شَيۡءٖ وَقَالَتِ ٱلنَّصَٰرَىٰ لَيۡسَتِ ٱلۡيَهُودُ عَلَىٰ شَيۡءٖ وَهُمۡ يَتۡلُونَ ٱلۡكِتَٰبَۗ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعۡلَمُونَ مِثۡلَ قَوۡلِهِمۡۚ فَٱللَّهُ يَحۡكُمُ بَيۡنَهُمۡ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِ فِيمَا كَانُواْ فِيهِ يَخۡتَلِفُونَ 113

De Joden zeggen dat de Christenen niets volgen en de Christenen zeggen dat de Joden niets volgen hoewel zij de geschriften reciteren. Hetzelfde zeggen (de heidenen), die het niet weten. Allah zal op de Dag der Opstanding onder hen oordelen over datgene waarin zij van mening verschillen.

وَمَنۡ أَظۡلَمُ مِمَّن مَّنَعَ مَسَٰجِدَ ٱللَّهِ أَن يُذۡكَرَ فِيهَا ٱسۡمُهُۥ وَسَعَىٰ فِي خَرَابِهَآۚ أُوْلَـٰٓئِكَ مَا كَانَ لَهُمۡ أَن يَدۡخُلُوهَآ إِلَّا خَآئِفِينَۚ لَهُمۡ فِي ٱلدُّنۡيَا خِزۡيٞ وَلَهُمۡ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٞ 114

En wie is er onrechtvaardiger dan degenen die verbieden dat Allah’s Naam verheerlijkt en genoemd wordt in Allah’s moskeeën en deze trachten te vernietigen? Zij "behoren deze niet binnen te gaan, behalve als vrezenden. Er is schande over hen in deze wereld en zij zullen een grote bestraffing krijgen in het Hiernamaals.

وَلِلَّهِ ٱلۡمَشۡرِقُ وَٱلۡمَغۡرِبُۚ فَأَيۡنَمَا تُوَلُّواْ فَثَمَّ وَجۡهُ ٱللَّهِۚ إِنَّ ٱللَّهَ وَٰسِعٌ عَلِيمٞ 115

En aan Allah behoort het Oosten en het Westen, dus waar jullie je ook wenden, daar is het Aangezicht van Allah. Allah is Alomvattend, Alwetend.

وَقَالُواْ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدٗاۗ سُبۡحَٰنَهُۥۖ بَل لَّهُۥ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۖ كُلّٞ لَّهُۥ قَٰنِتُونَ 116

En zij zeggen: “Allah heeft een zoon gekregen. Verheerlijkt is Hij. Nee! Aan Hem behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is en allen onderwerpen zich in gehoorzaamheid aan Hem.

بَدِيعُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۖ وَإِذَا قَضَىٰٓ أَمۡرٗا فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ 117

Als de Voortbrenger van de hemelen en de aarde tot iets besluit, zegt Hij slechts: “Wees” en het is.

وَقَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعۡلَمُونَ لَوۡلَا يُكَلِّمُنَا ٱللَّهُ أَوۡ تَأۡتِينَآ ءَايَةٞۗ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِهِم مِّثۡلَ قَوۡلِهِمۡۘ تَشَٰبَهَتۡ قُلُوبُهُمۡۗ قَدۡ بَيَّنَّا ٱلۡأٓيَٰتِ لِقَوۡمٖ يُوقِنُونَ 118

En degenen die geen kennis hebben zeggen: “Waarom spreekt Allah niet tot ons of waarom komt er geen teken tot ons?” Zo spraken ook degenen die vόόr hen waren. Hun harten zijn hetzelfde, Wij hebben beslist de Tekenen duidelijk gemaakt aan een overtuigd volk.

إِنَّآ أَرۡسَلۡنَٰكَ بِٱلۡحَقِّ بَشِيرٗا وَنَذِيرٗاۖ وَلَا تُسۡـَٔلُ عَنۡ أَصۡحَٰبِ ٱلۡجَحِيمِ 119

Waarlijk, Wij hebben jou (Mohammed) met de Waarheid gestuurd, als een brenger van goed nieuws en als een waarschuwer. En jij zult niet ondervraagd worden over de bewoners van het laaiende vuur.

وَلَن تَرۡضَىٰ عَنكَ ٱلۡيَهُودُ وَلَا ٱلنَّصَٰرَىٰ حَتَّىٰ تَتَّبِعَ مِلَّتَهُمۡۗ قُلۡ إِنَّ هُدَى ٱللَّهِ هُوَ ٱلۡهُدَىٰۗ وَلَئِنِ ٱتَّبَعۡتَ أَهۡوَآءَهُم بَعۡدَ ٱلَّذِي جَآءَكَ مِنَ ٱلۡعِلۡمِ مَا لَكَ مِنَ ٱللَّهِ مِن وَلِيّٖ وَلَا نَصِيرٍ 120

En de de Joden en de Christenen zullen nooit behagen in jou vinden, totdat je hun godsdienst zal volgen. Zeg: “Waarlijk de Leiding van Allah, is de enige leiding. En als jij hun wensen volgt, nadat de kennis tot jou is gekomen, dan zal er voor jou tegen Allah noch een ‘beschermer’ noch een ‘helper’ zijn.

ٱلَّذِينَ ءَاتَيۡنَٰهُمُ ٱلۡكِتَٰبَ يَتۡلُونَهُۥ حَقَّ تِلَاوَتِهِۦٓ أُوْلَـٰٓئِكَ يُؤۡمِنُونَ بِهِۦۗ وَمَن يَكۡفُرۡ بِهِۦ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡخَٰسِرُونَ 121

Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, reciteren het zoals het gereciteerd behoort te worden. Zij zijn degenen die erin geloven. En degenen die er niet in geloven, dat zijn degenen die de verliezers zijn.

يَٰبَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتِيَ ٱلَّتِيٓ أَنۡعَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ وَأَنِّي فَضَّلۡتُكُمۡ عَلَى ٱلۡعَٰلَمِينَ 122

O Kinderen van Israël, gedenk Mijn gunst die Ik jullie heb verleend en dat Ik aan jullie boven alle wereldwezens de voorkeur" gaf.

وَٱتَّقُواْ يَوۡمٗا لَّا تَجۡزِي نَفۡسٌ عَن نَّفۡسٖ شَيۡـٔٗا وَلَا يُقۡبَلُ مِنۡهَا عَدۡلٞ وَلَا تَنفَعُهَا شَفَٰعَةٞ وَلَا هُمۡ يُنصَرُونَ 123

En vrees de Dag (des Oordeels) waarop geen mens iets voor een ander kan betekenen en er geen losprijs van haar aanvaard zal worden en geen voorspraak zal hem baten. En hulp (tegen de bestraffing) zal er nooit komen.

۞وَإِذِ ٱبۡتَلَىٰٓ إِبۡرَٰهِـۧمَ رَبُّهُۥ بِكَلِمَٰتٖ فَأَتَمَّهُنَّۖ قَالَ إِنِّي جَاعِلُكَ لِلنَّاسِ إِمَامٗاۖ قَالَ وَمِن ذُرِّيَّتِيۖ قَالَ لَا يَنَالُ عَهۡدِي ٱلظَّـٰلِمِينَ 124

En (gedenk) dat de Heer van Abraham hem met enige bevelen beproefde, welke hij vervulde. Hij (Allah) zei (tot hem): “Waarlijk, Ik zal jou voor de mensheid tot een leider maken.” Abraham zei: “En ook van mijn nageslacht?” Allah zei: “Mijn verbond (profeetschap) omvat de onrechtplegers niet.

وَإِذۡ جَعَلۡنَا ٱلۡبَيۡتَ مَثَابَةٗ لِّلنَّاسِ وَأَمۡنٗا وَٱتَّخِذُواْ مِن مَّقَامِ إِبۡرَٰهِـۧمَ مُصَلّٗىۖ وَعَهِدۡنَآ إِلَىٰٓ إِبۡرَٰهِـۧمَ وَإِسۡمَٰعِيلَ أَن طَهِّرَا بَيۡتِيَ لِلطَّآئِفِينَ وَٱلۡعَٰكِفِينَ وَٱلرُّكَّعِ ٱلسُّجُودِ 125

En (gedenk) dat Wij het Huis (de Ka’ba in Mekka) tot een plaats van toevlucht en tot een veilige plaats gemaakt hebben. En neem voor jouw (mensen) de plek van Abraham als een gebedsplaats en Wij hebben Abraham en Ismaël bevolen dat zij Mijn huis moeten reinigen voor degenen die daar om heen lopen of daar verblijven of daar buigen en neerknielen.

وَإِذۡ قَالَ إِبۡرَٰهِـۧمُ رَبِّ ٱجۡعَلۡ هَٰذَا بَلَدًا ءَامِنٗا وَٱرۡزُقۡ أَهۡلَهُۥ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ مَنۡ ءَامَنَ مِنۡهُم بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِۚ قَالَ وَمَن كَفَرَ فَأُمَتِّعُهُۥ قَلِيلٗا ثُمَّ أَضۡطَرُّهُۥٓ إِلَىٰ عَذَابِ ٱلنَّارِۖ وَبِئۡسَ ٱلۡمَصِيرُ 126

En (gedenk) toen Abraham bad: “Mijn Heer, maak van deze stad een veilige plaats en voorzie haar bevolking, die in Allah en de Laatste Dag geloven, van vruchten.” Hij antwoordde: “De ongelovigen zal Ik een tijdje tevredenheid geven en dan zal Ik hen aan de bestraffing van de Hel onderwerpen, en dat is zeker de ergste bestemming.”

وَإِذۡ يَرۡفَعُ إِبۡرَٰهِـۧمُ ٱلۡقَوَاعِدَ مِنَ ٱلۡبَيۡتِ وَإِسۡمَٰعِيلُ رَبَّنَا تَقَبَّلۡ مِنَّآۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلسَّمِيعُ ٱلۡعَلِيمُ 127

En (gedenk) toen Abraham en (zijn zoon Ismaël) de funderingen van het huis (de Ka’ba in Mekka) legden (zeggende): “Onze Heer, accepteer (deze dienst) van ons. Waarlijk! U bent de Alhorende, de Alwetende.

رَبَّنَا وَٱجۡعَلۡنَا مُسۡلِمَيۡنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَآ أُمَّةٗ مُّسۡلِمَةٗ لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبۡ عَلَيۡنَآۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ 128

Onze Heer! En laat ons aan U onderwerpen en ons nageslacht een natie van degenen zijn die zich aan U onderwerpen en onderwijs ons de rituelen van de Hadj en accepteer ons berouw. Waarlijk U bent de Meest Berouwaanvaardende, de "Genadevolle.

رَبَّنَا وَٱبۡعَثۡ فِيهِمۡ رَسُولٗا مِّنۡهُمۡ يَتۡلُواْ عَلَيۡهِمۡ ءَايَٰتِكَ وَيُعَلِّمُهُمُ ٱلۡكِتَٰبَ وَٱلۡحِكۡمَةَ وَيُزَكِّيهِمۡۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلۡحَكِيمُ 129

Onze Heer! Stuur onder hen een Boodschapper van hun (eigen volk), die hun Uw verzen zal reciteren en hen in het Boek (de Koran) en volledige kennis van de islamitische wet en jurisprudentie zal onderrichten en hen reinigt. Waarlijk! U bent de Almachtige, de Alwijze.

وَمَن يَرۡغَبُ عَن مِّلَّةِ إِبۡرَٰهِـۧمَ إِلَّا مَن سَفِهَ نَفۡسَهُۥۚ وَلَقَدِ ٱصۡطَفَيۡنَٰهُ فِي ٱلدُّنۡيَاۖ وَإِنَّهُۥ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ لَمِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ 130

En wie keert zich af van de godsdienst van Abraham, anders dan wie zichzelf voor de gek houdt? Waarlijk, Wij hebben hem in deze wereld uitgekozen en waarlijk, in het Hiernamaals zal hij onder de rechtvaardigen zijn.

إِذۡ قَالَ لَهُۥ رَبُّهُۥٓ أَسۡلِمۡۖ قَالَ أَسۡلَمۡتُ لِرَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ 131

Toen zijn Heer tegen hem zei: “Onderwerp jezelf (aan Mij)!” zei hij: “Ik heb mij onderworpen aan de Heer der Werelden.”

وَوَصَّىٰ بِهَآ إِبۡرَٰهِـۧمُ بَنِيهِ وَيَعۡقُوبُ يَٰبَنِيَّ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصۡطَفَىٰ لَكُمُ ٱلدِّينَ فَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسۡلِمُونَ 132

En dit was door Abraham aan zijn zonen opgelegd (en dat deed) Jacob (ook, zeggende): “O mijn zonen! Allah heeft voor jullie de ware godsdienst uitgekozen en sterf niet tenzij je moslim bent.”

أَمۡ كُنتُمۡ شُهَدَآءَ إِذۡ حَضَرَ يَعۡقُوبَ ٱلۡمَوۡتُ إِذۡ قَالَ لِبَنِيهِ مَا تَعۡبُدُونَ مِنۢ بَعۡدِيۖ قَالُواْ نَعۡبُدُ إِلَٰهَكَ وَإِلَٰهَ ءَابَآئِكَ إِبۡرَٰهِـۧمَ وَإِسۡمَٰعِيلَ وَإِسۡحَٰقَ إِلَٰهٗا وَٰحِدٗا وَنَحۡنُ لَهُۥ مُسۡلِمُونَ 133

Of waren jullie getuigen toen Jacob de dood nabij was? Toen hij tegen zijn zonen zei: “Wat zullen jullie na mij aanbidden?” Zij zeiden: “Wij zullen jouw God aanbidden, de God van jouw vaderen, Abraham, Ismaël en Isaac, Eén God en aan Hem onderwerpen wij ons.”

تِلۡكَ أُمَّةٞ قَدۡ خَلَتۡۖ لَهَا مَا كَسَبَتۡ وَلَكُم مَّا كَسَبۡتُمۡۖ وَلَا تُسۡـَٔلُونَ عَمَّا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ 134

Dat was een natie die nu uitgestorven is. Zij zullen de beloning krijgen van wat zij verdiend hebben en jullie van wat jullie verdiend hebben. En jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij gewoonlijk deden.

وَقَالُواْ كُونُواْ هُودًا أَوۡ نَصَٰرَىٰ تَهۡتَدُواْۗ قُلۡ بَلۡ مِلَّةَ إِبۡرَٰهِـۧمَ حَنِيفٗاۖ وَمَا كَانَ مِنَ ٱلۡمُشۡرِكِينَ 135

En zij zeggen: “Wordt Jood of Christen, dan zullen jullie geleid zijn.” Zeg: “Nee (wij volgen) de godsdienst van Abraham, die ‘Hanifan’ (rechtzinnig) was en hij was nooit onder degenen die deelgenoten aan Allah toekenden!”

قُولُوٓاْ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيۡنَا وَمَآ أُنزِلَ إِلَىٰٓ إِبۡرَٰهِـۧمَ وَإِسۡمَٰعِيلَ وَإِسۡحَٰقَ وَيَعۡقُوبَ وَٱلۡأَسۡبَاطِ وَمَآ أُوتِيَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَمَآ أُوتِيَ ٱلنَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمۡ لَا نُفَرِّقُ بَيۡنَ أَحَدٖ مِّنۡهُمۡ وَنَحۡنُ لَهُۥ مُسۡلِمُونَ 136

Zeg: “Wij geloven in Allah en datgene wat Hij aan ons neergezonden heeft en dat wat aan Abraham, Ismael, Isaac en de stammen is gegeven en dat wat aan Mozes gegeven is en aan Jezus, en dat wat er is gegeven van hun Heer aan de Profeten. Wij maken geen onderscheid tussen hen en aan Hem hebben wij ons onderworpen.”

فَإِنۡ ءَامَنُواْ بِمِثۡلِ مَآ ءَامَنتُم بِهِۦ فَقَدِ ٱهۡتَدَواْۖ وَّإِن تَوَلَّوۡاْ فَإِنَّمَا هُمۡ فِي شِقَاقٖۖ فَسَيَكۡفِيكَهُمُ ٱللَّهُۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلۡعَلِيمُ 137

En als zij (de mensen van het boek, zowel de Joden als de Christenen) geloven in hetzelfde als waarin jullie geloven, dan (pas) zijn zij rechtgeleid. Maar als zij zich afwenden, dan zijn zij het die de vijandschap (jegens jullie) verkeren. Allah (belooft) dat Hij voor jullie voldoende zal zijn tegen hen (die zich vijandig opstellen tegenover de waarheid waarmee Mohammed is gekomen). En Hij is de Alhorende, de Alwetende.

صِبۡغَةَ ٱللَّهِ وَمَنۡ أَحۡسَنُ مِنَ ٱللَّهِ صِبۡغَةٗۖ وَنَحۡنُ لَهُۥ عَٰبِدُونَ 138

Neem de godsdienst van Allah en welke godsdienst is beter dan die van Allah? En wij zijn Zijn aanbidders.

قُلۡ أَتُحَآجُّونَنَا فِي ٱللَّهِ وَهُوَ رَبُّنَا وَرَبُّكُمۡ وَلَنَآ أَعۡمَٰلُنَا وَلَكُمۡ أَعۡمَٰلُكُمۡ وَنَحۡنُ لَهُۥ مُخۡلِصُونَ 139

Zeg: “Redetwisten jullie met ons over Allah terwijl Hij onze Heer en jullie Heer is? En wij zullen voor onze daden beloond worden en jullie voor jullie daden. En wij zijn in onze aanbidding en gehoorzaamheid voor Hem oprecht.

أَمۡ تَقُولُونَ إِنَّ إِبۡرَٰهِـۧمَ وَإِسۡمَٰعِيلَ وَإِسۡحَٰقَ وَيَعۡقُوبَ وَٱلۡأَسۡبَاطَ كَانُواْ هُودًا أَوۡ نَصَٰرَىٰۗ قُلۡ ءَأَنتُمۡ أَعۡلَمُ أَمِ ٱللَّهُۗ وَمَنۡ أَظۡلَمُ مِمَّن كَتَمَ شَهَٰدَةً عِندَهُۥ مِنَ ٱللَّهِۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُونَ 140

Of zeggen jullie dat Abraham, Ismaël, Isaac, Jacob en de stammen Joden en Christenen waren? Zeg: “Weten jullie het beter of (weet) Allah (het beter)? En wie is onrechtvaardiger dan degene die de getuigenis die hij van Allah heeft gekregen verbergt? En Allah is niet onachtzaam van wat jullie doen.”

تِلۡكَ أُمَّةٞ قَدۡ خَلَتۡۖ لَهَا مَا كَسَبَتۡ وَلَكُم مَّا كَسَبۡتُمۡۖ وَلَا تُسۡـَٔلُونَ عَمَّا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ 141

Dat is een volk dat uitgestorven is. Zij zullen de beloning krijgen die zij verdienden, en jullie zullen krijgen wat jullie verdienden. En jullie zullen niet ondervraagd worden wat zij deden. ۞

۞سَيَقُولُ ٱلسُّفَهَآءُ مِنَ ٱلنَّاسِ مَا وَلَّىٰهُمۡ عَن قِبۡلَتِهِمُ ٱلَّتِي كَانُواْ عَلَيۡهَاۚ قُل لِّلَّهِ ٱلۡمَشۡرِقُ وَٱلۡمَغۡرِبُۚ يَهۡدِي مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٖ مُّسۡتَقِيمٖ 142

De dwazen onder het volk zullen zeggen: “Wat heeft hen zich doen afwenden van hun Qibla (gebedsrichting), waartoe zij zich gewend waren te richten?” Zeg: “Aan Allah behoort zowel het Oosten als het Westen toe, Hij leidt wie Hij wil op het rechte Pad.”

وَكَذَٰلِكَ جَعَلۡنَٰكُمۡ أُمَّةٗ وَسَطٗا لِّتَكُونُواْ شُهَدَآءَ عَلَى ٱلنَّاسِ وَيَكُونَ ٱلرَّسُولُ عَلَيۡكُمۡ شَهِيدٗاۗ وَمَا جَعَلۡنَا ٱلۡقِبۡلَةَ ٱلَّتِي كُنتَ عَلَيۡهَآ إِلَّا لِنَعۡلَمَ مَن يَتَّبِعُ ٱلرَّسُولَ مِمَّن يَنقَلِبُ عَلَىٰ عَقِبَيۡهِۚ وَإِن كَانَتۡ لَكَبِيرَةً إِلَّا عَلَى ٱلَّذِينَ هَدَى ٱللَّهُۗ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَٰنَكُمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِٱلنَّاسِ لَرَءُوفٞ رَّحِيمٞ 143

Dus hebben Wij van jullie een rechtvaardig volk gemaakt (de oemmah van Mohammed), opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensheid en opdat de Boodschapper een getuige zal zijn voor jullie. En We hebben de gebedsrichting richting Jeruzalem slechts gemaakt om degenen die de Boodschapper volgen te onderscheiden van degenen die zich op hun hielen omdraaien te beproeven. Waarlijk, het (de verandering van de Qibla) was zwaar, behalve voor degenen die Allah heeft geleid. En Allah zal jullie geloof nooit verloren laten gaan. Waarlijk, Allah is vol vriendelijkheid, de Meest Genadevolle voor de mensheid.

قَدۡ نَرَىٰ تَقَلُّبَ وَجۡهِكَ فِي ٱلسَّمَآءِۖ فَلَنُوَلِّيَنَّكَ قِبۡلَةٗ تَرۡضَىٰهَاۚ فَوَلِّ وَجۡهَكَ شَطۡرَ ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِۚ وَحَيۡثُ مَا كُنتُمۡ فَوَلُّواْ وُجُوهَكُمۡ شَطۡرَهُۥۗ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ لَيَعۡلَمُونَ أَنَّهُ ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّهِمۡۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا يَعۡمَلُونَ 144

Waarlijk! Wij hebben gezien dat jij je gezicht naar de hemel toekeerde. Zeker, Wij zullen je tot een gebedsrichting laten keren waar je tevreden over bent, richt je gezicht dus in de richting van de Masdjied al-Haram. En waar jullie je ook bevinden, wendt jullie gezichten in die richting. Waarlijk de mensen die het Schrift is gegeven, weten goed wat de Waarheid van hun Heer is. En Allah is niet onachtzaam van wat jullie doen.

وَلَئِنۡ أَتَيۡتَ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ بِكُلِّ ءَايَةٖ مَّا تَبِعُواْ قِبۡلَتَكَۚ وَمَآ أَنتَ بِتَابِعٖ قِبۡلَتَهُمۡۚ وَمَا بَعۡضُهُم بِتَابِعٖ قِبۡلَةَ بَعۡضٖۚ وَلَئِنِ ٱتَّبَعۡتَ أَهۡوَآءَهُم مِّنۢ بَعۡدِ مَا جَآءَكَ مِنَ ٱلۡعِلۡمِ إِنَّكَ إِذٗا لَّمِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 145

En zelfs als je de mensen van het Boek alle Tekenen brengt, dan nog zullen ze jouw gebedsrichting niet volgen, noch zal jij hun gebedsrichting volgen en zij volgen ook niet elkaars gebedsrichting. En als jij hun wensen had gevolgt, nadat je kennis hebt gekregen dan zou jij zeker tot de onrechtplegers behoren.

ٱلَّذِينَ ءَاتَيۡنَٰهُمُ ٱلۡكِتَٰبَ يَعۡرِفُونَهُۥ كَمَا يَعۡرِفُونَ أَبۡنَآءَهُمۡۖ وَإِنَّ فَرِيقٗا مِّنۡهُمۡ لَيَكۡتُمُونَ ٱلۡحَقَّ وَهُمۡ يَعۡلَمُونَ 146

Degenen die Wij het Schrift hebben gegeven kennen hem (Mohammed) zoals zij hun zonen kennen, waarlijk een deel van hen bedekt de Waarheid terwijl zij die kennen.

ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلۡمُمۡتَرِينَ 147

Dit is de Waarheid van jullie Heer. Behoor dus niet bij degenen die twijfelen.

وَلِكُلّٖ وِجۡهَةٌ هُوَ مُوَلِّيهَاۖ فَٱسۡتَبِقُواْ ٱلۡخَيۡرَٰتِۚ أَيۡنَ مَا تَكُونُواْ يَأۡتِ بِكُمُ ٱللَّهُ جَمِيعًاۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 148

Voor ieder volk is een richting waar zij hun gezicht tot wenden. Haast jullie dus tot al wat goed is. Waar jullie ook zijn, Allah zal jullie samenbrengen. Waarlijk Allah is tot alle dingen in staat.

وَمِنۡ حَيۡثُ خَرَجۡتَ فَوَلِّ وَجۡهَكَ شَطۡرَ ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِۖ وَإِنَّهُۥ لَلۡحَقُّ مِن رَّبِّكَۗ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعۡمَلُونَ 149

En waar u uw gebeden ook begint, wendt uw gezicht in de richting van de Masdjied al-Haram, dat is zeker de waarheid van uw Heer. En Allah is niet onachtzaam van wat jullie doen.

وَمِنۡ حَيۡثُ خَرَجۡتَ فَوَلِّ وَجۡهَكَ شَطۡرَ ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِۚ وَحَيۡثُ مَا كُنتُمۡ فَوَلُّواْ وُجُوهَكُمۡ شَطۡرَهُۥ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَيۡكُمۡ حُجَّةٌ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُواْ مِنۡهُمۡ فَلَا تَخۡشَوۡهُمۡ وَٱخۡشَوۡنِي وَلِأُتِمَّ نِعۡمَتِي عَلَيۡكُمۡ وَلَعَلَّكُمۡ تَهۡتَدُونَ 150

En waar jij je gebeden ook begint, wend je gezicht in de richting van de Masdjied al-Haram en waar jullie ook zijn, richt jullie er naartoe, zodat de mensen geen argumenten tegen jullie hebben, behalve degenen die zondaren zijn, vrees hen dus niet maar vrees Mij, opdat Ik Mijn gunst aan jullie zal vervolmaken. En hopelijk zullen jullie rechte Leiding volgen.

كَمَآ أَرۡسَلۡنَا فِيكُمۡ رَسُولٗا مِّنكُمۡ يَتۡلُواْ عَلَيۡكُمۡ ءَايَٰتِنَا وَيُزَكِّيكُمۡ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱلۡكِتَٰبَ وَٱلۡحِكۡمَةَ وَيُعَلِّمُكُم مَّا لَمۡ تَكُونُواْ تَعۡلَمُونَ 151

Zoals Wij een Boodschapper uit jullie midden zonden, die aan jullie Onze verzen reciteert, die jullie reinigt en jullie het Boek en de Wijsheid onderwijst en jullie leert wat jullie niet weten.

فَٱذۡكُرُونِيٓ أَذۡكُرۡكُمۡ وَٱشۡكُرُواْ لِي وَلَا تَكۡفُرُونِ 152

Gedenk Mij (in jullie gebeden) daarom, dan zal Ik jullie gedenken, en wees Mij dankbaar (voor de gunsten door gehoorzaamheid) en wees Mij niet ondankbaar (door zondigheid).

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱسۡتَعِينُواْ بِٱلصَّبۡرِ وَٱلصَّلَوٰةِۚ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ 153

O jij die gelooft! Zoek hulp met geduld en gebed. Waarlijk. Allah is met de geduldigen.

وَلَا تَقُولُواْ لِمَن يُقۡتَلُ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمۡوَٰتُۢۚ بَلۡ أَحۡيَآءٞ وَلَٰكِن لَّا تَشۡعُرُونَ 154

En zeg niet van degenen die op Allah’s weg zijn gedood: “Zij zijn dood.” Nee, zij leven, maar jullie beseffen (het) niet.

وَلَنَبۡلُوَنَّكُم بِشَيۡءٖ مِّنَ ٱلۡخَوۡفِ وَٱلۡجُوعِ وَنَقۡصٖ مِّنَ ٱلۡأَمۡوَٰلِ وَٱلۡأَنفُسِ وَٱلثَّمَرَٰتِۗ وَبَشِّرِ ٱلصَّـٰبِرِينَ 155

En waarlijk, Wij zullen jullie beproeven met iets van vrees en honger; (maar ook) verlies van rijkdommen, levens (tijdens veldslagen, de dood en ziektes) en vruchten (die voortvloeien uit jullie arbeid). Maar verkondig blijde tijdingen (van het Paradijs) aan de geduldigen,

ٱلَّذِينَ إِذَآ أَصَٰبَتۡهُم مُّصِيبَةٞ قَالُوٓاْ إِنَّا لِلَّهِ وَإِنَّآ إِلَيۡهِ رَٰجِعُونَ 156

En als zij door een (beproevende) ramp worden getroffen, zeggen zij: “Waarlijk, het is aan Allah dat wij toebehoren (dus doet Hij met ons wat Hij wenst) en het is tot Hem dat wij zullen terugkeren (in het Hiernamaals).”

أُوْلَـٰٓئِكَ عَلَيۡهِمۡ صَلَوَٰتٞ مِّن رَّبِّهِمۡ وَرَحۡمَةٞۖ وَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡمُهۡتَدُونَ 157

Zij zijn degenen aan wie vergiffenis word geschonken door hun Heer, en die Zijn Genade (en gunsten) ontvangen. Zij zijn de rechtgeleiden.

۞إِنَّ ٱلصَّفَا وَٱلۡمَرۡوَةَ مِن شَعَآئِرِ ٱللَّهِۖ فَمَنۡ حَجَّ ٱلۡبَيۡتَ أَوِ ٱعۡتَمَرَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡهِ أَن يَطَّوَّفَ بِهِمَاۚ وَمَن تَطَوَّعَ خَيۡرٗا فَإِنَّ ٱللَّهَ شَاكِرٌ عَلِيمٌ 158

Waarlijk! Shafā en Marwah behoren tot de aan Allah gewijde Tekenen. Wie dan de Hadj of Omra verricht naar het Huis (de Ka’bah); het is geen zonde als hij tussen beide (Shafā en Marwah) loopt (tijdens de Sa’i). En ieder die vrijwillig goed doet, dan waarlijk, Allah is de Herkenner van alles, de Alwetende.

إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكۡتُمُونَ مَآ أَنزَلۡنَا مِنَ ٱلۡبَيِّنَٰتِ وَٱلۡهُدَىٰ مِنۢ بَعۡدِ مَا بَيَّنَّـٰهُ لِلنَّاسِ فِي ٱلۡكِتَٰبِ أُوْلَـٰٓئِكَ يَلۡعَنُهُمُ ٱللَّهُ وَيَلۡعَنُهُمُ ٱللَّـٰعِنُونَ 159

Waarlijk, degenen die duidelijke bewijzen verhullen, en de aanwijzingen en de Leiding die Wij hebben neergezonden, nadat Wij het voor de mensen in het Boek duidelijk hebben gemaakt, zij zijn degenen die Allah vervloekt en vervloekt worden door de vervloekers.

إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُواْ وَأَصۡلَحُواْ وَبَيَّنُواْ فَأُوْلَـٰٓئِكَ أَتُوبُ عَلَيۡهِمۡ وَأَنَا ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ 160

Behalve degenen die berouw hebben getoond en zich beteren en openlijk de Waarheid verklaren. Van deze zal Ik het berouw aanvaarden. En Ik ben degene Die het berouw aanvaard, de Genadevolle.

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ وَمَاتُواْ وَهُمۡ كُفَّارٌ أُوْلَـٰٓئِكَ عَلَيۡهِمۡ لَعۡنَةُ ٱللَّهِ وَٱلۡمَلَـٰٓئِكَةِ وَٱلنَّاسِ أَجۡمَعِينَ 161

Waarlijk, degenen die ongelovig zijn en sterven als zij ongelovig zijn, op hen ligt de vloek van Allah en van de engelen en mensheid samen.

خَٰلِدِينَ فِيهَا لَا يُخَفَّفُ عَنۡهُمُ ٱلۡعَذَابُ وَلَا هُمۡ يُنظَرُونَ 162

Zij zullen daarin verblijven (onder de vervloeking van de Hel) en hun bestraffing zal niet verlicht worden, noch zal hun uitstel worden verleend.

وَإِلَٰهُكُمۡ إِلَٰهٞ وَٰحِدٞۖ لَّآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلرَّحۡمَٰنُ ٱلرَّحِيمُ 163

En jullie god is één God, er is geen god buiten Hem die het recht tot aanbidding heeft behalve Hij, de Barmhartigste, de Genadevolle.

إِنَّ فِي خَلۡقِ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَٱخۡتِلَٰفِ ٱلَّيۡلِ وَٱلنَّهَارِ وَٱلۡفُلۡكِ ٱلَّتِي تَجۡرِي فِي ٱلۡبَحۡرِ بِمَا يَنفَعُ ٱلنَّاسَ وَمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مِن مَّآءٖ فَأَحۡيَا بِهِ ٱلۡأَرۡضَ بَعۡدَ مَوۡتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِن كُلِّ دَآبَّةٖ وَتَصۡرِيفِ ٱلرِّيَٰحِ وَٱلسَّحَابِ ٱلۡمُسَخَّرِ بَيۡنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلۡأَرۡضِ لَأٓيَٰتٖ لِّقَوۡمٖ يَعۡقِلُونَ 164

Waarlijk! In de schepping van de hemelen en de aarde, in de afwisseling van de nacht en de dag, en de schepen die op zee zeilen en die tot nut van de mensheid zijn, en het water dat Allah uit de hemel neerzendt waarmee Hij de" aarde tot leven brengt, na haar dood. En dat Hij daarop allerlei dieren verspreidde, en de besturing van de winden en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker Tekenen voor de mensen met verstand.

وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَتَّخِذُ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَندَادٗا يُحِبُّونَهُمۡ كَحُبِّ ٱللَّهِۖ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَشَدُّ حُبّٗا لِّلَّهِۗ وَلَوۡ يَرَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُوٓاْ إِذۡ يَرَوۡنَ ٱلۡعَذَابَ أَنَّ ٱلۡقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعٗا وَأَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلۡعَذَابِ 165

En van de mensheid zijn er die anderen naast Allah als deelgenoten aannemen. Zij houden van hen zoals zij van Allah houden. Maar degenen die geloven houden meer van Allah. Als degenen die onrecht pleegden zouden weten, wanneer zij de bestraffing zien, (dan zouden zij weten) dat alle macht aan Allah toebehoort en dat Allah streng is in de bestraffing.

إِذۡ تَبَرَّأَ ٱلَّذِينَ ٱتُّبِعُواْ مِنَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُواْ وَرَأَوُاْ ٱلۡعَذَابَ وَتَقَطَّعَتۡ بِهِمُ ٱلۡأَسۡبَابُ 166

Als degenen die gevolgd werden zich los verklaren van degenen die hen volgen; en zij de bestraffing zien, dan zullen alle relaties met hen worden verbroken.

وَقَالَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُواْ لَوۡ أَنَّ لَنَا كَرَّةٗ فَنَتَبَرَّأَ مِنۡهُمۡ كَمَا تَبَرَّءُواْ مِنَّاۗ كَذَٰلِكَ يُرِيهِمُ ٱللَّهُ أَعۡمَٰلَهُمۡ حَسَرَٰتٍ عَلَيۡهِمۡۖ وَمَا هُم بِخَٰرِجِينَ مِنَ ٱلنَّارِ 167

En degenen die volgden zeiden: Was er voor ons nog maar één keer (de gelegenheid om naar de aarde terug te keren), dan zouden wij ons los verklaren van hen, zoals zij zich van ons los verklaarden.” Zo laat Allah hun hun daden zien, als een bron van spijt voor hen. En zij zullen het Vuur nooit verlaten.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ كُلُواْ مِمَّا فِي ٱلۡأَرۡضِ حَلَٰلٗا طَيِّبٗا وَلَا تَتَّبِعُواْ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيۡطَٰنِۚ إِنَّهُۥ لَكُمۡ عَدُوّٞ مُّبِينٌ 168

O jullie mensen! Eet op aarde van al wat toegestaan en gezond is, en treedt niet in de voetstappen van Satan, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

إِنَّمَا يَأۡمُرُكُم بِٱلسُّوٓءِ وَٱلۡفَحۡشَآءِ وَأَن تَقُولُواْ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعۡلَمُونَ 169

Waarlijk, (Satan) beveelt jullie slechts het kwade en onzedelijke, en (wil) dat jullie over Allah zeggen wat jullie niet weten.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّبِعُواْ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُواْ بَلۡ نَتَّبِعُ مَآ أَلۡفَيۡنَا عَلَيۡهِ ءَابَآءَنَآۚ أَوَلَوۡ كَانَ ءَابَآؤُهُمۡ لَا يَعۡقِلُونَ شَيۡـٔٗا وَلَا يَهۡتَدُونَ 170

Als er tegen hen gezegd wordt: “Volg wat Allah heeft neergezonden.” Zeggen zij: “Nee! Wij zullen volgen wat onze vaders gevolgd hebben.” Zelfs al hadden hun vaders in het geheel geen verstand en volgden zij ook de rechte weg niet?

وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ كَمَثَلِ ٱلَّذِي يَنۡعِقُ بِمَا لَا يَسۡمَعُ إِلَّا دُعَآءٗ وَنِدَآءٗۚ صُمُّۢ بُكۡمٌ عُمۡيٞ فَهُمۡ لَا يَعۡقِلُونَ 171

En de gelijkenis van degenen die ongelovig zijn is als de gelijkenis met degene (een herder) die roept naar iets wat niet luistert, behalve naar een roep of een "schreeuw. Zij zijn doof, stom en blind. Daarom begrijpen zij niet.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُلُواْ مِن طَيِّبَٰتِ مَا رَزَقۡنَٰكُمۡ وَٱشۡكُرُواْ لِلَّهِ إِن كُنتُمۡ إِيَّاهُ تَعۡبُدُونَ 172

O jullie die geloven! Eet van de wettige zaken waarmee Wij jullie voorzien hebben en wees Allah dankbaar, als Hij alleen het is Die jullie aanbidden.

إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيۡكُمُ ٱلۡمَيۡتَةَ وَٱلدَّمَ وَلَحۡمَ ٱلۡخِنزِيرِ وَمَآ أُهِلَّ بِهِۦ لِغَيۡرِ ٱللَّهِۖ فَمَنِ ٱضۡطُرَّ غَيۡرَ بَاغٖ وَلَا عَادٖ فَلَآ إِثۡمَ عَلَيۡهِۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٌ 173

Hij heeft slechts voor jullie verboden de dode dieren (het niet-ritueel geslachte), het bloed, het vlees van het varken en dat waarover (bij het slachten) een andere naam dan die van Allah is uitgesproken. Maar wie door nood gedwongen is, zonder dat hij het wenst, noch om de grenzen te overtreden, dan is het voor hem geen zonde. Waarlijk, Allah is de vaak Vergevende, de Genadevolle.

إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكۡتُمُونَ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلۡكِتَٰبِ وَيَشۡتَرُونَ بِهِۦ ثَمَنٗا قَلِيلًا أُوْلَـٰٓئِكَ مَا يَأۡكُلُونَ فِي بُطُونِهِمۡ إِلَّا ٱلنَّارَ وَلَا يُكَلِّمُهُمُ ٱللَّهُ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِ وَلَا يُزَكِّيهِمۡ وَلَهُمۡ عَذَابٌ أَلِيمٌ 174

Waarlijk, degenen die verbergen wat Allah van het Boek heeft neergezonden en een kleine winst daarvan krijgen, vullen hun buiken met niets anders dan vuur. Allah zal op de Dag der Opstanding niet tot hen spreken en Hij zal hen niet reinigen en voor hen is er een pijnlijke bestraffing.

أُوْلَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشۡتَرَوُاْ ٱلضَّلَٰلَةَ بِٱلۡهُدَىٰ وَٱلۡعَذَابَ بِٱلۡمَغۡفِرَةِۚ فَمَآ أَصۡبَرَهُمۡ عَلَى ٱلنَّارِ 175

Zij zijn degenen die de Leiding hebben verruild voor de dwaling en de vergiffenis voor de bestraffing. Hoe dapper zijn zij nu in het vuur!

ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ نَزَّلَ ٱلۡكِتَٰبَ بِٱلۡحَقِّۗ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ ٱخۡتَلَفُواْ فِي ٱلۡكِتَٰبِ لَفِي شِقَاقِۭ بَعِيدٖ 176

Dat is omdat Allah het Boek met de Waarheid heeft neergezonden. En waarlijk degenen die redetwisten over het Boek zijn in grote verdeeldheid.

۞لَّيۡسَ ٱلۡبِرَّ أَن تُوَلُّواْ وُجُوهَكُمۡ قِبَلَ ٱلۡمَشۡرِقِ وَٱلۡمَغۡرِبِ وَلَٰكِنَّ ٱلۡبِرَّ مَنۡ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِ وَٱلۡمَلَـٰٓئِكَةِ وَٱلۡكِتَٰبِ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ وَءَاتَى ٱلۡمَالَ عَلَىٰ حُبِّهِۦ ذَوِي ٱلۡقُرۡبَىٰ وَٱلۡيَتَٰمَىٰ وَٱلۡمَسَٰكِينَ وَٱبۡنَ ٱلسَّبِيلِ وَٱلسَّآئِلِينَ وَفِي ٱلرِّقَابِ وَأَقَامَ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَى ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلۡمُوفُونَ بِعَهۡدِهِمۡ إِذَا عَٰهَدُواْۖ وَٱلصَّـٰبِرِينَ فِي ٱلۡبَأۡسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ وَحِينَ ٱلۡبَأۡسِۗ أُوْلَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ صَدَقُواْۖ وَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡمُتَّقُونَ 177

Het is niet vroomheid dat jullie je gezichten naar het Oosten en (of) het Westen wenden, maar vroomheid is (het niveau) van degene die in Allah gelooft, in de Laatste Dag, de engelen, het Boek, de Profeten en zijn rijkdommen geeft ondanks de liefde daarvoor, aan zijn verwanten, aan de wezen en aan de armen die bedelen en aan de reiziger en aan degenen die daarom vragen en die slaven bevrijden en de gebeden volmaakt verrichten en de zakaat betalen en die hun belofte nakomen nadat zij dat overeengekomen zijn, en die in uitzonderlijke" armoede en tijdens ziekten en gevechten geduldig zijn. Dit zijn de mensen van de Waarheid en zij zijn de godvrezenden.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلۡقِصَاصُ فِي ٱلۡقَتۡلَىۖ ٱلۡحُرُّ بِٱلۡحُرِّ وَٱلۡعَبۡدُ بِٱلۡعَبۡدِ وَٱلۡأُنثَىٰ بِٱلۡأُنثَىٰۚ فَمَنۡ عُفِيَ لَهُۥ مِنۡ أَخِيهِ شَيۡءٞ فَٱتِّبَاعُۢ بِٱلۡمَعۡرُوفِ وَأَدَآءٌ إِلَيۡهِ بِإِحۡسَٰنٖۗ ذَٰلِكَ تَخۡفِيفٞ مِّن رَّبِّكُمۡ وَرَحۡمَةٞۗ فَمَنِ ٱعۡتَدَىٰ بَعۡدَ ذَٰلِكَ فَلَهُۥ عَذَابٌ أَلِيمٞ 178

O jullie die geloven! De (gelijke) vergelding inzake doodslag is jullie voorgeschreven in het geval van moord: een vrije voor een vrije, een slaaf voor een slaaf en een vrouw voor een vrouw. Maar als iemand kwijtschelding van zijn broeder ontvangt, laat het dan gevolgd worden door een redelijke (eis van de eiser) en genoegdoening voor hem op een goede (manier, van de schuldige). Dit is een verlichting en een genade van jullie Heer. Als daarna nog iemand de grenzen overtreedt, zal hij een pijnlijke bestraffing krijgen.

وَلَكُمۡ فِي ٱلۡقِصَاصِ حَيَوٰةٞ يَـٰٓأُوْلِي ٱلۡأَلۡبَٰبِ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ 179

En in de vergelding is (het sparen van) een leven, o mensen van begrip, dat jullie godvrezend zullen worden

كُتِبَ عَلَيۡكُمۡ إِذَا حَضَرَ أَحَدَكُمُ ٱلۡمَوۡتُ إِن تَرَكَ خَيۡرًا ٱلۡوَصِيَّةُ لِلۡوَٰلِدَيۡنِ وَٱلۡأَقۡرَبِينَ بِٱلۡمَعۡرُوفِۖ حَقًّا عَلَى ٱلۡمُتَّقِينَ 180

Het is jullie verplicht wanneer de dood één van jullie nabij is, als hij bezit nalaat, hij op een redelijke manier een testament voor zijn ouders en naaste verwanten maakt. (Dit is) een plicht voor de godvrezenden.

فَمَنۢ بَدَّلَهُۥ بَعۡدَ مَا سَمِعَهُۥ فَإِنَّمَآ إِثۡمُهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ يُبَدِّلُونَهُۥٓۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٞ 181

Als iemand het testament dan verandert, nadat hij het gehoord heeft, zal de zonde zijn bij degenen die de verandering maakten. Waarlijk, Allah is de Alhorende, de Alwetende.

فَمَنۡ خَافَ مِن مُّوصٖ جَنَفًا أَوۡ إِثۡمٗا فَأَصۡلَحَ بَيۡنَهُمۡ فَلَآ إِثۡمَ عَلَيۡهِۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 182

Maar hij die bang is dat de maker van het testament onrechtmatig handelt of iets verkeerd doet, en daarna vrede sluit tussen de betreffende partijen, zal geen zonde gepleegd hebben. Zeker, Allah is de Meest Vergevende, de Genadevolle.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ 183

O jullie die geloven! Het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen die vóór jullie waren, hopelijk zullen jullie Allah vrezen.

أَيَّامٗا مَّعۡدُودَٰتٖۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۚ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ فَمَن تَطَوَّعَ خَيۡرٗا فَهُوَ خَيۡرٞ لَّهُۥۚ وَأَن تَصُومُواْ خَيۡرٞ لَّكُمۡ إِن كُنتُمۡ تَعۡلَمُونَ 184

(Vast) het bepaald aantal dagen (van Ramadan) Maar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen worden ingehaald op andere dagen. Er is een losprijs voor degenen die niet kunnen vasten (door ouderdom ziekte of reizen). Zo hoort men voor elke gegeten dag een arme te voeden. Maar diegene die meer doet (dan slechts de aflossing), weet dat dit beter is voor hem. En dat jullie vasten (i.p.v. te eten en nadien te moeten aflossen) is beter voor jullie, als jullie dat maar weten.

شَهۡرُ رَمَضَانَ ٱلَّذِيٓ أُنزِلَ فِيهِ ٱلۡقُرۡءَانُ هُدٗى لِّلنَّاسِ وَبَيِّنَٰتٖ مِّنَ ٱلۡهُدَىٰ وَٱلۡفُرۡقَانِۚ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۗ يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلۡيُسۡرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلۡعُسۡرَ وَلِتُكۡمِلُواْ ٱلۡعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُواْ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَىٰكُمۡ وَلَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ 185

De maand Ramadan (is de maand) waarin de Koran geopenbaard is; als Leiding voor de mensheid en als duidelijke bewijzen van de Leiding en het onderscheid. Dus wie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramadan ziet, moet die maand vasten en iedereen die ziek of op reis is, moet hetzelfde aantal dagen inhalen op andere dagen. Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst niet voor jullie het ongemak. En maakt het aantal (dagen) vol en prijs Allah’s Grootheid omdat Hij jullie leiding schonk, hopelijk zullen jullie dankbaar zijn.

وَإِذَا سَأَلَكَ عِبَادِي عَنِّي فَإِنِّي قَرِيبٌۖ أُجِيبُ دَعۡوَةَ ٱلدَّاعِ إِذَا دَعَانِۖ فَلۡيَسۡتَجِيبُواْ لِي وَلۡيُؤۡمِنُواْ بِي لَعَلَّهُمۡ يَرۡشُدُونَ 186

En wanneer Mijn dienaren jou (O Mohammed) over Mij ondervragen (aangaande de manier van aanroeping), antwoord hen dan dat Ik (de Alhorende) nabij ben (d.m.v. Mijn allesomvattende kennis). (Dus alleen) Ik verhoor de smeekbeden van de aanbidder wanneer hij Mij aanroept. Laat hen dus Mij gehoorzamen en in Mij geloven, zodat velen recht geleid zullen zijn.

أُحِلَّ لَكُمۡ لَيۡلَةَ ٱلصِّيَامِ ٱلرَّفَثُ إِلَىٰ نِسَآئِكُمۡۚ هُنَّ لِبَاسٞ لَّكُمۡ وَأَنتُمۡ لِبَاسٞ لَّهُنَّۗ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمۡ كُنتُمۡ تَخۡتَانُونَ أَنفُسَكُمۡ فَتَابَ عَلَيۡكُمۡ وَعَفَا عَنكُمۡۖ فَٱلۡـَٰٔنَ بَٰشِرُوهُنَّ وَٱبۡتَغُواْ مَا كَتَبَ ٱللَّهُ لَكُمۡۚ وَكُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ مِنَ ٱلۡفَجۡرِۖ ثُمَّ أَتِمُّواْ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيۡلِۚ وَلَا تُبَٰشِرُوهُنَّ وَأَنتُمۡ عَٰكِفُونَ فِي ٱلۡمَسَٰجِدِۗ تِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَقۡرَبُوهَاۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ ءَايَٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمۡ يَتَّقُونَ 187

Het is jullie in de nachten van het vasten toegestaan om (sexuele) omgang te hebben met jullie vrouwen (d.w.z. tot het eerste gebed: dan begint het vasten weer). Zij zijn (als) kleding voor jullie en jullie zijn (als) kleding voor hen (om elkaars lichamelijke en geestelijke behoeften te bevredigen, zodat er geen ontsporingen zullen plaatsvinden). Allah wist dat jullie jezelf bedrogen. Hij aanvaardde jullie berouw en vergaf jullie. Nu mogen jullie dan omgang met hen hebben (met jullie vrouwen tijdens de nachten van Ramadan) en zoek naar datgene Allah voor jullie heeft bepaald. En eet en drink totdat bij de dageraad de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is. Maakt daarna het vasten vol tot zonsondergang. En heb geen omgang met hen als jullie jezelf geheel afzonderen voor gebeden en smeekbedes in de moskee en de wereldlijke activiteiten achter je laat. Dit zijn de grenzen van Allah, nader deze daarom niet. Allah maakt Zijn Tekenen aan de mensheid duidelijk, zodat zij godvrezend kunnen worden.

وَلَا تَأۡكُلُوٓاْ أَمۡوَٰلَكُم بَيۡنَكُم بِٱلۡبَٰطِلِ وَتُدۡلُواْ بِهَآ إِلَى ٱلۡحُكَّامِ لِتَأۡكُلُواْ فَرِيقٗا مِّنۡ أَمۡوَٰلِ ٱلنَّاسِ بِٱلۡإِثۡمِ وَأَنتُمۡ تَعۡلَمُونَ 188

En eet niet onderling van jullie bezittingen op onrechtmatig wijze en geef geen omkoopsommen aan de heersers. Dat jullie willens en wetens een deel van de bezittingen van een ander opeten is zondig.

۞يَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡأَهِلَّةِۖ قُلۡ هِيَ مَوَٰقِيتُ لِلنَّاسِ وَٱلۡحَجِّۗ وَلَيۡسَ ٱلۡبِرُّ بِأَن تَأۡتُواْ ٱلۡبُيُوتَ مِن ظُهُورِهَا وَلَٰكِنَّ ٱلۡبِرَّ مَنِ ٱتَّقَىٰۗ وَأۡتُواْ ٱلۡبُيُوتَ مِنۡ أَبۡوَٰبِهَاۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ 189

Zij vragen jou (Mohammed) over de nieuwe manen. Zeg: “Het zijn tijdsaanduidingen voor de mensen en (voor het vaststellen van) de bedevaart (Haddj). Het is niet vroom dat jullie de huizen van de achterkant binnengaan, vroom zijn zij die Allah vrezen en die de huizen binnengaan door hun deuren. En vrees Allah zodat jullie succes mogen hebben.

وَقَٰتِلُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ يُقَٰتِلُونَكُمۡ وَلَا تَعۡتَدُوٓاْۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلۡمُعۡتَدِينَ 190

(Zuiver je intentie om Allah’s woord te verheffen) en strijd op het Pad van Allah (dat naar Zijn tevredenheid leidt) tegen degenen die tegen jullie strijden, maar overtreedt de grenzen niet (door ook hun vrouwen en kinderen het leven te ontnemen). Waarlijk, Allah houdt niet van de overtreders.

وَٱقۡتُلُوهُمۡ حَيۡثُ ثَقِفۡتُمُوهُمۡ وَأَخۡرِجُوهُم مِّنۡ حَيۡثُ أَخۡرَجُوكُمۡۚ وَٱلۡفِتۡنَةُ أَشَدُّ مِنَ ٱلۡقَتۡلِۚ وَلَا تُقَٰتِلُوهُمۡ عِندَ ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِ حَتَّىٰ يُقَٰتِلُوكُمۡ فِيهِۖ فَإِن قَٰتَلُوكُمۡ فَٱقۡتُلُوهُمۡۗ كَذَٰلِكَ جَزَآءُ ٱلۡكَٰفِرِينَ 191

En doodt hen, waar jullie hen ook aantreffen, en verdrijft hen waar zij jullie hebben verdreven. En Fitnah is erger dan moorden (hier betekent Fitna “sjirk’; afgoderij). En bevecht hen niet in Al-Masjied al-Haram tenzij zij eerst tegen jullie "vechten. Maar als zij jullie aanvallen, doodt hen dan. Zo is de vergelding van de ongelovigen.

فَإِنِ ٱنتَهَوۡاْ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 192

Maar als zij zich overgeven, dan is Allah de Alvergevende, de Genadevolle.

وَقَٰتِلُوهُمۡ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتۡنَةٞ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ لِلَّهِۖ فَإِنِ ٱنتَهَوۡاْ فَلَا عُدۡوَٰنَ إِلَّا عَلَى ٱلظَّـٰلِمِينَ 193

En bestrijdt hen totdat er geen Fitnah (ongeloof en polytheïsme) meer is en dat (alle) aanbidding voor Allah (alléén) is. Maar als zij zich overgeven laat er dan geen overschrijding zijn behalve tegen de onrechtvaardigen.

ٱلشَّهۡرُ ٱلۡحَرَامُ بِٱلشَّهۡرِ ٱلۡحَرَامِ وَٱلۡحُرُمَٰتُ قِصَاصٞۚ فَمَنِ ٱعۡتَدَىٰ عَلَيۡكُمۡ فَٱعۡتَدُواْ عَلَيۡهِ بِمِثۡلِ مَا ٱعۡتَدَىٰ عَلَيۡكُمۡۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلۡمُتَّقِينَ 194

De heilige maand is voor de heilige maand en voor de verboden zaken is er de Wet van Gelijkheid. Wie dan ook (tijdens de verboden maanden) in overtreding is met jullie (door jullie te bestrijden), beantwoord hun (overtreding) dan in gelijke mate. En vrees Allah en weet dat Allah met de godvrezenden is.

وَأَنفِقُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَلَا تُلۡقُواْ بِأَيۡدِيكُمۡ إِلَى ٱلتَّهۡلُكَةِ وَأَحۡسِنُوٓاْۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلۡمُحۡسِنِينَ 195

En besteedt voor Allah’s zaak en werp jezelf niet in de vernieling en verricht goede daden. Waarlijk, Allah heeft weldoeners lief.

وَأَتِمُّواْ ٱلۡحَجَّ وَٱلۡعُمۡرَةَ لِلَّهِۚ فَإِنۡ أُحۡصِرۡتُمۡ فَمَا ٱسۡتَيۡسَرَ مِنَ ٱلۡهَدۡيِۖ وَلَا تَحۡلِقُواْ رُءُوسَكُمۡ حَتَّىٰ يَبۡلُغَ ٱلۡهَدۡيُ مَحِلَّهُۥۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ بِهِۦٓ أَذٗى مِّن رَّأۡسِهِۦ فَفِدۡيَةٞ مِّن صِيَامٍ أَوۡ صَدَقَةٍ أَوۡ نُسُكٖۚ فَإِذَآ أَمِنتُمۡ فَمَن تَمَتَّعَ بِٱلۡعُمۡرَةِ إِلَى ٱلۡحَجِّ فَمَا ٱسۡتَيۡسَرَ مِنَ ٱلۡهَدۡيِۚ فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ ثَلَٰثَةِ أَيَّامٖ فِي ٱلۡحَجِّ وَسَبۡعَةٍ إِذَا رَجَعۡتُمۡۗ تِلۡكَ عَشَرَةٞ كَامِلَةٞۗ ذَٰلِكَ لِمَن لَّمۡ يَكُنۡ أَهۡلُهُۥ حَاضِرِي ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلۡعِقَابِ 196

En verricht de Haddj en de Omra voor Allah. Maar als je wordt weerhouden (om hem te voltooien) laat dan een offerdier slachten wat makkelijk te vinden is, en scheer jullie hoofden niet totdat het offerdier de slachtplaats bereikt. En iedereen van jullie die ziek is of aan een kwaal lijdt aan het hoofd moet losgeld betalen of drie dagen vasten, aalmoezen geven of een offerdier slachten. En wanneer jullie in veiligheid zijn en (het betreft) degene die de Omra verricht in de maanden van de Haddj, voordat de Haddj (verricht wordt) deze moet een offerdier slachten wat hij zich kan veroorloven, maar als hij het zich niet kan veroorloven moet hij drie dagen tijdens de Haddj vasten en zeven dagen bij zijn thuiskomst, om de tien dagen vol te maken. Dit geldt voor degene wiens gezin niet aanwezig is in de Masdjied al-Haram. En vrees Allah en weet dat Allah streng is in de bestraffing.

ٱلۡحَجُّ أَشۡهُرٞ مَّعۡلُومَٰتٞۚ فَمَن فَرَضَ فِيهِنَّ ٱلۡحَجَّ فَلَا رَفَثَ وَلَا فُسُوقَ وَلَا جِدَالَ فِي ٱلۡحَجِّۗ وَمَا تَفۡعَلُواْ مِنۡ خَيۡرٖ يَعۡلَمۡهُ ٱللَّهُۗ وَتَزَوَّدُواْ فَإِنَّ خَيۡرَ ٱلزَّادِ ٱلتَّقۡوَىٰۖ وَٱتَّقُونِ يَـٰٓأُوْلِي ٱلۡأَلۡبَٰبِ 197

De Haddj is in de" bekende (maan)maanden. Iedereen die zich voorgenomen heeft om de Hadj te verrichten, zal geen geslachtsgemeenschap hebben, noch een zonde begaan, noch vijandigheid bejegenen tijdens de Haddj. En van al het goede dat je doet, (zeer zeker) heeft Allah daar weet van. En neem proviand mee voor de reis; de beste proviand is godvrezende vroomheid. Vrees Mij dus, o mensen met (gezond) verstand!

لَيۡسَ عَلَيۡكُمۡ جُنَاحٌ أَن تَبۡتَغُواْ فَضۡلٗا مِّن رَّبِّكُمۡۚ فَإِذَآ أَفَضۡتُم مِّنۡ عَرَفَٰتٖ فَٱذۡكُرُواْ ٱللَّهَ عِندَ ٱلۡمَشۡعَرِ ٱلۡحَرَامِۖ وَٱذۡكُرُوهُ كَمَا هَدَىٰكُمۡ وَإِن كُنتُم مِّن قَبۡلِهِۦ لَمِنَ ٱلضَّآلِّينَ 198

Het is geen zonde voor jullie als jullie de weldaad van jullie Heer zoeken. Als jullie (de berg) Arafāh dan verlaten, gedenk Allah bij het heilige baken. En gedenk Hem want Hij heeft jullie geleid en waarlijk, jullie waren daarvoor degenen die dwaalden.

ثُمَّ أَفِيضُواْ مِنۡ حَيۡثُ أَفَاضَ ٱلنَّاسُ وَٱسۡتَغۡفِرُواْ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 199

Vertrekt daarna van waar de mensen vertrekken (Arafāh) en vraag Allah om Zijn vergeving. Waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

فَإِذَا قَضَيۡتُم مَّنَٰسِكَكُمۡ فَٱذۡكُرُواْ ٱللَّهَ كَذِكۡرِكُمۡ ءَابَآءَكُمۡ أَوۡ أَشَدَّ ذِكۡرٗاۗ فَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِي ٱلدُّنۡيَا وَمَا لَهُۥ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ مِنۡ خَلَٰقٖ 200

Als jullie dus de rituelen van de Haddj hebben voltooid, gedenk Allah dan zoals jullie je vader gedenken of nog intenser. Maar tot hen (de mensheid) behoort degene die zegt: “Onze Heer! Geef ons in de wereld!” En hij zal geen deel hebben in het Hiernamaals.

وَمِنۡهُم مَّن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِي ٱلدُّنۡيَا حَسَنَةٗ وَفِي ٱلۡأٓخِرَةِ حَسَنَةٗ وَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ 201

En van hen is hij die zegt: “Onze Heer, schenk ons de goede (gunsten) in dit leven en de goede (gunsten) in het Hiernamaals, en bescherm ons tegen de kwellingen van het Vuur.”

أُوْلَـٰٓئِكَ لَهُمۡ نَصِيبٞ مِّمَّا كَسَبُواْۚ وَٱللَّهُ سَرِيعُ ٱلۡحِسَابِ 202

Voor hen zal een deel van wat zij verdiend hebben worden toegekend. En Allah is snel in de verrekening.

۞وَٱذۡكُرُواْ ٱللَّهَ فِيٓ أَيَّامٖ مَّعۡدُودَٰتٖۚ فَمَن تَعَجَّلَ فِي يَوۡمَيۡنِ فَلَآ إِثۡمَ عَلَيۡهِ وَمَن تَأَخَّرَ فَلَآ إِثۡمَ عَلَيۡهِۖ لِمَنِ ٱتَّقَىٰۗ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّكُمۡ إِلَيۡهِ تُحۡشَرُونَ 203

En gedenk Allah tijdens de aangewezen dagen. Maar wie zich haast om na twee dagen weg te gaan, pleegt daar geen zonde mee, en wie blijft, pleegt daar geen zonde mee, als hij tot doel heeft het goede te doen en Allah te vrezen, en weet dat jullie zeker tot Hem verzameld zullen worden.

وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يُعۡجِبُكَ قَوۡلُهُۥ فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا وَيُشۡهِدُ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا فِي قَلۡبِهِۦ وَهُوَ أَلَدُّ ٱلۡخِصَامِ 204

En onder de mensen is er degene wiens woorden over het wereldse leven jullie verbazen en hij roept Allah tot getuige voor wat in zijn hart is, maar hij is van alle tegenstanders degene die het meeste ruzie zoekt.

وَإِذَا تَوَلَّىٰ سَعَىٰ فِي ٱلۡأَرۡضِ لِيُفۡسِدَ فِيهَا وَيُهۡلِكَ ٱلۡحَرۡثَ وَٱلنَّسۡلَۚ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلۡفَسَادَ 205

En wanneer hij zich afkeert, dan gaat hij op de aarde rond om er verderf te zaaien en om de oogst en het vee te vernietigen en Allah houdt niet van het verderf.

وَإِذَا قِيلَ لَهُ ٱتَّقِ ٱللَّهَ أَخَذَتۡهُ ٱلۡعِزَّةُ بِٱلۡإِثۡمِۚ فَحَسۡبُهُۥ جَهَنَّمُۖ وَلَبِئۡسَ ٱلۡمِهَادُ 206

En als tegen hem gezegd wordt: “Vrees Allah” pleegt hij in zijn arrogantie nog meer misdaden. Voor hem is de Hel genoeg, en dat is zeker de slechtste rustplaats!

وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَشۡرِي نَفۡسَهُ ٱبۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ ٱللَّهِۚ وَٱللَّهُ رَءُوفُۢ بِٱلۡعِبَادِ 207

En er is er een onder de mensen die zichzelf verkoopt, om de tevredenheid van Allah te zoeken. En Allah is Meest Genadig voor de dienaren.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱدۡخُلُواْ فِي ٱلسِّلۡمِ كَآفَّةٗ وَلَا تَتَّبِعُواْ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيۡطَٰنِۚ إِنَّهُۥ لَكُمۡ عَدُوّٞ مُّبِينٞ 208

O jullie die geloven! Ga de islam in zijn volledigheid binnen (met de sjari’ah als enige wetgeving), en treedt (vooral) niet in de voetstappen van Satan (die hierin onderscheid probeert te maken). Want waarlijk, hij is een duidelijke vijand voor jullie (waarover geen twijfel kan bestaan).

فَإِن زَلَلۡتُم مِّنۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡكُمُ ٱلۡبَيِّنَٰتُ فَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 209

Als jullie terugvallen nadat de duidelijke Tekenen (van de Waarheid) jullie hebben bereikt, weet dan dat Allah de Almachtige, de Alwijze is.

هَلۡ يَنظُرُونَ إِلَّآ أَن يَأۡتِيَهُمُ ٱللَّهُ فِي ظُلَلٖ مِّنَ ٱلۡغَمَامِ وَٱلۡمَلَـٰٓئِكَةُ وَقُضِيَ ٱلۡأَمۡرُۚ وَإِلَى ٱللَّهِ تُرۡجَعُ ٱلۡأُمُورُ 210

Zij wachten op niets anders dan dat (de bestraffing van) Allah tot hen komt in de schaduwen van de wolken en de Engelen. (Dan) zal de zaak reeds berecht zijn. En tot Allah zullen alle zaken terugkeren.

سَلۡ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ كَمۡ ءَاتَيۡنَٰهُم مِّنۡ ءَايَةِۭ بَيِّنَةٖۗ وَمَن يُبَدِّلۡ نِعۡمَةَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡهُ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلۡعِقَابِ 211

Vraag de Kinderen van Israël hoeveel duidelijke bewijzen Wij hun hebben gegeven. En iedereen die Allah’s gunsten hierna vervangt, nadat zij tot hen gekomen zijn, dan zeker, Allah is streng in de bestraffing.

زُيِّنَ لِلَّذِينَ كَفَرُواْ ٱلۡحَيَوٰةُ ٱلدُّنۡيَا وَيَسۡخَرُونَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْۘ وَٱلَّذِينَ ٱتَّقَوۡاْ فَوۡقَهُمۡ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِۗ وَٱللَّهُ يَرۡزُقُ مَن يَشَآءُ بِغَيۡرِ حِسَابٖ 212

Het leven voor degenen die niet geloven is in deze wereld prachtig en zij bespotten degenen die geloven. Maar degenen die zich aan Allah’s bevelen houden en wegblijven van wat Hij verboden heeft zullen boven hen staan op de Dag der Opstanding. En Allah geeft grenzeloos aan wie Hij wil.

كَانَ ٱلنَّاسُ أُمَّةٗ وَٰحِدَةٗ فَبَعَثَ ٱللَّهُ ٱلنَّبِيِّـۧنَ مُبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ وَأَنزَلَ مَعَهُمُ ٱلۡكِتَٰبَ بِٱلۡحَقِّ لِيَحۡكُمَ بَيۡنَ ٱلنَّاسِ فِيمَا ٱخۡتَلَفُواْ فِيهِۚ وَمَا ٱخۡتَلَفَ فِيهِ إِلَّا ٱلَّذِينَ أُوتُوهُ مِنۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡهُمُ ٱلۡبَيِّنَٰتُ بَغۡيَۢا بَيۡنَهُمۡۖ فَهَدَى ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لِمَا ٱخۡتَلَفُواْ فِيهِ مِنَ ٱلۡحَقِّ بِإِذۡنِهِۦۗ وَٱللَّهُ يَهۡدِي مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٖ مُّسۡتَقِيمٍ 213

De mensheid was één gemeenschap en Allah heeft Profeten met goede berichten en waarschuwingen gestuurd en met hen stuurde Hij het Boek met de Waarheid om te oordelen tussen de mensen over zaken, waarin zij van mening verschillen. En slechts degenen aan wie het (Boek) is gegeven en daarover van mening verschillen nadat duidelijke bewijzen tot hen gekomen zijn, haten elkaar. Dan leidt Allah door Zijn Leiding degenen (die geloven in de Waarheid) weg van datgene waarover zij met elkaar van mening verschillen. En Allah leidt wie Hij wil op het rechte Pad.

أَمۡ حَسِبۡتُمۡ أَن تَدۡخُلُواْ ٱلۡجَنَّةَ وَلَمَّا يَأۡتِكُم مَّثَلُ ٱلَّذِينَ خَلَوۡاْ مِن قَبۡلِكُمۖ مَّسَّتۡهُمُ ٱلۡبَأۡسَآءُ وَٱلضَّرَّآءُ وَزُلۡزِلُواْ حَتَّىٰ يَقُولَ ٱلرَّسُولُ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ مَعَهُۥ مَتَىٰ نَصۡرُ ٱللَّهِۗ أَلَآ إِنَّ نَصۡرَ ٱللَّهِ قَرِيبٞ 214

Of denken jullie dat jullie het Paradijs zullen binnentreden zonder dat zulke (beproevingen) tot jullie komen, zoals zij tot degene die voor jullie zijn heengegaan zijn gekomen? Zij werden getroffen door zware armoede en ziekten en waren zo geschokt dat zelfs de Boodschapper en degenen die ook met hem geloofden zeiden: “Wanneer (komt) de Hulp van Allah?” Jazeker! De hulp van Allah is nabij!

يَسۡـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَۖ قُلۡ مَآ أَنفَقۡتُم مِّنۡ خَيۡرٖ فَلِلۡوَٰلِدَيۡنِ وَٱلۡأَقۡرَبِينَ وَٱلۡيَتَٰمَىٰ وَٱلۡمَسَٰكِينِ وَٱبۡنِ ٱلسَّبِيلِۗ وَمَا تَفۡعَلُواْ مِنۡ خَيۡرٖ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٞ 215

Zij vragen jou wat het is dat zij als bijdrage moeten geven. Zeg: “Alles wat je voor het goede uitgeeft moet voor de ouders, de verwanten, de wezen, de armen die bedelen en de reiziger zijn, en alles wat je aan goede daden verricht, waarlijk, Allah weet het goed.

كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلۡقِتَالُ وَهُوَ كُرۡهٞ لَّكُمۡۖ وَعَسَىٰٓ أَن تَكۡرَهُواْ شَيۡـٔٗا وَهُوَ خَيۡرٞ لَّكُمۡۖ وَعَسَىٰٓ أَن تُحِبُّواْ شَيۡـٔٗا وَهُوَ شَرّٞ لَّكُمۡۚ وَٱللَّهُ يَعۡلَمُ وَأَنتُمۡ لَا تَعۡلَمُونَ 216

De strijd (het vechten op de Weg van Allah) aan jullie (moslims) opgelegd, hoewel jullie daar een afkeer van hebben en het kan zo zijn dat jullie een afkeer hebben van iets terwijl het jullie juist ten goede komt, maar het kan ook zo zijn dat jullie van iets houden terwijl dat net een slechte (afloop) zal kennen. En Allah weet en jullie niet, (dus horen jullie Hem onvoorwaardelijk te gehoorzamen in Zijn bevelen).

يَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلشَّهۡرِ ٱلۡحَرَامِ قِتَالٖ فِيهِۖ قُلۡ قِتَالٞ فِيهِ كَبِيرٞۚ وَصَدٌّ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَكُفۡرُۢ بِهِۦ وَٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِ وَإِخۡرَاجُ أَهۡلِهِۦ مِنۡهُ أَكۡبَرُ عِندَ ٱللَّهِۚ وَٱلۡفِتۡنَةُ أَكۡبَرُ مِنَ ٱلۡقَتۡلِۗ وَلَا يَزَالُونَ يُقَٰتِلُونَكُمۡ حَتَّىٰ يَرُدُّوكُمۡ عَن دِينِكُمۡ إِنِ ٱسۡتَطَٰعُواْۚ وَمَن يَرۡتَدِدۡ مِنكُمۡ عَن دِينِهِۦ فَيَمُتۡ وَهُوَ كَافِرٞ فَأُوْلَـٰٓئِكَ حَبِطَتۡ أَعۡمَٰلُهُمۡ فِي ٱلدُّنۡيَا وَٱلۡأٓخِرَةِۖ وَأُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 217

Zij vragen jou over het vechten in de heilige maanden. Zeg: “Vechten "daarin is een grote zonde. Maar een grotere overtreding in het aangezicht van Allah is de mensheid te weerhouden het Pad van Allah te volgen, ongeloof aan Hem, en (het versperren van de toegang tot) de Madjied al-Haram (in Mekka) en het verdrijven van de bewoners er omheen. En Fitnah (hier: afgoderij) is erger dan doden. En zij zullen nooit stoppen jullie te bevechten totdat zij jullie van jullie religie hebben doen afkeren, als zij dat kunnen. En wie van jullie zich van de religie afkeert en als ongelovige sterft, daarvan zullen zijn daden in dit leven en in het Hiernamaals verloren gaan en zij zullen de bewoners van het Vuur zijn. Zij zullen daarin voor altijd verblijven.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَٱلَّذِينَ هَاجَرُواْ وَجَٰهَدُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ أُوْلَـٰٓئِكَ يَرۡجُونَ رَحۡمَتَ ٱللَّهِۚ وَٱللَّهُ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 218

Waarlijk, degene die geloven en die geëmigreerd zijn en hard streven op het pad van Allah, hopen allen op Allah’s genade. En Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

۞يَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡخَمۡرِ وَٱلۡمَيۡسِرِۖ قُلۡ فِيهِمَآ إِثۡمٞ كَبِيرٞ وَمَنَٰفِعُ لِلنَّاسِ وَإِثۡمُهُمَآ أَكۡبَرُ مِن نَّفۡعِهِمَاۗ وَيَسۡـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَۖ قُلِ ٱلۡعَفۡوَۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلۡأٓيَٰتِ لَعَلَّكُمۡ تَتَفَكَّرُونَ 219

Zij vragen jou over alcoholische dranken en gokken. Zeg: “Daarin is een grote zonde, en ook (wat) nut voor de mens, maar de zonde daarvan is groter dan hun nut.” En zij vragen jou wat zij moeten besteden. Zeg: “Wat jullie kunnen missen.” Dus Allah maakt Zijn wetten duidelijk voor jullie, zodat jullie daaraan denken.”

فِي ٱلدُّنۡيَا وَٱلۡأٓخِرَةِۗ وَيَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡيَتَٰمَىٰۖ قُلۡ إِصۡلَاحٞ لَّهُمۡ خَيۡرٞۖ وَإِن تُخَالِطُوهُمۡ فَإِخۡوَٰنُكُمۡۚ وَٱللَّهُ يَعۡلَمُ ٱلۡمُفۡسِدَ مِنَ ٱلۡمُصۡلِحِۚ وَلَوۡ شَآءَ ٱللَّهُ لَأَعۡنَتَكُمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٞ 220

In dit wereldse leven en het Hiernamaals. En zij vragen jou over de wezen. Zeg: “Het beste is om eerlijk hun eigendommen te beheren en als jullie je bezittingen met die van hen vermengen, dan zijn zij jullie broeders. En Allah kent degenen die bedrog voor ogen heeft en degene die het goed bedoelt. En als Allah het gewenst had, had Hij jullie problemen kunnen bezorgen. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.

وَلَا تَنكِحُواْ ٱلۡمُشۡرِكَٰتِ حَتَّىٰ يُؤۡمِنَّۚ وَلَأَمَةٞ مُّؤۡمِنَةٌ خَيۡرٞ مِّن مُّشۡرِكَةٖ وَلَوۡ أَعۡجَبَتۡكُمۡۗ وَلَا تُنكِحُواْ ٱلۡمُشۡرِكِينَ حَتَّىٰ يُؤۡمِنُواْۚ وَلَعَبۡدٞ مُّؤۡمِنٌ خَيۡرٞ مِّن مُّشۡرِكٖ وَلَوۡ أَعۡجَبَكُمۡۗ أُوْلَـٰٓئِكَ يَدۡعُونَ إِلَى ٱلنَّارِۖ وَٱللَّهُ يَدۡعُوٓاْ إِلَى ٱلۡجَنَّةِ وَٱلۡمَغۡفِرَةِ بِإِذۡنِهِۦۖ وَيُبَيِّنُ ءَايَٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمۡ يَتَذَكَّرُونَ 221

En trouw niet met de afgodaanbidsters tot zij geloven. En waarlijk, een slavin die gelooft is beter dan een (vrije) afgodaanbidster, ook al verbaast haar schoonheid jullie. En geef jullie dochters niet ten huwelijk aan afgodenaanbidders tot zij geloven. Waarlijk, een gelovige slaaf is beter dan een (vrije) afgodenaanbidder zelfs als hij jullie aanstaat. Zij nodigen jullie uit tot het Vuur maar Allah nodigt (jullie) uit tot het Paradijs en tot de vergeving met Zijn verlof. Hij maakt Zijn Tekenen duidelijk aan de mensen, zodat zij het zich herinneren.

وَيَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡمَحِيضِۖ قُلۡ هُوَ أَذٗى فَٱعۡتَزِلُواْ ٱلنِّسَآءَ فِي ٱلۡمَحِيضِ وَلَا تَقۡرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطۡهُرۡنَۖ فَإِذَا تَطَهَّرۡنَ فَأۡتُوهُنَّ مِنۡ حَيۡثُ أَمَرَكُمُ ٱللَّهُۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلتَّوَّـٰبِينَ وَيُحِبُّ ٱلۡمُتَطَهِّرِينَ 222

Zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: “Dat is een een onreinheid, vermijd daarom (sexueel contact met) de vrouwen gedurende de ongesteldheid. En nader hen niet totdat zij rein zijn. Wanneer zij zich dan gereinigd hebben, kom dan tot hen zoals Allah jullie dat verordend heeft. Waarlijk, Allah heeft degenen lief die zich in berouw tot Hem keren en zich reinigen.

نِسَآؤُكُمۡ حَرۡثٞ لَّكُمۡ فَأۡتُواْ حَرۡثَكُمۡ أَنَّىٰ شِئۡتُمۡۖ وَقَدِّمُواْ لِأَنفُسِكُمۡۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّكُم مُّلَٰقُوهُۗ وَبَشِّرِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ 223

Jullie vrouwen zijn (als) een akker voor jullie, ga dus naar jullie akker, zoals jullie wensen en stuur voor jullie zelf (goede werken) vooruit. En vrees Allah en weet dat jullie Hem zullen ontmoeten. En geef goede tijdingen aan de gelovigen.

وَلَا تَجۡعَلُواْ ٱللَّهَ عُرۡضَةٗ لِّأَيۡمَٰنِكُمۡ أَن تَبَرُّواْ وَتَتَّقُواْ وَتُصۡلِحُواْ بَيۡنَ ٱلنَّاسِۚ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٞ 224

En verschuil je niet achter Allah in jullie eden om geen goede daden te verrichten en niet vroom te handelen, en geen vrede onder de mensheid te stichten. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.

لَّا يُؤَاخِذُكُمُ ٱللَّهُ بِٱللَّغۡوِ فِيٓ أَيۡمَٰنِكُمۡ وَلَٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا كَسَبَتۡ قُلُوبُكُمۡۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ حَلِيمٞ 225

En Allah zal jullie niet ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie onbedoeld in jullie eden afleggen, maar Hij zal jullie ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie harten verdiend hebben (door jullie intenties). En Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

لِّلَّذِينَ يُؤۡلُونَ مِن نِّسَآئِهِمۡ تَرَبُّصُ أَرۡبَعَةِ أَشۡهُرٖۖ فَإِن فَآءُو فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 226

Degenen die zweren geen geslachtsgemeenschap met hun vrouwen te hebben, moeten vier maanden wachten. Als zij dan terugkeren waarlijk, Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

وَإِنۡ عَزَمُواْ ٱلطَّلَٰقَ فَإِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٞ 227

En als zij tot echtscheiding besluiten, dan is Allah de Alhorende, de Alwetende.

وَٱلۡمُطَلَّقَٰتُ يَتَرَبَّصۡنَ بِأَنفُسِهِنَّ ثَلَٰثَةَ قُرُوٓءٖۚ وَلَا يَحِلُّ لَهُنَّ أَن يَكۡتُمۡنَ مَا خَلَقَ ٱللَّهُ فِيٓ أَرۡحَامِهِنَّ إِن كُنَّ يُؤۡمِنَّ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِۚ وَبُعُولَتُهُنَّ أَحَقُّ بِرَدِّهِنَّ فِي ذَٰلِكَ إِنۡ أَرَادُوٓاْ إِصۡلَٰحٗاۚ وَلَهُنَّ مِثۡلُ ٱلَّذِي عَلَيۡهِنَّ بِٱلۡمَعۡرُوفِۚ وَلِلرِّجَالِ عَلَيۡهِنَّ دَرَجَةٞۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 228

En de gescheiden vrouwen moeten een periode van drie maandstonden wachten. En het is niet wettig voor hen om te verbergen wat Allah in hun schoten heeft geschapen, als zij in Allah en in de Laatste Dag geloven. En hun echtgenoten hebben het recht om hen in deze periode terug te nemen, als zij tot verzoening besluiten. En zij (de vrouwen) hebben rechten overeenkomstig hun plichten, volgens wat redelijk is. En voor de mannen is er een rang boven hen (de vrouwen). En Allah is Almachtig, Alwijs.

ٱلطَّلَٰقُ مَرَّتَانِۖ فَإِمۡسَاكُۢ بِمَعۡرُوفٍ أَوۡ تَسۡرِيحُۢ بِإِحۡسَٰنٖۗ وَلَا يَحِلُّ لَكُمۡ أَن تَأۡخُذُواْ مِمَّآ ءَاتَيۡتُمُوهُنَّ شَيۡـًٔا إِلَّآ أَن يَخَافَآ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِۖ فَإِنۡ خِفۡتُمۡ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡهِمَا فِيمَا ٱفۡتَدَتۡ بِهِۦۗ تِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَعۡتَدُوهَاۚ وَمَن يَتَعَدَّ حُدُودَ ٱللَّهِ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ 229

De echtscheiding is tweemaal (mogelijk), hierna behouden jullie haar onder redelijke voorwaarden of laten jullie haar in vriendelijkheid los. En het is niet wettig voor jullie (mannen) om iets van jullie bruidsschat (van jullie vrouwen) van wat jullie gegeven hebben terug te nemen, behalve als beide partijen vrezen dat jullie niet in staat zijn om de grenzen die Allah gesteld heeft te handhaven. Als jullie (familieleden) vrezen dat zij de grenzen die Allah gesteld heeft niet kunnen handhaven, dan is het geen zonde voor hen beiden als de vrouw het teruggeeft voor haar echtscheiding, (aangevraagd door de vrouw). Dit zijn de grenzen die Allah gesteld heeft, overtreedt hen niet. En degenen die Allah’s grenzen overtreedt, diegenen behoren tot de onrechtvaardigen.

فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا تَحِلُّ لَهُۥ مِنۢ بَعۡدُ حَتَّىٰ تَنكِحَ زَوۡجًا غَيۡرَهُۥۗ فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡهِمَآ أَن يَتَرَاجَعَآ إِن ظَنَّآ أَن يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِۗ وَتِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِ يُبَيِّنُهَا لِقَوۡمٖ يَعۡلَمُونَ 230

En als hij van haar gescheiden is, is zij niet meer wettig voor hem, tot zij met een andere man gehuwd is geweest. Als dan de andere man van haar gescheiden is, is het geen zonde voor hen beiden als zij zich verenigen, mits zij voelen dat zij zich kunnen houden aan de grenzen die Allah gesteld heeft. Dit zijn de grenzen van Allah, die Hij duidelijk maakt voor de mensen die kennis hebben.

وَإِذَا طَلَّقۡتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغۡنَ أَجَلَهُنَّ فَأَمۡسِكُوهُنَّ بِمَعۡرُوفٍ أَوۡ سَرِّحُوهُنَّ بِمَعۡرُوفٖۚ وَلَا تُمۡسِكُوهُنَّ ضِرَارٗا لِّتَعۡتَدُواْۚ وَمَن يَفۡعَلۡ ذَٰلِكَ فَقَدۡ ظَلَمَ نَفۡسَهُۥۚ وَلَا تَتَّخِذُوٓاْ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ هُزُوٗاۚ وَٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ وَمَآ أَنزَلَ عَلَيۡكُم مِّنَ ٱلۡكِتَٰبِ وَٱلۡحِكۡمَةِ يَعِظُكُم بِهِۦۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٞ 231

En als jullie" gescheiden vrouwen hebben en zij hebben de periode die hen voorgeschreven is vervuld, neem hen dan onder redelijke voorwaarden terug of laat hen vrij op een redelijke basis. En houdt hen niet vast met de bedoeling hen te kwellen, waarmee jullie zouden overtreden. En iedereen die dat doet, heeft zichzelf kwaad aangedaan. En bespot de verzen van Allah niet, maar gedenk Allah’s gunsten aan jullie en wat Hij aan jullie van het Boek heeft neergezonden en de Wijsheid waarmee Hij jullie aanwijzingen geeft. En vrees Allah en weet dat Allah zich van alle zaken bewust is.

وَإِذَا طَلَّقۡتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغۡنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا تَعۡضُلُوهُنَّ أَن يَنكِحۡنَ أَزۡوَٰجَهُنَّ إِذَا تَرَٰضَوۡاْ بَيۡنَهُم بِٱلۡمَعۡرُوفِۗ ذَٰلِكَ يُوعَظُ بِهِۦ مَن كَانَ مِنكُمۡ يُؤۡمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِۗ ذَٰلِكُمۡ أَزۡكَىٰ لَكُمۡ وَأَطۡهَرُۚ وَٱللَّهُ يَعۡلَمُ وَأَنتُمۡ لَا تَعۡلَمُونَ 232

En als jullie gescheiden vrouwen hebben en zij hebben de periode die hen voorgeschreven is vervuld, weerhoudt hen er dan niet van hun echtgenoten te huwen, als zij gezamenlijk op redelijke basis hiertoe besluiten. Deze aanwijzing is een waarschuwing voor degenen onder jullie die in Allah en in de Laatste Dag geloven. Dat is deugdzamer en zuiverder voor jullie. Allah weet het en jullie weten het niet.

۞وَٱلۡوَٰلِدَٰتُ يُرۡضِعۡنَ أَوۡلَٰدَهُنَّ حَوۡلَيۡنِ كَامِلَيۡنِۖ لِمَنۡ أَرَادَ أَن يُتِمَّ ٱلرَّضَاعَةَۚ وَعَلَى ٱلۡمَوۡلُودِ لَهُۥ رِزۡقُهُنَّ وَكِسۡوَتُهُنَّ بِٱلۡمَعۡرُوفِۚ لَا تُكَلَّفُ نَفۡسٌ إِلَّا وُسۡعَهَاۚ لَا تُضَآرَّ وَٰلِدَةُۢ بِوَلَدِهَا وَلَا مَوۡلُودٞ لَّهُۥ بِوَلَدِهِۦۚ وَعَلَى ٱلۡوَارِثِ مِثۡلُ ذَٰلِكَۗ فَإِنۡ أَرَادَا فِصَالًا عَن تَرَاضٖ مِّنۡهُمَا وَتَشَاوُرٖ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡهِمَاۗ وَإِنۡ أَرَدتُّمۡ أَن تَسۡتَرۡضِعُوٓاْ أَوۡلَٰدَكُمۡ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ إِذَا سَلَّمۡتُم مَّآ ءَاتَيۡتُم بِٱلۡمَعۡرُوفِۗ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرٞ 233

De moeders (gescheiden vrouwen) zullen hun kinderen twee volle jaren zogen, (dat is) voor die (ouders) die de zoogtijd willen voltooien, maar de vader van het kind moet de kosten van de voeding en kleding van de moeder dragen op een redelijke basis. Niemand zal een last zwaarder te dragen hebben dan hij kan. Geen moeder zal oneerlijk behandeld worden voor haar kind, noch een vader voor zijn kind. En op de erfgenamen rust dezelfde plicht. Als zij beiden tot het spenen besluiten, door gezamenlijke overeenstemming en goed overleg, dan berust daar geen zonde voor hen in. En als jullie beslissen tot een min voor jullie kinderen is daar geen zonde voor jullie in, mits jullie (de min) redelijk betalen wat jullie overeengekomen zijn (om haar te geven). En vrees Allah en weet dat Allah de Alziende is van wat jullie doen.

وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوۡنَ مِنكُمۡ وَيَذَرُونَ أَزۡوَٰجٗا يَتَرَبَّصۡنَ بِأَنفُسِهِنَّ أَرۡبَعَةَ أَشۡهُرٖ وَعَشۡرٗاۖ فَإِذَا بَلَغۡنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ فِيمَا فَعَلۡنَ فِيٓ أَنفُسِهِنَّ بِٱلۡمَعۡرُوفِۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ 234

En degenen van jullie die sterven en vrouwen achter laten, zij zullen vier maanden en tien dagen wachten, als zij de periode voltooid hebben, is er geen zonde voor jullie of hen om beschikbaar te zijn (voor het huwelijk) als dit op een rechtvaardige en eerbare manier gebeurt. En Allah is Welbewust van wat jullie doen.

وَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ فِيمَا عَرَّضۡتُم بِهِۦ مِنۡ خِطۡبَةِ ٱلنِّسَآءِ أَوۡ أَكۡنَنتُمۡ فِيٓ أَنفُسِكُمۡۚ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمۡ سَتَذۡكُرُونَهُنَّ وَلَٰكِن لَّا تُوَاعِدُوهُنَّ سِرًّا إِلَّآ أَن تَقُولُواْ قَوۡلٗا مَّعۡرُوفٗاۚ وَلَا تَعۡزِمُواْ عُقۡدَةَ ٱلنِّكَاحِ حَتَّىٰ يَبۡلُغَ ٱلۡكِتَٰبُ أَجَلَهُۥۚ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ يَعۡلَمُ مَا فِيٓ أَنفُسِكُمۡ فَٱحۡذَرُوهُۚ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ حَلِيمٞ 235

En er is geen zonde voor jullie als jullie naar een verloving verwijzen of het in jullie zelf verbergen, Allah weet dat jullie aan hen zullen denken, maar sluit niet in het geheim een contract met hen af, behalve als je op een eerbare manier volgens de islamitische wet spreekt, en consumeer het huwelijk niet voordat de voorgeschreven periode verstreken is. En weet dat Allah weet wat in jullie gedachten is, vrees Hem dus. En weet dat Allah de Vergevingsgezinde, de Genadevolle is.

لَّا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ إِن طَلَّقۡتُمُ ٱلنِّسَآءَ مَا لَمۡ تَمَسُّوهُنَّ أَوۡ تَفۡرِضُواْ لَهُنَّ فَرِيضَةٗۚ وَمَتِّعُوهُنَّ عَلَى ٱلۡمُوسِعِ قَدَرُهُۥ وَعَلَى ٱلۡمُقۡتِرِ قَدَرُهُۥ مَتَٰعَۢا بِٱلۡمَعۡرُوفِۖ حَقًّا عَلَى ٱلۡمُحۡسِنِينَ 236

Er is geen zonde voor jullie als jullie van vrouwen scheiden, voordat jullie ze hebben aangeraakt noch voordat hun bruidsschat bepaald is. Maar geef hen, de rijken volgens hun vermogen en de armen volgens hun vermogen, een redelijke gift is verplicht voor de weldoeners.

وَإِن طَلَّقۡتُمُوهُنَّ مِن قَبۡلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ وَقَدۡ فَرَضۡتُمۡ لَهُنَّ فَرِيضَةٗ فَنِصۡفُ مَا فَرَضۡتُمۡ إِلَّآ أَن يَعۡفُونَ أَوۡ يَعۡفُوَاْ ٱلَّذِي بِيَدِهِۦ عُقۡدَةُ ٱلنِّكَاحِۚ وَأَن تَعۡفُوٓاْ أَقۡرَبُ لِلتَّقۡوَىٰۚ وَلَا تَنسَوُاْ ٱلۡفَضۡلَ بَيۡنَكُمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرٌ 237

En als jullie hen scheiden voordat jullie hen hebben aangeraakt en jullie de bruidsschat hebben bepaald, geeft dan de helft van wat jullie hebben vastgesteld, tenzij zij besluiten om daarvan af te zien of hij, in wiens handen de huwelijksband ligt, besluit om daarvan af te zien en haar de hele mahr te betalen. En er van af zien en haar de hele bepaalde bruidschat te betalen, is dichter bij vroomheid. En vergeet niet elkaars goede eigenschappen. Waarlijk, Allah is de Alziende van wat jullie doen.

حَٰفِظُواْ عَلَى ٱلصَّلَوَٰتِ وَٱلصَّلَوٰةِ ٱلۡوُسۡطَىٰ وَقُومُواْ لِلَّهِ قَٰنِتِينَ 238

Waak over de gebeden en (in het bijzonder) over het middelste gebed. En sta voor Allah "in ootmoed.

فَإِنۡ خِفۡتُمۡ فَرِجَالًا أَوۡ رُكۡبَانٗاۖ فَإِذَآ أَمِنتُمۡ فَٱذۡكُرُواْ ٱللَّهَ كَمَا عَلَّمَكُم مَّا لَمۡ تَكُونُواْ تَعۡلَمُونَ 239

En als jullie in gevaar verkeren, bidt dan lopend of rijdend. En als jullie weer in veiligheid verkeren verricht het gebed op de manier zoals Hij jullie heeft onderwezen, wat jullie voorheen niet wisten.

وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوۡنَ مِنكُمۡ وَيَذَرُونَ أَزۡوَٰجٗا وَصِيَّةٗ لِّأَزۡوَٰجِهِم مَّتَٰعًا إِلَى ٱلۡحَوۡلِ غَيۡرَ إِخۡرَاجٖۚ فَإِنۡ خَرَجۡنَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ فِي مَا فَعَلۡنَ فِيٓ أَنفُسِهِنَّ مِن مَّعۡرُوفٖۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٞ 240

En degenen onder jullie die sterven en vrouwen nalaten moeten een testament maken voor hun vrouwen, een voorziening van een jaar, zonder uitzetting, maar als zij (de huizen) uit vrije wil verlaten, is er geen zonde voor jullie want dat doen zij zelf, volgens de voorschriften. En Allah is de Almachtige, de Alwijze.

وَلِلۡمُطَلَّقَٰتِ مَتَٰعُۢ بِٱلۡمَعۡرُوفِۖ حَقًّا عَلَى ٱلۡمُتَّقِينَ 241

En voor de gescheiden vrouwen moet redelijk onderhoud verzorgd worden. Dit is een plicht voor godvrezenden.

كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمۡ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تَعۡقِلُونَ 242

Allah maakt dus Zijn wetten voor jullie duidelijk om jullie het te laten begrijpen.

۞أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ خَرَجُواْ مِن دِيَٰرِهِمۡ وَهُمۡ أُلُوفٌ حَذَرَ ٱلۡمَوۡتِ فَقَالَ لَهُمُ ٱللَّهُ مُوتُواْ ثُمَّ أَحۡيَٰهُمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَذُو فَضۡلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَٰكِنَّ أَكۡثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَشۡكُرُونَ 243

Heb jij niet gedacht aan degenen die uit hun huizen wegtrokken met duizenden tegelijk, de dood vrezend? Allah zei tegen hen: “Sterf”. En toen bracht Hij hen weer tot leven. Waarlijk, Allah is vol gaven voor de mensheid, maar de meeste mensen bedanken niet.

وَقَٰتِلُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٞ 244

En vecht op het Pad van Allah en weet dat Allah de Alhorende, de Alwetende is.

مَّن ذَا ٱلَّذِي يُقۡرِضُ ٱللَّهَ قَرۡضًا حَسَنٗا فَيُضَٰعِفَهُۥ لَهُۥٓ أَضۡعَافٗا كَثِيرَةٗۚ وَٱللَّهُ يَقۡبِضُ وَيَبۡصُۜطُ وَإِلَيۡهِ تُرۡجَعُونَ 245

Wie is degene die aan Allah een goede lening geeft, zodat Hij hem het in veelvoud terug mag geven? En het is Allah die vermindert of vermeerdert, en tot Hem zullen jullie terugkeren.

أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلۡمَلَإِ مِنۢ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ مِنۢ بَعۡدِ مُوسَىٰٓ إِذۡ قَالُواْ لِنَبِيّٖ لَّهُمُ ٱبۡعَثۡ لَنَا مَلِكٗا نُّقَٰتِلۡ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِۖ قَالَ هَلۡ عَسَيۡتُمۡ إِن كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلۡقِتَالُ أَلَّا تُقَٰتِلُواْۖ قَالُواْ وَمَا لَنَآ أَلَّا نُقَٰتِلَ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَقَدۡ أُخۡرِجۡنَا مِن دِيَٰرِنَا وَأَبۡنَآئِنَاۖ فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيۡهِمُ ٱلۡقِتَالُ تَوَلَّوۡاْ إِلَّا قَلِيلٗا مِّنۡهُمۡۚ وَٱللَّهُ عَلِيمُۢ بِٱلظَّـٰلِمِينَ 246

Hebben jullie niet gedacht aan de leiders van de Kinderen van Israël na (het heengaan van) Mozes? Toen zij tegen een Profeet van hen zeiden: “Wijs voor ons een koning aan en wij zullen op het Pad van Allah strijden.” Hij zei: “Zullen jullie je dan van het strijden afhouden, als het strijden jullie voorgeschreven is?” Zij zeiden: “Waarom zullen wij niet op het Pad van Allah strijden als wij uit onze huizen zijn verdreven en (die) van onze kinderen?” Maar toen het strijden hen geboden was, keerden zij zich ervan af, behalve een paar van hen. En Allah is zich goed bewust van de onrechtvaardigen.

وَقَالَ لَهُمۡ نَبِيُّهُمۡ إِنَّ ٱللَّهَ قَدۡ بَعَثَ لَكُمۡ طَالُوتَ مَلِكٗاۚ قَالُوٓاْ أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُ ٱلۡمُلۡكُ عَلَيۡنَا وَنَحۡنُ أَحَقُّ بِٱلۡمُلۡكِ مِنۡهُ وَلَمۡ يُؤۡتَ سَعَةٗ مِّنَ ٱلۡمَالِۚ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصۡطَفَىٰهُ عَلَيۡكُمۡ وَزَادَهُۥ بَسۡطَةٗ فِي ٱلۡعِلۡمِ وَٱلۡجِسۡمِۖ وَٱللَّهُ يُؤۡتِي مُلۡكَهُۥ مَن يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٞ 247

En hun Profeet zei tegen hen: “Waarlijk Allah heeft Thālōet voor jullie als koning aangewezen.” Zij zeiden: “Hoe kan hij een koning voor ons zijn, terwijl wij meer recht hebben op het koningschap dan hij en hem geen overvloed aan bezittingen is gegeven?” Hij zei: “Waarlijk, Allah heeft hem boven jullie uitverkoren en heeft hem overvloedig voorzien in kennis en lichaamskracht. En Allah geeft Zijn koningschap aan wie Hij wil. En Allah is Allesomvattend, Alwetend.

وَقَالَ لَهُمۡ نَبِيُّهُمۡ إِنَّ ءَايَةَ مُلۡكِهِۦٓ أَن يَأۡتِيَكُمُ ٱلتَّابُوتُ فِيهِ سَكِينَةٞ مِّن رَّبِّكُمۡ وَبَقِيَّةٞ مِّمَّا تَرَكَ ءَالُ مُوسَىٰ وَءَالُ هَٰرُونَ تَحۡمِلُهُ ٱلۡمَلَـٰٓئِكَةُۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةٗ لَّكُمۡ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 248

En hun Profeet zei tot hen: “Waarlijk! Het teken van Zijn koningsschap is dat er tot jullie de ark des verbonds komt, waarin vrede en zekerheid is van jullie Heer en waarin zich een nalatenschap bevindt van wat is nagelaten door de familie van Mozes en de familie van Hārōen. De Engelen zullen hem (de ark) dragen. Waarlijk, hierin is een teken voor jullie, als jullie gelovigen zijn.

فَلَمَّا فَصَلَ طَالُوتُ بِٱلۡجُنُودِ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ مُبۡتَلِيكُم بِنَهَرٖ فَمَن شَرِبَ مِنۡهُ فَلَيۡسَ مِنِّي وَمَن لَّمۡ يَطۡعَمۡهُ فَإِنَّهُۥ مِنِّيٓ إِلَّا مَنِ ٱغۡتَرَفَ غُرۡفَةَۢ بِيَدِهِۦۚ فَشَرِبُواْ مِنۡهُ إِلَّا قَلِيلٗا مِّنۡهُمۡۚ فَلَمَّا جَاوَزَهُۥ هُوَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ مَعَهُۥ قَالُواْ لَا طَاقَةَ لَنَا ٱلۡيَوۡمَ بِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦۚ قَالَ ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَٰقُواْ ٱللَّهِ كَم مِّن فِئَةٖ قَلِيلَةٍ غَلَبَتۡ فِئَةٗ كَثِيرَةَۢ بِإِذۡنِ ٱللَّهِۗ وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّـٰبِرِينَ 249

Toen Thālōet met zijn leger optrok, zei hij: “Waarlijk! Allah zal jullie bij een rivier beproeven. Wie daarvan drinkt, behoort niet tot mij en wie daarvan niet proeft, behoort tot mij, behalve degene die maar een handvol neemt.” Maar toch dronken zij daarvan, behalve een paar van hen. Dus toen hij, en degenen die hem geloofden (de rivier) waren overgestoken, zeiden zij: “Deze dag hebben wij geen macht tegen Djālōet (Goliat) en zijn strijdkrachten.” Maar degenen die met zekerheid wisten dat zij hun Heer zouden ontmoeten, zeiden: “Hoe vaak heeft een kleine groep al niet een machtig leger verslagen met Allah’s hulp?” En Allah staat aan de kant van de geduldigen, (want Zijn hulp komt samen met geduld).

وَلَمَّا بَرَزُواْ لِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ قَالُواْ رَبَّنَآ أَفۡرِغۡ عَلَيۡنَا صَبۡرٗا وَثَبِّتۡ أَقۡدَامَنَا وَٱنصُرۡنَا عَلَى ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡكَٰفِرِينَ 250

En toen zij naderden om Djālōet (Goliat) met zijn leger te ontmoeten, riepen zij: “Onze Heer! Geef ons geduld en maak ons de overwinnaars over de ongelovige mensen.”

فَهَزَمُوهُم بِإِذۡنِ ٱللَّهِ وَقَتَلَ دَاوُۥدُ جَالُوتَ وَءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلۡمُلۡكَ وَٱلۡحِكۡمَةَ وَعَلَّمَهُۥ مِمَّا يَشَآءُۗ وَلَوۡلَا دَفۡعُ ٱللَّهِ ٱلنَّاسَ بَعۡضَهُم بِبَعۡضٖ لَّفَسَدَتِ ٱلۡأَرۡضُ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ ذُو فَضۡلٍ عَلَى ٱلۡعَٰلَمِينَ 251

Dus versloegen zij hen met Allah’s hulp en Dāwōed doodde Djaloet en Allah gaf hem het koningschap en de Wijsheid (het Profeetschap) en Hij onderwees hem wat Hij wilde. En als Allah niet een deel van de mensen door een ander (deel) zou verstoten, dan zou de aarde waarlijk vol ellende zijn. Maar Allah is de Bezitter van gunsten voor de werelden.

تِلۡكَ ءَايَٰتُ ٱللَّهِ نَتۡلُوهَا عَلَيۡكَ بِٱلۡحَقِّۚ وَإِنَّكَ لَمِنَ ٱلۡمُرۡسَلِينَ 252

Dit zijn de Verzen van Allah, Wij reciteren het aan jou met Waarheid en waarlijk, jij (O Mohammed) bent een van de Boodschappers. ۞

۞تِلۡكَ ٱلرُّسُلُ فَضَّلۡنَا بَعۡضَهُمۡ عَلَىٰ بَعۡضٖۘ مِّنۡهُم مَّن كَلَّمَ ٱللَّهُۖ وَرَفَعَ بَعۡضَهُمۡ دَرَجَٰتٖۚ وَءَاتَيۡنَا عِيسَى ٱبۡنَ مَرۡيَمَ ٱلۡبَيِّنَٰتِ وَأَيَّدۡنَٰهُ بِرُوحِ ٱلۡقُدُسِۗ وَلَوۡ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقۡتَتَلَ ٱلَّذِينَ مِنۢ بَعۡدِهِم مِّنۢ بَعۡدِ مَا جَآءَتۡهُمُ ٱلۡبَيِّنَٰتُ وَلَٰكِنِ ٱخۡتَلَفُواْ فَمِنۡهُم مَّنۡ ءَامَنَ وَمِنۡهُم مَّن كَفَرَۚ وَلَوۡ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقۡتَتَلُواْ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَفۡعَلُ مَا يُرِيدُ 253

Dat zijn de Boodschappers van wie Wij sommigen boven de anderen hebben uitverkoren; tegen sommigen van hen heeft Allah gesproken; anderen heeft Hij in graden verheven; en aan Jezus, de zoon van Maryam hebben Wij duidelijke Bewijzen gegeven, en hem met de geest der heiligheid ondersteund. En als Allah het gewild had, dan hadden opeenvolgende generaties niet met elkaar gevochten nadat de duidelijke verzen van Allah tot hen gekomen waren, maar zij verschillen van mening; sommigen van hen geloven en anderen geloven niet. Als Allah het gewild had dan hadden zij niet tegen elkaar gevochten, maar Allah doet wat Hij wil.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَنفِقُواْ مِمَّا رَزَقۡنَٰكُم مِّن قَبۡلِ أَن يَأۡتِيَ يَوۡمٞ لَّا بَيۡعٞ فِيهِ وَلَا خُلَّةٞ وَلَا شَفَٰعَةٞۗ وَٱلۡكَٰفِرُونَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ 254

O jullie die geloven! Geef bijdragen waarmee Wij jullie voorzien hebben, want er zal een dag aanbreken waarin geen handel, vriendschap of bemiddeling zal zijn. En het zijn de ongelovigen die onrechtvaardig zijn.

ٱللَّهُ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلۡحَيُّ ٱلۡقَيُّومُۚ لَا تَأۡخُذُهُۥ سِنَةٞ وَلَا نَوۡمٞۚ لَّهُۥ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِۗ مَن ذَا ٱلَّذِي يَشۡفَعُ عِندَهُۥٓ إِلَّا بِإِذۡنِهِۦۚ يَعۡلَمُ مَا بَيۡنَ أَيۡدِيهِمۡ وَمَا خَلۡفَهُمۡۖ وَلَا يُحِيطُونَ بِشَيۡءٖ مِّنۡ عِلۡمِهِۦٓ إِلَّا بِمَا شَآءَۚ وَسِعَ كُرۡسِيُّهُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضَۖ وَلَا يَـُٔودُهُۥ حِفۡظُهُمَاۚ وَهُوَ ٱلۡعَلِيُّ ٱلۡعَظِيمُ 255

Allah! Er is geen godheid dan Hij (die het recht heeft aanbeden te worden), de eeuwig Levende, de Zelfstandige. Sluimer noch slaap kan Hem treffen. Hij is de Bezitter van de hemelen en de aarde, en al wat er zich in bevindt. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. Zij kunnen niets van Zijn kennis onthullen, tenzij Hij dat wil. Zijn troon strekt zich uit (ver) over de Hemelen en de Aarde, (maar) het waken hierover vermoeit Hem helemaal niet. Hij is de meest Verhevene, de Almachtige.

لَآ إِكۡرَاهَ فِي ٱلدِّينِۖ قَد تَّبَيَّنَ ٱلرُّشۡدُ مِنَ ٱلۡغَيِّۚ فَمَن يَكۡفُرۡ بِٱلطَّـٰغُوتِ وَيُؤۡمِنۢ بِٱللَّهِ فَقَدِ ٱسۡتَمۡسَكَ بِٱلۡعُرۡوَةِ ٱلۡوُثۡقَىٰ لَا ٱنفِصَامَ لَهَاۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 256

Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, het rechte Pad is duidelijk te onderscheiden van het pad dat doet afdwalen. Iedereen die niet in afgoden gelooft, en in Allah gelooft heeft een sterk houvast gegrepen dat nooit zal afbreken. En Allah is de Alhorende, de Alwetende.

ٱللَّهُ وَلِيُّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ يُخۡرِجُهُم مِّنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِۖ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓاْ أَوۡلِيَآؤُهُمُ ٱلطَّـٰغُوتُ يُخۡرِجُونَهُم مِّنَ ٱلنُّورِ إِلَى ٱلظُّلُمَٰتِۗ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 257

Allah is de Behoeder van degenen die geloven. Hij brengt hen uit de duisternis in het licht. (En voor) de ongelovigen zijn er bondgenoten van de Thaghōets. Zij leiden hen van het licht naar de duisternis (zoals de Joden, die Mohammed niet erkenden). Zij zijn de bewoners van het Hellevuur, waarin zij eeuwig en altijd zullen verblijven.

أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِي حَآجَّ إِبۡرَٰهِـۧمَ فِي رَبِّهِۦٓ أَنۡ ءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلۡمُلۡكَ إِذۡ قَالَ إِبۡرَٰهِـۧمُ رَبِّيَ ٱلَّذِي يُحۡيِۦ وَيُمِيتُ قَالَ أَنَا۠ أُحۡيِۦ وَأُمِيتُۖ قَالَ إِبۡرَٰهِـۧمُ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَأۡتِي بِٱلشَّمۡسِ مِنَ ٱلۡمَشۡرِقِ فَأۡتِ بِهَا مِنَ ٱلۡمَغۡرِبِ فَبُهِتَ ٱلَّذِي كَفَرَۗ وَٱللَّهُ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 258

Heb jij niet nagedacht over degene die met Abraham redetwistte over zijn Heer, omdat Allah hem het koninkrijk gegeven had? Toen Abraham tegen hem zei: “Mijn Heer is Degene Die het leven geeft en doet sterven.” Hij zei: “Ik doe leven en sterven.” Abraham zei: “Waarlijk! Allah laat de zon in het Oosten opkomen, laat u hem dan van het Westen opkomen.” De ongelovige zweeg toen van verbazing. En Allah leidt niet de mensen die onrechtvaardig zijn.

أَوۡ كَٱلَّذِي مَرَّ عَلَىٰ قَرۡيَةٖ وَهِيَ خَاوِيَةٌ عَلَىٰ عُرُوشِهَا قَالَ أَنَّىٰ يُحۡيِۦ هَٰذِهِ ٱللَّهُ بَعۡدَ مَوۡتِهَاۖ فَأَمَاتَهُ ٱللَّهُ مِاْئَةَ عَامٖ ثُمَّ بَعَثَهُۥۖ قَالَ كَمۡ لَبِثۡتَۖ قَالَ لَبِثۡتُ يَوۡمًا أَوۡ بَعۡضَ يَوۡمٖۖ قَالَ بَل لَّبِثۡتَ مِاْئَةَ عَامٖ فَٱنظُرۡ إِلَىٰ طَعَامِكَ وَشَرَابِكَ لَمۡ يَتَسَنَّهۡۖ وَٱنظُرۡ إِلَىٰ حِمَارِكَ وَلِنَجۡعَلَكَ ءَايَةٗ لِّلنَّاسِۖ وَٱنظُرۡ إِلَى ٱلۡعِظَامِ كَيۡفَ نُنشِزُهَا ثُمَّ نَكۡسُوهَا لَحۡمٗاۚ فَلَمَّا تَبَيَّنَ لَهُۥ قَالَ أَعۡلَمُ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 259

Of (gedenk) degene die langs een (verlaten) stad kwam die volledig uit ruïnes bestond. Hij zei: “Oh! Hoe zal Allah (deze stad) doen herleven na haar vernietiging?” Daarop liet Allah hem sterven voor honderd jaar, waarna Hij hem deed herleven. Vervolgens vroeg Hij: “Hoe lang heb je hier" doorgebracht?” Hij antwoordde: “Misschien was ik hier een dag of een deel van de dag.” Hij zei: “Nee, jij hebt hier honderd jaar doorgebracht. Kijk nu naar je eten en drinken (nl. een mand vijgen en wat druivensap) zij zijn (na een volle eeuw) niet bedorven (noch van kleur veranderd). En kijk naar je ezel (waarvan enkel nog het geraamte rest)! (Een duidelijk bewijs van het wonder) En zo hebben Wij van jou een teken (van de heropstanding) gemaakt voor de mensen. Kijk naar de beenderen (van jouw ezel), hoe Wij ze (terug) samenbrengen en met vlees bedekken.” Zodra hem alles duidelijk werd, zei hij: “(Nu) ben ik vast en zeker overtuigd dat Allah tot alle dingen in staat is.”

وَإِذۡ قَالَ إِبۡرَٰهِـۧمُ رَبِّ أَرِنِي كَيۡفَ تُحۡيِ ٱلۡمَوۡتَىٰۖ قَالَ أَوَلَمۡ تُؤۡمِنۖ قَالَ بَلَىٰ وَلَٰكِن لِّيَطۡمَئِنَّ قَلۡبِيۖ قَالَ فَخُذۡ أَرۡبَعَةٗ مِّنَ ٱلطَّيۡرِ فَصُرۡهُنَّ إِلَيۡكَ ثُمَّ ٱجۡعَلۡ عَلَىٰ كُلِّ جَبَلٖ مِّنۡهُنَّ جُزۡءٗا ثُمَّ ٱدۡعُهُنَّ يَأۡتِينَكَ سَعۡيٗاۚ وَٱعۡلَمۡ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٞ 260

En (gedenk) toen Ibrahim (zonder argwaan of twijfels) zei: “Mijn Heer! Toon mij (in levenden lijve) hoe U de doden weer tot leven wekt.” Hij zei: “Geloof je dan niet (met je hart)?” Hij zei: “Jawel, maar opdat mijn hart tot rust komt.” Hij zei: “Neem vier (verschillende) vogels: slacht ze, snijdt ze in stukken, (haal ze door elkaar en maak er vier porties van). Verdeel hen vervolgens over (vier verschillende) bergen. Roep hen op (met de vogelkoppen in de hand), en ze (de verschillende stukken) zullen zich haasten en naar jou toekomen (om zich aan de kop te hechten en weer een volledige levende vogel te vormen). En weet dat Allah Almachtig is, Alwijs.

مَّثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمۡوَٰلَهُمۡ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ كَمَثَلِ حَبَّةٍ أَنۢبَتَتۡ سَبۡعَ سَنَابِلَ فِي كُلِّ سُنۢبُلَةٖ مِّاْئَةُ حَبَّةٖۗ وَٱللَّهُ يُضَٰعِفُ لِمَن يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ 261

De gelijkenis van degenen die van zijn rijkdommen uitgeeft op het Pad van Allah is als de gelijkenis van een graankorrel; het groeit in zeven aren en iedere aar heeft honderd korrels. Allah geeft het veelvoudige aan degenen waarover Hij tevreden is. En Allah is voldoende voor de noden van Zijn schepselen, Alwetend.

ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمۡوَٰلَهُمۡ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ ثُمَّ لَا يُتۡبِعُونَ مَآ أَنفَقُواْ مَنّٗا وَلَآ أَذٗى لَّهُمۡ أَجۡرُهُمۡ عِندَ رَبِّهِمۡ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 262

Degenen die hun rijkdommen uitgeven voor Allah en hun giften niet laten opvolgen door de herinnering van hun vrijgevendheid of door kwetsen, hun beloning is bij hun Heer. Zij zullen geen vrees hebben, noch zullen zij bedroefd zijn.

۞قَوۡلٞ مَّعۡرُوفٞ وَمَغۡفِرَةٌ خَيۡرٞ مِّن صَدَقَةٖ يَتۡبَعُهَآ أَذٗىۗ وَٱللَّهُ غَنِيٌّ حَلِيمٞ 263

Vriendelijke woorden en de vergeving van zonden zijn beter dan een liefdadigheid die door kwetsen gevolgd wordt. En Allah is Behoefteloos, Zachtmoedig.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تُبۡطِلُواْ صَدَقَٰتِكُم بِٱلۡمَنِّ وَٱلۡأَذَىٰ كَٱلَّذِي يُنفِقُ مَالَهُۥ رِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَلَا يُؤۡمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِۖ فَمَثَلُهُۥ كَمَثَلِ صَفۡوَانٍ عَلَيۡهِ تُرَابٞ فَأَصَابَهُۥ وَابِلٞ فَتَرَكَهُۥ صَلۡدٗاۖ لَّا يَقۡدِرُونَ عَلَىٰ شَيۡءٖ مِّمَّا كَسَبُواْۗ وَٱللَّهُ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلۡكَٰفِرِينَ 264

O jullie die geloven. Overhandig niet in verwaandheid jullie liefdadigheid door jullie vrijgevendheid te gedenken of door te kwetsen, zoals degenen die zijn weelde uitgeeft om door de mensen gezien te worden. En hij gelooft niet in Allah, noch in de Laatste Dag. En de gelijkenis met hem is als met een gladde rots bedekt met aarde, waarop een zware regenbui valt, die hem kaal achterlaat. Zij zijn niet in staat om iets te doen met wat zij verdiend hebben. En Allah leidt de ongelovige mensen niet.

وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمۡوَٰلَهُمُ ٱبۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِ ٱللَّهِ وَتَثۡبِيتٗا مِّنۡ أَنفُسِهِمۡ كَمَثَلِ جَنَّةِۭ بِرَبۡوَةٍ أَصَابَهَا وَابِلٞ فَـَٔاتَتۡ أُكُلَهَا ضِعۡفَيۡنِ فَإِن لَّمۡ يُصِبۡهَا وَابِلٞ فَطَلّٞۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرٌ 265

En de gelijkenis van degenen die hun welvaart besteden om Allah’s genoegen te zoeken en de versterking van hun ziel, is als de gelijkenis van een tuin op een hoge en vruchtbare plaats, waar zware regen op valt en (die) dan dubbel vrucht draagt. En als er geen zware regen valt, is lichte dauw voldoende. En Allah is Alziende over wat jullie doen.

أَيَوَدُّ أَحَدُكُمۡ أَن تَكُونَ لَهُۥ جَنَّةٞ مِّن نَّخِيلٖ وَأَعۡنَابٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ لَهُۥ فِيهَا مِن كُلِّ ٱلثَّمَرَٰتِ وَأَصَابَهُ ٱلۡكِبَرُ وَلَهُۥ ذُرِّيَّةٞ ضُعَفَآءُ فَأَصَابَهَآ إِعۡصَارٞ فِيهِ نَارٞ فَٱحۡتَرَقَتۡۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلۡأٓيَٰتِ لَعَلَّكُمۡ تَتَفَكَّرُونَ 266

Wenst één van jullie een dadeltuin te bezitten en druivenstokken, met rivieren die daar onderdoor stromen, en met allerlei soorten fruit voor hem daarin, terwijl hij een hoge leeftijd heeft behaald en zijn kinderen zwak zijn, terwijl het (de tuin) dan door een vurige wervelwind wordt getroffen, zodat het verbrandt? Zo maakt Allah Zijn Tekenen duidelijk aan jullie. Hopelijk zullen jullie nadenken!

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَنفِقُواْ مِن طَيِّبَٰتِ مَا كَسَبۡتُمۡ وَمِمَّآ أَخۡرَجۡنَا لَكُم مِّنَ ٱلۡأَرۡضِۖ وَلَا تَيَمَّمُواْ ٱلۡخَبِيثَ مِنۡهُ تُنفِقُونَ وَلَسۡتُم بِـَٔاخِذِيهِ إِلَّآ أَن تُغۡمِضُواْ فِيهِۚ وَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ غَنِيٌّ حَمِيدٌ 267

O, jullie die geloven! Geef van de goede dingen die jullie eerlijk verdiend hebben en van wat Wij voor jullie uit de aarde hebben voortgebracht en neem jullie niet voor om van het slechte te besteden, "waarvan jullie slechts met gesloten zouden nemen. En weet dat Allah Behoefteloos, Prijzenswaardig is.

ٱلشَّيۡطَٰنُ يَعِدُكُمُ ٱلۡفَقۡرَ وَيَأۡمُرُكُم بِٱلۡفَحۡشَآءِۖ وَٱللَّهُ يَعِدُكُم مَّغۡفِرَةٗ مِّنۡهُ وَفَضۡلٗاۗ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٞ 268

Satan dreigt jullie met armoede (tijdens het geven van liefdadigheid) en spoort jullie aan tot gierigheid (door de zakaat achter te houden). Terwijl Allah jullie (vanwege jullie uitgaven) vergeving (voor jullie zonden) en overvloed belooft. En Allah is Alomvattend, Alwetend.

يُؤۡتِي ٱلۡحِكۡمَةَ مَن يَشَآءُۚ وَمَن يُؤۡتَ ٱلۡحِكۡمَةَ فَقَدۡ أُوتِيَ خَيۡرٗا كَثِيرٗاۗ وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّآ أُوْلُواْ ٱلۡأَلۡبَٰبِ 269

Hij geeft Wijsheid aan wie Hij wil en degene die de wijsheid heeft gekregen, heeft zeker een overvloedig goed gekregen. En niemand laat zich vermanen dan de mensen van begrip.

وَمَآ أَنفَقۡتُم مِّن نَّفَقَةٍ أَوۡ نَذَرۡتُم مِّن نَّذۡرٖ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَعۡلَمُهُۥۗ وَمَا لِلظَّـٰلِمِينَ مِنۡ أَنصَارٍ 270

En alles wat jullie ook in liefdadigheid uitgeven of welke eed jullie ook afleggen, wees er zeker van dat Allah alles weet. En voor de onrechtvaardigen zijn geen helpers.

إِن تُبۡدُواْ ٱلصَّدَقَٰتِ فَنِعِمَّا هِيَۖ وَإِن تُخۡفُوهَا وَتُؤۡتُوهَا ٱلۡفُقَرَآءَ فَهُوَ خَيۡرٞ لَّكُمۡۚ وَيُكَفِّرُ عَنكُم مِّن سَيِّـَٔاتِكُمۡۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ 271

Als jullie de liefdadigheid openlijk laten zien, is dat goed, maar als jullie het in stilte aan de armen geven, is dat beter voor jullie. (Allah) zal jullie je zonden vergeven. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.

۞لَّيۡسَ عَلَيۡكَ هُدَىٰهُمۡ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَهۡدِي مَن يَشَآءُۗ وَمَا تُنفِقُواْ مِنۡ خَيۡرٖ فَلِأَنفُسِكُمۡۚ وَمَا تُنفِقُونَ إِلَّا ٱبۡتِغَآءَ وَجۡهِ ٱللَّهِۚ وَمَا تُنفِقُواْ مِنۡ خَيۡرٖ يُوَفَّ إِلَيۡكُمۡ وَأَنتُمۡ لَا تُظۡلَمُونَ 272

Het is niet aan jou hen te leiden, maar Allah leidt wie Hij wil. En al het goede dat je besteedt is voor jezelf, als je het omwille voor het zoeken van Allah’s welbehagen doet. En al het goede wat je besteedt zal jullie beloond worden en jullie zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.

لِلۡفُقَرَآءِ ٱلَّذِينَ أُحۡصِرُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ لَا يَسۡتَطِيعُونَ ضَرۡبٗا فِي ٱلۡأَرۡضِ يَحۡسَبُهُمُ ٱلۡجَاهِلُ أَغۡنِيَآءَ مِنَ ٱلتَّعَفُّفِ تَعۡرِفُهُم بِسِيمَٰهُمۡ لَا يَسۡـَٔلُونَ ٱلنَّاسَ إِلۡحَافٗاۗ وَمَا تُنفِقُواْ مِنۡ خَيۡرٖ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ 273

(Liefdadigheid is) voor de armen, die door Allah beperkt zijn en zich niet door het land kunnen bewegen. Degene die hen niet kent, denkt dat zij rijk zijn vanwege hun bescheidenheid. Je herkent hen aan hun tekens; zij vragen niet van de mensen op opdringende wijze. En al het goede dat jullie uitgeven, waarlijk Allah weet ervan. .

ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمۡوَٰلَهُم بِٱلَّيۡلِ وَٱلنَّهَارِ سِرّٗا وَعَلَانِيَةٗ فَلَهُمۡ أَجۡرُهُمۡ عِندَ رَبِّهِمۡ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 274

Degenen die ’s nachts en overdag van hun rijkdommen uitgeven, heimelijk en in het openbaar, hebben hun beloning bij hun Heer. Voor hen zal er geen vrees zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.

ٱلَّذِينَ يَأۡكُلُونَ ٱلرِّبَوٰاْ لَا يَقُومُونَ إِلَّا كَمَا يَقُومُ ٱلَّذِي يَتَخَبَّطُهُ ٱلشَّيۡطَٰنُ مِنَ ٱلۡمَسِّۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمۡ قَالُوٓاْ إِنَّمَا ٱلۡبَيۡعُ مِثۡلُ ٱلرِّبَوٰاْۗ وَأَحَلَّ ٱللَّهُ ٱلۡبَيۡعَ وَحَرَّمَ ٱلرِّبَوٰاْۚ فَمَن جَآءَهُۥ مَوۡعِظَةٞ مِّن رَّبِّهِۦ فَٱنتَهَىٰ فَلَهُۥ مَا سَلَفَ وَأَمۡرُهُۥٓ إِلَى ٱللَّهِۖ وَمَنۡ عَادَ فَأُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 275

Degenen die rente verteren zullen op geen andere wijze (uit hun graven) herrijzen dan als iemand die door de duivel werd bezeten, die hen in waanzin leidt. Dat is omdat zij zeggen: “Handel is als rente,” maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden. Iedereen die dus een vermaning van zijn Heer ontvangt en stopt met het verteren van rente, zal niet voor het verleden gestraft worden; zijn zaak ligt voor Allah, maar iedereen die terugkeert, zijn de bewoners van het Vuur: zij zullen daarin altijd verblijven.

يَمۡحَقُ ٱللَّهُ ٱلرِّبَوٰاْ وَيُرۡبِي ٱلصَّدَقَٰتِۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ كُلَّ كَفَّارٍ أَثِيمٍ 276

Allah zal de rente verwoesten en zal daden van liefdadigheid doen toenemen. En Allah houdt niet van de ongelovige zondaren.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ وَأَقَامُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَوُاْ ٱلزَّكَوٰةَ لَهُمۡ أَجۡرُهُمۡ عِندَ رَبِّهِمۡ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 277

Waarlijk degenen die geloven en goede daden verrichten en hun gebeden perfect verrichten en zakaat geven, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben. En zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَذَرُواْ مَا بَقِيَ مِنَ ٱلرِّبَوٰٓاْ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 278

O, jullie die geloven. Vrees Allah en geef op wat er van (het vragen van) van rente overblijft, als jullie ware gelovigen zijn!

فَإِن لَّمۡ تَفۡعَلُواْ فَأۡذَنُواْ بِحَرۡبٖ مِّنَ ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦۖ وَإِن تُبۡتُمۡ فَلَكُمۡ رُءُوسُ أَمۡوَٰلِكُمۡ لَا تَظۡلِمُونَ وَلَا تُظۡلَمُونَ 279

En als jullie dat niet doen, hoedt jullie dan voor de aankondiging van oorlog van Allah en Zijn boodschapper, maar als jullie berouw hebben, zullen jullie je geldelijke som behouden. Handel niet onrechtmatig en jullie zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.

وَإِن كَانَ ذُو عُسۡرَةٖ فَنَظِرَةٌ إِلَىٰ مَيۡسَرَةٖۚ وَأَن تَصَدَّقُواْ خَيۡرٞ لَّكُمۡ إِن كُنتُمۡ تَعۡلَمُونَ 280

En als de schuldenaar in moeilijkheden verkeert, geef hem dan uitstel van betaling totdat hij wél kan betalen. Maar als jullie het als liefdadigheid kwijtschelden is dat beter voor jullie, als jullie dat maar weten.

وَٱتَّقُواْ يَوۡمٗا تُرۡجَعُونَ فِيهِ إِلَى ٱللَّهِۖ ثُمَّ تُوَفَّىٰ كُلُّ نَفۡسٖ مَّا كَسَبَتۡ وَهُمۡ لَا يُظۡلَمُونَ 281

En vrees de dag waarop jullie tot Allah worden teruggebracht. Dan zal elke ziel beloond worden voor wat hij heeft verdiend en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا تَدَايَنتُم بِدَيۡنٍ إِلَىٰٓ أَجَلٖ مُّسَمّٗى فَٱكۡتُبُوهُۚ وَلۡيَكۡتُب بَّيۡنَكُمۡ كَاتِبُۢ بِٱلۡعَدۡلِۚ وَلَا يَأۡبَ كَاتِبٌ أَن يَكۡتُبَ كَمَا عَلَّمَهُ ٱللَّهُۚ فَلۡيَكۡتُبۡ وَلۡيُمۡلِلِ ٱلَّذِي عَلَيۡهِ ٱلۡحَقُّ وَلۡيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥ وَلَا يَبۡخَسۡ مِنۡهُ شَيۡـٔٗاۚ فَإِن كَانَ ٱلَّذِي عَلَيۡهِ ٱلۡحَقُّ سَفِيهًا أَوۡ ضَعِيفًا أَوۡ لَا يَسۡتَطِيعُ أَن يُمِلَّ هُوَ فَلۡيُمۡلِلۡ وَلِيُّهُۥ بِٱلۡعَدۡلِۚ وَٱسۡتَشۡهِدُواْ شَهِيدَيۡنِ مِن رِّجَالِكُمۡۖ فَإِن لَّمۡ يَكُونَا رَجُلَيۡنِ فَرَجُلٞ وَٱمۡرَأَتَانِ مِمَّن تَرۡضَوۡنَ مِنَ ٱلشُّهَدَآءِ أَن تَضِلَّ إِحۡدَىٰهُمَا فَتُذَكِّرَ إِحۡدَىٰهُمَا ٱلۡأُخۡرَىٰۚ وَلَا يَأۡبَ ٱلشُّهَدَآءُ إِذَا مَا دُعُواْۚ وَلَا تَسۡـَٔمُوٓاْ أَن تَكۡتُبُوهُ صَغِيرًا أَوۡ كَبِيرًا إِلَىٰٓ أَجَلِهِۦۚ ذَٰلِكُمۡ أَقۡسَطُ عِندَ ٱللَّهِ وَأَقۡوَمُ لِلشَّهَٰدَةِ وَأَدۡنَىٰٓ أَلَّا تَرۡتَابُوٓاْ إِلَّآ أَن تَكُونَ تِجَٰرَةً حَاضِرَةٗ تُدِيرُونَهَا بَيۡنَكُمۡ فَلَيۡسَ عَلَيۡكُمۡ جُنَاحٌ أَلَّا تَكۡتُبُوهَاۗ وَأَشۡهِدُوٓاْ إِذَا تَبَايَعۡتُمۡۚ وَلَا يُضَآرَّ كَاتِبٞ وَلَا شَهِيدٞۚ وَإِن تَفۡعَلُواْ فَإِنَّهُۥ فُسُوقُۢ بِكُمۡۗ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۖ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱللَّهُۗ وَٱللَّهُ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٞ 282

O, jullie die geloven! Als jullie een overeenkomst van een schuld voor een bepaalde tijd vastleggen, schrijf het dan op. Laat een schrijver het op een rechtvaardige manier tussen jullie opschrijven. Laat de schrijver niet weigeren het te noteren zoals Allah hem onderwezen heeft, laat het hem dus noteren. Laat degene die de schuld aangaat dicteren, en laat hem Allah, zijn Heer vrezen en laat hem niets (van wat hij schuldig is) in mindering brengen. Maar als de schuldenaar zwak van begrip is, of dwaas, of niet in staat is om het zelf te dicteren, laat dan zijn voogd het in rechtvaardigheid dicteren. En jullie nemen twee getuigen van jullie eigen mannen. En als er geen twee mannen (beschikbaar zijn) neem dan één man en twee vrouwen, die jullie als getuigen goedkeuren. Zodat als één (van de twee vrouwen) zich vergist de ander haar kan corrigeren. En de getuigen mogen niet weigeren wanneer zij worden opgeroepen. En wordt het schrijven niet moe, of het nu klein of groot is, betreffende de vervaltijd, dat is in Allah’s ogen eerder rechtvaardig: een beter bewijs, en passender om twijfel onder jullie te voorkomen. Behalve wanneer het contante handel is die jullie op de plaats tussen elkaar afsluiten, dan begaan jullie geen zonden als jullie het niet noteren. Maar neem getuigen als jullie een handelscontract afsluiten. Laat noch de schrijver, noch de getuigen benadeeld worden, wanneer jullie hen (toch) schaden, dan zou dat een zware zonde van jullie zijn. Vrees Allah dus; en het is Allah Die jullie onderwijst. En Allah is de Kenner van alle zaken.

۞وَإِن كُنتُمۡ عَلَىٰ سَفَرٖ وَلَمۡ تَجِدُواْ كَاتِبٗا فَرِهَٰنٞ مَّقۡبُوضَةٞۖ فَإِنۡ أَمِنَ بَعۡضُكُم بَعۡضٗا فَلۡيُؤَدِّ ٱلَّذِي ٱؤۡتُمِنَ أَمَٰنَتَهُۥ وَلۡيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥۗ وَلَا تَكۡتُمُواْ ٱلشَّهَٰدَةَۚ وَمَن يَكۡتُمۡهَا فَإِنَّهُۥٓ ءَاثِمٞ قَلۡبُهُۥۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ عَلِيمٞ 283

En als jullie op reis zijn en geen schrijver kunnen vinden, laat er dan een eed worden afgelegd met een onderpand, als jullie elkaar dan iets toevertrouwen, laat dan degene aan wie iets toevertrouwd is, het toevertrouwde teruggeven en laat hem Allah, Zijn Heer, vrezen. En bedek het bewijs niet, want degene die het verbergt, heeft waarlijk een zondig hart. En Allah is Alwetend van wat jullie doen.

لِّلَّهِ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِۗ وَإِن تُبۡدُواْ مَا فِيٓ أَنفُسِكُمۡ أَوۡ تُخۡفُوهُ يُحَاسِبۡكُم بِهِ ٱللَّهُۖ فَيَغۡفِرُ لِمَن يَشَآءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَآءُۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٌ 284

Aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. En of jullie nu openlijk laten zien wat jullie denken of jullie verbergen het; Allah zal jullie daarvoor ter verantwoording roepen. Hij vergeeft wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil. En Allah is tot alle zaken in staat.

ءَامَنَ ٱلرَّسُولُ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيۡهِ مِن رَّبِّهِۦ وَٱلۡمُؤۡمِنُونَۚ كُلٌّ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَمَلَـٰٓئِكَتِهِۦ وَكُتُبِهِۦ وَرُسُلِهِۦ لَا نُفَرِّقُ بَيۡنَ أَحَدٖ مِّن رُّسُلِهِۦۚ وَقَالُواْ سَمِعۡنَا وَأَطَعۡنَاۖ غُفۡرَانَكَ رَبَّنَا وَإِلَيۡكَ ٱلۡمَصِيرُ 285

De Boodschapper Mohammed (bevestigt) en gelooft in (de Koran) die naar hem werd gezonden door zijn Heer. En dit doen de gelovigen ook. Ieder van hen gelooft in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken en Zijn Boodschappers. Zij zeggen: “Wij maken geen onderscheid tussen Zijn Boodschappers (i.t.t. de Joden en de Christenen).” En zij zeggen: “Wij luisteren (naar hun bevelen) en gehoorzamen. Wij vragen om Uw vergeving, onze Heer. En tot U zullen allen terugkeren.” (na de Wederopstanding)

لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفۡسًا إِلَّا وُسۡعَهَاۚ لَهَا مَا كَسَبَتۡ وَعَلَيۡهَا مَا ٱكۡتَسَبَتۡۗ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذۡنَآ إِن نَّسِينَآ أَوۡ أَخۡطَأۡنَاۚ رَبَّنَا وَلَا تَحۡمِلۡ عَلَيۡنَآ إِصۡرٗا كَمَا حَمَلۡتَهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِنَاۚ رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلۡنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِۦۖ وَٱعۡفُ عَنَّا وَٱغۡفِرۡ لَنَا وَٱرۡحَمۡنَآۚ أَنتَ مَوۡلَىٰنَا فَٱنصُرۡنَا عَلَى ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡكَٰفِرِينَ 286

Allah belast niemand boven zijn vermogen. Hij ontvangt beloning voor (het goede) wat hij verricht heeft en (alléén) voor hem is de bestraffing voor wat hij doet. “Onze Heer! Straf ons niet voor wat wij (onopzettelijk) vergeten of wat wij fout doen. Onze Heer! Leg ons geen last op zoals U wel hebt gedaan bij diegenen die ons zijn voorgegaan. Onze Heer! Leg ons geen lasten (en beproevingen) op die wij niet kunnen dragen. Wis onze zonden en schenk ons vergiffenis op basis van Uw barmhartigheid. U bent onze Beschermer en Behoeder. Laat ons (daarom) de overwinning behalen op de ongelovigen, (in woord en daad).”"

44 Comments

  1. Logisch dat het in Nederland vaak slecht gaat tussen moslims en niet moslims. Ik heb deze Soera volledig doorgelezen en wat me vooral als niet gelovige bij blijft is dat ik een pijnlijke straf zal ondergaan en Allah me eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Dit terwijl ik best wel een goed, verdraagzaam en respectvol man ben. Ik heb respect voor elke individu en elke godsdienst. Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden. Ik probeer bruggen te bouwen tussen moslims en niet moslims maar als jullie moslims over mij denken wat hier beschreven staat dan vrees ik een beetje voor de toekomst. Interpreteer ik de zaken die hier bechreven staan verkeerd of wensen jullie mij allemaal een pijnlijke straf? Mijn excuus als dit niet echt als bruggenbouwend overkomt maar ik ben eigenlijk een beetje ontdaan.

    1. Beste Pieter,
      Verdraagzaamheid is een goede karaktereigenschap en in de koran worden de gelovigen erop gewezen te allen tijde verdraagzaam te zijn en de medemens goed te behandelen ongeacht geloof, ras of geslacht. Je geeft aan dat je dit doet door tijd te investeren in het bij elkaar brengen van mensen. Ik denk dat dit door ieder weldenkend mens dient te worden gewaardeerd en wil je ten eerste aansporen om hier vooral mee door te gaan aangezien we dit soort mensen nodig hebben om onze maatschappij te behoeden voor onheil. Ten tweede wil ik mijn complimenten uitspreken voor de tijd die je hebt genomen om deze soera helemaal uit te lezen. Het is de langste soera van de koran en het zijn niet de minste onderwerpen die de revue passeren. In deze soera wordt inderdaad gesproken over mensen die niet in de koran geloven en wat hen te wachten staat in het eeuwige leven. Geen enkel mens heeft echter het recht om een ander individu te veroordelen, omdat wij mensen niet over alle kennis beschikken. Allah is de alwetende en alleen Hij kan en zal oordelen. De conclusie dat het niet goed zal komen tussen de moslims en niet-moslims vind ik dan ook misplaatst en heb zelf de ijdele hoop dat we met elkaar de hier geldende spelregels alom blijven respecteren opdat we in harmonie met elkaar kunnen blijven leven. De bagage die we naar het volgende leven zullen meenemen bestaat alleen uit de goede en slechte daden die we in dit leven hebben verricht. Op de dag des oordeels zullen deze daden tegen elkaar worden afgewogen en Allah zal beslissen hoe het verloop invulling zal worden gegeven.

      1. Beste Pieter,

        Allereerst wil ik je bedanken voor je werk als bruggenbouwer. Ik ben zelf een Belgische die jaren bruggen gebouwd heeft voor ik me bekeerde. Ik begrijp hoe deze tekst soms moet overkomen. Ik weet niet of je jezelf als atheist of andersgelovig (christelijk, joods) beschouwd. Als je jezelf beschouwd als christen of jood moet je ook gelezen hebben dat Ibrahiem (Abraham) en isa (jezus) al ware gelovigen waren. Je hebt dan ook gelezen dat joden en christenen niets te vrezen hebben indien zij vasthouden aan de originele boodschap van God. Namelijk dat god 1 is. Mensen die dit geloven hebben dus volgens deze soera niets te vrezen. Als er over ongelovigen gesproken wordt gaat dat over veel goden aanbidders of mensen die ronduit het bestaan van god ontkennen. Ik ken persoonlijk heel veel mensen die zichzelf ongelovig noemen maar volgens mij diep gelovig zijn. Ik geloof dit over hen omdat ik kijk naar hun daden en niet hun woorden. Mensen die zich uit eigen beweging houden aan vrijgevigheid, naastenliefde en uit eigen beweging weghouden van wreedheid en onrechtvaardigheid hebben volgens mij een gevoelsmatige band met god die niet gebaseerd is op wat ze in een boek gelezen hebben maar op oeroude instincten en gevoelens die hen desondanks in contact stellen met god. Hoe vaak heb ik al een atheist zich met het hoofd naar de hemel zien wenden en god aanroepen. Te vaak om te tellen. Als ik al kan zien aan iemand die zichzelf ongelovig noemt dat hij desondanks god in zich voelt roeren beeld je dan eens in wat God kan zien die je hart kent, die elke intentie kent voor je hem zelf kent, als ik zou geloven dat mensen zoals jij door God naar de hel worden gestuurd had ik me nooit bekeerd. God weet wat wij niet weten. Hij weet beter als jij en ik wie waarlijk gelovig is en op basis daarvan zal hij oordelen. Ik wens je veel succes en dank je om de tijd te nemen om je te informeren en door te vragen.

    2. Geachte heer Pieter,

      Wat mooi dat u de moeite neemt om als niet moslim deze Surat te lezen. Wij kunnen (en mogen) niet oordelen over wie de genade van Allah zal ontvangen. Wij mogen ook niets verkeerds denken over u of u veroordelen. De Koran is gegeven aan iedereen op de wereld. Direct aan het begin van de Surat zegt Allah dat dit boek velen tot leiding zal zijn (gelovig en ongelovig) en velen zal misleiden omdat ze met de verkeerde houding het boek openslaan (gelovig en ongelovig). Dus wat we uit de Koran halen heeft te maken met onze eigen inzet, de bereidheid om te reflecteren en het Boek (diepgaander) te bestuderen.

      Mocht u de Engelse taal machtig zijn dan kan ik u twee uitstekende tips geven: https://www.youtube.com/watch?v=ifllgTA2pmY – In deze lezing vertelt Jeffrey Lang, wiskundige en voormalige atheïst over zijn bekering. Een aanrader!
      En als u deze Surat nog verder wilt bestuderen raad ik u deze serie aan. http://livestream.com/bayyinahtv in deze serie gaat er werkelijk een hele nieuwe wereld open (er wordt van deze serie overigens ook Inshaa Allah een samenvatting gemaakt in het Nederlands).
      Verder kunt u altijd overwegen om een keer met iemand mee te gaan naar de moskee als u meer informatie wilt.

      Allah is de Schepper van alles, ook alle mensen. Dat geloven wij als moslims. Allah heeft vele mensen gezegend met het vermogen om liefdevol te zijn, compassie te hebben voor de medemens en zorgzaam te zijn voor de wereld. Zowel gelovigen als niet gelovigen. Het enige verschil tussen een gelovige en niet gelovige is dat een gelovige (als het goed is), het goede doet omwille van Allah en daarmee hoopt dat Allah hem in het leven hierna een mooie plek zal schenken in het paradijs. Zij sparen als het ware de beloningen op voor het leven hierna. Een niet gelovige krijgt vaak al hier de beloning zoals erkenning, status, roem, etc.

      Maar nogmaals, Allah bepaalt uiteindelijk wat er gebeuren zal in het leven hierna. En Hij is de Meest Rechtvaardige. Moge Allah u leiden.

    3. Beste Pieter,
      God de Almachtige beveelt ons aan om nietgelovigen/nietmoslims die net als jou zijn(bruggenbouwer,vreedzaam) vriendelijk/zachtmledig te behandelen want wij zijn mensen.
      Wij geloven in het bestaan van de hel en het paradijs maar daarover gaat Allah. Hij zal oordelen volgens de waarheid. Het is niet aan ons om te zeggen bij wijze van spreken “Jan gaat naar de hel, Ahmed naar het paradijs”. Dat is verboden. Want alleen de Schepper oordeelt.

    4. “Logisch dat het in Nederland vaak slecht gaat tussen moslims en niet moslims. Ik heb deze Soera volledig doorgelezen en wat me vooral als niet gelovige bij blijft is dat ik een pijnlijke straf zal ondergaan en Allah me eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Dit terwijl ik best wel een goed, verdraagzaam en respectvol man ben. Ik heb respect voor elke individu en elke godsdienst. Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden. Ik probeer bruggen te bouwen tussen moslims en niet moslims maar als jullie moslims over mij denken wat hier beschreven staat dan vrees ik een beetje voor de toekomst. Interpreteer ik de zaken die hier bechreven staan verkeerd of wensen jullie mij allemaal een pijnlijke straf? Mijn excuus als dit niet echt als bruggenbouwend overkomt maar ik ben eigenlijk een beetje ontdaan”

      Wij moslims hopen voor iedereen dat hij/zij terechtkomt in het paradijs. Hiervoor hoef je overigens niet per se moslim voor te zijn, zolang je maar het vrijgevige, goedhartige leven lijdt zoals dat ongeveer zo’n beetje in de koran staat.

    5. Beste peter

      Als je goed hebt gelezen zijn wij niet de genen die over jou iets te zeggen hebben allah beslist het (iedereen is een individu)je vraagt je toch wel is af Waarom ben ik hier wat hoe waarom de mensen leven zonder te denken geld macht en dan????ik kan 100000 dingen opnoemen wat de wetenschap de dag vandaag nog steeds niet weten.maar goed jou de keuze om wel of niet te geloven.mijn mening is vind een fout in de Koran om niet te geloven?

  2. Hallo

    Ben beetje koran aan het proberen te begrijpen en wat het geloof in Allah nou inhoud, ik ben zwaar katholiek opgevoed maar kon mij daar nooit zo in vinden.
    Dus nu hier maar de koran lezen want het spreekt me allemaal wel aan.
    Wat ik ook wel mooi vind hier is dat hij voor gelezen word dus je kan rustig mee lezen en zo de tekst beter begrijpen denk ik zelf.

    Mooie site voor iedereen om eens te lezen en wie weet net als ik heel wat te leren

    1. Wat een mooie reactie <3 Inderdaad een heel mooie site voor iedereen! Ik vind het zo knap dat je de tijd neemt om een andere godsdienst te bestuderen. Al is het maar om één hoofdstuk uit de koran.

  3. Beste admin,

    Ik vind het een geweldig boek de Koran. Vooral met het audio aan doorlezen vind ik mooi. Maar ik ben geschrokken wat betreft het lot van de ongelovigen. Wat is de definitie van een ongelovige in de Koran? Wat wordt met de term bedoeld in de Koran? Ik ben joods, een der kinderen van de Isreal dus zoals in de Koran beschreven. Joodse Thora is niet in een 'korte' periode geschreven zoals de Koran, maar over een periode van 3000 jaar. Zo hebben vele Israelite profeten(zoals David, Salomon, Mozes etc..) een bijdragen geleverd aan de Thora. Maar in het joods geloof gaat iemand naar de hel als degene veel onrecht aan andere mensen heeft gedaan. Alle goede/rechtvaardige mensen, joods en niet-joods hebben een goede plaats in de wereld dat komen zal(hiernamaals). Het israëlitische joodse geloof zegt nooit dat als mensen niet in een bepaalde boek of geschrift of boodschap geloven, dat ze dan naar de hel gaan. In het jodendom houdt GOD rekening met alle dingen, de context/omstandigheden waarin iemand een zonde begaat, zoals uit welke cultuur men komt, of onder welke omstandigheden is opgevoed, of wat hij in het verleden heeft meegemaakt. GOD weet precies hoe een zonde voor iemand weegt, en GOD is barmhartig.

    1. Beste Henk,
      Met ongelovige wordt bedoelt iemand die kennis beschikt over de islam wat het precies inhoudt zonder vervalsing of zonder leugens eromheen maar diegene gelooft er niet in dan is zo’n iemand simpelweg niet-gelovige/ongelovige. Puur als we naar de feiten kijken dan is dat inderdaad zo. Want stel je voor ik zeg dat zo’n persoon een moslim of mu’min(gelovige) is dan lieg ik over diegene. Hij zou dan zeggen “ho ho, stop daar. Ik geloof niet dat de koran van God komt en dat Mohammed een profeet is”.

      Bij ons is iemand een mu’min/gelovige als hij in de volgende zaken gelooft:
      1) Allah
      2)Engelen
      3) profeten(waarvan mohamed vzmh de laatste profeet is)
      4) heilige boeken
      5) het laatste uur
      6) het lot

      Iemand is moslim als hij of zij:
      1) de getuigenis aflegt ( er is geen god behalve Allah en Mohamed vzmh is zijn profeet)
      2)het gebed verricht
      3) de zakaat betaalt
      4)vasten in de ramadan
      5)hajj , op bedevaart gaat als hij of zij in staat is

  4. Als "ongelovige" ben ik mij aan het verdiepen in de Koran, nu het eerste en blijkbaar langste hoofdstuk gelezen.
    Altijd ben ik er heilig van overtuigd geweest dat er geen god is maar begin nu toch wel te twijfelen, het zijn zulke mooie teksten en prachtige regels om na te leven.
    Kan ik zomaar een Moskee binnen lopen of is er iemand bereid mijn vragen te beantwoorden over wat ik lees?

    Bedankt voor het opzetten van deze site, zodat ook wij die dit niet meekrijgen van onze ouders de Koran kunnen lezen en bestuderen!

    Groetjes Mitchell Toet

    1. Beste Mitchel Toet,

      U kunt ten alle tijden een moskee binnen lopen, ik weet zeker dat de moslims die zoch daar bevinden u met open armen zullen ontvangen en uw vragen zo goed mogelijk zullen proberen te beantwoorden. Knap, dat u zich wilt verdiepen in het islamitische geloof.

      Ik wens u veel succes!!

    2. Hi Mitchell,

      U kunt zo een moskee binnenlopen. Als u op google zoekt naar gebedstijden dan vind u de tijden waarop de moskee open is in uw stad.
      Op http://www.moskeewijzer.nl vindt u het overzicht van moskeeen in Nederland. Op http://www.moskeerondleiding.nl kunt u een gratis rondleiding aanvragen. Daar staat ook de optie overig voor als uw stad er niet tussen staat.

      Tot slot raad ik u aan om de koran ook te luisteren in plaats van alleen lezen. Dit kan op youtube maar ook op deze site zelf.

    3. best Mitchell Toet

      ik wens je veel succes, hoe komt het dat 600 Nederlanders of Belgen per jaar bekeren!! en hoeveel andersom.
      als echte moslim zal je rust vinden in ALLES.

      SALAM(BROEDER)

  5. Sorry maar ik snap wel dat jullie t beste met ons voor hebben maar volgens t boek worden we flink gestraft voor t feit dat we anders denken of ander geloof hebben. Waar mensen ook niks aan kunnen doen. Ivm land waar je geboren ben , culture en tijd waarin men in leeft. De teksten klonken echt aanvallend en ben bang dat wanneer iemand dit bestudeerd en t als "waarheid" aanschouwd en volgens 1.5 miljard anderen. En trouwens in de bijbel staat t ook vol van dat soort teksten. Kan me wel voorstellen dat mensen n geloof hebben, maar om de heilige boeken zo letterlijk te nemen lijkt me immoreel. Er staan echt heftige dingen in. Daardoor kwam ik persoonlijk tot de conclusie dat ik niet meer geloof, (en door wetenschap). Kan er niks aan doen. Wat geeft t nou welk geloof iemand heeft (of geen), de 3 grootste religies zijn allemaal de god van Abraham toch? Zolang je maar n goed mens ben. Je heb daar niet perse n boek voor nodig. Laat iedereen gewoon denken wat die wilt..

    1. Beste “Richard Dawkins”,

      Zo dacht ik ook vroeger. Zelf ben ik ook wetenschapper, en ik ben tot de conclusie gekomen dat wetenschap geen reden is om niet (of wel) te geloven. Vraag jezelf eens: Waarom is wetenschap voor jou een reden om niet te geloven? Kun je deze vraag goed beantwoorden? Het lijkt er niet op dat leven vanzelf is gekomen en ontwikkeld, hoe laat wetenschap aan jou zien dat dat wel het geval is?

      Groet,

      Yur

    2. Beste Richard, de bestraffing van het ongeloof is alleen van toepassing bij mensen waar de boodschap is aangekomen. Zij die de boodschap niet hebben ontvangen, worden beproefd op een andere manier.

  6. Bedankt voor deze website, mijn vader is goed bevriend met een Moslim die hem een Quran heeft gegeven.
    Ik wil het boek niet beschadigen of vies maken dus ben ik hier gekomen om te lezen.
    God heeft zijn bestaan aan mij bewezen door het tonen van een Djin een tijd geleden, en sinds dien ben ik in een zware spirituele tocht geraakt.
    Voor mij heeft God altijd bestaan en heb ik dit altijd geweten, maar nu is het onmiskenbaar gemaakt. Ik zou niet langer in staat zijn te twijfelen.
    Ik ben nooit naar de kerk of een moskee geweest, en ik heb in alle eerlijkheid de westerse bijbel of joodse bijbel nooit gelezen.
    De connectie die ik voel tussen mijzelf en God is een van onvoorwaardelijke liefde, en hij legt mij geen regels op.
    Ik ken goed en kwaad vanwege het gevoel in mijn hart, en wijk niet van deze alsof het de principes zijn die mij maken wie ik ben.
    Ik ben lange tijd heel erg verdrietig geweest over hoe mensen elkaar behandelen en hoe we dieren behandelen, en in alle eerlijkheid ben ik dat
    nu nog steeds. Ik heb deze gehele Surat gelezen, en hier verteld God mij dat ik mij niet verantwoordelijk hoef te voelen, maar hoe kan ik dat niet?
    Het is mijn wens dat iedereen zijn ogen opent en terugkeert naar het goede en de liefde. Niet voor mij, maar voor hun.
    Nu vrees ik dat ik in deze onenigheid met God zijn woorden een fout kan begaan, maar ik wil mijn liefde voor de mens niet laten varen.
    Wat kan ik doen?

  7. Salam aleikum Broeders en zusters,

    Deze site is zo handig, je kunt de Koran lezen, maar ook luisteren. Daarnaast geeft het je rust als je het leest. Ik wil me graag bekeren tot de islam, maar M'n moeder en broers zijn erop tegen. Ik wil me bekeren, omdat de islam mij rust geeft en dit is het enige geloof waar ik me thuisvoel. Hebben jullie nog tips voor mij hoe ik m'n moeder kan overtuigen? Zelf ben ik van plan om me te gaan bekeren zodra ik niet meer thuis woon. Dan heeft niemand iets te zeggen, want dan is het m'n eigen keus.

    M'a salam

    1. Ik wil heel graag met jou in contact komen omdat ik precies het zelfde doormaak, dat me ouders het niet accepteren.
      Je moet op youtube even zoeken naar van hagelslag naar halal, dat is een tv progamma geweest en ik heb daar veel info en dingen uit kunnen weten te halen.
      daar zie je ook meiden die bekeerd zijn en sommige moeders accepteren het wel en sommige totaal niet.

    2. beste Muslimah ,

      wil je je zo graag bekeren tot de islam praat er serieus over met je moeder en gaat je moet contact opnemen met een moskee en zij zullen het met je bespreken en regelen

    3. beste Muslimah ,

      wil je je zo graag bekeren tot de islam praat er serieus over met je moeder

      je moet contact opnemen met een moskee zij zullen het met je bespreken en regelen

    4. Hallo,

      Ik ben bekend met het fenomeen en troost je.. De door jou omschreven “complicaties” zijn er ook als je volwassen bent.
      Vrienden, kennisen en famillie zullen vaak eenzelfde reactie hebben ongeacht je leeftijd.
      Hoe je het uiteindelijk aanpakt is geheel aan jou, maar ik kan je wel zeggen hoe ik het doe.
      Ik introduceer het beetje bij beetje. Ik laat zo nu en dan een website openstaan, een boek “slingeren” en vraag geregeld “zit hier varkensvlees in?”.
      Maar ik zou er in geen geval ruzie over maken of verhitte discussies aangaan. Soms is het beter om je schouders op te halen en OK te zeggen.

  8. Beste moslims,

    Ik ben atheist en zal dit altijd blijven. Niet omdat ik close-minded ben, maar omdat ik de afgelopen 4 jaar intensief religies heb bestudeerd en de argumenten tegen elkaar heb afgewogen. Als ik moet branden in de hel omdat ik rationeel ingesteld ben, then so be it. Een dergelijke God is geen aanbidding waard.

    En wanneer ik een Soera lees als deze, kan ik alleen maar zeggen dat ik begrijp waarom Jihadisten bestaan. Zinnen als "Allah is de vijand van de ongelovigen" en "Allah houdt van geen enkele ongelovige zondaar" hebben desastreuze gevolgen. Daarnaast zijn ongelovigen vervloekt en zullen ze branden in de hel voor de eeuwigheid en er zal geen weg terug zijn. En dan kun je wel zeggen dat er andere verzen zijn die stellen dat moslims goed moeten omgaan met ongelovigen, maar begrijp je dan niet dat zinnen als deze de menselijke psyche zodanig beïnvloeden dat dit bijna betekenisloos wordt? Snap je niet dat dit vijandigheid opwekt? Als God de vijand is van ongelovigen, dan is het met redelijkheid te stellen dat jij als moslim dat ook zou moeten zijn.

    Dit wilde ik kwijt, want net als Pieter wil ook ik bruggen bouwen. Maar als je in een God gelooft die ongelovigen vervloekt, heb ik mijn twijfels erbij dat een moslim ditzelfde zou kunnen doen.

    Groet,

    Boudewijn

    1. Beste Boudewijn,

      De verschillende religies vier jaar intensief bestuderen getuigt van een zekere interesse. Het is echter wel jammer dat het antwoord al bekend was alvorens je aan de studie bent gestart. Je geef immers aan dat je een atheïst bent en altijd zal blijven (ik ben ervan overtuigd dat je het niet zeker kunt weten, want het kan namelijk zomaar zijn dat Allah heeft bepaald dat je op een dag anders zal besluiten). Dit impliceert dat ongeacht het eindresultaat er uiteindelijk toch niets zal veranderen aan hoe jij in het leven staat. Ik heb dan ook de indruk dat je (nog) niet echt zoekende was naar de waarheid maar meer bezig bent geweest met het vinden van argumenten die jouw overtuiging zouden kunnen verstreken om de verschillende religies in het verdomde hokje te kunnen plaatsen.

      Ondanks de aanname dat je argumenten hebt kunnen vinden die de islam een negatieve bijsmaak zouden kunnen geven, wil ik je melden dat je ook ongelijk zou kunnen hebben. Door rationaal te denken is het namelijk ook mogelijk om tot een onjuist besluit te komen. Dit had echter voorkomen kunnen worden door de welbekende logica toe te passen (logisch redeneren) maar om goede analyse uit te voeren, dien je wel eerste de literatuur goed te bestuderen en ik kan je vertellen dat een tijdsspanne van vier jaar niet voldoende is. Voor het uitvoeren van een gedegen analyse dien je namelijk ten eerst de Arabisch taal machtig te zijn. Vervolgens heb je volgens schattingen 20 tot 30 jaar nodig om de verschillende disciplines binnen de islam goed te kunnen bestuderen. De koran zegt niet voor niets in Soera 31, vers 27 dat de woorden van Allah onuitputtelijk zijn.

      Rationeel denken is goed maar degenen die pretenderen rationeel te denken kunnen ook door de mand vallen. Allah zegt namelijk in Soera 29, vers 65 het volgende: “En als zij op schepen varen, dan roepen zij Allah aan. Hem zuiver aanbiddend, Maar zodra Hij hen dan heeft gered en aan land heeft gebracht, kennen zij deelgenoten aan Allah toe”. Het komt erop neer dat iedereen als moslim (Fitrah – reine verbintenis met de schepper) wordt geboren, alleen is het bij velen bedekt met wereldse aangelegenheden en begeerten. Daarnaast speelt de opvoeding en omgeving natuurlijk ook een belangrijke rol. Een ramp of ernstige ziekte kan de natuurlijke aanleg, het geloof in God, echter weer bloot leggen. Maar meestal raakt het aangeboren godsbesef weer bedekt door begeerten als de ramp of ziekte voorbij is.

      Jij hebt gelezen dat God de vijand is van de ongelovigen. Als we dit in de juiste context plaatsen (logisch redeneren) dan kunnen we God toch niets anders dan gelijk geven? Degenen die hem alleen aanroepen wanneer hen het uitkomt (ramp, ziekte) zijn toch hypocriet? Dan zouden we het toch ook logisch moeten vinden wanneer Hij hen als vijanden/hypocrieten ziet. God heeft ons gemaakt tot wie we zijn en tegelijkertijd heeft hij ons bevolen Hem te gehoorzamen. Dit laatste wordt echter door weinigen opgevolgd en het is niet meer dan logisch dat er ook gestraft/beloond dient te worden om gehoorzaamheid te kunnen afdwingen. De normen en waarden binnen ons democratische rechtsstaat hebben ons toch doen aannemen dat dit een eerlijk omgangsvorm is?

      Een tweede denkfout is de bewering dat moslims dientengevolge ook vijanden van de ongelovigen moeten/zullen zijn. Een dergelijke bewering doet mij vermoeden dat je de teksten niet goed hebt begrepen of dat je niet genoeg tijd hebt genomen om de literatuur goed te bestuderen opdat je de context en het geheel goed zou kunnen overzien. Het is namelijk de schepper die de mensheid heeft bevolen om zijn geboden en verboden op te volgen. De moslims vormen een deel van de groep mensen die wel in Hem geloven, terwijl het andere deel in iets anders gelooft of dat helemaal niet doet. Zoals je ongetwijfeld weet, schrijft de wet bijvoorbeeld voor dat we de parkeerschijf dienen te gebruiken bij de blauwe zone. Ben jij dan een vijand van jouw buurman wanneer hij deze een keer is vergeten en vervolgens door de passeerden parkeerwacht wordt bekeurd of zou je eerder medelijden met hem hebben ondanks dat de opgelegde boete terecht is? Een moslim met de juiste intenties zou zijn buurman erop wijzen dat de boete dient te worden betaald en wel binnen de bekendgemaakte betalingstermijn. De juiste intenties reiken zelfs zover dat de buurman, ongeachte geloof, ras, etc., dient te worden geholpen wanneer de buurman de boete niet op tijd zou kunnen betalen om te voorkomen dat hij nog meer ellende krijgt met een eventuele verhoging van de boete.

      Degene die beweert dat moslims vijanden van ongelovigen zijn, dient de overleveringen van de profeet (v.z.m.h.) goed te bestuderen waarna men tot de ontdekking zal komen dat de profeet (v.z.m.h) ons niet alleen heeft geleerd de medemens met respect behandelende maar al zijn schepselen, dus ook de dieren en planten. Het respect voor de dieren ging zelfs zover dat hij een keer tijdens een oorlog de duizenden soldaten, die op weg waren naar een slagveld, had bevolen de weg te verlaten om vervolgens een halve kilometer om te lopen. Hij zag namelijk in de verte dat een hond met haar puppy’s de weg was opgelopen en wilde dat het gezelschap niet gestoord zou worden.

      In Soera 51, vers 56 zegt Allah: “Ik heb de mensen en de djinn slechts geschapen om Mij te dienen/aanbidden”. Dit houdt in dat de mensen en de djinn (demonen – ook een schepsel van Allah) alleen zijn geschapen om Allah te aanbidden. Met aanbidden wordt hier meer bedoeld dan alleen het nakomen en verrichten van de 5 zuilen. Eten, werken, sporten, slapen en ontspannen is ook een vorm van aanbidding zolang je dit maar op een geoorloofde manier doet. Daarnaast is naastenliefde ook een vorm van aanbidding waar Allah heel erg van houdt en iemand die zich bezig houdt met bruggen bouwen tussen individuen of groepen zal ook op de liefde van Allah kunnen rekenen, omdat Hij een voorstander is van harmonie. Allah heeft ons dus niet bevolen om zijn geboden op te volgen en de verboden te vermijden zodat Hij er beter van wordt maar juiste vanwege het feit dat wij er beter van zullen worden en dit is precies wat hij ons in Soera 51, vers 57 duidelijk heeft gemaakt. Ik zou zeggen geloof in Allah, want je hebt niets te verliezen, je kunt alleen maar winnen!

    2. inderdaad maar dan gaat de mens dus bepalen wie gelovig is en wie niet. ben ik gelovig, omdat ik zeg dat ik gelovig ben? Nee, ben jij ongelovig, omdat jij zegt dat jij ongelovig bent? nee. dat is juist het punt en inderdaad eenvoudige zielen zullen eenvoudig denken en komen niet verder dan die zinnen die daar staan en gaan zelf mensen beoordelen als gelovig en ongelovig en dat is niet hun werk. Het laatste oordeel is aan God.

      de mens wordt zwaar beproefd, ook zij die deze zinnen verkeerd interpreteren en vervolgens op Zijn stoel gaan zitten en oordelen over wie gelovig is en wie niet en wie zondaar is en wie niet. Tenslotte is er maar één die alles van ons weet, weet wat ons beweegt en weet wat wij wel en niet geloven en daarom is Hij de enige die kán oordelen

  9. Geliefde broeders en zusters van het andere geloof,
    ik ben een christen die voor het eerst de koran leest om beter te begrijpen waar het bij de islam om draait.
    Nu snap ik echter een vers niet: In vers 62 staat: Waarlijk, degenen die geloven, de joden, de christenen en de Sabiërs, wie (van hen) in Allah en de Laatste Dag gelooft en goede daden verricht; voor hen ligt hun beloning bij hun Heer en zij zullen vrees noch treurnis kennen.

    Ligt het aan mij of staat hier letterlijk dat je niet per se moslim hoeft te zijn om beloond te worden? Hier worden de Joden, Christenen en Sabiërs op een lijn gesteld met betrekking tot het Laatste Oordeel en de enige voorwaarde lijkt te zijn een geloof in Allah (God), een geloof in het Laatste Oordeel en het doen van goede daden.

    Waarschijnlijk interpreteer ik de tekst op een verkeerde manier, maar dit is wat ik er in lees, het zou heel interessant zijn om een uitleg te krijgen van iemand die de tekst kent.

    En dan heb ik nog een vraag die hier geheel los van staat, maar die mij wel interesseert: klopt het dat voor moslims de vrijdag de heilige dag is? Op vrijdag wordt toch het vrijdaggebed gebeden? Waarom is de vrijdag de heilige dag geworden in plaats van de sabbat?

    Ik hoop dat ik met mijn nieuwsgierigheid niet beledigend overkom, ik ben zeer onwetend op het gebied van de islam en probeer daar nu verandering in te brengen.

    Vrede gewenst,
    Josja

    1. Dag Josja, Ik ga een poging doen je vraag te beantwoorden. Islam is een arabisch woord wat dient vertaald te worden om het denk ik beter te begrijpen. Hetzelfde geldt voor de termen moslim en mo’min. Het zijn geen losse “namen”
      Islam betekent onderwerping / overgave
      Moslim betekent degene die zich onderwerpt of heeft onderworpen
      Mo’min betekent iemand die gelooft.

      Als een christen/sabier/jood zich onderworpen heeft aan Allah, aan 1 Almachtige, dan is hij per definitie moslim. Alle profeten hebben die boodschap verkondigt, om te onderwerpen aan 1 Allah, het gebed te onderhouden, en aalmoezen te geven. En misschien is het tijdperk ook belangrijk, iemand die de ware Jezus, Isa (vrede op hem)of Mozes, Musa (vrede op hem) heeft gevolgd, is per Arabische definitie moslim, iemand die zich heeft onderworpen aan 1. Overigens wordt in Surah 5 vers 3, gezegd dat de religie in Islam/onderwerping is geperfectioneerd.
      Vrijdag is misschien de heilige dag geworden, om anders te zijn dan de joden en de christenen, te distantieren van hen die niet wilden mee gaan .
      En Allah, de Geprezen, de Verheven, weet beter in alle zaken.

    2. Beste Josja,

      Hiermee wordt de joden en christenen bedoeld voor de komst van de laatste profeet Mohamed. Deze hebben zich allen onderwerpt aan de wil van God zoals serferaz eerder heeft uitgelegd. Maar voor de dag van vandaag, is dit niet van toepassing. Hiervoor dien je te getuigen dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden buiten Allah, en dat Mohamed zijn boodschapper is. Hopelijk is dit antwoord verhelderend voor u.

    1. Salaam ou3alaikoum,

      Je had mij erop geattendeerd dat 14e aya van soera 2 een foutje bevat. Ik heb deze nagelezen en heb geen fout kunnen constateren. Kan je svp duidelijk maken wat je precies bedoelt?

      Jazak Allahu khairan 

    1. Dat is geen foutje maar behoort tot de regels die gelden voor het reciteren van de koran. Wanneer het niet mogelijks om de hele aya in 1 adem te reciteren, dien je een paar woorden te herhalen om vervolgens verder te gaan. Je mag pas een pauze inlassen als complete aya gereciteerd is!

      Wa3alaikoum Salaam,

  10. Zal mij eerst voorstellen, ben christelijk opgevoed, sta open voor alle religies, omdat God ze met een reden over de wereld heeft verspreid en ik zie ze als belangrijke beproevingen voor de mens. Een uitdaging om met elkaar samen te werken ipv met elkaar te vechten over de ‘absolute waarheid’, omdat die niet bestaat namelijk, ‘geloof’ daar draait het om, niet om waarheid. Gezamenlijk kunnen wij zo dicht mogelijk bij die waarheid komen en wat wij geloven dat is belangrijk voor Vaders werk.

    Ik weet dat de islam jezus niet als de zoon van god ziet, maar als profeet. Op zich vind ik dat geen enkel probleem, het draait namelijk niet om details. maar ik zie dat de Koran ook erkent dat Jezus geen aardse vader had en dat Maria zwanger werd zonder dat zij contact had met een aardse man. Wie heeft dan dat kind bij haar verwekt ? God zegt haar dat hij haar een kind zal schenken een zoon. Daarmee is God dus de verwekker van Jezus.

    Verder ben ik van mening dat wij allemaal kinderen zijn van onze Hemelse Vader.

  11. Hallo,
    Als christen voel ik me totaal niet beledigt door de Koran en vind ik het mooi om op deze manier nog meer te leren.
    Wat ik dus opmerk in de eerste en 2de hoofdstuk is dat Allah in mijn ogen deze Zon is en een profeet gelinkt word aan de stand van onze ‘hemel’.. ik kan hier in helemaal mis zijn maar mijn theorie klinkt wel mooi.
    Ik heb op een khatolieke school gezeten en heb ook de communie gedaan.
    Het ging mijn niet om het geloof want in God geloofde ik niet, ik geloofde altijd in meer, in iemand die op ons neer kijkt, en een energy die mijn gezicht verwarmt als geen wolken zijn.. achteraf ben ik heel spritueel geworden en bezig van mijn gelofte af te komen(bief is al klaar aleen nog naar de kerk gaan) ik deed de communnie meer om het samen zijn.. maar tegenwoordig in mijn generatie (25jaar) praat niemand meer over gelovig zijn en lachen ze je uit als jje er over begint.. of ze roepen dingen waar ze niks van af weten.
    Ik kan nu al zeggen dat de bijbel een hels woord is en totaal niks gemeen heeft met de Koran.

    Soms voel ik mij een herboren iemand. En ik heb de hele wereld al gezien als ik in naar mijn ziel kijk.

    Tegenwoordig praat ik over bewust worden.
    Ik bid elke dag tot Allah, maar doe ik daar wel goed aan als ik mijn naam heb getekend in het boek van de duivel?

    We gaan het zien en dit is zeker een dikke plus punt!!
    Het lot bepaald

  12. Beste Admin,

    Moet de eerste zin van vers 255 (Ajaat Al Kursi) niet worden vertaald als “Allah, er is geen God dan Hij” i.p.v. “God, er is geen Allah dan Hij” ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close