Home Soera Soera 77 – Al-Mursalat – De Afgezanten, de Uitgezonden Winden – المرسلت

Soera 77 – Al-Mursalat – De Afgezanten, de Uitgezonden Winden – المرسلت

1769
0
NODIG ANDEREN OOK UIT OM DE KORAN TE LEZEN EN VERDIEN HASANAAT:
bismillah-ir-rahman-ir-rahim

وَالْمُرْسَلَاتِ عُرْفًا1

Bij de achtereenvolgens losgelatenen!

فَالْعَاصِفَاتِ عَصْفًا2

En de er op los stormenden!

وَالنَّاشِرَاتِ نَشْرًا3

En de wijd verspreidenden!

فَالْفَارِقَاتِ فَرْقًا4

En de duidelijk onderscheidenden!

فَالْمُلْقِيَاتِ ذِكْرًا5

En de vermaning brengenden,

عُذْرًا أَوْ نُذْرًا6

ter verontschuldiging of ter waarschuwing!

إِنَّمَا تُوعَدُونَ لَوَاقِعٌ7

Wat jullie is aangezegd gebeurt.

فَإِذَا النُّجُومُ طُمِسَتْ8

Wanneer dan de sterren worden uitgewist.

وَإِذَا السَّمَاءُ فُرِجَتْ9

En wanneer de hemel wordt gesplitst.

وَإِذَا الْجِبَالُ نُسِفَتْ10

En wanneer de bergen worden verstrooid.

وَإِذَا الرُّسُلُ أُقِّتَتْ11

En wanneer voor de gezanten de tijd is bepaald,

لِأَيِّ يَوْمٍ أُجِّلَتْ12

voor welke dag de termijn is vastgesteld,

لِيَوْمِ الْفَصْلِ13

voor de dag van de schifting.

وَمَا أَدْرَاكَ مَا يَوْمُ الْفَصْلِ14

En hoe zul jij te weten komen wat de dag van de schifting is?

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ15

Wee op die dag de loochenaars!

أَلَمْ نُهْلِكِ الْأَوَّلِينَ16

Hebben Wij hen die er eertijds waren niet vernietigd?

ثُمَّ نُتْبِعُهُمُ الْآخِرِينَ17

Maar dan laten Wij de lateren hen volgen.

كَذَٰلِكَ نَفْعَلُ بِالْمُجْرِمِينَ18

Zo doen Wij met de boosdoeners.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ19

Wee op die dag de loochenaars!

أَلَمْ نَخْلُقكُّم مِّن مَّاءٍ مَّهِينٍ20

Hebben Wij uit verachtelijk water niet jullie geschapen,

فَجَعَلْنَاهُ فِي قَرَارٍ مَّكِينٍ21

die Wij toen in een solide verblijfplaats legden,

إِلَىٰ قَدَرٍ مَّعْلُومٍ22

tot een vastgestelde duur?

فَقَدَرْنَا فَنِعْمَ الْقَادِرُونَ23

Wij hebben die bepaald en een voortreffelijke bepaler zijn Wij.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ24

Wee op die dag de loochenaars!

أَلَمْ نَجْعَلِ الْأَرْضَ كِفَاتًا25

Hebben Wij de aarde niet gemaakt voor het opnemen

أَحْيَاءً وَأَمْوَاتًا26

van levenden en doden?

وَجَعَلْنَا فِيهَا رَوَاسِيَ شَامِخَاتٍ وَأَسْقَيْنَاكُم مَّاءً فُرَاتًا27

En Wij hebben stevige hoog uitstekende bergen op haar gemaakt en jullie fris water te drinken gegeven.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ28

Wee op die dag de loochenaars!

انطَلِقُوا إِلَىٰ مَا كُنتُم بِهِ تُكَذِّبُونَ29

“Gaat op weg naar wat jullie altijd loochenden.

انطَلِقُوا إِلَىٰ ظِلٍّ ذِي ثَلَاثِ شُعَبٍ30

Gaat op weg naar een schaduw van drie takken,

لَّا ظَلِيلٍ وَلَا يُغْنِي مِنَ اللَّهَبِ31

die geen schaduw geeft en die niet tegen de vuurgloed helpt.”

إِنَّهَا تَرْمِي بِشَرَرٍ كَالْقَصْرِ32

Hij schiet vonken torenhoog,

كَأَنَّهُ جِمَالَتٌ صُفْرٌ33

alsof het gele kamelen waren.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ34

Wee op die dag de loochenaars!

هَٰذَا يَوْمُ لَا يَنطِقُونَ35

Dit is de dag waarop zij niet spreken.

وَلَا يُؤْذَنُ لَهُمْ فَيَعْتَذِرُونَ36

En het wordt hun niet toegestaan zich te verontschuldigen.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ37

Wee op die dag de loochenaars!

هَٰذَا يَوْمُ الْفَصْلِ ۖ جَمَعْنَاكُمْ وَالْأَوَّلِينَ38

“Dit is de dag van de schifting waarop wij jullie en hen die er eertijds waren bijeenbrengen.

فَإِن كَانَ لَكُمْ كَيْدٌ فَكِيدُونِ39

En als jullie nog een list hebben, gebruikt die dan tegen Mij.”

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ40

Wee op die dag de loochenaars!

إِنَّ الْمُتَّقِينَ فِي ظِلَالٍ وَعُيُونٍ41

Maar de godvrezenden zijn in schaduwen en bij bronnen

وَفَوَاكِهَ مِمَّا يَشْتَهُونَ42

en bij vruchten die zij maar verlangen.

كُلُوا وَاشْرَبُوا هَنِيئًا بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ43

“Eet en drinkt met genoegen [als beloning] voor wat jullie gedaan hebben.”

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ44

Zo belonen Wij hen die goed doen.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ45

Wee op die dag de loochenaars!

كُلُوا وَتَمَتَّعُوا قَلِيلًا إِنَّكُم مُّجْرِمُونَ46

“Eet en geniet nog even, want jullie zijn boosdoeners.”

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ47

Wee op die dag de loochenaars!

وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ارْكَعُوا لَا يَرْكَعُونَ48

En wanneer tot hen gezegd wordt: “Buigt” dan kunnen zij niet buigen.

وَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ49

Wee op die dag de loochenaars!

فَبِأَيِّ حَدِيثٍ بَعْدَهُ يُؤْمِنُونَ50

Aan welk bericht zullen zij dan hierna nog geloven?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here