Soera 8 – Al-Anfal – De Buit – الأنفال

bismillah ir rahman ir rahim

يَسْأَلُونَكَ عَنِ الْأَنفَالِ ۖ قُلِ الْأَنفَالُ لِلَّهِ وَالرَّسُولِ ۖ فَاتَّقُوا اللَّهَ وَأَصْلِحُوا ذَاتَ بَيْنِكُمْ ۖ وَأَطِيعُوا اللَّهَ وَرَسُولَهُ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 1

Zij vragen jou (o Mohammed) over de oorlogsbuit. Zeg: “De oorlogsbuit behoort aan Allah en de Boodschapper toe. Dus vrees Allah en schik (alle geschillen) tussen jullie. En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper, als jullie gelovigen zijn.”

إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ إِذَا ذُكِرَ اللَّهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ وَإِذَا تُلِيَتْ عَلَيْهِمْ آيَاتُهُ زَادَتْهُمْ إِيمَانًا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ 2

De gelovigen zijn slechts degenen van wie de harten sidderen wanneer Allah genoemd wordt. En wanneer Zijn Verzen aan hen worden voorgedragen, vermeerdert hun geloof hierdoor. En in hun Heer stellen zij hun vertrouwen.

الَّذِينَ يُقِيمُونَ الصَّلَاةَ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ يُنفِقُونَ 3

Degenen die het gebed onderhouden en uitgeven van datgene waarmee Wij hen hebben voorzien.

أُولَٰئِكَ هُمُ الْمُؤْمِنُونَ حَقًّا ۚ لَّهُمْ دَرَجَاتٌ عِندَ رَبِّهِمْ وَمَغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ 4

Zij zijn degenen die de ware gelovigen zijn. Voor hen zijn er rangen bij hun Heer, en Vergiffenis en een edele Voorziening.

كَمَا أَخْرَجَكَ رَبُّكَ مِن بَيْتِكَ بِالْحَقِّ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنَ الْمُؤْمِنِينَ لَكَارِهُونَ 5

Zoals jouw Heer jou (o Mohammed) jouw huis heeft doen verlaten met de Waarheid. En waarlijk, een groep van de gelovigen heeft er zeker een afkeer van.

يُجَادِلُونَكَ فِي الْحَقِّ بَعْدَمَا تَبَيَّنَ كَأَنَّمَا يُسَاقُونَ إِلَى الْمَوْتِ وَهُمْ يَنظُرُونَ 6

Zij redetwisten met jou over de Waarheid nadat deze duidelijk is geworden, alsof zij naar de dood worden gedreven terwijl zij toekijken.

وَإِذْ يَعِدُكُمُ اللَّهُ إِحْدَى الطَّائِفَتَيْنِ أَنَّهَا لَكُمْ وَتَوَدُّونَ أَنَّ غَيْرَ ذَاتِ الشَّوْكَةِ تَكُونُ لَكُمْ وَيُرِيدُ اللَّهُ أَن يُحِقَّ الْحَقَّ بِكَلِمَاتِهِ وَيَقْطَعَ دَابِرَ الْكَافِرِينَ 7

En (gedenk) toen Allah jullie (moslims) beloofde dat één van de twee groepen (van de vijand, d.w.z. het leger of de karavaan) waarlijk voor jullie zou zijn. En jullie wensten dat degenen die niet gewapend waren (d.w.z. de karavaan) voor jullie zouden zijn. Maar Allah wil de Waarheid tonen door middel van Zijn Woorden en Hij (Allah) zal de ongelovigen volledig afsnijden (d.w.z. doden in de slag van Badr).

لِيُحِقَّ الْحَقَّ وَيُبْطِلَ الْبَاطِلَ وَلَوْ كَرِهَ الْمُجْرِمُونَ 8

Opdat Hij de Waarheid toont en de valsheid teniet doet, ook al hebben de misdadigers hier een afkeer van.

إِذْ تَسْتَغِيثُونَ رَبَّكُمْ فَاسْتَجَابَ لَكُمْ أَنِّي مُمِدُّكُم بِأَلْفٍ مِّنَ الْمَلَائِكَةِ مُرْدِفِينَ 9

(Gedenk) toen jullie je Heer om hulp vroegen en Hij jullie antwoordde (met): “Ik zal jullie waarlijk versterken met duizend Engelen die elkaar opvolgen.”

وَمَا جَعَلَهُ اللَّهُ إِلَّا بُشْرَىٰ وَلِتَطْمَئِنَّ بِهِ قُلُوبُكُمْ ۚ وَمَا النَّصْرُ إِلَّا مِنْ عِندِ اللَّهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 10

En Allah heeft dit slechts tot een verheugende tijding gemaakt en om jullie harten daarmee tot rust te brengen. En er is geen overwinning behalve (die) van Allah. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.

إِذْ يُغَشِّيكُمُ النُّعَاسَ أَمَنَةً مِّنْهُ وَيُنَزِّلُ عَلَيْكُم مِّنَ السَّمَاءِ مَاءً لِّيُطَهِّرَكُم بِهِ وَيُذْهِبَ عَنكُمْ رِجْزَ الشَّيْطَانِ وَلِيَرْبِطَ عَلَىٰ قُلُوبِكُمْ وَيُثَبِّتَ بِهِ الْأَقْدَامَ 11

(Gedenk) toen Hij jullie overmande met slaap als (een vorm van) veiligheid van Hem. En Hij zond water uit de hemel op jullie neer om jullie daarmee te reinigen en om de influisteringen van de satan van jullie weg te nemen en om jullie harten te versterken en om daarmee (d.w.z. met het water) jullie voeten standvastig te maken.

إِذْ يُوحِي رَبُّكَ إِلَى الْمَلَائِكَةِ أَنِّي مَعَكُمْ فَثَبِّتُوا الَّذِينَ آمَنُوا ۚ سَأُلْقِي فِي قُلُوبِ الَّذِينَ كَفَرُوا الرُّعْبَ فَاضْرِبُوا فَوْقَ الْأَعْنَاقِ وَاضْرِبُوا مِنْهُمْ كُلَّ بَنَانٍ 12

(Gedenk) toen jouw Heer aan de Engelen openbaarde: “Waarlijk, Ik ben met jullie, dus maak degenen die geloven standvastig. Ik zal intense angst in de harten van degenen die niet geloven werpen. Sla daarom boven op hun nekken en sla alle toppen van hun vingers en tenen af.”

ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ شَاقُّوا اللَّهَ وَرَسُولَهُ ۚ وَمَن يُشَاقِقِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَإِنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ 13

Dat is omdat zij zich tegen Allah en Zijn Boodschapper verzetten. En wie zich tegen Allah en Zijn Boodschapper verzet, voorwaar, Allah is dan Hard in de bestraffing.

ذَٰلِكُمْ فَذُوقُوهُ وَأَنَّ لِلْكَافِرِينَ عَذَابَ النَّارِ 14

Dat is het (d.w.z. de bestraffing). Proef deze dan, en waarlijk, voor de ongelovigen is er de bestraffing van het Vuur.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا لَقِيتُمُ الَّذِينَ كَفَرُوا زَحْفًا فَلَا تُوَلُّوهُمُ الْأَدْبَارَ 15

O jullie die geloven, wanneer jullie degenen die niet geloven tijdens een opmars ontmoeten, keer hun dan niet de rug toe (d.w.z. sla niet op de vlucht).

وَمَن يُوَلِّهِمْ يَوْمَئِذٍ دُبُرَهُ إِلَّا مُتَحَرِّفًا لِّقِتَالٍ أَوْ مُتَحَيِّزًا إِلَىٰ فِئَةٍ فَقَدْ بَاءَ بِغَضَبٍ مِّنَ اللَّهِ وَمَأْوَاهُ جَهَنَّمُ ۖ وَبِئْسَ الْمَصِيرُ 16

En wie hun op die dag de rug toekeert, tenzij het (bedoeld is als) een uitlokking (d.w.z. als een strategie) in de strijd, of (bedoeld is) om zich aan te sluiten bij (zijn eigen) groep, diegene keert dan zeker (overladen) met de Woede van Allah terug. En zijn verblijfplaats is de Hel, en dit is de slechtste Eindbestemming.

فَلَمْ تَقْتُلُوهُمْ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ قَتَلَهُمْ ۚ وَمَا رَمَيْتَ إِذْ رَمَيْتَ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ رَمَىٰ ۚ وَلِيُبْلِيَ الْمُؤْمِنِينَ مِنْهُ بَلَاءً حَسَنًا ۚ إِنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 17

Jullie hebben hen niet gedood, maar Allah heeft hen gedood. En jij (o Mohammed) was niet degene die wierp toen jij wierp, maar het was Allah Die wierp. En om hiermee de gelovigen te beproeven met een goede beproeving. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alwetend.

ذَٰلِكُمْ وَأَنَّ اللَّهَ مُوهِنُ كَيْدِ الْكَافِرِينَ 18

Dat is het. En voorwaar, Allah verzwakt de list van de ongelovigen.

إِن تَسْتَفْتِحُوا فَقَدْ جَاءَكُمُ الْفَتْحُ ۖ وَإِن تَنتَهُوا فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۖ وَإِن تَعُودُوا نَعُدْ وَلَن تُغْنِيَ عَنكُمْ فِئَتُكُمْ شَيْئًا وَلَوْ كَثُرَتْ وَأَنَّ اللَّهَ مَعَ الْمُؤْمِنِينَ 19

(O ongelovigen) als jullie om een oordeel vragen, voorzeker, het oordeel is tot jullie gekomen. En als jullie ophouden, is dat beter voor jullie. En als jullie terugkeren (naar het aanvallen van de gelovigen), zullen Wij ook terugkeren (en jullie weer verslaan) en jullie zullen geen enkele baat van jullie groep ondervinden, hoe talrijk zij ook mogen zijn. En voorwaar, Allah is met de gelovigen.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا أَطِيعُوا اللَّهَ وَرَسُولَهُ وَلَا تَوَلَّوْا عَنْهُ وَأَنتُمْ تَسْمَعُونَ 20

O jullie die geloven, gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en wend jullie niet van hem (d.w.z. van de Boodschapper) af, terwijl jullie luisteren.

وَلَا تَكُونُوا كَالَّذِينَ قَالُوا سَمِعْنَا وَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ 21

En wees niet zoals degenen die zeggen: “Wij hebben geluisterd”, terwijl zij niet hebben geluisterd.

إِنَّ شَرَّ الدَّوَابِّ عِندَ اللَّهِ الصُّمُّ الْبُكْمُ الَّذِينَ لَا يَعْقِلُونَ 22

Voorwaar, de slechtste schepsels bij Allah (die zich op aarde voortbewegen) zijn de doven en de stommen; degenen die niet nadenken.

وَلَوْ عَلِمَ اللَّهُ فِيهِمْ خَيْرًا لَّأَسْمَعَهُمْ ۖ وَلَوْ أَسْمَعَهُمْ لَتَوَلَّوا وَّهُم مُّعْرِضُونَ 23

En als Allah had geweten dat er (iets) goeds in hen zat, dan had Hij hen zeker laten luisteren. En als Hij hen had laten luisteren, dan zouden zij zich in staat van afkeer afwenden.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اسْتَجِيبُوا لِلَّهِ وَلِلرَّسُولِ إِذَا دَعَاكُمْ لِمَا يُحْيِيكُمْ ۖ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ يَحُولُ بَيْنَ الْمَرْءِ وَقَلْبِهِ وَأَنَّهُ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ 24

O jullie die geloven, geef gehoor aan Allah en aan de Boodschapper wanneer hij jullie oproept naar datgene wat jullie tot leven brengt. En weet dat Allah tussen een persoon en zijn hart kan komen en dat jullie waarlijk tot Hem verzameld zullen worden.

وَاتَّقُوا فِتْنَةً لَّا تُصِيبَنَّ الَّذِينَ ظَلَمُوا مِنكُمْ خَاصَّةً ۖ وَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ 25

En vrees de bestraffing die niet alleen degenen onder jullie zal treffen die onrecht pleegden. En weet dat Allah Hard is in de bestraffing.

وَاذْكُرُوا إِذْ أَنتُمْ قَلِيلٌ مُّسْتَضْعَفُونَ فِي الْأَرْضِ تَخَافُونَ أَن يَتَخَطَّفَكُمُ النَّاسُ فَآوَاكُمْ وَأَيَّدَكُم بِنَصْرِهِ وَرَزَقَكُم مِّنَ الطَّيِّبَاتِ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 26

En gedenk toen jullie met weinig waren, en (vanwege jullie zwakte) onderdrukt werden op de aarde. Jullie vreesden dat de mensen jullie zouden grijpen. Maar Hij gaf jullie een veilige plaats en Hij ondersteunde jullie met Zijn Hulp en Hij voorzag jullie van het goede, opdat jullie dankbaar zullen zijn.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَخُونُوا اللَّهَ وَالرَّسُولَ وَتَخُونُوا أَمَانَاتِكُمْ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ 27

O jullie die geloven, bedrieg Allah en de Boodschapper niet, en bedrieg niet in de zaken die aan jullie zijn toevertrouwd, terwijl jullie (het) weten.

وَاعْلَمُوا أَنَّمَا أَمْوَالُكُمْ وَأَوْلَادُكُمْ فِتْنَةٌ وَأَنَّ اللَّهَ عِندَهُ أَجْرٌ عَظِيمٌ 28

En weet dat jullie bezittingen en jullie kinderen slechts een beproeving zijn, en dat er bij Allah een grandioze Beloning is.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِن تَتَّقُوا اللَّهَ يَجْعَل لَّكُمْ فُرْقَانًا وَيُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّئَاتِكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ۗ وَاللَّهُ ذُو الْفَضْلِ الْعَظِيمِ 29

O jullie die geloven, als jullie Allah vrezen, zal Hij jullie een onderscheidingsvermogen schenken en Hij zal jullie slechte daden voor jullie kwijtschelden, en jullie vergeven. En Allah is de Bezitter van de grandioze Gunst.

وَإِذْ يَمْكُرُ بِكَ الَّذِينَ كَفَرُوا لِيُثْبِتُوكَ أَوْ يَقْتُلُوكَ أَوْ يُخْرِجُوكَ ۚ وَيَمْكُرُونَ وَيَمْكُرُ اللَّهُ ۖ وَاللَّهُ خَيْرُ الْمَاكِرِينَ 30

En (gedenk) toen degenen die niet geloofden een list tegen jou beraamden om jou vast te ketenen (en gevangen te nemen) of om jou te doden of om jou te verdrijven. En zij waren listen aan het beramen en ook Allah maakte plannen. En Allah is de Beste in het maken van plannen.

وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ آيَاتُنَا قَالُوا قَدْ سَمِعْنَا لَوْ نَشَاءُ لَقُلْنَا مِثْلَ هَٰذَا ۙ إِنْ هَٰذَا إِلَّا أَسَاطِيرُ الْأَوَّلِينَ 31

En wanneer Onze Verzen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij: “Voorzeker, wij hebben dit gehoord, als wij willen kunnen wij het gelijke hieraan zeggen. Dit zijn slechts mythen van de mensen van vroeger.”

وَإِذْ قَالُوا اللَّهُمَّ إِن كَانَ هَٰذَا هُوَ الْحَقَّ مِنْ عِندِكَ فَأَمْطِرْ عَلَيْنَا حِجَارَةً مِّنَ السَّمَاءِ أَوِ ائْتِنَا بِعَذَابٍ أَلِيمٍ 32

En (gedenk) toen zij zeiden: “O Allah, als dit (d.w.z. de Koran) de Waarheid is, van U afkomstig, doe dan (een regen van) stenen vanuit de hemel op ons neerdalen, of doe ons een pijnlijke bestraffing toekomen.”

وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُعَذِّبَهُمْ وَأَنتَ فِيهِمْ ۚ وَمَا كَانَ اللَّهُ مُعَذِّبَهُمْ وَهُمْ يَسْتَغْفِرُونَ 33

En Allah zal hen niet bestraffen, terwijl jij (o Mohammed) je onder hen bevindt. En Allah zal hen niet bestraffen, terwijl zij om (Zijn) Vergiffenis vragen.

وَمَا لَهُمْ أَلَّا يُعَذِّبَهُمُ اللَّهُ وَهُمْ يَصُدُّونَ عَنِ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ وَمَا كَانُوا أَوْلِيَاءَهُ ۚ إِنْ أَوْلِيَاؤُهُ إِلَّا الْمُتَّقُونَ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 34

En waarom zal Allah hen niet bestraffen, terwijl zij (anderen) afhouden van al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka), en zij niet de beschermers hiervan zijn? De beschermers hiervan zijn slechts de godsvruchtigen, maar de meesten van hen weten (het) niet.

وَمَا كَانَ صَلَاتُهُمْ عِندَ الْبَيْتِ إِلَّا مُكَاءً وَتَصْدِيَةً ۚ فَذُوقُوا الْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ 35

En hun gebed bij het Huis (d.w.z. bij de Kacbah) was niets anders dan gefluit en geklap. Proef dan de Bestraffing vanwege datgene wat jullie verloochenden.

إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا يُنفِقُونَ أَمْوَالَهُمْ لِيَصُدُّوا عَن سَبِيلِ اللَّهِ ۚ فَسَيُنفِقُونَهَا ثُمَّ تَكُونُ عَلَيْهِمْ حَسْرَةً ثُمَّ يُغْلَبُونَ ۗ وَالَّذِينَ كَفَرُوا إِلَىٰ جَهَنَّمَ يُحْشَرُونَ 36

Waarlijk, degenen die niet geloven geven hun bezittingen uit om (anderen) van de Weg van Allah af te houden. Zij zullen het uitgeven, en daarna zal het (als een bron van) spijt voor hen zijn, vervolgens zullen zij verslagen worden. En degenen die niet geloven, zullen verzameld worden naar de Hel.

لِيَمِيزَ اللَّهُ الْخَبِيثَ مِنَ الطَّيِّبِ وَيَجْعَلَ الْخَبِيثَ بَعْضَهُ عَلَىٰ بَعْضٍ فَيَرْكُمَهُ جَمِيعًا فَيَجْعَلَهُ فِي جَهَنَّمَ ۚ أُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ 37

Opdat Allah het slechte van het goede zal onderscheiden en Hij het slechte op elkaar zal plaatsen en vervolgens alles bij elkaar zal verzamelen en in de Hel zal werpen. Zij zijn de verliezers.

قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوا إِن يَنتَهُوا يُغْفَرْ لَهُم مَّا قَدْ سَلَفَ وَإِن يَعُودُوا فَقَدْ مَضَتْ سُنَّتُ الْأَوَّلِينَ 38

Zeg tegen degenen die niet geloven: “Als zij ophouden (met ongelovig te zijn), dan zal hun zeker worden vergeven wat zich (in het verleden) heeft voorgedaan. Maar als zij terugkeren, dan is er (voor hen) zeker het voorbeeld (d.w.z. de bestraffing) van de mensen van vroeger dat zeker voorbij is gegaan.”

وَقَاتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ الدِّينُ كُلُّهُ لِلَّهِ ۚ فَإِنِ انتَهَوْا فَإِنَّ اللَّهَ بِمَا يَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 39

En bestrijd hen totdat er geen Fitnah meer is en de gehele godsdienst aan Allah toebehoort. Maar als zij ophouden, voorwaar, Allah is dan Alziend over wat zij doen.

وَإِن تَوَلَّوْا فَاعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ مَوْلَاكُمْ ۚ نِعْمَ الْمَوْلَىٰ وَنِعْمَ النَّصِيرُ 40

En als zij zich afwenden, weet dan dat Allah jullie Beschermer is. (Hij is) een Voortreffelijke Beschermer en een Voortreffelijke Helper.

وَاعْلَمُوا أَنَّمَا غَنِمْتُم مِّن شَيْءٍ فَأَنَّ لِلَّهِ خُمُسَهُ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِي الْقُرْبَىٰ وَالْيَتَامَىٰ وَالْمَسَاكِينِ وَابْنِ السَّبِيلِ إِن كُنتُمْ آمَنتُم بِاللَّهِ وَمَا أَنزَلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا يَوْمَ الْفُرْقَانِ يَوْمَ الْتَقَى الْجَمْعَانِ ۗ وَاللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 41

En weet dat wat jullie ook van de oorlogsbuit verkrijgen, één vijfde deel daarvan is voor Allah en de Boodschapper, voor de verwanten (van de Boodschapper), voor de wezen, voor de behoeftigen en voor de reiziger, als jullie in Allah geloven en in dat wat Wij aan Onze dienaar (Mohammed) hebben neergezonden op de dag van het onderscheid (d.w.z. op de dag waarop de slag van Badr plaatsvond), op de dag waarop de twee groepen elkaar ontmoetten. En Allah is tot alles in staat.

إِذْ أَنتُم بِالْعُدْوَةِ الدُّنْيَا وَهُم بِالْعُدْوَةِ الْقُصْوَىٰ وَالرَّكْبُ أَسْفَلَ مِنكُمْ ۚ وَلَوْ تَوَاعَدتُّمْ لَاخْتَلَفْتُمْ فِي الْمِيعَادِ ۙ وَلَٰكِن لِّيَقْضِيَ اللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا لِّيَهْلِكَ مَنْ هَلَكَ عَن بَيِّنَةٍ وَيَحْيَىٰ مَنْ حَيَّ عَن بَيِّنَةٍ ۗ وَإِنَّ اللَّهَ لَسَمِيعٌ عَلِيمٌ 42

(En gedenk) toen jullie (d.w.z. het moslimleger) je aan de nabijgelegen kant van de vallei bevonden en zij aan de verafgelegen kant en de karavaan zich onder jullie bevond. En (zelfs) als jullie een afspraak hadden gemaakt (om elkaar te treffen), (dan nog) zouden jullie zeker over de afspraak (van mening) hebben verschild. Maar (jullie troffen elkaar) zodat Allah een zaak zou volbrengen die reeds ten uitvoer zou worden gebracht, opdat degenen die vernietigd dienden te worden (vanwege het verwerpen van het geloof) vernietigd zouden worden, na een duidelijk bewijs. En degenen die in leven moesten blijven (d.w.z. de gelovigen), zouden blijven leven na een duidelijk bewijs. En voorwaar, Allah is zeker Alhorend, Alwetend.

إِذْ يُرِيكَهُمُ اللَّهُ فِي مَنَامِكَ قَلِيلًا ۖ وَلَوْ أَرَاكَهُمْ كَثِيرًا لَّفَشِلْتُمْ وَلَتَنَازَعْتُمْ فِي الْأَمْرِ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ سَلَّمَ ۗ إِنَّهُ عَلِيمٌ بِذَاتِ الصُّدُورِ 43

(En gedenk) toen Allah hen in jouw dromen als een klein aantal aan jou (o Mohammed) liet zien. En als Hij hen als een groot aantal had laten zien, dan zouden jullie zeker zijn afgezwakt en dan zouden jullie zeker over de zaak hebben geredetwist, maar Allah heeft (jullie) gered. Voorwaar, Hij is op de hoogte van wat er zich in de borsten (d.w.z. in julliezelf) voordoet.

وَإِذْ يُرِيكُمُوهُمْ إِذِ الْتَقَيْتُمْ فِي أَعْيُنِكُمْ قَلِيلًا وَيُقَلِّلُكُمْ فِي أَعْيُنِهِمْ لِيَقْضِيَ اللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا ۗ وَإِلَى اللَّهِ تُرْجَعُ الْأُمُورُ 44

En (gedenk) toen Hij hen aan jullie toonde. Toen jullie hen ontmoetten, (deed Hij hen) in jullie ogen als een klein aantal (voorkomen) en Hij deed jullie in hun ogen als een klein aantal voorkomen, zodat Allah een zaak zou volbrengen die reeds ten uitvoer zou worden gebracht. En tot Allah keren (alle) zaken terug.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا لَقِيتُمْ فِئَةً فَاثْبُتُوا وَاذْكُرُوا اللَّهَ كَثِيرًا لَّعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ 45

O jullie die geloven, wanneer jullie een groep (d.w.z. een legereenheid) ontmoeten, wees dan standvastig en gedenk Allah veelvuldig, opdat jullie succesvol zullen zijn.

وَأَطِيعُوا اللَّهَ وَرَسُولَهُ وَلَا تَنَازَعُوا فَتَفْشَلُوا وَتَذْهَبَ رِيحُكُمْ ۖ وَاصْبِرُوا ۚ إِنَّ اللَّهَ مَعَ الصَّابِرِينَ 46

En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en redetwist niet (met elkaar), zodat jullie niet verzwakken en jullie kracht niet zal worden weggenomen, en wees geduldig. Waarlijk, Allah is met de geduldigen.

وَلَا تَكُونُوا كَالَّذِينَ خَرَجُوا مِن دِيَارِهِم بَطَرًا وَرِئَاءَ النَّاسِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ اللَّهِ ۚ وَاللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطٌ 47

En wees niet zoals degenen die hoogmoedig uit hun huizen zijn vertrokken om door de mensen gezien te worden en die (anderen) van de Weg van Allah afhouden. En Allah omvat (met Zijn Kennis) wat zij doen.

وَإِذْ زَيَّنَ لَهُمُ الشَّيْطَانُ أَعْمَالَهُمْ وَقَالَ لَا غَالِبَ لَكُمُ الْيَوْمَ مِنَ النَّاسِ وَإِنِّي جَارٌ لَّكُمْ ۖ فَلَمَّا تَرَاءَتِ الْفِئَتَانِ نَكَصَ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ وَقَالَ إِنِّي بَرِيءٌ مِّنكُمْ إِنِّي أَرَىٰ مَا لَا تَرَوْنَ إِنِّي أَخَافُ اللَّهَ ۚ وَاللَّهُ شَدِيدُ الْعِقَابِ 48

En (gedenk) toen de satan hun daden schoonschijnend voor hen had gemaakt, en zei: “Niemand van de mensen kan jullie op deze dag (d.w.z. op de dag waarop de slag van Badr plaatsvond) verslaan. En waarlijk, ik ben een naaste van jullie.” Maar toen de twee groepen tegenover elkaar stonden, keerde hij zich op zijn hielen terug (d.w.z. dat hij op de vlucht sloeg) en zei: “Waarlijk, ik distantieer mij van jullie. Waarlijk, ik zie wat jullie niet zien. Waarlijk, ik vrees Allah. En Allah is Hard in de bestraffing.”

إِذْ يَقُولُ الْمُنَافِقُونَ وَالَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٌ غَرَّ هَٰؤُلَاءِ دِينُهُمْ ۗ وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ فَإِنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 49

Toen de hypocrieten en degenen die een ziekte in hun harten hebben, zeiden: “Zij (d.w.z. de moslims) zijn misleid door hun godsdienst.” Maar wie zijn vertrouwen in Allah stelt, waarlijk, Allah is dan Almachtig, Alwijs.

وَلَوْ تَرَىٰ إِذْ يَتَوَفَّى الَّذِينَ كَفَرُوا ۙ الْمَلَائِكَةُ يَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَأَدْبَارَهُمْ وَذُوقُوا عَذَابَ الْحَرِيقِ 50

En kon jij maar zien wanneer de Engelen de zielen van degenen die niet geloven wegnemen. Zij slaan op hun gezichten en op hun ruggen en (zeggen): “Proef de brandende Bestraffing.

ذَٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيكُمْ وَأَنَّ اللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّامٍ لِّلْعَبِيدِ 51

Dat is vanwege dat wat jullie handen hebben voortgebracht. En voorwaar, Allah is niet onrechtvaardig tegenover de dienaren.”

كَدَأْبِ آلِ فِرْعَوْنَ ۙ وَالَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ فَأَخَذَهُمُ اللَّهُ بِذُنُوبِهِمْ ۗ إِنَّ اللَّهَ قَوِيٌّ شَدِيدُ الْعِقَابِ 52

Evenals de handelwijze van de volgelingen van de farao en van degenen vóór hen. Zij geloofden niet in de Tekenen van Allah, dus greep Allah hen vanwege hun zonden. Voorwaar, Allah is Sterk, Hard in de bestraffing.

ذَٰلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا مَا بِأَنفُسِهِمْ ۙ وَأَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 53

Dat is omdat Allah nooit een gunst zal veranderen waarmee Hij een volk heeft begunstigd, totdat zij het (d.w.z. de gunst) zelf veranderen. En waarlijk, Allah is Alhorend, Alwetend.

كَدَأْبِ آلِ فِرْعَوْنَ ۙ وَالَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَذَّبُوا بِآيَاتِ رَبِّهِمْ فَأَهْلَكْنَاهُم بِذُنُوبِهِمْ وَأَغْرَقْنَا آلَ فِرْعَوْنَ ۚ وَكُلٌّ كَانُوا ظَالِمِينَ 54

Evenals de handelwijze van de volgelingen van de farao en van degenen vóór hen. Zij verloochenden de Tekenen van hun Heer, dus vernietigden Wij hen vanwege hun zonden. En Wij verdronken de volgelingen van de farao, en zij waren allemaal onrechtplegers.

إِنَّ شَرَّ الدَّوَابِّ عِندَ اللَّهِ الَّذِينَ كَفَرُوا فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ 55

Voorwaar, de slechtste schepsels bij Allah (die zich op aarde voortbewegen) zijn degenen die niet geloven, dus zullen zij niet geloven.

الَّذِينَ عَاهَدتَّ مِنْهُمْ ثُمَّ يَنقُضُونَ عَهْدَهُمْ فِي كُلِّ مَرَّةٍ وَهُمْ لَا يَتَّقُونَ 56

(Dat zijn) degenen onder hen met wie jij (o Mohammed) een verbond bent aangegaan, vervolgens verbreken zij elke keer hun verbond en zij vrezen (Allah) niet.

فَإِمَّا تَثْقَفَنَّهُمْ فِي الْحَرْبِ فَشَرِّدْ بِهِم مَّنْ خَلْفَهُمْ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ 57

Wanneer jij hen dan ontmoet in de oorlog, drijf hen dan van achter uiteen, opdat zij er lering uit zullen trekken.

وَإِمَّا تَخَافَنَّ مِن قَوْمٍ خِيَانَةً فَانبِذْ إِلَيْهِمْ عَلَىٰ سَوَاءٍ ۚ إِنَّ اللَّهَ لَا يُحِبُّ الْخَائِنِينَ 58

En als jij (o Mohammed) bedrog van een volk vreest, verbreek dan (het verbond) met hen op een gelijke wijze (zodat iedere groep weet wat haar te wachten staat). Voorwaar, Allah houdt niet van de bedriegers.

وَلَا يَحْسَبَنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا سَبَقُوا ۚ إِنَّهُمْ لَا يُعْجِزُونَ 59

En laat degenen die niet geloven niet denken dat zij een voorsprong hebben (op Allah). Voorwaar, zij zullen niet (aan de Bestraffing van Allah) kunnen ontsnappen.

وَأَعِدُّوا لَهُم مَّا اسْتَطَعْتُم مِّن قُوَّةٍ وَمِن رِّبَاطِ الْخَيْلِ تُرْهِبُونَ بِهِ عَدُوَّ اللَّهِ وَعَدُوَّكُمْ وَآخَرِينَ مِن دُونِهِمْ لَا تَعْلَمُونَهُمُ اللَّهُ يَعْلَمُهُمْ ۚ وَمَا تُنفِقُوا مِن شَيْءٍ فِي سَبِيلِ اللَّهِ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ 60

En bereid jullie voor op (de strijd met) hen met datgene waartoe jullie in staat zijn wat betreft macht en met de vastgebonden paarden, om hiermee de vijand van Allah en jullie vijand angst in te boezemen en (ook) anderen naast hen die jullie niet kennen, (maar) die Allah wel kent. En wat jullie ook van iets uitgeven op de Weg van Allah, jullie zullen ervoor worden beloond, en er zal jullie geen onrecht worden aangedaan.

وَإِن جَنَحُوا لِلسَّلْمِ فَاجْنَحْ لَهَا وَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ ۚ إِنَّهُ هُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ 61

En als zij naar vrede neigen, neig daar dan ook naar. En stel jouw vertrouwen in Allah. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.

وَإِن يُرِيدُوا أَن يَخْدَعُوكَ فَإِنَّ حَسْبَكَ اللَّهُ ۚ هُوَ الَّذِي أَيَّدَكَ بِنَصْرِهِ وَبِالْمُؤْمِنِينَ 62

En als zij jou willen bedriegen, waarlijk, dan is Allah Voldoende voor jou. Hij is Degene Die jou ondersteunde met Zijn Hulp en met de gelovigen.

وَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ ۚ لَوْ أَنفَقْتَ مَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا مَّا أَلَّفْتَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ وَلَٰكِنَّ اللَّهَ أَلَّفَ بَيْنَهُمْ ۚ إِنَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 63

En Hij bracht hun harten nader tot elkaar. Al had jij alles wat zich op de aarde bevindt uitgegeven, dan (nog) had jij hun harten niet nader tot elkaar kunnen brengen. Maar Allah heeft hen nader tot elkaar gebracht. Waarlijk, Hij is Almachtig, Alwijs.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ حَسْبُكَ اللَّهُ وَمَنِ اتَّبَعَكَ مِنَ الْمُؤْمِنِينَ 64

O Profeet (Mohammed), Allah is Voldoende voor jou en voor de gelovigen die jou volgen.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ حَرِّضِ الْمُؤْمِنِينَ عَلَى الْقِتَالِ ۚ إِن يَكُن مِّنكُمْ عِشْرُونَ صَابِرُونَ يَغْلِبُوا مِائَتَيْنِ ۚ وَإِن يَكُن مِّنكُم مِّائَةٌ يَغْلِبُوا أَلْفًا مِّنَ الَّذِينَ كَفَرُوا بِأَنَّهُمْ قَوْمٌ لَّا يَفْقَهُونَ 65

O Profeet (Mohammed), moedig de gelovigen aan tot de strijd. Als er zich twintig geduldigen onder jullie bevinden, dan zullen zij er tweehonderd overwinnen. En als er zich honderd onder jullie bevinden, dan zullen zij er duizend van degenen die niet geloven overwinnen, omdat zij (d.w.z. de ongelovigen) waarlijk, een volk zijn dat niet begrijpt.

الْآنَ خَفَّفَ اللَّهُ عَنكُمْ وَعَلِمَ أَنَّ فِيكُمْ ضَعْفًا ۚ فَإِن يَكُن مِّنكُم مِّائَةٌ صَابِرَةٌ يَغْلِبُوا مِائَتَيْنِ ۚ وَإِن يَكُن مِّنكُمْ أَلْفٌ يَغْلِبُوا أَلْفَيْنِ بِإِذْنِ اللَّهِ ۗ وَاللَّهُ مَعَ الصَّابِرِينَ 66

Nu heeft Allah voor jullie (de taak) verlicht, en Hij weet dat er zwakheid in jullie is. Als er zich daarom (nu) honderd geduldigen onder jullie bevinden, dan zullen zij er tweehonderd overwinnen. En als er zich duizend onder jullie bevinden, dan zullen zij er tweeduizend overwinnen met de Toestemming van Allah. En Allah is met de geduldigen.

مَا كَانَ لِنَبِيٍّ أَن يَكُونَ لَهُ أَسْرَىٰ حَتَّىٰ يُثْخِنَ فِي الْأَرْضِ ۚ تُرِيدُونَ عَرَضَ الدُّنْيَا وَاللَّهُ يُرِيدُ الْآخِرَةَ ۗ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ 67

Het schikt een Profeet niet om krijgsgevangenen te hebben, totdat hij (duidelijk) zijn kracht op aarde heeft gevestigd (door zijn vijanden te doden). Jullie willen de genietingen van deze wereld, maar Allah wil (voor jullie) het Hiernamaals. En Allah is Almachtig, Alwijs.

لَّوْلَا كِتَابٌ مِّنَ اللَّهِ سَبَقَ لَمَسَّكُمْ فِيمَا أَخَذْتُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ 68

Als het niet vanwege een eerdere Beschikking van Allah was geweest, dan zouden jullie zeker door een geweldige bestraffing getroffen worden, vanwege dat wat jullie namen.

فَكُلُوا مِمَّا غَنِمْتُمْ حَلَالًا طَيِّبًا ۚ وَاتَّقُوا اللَّهَ ۚ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 69

Eet dus van datgene wat jullie van de oorlogsbuit hebben verkregen, (dit is) toegestaan en goed. En vrees Allah. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ قُل لِّمَن فِي أَيْدِيكُم مِّنَ الْأَسْرَىٰ إِن يَعْلَمِ اللَّهُ فِي قُلُوبِكُمْ خَيْرًا يُؤْتِكُمْ خَيْرًا مِّمَّا أُخِذَ مِنكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ۗ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 70

O Profeet (Mohammed), zeg tegen de krijgsgevangenen die zich in jullie handen bevinden: “Als Allah weet dat er zich iets goeds in jullie harten bevindt, dan zal Hij jullie iets beters geven dan dat wat van jullie is afgenomen en Hij zal jullie vergeven. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.”

وَإِن يُرِيدُوا خِيَانَتَكَ فَقَدْ خَانُوا اللَّهَ مِن قَبْلُ فَأَمْكَنَ مِنْهُمْ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ 71

En als zij jou willen bedriegen (o Mohammed), voorzeker, zij hebben Allah voorheen ook bedrogen (door hun ongeloof), daarom gaf Hij (jou) de macht over hen. En Allah is Alwetend, Alwijs.

إِنَّ الَّذِينَ آمَنُوا وَهَاجَرُوا وَجَاهَدُوا بِأَمْوَالِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَالَّذِينَ آوَوا وَّنَصَرُوا أُولَٰئِكَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَاءُ بَعْضٍ ۚ وَالَّذِينَ آمَنُوا وَلَمْ يُهَاجِرُوا مَا لَكُم مِّن وَلَايَتِهِم مِّن شَيْءٍ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا ۚ وَإِنِ اسْتَنصَرُوكُمْ فِي الدِّينِ فَعَلَيْكُمُ النَّصْرُ إِلَّا عَلَىٰ قَوْمٍ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَاقٌ ۗ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ 72

Voorwaar, degenen die geloofden, emigreerden, en die met hun bezittingen en levens op de Weg van Allah streden en degenen die hun een schuilplaats gaven en hulp boden, zij zijn degenen die elkaars helpers zijn. En (wat betreft) degenen die geloven en die niet geëmigreerd zijn, op jou (o Mohammed) rust geen enkele plicht om hun hulp te bieden, totdat zij emigreren. Maar als zij jullie om hulp vragen in de godsdienst, dan rust op jullie de plicht om hen te helpen, behalve tegen een volk met wie jullie een wederzijds verbond hebben. En Allah is Alziend over wat jullie doen.

وَالَّذِينَ كَفَرُوا بَعْضُهُمْ أَوْلِيَاءُ بَعْضٍ ۚ إِلَّا تَفْعَلُوهُ تَكُن فِتْنَةٌ فِي الْأَرْضِ وَفَسَادٌ كَبِيرٌ 73

En degenen die niet geloven, zijn elkaars helpers. Als jullie dit niet doen (d.w.z. elkaar hulp bieden), dan zal er Fitnah en een groot verderf op de aarde zijn.

وَالَّذِينَ آمَنُوا وَهَاجَرُوا وَجَاهَدُوا فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَالَّذِينَ آوَوا وَّنَصَرُوا أُولَٰئِكَ هُمُ الْمُؤْمِنُونَ حَقًّا ۚ لَّهُم مَّغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ 74

En degenen die geloofden, emigreerden, en op de Weg van Allah streden en degenen die hun een schuilplaats gaven en hulp boden, zij zijn degenen die de ware gelovigen zijn. Voor hen is er Vergiffenis en een edele Voorziening.

وَالَّذِينَ آمَنُوا مِن بَعْدُ وَهَاجَرُوا وَجَاهَدُوا مَعَكُمْ فَأُولَٰئِكَ مِنكُمْ ۚ وَأُولُو الْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍ فِي كِتَابِ اللَّهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 75

En degenen die daarna geloofden en die geëmigreerd zijn en die samen met jullie hebben gestreden (op de Weg van Allah), zij behoren tot jullie. Maar de bloedverwanten hebben (wat betreft de erfenis) meer recht op elkaar zoals (geschreven) staat in het Boek van Allah. Waarlijk, Allah is op de hoogte van alles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close