Soera 2 – Al-Baqarah – De Koe – البقرة

bismillah ir rahman ir rahim

الم 1

Alif-Laam-Miem.

ذَٰلِكَ الْكِتَابُ لَا رَيْبَ ۛ فِيهِ ۛ هُدًى لِّلْمُتَّقِينَ 2

Dit is het Boek (d.w.z. de Koran), waarover geen twijfel bestaat, een Leiding voor de godsvruchtigen.

الَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِالْغَيْبِ وَيُقِيمُونَ الصَّلَاةَ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ يُنفِقُونَ 3

Degenen die geloven in het onwaarneembare, het gebed onderhouden en uitgeven van datgene waarmee Wij hen hebben voorzien.

وَالَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِمَا أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَا أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ وَبِالْآخِرَةِ هُمْ يُوقِنُونَ 4

En degenen die geloven in datgene wat aan jou (o Mohammed) is neergezonden en datgene wat vóór jou is neergezonden en (degenen die) overtuigd zijn van het Hiernamaals.

أُولَٰئِكَ عَلَىٰ هُدًى مِّن رَّبِّهِمْ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ 5

Zij bevinden zich op de (ware) Leiding van hun Heer en zij zijn degenen die succesvol zijn.

إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا سَوَاءٌ عَلَيْهِمْ أَأَنذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ 6

Waarlijk, (wat betreft) degenen die niet geloven, voor hen is het hetzelfde of jij (o Mohammed) hen waarschuwt of hen niet waarschuwt. Zij zullen niet geloven.

خَتَمَ اللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ وَعَلَىٰ سَمْعِهِمْ ۖ وَعَلَىٰ أَبْصَارِهِمْ غِشَاوَةٌ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ 7

Allah heeft hun harten en hun gehoor verzegeld en op hun ogen is een bedekking (geplaatst). En voor hen is er een geweldige Bestraffing.

وَمِنَ النَّاسِ مَن يَقُولُ آمَنَّا بِاللَّهِ وَبِالْيَوْمِ الْآخِرِ وَمَا هُم بِمُؤْمِنِينَ 8

En onder de mensen zijn er (sommigen) die zeggen: “Wij geloven in Allah en in de Laatste Dag”, terwijl zij (eigenlijk) niet geloven.

يُخَادِعُونَ اللَّهَ وَالَّذِينَ آمَنُوا وَمَا يَخْدَعُونَ إِلَّا أَنفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ 9

Zij bedriegen (naar hun mening) Allah en degenen die geloven, terwijl zij slechts zichzelf bedriegen, en zij beseffen (het) niet.

فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٌ فَزَادَهُمُ اللَّهُ مَرَضًا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ بِمَا كَانُوا يَكْذِبُونَ 10

In hun harten is een ziekte en Allah heeft hun ziekte vermeerderd (d.w.z. verergerd). En voor hen is er een pijnlijke Bestraffing, vanwege dat wat zij verloochenden.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ لَا تُفْسِدُوا فِي الْأَرْضِ قَالُوا إِنَّمَا نَحْنُ مُصْلِحُونَ 11

En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Zaai geen verderf op aarde”, zeggen zij: “Wij zijn slechts weldoeners.”

أَلَا إِنَّهُمْ هُمُ الْمُفْسِدُونَ وَلَٰكِن لَّا يَشْعُرُونَ 12

Weet dat zij daadwerkelijk de verderfzaaiers zijn, maar zij beseffen (het) niet.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ آمِنُوا كَمَا آمَنَ النَّاسُ قَالُوا أَنُؤْمِنُ كَمَا آمَنَ السُّفَهَاءُ ۗ أَلَا إِنَّهُمْ هُمُ السُّفَهَاءُ وَلَٰكِن لَّا يَعْلَمُونَ 13

En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Geloof zoals de mensen hebben geloofd”, zeggen zij: “Moeten wij geloven, zoals de dwazen hebben geloofd?” Weet dat zij daadwerkelijk de dwazen zijn, maar zij weten (het) niet.

وَإِذَا لَقُوا الَّذِينَ آمَنُوا قَالُوا آمَنَّا وَإِذَا خَلَوْا إِلَىٰ شَيَاطِينِهِمْ قَالُوا إِنَّا مَعَكُمْ إِنَّمَا نَحْنُ مُسْتَهْزِئُونَ 14

En als zij degenen die geloven ontmoeten, zeggen zij: “Wij geloven”, maar wanneer zij zich afzonderen met hun satans zeggen zij: “Waarlijk, wij zijn met jullie, wij zijn slechts bespotters.”

اللَّهُ يَسْتَهْزِئُ بِهِمْ وَيَمُدُّهُمْ فِي طُغْيَانِهِمْ يَعْمَهُونَ 15

Allah spot met hen en drijft hen verder in hun tirannie om hun verwarring groter te maken.

أُولَٰئِكَ الَّذِينَ اشْتَرَوُا الضَّلَالَةَ بِالْهُدَىٰ فَمَا رَبِحَت تِّجَارَتُهُمْ وَمَا كَانُوا مُهْتَدِينَ 16

Zij zijn degenen die de Leiding hebben ingeruild voor de dwaling, waardoor hun handel geen winst opbracht. En zij waren niet recht geleid.

مَثَلُهُمْ كَمَثَلِ الَّذِي اسْتَوْقَدَ نَارًا فَلَمَّا أَضَاءَتْ مَا حَوْلَهُ ذَهَبَ اللَّهُ بِنُورِهِمْ وَتَرَكَهُمْ فِي ظُلُمَاتٍ لَّا يُبْصِرُونَ 17

Hun gelijkenis is als de gelijkenis van iemand die een vuur ontstak. Als vervolgens alles om hem heen verlicht werd, nam Allah hun licht weg en liet hen in duisternissen achter, opdat zij niet konden zien.

صُمٌّ بُكْمٌ عُمْيٌ فَهُمْ لَا يَرْجِعُونَ 18

(Zij zijn) doof, stom en blind, daarom keren zij niet terug (naar het rechte Pad).

أَوْ كَصَيِّبٍ مِّنَ السَّمَاءِ فِيهِ ظُلُمَاتٌ وَرَعْدٌ وَبَرْقٌ يَجْعَلُونَ أَصَابِعَهُمْ فِي آذَانِهِم مِّنَ الصَّوَاعِقِ حَذَرَ الْمَوْتِ ۚ وَاللَّهُ مُحِيطٌ بِالْكَافِرِينَ 19

Of als een stortbui vanuit de hemel, waarin zich duisternissen, donder en bliksem bevinden. Zij steken hun vingers in hun oren om de overweldigende donderslag te ontlopen, (en) uit angst voor de dood. Maar Allah omsingelt de ongelovigen (toch).

يَكَادُ الْبَرْقُ يَخْطَفُ أَبْصَارَهُمْ ۖ كُلَّمَا أَضَاءَ لَهُم مَّشَوْا فِيهِ وَإِذَا أَظْلَمَ عَلَيْهِمْ قَامُوا ۚ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ لَذَهَبَ بِسَمْعِهِمْ وَأَبْصَارِهِمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 20

De bliksem rukt hun zicht bijna weg. Telkens wanneer het (licht ervan) voor hen schijnt, lopen zij daarin. En wanneer het voor hen dooft, staan zij stil. En als Allah het had gewild, dan had Hij hun gehoor en zicht zeker weggenomen. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ 21

O mensen, aanbid jullie Heer Die jullie en degenen vóór jullie heeft geschapen, opdat jullie (Allah) zullen vrezen.

الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ الْأَرْضَ فِرَاشًا وَالسَّمَاءَ بِنَاءً وَأَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجَ بِهِ مِنَ الثَّمَرَاتِ رِزْقًا لَّكُمْ ۖ فَلَا تَجْعَلُوا لِلَّهِ أَندَادًا وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ 22

Degene Die de aarde tot een bedding voor jullie heeft gemaakt, en de hemel tot een overkapping, en water uit de hemel neerzond en daarmee vruchten voortbracht als levensonderhoud voor jullie. Ken daarom geen deelgenoten toe aan Allah, terwijl jullie weten (dat alleen Hij het recht heeft om aanbeden te worden).

وَإِن كُنتُمْ فِي رَيْبٍ مِّمَّا نَزَّلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا فَأْتُوا بِسُورَةٍ مِّن مِّثْلِهِ وَادْعُوا شُهَدَاءَكُم مِّن دُونِ اللَّهِ إِن كُنتُمْ صَادِقِينَ 23

En als jullie in twijfel verkeren over datgene wat Wij hebben neergezonden (d.w.z. de Koran) aan Onze dienaar (Mohammed), kom dan met een hoofdstuk gelijk daaraan en roep jullie getuigen naast Allah, als jullie waarachtig zijn.

فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا وَلَن تَفْعَلُوا فَاتَّقُوا النَّارَ الَّتِي وَقُودُهَا النَّاسُ وَالْحِجَارَةُ ۖ أُعِدَّتْ لِلْكَافِرِينَ 24

Maar als jullie dit niet doen, en jullie zullen dit nooit (kunnen) doen, vrees dan het Vuur waarvan de brandstof uit mensen en stenen bestaat, (en) dat gereed is gemaakt voor de ongelovigen.

وَبَشِّرِ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ أَنَّ لَهُمْ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ كُلَّمَا رُزِقُوا مِنْهَا مِن ثَمَرَةٍ رِّزْقًا ۙ قَالُوا هَٰذَا الَّذِي رُزِقْنَا مِن قَبْلُ ۖ وَأُتُوا بِهِ مُتَشَابِهًا ۖ وَلَهُمْ فِيهَا أَزْوَاجٌ مُّطَهَّرَةٌ ۖ وَهُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 25

En verkondig verheugende Tijdingen aan degenen die geloven en goede daden verrichten, dat er voor hen Tuinen zullen zijn waaronder rivieren stromen. Telkens wanneer zij daaruit voorzien worden van een vrucht zullen zij zeggen: “Dit is waarmee wij eerder zijn voorzien”, en aan hen zullen soortgelijke zaken worden gegeven en voor hen zullen daarin gereinigde echtgenotes zijn en zij vertoeven daarin voor eeuwig.

إِنَّ اللَّهَ لَا يَسْتَحْيِي أَن يَضْرِبَ مَثَلًا مَّا بَعُوضَةً فَمَا فَوْقَهَا ۚ فَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا فَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ الْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ ۖ وَأَمَّا الَّذِينَ كَفَرُوا فَيَقُولُونَ مَاذَا أَرَادَ اللَّهُ بِهَٰذَا مَثَلًا ۘ يُضِلُّ بِهِ كَثِيرًا وَيَهْدِي بِهِ كَثِيرًا ۚ وَمَا يُضِلُّ بِهِ إِلَّا الْفَاسِقِينَ 26

Waarlijk, Allah schaamt Zich niet om een voorbeeld te stellen, zelfs niet van een mug of iets dat groter is dan dat. En wat betreft degenen die geloven, zij weten dat het de Waarheid is van hun Heer. Maar wat betreft degenen die niet geloven, zij zeggen: “Wat bedoelde Allah met deze vergelijking?” Daarmee doet Hij velen afdwalen, en velen doet Hij daarmee leiden. En het zijn slechts de verdorvenen die Hij daarmee doet afdwalen.

الَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهْدَ اللَّهِ مِن بَعْدِ مِيثَاقِهِ وَيَقْطَعُونَ مَا أَمَرَ اللَّهُ بِهِ أَن يُوصَلَ وَيُفْسِدُونَ فِي الْأَرْضِ ۚ أُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ 27

Degenen die het Verbond van Allah verbreken na het bekrachtigen ervan, en afsnijden wat Allah heeft bevolen om intact te houden en verderf op aarde zaaien, zij zijn de verliezers.

كَيْفَ تَكْفُرُونَ بِاللَّهِ وَكُنتُمْ أَمْوَاتًا فَأَحْيَاكُمْ ۖ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ 28

Hoe kunnen jullie niet geloven in Allah, terwijl jullie levenloos waren en Hij jullie tot leven bracht? Vervolgens zal Hij jullie doen sterven, daarna zal Hij jullie (opnieuw) tot leven brengen (op de Dag der Opstanding). En dan zullen jullie tot Hem terugkeren.

هُوَ الَّذِي خَلَقَ لَكُم مَّا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا ثُمَّ اسْتَوَىٰ إِلَى السَّمَاءِ فَسَوَّاهُنَّ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ ۚ وَهُوَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 29

Hij is Degene Die alles wat zich op aarde bevindt voor jullie heeft geschapen. Daarna verhief Hij Zich naar de hemel en vormde deze tot zeven hemelen. En Hij is op de hoogte van alles.

وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَائِكَةِ إِنِّي جَاعِلٌ فِي الْأَرْضِ خَلِيفَةً ۖ قَالُوا أَتَجْعَلُ فِيهَا مَن يُفْسِدُ فِيهَا وَيَسْفِكُ الدِّمَاءَ وَنَحْنُ نُسَبِّحُ بِحَمْدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَ ۖ قَالَ إِنِّي أَعْلَمُ مَا لَا تَعْلَمُونَ 30

En (gedenk) toen jouw Heer tegen de Engelen zei: “Waarlijk, Ik zal op aarde generaties plaatsen die elkaar opvolgen.” Zij zeiden: “Gaat U daarop degenen plaatsen die daar verderf op zullen zaaien en bloed zullen vergieten, terwijl wij U verheerlijken met Uw Lofuitingen en wij U heiligen?” Hij (Allah) zei: “Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten.”

وَعَلَّمَ آدَمَ الْأَسْمَاءَ كُلَّهَا ثُمَّ عَرَضَهُمْ عَلَى الْمَلَائِكَةِ فَقَالَ أَنبِئُونِي بِأَسْمَاءِ هَٰؤُلَاءِ إِن كُنتُمْ صَادِقِينَ 31

En Hij onderwees Adam alle namen (van alle zaken), daarna toonde Hij deze (d.w.z. alle zaken) aan de Engelen en zei: “Bericht Mij over de namen hiervan als jullie waarachtig zijn.”

قَالُوا سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَا إِلَّا مَا عَلَّمْتَنَا ۖ إِنَّكَ أَنتَ الْعَلِيمُ الْحَكِيمُ 32

Zij (de Engelen) zeiden: “Verheven bent U, wij hebben geen kennis behalve wat U ons heeft onderwezen. Waarlijk, U bent de Alwetende, de Alwijze.”

قَالَ يَا آدَمُ أَنبِئْهُم بِأَسْمَائِهِمْ ۖ فَلَمَّا أَنبَأَهُم بِأَسْمَائِهِمْ قَالَ أَلَمْ أَقُل لَّكُمْ إِنِّي أَعْلَمُ غَيْبَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَأَعْلَمُ مَا تُبْدُونَ وَمَا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ 33

Hij (Allah) zei: “O Adam, bericht hun over de namen ervan.” En toen hij hun berichtte over de namen ervan, zei Hij: “Heb Ik jullie niet gezegd dat Ik waarlijk het onwaarneembare in de hemelen en de aarde ken, en Ik weet wat jullie openlijk doen en wat jullie verborgen houden?”

وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَىٰ وَاسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرِينَ 34

En (gedenk) toen Wij tegen de Engelen zeiden: “Kniel neer voor Adam.” En zij knielden neer, behalve Iblies (de satan). Hij weigerde en was hoogmoedig, en hij was één van de ongelovigen.

وَقُلْنَا يَا آدَمُ اسْكُنْ أَنتَ وَزَوْجُكَ الْجَنَّةَ وَكُلَا مِنْهَا رَغَدًا حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَٰذِهِ الشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ الظَّالِمِينَ 35

En Wij zeiden: “O Adam, verblijf jij en jouw vrouw in het Paradijs, en eet daarbinnen overvloedig en (vrijelijk) van wat jullie willen. Maar kom niet in de buurt van deze boom, anders zullen jullie beiden tot de onrechtplegers behoren.”

فَأَزَلَّهُمَا الشَّيْطَانُ عَنْهَا فَأَخْرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِ ۖ وَقُلْنَا اهْبِطُوا بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ وَلَكُمْ فِي الْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَاعٌ إِلَىٰ حِينٍ 36

Toen deed de satan hen daarvan (d.w.z. uit het Paradijs) afglijden en haalde hen (daardoor) beiden uit de plaats waarin zij zich bevonden. En Wij zeiden: “Daal ervan af (d.w.z. uit het Paradijs), als vijanden van elkaar. En voor jullie zal er op aarde een verblijfplaats en een genieting zijn voor een bepaalde duur.”

فَتَلَقَّىٰ آدَمُ مِن رَّبِّهِ كَلِمَاتٍ فَتَابَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّهُ هُوَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ 37

Vervolgens ontving Adam Woorden van zijn Heer, waarop Hij (Allah) zijn berouw aanvaardde. Waarlijk, Hij is de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Genadevolle.

قُلْنَا اهْبِطُوا مِنْهَا جَمِيعًا ۖ فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُم مِّنِّي هُدًى فَمَن تَبِعَ هُدَايَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 38

Wij zeiden: “Daal er allemaal van af (d.w.z. uit het Paradijs). Wanneer er dan Leiding tot jullie komt van Mij, en wie Mijn Leiding dan volgt, zij zullen vrees noch treurnis kennen.”

وَالَّذِينَ كَفَرُوا وَكَذَّبُوا بِآيَاتِنَا أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 39

Maar degenen die niet geloven en Onze Tekenen verloochenen, zij zijn de bewoners van het Vuur. Zij verblijven daarin voor eeuwig.

يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَوْفُوا بِعَهْدِي أُوفِ بِعَهْدِكُمْ وَإِيَّايَ فَارْهَبُونِ 40

O kinderen van Israël, gedenk Mijn Gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en kom Mijn Verbond na, zodat Ik ook jullie verbond nakom. En vrees alleen Mij.

وَآمِنُوا بِمَا أَنزَلْتُ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَكُمْ وَلَا تَكُونُوا أَوَّلَ كَافِرٍ بِهِ ۖ وَلَا تَشْتَرُوا بِآيَاتِي ثَمَنًا قَلِيلًا وَإِيَّايَ فَاتَّقُونِ 41

En geloof in wat Ik heb neergezonden ter bevestiging van datgene wat met jullie is, en wees niet de eersten die dit verloochenen. En ruil Mijn Verzen niet in tegen een geringe prijs. En vrees alleen Mij.

وَلَا تَلْبِسُوا الْحَقَّ بِالْبَاطِلِ وَتَكْتُمُوا الْحَقَّ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ 42

En vermeng de Waarheid niet met de valsheid en verberg de Waarheid niet, terwijl jullie (de Waarheid) weten.

وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَآتُوا الزَّكَاةَ وَارْكَعُوا مَعَ الرَّاكِعِينَ 43

En onderhoud het gebed en draag de Zakaat af en buig samen met degenen die buigen.

أَتَأْمُرُونَ النَّاسَ بِالْبِرِّ وَتَنسَوْنَ أَنفُسَكُمْ وَأَنتُمْ تَتْلُونَ الْكِتَابَ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ 44

Bevelen jullie de mensen het goede en vergeten jullie jezelf, terwijl jullie het Boek voordragen? Denken jullie dan niet na?

وَاسْتَعِينُوا بِالصَّبْرِ وَالصَّلَاةِ ۚ وَإِنَّهَا لَكَبِيرَةٌ إِلَّا عَلَى الْخَاشِعِينَ 45

En zoek hulp door middel van geduld en het gebed. En waarlijk het is zeker iets groots (d.w.z. iets zwaars), behalve voor de nederigen.

الَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَاقُو رَبِّهِمْ وَأَنَّهُمْ إِلَيْهِ رَاجِعُونَ 46

(Zij zijn) degenen die ervan overtuigd zijn dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij tot Hem zullen terugkeren.

يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّي فَضَّلْتُكُمْ عَلَى الْعَالَمِينَ 47

O kinderen van Israël, gedenk Mijn Gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en dat Ik jullie heb verkozen boven de werelden.

وَاتَّقُوا يَوْمًا لَّا تَجْزِي نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْئًا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا شَفَاعَةٌ وَلَا يُؤْخَذُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ 48

En vrees een Dag (d.w.z. de Dag des Oordeels) waarop geen (enkele) ziel een andere ziel kan baten, en er geen voorspraak van haar geaccepteerd wordt, noch een compensatie van haar aangenomen wordt. En zij zullen niet geholpen worden.

وَإِذْ نَجَّيْنَاكُم مِّنْ آلِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوءَ الْعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبْنَاءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَاءَكُمْ ۚ وَفِي ذَٰلِكُم بَلَاءٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَظِيمٌ 49

En (gedenk) toen Wij jullie bevrijdden van de volgelingen van de farao, die jullie teisterden met de verschrikkelijke bestraffing. Zij slachtten jullie zonen af en lieten jullie vrouwen in leven. En daarin was voor jullie een geweldige beproeving van jullie Heer.

وَإِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ الْبَحْرَ فَأَنجَيْنَاكُمْ وَأَغْرَقْنَا آلَ فِرْعَوْنَ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ 50

En (gedenk) toen Wij de zee voor jullie spleten en jullie redden, en de volgelingen van de farao lieten verdrinken, terwijl jullie toekeken.

وَإِذْ وَاعَدْنَا مُوسَىٰ أَرْبَعِينَ لَيْلَةً ثُمَّ اتَّخَذْتُمُ الْعِجْلَ مِن بَعْدِهِ وَأَنتُمْ ظَالِمُونَ 51

En (gedenk) toen Wij met Moesa (Mozes) veertig nachten afspraken, en jullie vervolgens (in zijn afwezigheid) het kalf na hem (ter aanbidding) aannamen, en jullie waren onrechtplegers.

ثُمَّ عَفَوْنَا عَنكُم مِّن بَعْدِ ذَٰلِكَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 52

Vervolgens vergaven Wij jullie daarna, opdat jullie dankbaar zullen zijn.

وَإِذْ آتَيْنَا مُوسَى الْكِتَابَ وَالْفُرْقَانَ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ 53

En (gedenk) toen Wij Moesa het Boek gaven en de Onderscheider, opdat jullie geleid zullen worden.

وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِ يَا قَوْمِ إِنَّكُمْ ظَلَمْتُمْ أَنفُسَكُم بِاتِّخَاذِكُمُ الْعِجْلَ فَتُوبُوا إِلَىٰ بَارِئِكُمْ فَاقْتُلُوا أَنفُسَكُمْ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ عِندَ بَارِئِكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ ۚ إِنَّهُ هُوَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ 54

En (gedenk) toen Moesa tegen zijn volk zei: “O mijn volk, waarlijk, jullie hebben jezelf onrecht aangedaan door het kalf (ter aanbidding) aan te nemen. Toon daarom berouw aan jullie Schepper en dood julliezelf (d.w.z. dood elkaar), dit zal voor jullie beter zijn bij jullie Schepper.” Waarop Hij jullie berouw aanvaardde. Waarlijk, Hij is de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Genadevolle.

وَإِذْ قُلْتُمْ يَا مُوسَىٰ لَن نُّؤْمِنَ لَكَ حَتَّىٰ نَرَى اللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْكُمُ الصَّاعِقَةُ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ 55

En (gedenk) toen jullie zeiden: “O Moesa, wij zullen jou niet geloven, totdat wij Allah openlijk zien.” Toen werden jullie getroffen door de bliksemschicht, terwijl jullie toekeken.

ثُمَّ بَعَثْنَاكُم مِّن بَعْدِ مَوْتِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 56

Vervolgens wekten Wij jullie op na jullie dood, opdat jullie dankbaar zullen zijn.

وَظَلَّلْنَا عَلَيْكُمُ الْغَمَامَ وَأَنزَلْنَا عَلَيْكُمُ الْمَنَّ وَالسَّلْوَىٰ ۖ كُلُوا مِن طَيِّبَاتِ مَا رَزَقْنَاكُمْ ۖ وَمَا ظَلَمُونَا وَلَٰكِن كَانُوا أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ 57

En Wij beschaduwden jullie met wolken en zonden al-Manna en as-Salwa op jullie neer. Eet van het goede waarmee Wij jullie hebben voorzien (maar zij kwamen in opstand). En zij deden Ons geen onrecht aan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

وَإِذْ قُلْنَا ادْخُلُوا هَٰذِهِ الْقَرْيَةَ فَكُلُوا مِنْهَا حَيْثُ شِئْتُمْ رَغَدًا وَادْخُلُوا الْبَابَ سُجَّدًا وَقُولُوا حِطَّةٌ نَّغْفِرْ لَكُمْ خَطَايَاكُمْ ۚ وَسَنَزِيدُ الْمُحْسِنِينَ 58

En (gedenk) toen Wij zeiden: “Treed deze stad binnen en eet daarbinnen overvloedig en (vrijelijk) van wat jullie willen. En treed de poort neerknielend binnen (in nederigheid). En zeg: “Neem (onze zonden) van ons weg.” Wij zullen jullie je zonden vergeven en Wij zullen (de Beloning) vermeerderen voor de weldoeners.”

فَبَدَّلَ الَّذِينَ ظَلَمُوا قَوْلًا غَيْرَ الَّذِي قِيلَ لَهُمْ فَأَنزَلْنَا عَلَى الَّذِينَ ظَلَمُوا رِجْزًا مِّنَ السَّمَاءِ بِمَا كَانُوا يَفْسُقُونَ 59

Maar degenen die onrecht pleegden, veranderden het Woord dat hun verteld werd in iets anders. Daarom zonden Wij op degenen die onrecht pleegden een bestraffing vanuit de hemel neer, vanwege het verderf dat zij zaaiden.

وَإِذِ اسْتَسْقَىٰ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِ فَقُلْنَا اضْرِب بِّعَصَاكَ الْحَجَرَ ۖ فَانفَجَرَتْ مِنْهُ اثْنَتَا عَشْرَةَ عَيْنًا ۖ قَدْ عَلِمَ كُلُّ أُنَاسٍ مَّشْرَبَهُمْ ۖ كُلُوا وَاشْرَبُوا مِن رِّزْقِ اللَّهِ وَلَا تَعْثَوْا فِي الْأَرْضِ مُفْسِدِينَ 60

En (gedenk) toen Moesa om water vroeg voor zijn volk. Wij zeiden: “Sla de steen met jouw staf.” Waarna daaruit twaalf bronnen ontsprongen. Voorzeker, alle (groepen) mensen kenden hun eigen drinkplaats. Eet en drink van het levensonderhoud van Allah en trek niet als verderfzaaiers rond op aarde.

وَإِذْ قُلْتُمْ يَا مُوسَىٰ لَن نَّصْبِرَ عَلَىٰ طَعَامٍ وَاحِدٍ فَادْعُ لَنَا رَبَّكَ يُخْرِجْ لَنَا مِمَّا تُنبِتُ الْأَرْضُ مِن بَقْلِهَا وَقِثَّائِهَا وَفُومِهَا وَعَدَسِهَا وَبَصَلِهَا ۖ قَالَ أَتَسْتَبْدِلُونَ الَّذِي هُوَ أَدْنَىٰ بِالَّذِي هُوَ خَيْرٌ ۚ اهْبِطُوا مِصْرًا فَإِنَّ لَكُم مَّا سَأَلْتُمْ ۗ وَضُرِبَتْ عَلَيْهِمُ الذِّلَّةُ وَالْمَسْكَنَةُ وَبَاءُوا بِغَضَبٍ مِّنَ اللَّهِ ۗ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ كَانُوا يَكْفُرُونَ بِآيَاتِ اللَّهِ وَيَقْتُلُونَ النَّبِيِّينَ بِغَيْرِ الْحَقِّ ۗ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَوا وَّكَانُوا يَعْتَدُونَ 61

En (gedenk) toen jullie zeiden: “O Moesa, wij kunnen niet één soort voedsel dulden. Roep daarom jouw Heer voor ons aan (en vraag Hem) om van datgene dat uit de aarde groeit aan groenten, komkommers, koren, linzen en uien voor ons voort te brengen.” Hij zei: “Verruilen jullie dat wat beter is voor dat wat minder is? Ga naar een (willekeurige) stad, en waarlijk, daar treffen jullie zeker waar jullie om vroegen.” En zij werden bedolven onder vernedering en ellende en (zij) keerden (overladen) met de Woede van Allah terug. Dat was omdat zij niet geloofden in de Tekenen van Allah en de Profeten onrechtmatig doodden. Dat was omdat zij ongehoorzaam waren en de regels overtraden.

إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَالَّذِينَ هَادُوا وَالنَّصَارَىٰ وَالصَّابِئِينَ مَنْ آمَنَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ وَعَمِلَ صَالِحًا فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 62

Waarlijk, degenen die geloven, de joden, de christenen en de Sabiërs, wie (van hen) in Allah en de Laatste Dag gelooft en goede daden verricht; voor hen ligt hun beloning bij hun Heer en zij zullen vrees noch treurnis kennen.

وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَاقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ الطُّورَ خُذُوا مَا آتَيْنَاكُم بِقُوَّةٍ وَاذْكُرُوا مَا فِيهِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ 63

En (gedenk) toen Wij jullie verbond aanvaardden en Wij de (berg) Toer boven jullie verhieven (zeggende): “Houd stevig vast aan wat Wij jullie hebben gegeven en gedenk wat daarin staat, opdat jullie (Allah) zullen vrezen.”

ثُمَّ تَوَلَّيْتُم مِّن بَعْدِ ذَٰلِكَ ۖ فَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ لَكُنتُم مِّنَ الْخَاسِرِينَ 64

Vervolgens wendden jullie je daarna af. En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie toekwamen, dan zouden jullie zeker tot de verliezers behoren.

وَلَقَدْ عَلِمْتُمُ الَّذِينَ اعْتَدَوْا مِنكُمْ فِي السَّبْتِ فَقُلْنَا لَهُمْ كُونُوا قِرَدَةً خَاسِئِينَ 65

En voorzeker, jullie kenden degenen onder jullie die een overtreding begingen op de Sabbat. Wij zeiden tegen hen: “Wees verachte apen!”

فَجَعَلْنَاهَا نَكَالًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهَا وَمَا خَلْفَهَا وَمَوْعِظَةً لِّلْمُتَّقِينَ 66

Zo stelden Wij deze (stad) als voorbeeld voor de toenmalige en volgende generaties, en als vermaning voor de godsvruchtigen.

وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِ إِنَّ اللَّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تَذْبَحُوا بَقَرَةً ۖ قَالُوا أَتَتَّخِذُنَا هُزُوًا ۖ قَالَ أَعُوذُ بِاللَّهِ أَنْ أَكُونَ مِنَ الْجَاهِلِينَ 67

En (gedenk) toen Moesa tegen zijn volk zei: “Waarlijk, Allah beveelt jullie om een koe te slachten.” Zij zeiden: “Neem je ons als mikpunt van spotternij?” Hij zei: “Ik zoek mijn toevlucht bij Allah dat ik tot de onwetenden zal behoren.”

قَالُوا ادْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَ ۚ قَالَ إِنَّهُ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا فَارِضٌ وَلَا بِكْرٌ عَوَانٌ بَيْنَ ذَٰلِكَ ۖ فَافْعَلُوا مَا تُؤْمَرُونَ 68

Zij zeiden: “Roep jouw Heer voor ons aan, om ons duidelijk te maken om welke (koe) het gaat.” Hij (Moesa) zei: “Voorwaar, Hij (Allah) zegt: “Waarlijk, het is een koe die oud noch jong is, maar daartussenin. Dus doe wat jullie is bevolen.””

قَالُوا ادْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا لَوْنُهَا ۚ قَالَ إِنَّهُ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ صَفْرَاءُ فَاقِعٌ لَّوْنُهَا تَسُرُّ النَّاظِرِينَ 69

Zij zeiden: “Roep jouw Heer voor ons aan, om ons duidelijk te maken wat haar kleur is.” Hij (Moesa) zei: “Voorwaar, Hij (Allah) zegt: “Waarlijk, het is een gele koe, fel van kleur, die de aanschouwers verheugt.””

قَالُوا ادْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِيَ إِنَّ الْبَقَرَ تَشَابَهَ عَلَيْنَا وَإِنَّا إِن شَاءَ اللَّهُ لَمُهْتَدُونَ 70

Zij zeiden: “Roep jouw Heer voor ons aan, om aan ons duidelijk te maken om welke (koe) het gaat. Waarlijk, voor ons lijken de koeien op elkaar. En waarlijk, wij zullen, als Allah het wil, zeker geleid worden.”

قَالَ إِنَّهُ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا ذَلُولٌ تُثِيرُ الْأَرْضَ وَلَا تَسْقِي الْحَرْثَ مُسَلَّمَةٌ لَّا شِيَةَ فِيهَا ۚ قَالُوا الْآنَ جِئْتَ بِالْحَقِّ ۚ فَذَبَحُوهَا وَمَا كَادُوا يَفْعَلُونَ 71

Hij (Moesa) zei: “Voorwaar, Hij (Allah) zegt: “Waarlijk, het is een koe die niet bestemd is voor het bewerken van het land en het irrigeren van de akker, (zij is) vrij van gebreken en vlekken.”” Zij zeiden: “Nu ben jij met de waarheid gekomen.” Waarna zij haar slachtten, hoewel zij het bijna niet hadden gedaan.

وَإِذْ قَتَلْتُمْ نَفْسًا فَادَّارَأْتُمْ فِيهَا ۖ وَاللَّهُ مُخْرِجٌ مَّا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ 72

En (gedenk) toen jullie een ziel doodden en daar onderling over redetwistten (over wie de dader was). En Allah onthulde wat jullie verborgen hielden.

فَقُلْنَا اضْرِبُوهُ بِبَعْضِهَا ۚ كَذَٰلِكَ يُحْيِي اللَّهُ الْمَوْتَىٰ وَيُرِيكُمْ آيَاتِهِ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ 73

Wij zeiden toen: “Sla hem (d.w.z. de dode man) met een stuk van haar (d.w.z. van de koe).” Zo brengt Allah de doden tot leven en toont Hij jullie Zijn Tekenen, opdat jullie zullen nadenken.

ثُمَّ قَسَتْ قُلُوبُكُم مِّن بَعْدِ ذَٰلِكَ فَهِيَ كَالْحِجَارَةِ أَوْ أَشَدُّ قَسْوَةً ۚ وَإِنَّ مِنَ الْحِجَارَةِ لَمَا يَتَفَجَّرُ مِنْهُ الْأَنْهَارُ ۚ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَشَّقَّقُ فَيَخْرُجُ مِنْهُ الْمَاءُ ۚ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَهْبِطُ مِنْ خَشْيَةِ اللَّهِ ۗ وَمَا اللَّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ 74

Vervolgens verhardden jullie harten zich daarna en werden zij als stenen, of zelfs harder. En voorwaar, er zijn stenen waaruit rivieren ontspringen. En voorwaar, daarvan zijn er (stenen) die uit elkaar splijten, waarna er water uit komt. En voorwaar, daarvan zijn er (stenen) die neerstorten uit vrees voor Allah. En Allah is Zich niet onbewust van wat jullie doen.

أَفَتَطْمَعُونَ أَن يُؤْمِنُوا لَكُمْ وَقَدْ كَانَ فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَسْمَعُونَ كَلَامَ اللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُ مِن بَعْدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمْ يَعْلَمُونَ 75

Verlangen jullie dat zij jullie zullen geloven ondanks (het feit) dat een groep van hen zeker het Woord van Allah hoorde en het vervolgens willens en wetens verdraaide nadat zij het begrepen, terwijl zij (het) weten?

وَإِذَا لَقُوا الَّذِينَ آمَنُوا قَالُوا آمَنَّا وَإِذَا خَلَا بَعْضُهُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ قَالُوا أَتُحَدِّثُونَهُم بِمَا فَتَحَ اللَّهُ عَلَيْكُمْ لِيُحَاجُّوكُم بِهِ عِندَ رَبِّكُمْ ۚ أَفَلَا تَعْقِلُونَ 76

En als zij degenen die geloven ontmoeten, zeggen zij: “Wij geloven.” Maar wanneer zij onder elkaar zijn, zeggen zij: “Vertellen jullie hun wat Allah aan jullie heeft geopenbaard, zodat zij het (op de Dag des Oordeels) bij jullie Heer als bewijs tegen jullie zullen gebruiken?” Denken jullie dan niet na?

أَوَلَا يَعْلَمُونَ أَنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ 77

Weten zij dan niet dat Allah weet wat zij verbergen en wat zij tonen?

وَمِنْهُمْ أُمِّيُّونَ لَا يَعْلَمُونَ الْكِتَابَ إِلَّا أَمَانِيَّ وَإِنْ هُمْ إِلَّا يَظُنُّونَ 78

En er zijn onder hen analfabeten, die het Boek niet kennen, op leugens na en zij gissen slechts.

فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ يَكْتُبُونَ الْكِتَابَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَٰذَا مِنْ عِندِ اللَّهِ لِيَشْتَرُوا بِهِ ثَمَنًا قَلِيلًا ۖ فَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا كَتَبَتْ أَيْدِيهِمْ وَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا يَكْسِبُونَ 79

Wee dan degenen die het boek met hun eigen handen schrijven en vervolgens zeggen: “Dit is afkomstig van Allah”, om het in te ruilen tegen een geringe prijs. Wee hen dan voor wat hun handen hebben geschreven, en wee hen voor dat wat zij daarmee verwerven.

وَقَالُوا لَن تَمَسَّنَا النَّارُ إِلَّا أَيَّامًا مَّعْدُودَةً ۚ قُلْ أَتَّخَذْتُمْ عِندَ اللَّهِ عَهْدًا فَلَن يُخْلِفَ اللَّهُ عَهْدَهُ ۖ أَمْ تَقُولُونَ عَلَى اللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ 80

En zij zeiden: “Het Vuur zal ons niet aanraken, behalve voor een beperkt aantal dagen.” Zeg (o Mohammed): “Zijn jullie een Verbond met Allah aangegaan? Allah verbreekt Zijn Verbond niet. Of zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten?”

بَلَىٰ مَن كَسَبَ سَيِّئَةً وَأَحَاطَتْ بِهِ خَطِيئَتُهُ فَأُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 81

Welzeker! Degene die een slechte daad verwerft en door zijn zonde omgeven wordt, zij zijn de bewoners van het Vuur. Zij verblijven daarin voor eeuwig.

وَالَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ الْجَنَّةِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 82

En degenen die geloven en goede daden verrichten, zij zijn de bewoners van het Paradijs. Zij vertoeven daarin voor eeuwig.

وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَاقَ بَنِي إِسْرَائِيلَ لَا تَعْبُدُونَ إِلَّا اللَّهَ وَبِالْوَالِدَيْنِ إِحْسَانًا وَذِي الْقُرْبَىٰ وَالْيَتَامَىٰ وَالْمَسَاكِينِ وَقُولُوا لِلنَّاسِ حُسْنًا وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَآتُوا الزَّكَاةَ ثُمَّ تَوَلَّيْتُمْ إِلَّا قَلِيلًا مِّنكُمْ وَأَنتُم مُّعْرِضُونَ 83

En (gedenk) toen Wij het Verbond aanvaardden van de kinderen van Israël (zeggende): “Aanbid niemand behalve Allah en wees goed voor de ouders, de verwanten, de wezen en de behoeftigen. En spreek het goede tot de mensen en onderhoud het gebed en draag de Zakaat af.” Vervolgens wendden jullie je in staat van afkeer af, op slechts enkelen na.

وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَاقَكُمْ لَا تَسْفِكُونَ دِمَاءَكُمْ وَلَا تُخْرِجُونَ أَنفُسَكُم مِّن دِيَارِكُمْ ثُمَّ أَقْرَرْتُمْ وَأَنتُمْ تَشْهَدُونَ 84

En (gedenk) toen Wij jullie verbond aanvaardden (zeggende): “Vergiet elkaars bloed niet en verdrijf elkaar niet uit jullie woningen.” Vervolgens bekrachtigden jullie (dit) en getuigden jullie (hiervan).

ثُمَّ أَنتُمْ هَٰؤُلَاءِ تَقْتُلُونَ أَنفُسَكُمْ وَتُخْرِجُونَ فَرِيقًا مِّنكُم مِّن دِيَارِهِمْ تَظَاهَرُونَ عَلَيْهِم بِالْإِثْمِ وَالْعُدْوَانِ وَإِن يَأْتُوكُمْ أُسَارَىٰ تُفَادُوهُمْ وَهُوَ مُحَرَّمٌ عَلَيْكُمْ إِخْرَاجُهُمْ ۚ أَفَتُؤْمِنُونَ بِبَعْضِ الْكِتَابِ وَتَكْفُرُونَ بِبَعْضٍ ۚ فَمَا جَزَاءُ مَن يَفْعَلُ ذَٰلِكَ مِنكُمْ إِلَّا خِزْيٌ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا ۖ وَيَوْمَ الْقِيَامَةِ يُرَدُّونَ إِلَىٰ أَشَدِّ الْعَذَابِ ۗ وَمَا اللَّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ 85

Daarna zijn jullie degenen die elkaar doden en een groep van jullie uit hun huizen verdrijven en anderen in zondigheid en vijandschap tegen elkaar hielpen. En als zij naar jullie toe komen als gevangenen, kopen jullie hen vrij, terwijl hun verdrijving verboden is voor jullie. Geloven jullie dan in een deel van het Boek en in een ander deel niet? Wat is dan de vergelding voor degenen onder jullie die zo handelen? Slechts vernedering in het wereldse leven, en op de Dag der Opstanding zullen zij teruggevoerd worden naar de meest pijnlijke Bestraffing. En Allah is Zich niet onbewust van wat jullie doen.

أُولَٰئِكَ الَّذِينَ اشْتَرَوُا الْحَيَاةَ الدُّنْيَا بِالْآخِرَةِ ۖ فَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ الْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ 86

Zij zijn degenen die het Hiernamaals ingeruild hebben voor het wereldse leven. De Bestraffing zal daarom niet worden verlicht voor hen, noch zullen zij worden geholpen.

وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَى الْكِتَابَ وَقَفَّيْنَا مِن بَعْدِهِ بِالرُّسُلِ ۖ وَآتَيْنَا عِيسَى ابْنَ مَرْيَمَ الْبَيِّنَاتِ وَأَيَّدْنَاهُ بِرُوحِ الْقُدُسِ ۗ أَفَكُلَّمَا جَاءَكُمْ رَسُولٌ بِمَا لَا تَهْوَىٰ أَنفُسُكُمُ اسْتَكْبَرْتُمْ فَفَرِيقًا كَذَّبْتُمْ وَفَرِيقًا تَقْتُلُونَ 87

En voorzeker, Wij gaven Moesa het Boek en deden na hem Boodschappers volgen. En Wij gaven cIesa (Jezus), de zoon van Maryam (Maria), duidelijke Bewijzen en ondersteunden hem met Roeh ul-Qoedoes (Gabriël). Is het dan zo dat telkens wanneer er een Boodschapper tot jullie kwam, met dat wat niet in overeenstemming was met jullie begeerten, jullie je (dan) hoogmoedig opstelden? Jullie verloochenden een groep en jullie doodden een groep.

وَقَالُوا قُلُوبُنَا غُلْفٌ ۚ بَل لَّعَنَهُمُ اللَّهُ بِكُفْرِهِمْ فَقَلِيلًا مَّا يُؤْمِنُونَ 88

En zij zeiden: “Onze harten zijn bedekt.” Welnee! Allah vervloekte hen vanwege hun ongeloof. Weinig (van hen) zijn het die geloven.

وَلَمَّا جَاءَهُمْ كِتَابٌ مِّنْ عِندِ اللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ وَكَانُوا مِن قَبْلُ يَسْتَفْتِحُونَ عَلَى الَّذِينَ كَفَرُوا فَلَمَّا جَاءَهُم مَّا عَرَفُوا كَفَرُوا بِهِ ۚ فَلَعْنَةُ اللَّهِ عَلَى الْكَافِرِينَ 89

En wanneer er een Boek van Allah tot hen kwam ter bevestiging van datgene wat met hen is, en waarop zij voorheen beroep deden (in de strijd) tegen degenen die niet geloven, geloofden zij er niet in. Zelfs niet toen datgene wat zij kenden (aan Openbaring) tot hen kwam. Laat daarom de Vloek van Allah op de ongelovigen rusten.

بِئْسَمَا اشْتَرَوْا بِهِ أَنفُسَهُمْ أَن يَكْفُرُوا بِمَا أَنزَلَ اللَّهُ بَغْيًا أَن يُنَزِّلَ اللَّهُ مِن فَضْلِهِ عَلَىٰ مَن يَشَاءُ مِنْ عِبَادِهِ ۖ فَبَاءُوا بِغَضَبٍ عَلَىٰ غَضَبٍ ۚ وَلِلْكَافِرِينَ عَذَابٌ مُّهِينٌ 90

Slecht is datgene waarvoor zij zichzelf hebben verkocht. Dat zij uit afgunst niet geloven in wat Allah heeft neergezonden, (en) dat Allah Zijn Gunst zou neerzenden op wie Hij wil van Zijn dienaren. Zo keerden zij terug (overladen) met Toorn op Toorn. En voor de ongelovigen is er een vernederende Bestraffing.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ آمِنُوا بِمَا أَنزَلَ اللَّهُ قَالُوا نُؤْمِنُ بِمَا أُنزِلَ عَلَيْنَا وَيَكْفُرُونَ بِمَا وَرَاءَهُ وَهُوَ الْحَقُّ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَهُمْ ۗ قُلْ فَلِمَ تَقْتُلُونَ أَنبِيَاءَ اللَّهِ مِن قَبْلُ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 91

En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Geloof in wat Allah heeft neergezonden”, zeggen zij: “Wij geloven in wat aan ons is neergezonden.” En zij verloochenden wat er daarna kwam, terwijl het de Waarheid is ter bevestiging van wat er met hen is. Zeg (o Mohammed): “Waarom hebben jullie dan voorheen de Profeten van Allah gedood, als jullie gelovigen zijn?”

وَلَقَدْ جَاءَكُم مُّوسَىٰ بِالْبَيِّنَاتِ ثُمَّ اتَّخَذْتُمُ الْعِجْلَ مِن بَعْدِهِ وَأَنتُمْ ظَالِمُونَ 92

En voorzeker, Moesa kwam met duidelijke Bewijzen naar jullie. Vervolgens namen jullie na hem (toch) het kalf (ter aanbidding) aan. En jullie waren onrechtplegers.

وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَاقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ الطُّورَ خُذُوا مَا آتَيْنَاكُم بِقُوَّةٍ وَاسْمَعُوا ۖ قَالُوا سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَأُشْرِبُوا فِي قُلُوبِهِمُ الْعِجْلَ بِكُفْرِهِمْ ۚ قُلْ بِئْسَمَا يَأْمُرُكُم بِهِ إِيمَانُكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 93

En (gedenk) toen Wij jullie Verbond aanvaardden en Wij de (berg) Toer boven jullie verhieven (zeggende): “Houd stevig vast aan wat Wij jullie hebben gegeven en luister.” Zij zeiden: “Wij hebben geluisterd en wij zijn ongehoorzaam.” En hun harten raakten vervuld met (liefde voor) het kalf, vanwege hun ongeloof. Zeg: “Slecht is dat wat jullie geloof jullie opdraagt, als jullie gelovigen zijn.”

قُلْ إِن كَانَتْ لَكُمُ الدَّارُ الْآخِرَةُ عِندَ اللَّهِ خَالِصَةً مِّن دُونِ النَّاسِ فَتَمَنَّوُا الْمَوْتَ إِن كُنتُمْ صَادِقِينَ 94

Zeg (tegen hen): “Als het Huis van het Hiernamaals bij Allah (daadwerkelijk) alleen voor jullie (bestemd) is en niet voor andere mensen, verlang dan naar de dood als jullie waarachtig zijn.”

وَلَن يَتَمَنَّوْهُ أَبَدًا بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ بِالظَّالِمِينَ 95

Maar zij zullen er nooit naar verlangen, vanwege dat wat hun handen hebben voortgebracht. En Allah is Alwetend over de onrechtplegers.

وَلَتَجِدَنَّهُمْ أَحْرَصَ النَّاسِ عَلَىٰ حَيَاةٍ وَمِنَ الَّذِينَ أَشْرَكُوا ۚ يَوَدُّ أَحَدُهُمْ لَوْ يُعَمَّرُ أَلْفَ سَنَةٍ وَمَا هُوَ بِمُزَحْزِحِهِ مِنَ الْعَذَابِ أَن يُعَمَّرَ ۗ وَاللَّهُ بَصِيرٌ بِمَا يَعْمَلُونَ 96

En jullie zullen hen onder de mensen aantreffen als het meest begerig naar het leven, en zelfs begeriger dan degenen die deelgenoten (aan Allah) toekennen. Eenieder van hen zou wensen dat hij een leven van duizend jaar kan vervolmaken. Maar het vervolmaken (hiervan) zal hem (nog steeds) niet weghouden van de Bestraffing. En Allah is Alziend over wat zij doen.

قُلْ مَن كَانَ عَدُوًّا لِّجِبْرِيلَ فَإِنَّهُ نَزَّلَهُ عَلَىٰ قَلْبِكَ بِإِذْنِ اللَّهِ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَهُدًى وَبُشْرَىٰ لِلْمُؤْمِنِينَ 97

Zeg (o Mohammed): “Wie een vijand is van Djibriel (Gabriël), waarlijk, hij heeft het (d.w.z. deze Koran) met de Toestemming van Allah op jouw hart neergezonden, ter bevestiging van datgene wat daarvóór was (geopenbaard), en als Leiding en verheugende Tijding voor de gelovigen.”

مَن كَانَ عَدُوًّا لِّلَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَرُسُلِهِ وَجِبْرِيلَ وَمِيكَالَ فَإِنَّ اللَّهَ عَدُوٌّ لِّلْكَافِرِينَ 98

Wie een vijand is van Allah, Zijn Engelen, Zijn Boodschappers en van Djibriel (Gabriël) en Miekaal (Michaël), waarlijk, Allah is een vijand van de ongelovigen.

وَلَقَدْ أَنزَلْنَا إِلَيْكَ آيَاتٍ بَيِّنَاتٍ ۖ وَمَا يَكْفُرُ بِهَا إِلَّا الْفَاسِقُونَ 99

En voorzeker, Wij hebben duidelijke Verzen aan jou neergezonden. En alleen de verdorvenen geloven er niet in.

أَوَكُلَّمَا عَاهَدُوا عَهْدًا نَّبَذَهُ فَرِيقٌ مِّنْهُم ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ 100

Is het niet (zo dat) telkens wanneer zij een verbond aangaan, een groep van hen dit verbreekt? Welnee! De meesten van hen geloven niet.

وَلَمَّا جَاءَهُمْ رَسُولٌ مِّنْ عِندِ اللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ نَبَذَ فَرِيقٌ مِّنَ الَّذِينَ أُوتُوا الْكِتَابَ كِتَابَ اللَّهِ وَرَاءَ ظُهُورِهِمْ كَأَنَّهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 101

En toen er tot hen een Boodschapper van Allah kwam (d.w.z. Mohammed), ter bevestiging van datgene wat met hen was, wierp een groep van degenen aan wie het Boek was gegeven het Boek van Allah achter hun ruggen, alsof zij (het) niet wisten.

وَاتَّبَعُوا مَا تَتْلُو الشَّيَاطِينُ عَلَىٰ مُلْكِ سُلَيْمَانَ ۖ وَمَا كَفَرَ سُلَيْمَانُ وَلَٰكِنَّ الشَّيَاطِينَ كَفَرُوا يُعَلِّمُونَ النَّاسَ السِّحْرَ وَمَا أُنزِلَ عَلَى الْمَلَكَيْنِ بِبَابِلَ هَارُوتَ وَمَارُوتَ ۚ وَمَا يُعَلِّمَانِ مِنْ أَحَدٍ حَتَّىٰ يَقُولَا إِنَّمَا نَحْنُ فِتْنَةٌ فَلَا تَكْفُرْ ۖ فَيَتَعَلَّمُونَ مِنْهُمَا مَا يُفَرِّقُونَ بِهِ بَيْنَ الْمَرْءِ وَزَوْجِهِ ۚ وَمَا هُم بِضَارِّينَ بِهِ مِنْ أَحَدٍ إِلَّا بِإِذْنِ اللَّهِ ۚ وَيَتَعَلَّمُونَ مَا يَضُرُّهُمْ وَلَا يَنفَعُهُمْ ۚ وَلَقَدْ عَلِمُوا لَمَنِ اشْتَرَاهُ مَا لَهُ فِي الْآخِرَةِ مِنْ خَلَاقٍ ۚ وَلَبِئْسَ مَا شَرَوْا بِهِ أَنفُسَهُمْ ۚ لَوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ 102

En zij volgden wat de satans ten tijde van het koningschap van Soelaymaan (Salomon) voordroegen. En Soelaymaan was niet ongelovig, maar de satans waren ongelovig. Zij onderwezen de mensen tovenarij en datgene wat in Babylon aan de twee Engelen, Haaroet en Maaroet, was neergezonden. Maar geen van beiden onderwees iemand (dergelijke dingen) totdat zij hadden gezegd: “Wij zijn slechts een beproeving, wees dus niet ongelovig.” En van deze twee (Engelen) leren de mensen dat wat een scheiding veroorzaakt tussen een man en zijn echtgenote, en zij zouden daarmee niemand schade berokkenen, behalve met de Toestemming van Allah. En zij leren dat wat hen schaadt en dat wat hen niet baat. En voorzeker, zij wisten inderdaad dat de kopers van deze (tovenarij) geen aandeel zullen hebben in het Hiernamaals. En slecht was dat waarvoor zij zichzelf verkochten, als zij (het) maar wisten.

وَلَوْ أَنَّهُمْ آمَنُوا وَاتَّقَوْا لَمَثُوبَةٌ مِّنْ عِندِ اللَّهِ خَيْرٌ ۖ لَّوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ 103

En als zij hadden geloofd en (Allah) hadden gevreesd, dan zou de Beloning van Allah veel beter zijn geweest. Als zij (het) maar wisten.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَقُولُوا رَاعِنَا وَقُولُوا انظُرْنَا وَاسْمَعُوا ۗ وَلِلْكَافِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٌ 104

O jullie die geloven, zeg niet Raacinaa, maar zeg Oendhoernaa en luister. En voor de ongelovigen is er een pijnlijke Bestraffing.

مَّا يَوَدُّ الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ وَلَا الْمُشْرِكِينَ أَن يُنَزَّلَ عَلَيْكُم مِّنْ خَيْرٍ مِّن رَّبِّكُمْ ۗ وَاللَّهُ يَخْتَصُّ بِرَحْمَتِهِ مَن يَشَاءُ ۚ وَاللَّهُ ذُو الْفَضْلِ الْعَظِيمِ 105

Degenen die niet geloven onder de lieden van het Boek, noch de veelgodenaanbidders wensen dat er iets goeds van jullie Heer aan jullie zou worden neergezonden. Maar Allah kiest voor Zijn Genade uit wie Hij wil. En Allah is de Bezitter van de grandioze Gunst.

مَا نَنسَخْ مِنْ آيَةٍ أَوْ نُنسِهَا نَأْتِ بِخَيْرٍ مِّنْهَا أَوْ مِثْلِهَا ۗ أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 106

Welk Vers Wij ook opheffen of doen vergeten, Wij brengen er een betere voor in de plaats of iets dat daaraan gelijk is. Weet jij niet dat Allah tot alles in staat is?

أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ اللَّهَ لَهُ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۗ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ اللَّهِ مِن وَلِيٍّ وَلَا نَصِيرٍ 107

Weet jij niet dat het Koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort aan Allah? En naast Allah hebben jullie geen beschermer en geen helper.

أَمْ تُرِيدُونَ أَن تَسْأَلُوا رَسُولَكُمْ كَمَا سُئِلَ مُوسَىٰ مِن قَبْلُ ۗ وَمَن يَتَبَدَّلِ الْكُفْرَ بِالْإِيمَانِ فَقَدْ ضَلَّ سَوَاءَ السَّبِيلِ 108

Of willen jullie je Boodschapper bevragen zoals Moesa eerder werd bevraagd? En wie het ongeloof in ruil neemt voor het geloof, diegene is zeker van de rechte Weg afgedwaald.

وَدَّ كَثِيرٌ مِّنْ أَهْلِ الْكِتَابِ لَوْ يَرُدُّونَكُم مِّن بَعْدِ إِيمَانِكُمْ كُفَّارًا حَسَدًا مِّنْ عِندِ أَنفُسِهِم مِّن بَعْدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُمُ الْحَقُّ ۖ فَاعْفُوا وَاصْفَحُوا حَتَّىٰ يَأْتِيَ اللَّهُ بِأَمْرِهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 109

Velen onder de lieden van het Boek wensen uit afgunst dat zij jullie tot ongelovigen zouden kunnen maken, nadat jullie geloofd hebben. Zelfs nadat de Waarheid voor hen duidelijk is geworden. Maar vergeef hen en sla geen acht op hen, totdat Allah met Zijn Bevel komt. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَآتُوا الزَّكَاةَ ۚ وَمَا تُقَدِّمُوا لِأَنفُسِكُم مِّنْ خَيْرٍ تَجِدُوهُ عِندَ اللَّهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 110

En onderhoud het gebed en draag de Zakaat af. En al het goede wat jullie voor jezelf vooruit hebben gezonden, zullen jullie bij Allah aantreffen. Voorwaar, Allah is Alziend over wat jullie doen.

وَقَالُوا لَن يَدْخُلَ الْجَنَّةَ إِلَّا مَن كَانَ هُودًا أَوْ نَصَارَىٰ ۗ تِلْكَ أَمَانِيُّهُمْ ۗ قُلْ هَاتُوا بُرْهَانَكُمْ إِن كُنتُمْ صَادِقِينَ 111

En zij zeiden: “Niemand zal het Paradijs binnentreden, behalve wie jood of christen is.” Dit zijn hun eigen valse verlangens. Zeg (o Mohammed): “Breng jullie bewijzen als jullie waarachtig zijn.”

بَلَىٰ مَنْ أَسْلَمَ وَجْهَهُ لِلَّهِ وَهُوَ مُحْسِنٌ فَلَهُ أَجْرُهُ عِندَ رَبِّهِ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 112

Welzeker! Wie zijn gezicht onderwerpt aan Allah en een weldoener is, zijn beloning zal bij zijn Heer zijn. En zij zullen vrees noch treurnis kennen.

وَقَالَتِ الْيَهُودُ لَيْسَتِ النَّصَارَىٰ عَلَىٰ شَيْءٍ وَقَالَتِ النَّصَارَىٰ لَيْسَتِ الْيَهُودُ عَلَىٰ شَيْءٍ وَهُمْ يَتْلُونَ الْكِتَابَ ۗ كَذَٰلِكَ قَالَ الَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ مِثْلَ قَوْلِهِمْ ۚ فَاللَّهُ يَحْكُمُ بَيْنَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ 113

En de joden zeiden dat de christenen nergens op kunnen terugvallen. En de christenen zeiden dat de joden nergens op kunnen terugvallen, terwijl zij (beiden) het Boek voordragen. Dergelijke woorden spraken degenen die niet weten (d.w.z. de ongelovigen) ook uit. Allah zal op de Dag der Opstanding tussen hen oordelen over datgene waarover zij (van mening) verschilden.

وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن مَّنَعَ مَسَاجِدَ اللَّهِ أَن يُذْكَرَ فِيهَا اسْمُهُ وَسَعَىٰ فِي خَرَابِهَا ۚ أُولَٰئِكَ مَا كَانَ لَهُمْ أَن يَدْخُلُوهَا إِلَّا خَائِفِينَ ۚ لَهُمْ فِي الدُّنْيَا خِزْيٌ وَلَهُمْ فِي الْآخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٌ 114

En wie is er onrechtvaardiger dan degene die verhindert dat er in de moskeeën van Allah Zijn Naam verheerlijkt wordt en de vernietiging hiervan (d.w.z. van de moskeeën) nastreeft? Het is voor hen niet gepast dat zij deze zouden binnentreden, behalve als vrezenden. Voor hen is er een vernedering in deze wereld en voor hen is er een geweldige Bestraffing in het Hiernamaals.

وَلِلَّهِ الْمَشْرِقُ وَالْمَغْرِبُ ۚ فَأَيْنَمَا تُوَلُّوا فَثَمَّ وَجْهُ اللَّهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ وَاسِعٌ عَلِيمٌ 115

En aan Allah behoort het oosten en het westen toe. Waarheen jullie je ook wenden daar is het Gezicht van Allah. Voorwaar, Allah is Alomvattend, Alwetend.

وَقَالُوا اتَّخَذَ اللَّهُ وَلَدًا ۗ سُبْحَانَهُ ۖ بَل لَّهُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ كُلٌّ لَّهُ قَانِتُونَ 116

En zij (de joden, de christenen en de polytheïsten) zeiden: “Allah heeft Zich een kind genomen.” Verheven is Hij. Nee! Aan Hem behoort datgene wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt toe. En iedereen geeft zich in gehoorzaamheid aan Hem over.

بَدِيعُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ وَإِذَا قَضَىٰ أَمْرًا فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُ كُن فَيَكُونُ 117

De Stichter van de hemelen en de aarde. En wanneer Hij een zaak heeft bepaald, zegt Hij er slechts tegen: “Wees”, en het is.

وَقَالَ الَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ لَوْلَا يُكَلِّمُنَا اللَّهُ أَوْ تَأْتِينَا آيَةٌ ۗ كَذَٰلِكَ قَالَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّثْلَ قَوْلِهِمْ ۘ تَشَابَهَتْ قُلُوبُهُمْ ۗ قَدْ بَيَّنَّا الْآيَاتِ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ 118

En degenen die niet weten, zeiden: “Sprak Allah maar tot ons, of was er maar een teken tot ons gekomen.” Zo spraken degenen die vóór hen waren met dezelfde woorden. Hun harten lijken op elkaar. Voorzeker, Wij hebben de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat overtuigd is.

إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ بِالْحَقِّ بَشِيرًا وَنَذِيرًا ۖ وَلَا تُسْأَلُ عَنْ أَصْحَابِ الْجَحِيمِ 119

Voorwaar, Wij hebben jou (o Mohammed) met de Waarheid gestuurd. Als verkondiger van verheugende Tijdingen en als waarschuwer. En jij zult niet worden ondervraagd over de bewoners van het Hellevuur.

وَلَن تَرْضَىٰ عَنكَ الْيَهُودُ وَلَا النَّصَارَىٰ حَتَّىٰ تَتَّبِعَ مِلَّتَهُمْ ۗ قُلْ إِنَّ هُدَى اللَّهِ هُوَ الْهُدَىٰ ۗ وَلَئِنِ اتَّبَعْتَ أَهْوَاءَهُم بَعْدَ الَّذِي جَاءَكَ مِنَ الْعِلْمِ ۙ مَا لَكَ مِنَ اللَّهِ مِن وَلِيٍّ وَلَا نَصِيرٍ 120

En de joden en de christenen zullen nooit tevreden met jou zijn (o Mohammed), totdat jij hun religie zult volgen. Zeg: “Waarlijk, de Leiding van Allah is de (enige) Leiding.” En als jij hun begeerten volgt, nadat de kennis tot jou is gekomen, dan zul jij tegen Allah geen beschermer of helper hebben.

الَّذِينَ آتَيْنَاهُمُ الْكِتَابَ يَتْلُونَهُ حَقَّ تِلَاوَتِهِ أُولَٰئِكَ يُؤْمِنُونَ بِهِ ۗ وَمَن يَكْفُرْ بِهِ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ 121

Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, dragen het op de juiste manier voor. Zij zijn degenen die erin geloven. En degenen die er niet in geloven, zij zijn de verliezers.

يَا بَنِي إِسْرَائِيلَ اذْكُرُوا نِعْمَتِيَ الَّتِي أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّي فَضَّلْتُكُمْ عَلَى الْعَالَمِينَ 122

O kinderen van Israël, gedenk Mijn Gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en dat Ik jullie heb verkozen boven de werelden.

وَاتَّقُوا يَوْمًا لَّا تَجْزِي نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْئًا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا تَنفَعُهَا شَفَاعَةٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ 123

En vrees een Dag (d.w.z. de Dag des Oordeels) waarop geen enkele ziel een andere ziel kan baten, en er geen compensatie van haar geaccepteerd wordt, en er geen voorspraak voor haar van nut zal zijn. En zij zullen niet geholpen worden.

وَإِذِ ابْتَلَىٰ إِبْرَاهِيمَ رَبُّهُ بِكَلِمَاتٍ فَأَتَمَّهُنَّ ۖ قَالَ إِنِّي جَاعِلُكَ لِلنَّاسِ إِمَامًا ۖ قَالَ وَمِن ذُرِّيَّتِي ۖ قَالَ لَا يَنَالُ عَهْدِي الظَّالِمِينَ 124

En (gedenk) toen de Heer van Ibraahiem (Abraham) hem beproefde met (enkele) woorden die hij uitvoerde. Hij (Allah) zei: “Voorwaar, Ik zal jou tot een leider benoemen voor de mensen.” Hij (Ibraahiem) zei: “En ook van mijn nakomelingen (d.w.z. uit mijn nakomelingen)?” Hij (Allah) zei: “Mijn Verbond is niet besteed aan de onrechtplegers.”

وَإِذْ جَعَلْنَا الْبَيْتَ مَثَابَةً لِّلنَّاسِ وَأَمْنًا وَاتَّخِذُوا مِن مَّقَامِ إِبْرَاهِيمَ مُصَلًّى ۖ وَعَهِدْنَا إِلَىٰ إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ أَن طَهِّرَا بَيْتِيَ لِلطَّائِفِينَ وَالْعَاكِفِينَ وَالرُّكَّعِ السُّجُودِ 125

En (gedenk) toen Wij het Huis (d.w.z. de Kacbah) tot een toevluchtsoord voor de mensen en tot een veilige plaats maakten. En neem de standplaats van Ibraahiem tot gebedsplaats. En Wij gaven aan Ibraahiem en Ismaaciel (Ismaël) het bevel om Mijn Huis te reinigen voor degenen die de Tawaaf verrichten, en voor degenen die daar verblijven, en voor degenen die daar buigen en neerknielen (in gebed).

وَإِذْ قَالَ إِبْرَاهِيمُ رَبِّ اجْعَلْ هَٰذَا بَلَدًا آمِنًا وَارْزُقْ أَهْلَهُ مِنَ الثَّمَرَاتِ مَنْ آمَنَ مِنْهُم بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ۖ قَالَ وَمَن كَفَرَ فَأُمَتِّعُهُ قَلِيلًا ثُمَّ أَضْطَرُّهُ إِلَىٰ عَذَابِ النَّارِ ۖ وَبِئْسَ الْمَصِيرُ 126

En (gedenk) toen Ibraahiem zei: “Mijn Heer, maak dit land (d.w.z. Mekka) tot een veilige plaats en voorzie haar mensen van vruchten, degenen onder hen die in Allah en de Laatste Dag geloven.” Hij (Allah) antwoordde: “Wat betreft degene die niet gelooft, die zal Ik voor een korte tijd genietingen schenken, daarna zal Ik hem gebukt laten gaan onder de bestraffing van het Vuur. En dit is de slechtste Eindbestemming.”

وَإِذْ يَرْفَعُ إِبْرَاهِيمُ الْقَوَاعِدَ مِنَ الْبَيْتِ وَإِسْمَاعِيلُ رَبَّنَا تَقَبَّلْ مِنَّا ۖ إِنَّكَ أَنتَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ 127

En (gedenk) toen Ibraahiem en Ismaaciel de funderingen van het Huis (d.w.z. van de Kacbah) aan het ophogen waren (zeggende): “Onze Heer, accepteer (deze daad) van ons. Waarlijk, U bent de Alhorende, de Alwetende.

رَبَّنَا وَاجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَا أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَا ۖ إِنَّكَ أَنتَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ 128

Onze Heer, maak ons tot degenen die zich onderwerpen aan U en maak van onze nakomelingen een gemeenschap die zich onderwerpt aan U. En toon ons onze rituelen en aanvaard ons berouw. Voorwaar, U bent de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Genadevolle.

رَبَّنَا وَابْعَثْ فِيهِمْ رَسُولًا مِّنْهُمْ يَتْلُو عَلَيْهِمْ آيَاتِكَ وَيُعَلِّمُهُمُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَيُزَكِّيهِمْ ۚ إِنَّكَ أَنتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ 129

Onze Heer, zend een Boodschapper uit hun midden tot hen, die Uw Verzen aan hen zal voordragen en die hun het Boek en de Wijsheid zal onderwijzen en die hen zal reinigen. Voorwaar, U bent de Almachtige, de Alwijze.”

وَمَن يَرْغَبُ عَن مِّلَّةِ إِبْرَاهِيمَ إِلَّا مَن سَفِهَ نَفْسَهُ ۚ وَلَقَدِ اصْطَفَيْنَاهُ فِي الدُّنْيَا ۖ وَإِنَّهُ فِي الْآخِرَةِ لَمِنَ الصَّالِحِينَ 130

En wie anders dan degene die zichzelf vernedert wendt zich af van de religie van Ibraahiem? En voorzeker, Wij hebben hem (Ibraahiem) in deze wereld uitverkoren en waarlijk, in het Hiernamaals zal hij tot de rechtschapenen behoren.

إِذْ قَالَ لَهُ رَبُّهُ أَسْلِمْ ۖ قَالَ أَسْلَمْتُ لِرَبِّ الْعَالَمِينَ 131

Toen zijn Heer tegen hem zei: “Onderwerp jezelf”, zei hij: “Ik heb mijzelf onderworpen aan de Heer van de werelden.”

وَوَصَّىٰ بِهَا إِبْرَاهِيمُ بَنِيهِ وَيَعْقُوبُ يَا بَنِيَّ إِنَّ اللَّهَ اصْطَفَىٰ لَكُمُ الدِّينَ فَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسْلِمُونَ 132

En dit werd door Ibraahiem opgedragen aan zijn zonen en ook Yacqoeb (Jakob droeg dit op aan zijn zonen zeggende): “O mijn zonen, voorwaar, Allah heeft voor jullie de (ware) godsdienst gekozen, sterf daarom niet behalve als moslims.”

أَمْ كُنتُمْ شُهَدَاءَ إِذْ حَضَرَ يَعْقُوبَ الْمَوْتُ إِذْ قَالَ لِبَنِيهِ مَا تَعْبُدُونَ مِن بَعْدِي قَالُوا نَعْبُدُ إِلَٰهَكَ وَإِلَٰهَ آبَائِكَ إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ وَإِسْحَاقَ إِلَٰهًا وَاحِدًا وَنَحْنُ لَهُ مُسْلِمُونَ 133

Of waren jullie getuigen toen de dood Yacqoeb nabij was? (En) toen hij tegen zijn zonen zei: “Wat zullen jullie na mij aanbidden?” Zij zeiden: “Wij zullen jouw God (Allah) aanbidden en de God van jouw voorvaderen Ibraahiem, Ismaaciel en Ishaaq (Izaäk). De Ene ware God en aan Hem geven wij ons over.”

تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ ۖ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ ۖ وَلَا تُسْأَلُونَ عَمَّا كَانُوا يَعْمَلُونَ 134

Dat was een gemeenschap die heen is gegaan. Zij zal ontvangen wat zij heeft verworven en jullie wat jullie hebben verworven. En jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij deden.

وَقَالُوا كُونُوا هُودًا أَوْ نَصَارَىٰ تَهْتَدُوا ۗ قُلْ بَلْ مِلَّةَ إِبْرَاهِيمَ حَنِيفًا ۖ وَمَا كَانَ مِنَ الْمُشْرِكِينَ 135

En zij zeiden: “Wees joden of christenen en jullie zullen geleid worden.” Zeg (o Mohammed): “Nee! (Wij volgen) slechts de religie van Ibraahiem die Hanief was. En hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.”

قُولُوا آمَنَّا بِاللَّهِ وَمَا أُنزِلَ إِلَيْنَا وَمَا أُنزِلَ إِلَىٰ إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ وَإِسْحَاقَ وَيَعْقُوبَ وَالْأَسْبَاطِ وَمَا أُوتِيَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَمَا أُوتِيَ النَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمْ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُ مُسْلِمُونَ 136

Zeg (o moslims): “Wij geloven in Allah en in wat er aan ons is neergezonden, en in wat er aan Ibraahiem, Ismaaciel, Ishaaq, Yacqoeb en al-Asbaat is neergezonden, en in wat er aan Moesa en cIesa is gegeven en in wat er aan de Profeten is gegeven door hun Heer. Wij maken geen onderscheid tussen hen. En aan Hem hebben wij ons overgegeven.”

فَإِنْ آمَنُوا بِمِثْلِ مَا آمَنتُم بِهِ فَقَدِ اهْتَدَوا ۖ وَّإِن تَوَلَّوْا فَإِنَّمَا هُمْ فِي شِقَاقٍ ۖ فَسَيَكْفِيكَهُمُ اللَّهُ ۚ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ 137

Als zij dan geloven in het gelijke van dat waarin jullie geloven, dan zijn zij zeker recht geleid. Maar als zij zich afwenden, dan verkeren zij slechts in verdeeldheid. Allah zal dan Voldoende voor jou zijn tegen hen. En Hij is de Alhorende, de Alwetende.

صِبْغَةَ اللَّهِ ۖ وَمَنْ أَحْسَنُ مِنَ اللَّهِ صِبْغَةً ۖ وَنَحْنُ لَهُ عَابِدُونَ 138

De Sibghah van Allah. En welke Sibghah is beter dan die van Allah? En wij zijn Zijn aanbidders.

قُلْ أَتُحَاجُّونَنَا فِي اللَّهِ وَهُوَ رَبُّنَا وَرَبُّكُمْ وَلَنَا أَعْمَالُنَا وَلَكُمْ أَعْمَالُكُمْ وَنَحْنُ لَهُ مُخْلِصُونَ 139

Zeg (o Mohammed): “Redetwisten jullie met ons over Allah, terwijl Hij onze Heer en jullie Heer is? En voor ons onze daden en voor jullie jullie daden. En wij zijn (zuiver) aan Hem toegewijd.”

أَمْ تَقُولُونَ إِنَّ إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ وَإِسْحَاقَ وَيَعْقُوبَ وَالْأَسْبَاطَ كَانُوا هُودًا أَوْ نَصَارَىٰ ۗ قُلْ أَأَنتُمْ أَعْلَمُ أَمِ اللَّهُ ۗ وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن كَتَمَ شَهَادَةً عِندَهُ مِنَ اللَّهِ ۗ وَمَا اللَّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ 140

Of zeggen jullie: “Voorwaar, Ibraahiem, Ismaaciel, Ishaaq, Yacqoeb en al-Asbaat waren joden of christenen”? Zeg: “Weten jullie het beter of (weet) Allah (het beter)?” En wie is er onrechtvaardiger dan degene die de getuigenis van Allah verbergt die hij bij zich heeft? En Allah is Zich niet onbewust van wat jullie doen.

تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ ۖ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ ۖ وَلَا تُسْأَلُونَ عَمَّا كَانُوا يَعْمَلُونَ 141

Dat was een gemeenschap die heen is gegaan. Zij zal ontvangen wat zij heeft verworven en jullie wat jullie hebben verworven. En jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij deden.

سَيَقُولُ السُّفَهَاءُ مِنَ النَّاسِ مَا وَلَّاهُمْ عَن قِبْلَتِهِمُ الَّتِي كَانُوا عَلَيْهَا ۚ قُل لِّلَّهِ الْمَشْرِقُ وَالْمَغْرِبُ ۚ يَهْدِي مَن يَشَاءُ إِلَىٰ صِرَاطٍ مُّسْتَقِيمٍ 142

De dwazen onder de mensen zullen zeggen: “Wat heeft hen (moslims) doen afwenden van hun Qiblah waar zij zich gewoonlijk (tijdens het gebed) naartoe richtten?” Zeg (o Mohammed): “Aan Allah behoort het oosten en het westen toe. Hij leidt wie Hij wil naar het rechte Pad.”

وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أُمَّةً وَسَطًا لِّتَكُونُوا شُهَدَاءَ عَلَى النَّاسِ وَيَكُونَ الرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيدًا ۗ وَمَا جَعَلْنَا الْقِبْلَةَ الَّتِي كُنتَ عَلَيْهَا إِلَّا لِنَعْلَمَ مَن يَتَّبِعُ الرَّسُولَ مِمَّن يَنقَلِبُ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ ۚ وَإِن كَانَتْ لَكَبِيرَةً إِلَّا عَلَى الَّذِينَ هَدَى اللَّهُ ۗ وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَانَكُمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ بِالنَّاسِ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ 143

En zo maakten Wij jullie tot een gematigde gemeenschap, opdat jullie getuigen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper getuige is voor jullie. En Wij hebben de Qiblah die jij gewend was slechts aangewezen om degenen die de Boodschapper volgen te onderscheiden van degenen die zich op hun hielen keren (d.w.z. het geloof de rug toekeren). En het was zeker groot (d.w.z. zwaar), behalve voor degenen die door Allah geleid werden. En Allah zal jullie geloof nooit verloren laten gaan. Waarlijk, Allah is Meest Zachtaardig, Meest Genadevol voor de mensen.

قَدْ نَرَىٰ تَقَلُّبَ وَجْهِكَ فِي السَّمَاءِ ۖ فَلَنُوَلِّيَنَّكَ قِبْلَةً تَرْضَاهَا ۚ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ ۚ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُ ۗ وَإِنَّ الَّذِينَ أُوتُوا الْكِتَابَ لَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ الْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ ۗ وَمَا اللَّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا يَعْمَلُونَ 144

Voorzeker, Wij hebben gezien hoe jouw gezicht zich tot de hemel wendde. Daarom wenden Wij jou naar een Qiblah die jou welgevallig is. Wend jouw gezicht richting al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka). En waar jullie je ook bevinden, wend jullie gezichten in die richting. En voorwaar, degenen aan wie het Boek is gegeven, weten zeker dat het de Waarheid van hun Heer is. En Allah is Zich niet onbewust van wat zij doen.

وَلَئِنْ أَتَيْتَ الَّذِينَ أُوتُوا الْكِتَابَ بِكُلِّ آيَةٍ مَّا تَبِعُوا قِبْلَتَكَ ۚ وَمَا أَنتَ بِتَابِعٍ قِبْلَتَهُمْ ۚ وَمَا بَعْضُهُم بِتَابِعٍ قِبْلَةَ بَعْضٍ ۚ وَلَئِنِ اتَّبَعْتَ أَهْوَاءَهُم مِّن بَعْدِ مَا جَاءَكَ مِنَ الْعِلْمِ ۙ إِنَّكَ إِذًا لَّمِنَ الظَّالِمِينَ 145

En zelfs wanneer jij met alle tekenen zou komen bij degenen aan wie het Boek is gegeven, dan nog zullen zij jouw Qiblah niet volgen, noch zul jij hun Qiblah volgen, noch zullen zij elkaars Qiblah volgen. En als jij hun begeerten volgt, nadat de Kennis tot jou is gekomen, voorwaar, dan behoor jij zeker tot de onrechtplegers.

الَّذِينَ آتَيْنَاهُمُ الْكِتَابَ يَعْرِفُونَهُ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَاءَهُمْ ۖ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنْهُمْ لَيَكْتُمُونَ الْحَقَّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ 146

Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, kennen hem (Mohammed) zoals zij hun zonen kennen. En voorwaar, een groep van hen verbergt zeker de Waarheid, terwijl zij (het) weten.

الْحَقُّ مِن رَّبِّكَ ۖ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ الْمُمْتَرِينَ 147

(Dit is) de Waarheid (afkomstig) van jouw Heer. Behoor daarom niet tot de twijfelaars.

وَلِكُلٍّ وِجْهَةٌ هُوَ مُوَلِّيهَا ۖ فَاسْتَبِقُوا الْخَيْرَاتِ ۚ أَيْنَ مَا تَكُونُوا يَأْتِ بِكُمُ اللَّهُ جَمِيعًا ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 148

En voor eenieder is er een richting waar hij zich naar wendt. Wedijver daarom met elkaar in het verrichten van het goede. Waar jullie je ook bevinden, Allah zal jullie allen samenbrengen. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ ۖ وَإِنَّهُ لَلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ ۗ وَمَا اللَّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ 149

En waar jij ook vandaan vertrekt, wend jouw gezicht richting al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka). En voorwaar, dat is de Waarheid van jouw Heer. En Allah is Zich niet onbewust van wat jullie doen.

وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ ۚ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَيْكُمْ حُجَّةٌ إِلَّا الَّذِينَ ظَلَمُوا مِنْهُمْ فَلَا تَخْشَوْهُمْ وَاخْشَوْنِي وَلِأُتِمَّ نِعْمَتِي عَلَيْكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ 150

En waar jij ook vandaan vertrekt, wend jouw gezicht richting al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka). En waar jullie ook zijn, wend jullie gezichten naar die richting, zodat de mensen geen bewijs tegen jullie kunnen hebben, behalve degenen onder hen die onrecht plegen. En vrees hen niet, maar vrees Mij, opdat Ik Mijn Gunsten aan jullie kan vervolmaken, en opdat jullie geleid zullen worden.

كَمَا أَرْسَلْنَا فِيكُمْ رَسُولًا مِّنكُمْ يَتْلُو عَلَيْكُمْ آيَاتِنَا وَيُزَكِّيكُمْ وَيُعَلِّمُكُمُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَيُعَلِّمُكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا تَعْلَمُونَ 151

Zoals Wij een Boodschapper uit jullie midden naar jullie stuurden, die Onze Verzen aan jullie voordraagt en jullie zuivert, en die jullie het Boek en de Wijsheid onderwijst. En die jullie onderwijst wat jullie niet wisten.

فَاذْكُرُونِي أَذْكُرْكُمْ وَاشْكُرُوا لِي وَلَا تَكْفُرُونِ 152

Gedenk Mij daarom, en Ik zal jullie gedenken. En wees Mij dankbaar en wees Mij niet ondankbaar.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اسْتَعِينُوا بِالصَّبْرِ وَالصَّلَاةِ ۚ إِنَّ اللَّهَ مَعَ الصَّابِرِينَ 153

O jullie die geloven, zoek hulp door middel van geduld en het gebed. Waarlijk, Allah is met de geduldigen.

وَلَا تَقُولُوا لِمَن يُقْتَلُ فِي سَبِيلِ اللَّهِ أَمْوَاتٌ ۚ بَلْ أَحْيَاءٌ وَلَٰكِن لَّا تَشْعُرُونَ 154

En zeg niet over degenen die op de Weg van Allah zijn gedood: “Zij zijn dood.” Welnee! Zij zijn levend, maar jullie beseffen (het) niet.

وَلَنَبْلُوَنَّكُم بِشَيْءٍ مِّنَ الْخَوْفِ وَالْجُوعِ وَنَقْصٍ مِّنَ الْأَمْوَالِ وَالْأَنفُسِ وَالثَّمَرَاتِ ۗ وَبَشِّرِ الصَّابِرِينَ 155

En Wij zullen jullie zeker beproeven met iets van angst, honger en vermindering van bezittingen, levens en vruchten, en verkondig verheugende tijdingen aan de geduldigen.

الَّذِينَ إِذَا أَصَابَتْهُم مُّصِيبَةٌ قَالُوا إِنَّا لِلَّهِ وَإِنَّا إِلَيْهِ رَاجِعُونَ 156

Degenen die, wanneer zij door een ramp getroffen worden, zeggen: “Waarlijk, aan Allah behoren wij toe en waarlijk, tot Hem zullen wij terugkeren.”

أُولَٰئِكَ عَلَيْهِمْ صَلَوَاتٌ مِّن رَّبِّهِمْ وَرَحْمَةٌ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُهْتَدُونَ 157

Zij zijn degenen op wie de Zegeningen van hun Heer neerdalen, en (op wie) Zijn Genade (is neergedaald). En zij zijn degenen die recht geleid zijn.

إِنَّ الصَّفَا وَالْمَرْوَةَ مِن شَعَائِرِ اللَّهِ ۖ فَمَنْ حَجَّ الْبَيْتَ أَوِ اعْتَمَرَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِ أَن يَطَّوَّفَ بِهِمَا ۚ وَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَإِنَّ اللَّهَ شَاكِرٌ عَلِيمٌ 158

Voorwaar, as-Safa en al-Marwah (twee bergen in Mekka) behoren tot de Tekenen van Allah. Er treft degene die de hadj of de cOemrah verricht geen blaam om er tussen te lopen. En wie vrijwillig goede daden verricht, voorwaar, Allah is Dankbaar, Alwetend.

إِنَّ الَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَا أَنزَلْنَا مِنَ الْبَيِّنَاتِ وَالْهُدَىٰ مِن بَعْدِ مَا بَيَّنَّاهُ لِلنَّاسِ فِي الْكِتَابِ ۙ أُولَٰئِكَ يَلْعَنُهُمُ اللَّهُ وَيَلْعَنُهُمُ اللَّاعِنُونَ 159

Voorwaar, degenen die verbergen wat Wij aan duidelijke Bewijzen en Leiding hebben neergezonden, nadat Wij deze in het Boek duidelijk hebben gemaakt aan de mensen. Zij zijn degenen die Allah vervloekt en die door de vervloekers vervloekt worden.

إِلَّا الَّذِينَ تَابُوا وَأَصْلَحُوا وَبَيَّنُوا فَأُولَٰئِكَ أَتُوبُ عَلَيْهِمْ ۚ وَأَنَا التَّوَّابُ الرَّحِيمُ 160

Behalve degenen die berouw tonen, en zich beteren en (de Waarheid die zij achterhielden) openlijk bekendmaken. Zij zijn degenen van wie Ik het berouw zal aanvaarden. En Ik ben de Meest Berouwaanvaardende, de Meest Genadevolle.

إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا وَمَاتُوا وَهُمْ كُفَّارٌ أُولَٰئِكَ عَلَيْهِمْ لَعْنَةُ اللَّهِ وَالْمَلَائِكَةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ 161

Voorwaar, degenen die niet geloven en sterven terwijl zij ongelovigen zijn, zij zijn degenen op wie de Vloek van Allah, (en de vloek van) de Engelen en alle mensen rust.

خَالِدِينَ فِيهَا ۖ لَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ الْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنظَرُونَ 162

Voor eeuwig (verblijven zij) daarin. Hun bestraffing zal niet verlicht worden, noch zal hun uitstel worden verleend.

وَإِلَٰهُكُمْ إِلَٰهٌ وَاحِدٌ ۖ لَّا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ الرَّحْمَٰنُ الرَّحِيمُ 163

En jullie God is één God (Allah). Er is geen god dan Hij, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.

إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلَافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَالْفُلْكِ الَّتِي تَجْرِي فِي الْبَحْرِ بِمَا يَنفَعُ النَّاسَ وَمَا أَنزَلَ اللَّهُ مِنَ السَّمَاءِ مِن مَّاءٍ فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِن كُلِّ دَابَّةٍ وَتَصْرِيفِ الرِّيَاحِ وَالسَّحَابِ الْمُسَخَّرِ بَيْنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 164

Waarlijk, in de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van de nacht en de dag en de schepen die over de zee varen met wat van nut is voor de mensen, en het water dat Allah uit de hemel neerzendt, waarmee Hij de aarde na haar dood tot leven brengt en elk schepsel dat Hij daarop heeft verspreid, en het van richting doen veranderen van de winden en de wolken, die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَمِنَ النَّاسِ مَن يَتَّخِذُ مِن دُونِ اللَّهِ أَندَادًا يُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ اللَّهِ ۖ وَالَّذِينَ آمَنُوا أَشَدُّ حُبًّا لِّلَّهِ ۗ وَلَوْ يَرَى الَّذِينَ ظَلَمُوا إِذْ يَرَوْنَ الْعَذَابَ أَنَّ الْقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا وَأَنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعَذَابِ 165

En onder de mensen zijn er (sommigen) die naast Allah anderen als deelgenoten (ter aanbidding) aannemen. Zij houden van hen zoals zij van Allah houden. Maar degenen die geloven, houden intenser van Allah. En als degenen die onrecht pleegden zouden (in)zien, wanneer zij de Bestraffing zullen zien, dat alle macht aan Allah toebehoort en dat Allah Hard is in de bestraffing.

إِذْ تَبَرَّأَ الَّذِينَ اتُّبِعُوا مِنَ الَّذِينَ اتَّبَعُوا وَرَأَوُا الْعَذَابَ وَتَقَطَّعَتْ بِهِمُ الْأَسْبَابُ 166

Wanneer degenen die gevolgd werden zich distantiëren van degenen die (hen) volgden en zij de Bestraffing zien, en hun onderlinge banden verbroken worden.

وَقَالَ الَّذِينَ اتَّبَعُوا لَوْ أَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَتَبَرَّأَ مِنْهُمْ كَمَا تَبَرَّءُوا مِنَّا ۗ كَذَٰلِكَ يُرِيهِمُ اللَّهُ أَعْمَالَهُمْ حَسَرَاتٍ عَلَيْهِمْ ۖ وَمَا هُم بِخَارِجِينَ مِنَ النَّارِ 167

En degenen die volgden zeiden: “Als wij nog maar één kans zouden hebben om terug te keren (naar het wereldse leven), dan zouden wij ons van hen distantiëren zoals zij zich van ons hebben gedistantieerd.” Zo zal Allah aan hen hun daden laten zien, (als een bron van) spijt voor hen en zij zullen nooit uit het Vuur komen.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ كُلُوا مِمَّا فِي الْأَرْضِ حَلَالًا طَيِّبًا وَلَا تَتَّبِعُوا خُطُوَاتِ الشَّيْطَانِ ۚ إِنَّهُ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ 168

O mensen, eet op aarde (van) dat wat toegestaan en goed is, en volg niet de voetstappen van de satan. Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

إِنَّمَا يَأْمُرُكُم بِالسُّوءِ وَالْفَحْشَاءِ وَأَن تَقُولُوا عَلَى اللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ 169

Hij (de satan) beveelt jullie slechts het slechte en het verdorvene, en dat jullie over Allah (datgene) zullen zeggen wat jullie niet weten.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ اتَّبِعُوا مَا أَنزَلَ اللَّهُ قَالُوا بَلْ نَتَّبِعُ مَا أَلْفَيْنَا عَلَيْهِ آبَاءَنَا ۗ أَوَلَوْ كَانَ آبَاؤُهُمْ لَا يَعْقِلُونَ شَيْئًا وَلَا يَهْتَدُونَ 170

En wanneer er tot hen gezegd wordt: “Volg wat Allah heeft neergezonden”, zeggen zij: “Nee! Wij volgen datgene waarop wij onze voorvaderen aantroffen.” Zelfs als hun voorvaderen niets begrepen en ook niet recht geleid waren?

وَمَثَلُ الَّذِينَ كَفَرُوا كَمَثَلِ الَّذِي يَنْعِقُ بِمَا لَا يَسْمَعُ إِلَّا دُعَاءً وَنِدَاءً ۚ صُمٌّ بُكْمٌ عُمْيٌ فَهُمْ لَا يَعْقِلُونَ 171

En de gelijkenis van degenen die niet geloven is als de gelijkenis van degene die roept naar iets wat nergens naar luistert, behalve naar het geroep en het geschreeuw. (Zij zijn) doof, stom en blind, daarom denken zij niet na.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُلُوا مِن طَيِّبَاتِ مَا رَزَقْنَاكُمْ وَاشْكُرُوا لِلَّهِ إِن كُنتُمْ إِيَّاهُ تَعْبُدُونَ 172

O jullie die geloven, eet van het goede waarmee Wij jullie hebben voorzien en wees Allah dankbaar, als jullie Hem (daadwerkelijk) aanbidden.

إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيْكُمُ الْمَيْتَةَ وَالدَّمَ وَلَحْمَ الْخِنزِيرِ وَمَا أُهِلَّ بِهِ لِغَيْرِ اللَّهِ ۖ فَمَنِ اضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلَا عَادٍ فَلَا إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 173

Hij heeft jullie slechts de dode dieren, het bloed, het varkensvlees en dat waarover (de naam van) een ander dan Allah (tijdens het slachten) is genoemd, verboden. Maar wie door noodzaak gedwongen wordt zonder dat hij het wenst, en niet overdrijft, op hem rust er geen zonde. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

إِنَّ الَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَا أَنزَلَ اللَّهُ مِنَ الْكِتَابِ وَيَشْتَرُونَ بِهِ ثَمَنًا قَلِيلًا ۙ أُولَٰئِكَ مَا يَأْكُلُونَ فِي بُطُونِهِمْ إِلَّا النَّارَ وَلَا يُكَلِّمُهُمُ اللَّهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ وَلَا يُزَكِّيهِمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ 174

Waarlijk, degenen die verbergen wat Allah van het Boek heeft neergezonden en die het inruilen tegen een geringe prijs, zij verteren in hun buiken niets anders dan vuur. En Allah zal op de Dag der Opstanding niet tot hen spreken, noch zal Hij hen zuiveren. En voor hen is er een pijnlijke Bestraffing.

أُولَٰئِكَ الَّذِينَ اشْتَرَوُا الضَّلَالَةَ بِالْهُدَىٰ وَالْعَذَابَ بِالْمَغْفِرَةِ ۚ فَمَا أَصْبَرَهُمْ عَلَى النَّارِ 175

Zij zijn degenen die de Leiding hebben ingeruild voor de dwaling, en de Vergiffenis voor de Bestraffing. En hoe geduldig zijn zij met het Vuur?

ذَٰلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ نَزَّلَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ ۗ وَإِنَّ الَّذِينَ اخْتَلَفُوا فِي الْكِتَابِ لَفِي شِقَاقٍ بَعِيدٍ 176

Dat is omdat Allah het Boek met de Waarheid heeft neergezonden. En waarlijk, degenen die (van mening) verschillen over het Boek verkeren in vergaande verdeeldheid.

لَّيْسَ الْبِرَّ أَن تُوَلُّوا وُجُوهَكُمْ قِبَلَ الْمَشْرِقِ وَالْمَغْرِبِ وَلَٰكِنَّ الْبِرَّ مَنْ آمَنَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ وَالْمَلَائِكَةِ وَالْكِتَابِ وَالنَّبِيِّينَ وَآتَى الْمَالَ عَلَىٰ حُبِّهِ ذَوِي الْقُرْبَىٰ وَالْيَتَامَىٰ وَالْمَسَاكِينَ وَابْنَ السَّبِيلِ وَالسَّائِلِينَ وَفِي الرِّقَابِ وَأَقَامَ الصَّلَاةَ وَآتَى الزَّكَاةَ وَالْمُوفُونَ بِعَهْدِهِمْ إِذَا عَاهَدُوا ۖ وَالصَّابِرِينَ فِي الْبَأْسَاءِ وَالضَّرَّاءِ وَحِينَ الْبَأْسِ ۗ أُولَٰئِكَ الَّذِينَ صَدَقُوا ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُتَّقُونَ 177

Het is geen deugdzaamheid dat jullie je gezichten naar het oosten en het westen wenden. Maar deugdzaam is degene die in Allah, de Laatste Dag, de Engelen, het Boek en de Profeten gelooft. En zijn bezittingen, ondanks zijn liefde hiervoor, weggeeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, de reiziger en aan degenen die hierom vragen en om slaven vrij te kopen. En die het gebed onderhoudt en de Zakaat afdraagt, en degenen die hun verbond nakomen wanneer zij dit zijn aangegaan, en de geduldigen ten tijde van ellende en tegenspoed, en tijdens gevechten (in een veldslag). Zij zijn degenen die oprecht zijn en zij zijn de godsvruchtigen.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الْقِصَاصُ فِي الْقَتْلَى ۖ الْحُرُّ بِالْحُرِّ وَالْعَبْدُ بِالْعَبْدِ وَالْأُنثَىٰ بِالْأُنثَىٰ ۚ فَمَنْ عُفِيَ لَهُ مِنْ أَخِيهِ شَيْءٌ فَاتِّبَاعٌ بِالْمَعْرُوفِ وَأَدَاءٌ إِلَيْهِ بِإِحْسَانٍ ۗ ذَٰلِكَ تَخْفِيفٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَرَحْمَةٌ ۗ فَمَنِ اعْتَدَىٰ بَعْدَ ذَٰلِكَ فَلَهُ عَذَابٌ أَلِيمٌ 178

O jullie die geloven, al-Qisaas is jullie voorgeschreven in het geval van doodslag. De vrije (persoon) voor de vrije (persoon), de slaaf voor de slaaf en de vrouw voor de vrouw. Maar als hij (d.w.z. de moordenaar) wordt vergeven door zijn broeder, laat het vervolgen (van de dader) dan op redelijke wijze geschieden en de betaling moet worden gedaan met goedheid. Dit is een Verlichting en een Genade van jullie Heer. En wie dan daarna nog een overtreding begaat, voor hem is er een pijnlijke Bestraffing.

وَلَكُمْ فِي الْقِصَاصِ حَيَاةٌ يَا أُولِي الْأَلْبَابِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ 179

En er is voor jullie (een redding van) leven in al-Qisaas, o bezitters van verstand, opdat jullie (Allah) zullen vrezen.

كُتِبَ عَلَيْكُمْ إِذَا حَضَرَ أَحَدَكُمُ الْمَوْتُ إِن تَرَكَ خَيْرًا الْوَصِيَّةُ لِلْوَالِدَيْنِ وَالْأَقْرَبِينَ بِالْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى الْمُتَّقِينَ 180

Het is jullie voorgeschreven dat, wanneer de dood één van jullie bereikt en hij (d.w.z. de stervende) een vermogen achterlaat, hij een testament opmaakt voor de ouders en de naaste verwanten, volgens wat redelijk is. (Dit is) een verplichting voor de godsvruchtigen.

فَمَن بَدَّلَهُ بَعْدَمَا سَمِعَهُ فَإِنَّمَا إِثْمُهُ عَلَى الَّذِينَ يُبَدِّلُونَهُ ۚ إِنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 181

Degene die het testament verandert na het gehoord te hebben, de zonde zal dan slechts rusten op degenen die het veranderen. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alwetend.

فَمَنْ خَافَ مِن مُّوصٍ جَنَفًا أَوْ إِثْمًا فَأَصْلَحَ بَيْنَهُمْ فَلَا إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 182

Maar degene die van een erflater een onrechtvaardige handeling of zonde vreest, en daarna verzoening tussen hen (d.w.z. tussen de betrokken partijen) teweegbrengt, op hem zal er geen zonde rusten. Voorwaar, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ 183

O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het voorgeschreven was aan degenen vóór jullie, opdat jullie (Allah) zullen vrezen.

أَيَّامًا مَّعْدُودَاتٍ ۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ ۚ وَعَلَى الَّذِينَ يُطِيقُونَهُ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ ۖ فَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَهُوَ خَيْرٌ لَّهُ ۚ وَأَن تَصُومُوا خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ 184

Voor een beperkt aantal dagen, maar wie van jullie ziek is of op reis is, (diegene dient) dan hetzelfde aantal op andere dagen (in te halen). En degenen die alleen met grote moeite kunnen vasten, kopen het af door een behoeftige te voeden. Maar degene die vrijwillig goed doet, dat is beter voor hem. En het is beter voor jullie dat jullie vasten, als jullie (het maar) wisten.

شَهْرُ رَمَضَانَ الَّذِي أُنزِلَ فِيهِ الْقُرْآنُ هُدًى لِّلنَّاسِ وَبَيِّنَاتٍ مِّنَ الْهُدَىٰ وَالْفُرْقَانِ ۚ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ الشَّهْرَ فَلْيَصُمْهُ ۖ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ ۗ يُرِيدُ اللَّهُ بِكُمُ الْيُسْرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ الْعُسْرَ وَلِتُكْمِلُوا الْعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُوا اللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَاكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 185

De maand Ramadan is het (d.w.z. de maand) waarin de Koran werd neergezonden als Leiding voor de mensen en (de Verzen daarvan dienen) als duidelijke Bewijzen voor de Leiding en het Onderscheid (tussen het goede en het slechte). Wie van jullie dan de maand meemaakt, laat hem dan vasten. En wie ziek of op reis is, (diegene dient) dan hetzelfde aantal op andere dagen (in te halen). Allah wil het gemakkelijke voor jullie en Hij wil niet het moeilijke voor jullie. En opdat jullie het aantal zullen voltooien en opdat jullie Allah Zijn Grootheid prijzen, omdat Hij jullie geleid heeft en opdat jullie dankbaar zullen zijn.

وَإِذَا سَأَلَكَ عِبَادِي عَنِّي فَإِنِّي قَرِيبٌ ۖ أُجِيبُ دَعْوَةَ الدَّاعِ إِذَا دَعَانِ ۖ فَلْيَسْتَجِيبُوا لِي وَلْيُؤْمِنُوا بِي لَعَلَّهُمْ يَرْشُدُونَ 186

En wanneer Mijn dienaren jou (o Mohammed) over Mij vragen: “Voorwaar, Ik ben nabij. Ik verhoor de smeekbeden van de smekende wanneer hij Mij aanroept. Laat hen Mij daarom gehoorzamen en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.”

أُحِلَّ لَكُمْ لَيْلَةَ الصِّيَامِ الرَّفَثُ إِلَىٰ نِسَائِكُمْ ۚ هُنَّ لِبَاسٌ لَّكُمْ وَأَنتُمْ لِبَاسٌ لَّهُنَّ ۗ عَلِمَ اللَّهُ أَنَّكُمْ كُنتُمْ تَخْتَانُونَ أَنفُسَكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ وَعَفَا عَنكُمْ ۖ فَالْآنَ بَاشِرُوهُنَّ وَابْتَغُوا مَا كَتَبَ اللَّهُ لَكُمْ ۚ وَكُلُوا وَاشْرَبُوا حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ الْخَيْطُ الْأَبْيَضُ مِنَ الْخَيْطِ الْأَسْوَدِ مِنَ الْفَجْرِ ۖ ثُمَّ أَتِمُّوا الصِّيَامَ إِلَى اللَّيْلِ ۚ وَلَا تُبَاشِرُوهُنَّ وَأَنتُمْ عَاكِفُونَ فِي الْمَسَاجِدِ ۗ تِلْكَ حُدُودُ اللَّهِ فَلَا تَقْرَبُوهَا ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ آيَاتِهِ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ 187

Het is voor jullie toegestaan om in de nacht(en) van het vasten geslachtsgemeenschap met jullie vrouwen te hebben. Zij zijn als kleding voor jullie en jullie zijn als kleding voor hen. Allah wist dat jullie jezelf bedrogen. Hij aanvaardde jullie berouw en Hij vergaf jullie. Daarom mogen jullie nu geslachtsgemeenschap met hen hebben. En streef naar dat wat Allah voor jullie heeft voorbeschikt (d.w.z. jullie nageslacht). En eet en drink, totdat de witte draad (d.w.z. het licht) van de dageraad aan jullie verschijnt en deze duidelijk te onderscheiden is van de zwarte draad (d.w.z. van de duisternis van de nacht). Voltooi vervolgens het vasten tot aan het vallen van de avond (d.w.z. tot aan zonsondergang). En heb geen geslachtsgemeenschap met hen terwijl jullie de Ictikaaf in de moskeeën verrichten. Dit zijn de Grenzen van Allah, nader deze daarom niet. Zo maakt Allah Zijn Tekenen aan de mensen duidelijk, opdat zij (Allah) zullen vrezen.

وَلَا تَأْكُلُوا أَمْوَالَكُم بَيْنَكُم بِالْبَاطِلِ وَتُدْلُوا بِهَا إِلَى الْحُكَّامِ لِتَأْكُلُوا فَرِيقًا مِّنْ أَمْوَالِ النَّاسِ بِالْإِثْمِ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ 188

En nuttig elkaars bezittingen niet onrechtmatig, en koop de gezaghebbers daar niet mee om, zodat jullie op een zondige wijze een deel van de bezittingen van de mensen opeten, terwijl jullie (het) weten.

يَسْأَلُونَكَ عَنِ الْأَهِلَّةِ ۖ قُلْ هِيَ مَوَاقِيتُ لِلنَّاسِ وَالْحَجِّ ۗ وَلَيْسَ الْبِرُّ بِأَن تَأْتُوا الْبُيُوتَ مِن ظُهُورِهَا وَلَٰكِنَّ الْبِرَّ مَنِ اتَّقَىٰ ۗ وَأْتُوا الْبُيُوتَ مِنْ أَبْوَابِهَا ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ 189

Zij vragen jou (o Mohammed) over de nieuwe manen. Zeg: “Dit zijn tekenen om tijden aan te duiden voor de mensen en voor (het vaststellen van) de hadj. En het is geen deugdzaamheid dat jullie je huizen binnentreden via de achterzijde, maar deugdzaam is degene die (Allah) vreest. Treed jullie huizen binnen via haar deuren, en vrees Allah opdat jullie succesvol zullen zijn.

وَقَاتِلُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ الَّذِينَ يُقَاتِلُونَكُمْ وَلَا تَعْتَدُوا ۚ إِنَّ اللَّهَ لَا يُحِبُّ الْمُعْتَدِينَ 190

En strijd op de Weg van Allah tegen degenen die tegen jullie strijden, en overtreed (de grenzen) niet. Voorwaar, Allah houdt niet van de overtreders.

وَاقْتُلُوهُمْ حَيْثُ ثَقِفْتُمُوهُمْ وَأَخْرِجُوهُم مِّنْ حَيْثُ أَخْرَجُوكُمْ ۚ وَالْفِتْنَةُ أَشَدُّ مِنَ الْقَتْلِ ۚ وَلَا تُقَاتِلُوهُمْ عِندَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ حَتَّىٰ يُقَاتِلُوكُمْ فِيهِ ۖ فَإِن قَاتَلُوكُمْ فَاقْتُلُوهُمْ ۗ كَذَٰلِكَ جَزَاءُ الْكَافِرِينَ 191

En dood hen overal waar jullie hen vinden en verdrijf hen van waar zij jullie hebben verdreven. En de Fitnah is erger dan het doden. En bestrijd hen niet bij al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka), totdat zij jullie daar bestrijden. Maar als zij jullie bestrijden, dood hen dan. Dit is de vergelding voor de ongelovigen.

فَإِنِ انتَهَوْا فَإِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 192

Maar als zij ophouden, voorwaar, dan is Allah Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَقَاتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ الدِّينُ لِلَّهِ ۖ فَإِنِ انتَهَوْا فَلَا عُدْوَانَ إِلَّا عَلَى الظَّالِمِينَ 193

En bestrijd hen totdat er geen Fitnah meer is en de godsdienst aan Allah toebehoort. Maar als zij ophouden, dan is er geen vijandschap behalve tegen de onrechtplegers.

الشَّهْرُ الْحَرَامُ بِالشَّهْرِ الْحَرَامِ وَالْحُرُمَاتُ قِصَاصٌ ۚ فَمَنِ اعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ فَاعْتَدُوا عَلَيْهِ بِمِثْلِ مَا اعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ مَعَ الْمُتَّقِينَ 194

De gewijde maand voor de gewijde maand en voor de overtredingen is er al-Qisaas. Wie vervolgens tegen jullie overtreedt, overtreed dan net zo tegen hem als hij tegen jullie overtreedt. En vrees Allah, en weet dat Allah met de godsvruchtigen is.

وَأَنفِقُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَلَا تُلْقُوا بِأَيْدِيكُمْ إِلَى التَّهْلُكَةِ ۛ وَأَحْسِنُوا ۛ إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُحْسِنِينَ 195

En geef uit op de Weg van Allah en stort julliezelf niet in de ondergang en doe goed. Waarlijk, Allah houdt van de weldoeners.

وَأَتِمُّوا الْحَجَّ وَالْعُمْرَةَ لِلَّهِ ۚ فَإِنْ أُحْصِرْتُمْ فَمَا اسْتَيْسَرَ مِنَ الْهَدْيِ ۖ وَلَا تَحْلِقُوا رُءُوسَكُمْ حَتَّىٰ يَبْلُغَ الْهَدْيُ مَحِلَّهُ ۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ بِهِ أَذًى مِّن رَّأْسِهِ فَفِدْيَةٌ مِّن صِيَامٍ أَوْ صَدَقَةٍ أَوْ نُسُكٍ ۚ فَإِذَا أَمِنتُمْ فَمَن تَمَتَّعَ بِالْعُمْرَةِ إِلَى الْحَجِّ فَمَا اسْتَيْسَرَ مِنَ الْهَدْيِ ۚ فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ ثَلَاثَةِ أَيَّامٍ فِي الْحَجِّ وَسَبْعَةٍ إِذَا رَجَعْتُمْ ۗ تِلْكَ عَشَرَةٌ كَامِلَةٌ ۗ ذَٰلِكَ لِمَن لَّمْ يَكُنْ أَهْلُهُ حَاضِرِي الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ 196

En voltooi de hadj en de cOemrah voor Allah. Maar als jullie verhinderd worden, (slacht) dan een offerdier dat jullie je kunnen veroorloven en scheer jullie hoofden niet, totdat het offerdier zijn plaats bereikt. En wie van jullie ziek is of een aandoening aan zijn hoofd heeft (wat het scheren noodzakelijk maakt), dient het af te kopen door te vasten of liefdadigheid uit te geven of door een offerdier te slachten, als jullie vervolgens in veiligheid zijn. En (degene die) de cOemrah in de maand van de hadj verricht, tot (aan het verrichten van) de hadj, laat hem een offerdier slachten dat hij zich kan veroorloven. Als hij het zich niet kan veroorloven, dan dient hij te vasten: drie dagen gedurende de hadj en zeven dagen na zijn terugkeer, dat zijn tien dagen bij elkaar. Dit is voor degene van wie zijn familie niet aanwezig is in al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka). En vrees Allah en weet dat Allah Hard is in de bestraffing.

الْحَجُّ أَشْهُرٌ مَّعْلُومَاتٌ ۚ فَمَن فَرَضَ فِيهِنَّ الْحَجَّ فَلَا رَفَثَ وَلَا فُسُوقَ وَلَا جِدَالَ فِي الْحَجِّ ۗ وَمَا تَفْعَلُوا مِنْ خَيْرٍ يَعْلَمْهُ اللَّهُ ۗ وَتَزَوَّدُوا فَإِنَّ خَيْرَ الزَّادِ التَّقْوَىٰ ۚ وَاتَّقُونِ يَا أُولِي الْأَلْبَابِ 197

De hadj is in de bekende maanden. Wie van plan is om hierin de hadj te verrichten, moet tijdens de hadj geen geslachtsgemeenschap hebben, noch een zonde begaan, noch twistgesprekken voeren. En wat jullie ook aan goeds doen, Allah weet het. En neem proviand mee, en waarlijk, de beste proviand is godsvrucht. Vrees daarom Mij, o bezitters van verstand.

لَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَبْتَغُوا فَضْلًا مِّن رَّبِّكُمْ ۚ فَإِذَا أَفَضْتُم مِّنْ عَرَفَاتٍ فَاذْكُرُوا اللَّهَ عِندَ الْمَشْعَرِ الْحَرَامِ ۖ وَاذْكُرُوهُ كَمَا هَدَاكُمْ وَإِن كُنتُم مِّن قَبْلِهِ لَمِنَ الضَّالِّينَ 198

Er treft jullie geen blaam als jullie de Gunst van jullie Heer zoeken. Wanneer jullie Arafat verlaten, gedenk Allah dan bij de Mashcar ul-Haraam. En gedenk Hem zoals Hij jullie geleid heeft. En jullie behoorden daarvóór zeker tot de dwalenden.

ثُمَّ أَفِيضُوا مِنْ حَيْثُ أَفَاضَ النَّاسُ وَاسْتَغْفِرُوا اللَّهَ ۚ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 199

Vertrek vervolgens vanaf de plaats waar de mensen vandaan vertrekken en vraag Allah om Zijn Vergiffenis. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

فَإِذَا قَضَيْتُم مَّنَاسِكَكُمْ فَاذْكُرُوا اللَّهَ كَذِكْرِكُمْ آبَاءَكُمْ أَوْ أَشَدَّ ذِكْرًا ۗ فَمِنَ النَّاسِ مَن يَقُولُ رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا وَمَا لَهُ فِي الْآخِرَةِ مِنْ خَلَاقٍ 200

Wanneer jullie dan jullie rituelen hebben volbracht, gedenk Allah dan, zoals jullie je voorvaderen gedenken, of nog intenser. Onder de mensen zijn er (sommigen) die zeggen: “Onze Heer, geef ons in deze wereld.” En voor hem zal er in het Hiernamaals geen aandeel zijn.

وَمِنْهُم مَّن يَقُولُ رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِي الْآخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ 201

En onder hen zijn er (sommigen) die zeggen: “Onze Heer, geef ons in deze wereld het goede, en geef ons in het Hiernamaals het goede, en red ons van de bestraffing van het Vuur.”

أُولَٰئِكَ لَهُمْ نَصِيبٌ مِّمَّا كَسَبُوا ۚ وَاللَّهُ سَرِيعُ الْحِسَابِ 202

Voor hen is er een deel voor dat wat zij hebben verworven. En Allah is Snel in de Afrekening.

وَاذْكُرُوا اللَّهَ فِي أَيَّامٍ مَّعْدُودَاتٍ ۚ فَمَن تَعَجَّلَ فِي يَوْمَيْنِ فَلَا إِثْمَ عَلَيْهِ وَمَن تَأَخَّرَ فَلَا إِثْمَ عَلَيْهِ ۚ لِمَنِ اتَّقَىٰ ۗ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّكُمْ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ 203

En gedenk Allah gedurende de vastgestelde dagen. Maar wie haast heeft om na twee dagen te vertrekken, op hem rust geen zonde. En wie (het vertrek) uitstelt, op hem rust (ook) geen zonde, voor degene die (Allah) vreest. En vrees Allah en weet dat jullie (zeker) tot Hem verzameld zullen worden.

وَمِنَ النَّاسِ مَن يُعْجِبُكَ قَوْلُهُ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَيُشْهِدُ اللَّهَ عَلَىٰ مَا فِي قَلْبِهِ وَهُوَ أَلَدُّ الْخِصَامِ 204

En onder de mensen bevindt zich degene wiens spraak jou (o Mohammed) in dit wereldse leven zal behagen. En hij roept Allah aan om te getuigen over wat zich in zijn hart bevindt, terwijl hij de meest twistzieke is.

وَإِذَا تَوَلَّىٰ سَعَىٰ فِي الْأَرْضِ لِيُفْسِدَ فِيهَا وَيُهْلِكَ الْحَرْثَ وَالنَّسْلَ ۗ وَاللَّهُ لَا يُحِبُّ الْفَسَادَ 205

En wanneer hij zich afwendt, trekt hij over de aarde om daar verderf op te zaaien en om de gewassen en het vee te vernietigen, en Allah houdt niet van het verderf.

وَإِذَا قِيلَ لَهُ اتَّقِ اللَّهَ أَخَذَتْهُ الْعِزَّةُ بِالْإِثْمِ ۚ فَحَسْبُهُ جَهَنَّمُ ۚ وَلَبِئْسَ الْمِهَادُ 206

En wanneer er tegen hem wordt gezegd: “Vrees Allah”, dan wordt hij door arrogantie tot (meer) zonden geleid. Voldoende is de Hel dus voor hem, en dat is zeker de slechtste Verblijfplaats.

وَمِنَ النَّاسِ مَن يَشْرِي نَفْسَهُ ابْتِغَاءَ مَرْضَاتِ اللَّهِ ۗ وَاللَّهُ رَءُوفٌ بِالْعِبَادِ 207

En onder de mensen zijn er (sommigen) die zichzelf verkopen, strevend naar het Welbehagen van Allah. En Allah is Meest Zachtaardig voor de dienaren.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا ادْخُلُوا فِي السِّلْمِ كَافَّةً وَلَا تَتَّبِعُوا خُطُوَاتِ الشَّيْطَانِ ۚ إِنَّهُ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ 208

O jullie die geloven, treed de Islam volledig binnen en volg niet de voetstappen van de satan. Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.

فَإِن زَلَلْتُم مِّن بَعْدِ مَا جَاءَتْكُمُ الْبَيِّنَاتُ فَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 209

Als jullie dan terugvallen (in ongeloof) nadat de duidelijke bewijzen tot jullie zijn gekomen, weet dan dat Allah Almachtig, Alwijs is.

هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا أَن يَأْتِيَهُمُ اللَّهُ فِي ظُلَلٍ مِّنَ الْغَمَامِ وَالْمَلَائِكَةُ وَقُضِيَ الْأَمْرُ ۚ وَإِلَى اللَّهِ تُرْجَعُ الْأُمُورُ 210

Wachten zij dan op niets anders dan dat Allah naar hen zal komen met schaduwen van de wolken en de Engelen, en dat de zaak al besloten zal zijn? En tot Allah keren (alle) zaken terug.

سَلْ بَنِي إِسْرَائِيلَ كَمْ آتَيْنَاهُم مِّنْ آيَةٍ بَيِّنَةٍ ۗ وَمَن يُبَدِّلْ نِعْمَةَ اللَّهِ مِن بَعْدِ مَا جَاءَتْهُ فَإِنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ 211

Vraag de kinderen van Israël hoeveel duidelijke tekenen Wij hun hebben gegeven. En wie de Gunst van Allah verandert nadat deze tot hem is gekomen, voorwaar, Allah is Hard in de bestraffing.

زُيِّنَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا الْحَيَاةُ الدُّنْيَا وَيَسْخَرُونَ مِنَ الَّذِينَ آمَنُوا ۘ وَالَّذِينَ اتَّقَوْا فَوْقَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۗ وَاللَّهُ يَرْزُقُ مَن يَشَاءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ 212

Het wereldse leven is schoonschijnend gemaakt voor degenen die niet geloven en zij bespotten degenen die geloven. Maar degenen die (Allah) vrezen, zullen op de Dag der Opstanding boven hen staan. En Allah schenkt aan wie Hij wil zonder enige beperking.

كَانَ النَّاسُ أُمَّةً وَاحِدَةً فَبَعَثَ اللَّهُ النَّبِيِّينَ مُبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ وَأَنزَلَ مَعَهُمُ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ لِيَحْكُمَ بَيْنَ النَّاسِ فِيمَا اخْتَلَفُوا فِيهِ ۚ وَمَا اخْتَلَفَ فِيهِ إِلَّا الَّذِينَ أُوتُوهُ مِن بَعْدِ مَا جَاءَتْهُمُ الْبَيِّنَاتُ بَغْيًا بَيْنَهُمْ ۖ فَهَدَى اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا لِمَا اخْتَلَفُوا فِيهِ مِنَ الْحَقِّ بِإِذْنِهِ ۗ وَاللَّهُ يَهْدِي مَن يَشَاءُ إِلَىٰ صِرَاطٍ مُّسْتَقِيمٍ 213

De mensen behoorden tot één gemeenschap waarna Allah Profeten zond als verkondigers van verheugende Tijdingen en als waarschuwers. En Hij zond met hen het Boek neer met de Waarheid, om tussen de mensen te oordelen over datgene waarover zij (van mening) verschilden. En alleen degenen aan wie het was gegeven verschilden daarover (van mening), nadat de duidelijke Bewijzen tot hen waren gekomen. (Dit) uit onderlinge afgunst. Vervolgens leidde Allah, met Zijn Toestemming, degenen die geloofden naar de Waarheid van datgene waarover zij (van mening) verschilden. En Allah leidt wie Hij wil naar het rechte Pad.

أَمْ حَسِبْتُمْ أَن تَدْخُلُوا الْجَنَّةَ وَلَمَّا يَأْتِكُم مَّثَلُ الَّذِينَ خَلَوْا مِن قَبْلِكُم ۖ مَّسَّتْهُمُ الْبَأْسَاءُ وَالضَّرَّاءُ وَزُلْزِلُوا حَتَّىٰ يَقُولَ الرَّسُولُ وَالَّذِينَ آمَنُوا مَعَهُ مَتَىٰ نَصْرُ اللَّهِ ۗ أَلَا إِنَّ نَصْرَ اللَّهِ قَرِيبٌ 214

Of dachten jullie werkelijk dat jullie het Paradijs zullen binnentreden zonder dat jullie het gelijke overkomt van dat wat degenen die vóór jullie zijn heengegaan is overkomen? Zij werden door ellende en tegenspoed getroffen en zij waren zo geschokt dat zelfs de Boodschapper en degenen die met hem geloofden zeiden: “Wanneer komt de Hulp van Allah?” Weet dat de Hulp van Allah nabij is.

يَسْأَلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ ۖ قُلْ مَا أَنفَقْتُم مِّنْ خَيْرٍ فَلِلْوَالِدَيْنِ وَالْأَقْرَبِينَ وَالْيَتَامَىٰ وَالْمَسَاكِينِ وَابْنِ السَّبِيلِ ۗ وَمَا تَفْعَلُوا مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ اللَّهَ بِهِ عَلِيمٌ 215

Zij vragen jou (o Mohammed) wat zij moeten uitgeven. Zeg: “Wat jullie ook aan goeds uitgeven; het is (bestemd) voor de ouders, de verwanten, de wezen, de behoeftigen en de reiziger. En wat jullie ook aan goeds doen, waarlijk, Allah is daarvan op de hoogte.”

كُتِبَ عَلَيْكُمُ الْقِتَالُ وَهُوَ كُرْهٌ لَّكُمْ ۖ وَعَسَىٰ أَن تَكْرَهُوا شَيْئًا وَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ وَعَسَىٰ أَن تُحِبُّوا شَيْئًا وَهُوَ شَرٌّ لَّكُمْ ۗ وَاللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 216

De strijd is jullie voorgeschreven, terwijl jullie het verafschuwen. En het kan zijn dat jullie iets verafschuwen, terwijl het goed voor jullie is. En het kan zijn dat jullie van iets houden, terwijl het slecht voor jullie is. En Allah weet en jullie weten niet.

يَسْأَلُونَكَ عَنِ الشَّهْرِ الْحَرَامِ قِتَالٍ فِيهِ ۖ قُلْ قِتَالٌ فِيهِ كَبِيرٌ ۖ وَصَدٌّ عَن سَبِيلِ اللَّهِ وَكُفْرٌ بِهِ وَالْمَسْجِدِ الْحَرَامِ وَإِخْرَاجُ أَهْلِهِ مِنْهُ أَكْبَرُ عِندَ اللَّهِ ۚ وَالْفِتْنَةُ أَكْبَرُ مِنَ الْقَتْلِ ۗ وَلَا يَزَالُونَ يُقَاتِلُونَكُمْ حَتَّىٰ يَرُدُّوكُمْ عَن دِينِكُمْ إِنِ اسْتَطَاعُوا ۚ وَمَن يَرْتَدِدْ مِنكُمْ عَن دِينِهِ فَيَمُتْ وَهُوَ كَافِرٌ فَأُولَٰئِكَ حَبِطَتْ أَعْمَالُهُمْ فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ ۖ وَأُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 217

Zij vragen jou over het strijden in de heilige Maanden. Zeg: “Het strijden daarin is een grote (zonde). Maar een grotere (zonde) bij Allah is om de mensen van de Weg van Allah af te houden, om niet in Hem te geloven, (om de toegang te versperren tot) al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka) en de inwoners ervan te verdrijven. En de Fitnah is erger dan het doden.” En zij zullen nooit ophouden met jullie te bestrijden, totdat zij jullie van jullie godsdienst hebben afgebracht, indien zij hiertoe in staat zijn. En wie van jullie zich van zijn godsdienst afkeert en als ongelovige sterft, zijn daden zullen in deze wereld en in het Hiernamaals verloren gaan en zij zullen de bewoners van het Vuur zijn; zij verblijven daarin voor eeuwig.

إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَالَّذِينَ هَاجَرُوا وَجَاهَدُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ أُولَٰئِكَ يَرْجُونَ رَحْمَتَ اللَّهِ ۚ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 218

Voorwaar, degenen die geloven en degenen die geëmigreerd zijn en die gestreden hebben op de Weg van Allah, zij hopen (allemaal) op de Genade van Allah. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

يَسْأَلُونَكَ عَنِ الْخَمْرِ وَالْمَيْسِرِ ۖ قُلْ فِيهِمَا إِثْمٌ كَبِيرٌ وَمَنَافِعُ لِلنَّاسِ وَإِثْمُهُمَا أَكْبَرُ مِن نَّفْعِهِمَا ۗ وَيَسْأَلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ قُلِ الْعَفْوَ ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآيَاتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ 219

Zij vragen jou (o Mohammed) over alcoholhoudende drank en over het gokken. Zeg: “In beide is een grote zonde en voordeel voor de mensen (te vinden), maar de zonde in beide is groter dan het voordeel ervan.” En zij vragen jou wat zij moeten uitgeven. Zeg: “Dat wat overblijft (na het voorzien in jullie behoeften).” Zo maakt Allah de tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie zullen nadenken.

فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ ۗ وَيَسْأَلُونَكَ عَنِ الْيَتَامَىٰ ۖ قُلْ إِصْلَاحٌ لَّهُمْ خَيْرٌ ۖ وَإِن تُخَالِطُوهُمْ فَإِخْوَانُكُمْ ۚ وَاللَّهُ يَعْلَمُ الْمُفْسِدَ مِنَ الْمُصْلِحِ ۚ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ لَأَعْنَتَكُمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 220

In deze wereld en in het Hiernamaals. En zij vragen jou over de wezen. Zeg: “Het beste is om op een eerlijke manier met hun bezittingen om te gaan. En als jullie je bezittingen vermengen met die van hen, dan zijn zij jullie broeders. En Allah weet de verderfzaaier van de weldoener te onderscheiden. En als Allah het had gewild, had Hij jullie zeker in moeilijkheden gebracht. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.”

وَلَا تَنكِحُوا الْمُشْرِكَاتِ حَتَّىٰ يُؤْمِنَّ ۚ وَلَأَمَةٌ مُّؤْمِنَةٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكَةٍ وَلَوْ أَعْجَبَتْكُمْ ۗ وَلَا تُنكِحُوا الْمُشْرِكِينَ حَتَّىٰ يُؤْمِنُوا ۚ وَلَعَبْدٌ مُّؤْمِنٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكٍ وَلَوْ أَعْجَبَكُمْ ۗ أُولَٰئِكَ يَدْعُونَ إِلَى النَّارِ ۖ وَاللَّهُ يَدْعُو إِلَى الْجَنَّةِ وَالْمَغْفِرَةِ بِإِذْنِهِ ۖ وَيُبَيِّنُ آيَاتِهِ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَذَكَّرُونَ 221

En trouw niet met de veelgodenaanbidsters, totdat zij geloven. En een gelovige slavin is beter dan een veelgodenaanbidster, ook al behaagt zij jullie. En huw (jullie dochters) niet aan de veelgodenaanbidders, totdat zij geloven. En een gelovige slaaf is beter dan een veelgodenaanbidder, ook al behaagt hij jullie. Zij nodigen uit naar het Vuur, terwijl Allah (jullie) met Zijn Toestemming uitnodigt naar het Paradijs en Vergiffenis. En Hij maakt Zijn Tekenen duidelijk aan de mensen, opdat zij er lering uit zullen trekken.

وَيَسْأَلُونَكَ عَنِ الْمَحِيضِ ۖ قُلْ هُوَ أَذًى فَاعْتَزِلُوا النِّسَاءَ فِي الْمَحِيضِ ۖ وَلَا تَقْرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطْهُرْنَ ۖ فَإِذَا تَطَهَّرْنَ فَأْتُوهُنَّ مِنْ حَيْثُ أَمَرَكُمُ اللَّهُ ۚ إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ التَّوَّابِينَ وَيُحِبُّ الْمُتَطَهِّرِينَ 222

En zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: “Het is onrein, blijf daarom tijdens de menstruatie weg van de vrouwen en benader hen niet (voor geslachtsgemeenschap), totdat zij rein zijn geworden. En wanneer zij zichzelf hebben gereinigd, benader hen dan zoals Allah dat voor jullie heeft bepaald.” Waarlijk, Allah houdt van degenen die (veelvuldig) berouw tonen en Hij houdt van degenen die zichzelf reinigen.

نِسَاؤُكُمْ حَرْثٌ لَّكُمْ فَأْتُوا حَرْثَكُمْ أَنَّىٰ شِئْتُمْ ۖ وَقَدِّمُوا لِأَنفُسِكُمْ ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّكُم مُّلَاقُوهُ ۗ وَبَشِّرِ الْمُؤْمِنِينَ 223

Jullie vrouwen zijn (als) een akker voor jullie, dus benader jullie akker hoe jullie wensen en stuur (goede daden) vooruit voor julliezelf. En vrees Allah en weet dat jullie Hem zullen ontmoeten en verkondig verheugende Tijdingen aan de gelovigen.

وَلَا تَجْعَلُوا اللَّهَ عُرْضَةً لِّأَيْمَانِكُمْ أَن تَبَرُّوا وَتَتَّقُوا وَتُصْلِحُوا بَيْنَ النَّاسِ ۗ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 224

En gebruik (de Naam van) Allah niet als een excuus in jullie eden om geen goede daden te verrichten, en niet te zullen vrezen en om geen vrede tussen de mensen te sluiten. En Allah is Alhorend, Alwetend.

لَّا يُؤَاخِذُكُمُ اللَّهُ بِاللَّغْوِ فِي أَيْمَانِكُمْ وَلَٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا كَسَبَتْ قُلُوبُكُمْ ۗ وَاللَّهُ غَفُورٌ حَلِيمٌ 225

Allah zal jullie niet ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie onbedoeld in jullie eden afleggen. Maar Hij zal jullie ter verantwoording roepen voor datgene wat jullie harten hebben verworven (door jullie intenties). En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Verdraagzaam.

لِّلَّذِينَ يُؤْلُونَ مِن نِّسَائِهِمْ تَرَبُّصُ أَرْبَعَةِ أَشْهُرٍ ۖ فَإِن فَاءُوا فَإِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 226

Voor degenen die tegen hun vrouwen zweren (om geen geslachtsgemeenschap met hen te hebben), is een wachtperiode van vier maanden vastgesteld. Als zij vervolgens terugkeren (d.w.z. in deze periode van mening veranderen), waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَإِنْ عَزَمُوا الطَّلَاقَ فَإِنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 227

Maar als zij tot een echtscheiding besluiten, voorwaar, Allah is Alhorend, Alwetend.

وَالْمُطَلَّقَاتُ يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ ثَلَاثَةَ قُرُوءٍ ۚ وَلَا يَحِلُّ لَهُنَّ أَن يَكْتُمْنَ مَا خَلَقَ اللَّهُ فِي أَرْحَامِهِنَّ إِن كُنَّ يُؤْمِنَّ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ۚ وَبُعُولَتُهُنَّ أَحَقُّ بِرَدِّهِنَّ فِي ذَٰلِكَ إِنْ أَرَادُوا إِصْلَاحًا ۚ وَلَهُنَّ مِثْلُ الَّذِي عَلَيْهِنَّ بِالْمَعْرُوفِ ۚ وَلِلرِّجَالِ عَلَيْهِنَّ دَرَجَةٌ ۗ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 228

En de gescheiden vrouwen moeten wachten op drie menstruatieperiodes. En het is voor hen niet toegestaan om te verbergen wat Allah in hun baarmoeders heeft geschapen, indien zij in Allah en de Laatste Dag geloven. En hun echtgenoten hebben het recht om hen (in die periode) terug te nemen, als zij verzoening willen. En voor hen (d.w.z. voor de vrouwen) zijn er rechten gelijk aan hun plichten, volgens dat wat redelijk is. Maar de mannen hebben een rang boven hen. En Allah is Almachtig, Alwijs.

الطَّلَاقُ مَرَّتَانِ ۖ فَإِمْسَاكٌ بِمَعْرُوفٍ أَوْ تَسْرِيحٌ بِإِحْسَانٍ ۗ وَلَا يَحِلُّ لَكُمْ أَن تَأْخُذُوا مِمَّا آتَيْتُمُوهُنَّ شَيْئًا إِلَّا أَن يَخَافَا أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ اللَّهِ ۖ فَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ اللَّهِ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا فِيمَا افْتَدَتْ بِهِ ۗ تِلْكَ حُدُودُ اللَّهِ فَلَا تَعْتَدُوهَا ۚ وَمَن يَتَعَدَّ حُدُودَ اللَّهِ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الظَّالِمُونَ 229

De scheiding is twee maal, daarna behoud je haar volgens redelijke voorwaarden of je laat haar op een goede manier gaan. En het is jullie niet toegestaan om iets terug te nemen van dat wat jullie hun gegeven hebben, behalve wanneer beide (partijen) vrezen dat zij niet in staat zullen zijn om zich te houden aan de Grenzen van Allah. Als jullie vervolgens vrezen dat zij niet in staat zullen zijn om zich te houden aan de Grenzen van Allah, dan treft hen beiden geen blaam wanneer zij zich ermee vrijkoopt. Dit zijn de Grenzen van Allah, dus overschrijd deze niet. En wie de Grenzen van Allah overschrijdt, zij zijn de onrechtplegers.

فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا تَحِلُّ لَهُ مِن بَعْدُ حَتَّىٰ تَنكِحَ زَوْجًا غَيْرَهُ ۗ فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا أَن يَتَرَاجَعَا إِن ظَنَّا أَن يُقِيمَا حُدُودَ اللَّهِ ۗ وَتِلْكَ حُدُودُ اللَّهِ يُبَيِّنُهَا لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ 230

En als hij van haar gescheiden is (de derde keer), dan is zij daarna niet meer toegestaan voor hem, totdat zij met een andere echtgenoot trouwt. Wanneer deze dan van haar scheidt, dan treft hen beiden geen blaam wanneer zij weer bij elkaar komen, als zij denken dat zij zich aan de Grenzen van Allah kunnen houden. En dit zijn de Grenzen van Allah die Hij duidelijk maakt aan een volk dat weet.

وَإِذَا طَلَّقْتُمُ النِّسَاءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَأَمْسِكُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ أَوْ سَرِّحُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ ۚ وَلَا تُمْسِكُوهُنَّ ضِرَارًا لِّتَعْتَدُوا ۚ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ فَقَدْ ظَلَمَ نَفْسَهُ ۚ وَلَا تَتَّخِذُوا آيَاتِ اللَّهِ هُزُوًا ۚ وَاذْكُرُوا نِعْمَتَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَمَا أَنزَلَ عَلَيْكُم مِّنَ الْكِتَابِ وَالْحِكْمَةِ يَعِظُكُم بِهِ ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 231

En wanneer jullie van de vrouwen scheiden en zij hun (vastgestelde) tijdstip bijna hebben bereikt, neem hen dan op een goede wijze terug of laat hen op een goede wijze gaan. En neem ze niet kwaadwillend terug om hen te benadelen, en voorzeker, wie dat wel doet heeft zichzelf onrecht aangedaan. En neem de Verzen van Allah niet als mikpunt van spotternij. En gedenk de Gunst van Allah aan jullie en (gedenk) dat wat Hij aan jullie heeft neergezonden van het Boek en de Wijsheid waarmee Hij jullie vermaant. En vrees Allah en weet dat Allah op de hoogte is van alles.

وَإِذَا طَلَّقْتُمُ النِّسَاءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا تَعْضُلُوهُنَّ أَن يَنكِحْنَ أَزْوَاجَهُنَّ إِذَا تَرَاضَوْا بَيْنَهُم بِالْمَعْرُوفِ ۗ ذَٰلِكَ يُوعَظُ بِهِ مَن كَانَ مِنكُمْ يُؤْمِنُ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ۗ ذَٰلِكُمْ أَزْكَىٰ لَكُمْ وَأَطْهَرُ ۗ وَاللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 232

En als jullie van de vrouwen scheiden en zij hun (vastgestelde) tijdstip hebben bereikt, verhinder hen dan niet om hun (voormalige) echtgenoten te huwen, als zij op een goede wijze wederzijdse instemming hebben bereikt. Dit is een vermaning voor degene onder jullie die in Allah en de Laatste Dag gelooft. Dit is deugdzamer en reiner voor jullie. En Allah weet, en jullie weten niet.

وَالْوَالِدَاتُ يُرْضِعْنَ أَوْلَادَهُنَّ حَوْلَيْنِ كَامِلَيْنِ ۖ لِمَنْ أَرَادَ أَن يُتِمَّ الرَّضَاعَةَ ۚ وَعَلَى الْمَوْلُودِ لَهُ رِزْقُهُنَّ وَكِسْوَتُهُنَّ بِالْمَعْرُوفِ ۚ لَا تُكَلَّفُ نَفْسٌ إِلَّا وُسْعَهَا ۚ لَا تُضَارَّ وَالِدَةٌ بِوَلَدِهَا وَلَا مَوْلُودٌ لَّهُ بِوَلَدِهِ ۚ وَعَلَى الْوَارِثِ مِثْلُ ذَٰلِكَ ۗ فَإِنْ أَرَادَا فِصَالًا عَن تَرَاضٍ مِّنْهُمَا وَتَشَاوُرٍ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا ۗ وَإِنْ أَرَدتُّمْ أَن تَسْتَرْضِعُوا أَوْلَادَكُمْ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِذَا سَلَّمْتُم مَّا آتَيْتُم بِالْمَعْرُوفِ ۗ وَاتَّقُوا اللَّهَ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 233

En de moeders zogen hun kinderen twee volle jaren. Dit is voor degene die de periode van het zogen wil vervolmaken. En de vader van het kind dient de kosten voor het eten en de kleding van de moeder op een redelijke wijze te dragen. Geen enkele ziel zal boven haar vermogen worden belast. Geen enkele moeder mag oneerlijk behandeld worden vanwege haar kind. Noch mag een vader oneerlijk behandeld worden vanwege zijn kind. En op de erfgenaam rust dezelfde (plicht). Als zij beiden besluiten om het kind te spenen, met wederzijdse goedkeuring en na overleg, dan treft hen geen blaam. En wanneer jullie besluiten om een zoogmoeder voor jullie kinderen te nemen, dan treft jullie geen blaam, als jullie betalen wat jullie overeen zijn gekomen, op een goede wijze. En vrees Allah en weet dat Allah Alziend is over wat jullie doen.

وَالَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَاجًا يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ أَرْبَعَةَ أَشْهُرٍ وَعَشْرًا ۖ فَإِذَا بَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا فَعَلْنَ فِي أَنفُسِهِنَّ بِالْمَعْرُوفِ ۗ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ 234

En degenen onder jullie die sterven en echtgenotes achterlaten, zij (d.w.z. de echtgenotes) moeten vier maanden en tien (dagen) wachten. Wanneer zij hun (vastgestelde) tijdstip hebben bereikt, treft jullie geen blaam voor dat wat zij op een goede wijze met zichzelf doen. En Allah is op de hoogte van dat wat jullie (in het verborgene) doen.

وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا عَرَّضْتُم بِهِ مِنْ خِطْبَةِ النِّسَاءِ أَوْ أَكْنَنتُمْ فِي أَنفُسِكُمْ ۚ عَلِمَ اللَّهُ أَنَّكُمْ سَتَذْكُرُونَهُنَّ وَلَٰكِن لَّا تُوَاعِدُوهُنَّ سِرًّا إِلَّا أَن تَقُولُوا قَوْلًا مَّعْرُوفًا ۚ وَلَا تَعْزِمُوا عُقْدَةَ النِّكَاحِ حَتَّىٰ يَبْلُغَ الْكِتَابُ أَجَلَهُ ۚ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا فِي أَنفُسِكُمْ فَاحْذَرُوهُ ۚ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ غَفُورٌ حَلِيمٌ 235

En er treft jullie geen blaam wanneer jullie de vrouwen een hint omtrent een verloving geven, of wanneer jullie het in jezelf verborgen houden. Allah weet dat jullie het aan hen bekend zullen maken. Maar doe hun geen belofte in het geheim, behalve (als dit bedoeld is) om een goed woord te spreken. En ga niet over tot de huwelijksvoltrekking, totdat het voorgeschreven tijdstip is bereikt. En weet dat Allah op de hoogte is van wat zich in julliezelf (d.w.z. in jullie harten) bevindt. Vrees Hem daarom. En weet dat Allah Meest Vergevingsgezind, Meest Verdraagzaam is.

لَّا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِن طَلَّقْتُمُ النِّسَاءَ مَا لَمْ تَمَسُّوهُنَّ أَوْ تَفْرِضُوا لَهُنَّ فَرِيضَةً ۚ وَمَتِّعُوهُنَّ عَلَى الْمُوسِعِ قَدَرُهُ وَعَلَى الْمُقْتِرِ قَدَرُهُ مَتَاعًا بِالْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى الْمُحْسِنِينَ 236

Er treft jullie geen blaam wanneer jullie van de vrouwen scheiden, terwijl jullie hen nog niet hebben aangeraakt, noch een bruidsschat voor hen hebben vastgesteld. En schenk hun een gift, de rijke volgens zijn vermogen en de arme volgens zijn vermogen. Een redelijke gift is een verplichting voor de weldoeners.

وَإِن طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ وَقَدْ فَرَضْتُمْ لَهُنَّ فَرِيضَةً فَنِصْفُ مَا فَرَضْتُمْ إِلَّا أَن يَعْفُونَ أَوْ يَعْفُوَ الَّذِي بِيَدِهِ عُقْدَةُ النِّكَاحِ ۚ وَأَن تَعْفُوا أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ ۚ وَلَا تَنسَوُا الْفَضْلَ بَيْنَكُمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 237

En als jullie van hen scheiden voordat jullie hen hebben aangeraakt en jullie de bruidsschat reeds hebben vastgesteld, betaal hen dan de helft van wat jullie verplicht hebben gesteld, tenzij zij of hij in wiens handen de huwelijksvoltrekking ligt instemmen om het kwijt te schelden. En dat jullie kwijtschelden is dichterbij godsvrucht. En vergeet de vrijgevigheid onder elkaar niet. Voorwaar, Allah is Alziend over wat jullie doen.

حَافِظُوا عَلَى الصَّلَوَاتِ وَالصَّلَاةِ الْوُسْطَىٰ وَقُومُوا لِلَّهِ قَانِتِينَ 238

Waak over de gebeden en (in het bijzonder) over het middelste gebed. En sta in gehoorzaamheid voor Allah.

فَإِنْ خِفْتُمْ فَرِجَالًا أَوْ رُكْبَانًا ۖ فَإِذَا أَمِنتُمْ فَاذْكُرُوا اللَّهَ كَمَا عَلَّمَكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا تَعْلَمُونَ 239

En als jullie (een vijand) vrezen, (verricht het gebed dan) lopend of rijdend. En wanneer jullie in veiligheid verkeren, gedenk Allah dan op de manier waarop Hij jullie (datgene) heeft onderwezen wat jullie (voorheen) niet wisten.

وَالَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَاجًا وَصِيَّةً لِّأَزْوَاجِهِم مَّتَاعًا إِلَى الْحَوْلِ غَيْرَ إِخْرَاجٍ ۚ فَإِنْ خَرَجْنَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِي مَا فَعَلْنَ فِي أَنفُسِهِنَّ مِن مَّعْرُوفٍ ۗ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 240

En degenen onder jullie die sterven en echtgenotes achterlaten, moeten voor hun echtgenotes een levensonderhoud van een jaar nalaten zonder ze uit te zetten. Maar als zij vertrekken, dan treft jullie geen blaam voor dat wat zij op een goede wijze met zichzelf doen. En Allah is Almachtig, Alwijs.

وَلِلْمُطَلَّقَاتِ مَتَاعٌ بِالْمَعْرُوفِ ۖ حَقًّا عَلَى الْمُتَّقِينَ 241

En voor de gescheiden vrouwen is er een goede voorziening. Dit is een verplichting voor de godsvruchtigen.

كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمْ آيَاتِهِ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ 242

Zo maakt Allah Zijn Tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie zullen nadenken.

أَلَمْ تَرَ إِلَى الَّذِينَ خَرَجُوا مِن دِيَارِهِمْ وَهُمْ أُلُوفٌ حَذَرَ الْمَوْتِ فَقَالَ لَهُمُ اللَّهُ مُوتُوا ثُمَّ أَحْيَاهُمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى النَّاسِ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَشْكُرُونَ 243

Heb jij (o Mohammed) degenen niet gezien die met duizenden uit hun huizen zijn vertrokken, uit angst voor de dood? Allah zei tegen hen: “Sterf.” Vervolgens bracht Hij ze weer tot leven. Voorwaar, Allah is zeker de Bezitter van Gunst voor de mensen, maar de meeste mensen zijn niet dankbaar.

وَقَاتِلُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 244

En strijd op de Weg van Allah en weet dat Allah Alhorend, Alwetend is.

مَّن ذَا الَّذِي يُقْرِضُ اللَّهَ قَرْضًا حَسَنًا فَيُضَاعِفَهُ لَهُ أَضْعَافًا كَثِيرَةً ۚ وَاللَّهُ يَقْبِضُ وَيَبْسُطُ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ 245

Wie is degene die aan Allah een goede lening zal geven, opdat Hij het vele malen voor hem kan vermenigvuldigen? En het is Allah Die (jullie voorzieningen) vermindert en vermeerdert en tot Hem zullen jullie terugkeren.

أَلَمْ تَرَ إِلَى الْمَلَإِ مِن بَنِي إِسْرَائِيلَ مِن بَعْدِ مُوسَىٰ إِذْ قَالُوا لِنَبِيٍّ لَّهُمُ ابْعَثْ لَنَا مَلِكًا نُّقَاتِلْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ ۖ قَالَ هَلْ عَسَيْتُمْ إِن كُتِبَ عَلَيْكُمُ الْقِتَالُ أَلَّا تُقَاتِلُوا ۖ قَالُوا وَمَا لَنَا أَلَّا نُقَاتِلَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَقَدْ أُخْرِجْنَا مِن دِيَارِنَا وَأَبْنَائِنَا ۖ فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيْهِمُ الْقِتَالُ تَوَلَّوْا إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ بِالظَّالِمِينَ 246

Heb jij de vooraanstaanden onder de kinderen van Israël niet gezien na (de periode van) Moesa? Toen zij tegen een Profeet van hen zeiden: “Wijs voor ons een koning aan, dan zullen wij op de Weg van Allah strijden.” Hij zei: “Als het strijden jullie dan wordt voorgeschreven, zullen jullie je er dan van onthouden?” Zij zeiden: “Waarom zouden wij niet op de Weg van Allah strijden, terwijl wij daadwerkelijk uit onze huizen en (van) onze kinderen zijn verdreven?” Maar toen de strijd hun werd voorgeschreven wendden zij zich af, op slechts enkelen van hen na. En Allah is Alwetend over de onrechtplegers.

وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ اللَّهَ قَدْ بَعَثَ لَكُمْ طَالُوتَ مَلِكًا ۚ قَالُوا أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُ الْمُلْكُ عَلَيْنَا وَنَحْنُ أَحَقُّ بِالْمُلْكِ مِنْهُ وَلَمْ يُؤْتَ سَعَةً مِّنَ الْمَالِ ۚ قَالَ إِنَّ اللَّهَ اصْطَفَاهُ عَلَيْكُمْ وَزَادَهُ بَسْطَةً فِي الْعِلْمِ وَالْجِسْمِ ۖ وَاللَّهُ يُؤْتِي مُلْكَهُ مَن يَشَاءُ ۚ وَاللَّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ 247

En hun Profeet zei tegen hen: “Voorwaar, Allah heeft Taaloet (Saul) zeker als koning voor jullie aangesteld.” Zij zeiden: “Hoe kan het zijn dat hem het koningschap over ons wordt gegeven, terwijl wij meer recht hebben op het koningschap dan hij, en (terwijl) hem geen overvloed aan bezittingen is gegeven?” Hij zei: “Voorwaar, Allah heeft hem boven jullie verkozen en Hij heeft hem een overvloed aan kennis en lichaamskracht gegeven. En Allah schenkt Zijn Koningschap aan wie Hij wil. En Allah is Alomvattend, Alwetend.”

وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ آيَةَ مُلْكِهِ أَن يَأْتِيَكُمُ التَّابُوتُ فِيهِ سَكِينَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَبَقِيَّةٌ مِّمَّا تَرَكَ آلُ مُوسَىٰ وَآلُ هَارُونَ تَحْمِلُهُ الْمَلَائِكَةُ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لَّكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 248

En hun Profeet zei tegen hen: “Voorwaar, het teken van zijn koningschap is dat de kist tot jullie zal komen, waarin zich geruststelling van jullie Heer bevindt en een restant van wat de familie van Moesa en de familie van Haaroen (Aäron) hebben nagelaten, die door de Engelen wordt gedragen.” Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor jullie, als jullie gelovigen zijn.

فَلَمَّا فَصَلَ طَالُوتُ بِالْجُنُودِ قَالَ إِنَّ اللَّهَ مُبْتَلِيكُم بِنَهَرٍ فَمَن شَرِبَ مِنْهُ فَلَيْسَ مِنِّي وَمَن لَّمْ يَطْعَمْهُ فَإِنَّهُ مِنِّي إِلَّا مَنِ اغْتَرَفَ غُرْفَةً بِيَدِهِ ۚ فَشَرِبُوا مِنْهُ إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ ۚ فَلَمَّا جَاوَزَهُ هُوَ وَالَّذِينَ آمَنُوا مَعَهُ قَالُوا لَا طَاقَةَ لَنَا الْيَوْمَ بِجَالُوتَ وَجُنُودِهِ ۚ قَالَ الَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَاقُو اللَّهِ كَم مِّن فِئَةٍ قَلِيلَةٍ غَلَبَتْ فِئَةً كَثِيرَةً بِإِذْنِ اللَّهِ ۗ وَاللَّهُ مَعَ الصَّابِرِينَ 249

Toen Taaloet vervolgens met het leger wegtrok, zei hij: “Waarlijk, Allah zal jullie beproeven met een rivier. Wie hier dan van drinkt, waarlijk, diegene behoort niet tot mij. En wie er niet van proeft (d.w.z. niet van drinkt), maar (slechts) een slokje uit zijn hand drinkt, behoort tot mij.” Toch dronken zij ervan, op slechts enkelen van hen na. Toen hij en degenen die met hem geloofden (de rivier) waren overgestoken, zeiden zij: “Wij hebben vandaag geen kracht (om) tegen Djaaloet (Goliath) en zijn legers (te vechten).” Degenen die ervan overtuigd waren dat zij Allah zouden ontmoeten, zeiden: “Hoe vaak heeft een kleine groep niet een grote groep overwonnen, met de Toestemming van Allah?” En Allah is met de geduldigen.

وَلَمَّا بَرَزُوا لِجَالُوتَ وَجُنُودِهِ قَالُوا رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ 250

En toen zij Djaaloet en zijn legers naderden, zeiden zij: “Onze Heer, schenk ons geduld, en maak onze voeten standvastig en schenk ons een overwinning over het ongelovige volk.”

فَهَزَمُوهُم بِإِذْنِ اللَّهِ وَقَتَلَ دَاوُودُ جَالُوتَ وَآتَاهُ اللَّهُ الْمُلْكَ وَالْحِكْمَةَ وَعَلَّمَهُ مِمَّا يَشَاءُ ۗ وَلَوْلَا دَفْعُ اللَّهِ النَّاسَ بَعْضَهُم بِبَعْضٍ لَّفَسَدَتِ الْأَرْضُ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ ذُو فَضْلٍ عَلَى الْعَالَمِينَ 251

Toen versloegen zij hen met de Toestemming van Allah en Daawoed (David) doodde Djaaloet. En Allah gaf hem (Daawoed) het koningschap en de Wijsheid en Hij onderwees hem wat Hij wilde. En als Allah een deel van de mensen niet door een ander deel zou laten tegenhouden, dan zou de aarde zeker verdorven raken. Maar Allah is de Bezitter van Gunst voor de werelden.

تِلْكَ آيَاتُ اللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِالْحَقِّ ۚ وَإِنَّكَ لَمِنَ الْمُرْسَلِينَ 252

Dit zijn de Verzen van Allah die Wij jou (o Mohammed) naar Waarheid voordragen en voorwaar, jij bent zeker één van de Boodschappers.

تِلْكَ الرُّسُلُ فَضَّلْنَا بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ ۘ مِّنْهُم مَّن كَلَّمَ اللَّهُ ۖ وَرَفَعَ بَعْضَهُمْ دَرَجَاتٍ ۚ وَآتَيْنَا عِيسَى ابْنَ مَرْيَمَ الْبَيِّنَاتِ وَأَيَّدْنَاهُ بِرُوحِ الْقُدُسِ ۗ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ مَا اقْتَتَلَ الَّذِينَ مِن بَعْدِهِم مِّن بَعْدِ مَا جَاءَتْهُمُ الْبَيِّنَاتُ وَلَٰكِنِ اخْتَلَفُوا فَمِنْهُم مَّنْ آمَنَ وَمِنْهُم مَّن كَفَرَ ۚ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ مَا اقْتَتَلُوا وَلَٰكِنَّ اللَّهَ يَفْعَلُ مَا يُرِيدُ 253

Dat zijn de Boodschappers waarvan Wij sommigen boven anderen hebben verkozen. Onder hen zijn er tot wie Allah heeft gesproken. En sommigen verhief Hij in rang. En Wij gaven cIesa, de zoon van Maryam, duidelijke Bewijzen en ondersteunden hem met Roeh ul-Qoedoes (Gabriël). En als Allah het had gewild, dan zouden daaropvolgende generaties niet tegen elkaar gestreden hebben, nadat er duidelijke Bewijzen tot hen waren gekomen. Maar zij verschilden (van mening). Sommigen van hen geloofden en sommigen waren ongelovig. En als Allah het had gewild, dan zouden zij niet met elkaar gestreden hebben, maar Allah doet wat Hij wil.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا أَنفِقُوا مِمَّا رَزَقْنَاكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِيَ يَوْمٌ لَّا بَيْعٌ فِيهِ وَلَا خُلَّةٌ وَلَا شَفَاعَةٌ ۗ وَالْكَافِرُونَ هُمُ الظَّالِمُونَ 254

O jullie die geloven, geef uit van datgene waarmee Wij jullie hebben voorzien, voordat er een Dag komt waarop er geen handel, noch boezemvriendschap, noch voorspraak zal zijn. En de ongelovigen, zij zijn de onrechtplegers.

اللَّهُ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ الْحَيُّ الْقَيُّومُ ۚ لَا تَأْخُذُهُ سِنَةٌ وَلَا نَوْمٌ ۚ لَّهُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ ۗ مَن ذَا الَّذِي يَشْفَعُ عِندَهُ إِلَّا بِإِذْنِهِ ۚ يَعْلَمُ مَا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ ۖ وَلَا يُحِيطُونَ بِشَيْءٍ مِّنْ عِلْمِهِ إِلَّا بِمَا شَاءَ ۚ وَسِعَ كُرْسِيُّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ ۖ وَلَا يَئُودُهُ حِفْظُهُمَا ۚ وَهُوَ الْعَلِيُّ الْعَظِيمُ 255

Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Onderhouder. Sluimer noch slaap overmant Hem. Aan Hem behoort datgene wat zich in de hemelen en datgene wat zich op de aarde bevindt toe. Wie is degene die bij Hem kan bemiddelen, behalve met Zijn Toestemming? Hij weet wat er vóór hen (d.w.z. in de toekomst) is en wat er achter hen (d.w.z. in het verleden) is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve dat wat Hij wil. Zijn Zetel strekt zich uit over de hemelen en de aarde. En Hij voelt geen vermoeidheid in het bewaken van beide. En Hij is de Meest Verhevene, de Meest Grandioze.

لَا إِكْرَاهَ فِي الدِّينِ ۖ قَد تَّبَيَّنَ الرُّشْدُ مِنَ الْغَيِّ ۚ فَمَن يَكْفُرْ بِالطَّاغُوتِ وَيُؤْمِن بِاللَّهِ فَقَدِ اسْتَمْسَكَ بِالْعُرْوَةِ الْوُثْقَىٰ لَا انفِصَامَ لَهَا ۗ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 256

Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, de Leiding is duidelijk van de dwaling te onderscheiden. Wie de Taaghoet verwerpt en in Allah gelooft, heeft voorzeker het meest krachtige houvast gegrepen dat niet afbreekt. En Allah is Alhorend, Alwetend.

اللَّهُ وَلِيُّ الَّذِينَ آمَنُوا يُخْرِجُهُم مِّنَ الظُّلُمَاتِ إِلَى النُّورِ ۖ وَالَّذِينَ كَفَرُوا أَوْلِيَاؤُهُمُ الطَّاغُوتُ يُخْرِجُونَهُم مِّنَ النُّورِ إِلَى الظُّلُمَاتِ ۗ أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 257

Allah is de Beschermer van degenen die geloven. Hij voert hen van de duisternis naar het Licht. En degenen die niet geloven, hun beschermers zijn de Taaghoet. Zij voeren hen van het Licht naar de duisternis. Zij zijn de bewoners van het Vuur. Zij verblijven daarin voor eeuwig.

أَلَمْ تَرَ إِلَى الَّذِي حَاجَّ إِبْرَاهِيمَ فِي رَبِّهِ أَنْ آتَاهُ اللَّهُ الْمُلْكَ إِذْ قَالَ إِبْرَاهِيمُ رَبِّيَ الَّذِي يُحْيِي وَيُمِيتُ قَالَ أَنَا أُحْيِي وَأُمِيتُ ۖ قَالَ إِبْرَاهِيمُ فَإِنَّ اللَّهَ يَأْتِي بِالشَّمْسِ مِنَ الْمَشْرِقِ فَأْتِ بِهَا مِنَ الْمَغْرِبِ فَبُهِتَ الَّذِي كَفَرَ ۗ وَاللَّهُ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الظَّالِمِينَ 258

Heb jij degene niet gezien die met Ibraahiem over zijn Heer redetwistte, omdat Allah hem het koningschap had gegeven? Toen Ibraahiem (tegen diegene) zei: “Mijn Heer is Degene Die doet leven en sterven.” Hij zei: “Ik doe leven en sterven.” Ibraahiem zei: “Waarlijk, het is Allah Die de zon uit het oosten doet opkomen, doe jij deze dan uit het westen opkomen?” Toen werd de ongelovige met stomheid geslagen. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

أَوْ كَالَّذِي مَرَّ عَلَىٰ قَرْيَةٍ وَهِيَ خَاوِيَةٌ عَلَىٰ عُرُوشِهَا قَالَ أَنَّىٰ يُحْيِي هَٰذِهِ اللَّهُ بَعْدَ مَوْتِهَا ۖ فَأَمَاتَهُ اللَّهُ مِائَةَ عَامٍ ثُمَّ بَعَثَهُ ۖ قَالَ كَمْ لَبِثْتَ ۖ قَالَ لَبِثْتُ يَوْمًا أَوْ بَعْضَ يَوْمٍ ۖ قَالَ بَل لَّبِثْتَ مِائَةَ عَامٍ فَانظُرْ إِلَىٰ طَعَامِكَ وَشَرَابِكَ لَمْ يَتَسَنَّهْ ۖ وَانظُرْ إِلَىٰ حِمَارِكَ وَلِنَجْعَلَكَ آيَةً لِّلنَّاسِ ۖ وَانظُرْ إِلَى الْعِظَامِ كَيْفَ نُنشِزُهَا ثُمَّ نَكْسُوهَا لَحْمًا ۚ فَلَمَّا تَبَيَّنَ لَهُ قَالَ أَعْلَمُ أَنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 259

Of zoals degene die langs een verlaten stad kwam, die in puin lag. Hij zei: “Hoe kan Allah dit ooit doen herleven na haar dood?” Toen deed Allah hem voor honderd jaar sterven (en) wekte hem vervolgens (weer) op. Hij zei: “Hoe lang verbleef jij hier (dood)?” Hij (de man) zei: “Ik verbleef hier een dag, of een gedeelte van een dag.” Hij zei: “Nee! Jij verbleef hier honderd jaar (dood), kijk naar jouw voedsel en drank, deze zijn niet bedorven en kijk naar jouw ezel. En zo hebben Wij jou tot een teken voor de mensen gemaakt. En kijk hoe Wij de beenderen in elkaar zetten en deze met vlees bedekken.” Toen dit duidelijk aan hem was gemaakt, zei hij: “Ik weet (nu) dat Allah tot alles in staat is.”

وَإِذْ قَالَ إِبْرَاهِيمُ رَبِّ أَرِنِي كَيْفَ تُحْيِي الْمَوْتَىٰ ۖ قَالَ أَوَلَمْ تُؤْمِن ۖ قَالَ بَلَىٰ وَلَٰكِن لِّيَطْمَئِنَّ قَلْبِي ۖ قَالَ فَخُذْ أَرْبَعَةً مِّنَ الطَّيْرِ فَصُرْهُنَّ إِلَيْكَ ثُمَّ اجْعَلْ عَلَىٰ كُلِّ جَبَلٍ مِّنْهُنَّ جُزْءًا ثُمَّ ادْعُهُنَّ يَأْتِينَكَ سَعْيًا ۚ وَاعْلَمْ أَنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 260

En (gedenk) toen Ibraahiem zei: “Mijn Heer, laat mij zien hoe U de doden tot leven brengt.” Hij (Allah) zei: “Geloof jij dan niet?” Hij (Ibraahiem) zei: “Welzeker! Maar zodat mijn hart tot rust komt.” Hij (Allah) zei: “Neem dan vier vogels en snijd ze in stukken. Leg vervolgens op elke berg een stuk van hen. Roep hen dan, zij zullen haastig naar jou toe komen. En weet dat Allah Almachtig, Alwijs is.”

مَّثَلُ الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ كَمَثَلِ حَبَّةٍ أَنبَتَتْ سَبْعَ سَنَابِلَ فِي كُلِّ سُنبُلَةٍ مِّائَةُ حَبَّةٍ ۗ وَاللَّهُ يُضَاعِفُ لِمَن يَشَاءُ ۗ وَاللَّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ 261

De gelijkenis van degenen die hun bezittingen op de Weg van Allah uitgeven is als de gelijkenis van een graankorrel die zeven aren voortbrengt, in iedere aar zitten honderd graankorrels. En Allah vermenigvuldigt voor wie Hij wil en Allah is Alomvattend, Alwetend.

الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ ثُمَّ لَا يُتْبِعُونَ مَا أَنفَقُوا مَنًّا وَلَا أَذًى ۙ لَّهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 262

Degenen die hun bezittingen op de Weg van Allah uitgeven en vervolgens datgene wat zij uitgaven niet laten opvolgen door op te scheppen of door te kwetsen, voor hen is hun beloning bij hun Heer en zij zullen vrees noch treurnis kennen.

قَوْلٌ مَّعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِّن صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَا أَذًى ۗ وَاللَّهُ غَنِيٌّ حَلِيمٌ 263

Vriendelijke woorden en vergiffenis zijn beter dan liefdadigheid die door kwetsing gevolgd wordt. En Allah is Rijk (d.w.z. Vrij van alle behoeften), Meest Verdraagzaam.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تُبْطِلُوا صَدَقَاتِكُم بِالْمَنِّ وَالْأَذَىٰ كَالَّذِي يُنفِقُ مَالَهُ رِئَاءَ النَّاسِ وَلَا يُؤْمِنُ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ۖ فَمَثَلُهُ كَمَثَلِ صَفْوَانٍ عَلَيْهِ تُرَابٌ فَأَصَابَهُ وَابِلٌ فَتَرَكَهُ صَلْدًا ۖ لَّا يَقْدِرُونَ عَلَىٰ شَيْءٍ مِّمَّا كَسَبُوا ۗ وَاللَّهُ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الْكَافِرِينَ 264

O jullie die geloven, maak jullie liefdadigheid niet ongeldig, door op te scheppen en te kwetsen. Zoals degene die (van) zijn bezittingen uitgeeft om door de mensen gezien te worden, en niet in Allah en de Laatste Dag gelooft. Zijn gelijkenis is als de gelijkenis van een gladde rots die met aarde bedekt is en waar zware regen op valt die deze vervolgens kaal achterlaat. Zij zijn niet in staat om iets te doen met dat wat zij hebben verworven. En Allah leidt het ongelovige volk niet.

وَمَثَلُ الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمُ ابْتِغَاءَ مَرْضَاتِ اللَّهِ وَتَثْبِيتًا مِّنْ أَنفُسِهِمْ كَمَثَلِ جَنَّةٍ بِرَبْوَةٍ أَصَابَهَا وَابِلٌ فَآتَتْ أُكُلَهَا ضِعْفَيْنِ فَإِن لَّمْ يُصِبْهَا وَابِلٌ فَطَلٌّ ۗ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 265

En de gelijkenis van degenen die van hun bezittingen uitgeven, strevend naar het Welbehagen van Allah en om zichzelf standvastig te maken, is als de gelijkenis van een tuin die zich op een hoogte bevindt waar zware regen op valt en die de opbrengst van zijn oogst verdubbelt. En als er geen zware regen op valt, is lichte regen (voldoende). En Allah is Alziend over wat jullie doen.

أَيَوَدُّ أَحَدُكُمْ أَن تَكُونَ لَهُ جَنَّةٌ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَابٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ لَهُ فِيهَا مِن كُلِّ الثَّمَرَاتِ وَأَصَابَهُ الْكِبَرُ وَلَهُ ذُرِّيَّةٌ ضُعَفَاءُ فَأَصَابَهَا إِعْصَارٌ فِيهِ نَارٌ فَاحْتَرَقَتْ ۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآيَاتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ 266

Zou iemand van jullie wensen om een tuin met dadelpalmen en druiven te hebben, waaronder rivieren stromen en met daarin allerlei (soorten) vruchten voor hem? En wanneer de ouderdom hem treft en hij kinderen heeft die zwak zijn, dan wordt het (d.w.z. de tuin) getroffen door een orkaan met vuur erin, waarna deze verbrandt. Zo maakt Allah Zijn Tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie zullen nadenken.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا أَنفِقُوا مِن طَيِّبَاتِ مَا كَسَبْتُمْ وَمِمَّا أَخْرَجْنَا لَكُم مِّنَ الْأَرْضِ ۖ وَلَا تَيَمَّمُوا الْخَبِيثَ مِنْهُ تُنفِقُونَ وَلَسْتُم بِآخِذِيهِ إِلَّا أَن تُغْمِضُوا فِيهِ ۚ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ غَنِيٌّ حَمِيدٌ 267

O jullie die geloven, geef uit van de goede dingen die jullie verworven hebben, en van dat wat Wij voor jullie uit de aarde hebben voortgebracht, en kies daarvan niet dat wat slecht is om uit te geven, en wat jullie zelf niet zouden aannemen, behalve als jullie de ogen ervoor sluiten. En weet dat Allah Rijk (d.w.z. Vrij van alle behoeften), Meest Prijzenswaardig is.

الشَّيْطَانُ يَعِدُكُمُ الْفَقْرَ وَيَأْمُرُكُم بِالْفَحْشَاءِ ۖ وَاللَّهُ يَعِدُكُم مَّغْفِرَةً مِّنْهُ وَفَضْلًا ۗ وَاللَّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ 268

De satan dreigt jullie met armoede en beveelt jullie om verdorvenheid te begaan. En Allah belooft jullie Vergiffenis van Zichzelf en Gunst. En Allah is Alomvattend, Alwetend.

يُؤْتِي الْحِكْمَةَ مَن يَشَاءُ ۚ وَمَن يُؤْتَ الْحِكْمَةَ فَقَدْ أُوتِيَ خَيْرًا كَثِيرًا ۗ وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّا أُولُو الْأَلْبَابِ 269

Hij (Allah) schenkt de Wijsheid aan wie Hij wil. En degene aan wie de Wijsheid is geschonken is zeker veel goeds gegeven. En niemand zal er lering uit trekken, behalve de bezitters van verstand.

وَمَا أَنفَقْتُم مِّن نَّفَقَةٍ أَوْ نَذَرْتُم مِّن نَّذْرٍ فَإِنَّ اللَّهَ يَعْلَمُهُ ۗ وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ 270

En wat jullie ook aan liefdadigheid uitgeven of welke gelofte jullie ook doen, voorwaar, Allah weet ervan. En voor de onrechtplegers zijn er geen helpers.

إِن تُبْدُوا الصَّدَقَاتِ فَنِعِمَّا هِيَ ۖ وَإِن تُخْفُوهَا وَتُؤْتُوهَا الْفُقَرَاءَ فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۚ وَيُكَفِّرُ عَنكُم مِّن سَيِّئَاتِكُمْ ۗ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ 271

Als jullie de liefdadigheid openlijk uitgeven, dan is dat goed. Maar als jullie deze verbergen en het aan de behoeftigen geven, dan is dat beter voor jullie. En Hij (Allah) zal (een aantal) van jullie slechte daden voor jullie kwijtschelden. En Allah is op de hoogte van dat wat jullie (in het verborgene) doen.

لَّيْسَ عَلَيْكَ هُدَاهُمْ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ يَهْدِي مَن يَشَاءُ ۗ وَمَا تُنفِقُوا مِنْ خَيْرٍ فَلِأَنفُسِكُمْ ۚ وَمَا تُنفِقُونَ إِلَّا ابْتِغَاءَ وَجْهِ اللَّهِ ۚ وَمَا تُنفِقُوا مِنْ خَيْرٍ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ 272

Het is niet aan jou (o Mohammed) om hen te leiden, maar Allah leidt wie Hij wil. En wat jullie ook aan goeds uitgeven, het is voor julliezelf. En jullie geven slechts uit, strevend naar het Gezicht van Allah. En wat jullie ook aan goeds uitgeven, jullie zullen ervoor worden beloond, en er zal jullie geen onrecht worden aangedaan.

لِلْفُقَرَاءِ الَّذِينَ أُحْصِرُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ لَا يَسْتَطِيعُونَ ضَرْبًا فِي الْأَرْضِ يَحْسَبُهُمُ الْجَاهِلُ أَغْنِيَاءَ مِنَ التَّعَفُّفِ تَعْرِفُهُم بِسِيمَاهُمْ لَا يَسْأَلُونَ النَّاسَ إِلْحَافًا ۗ وَمَا تُنفِقُوا مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ اللَّهَ بِهِ عَلِيمٌ 273

(Liefdadigheid is) voor de armen die op de Weg van Allah (door de gewapende strijd) worden verhinderd en niet in staat zijn om zich op aarde te verplaatsen (voor handel of werk). De onwetende denkt dat zij rijk zijn vanwege hun bescheidenheid. Je herkent hen aan hun tekenen, zij vragen de mensen niet op een opdringerige manier. En wat jullie ook aan goeds uitgeven, voorwaar, Allah weet ervan.

الَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُم بِاللَّيْلِ وَالنَّهَارِ سِرًّا وَعَلَانِيَةً فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 274

Degenen die in de nacht en overdag van hun bezittingen uitgeven, in het geheim en openlijk, hun beloning is bij hun Heer. En zij zullen vrees noch treurnis kennen.

الَّذِينَ يَأْكُلُونَ الرِّبَا لَا يَقُومُونَ إِلَّا كَمَا يَقُومُ الَّذِي يَتَخَبَّطُهُ الشَّيْطَانُ مِنَ الْمَسِّ ۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوا إِنَّمَا الْبَيْعُ مِثْلُ الرِّبَا ۗ وَأَحَلَّ اللَّهُ الْبَيْعَ وَحَرَّمَ الرِّبَا ۚ فَمَن جَاءَهُ مَوْعِظَةٌ مِّن رَّبِّهِ فَانتَهَىٰ فَلَهُ مَا سَلَفَ وَأَمْرُهُ إِلَى اللَّهِ ۖ وَمَنْ عَادَ فَأُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 275

Degenen die de rente nuttigen zullen (op de Dag der Opstanding) niet anders opstaan dan als een persoon die door de satan tot bezetenheid is geslagen. Dat is omdat zij zeggen: “De handel is slechts net als de rente.” Maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden. Wie dus een Vermaning van zijn Heer ontvangt en ophoudt (met het nuttigen van de rente), voor hem is datgene wat hij al bezit en zijn zaak ligt bij Allah (om daarover te oordelen). Maar degene die terugkeert (naar de rente), zij zijn de bewoners van het Vuur, voor eeuwig zullen zij daarin verblijven.

يَمْحَقُ اللَّهُ الرِّبَا وَيُرْبِي الصَّدَقَاتِ ۗ وَاللَّهُ لَا يُحِبُّ كُلَّ كَفَّارٍ أَثِيمٍ 276

Allah zal de rente vernietigen en Hij zal de liefdadigheid vermeerderen. En Allah houdt van geen enkele ongelovige zondaar.

إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ وَآتَوُا الزَّكَاةَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 277

Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten en het gebed onderhouden en de Zakaat afdragen, hun beloning is bij hun Heer en zij zullen vrees noch treurnis kennen.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَذَرُوا مَا بَقِيَ مِنَ الرِّبَا إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 278

O jullie die geloven, vrees Allah en geef op wat er van de rente overblijft, als jullie gelovigen zijn.

فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا فَأْذَنُوا بِحَرْبٍ مِّنَ اللَّهِ وَرَسُولِهِ ۖ وَإِن تُبْتُمْ فَلَكُمْ رُءُوسُ أَمْوَالِكُمْ لَا تَظْلِمُونَ وَلَا تُظْلَمُونَ 279

En als jullie dat niet doen, wees dan op de hoogte van de oorlog met Allah en Zijn Boodschapper. Maar als jullie berouw tonen, dan komt jullie oorspronkelijke vermogen jullie toe. Wees niet onrechtvaardig, en er zal jullie geen onrecht worden aangedaan.

وَإِن كَانَ ذُو عُسْرَةٍ فَنَظِرَةٌ إِلَىٰ مَيْسَرَةٍ ۚ وَأَن تَصَدَّقُوا خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ 280

En als hij het moeilijk heeft, geef (hem) dan uitstel totdat het gemakkelijk (voor hem) is (om de schuld terug te betalen), en als jullie het schenken (als een vorm van liefdadigheid), dan is dit beter voor jullie als jullie (het maar) wisten.

وَاتَّقُوا يَوْمًا تُرْجَعُونَ فِيهِ إِلَى اللَّهِ ۖ ثُمَّ تُوَفَّىٰ كُلُّ نَفْسٍ مَّا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ 281

En vrees de Dag waarop jullie tot Allah zullen terugkeren. Vervolgens zal iedere ziel ten volle beloond worden voor dat wat zij heeft verworven, en er zal hun geen onrecht worden aangedaan.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا تَدَايَنتُم بِدَيْنٍ إِلَىٰ أَجَلٍ مُّسَمًّى فَاكْتُبُوهُ ۚ وَلْيَكْتُب بَّيْنَكُمْ كَاتِبٌ بِالْعَدْلِ ۚ وَلَا يَأْبَ كَاتِبٌ أَن يَكْتُبَ كَمَا عَلَّمَهُ اللَّهُ ۚ فَلْيَكْتُبْ وَلْيُمْلِلِ الَّذِي عَلَيْهِ الْحَقُّ وَلْيَتَّقِ اللَّهَ رَبَّهُ وَلَا يَبْخَسْ مِنْهُ شَيْئًا ۚ فَإِن كَانَ الَّذِي عَلَيْهِ الْحَقُّ سَفِيهًا أَوْ ضَعِيفًا أَوْ لَا يَسْتَطِيعُ أَن يُمِلَّ هُوَ فَلْيُمْلِلْ وَلِيُّهُ بِالْعَدْلِ ۚ وَاسْتَشْهِدُوا شَهِيدَيْنِ مِن رِّجَالِكُمْ ۖ فَإِن لَّمْ يَكُونَا رَجُلَيْنِ فَرَجُلٌ وَامْرَأَتَانِ مِمَّن تَرْضَوْنَ مِنَ الشُّهَدَاءِ أَن تَضِلَّ إِحْدَاهُمَا فَتُذَكِّرَ إِحْدَاهُمَا الْأُخْرَىٰ ۚ وَلَا يَأْبَ الشُّهَدَاءُ إِذَا مَا دُعُوا ۚ وَلَا تَسْأَمُوا أَن تَكْتُبُوهُ صَغِيرًا أَوْ كَبِيرًا إِلَىٰ أَجَلِهِ ۚ ذَٰلِكُمْ أَقْسَطُ عِندَ اللَّهِ وَأَقْوَمُ لِلشَّهَادَةِ وَأَدْنَىٰ أَلَّا تَرْتَابُوا ۖ إِلَّا أَن تَكُونَ تِجَارَةً حَاضِرَةً تُدِيرُونَهَا بَيْنَكُمْ فَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَلَّا تَكْتُبُوهَا ۗ وَأَشْهِدُوا إِذَا تَبَايَعْتُمْ ۚ وَلَا يُضَارَّ كَاتِبٌ وَلَا شَهِيدٌ ۚ وَإِن تَفْعَلُوا فَإِنَّهُ فُسُوقٌ بِكُمْ ۗ وَاتَّقُوا اللَّهَ ۖ وَيُعَلِّمُكُمُ اللَّهُ ۗ وَاللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 282

O jullie die geloven, wanneer jullie een schuld aangaan tot een vastgesteld tijdstip, schrijf het dan op. En laat een schrijver onder jullie het op een rechtvaardige wijze opschrijven. En laat de schrijver niet weigeren om te schrijven zoals Allah hem (dit) heeft onderwezen. Laat hem dus schrijven. En laat degene die de schuld aangaat (dit) dicteren, en Allah vrezen, zijn Heer, en (laat hem) niets daarvan (d.w.z. van de schuld) in mindering brengen. Maar als de schuldhebber dwaas of zwak is, of zelf niet in staat is om te dicteren, laat zijn voogd dan op een rechtvaardige wijze dicteren. En laat twee getuigen van onder jullie mannen (hiervan) getuigen. En als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen, die jullie als getuigen goedkeuren, zodat als één van hen (d.w.z. van de twee vrouwen) zich vergist, de andere haar kan herinneren. En de getuigen moeten niet weigeren wanneer zij worden opgeroepen. En raak niet vermoeid door het opschrijven (van jullie overeenkomsten), of het nu klein of groot is, tot het (vastgestelde) tijdstip ervan (d.w.z. het tijdstip waarop de lening terugbetaald moet worden). Dat is rechtvaardiger bij Allah en betrouwbaarder als bewijs, en geschikter om twijfels (tussen jullie) te voorkomen. Behalve wanneer het handel betreft die jullie ter plaatse met elkaar uitwisselen, dan treft jullie geen blaam als jullie het niet opschrijven. En neem getuigen wanneer jullie een commerciële transactie aangaan. En laat zowel de schrijver als de getuige geen schade ondervinden, maar als jullie dat wel doen, waarlijk, dan zou dit een verdorvenheid van jullie zijn. Vrees dus Allah, en Allah onderwijst jullie. En Allah is op de hoogte van alles.

وَإِن كُنتُمْ عَلَىٰ سَفَرٍ وَلَمْ تَجِدُوا كَاتِبًا فَرِهَانٌ مَّقْبُوضَةٌ ۖ فَإِنْ أَمِنَ بَعْضُكُم بَعْضًا فَلْيُؤَدِّ الَّذِي اؤْتُمِنَ أَمَانَتَهُ وَلْيَتَّقِ اللَّهَ رَبَّهُ ۗ وَلَا تَكْتُمُوا الشَّهَادَةَ ۚ وَمَن يَكْتُمْهَا فَإِنَّهُ آثِمٌ قَلْبُهُ ۗ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ عَلِيمٌ 283

En wanneer jullie op reis zijn en geen schrijver kunnen vinden, neem dan (iets als) onderpand in ontvangst. Als iemand van jullie vervolgens de ander iets toevertrouwt, laat dan degene aan wie iets is toevertrouwd zijn vertrouwen waard zijn en laat hem Allah, zijn Heer, vrezen. En verberg de getuigenis niet. En degene die het verbergt, waarlijk, zijn hart is zondig. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.

لِّلَّهِ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ ۗ وَإِن تُبْدُوا مَا فِي أَنفُسِكُمْ أَوْ تُخْفُوهُ يُحَاسِبْكُم بِهِ اللَّهُ ۖ فَيَغْفِرُ لِمَن يَشَاءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَاءُ ۗ وَاللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 284

Aan Allah behoort datgene wat zich in de hemelen en datgene wat zich op de aarde bevindt toe. En of jullie nou onthullen wat zich in julliezelf bevindt of dit verbergen, Allah zal jullie ervoor ter verantwoording roepen. Hij vergeeft wie Hij wil en bestraft wie Hij wil. En Allah is tot alles in staat.

آمَنَ الرَّسُولُ بِمَا أُنزِلَ إِلَيْهِ مِن رَّبِّهِ وَالْمُؤْمِنُونَ ۚ كُلٌّ آمَنَ بِاللَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّن رُّسُلِهِ ۚ وَقَالُوا سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا ۖ غُفْرَانَكَ رَبَّنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ 285

De Boodschapper (Mohammed) gelooft in dat wat er van zijn Heer aan hem is neergezonden, en de gelovigen (ook). Allen geloven in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken en Zijn Boodschappers. (Zij zeggen:) “Wij maken geen onderscheid tussen Zijn Boodschappers.” En zij zeggen: “Wij luisteren en wij gehoorzamen. (Wij wensen) Uw Vergeving, onze Heer, en tot U is de Terugkeer.”

لَا يُكَلِّفُ اللَّهُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَا ۚ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا اكْتَسَبَتْ ۗ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذْنَا إِن نَّسِينَا أَوْ أَخْطَأْنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تَحْمِلْ عَلَيْنَا إِصْرًا كَمَا حَمَلْتَهُ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِنَا ۚ رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلْنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِ ۖ وَاعْفُ عَنَّا وَاغْفِرْ لَنَا وَارْحَمْنَا ۚ أَنتَ مَوْلَانَا فَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ 286

Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Zij zal beloond worden voor dat wat zij heeft verworven, en zij zal gestraft worden voor dat wat zij heeft verworven. “Onze Heer, bestraf ons niet als wij vergeten of fouten maken. Onze Heer, leg ons geen last op zoals U die aan degenen voor ons heeft opgelegd. Onze Heer, en belast ons niet met meer dan dat wat wij kunnen dragen, en scheld ons (onze zonden) kwijt, en vergeef ons, en heb Genade met ons. U bent onze Heer. Schenk ons daarom een overwinning over het ongelovige volk.”

26 thoughts on “Soera 2 – Al-Baqarah – De Koe – البقرة”

  1. Logisch dat het in Nederland vaak slecht gaat tussen moslims en niet moslims. Ik heb deze Soera volledig doorgelezen en wat me vooral als niet gelovige bij blijft is dat ik een pijnlijke straf zal ondergaan en Allah me eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Dit terwijl ik best wel een goed, verdraagzaam en respectvol man ben. Ik heb respect voor elke individu en elke godsdienst. Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden. Ik probeer bruggen te bouwen tussen moslims en niet moslims maar als jullie moslims over mij denken wat hier beschreven staat dan vrees ik een beetje voor de toekomst. Interpreteer ik de zaken die hier bechreven staan verkeerd of wensen jullie mij allemaal een pijnlijke straf? Mijn excuus als dit niet echt als bruggenbouwend overkomt maar ik ben eigenlijk een beetje ontdaan.

    1. Beste Pieter,
      Verdraagzaamheid is een goede karaktereigenschap en in de koran worden de gelovigen erop gewezen te allen tijde verdraagzaam te zijn en de medemens goed te behandelen ongeacht geloof, ras of geslacht. Je geeft aan dat je dit doet door tijd te investeren in het bij elkaar brengen van mensen. Ik denk dat dit door ieder weldenkend mens dient te worden gewaardeerd en wil je ten eerste aansporen om hier vooral mee door te gaan aangezien we dit soort mensen nodig hebben om onze maatschappij te behoeden voor onheil. Ten tweede wil ik mijn complimenten uitspreken voor de tijd die je hebt genomen om deze soera helemaal uit te lezen. Het is de langste soera van de koran en het zijn niet de minste onderwerpen die de revue passeren. In deze soera wordt inderdaad gesproken over mensen die niet in de koran geloven en wat hen te wachten staat in het eeuwige leven. Geen enkel mens heeft echter het recht om een ander individu te veroordelen, omdat wij mensen niet over alle kennis beschikken. Allah is de alwetende en alleen Hij kan en zal oordelen. De conclusie dat het niet goed zal komen tussen de moslims en niet-moslims vind ik dan ook misplaatst en heb zelf de ijdele hoop dat we met elkaar de hier geldende spelregels alom blijven respecteren opdat we in harmonie met elkaar kunnen blijven leven. De bagage die we naar het volgende leven zullen meenemen bestaat alleen uit de goede en slechte daden die we in dit leven hebben verricht. Op de dag des oordeels zullen deze daden tegen elkaar worden afgewogen en Allah zal beslissen hoe het verloop invulling zal worden gegeven.

      1. Beste Pieter,

        Allereerst wil ik je bedanken voor je werk als bruggenbouwer. Ik ben zelf een Belgische die jaren bruggen gebouwd heeft voor ik me bekeerde. Ik begrijp hoe deze tekst soms moet overkomen. Ik weet niet of je jezelf als atheist of andersgelovig (christelijk, joods) beschouwd. Als je jezelf beschouwd als christen of jood moet je ook gelezen hebben dat Ibrahiem (Abraham) en isa (jezus) al ware gelovigen waren. Je hebt dan ook gelezen dat joden en christenen niets te vrezen hebben indien zij vasthouden aan de originele boodschap van God. Namelijk dat god 1 is. Mensen die dit geloven hebben dus volgens deze soera niets te vrezen. Als er over ongelovigen gesproken wordt gaat dat over veel goden aanbidders of mensen die ronduit het bestaan van god ontkennen. Ik ken persoonlijk heel veel mensen die zichzelf ongelovig noemen maar volgens mij diep gelovig zijn. Ik geloof dit over hen omdat ik kijk naar hun daden en niet hun woorden. Mensen die zich uit eigen beweging houden aan vrijgevigheid, naastenliefde en uit eigen beweging weghouden van wreedheid en onrechtvaardigheid hebben volgens mij een gevoelsmatige band met god die niet gebaseerd is op wat ze in een boek gelezen hebben maar op oeroude instincten en gevoelens die hen desondanks in contact stellen met god. Hoe vaak heb ik al een atheist zich met het hoofd naar de hemel zien wenden en god aanroepen. Te vaak om te tellen. Als ik al kan zien aan iemand die zichzelf ongelovig noemt dat hij desondanks god in zich voelt roeren beeld je dan eens in wat God kan zien die je hart kent, die elke intentie kent voor je hem zelf kent, als ik zou geloven dat mensen zoals jij door God naar de hel worden gestuurd had ik me nooit bekeerd. God weet wat wij niet weten. Hij weet beter als jij en ik wie waarlijk gelovig is en op basis daarvan zal hij oordelen. Ik wens je veel succes en dank je om de tijd te nemen om je te informeren en door te vragen.

    2. Geachte heer Pieter,

      Wat mooi dat u de moeite neemt om als niet moslim deze Surat te lezen. Wij kunnen (en mogen) niet oordelen over wie de genade van Allah zal ontvangen. Wij mogen ook niets verkeerds denken over u of u veroordelen. De Koran is gegeven aan iedereen op de wereld. Direct aan het begin van de Surat zegt Allah dat dit boek velen tot leiding zal zijn (gelovig en ongelovig) en velen zal misleiden omdat ze met de verkeerde houding het boek openslaan (gelovig en ongelovig). Dus wat we uit de Koran halen heeft te maken met onze eigen inzet, de bereidheid om te reflecteren en het Boek (diepgaander) te bestuderen.

      Mocht u de Engelse taal machtig zijn dan kan ik u twee uitstekende tips geven: https://www.youtube.com/watch?v=ifllgTA2pmY – In deze lezing vertelt Jeffrey Lang, wiskundige en voormalige atheïst over zijn bekering. Een aanrader!
      En als u deze Surat nog verder wilt bestuderen raad ik u deze serie aan. http://livestream.com/bayyinahtv in deze serie gaat er werkelijk een hele nieuwe wereld open (er wordt van deze serie overigens ook Inshaa Allah een samenvatting gemaakt in het Nederlands).
      Verder kunt u altijd overwegen om een keer met iemand mee te gaan naar de moskee als u meer informatie wilt.

      Allah is de Schepper van alles, ook alle mensen. Dat geloven wij als moslims. Allah heeft vele mensen gezegend met het vermogen om liefdevol te zijn, compassie te hebben voor de medemens en zorgzaam te zijn voor de wereld. Zowel gelovigen als niet gelovigen. Het enige verschil tussen een gelovige en niet gelovige is dat een gelovige (als het goed is), het goede doet omwille van Allah en daarmee hoopt dat Allah hem in het leven hierna een mooie plek zal schenken in het paradijs. Zij sparen als het ware de beloningen op voor het leven hierna. Een niet gelovige krijgt vaak al hier de beloning zoals erkenning, status, roem, etc.

      Maar nogmaals, Allah bepaalt uiteindelijk wat er gebeuren zal in het leven hierna. En Hij is de Meest Rechtvaardige. Moge Allah u leiden.

    3. “Logisch dat het in Nederland vaak slecht gaat tussen moslims en niet moslims. Ik heb deze Soera volledig doorgelezen en wat me vooral als niet gelovige bij blijft is dat ik een pijnlijke straf zal ondergaan en Allah me eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Dit terwijl ik best wel een goed, verdraagzaam en respectvol man ben. Ik heb respect voor elke individu en elke godsdienst. Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden. Ik probeer bruggen te bouwen tussen moslims en niet moslims maar als jullie moslims over mij denken wat hier beschreven staat dan vrees ik een beetje voor de toekomst. Interpreteer ik de zaken die hier bechreven staan verkeerd of wensen jullie mij allemaal een pijnlijke straf? Mijn excuus als dit niet echt als bruggenbouwend overkomt maar ik ben eigenlijk een beetje ontdaan”

      Wij moslims hopen voor iedereen dat hij/zij terechtkomt in het paradijs. Hiervoor hoef je overigens niet per se moslim voor te zijn, zolang je maar het vrijgevige, goedhartige leven lijdt zoals dat ongeveer zo’n beetje in de koran staat.

    4. Beste peter

      Als je goed hebt gelezen zijn wij niet de genen die over jou iets te zeggen hebben allah beslist het (iedereen is een individu)je vraagt je toch wel is af Waarom ben ik hier wat hoe waarom de mensen leven zonder te denken geld macht en dan????ik kan 100000 dingen opnoemen wat de wetenschap de dag vandaag nog steeds niet weten.maar goed jou de keuze om wel of niet te geloven.mijn mening is vind een fout in de Koran om niet te geloven?

  2. Hallo

    Ben beetje koran aan het proberen te begrijpen en wat het geloof in Allah nou inhoud, ik ben zwaar katholiek opgevoed maar kon mij daar nooit zo in vinden.
    Dus nu hier maar de koran lezen want het spreekt me allemaal wel aan.
    Wat ik ook wel mooi vind hier is dat hij voor gelezen word dus je kan rustig mee lezen en zo de tekst beter begrijpen denk ik zelf.

    Mooie site voor iedereen om eens te lezen en wie weet net als ik heel wat te leren

    1. Wat een mooie reactie <3 Inderdaad een heel mooie site voor iedereen! Ik vind het zo knap dat je de tijd neemt om een andere godsdienst te bestuderen. Al is het maar om één hoofdstuk uit de koran.

  3. Beste admin,

    Ik vind het een geweldig boek de Koran. Vooral met het audio aan doorlezen vind ik mooi. Maar ik ben geschrokken wat betreft het lot van de ongelovigen. Wat is de definitie van een ongelovige in de Koran? Wat wordt met de term bedoeld in de Koran? Ik ben joods, een der kinderen van de Isreal dus zoals in de Koran beschreven. Joodse Thora is niet in een 'korte' periode geschreven zoals de Koran, maar over een periode van 3000 jaar. Zo hebben vele Israelite profeten(zoals David, Salomon, Mozes etc..) een bijdragen geleverd aan de Thora. Maar in het joods geloof gaat iemand naar de hel als degene veel onrecht aan andere mensen heeft gedaan. Alle goede/rechtvaardige mensen, joods en niet-joods hebben een goede plaats in de wereld dat komen zal(hiernamaals). Het israëlitische joodse geloof zegt nooit dat als mensen niet in een bepaalde boek of geschrift of boodschap geloven, dat ze dan naar de hel gaan. In het jodendom houdt GOD rekening met alle dingen, de context/omstandigheden waarin iemand een zonde begaat, zoals uit welke cultuur men komt, of onder welke omstandigheden is opgevoed, of wat hij in het verleden heeft meegemaakt. GOD weet precies hoe een zonde voor iemand weegt, en GOD is barmhartig.

    1. Beste Henk,
      Met ongelovige wordt bedoelt iemand die kennis beschikt over de islam wat het precies inhoudt zonder vervalsing of zonder leugens eromheen maar diegene gelooft er niet in dan is zo’n iemand simpelweg niet-gelovige/ongelovige. Puur als we naar de feiten kijken dan is dat inderdaad zo. Want stel je voor ik zeg dat zo’n persoon een moslim of mu’min(gelovige) is dan lieg ik over diegene. Hij zou dan zeggen “ho ho, stop daar. Ik geloof niet dat de koran van God komt en dat Mohammed een profeet is”.

      Bij ons is iemand een mu’min/gelovige als hij in de volgende zaken gelooft:
      1) Allah
      2)Engelen
      3) profeten(waarvan mohamed vzmh de laatste profeet is)
      4) heilige boeken
      5) het laatste uur
      6) het lot

      Iemand is moslim als hij of zij:
      1) de getuigenis aflegt ( er is geen god behalve Allah en Mohamed vzmh is zijn profeet)
      2)het gebed verricht
      3) de zakaat betaalt
      4)vasten in de ramadan
      5)hajj , op bedevaart gaat als hij of zij in staat is

  4. Als "ongelovige" ben ik mij aan het verdiepen in de Koran, nu het eerste en blijkbaar langste hoofdstuk gelezen.
    Altijd ben ik er heilig van overtuigd geweest dat er geen god is maar begin nu toch wel te twijfelen, het zijn zulke mooie teksten en prachtige regels om na te leven.
    Kan ik zomaar een Moskee binnen lopen of is er iemand bereid mijn vragen te beantwoorden over wat ik lees?

    Bedankt voor het opzetten van deze site, zodat ook wij die dit niet meekrijgen van onze ouders de Koran kunnen lezen en bestuderen!

    Groetjes Mitchell Toet

    1. Beste Mitchel Toet,

      U kunt ten alle tijden een moskee binnen lopen, ik weet zeker dat de moslims die zoch daar bevinden u met open armen zullen ontvangen en uw vragen zo goed mogelijk zullen proberen te beantwoorden. Knap, dat u zich wilt verdiepen in het islamitische geloof.

      Ik wens u veel succes!!

    2. Hi Mitchell,

      U kunt zo een moskee binnenlopen. Als u op google zoekt naar gebedstijden dan vind u de tijden waarop de moskee open is in uw stad.
      Op http://www.moskeewijzer.nl vindt u het overzicht van moskeeen in Nederland. Op http://www.moskeerondleiding.nl kunt u een gratis rondleiding aanvragen. Daar staat ook de optie overig voor als uw stad er niet tussen staat.

      Tot slot raad ik u aan om de koran ook te luisteren in plaats van alleen lezen. Dit kan op youtube maar ook op deze site zelf.

    3. best Mitchell Toet

      ik wens je veel succes, hoe komt het dat 600 Nederlanders of Belgen per jaar bekeren!! en hoeveel andersom.
      als echte moslim zal je rust vinden in ALLES.

      SALAM(BROEDER)

  5. Sorry maar ik snap wel dat jullie t beste met ons voor hebben maar volgens t boek worden we flink gestraft voor t feit dat we anders denken of ander geloof hebben. Waar mensen ook niks aan kunnen doen. Ivm land waar je geboren ben , culture en tijd waarin men in leeft. De teksten klonken echt aanvallend en ben bang dat wanneer iemand dit bestudeerd en t als "waarheid" aanschouwd en volgens 1.5 miljard anderen. En trouwens in de bijbel staat t ook vol van dat soort teksten. Kan me wel voorstellen dat mensen n geloof hebben, maar om de heilige boeken zo letterlijk te nemen lijkt me immoreel. Er staan echt heftige dingen in. Daardoor kwam ik persoonlijk tot de conclusie dat ik niet meer geloof, (en door wetenschap). Kan er niks aan doen. Wat geeft t nou welk geloof iemand heeft (of geen), de 3 grootste religies zijn allemaal de god van Abraham toch? Zolang je maar n goed mens ben. Je heb daar niet perse n boek voor nodig. Laat iedereen gewoon denken wat die wilt..

    1. Beste “Richard Dawkins”,

      Zo dacht ik ook vroeger. Zelf ben ik ook wetenschapper, en ik ben tot de conclusie gekomen dat wetenschap geen reden is om niet (of wel) te geloven. Vraag jezelf eens: Waarom is wetenschap voor jou een reden om niet te geloven? Kun je deze vraag goed beantwoorden? Het lijkt er niet op dat leven vanzelf is gekomen en ontwikkeld, hoe laat wetenschap aan jou zien dat dat wel het geval is?

      Groet,

      Yur

  6. Bedankt voor deze website, mijn vader is goed bevriend met een Moslim die hem een Quran heeft gegeven.
    Ik wil het boek niet beschadigen of vies maken dus ben ik hier gekomen om te lezen.
    God heeft zijn bestaan aan mij bewezen door het tonen van een Djin een tijd geleden, en sinds dien ben ik in een zware spirituele tocht geraakt.
    Voor mij heeft God altijd bestaan en heb ik dit altijd geweten, maar nu is het onmiskenbaar gemaakt. Ik zou niet langer in staat zijn te twijfelen.
    Ik ben nooit naar de kerk of een moskee geweest, en ik heb in alle eerlijkheid de westerse bijbel of joodse bijbel nooit gelezen.
    De connectie die ik voel tussen mijzelf en God is een van onvoorwaardelijke liefde, en hij legt mij geen regels op.
    Ik ken goed en kwaad vanwege het gevoel in mijn hart, en wijk niet van deze alsof het de principes zijn die mij maken wie ik ben.
    Ik ben lange tijd heel erg verdrietig geweest over hoe mensen elkaar behandelen en hoe we dieren behandelen, en in alle eerlijkheid ben ik dat
    nu nog steeds. Ik heb deze gehele Surat gelezen, en hier verteld God mij dat ik mij niet verantwoordelijk hoef te voelen, maar hoe kan ik dat niet?
    Het is mijn wens dat iedereen zijn ogen opent en terugkeert naar het goede en de liefde. Niet voor mij, maar voor hun.
    Nu vrees ik dat ik in deze onenigheid met God zijn woorden een fout kan begaan, maar ik wil mijn liefde voor de mens niet laten varen.
    Wat kan ik doen?

  7. Salam aleikum Broeders en zusters,

    Deze site is zo handig, je kunt de Koran lezen, maar ook luisteren. Daarnaast geeft het je rust als je het leest. Ik wil me graag bekeren tot de islam, maar M'n moeder en broers zijn erop tegen. Ik wil me bekeren, omdat de islam mij rust geeft en dit is het enige geloof waar ik me thuisvoel. Hebben jullie nog tips voor mij hoe ik m'n moeder kan overtuigen? Zelf ben ik van plan om me te gaan bekeren zodra ik niet meer thuis woon. Dan heeft niemand iets te zeggen, want dan is het m'n eigen keus.

    M'a salam

    1. Ik wil heel graag met jou in contact komen omdat ik precies het zelfde doormaak, dat me ouders het niet accepteren.
      Je moet op youtube even zoeken naar van hagelslag naar halal, dat is een tv progamma geweest en ik heb daar veel info en dingen uit kunnen weten te halen.
      daar zie je ook meiden die bekeerd zijn en sommige moeders accepteren het wel en sommige totaal niet.

    2. beste Muslimah ,

      wil je je zo graag bekeren tot de islam praat er serieus over met je moeder en gaat je moet contact opnemen met een moskee en zij zullen het met je bespreken en regelen

    3. beste Muslimah ,

      wil je je zo graag bekeren tot de islam praat er serieus over met je moeder

      je moet contact opnemen met een moskee zij zullen het met je bespreken en regelen

    4. Hallo,

      Ik ben bekend met het fenomeen en troost je.. De door jou omschreven “complicaties” zijn er ook als je volwassen bent.
      Vrienden, kennisen en famillie zullen vaak eenzelfde reactie hebben ongeacht je leeftijd.
      Hoe je het uiteindelijk aanpakt is geheel aan jou, maar ik kan je wel zeggen hoe ik het doe.
      Ik introduceer het beetje bij beetje. Ik laat zo nu en dan een website openstaan, een boek “slingeren” en vraag geregeld “zit hier varkensvlees in?”.
      Maar ik zou er in geen geval ruzie over maken of verhitte discussies aangaan. Soms is het beter om je schouders op te halen en OK te zeggen.

  8. Beste moslims,

    Ik ben atheist en zal dit altijd blijven. Niet omdat ik close-minded ben, maar omdat ik de afgelopen 4 jaar intensief religies heb bestudeerd en de argumenten tegen elkaar heb afgewogen. Als ik moet branden in de hel omdat ik rationeel ingesteld ben, then so be it. Een dergelijke God is geen aanbidding waard.

    En wanneer ik een Soera lees als deze, kan ik alleen maar zeggen dat ik begrijp waarom Jihadisten bestaan. Zinnen als "Allah is de vijand van de ongelovigen" en "Allah houdt van geen enkele ongelovige zondaar" hebben desastreuze gevolgen. Daarnaast zijn ongelovigen vervloekt en zullen ze branden in de hel voor de eeuwigheid en er zal geen weg terug zijn. En dan kun je wel zeggen dat er andere verzen zijn die stellen dat moslims goed moeten omgaan met ongelovigen, maar begrijp je dan niet dat zinnen als deze de menselijke psyche zodanig beïnvloeden dat dit bijna betekenisloos wordt? Snap je niet dat dit vijandigheid opwekt? Als God de vijand is van ongelovigen, dan is het met redelijkheid te stellen dat jij als moslim dat ook zou moeten zijn.

    Dit wilde ik kwijt, want net als Pieter wil ook ik bruggen bouwen. Maar als je in een God gelooft die ongelovigen vervloekt, heb ik mijn twijfels erbij dat een moslim ditzelfde zou kunnen doen.

    Groet,

    Boudewijn

    1. Beste Boudewijn,

      De verschillende religies vier jaar intensief bestuderen getuigt van een zekere interesse. Het is echter wel jammer dat het antwoord al bekend was alvorens je aan de studie bent gestart. Je geef immers aan dat je een atheïst bent en altijd zal blijven (ik ben ervan overtuigd dat je het niet zeker kunt weten, want het kan namelijk zomaar zijn dat Allah heeft bepaald dat je op een dag anders zal besluiten). Dit impliceert dat ongeacht het eindresultaat er uiteindelijk toch niets zal veranderen aan hoe jij in het leven staat. Ik heb dan ook de indruk dat je (nog) niet echt zoekende was naar de waarheid maar meer bezig bent geweest met het vinden van argumenten die jouw overtuiging zouden kunnen verstreken om de verschillende religies in het verdomde hokje te kunnen plaatsen.

      Ondanks de aanname dat je argumenten hebt kunnen vinden die de islam een negatieve bijsmaak zouden kunnen geven, wil ik je melden dat je ook ongelijk zou kunnen hebben. Door rationaal te denken is het namelijk ook mogelijk om tot een onjuist besluit te komen. Dit had echter voorkomen kunnen worden door de welbekende logica toe te passen (logisch redeneren) maar om goede analyse uit te voeren, dien je wel eerste de literatuur goed te bestuderen en ik kan je vertellen dat een tijdsspanne van vier jaar niet voldoende is. Voor het uitvoeren van een gedegen analyse dien je namelijk ten eerst de Arabisch taal machtig te zijn. Vervolgens heb je volgens schattingen 20 tot 30 jaar nodig om de verschillende disciplines binnen de islam goed te kunnen bestuderen. De koran zegt niet voor niets in Soera 31, vers 27 dat de woorden van Allah onuitputtelijk zijn.

      Rationeel denken is goed maar degenen die pretenderen rationeel te denken kunnen ook door de mand vallen. Allah zegt namelijk in Soera 29, vers 65 het volgende: “En als zij op schepen varen, dan roepen zij Allah aan. Hem zuiver aanbiddend, Maar zodra Hij hen dan heeft gered en aan land heeft gebracht, kennen zij deelgenoten aan Allah toe”. Het komt erop neer dat iedereen als moslim (Fitrah – reine verbintenis met de schepper) wordt geboren, alleen is het bij velen bedekt met wereldse aangelegenheden en begeerten. Daarnaast speelt de opvoeding en omgeving natuurlijk ook een belangrijke rol. Een ramp of ernstige ziekte kan de natuurlijke aanleg, het geloof in God, echter weer bloot leggen. Maar meestal raakt het aangeboren godsbesef weer bedekt door begeerten als de ramp of ziekte voorbij is.

      Jij hebt gelezen dat God de vijand is van de ongelovigen. Als we dit in de juiste context plaatsen (logisch redeneren) dan kunnen we God toch niets anders dan gelijk geven? Degenen die hem alleen aanroepen wanneer hen het uitkomt (ramp, ziekte) zijn toch hypocriet? Dan zouden we het toch ook logisch moeten vinden wanneer Hij hen als vijanden/hypocrieten ziet. God heeft ons gemaakt tot wie we zijn en tegelijkertijd heeft hij ons bevolen Hem te gehoorzamen. Dit laatste wordt echter door weinigen opgevolgd en het is niet meer dan logisch dat er ook gestraft/beloond dient te worden om gehoorzaamheid te kunnen afdwingen. De normen en waarden binnen ons democratische rechtsstaat hebben ons toch doen aannemen dat dit een eerlijk omgangsvorm is?

      Een tweede denkfout is de bewering dat moslims dientengevolge ook vijanden van de ongelovigen moeten/zullen zijn. Een dergelijke bewering doet mij vermoeden dat je de teksten niet goed hebt begrepen of dat je niet genoeg tijd hebt genomen om de literatuur goed te bestuderen opdat je de context en het geheel goed zou kunnen overzien. Het is namelijk de schepper die de mensheid heeft bevolen om zijn geboden en verboden op te volgen. De moslims vormen een deel van de groep mensen die wel in Hem geloven, terwijl het andere deel in iets anders gelooft of dat helemaal niet doet. Zoals je ongetwijfeld weet, schrijft de wet bijvoorbeeld voor dat we de parkeerschijf dienen te gebruiken bij de blauwe zone. Ben jij dan een vijand van jouw buurman wanneer hij deze een keer is vergeten en vervolgens door de passeerden parkeerwacht wordt bekeurd of zou je eerder medelijden met hem hebben ondanks dat de opgelegde boete terecht is? Een moslim met de juiste intenties zou zijn buurman erop wijzen dat de boete dient te worden betaald en wel binnen de bekendgemaakte betalingstermijn. De juiste intenties reiken zelfs zover dat de buurman, ongeachte geloof, ras, etc., dient te worden geholpen wanneer de buurman de boete niet op tijd zou kunnen betalen om te voorkomen dat hij nog meer ellende krijgt met een eventuele verhoging van de boete.

      Degene die beweert dat moslims vijanden van ongelovigen zijn, dient de overleveringen van de profeet (v.z.m.h.) goed te bestuderen waarna men tot de ontdekking zal komen dat de profeet (v.z.m.h) ons niet alleen heeft geleerd de medemens met respect behandelende maar al zijn schepselen, dus ook de dieren en planten. Het respect voor de dieren ging zelfs zover dat hij een keer tijdens een oorlog de duizenden soldaten, die op weg waren naar een slagveld, had bevolen de weg te verlaten om vervolgens een halve kilometer om te lopen. Hij zag namelijk in de verte dat een hond met haar puppy’s de weg was opgelopen en wilde dat het gezelschap niet gestoord zou worden.

      In Soera 51, vers 56 zegt Allah: “Ik heb de mensen en de djinn slechts geschapen om Mij te dienen/aanbidden”. Dit houdt in dat de mensen en de djinn (demonen – ook een schepsel van Allah) alleen zijn geschapen om Allah te aanbidden. Met aanbidden wordt hier meer bedoeld dan alleen het nakomen en verrichten van de 5 zuilen. Eten, werken, sporten, slapen en ontspannen is ook een vorm van aanbidding zolang je dit maar op een geoorloofde manier doet. Daarnaast is naastenliefde ook een vorm van aanbidding waar Allah heel erg van houdt en iemand die zich bezig houdt met bruggen bouwen tussen individuen of groepen zal ook op de liefde van Allah kunnen rekenen, omdat Hij een voorstander is van harmonie. Allah heeft ons dus niet bevolen om zijn geboden op te volgen en de verboden te vermijden zodat Hij er beter van wordt maar juiste vanwege het feit dat wij er beter van zullen worden en dit is precies wat hij ons in Soera 51, vers 57 duidelijk heeft gemaakt. Ik zou zeggen geloof in Allah, want je hebt niets te verliezen, je kunt alleen maar winnen!

  9. Geliefde broeders en zusters van het andere geloof,
    ik ben een christen die voor het eerst de koran leest om beter te begrijpen waar het bij de islam om draait.
    Nu snap ik echter een vers niet: In vers 62 staat: Waarlijk, degenen die geloven, de joden, de christenen en de Sabiërs, wie (van hen) in Allah en de Laatste Dag gelooft en goede daden verricht; voor hen ligt hun beloning bij hun Heer en zij zullen vrees noch treurnis kennen.

    Ligt het aan mij of staat hier letterlijk dat je niet per se moslim hoeft te zijn om beloond te worden? Hier worden de Joden, Christenen en Sabiërs op een lijn gesteld met betrekking tot het Laatste Oordeel en de enige voorwaarde lijkt te zijn een geloof in Allah (God), een geloof in het Laatste Oordeel en het doen van goede daden.

    Waarschijnlijk interpreteer ik de tekst op een verkeerde manier, maar dit is wat ik er in lees, het zou heel interessant zijn om een uitleg te krijgen van iemand die de tekst kent.

    En dan heb ik nog een vraag die hier geheel los van staat, maar die mij wel interesseert: klopt het dat voor moslims de vrijdag de heilige dag is? Op vrijdag wordt toch het vrijdaggebed gebeden? Waarom is de vrijdag de heilige dag geworden in plaats van de sabbat?

    Ik hoop dat ik met mijn nieuwsgierigheid niet beledigend overkom, ik ben zeer onwetend op het gebied van de islam en probeer daar nu verandering in te brengen.

    Vrede gewenst,
    Josja

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close