Home Soera Soera 76 – Al-Insan – De Mensheid – الإٍنسان

Soera 76 – Al-Insan – De Mensheid – الإٍنسان

2596
0
NODIG ANDEREN OOK UIT OM DE KORAN TE LEZEN EN VERDIEN HASANAAT:
bismillah-ir-rahman-ir-rahim

هَلْ أَتَىٰ عَلَى الْإِنسَانِ حِينٌ مِّنَ الدَّهْرِ لَمْ يَكُن شَيْئًا مَّذْكُورًا1

Is er niet een tijdsperiode geweest dat de mens niets noemenswaardig was?

إِنَّا خَلَقْنَا الْإِنسَانَ مِن نُّطْفَةٍ أَمْشَاجٍ نَّبْتَلِيهِ فَجَعَلْنَاهُ سَمِيعًا بَصِيرًا2

Wij hebben de mens uit een druppel geschapen, uit een mengsel om hem te toetsen. En Wij hebben hem horend en ziend gemaakt.

إِنَّا هَدَيْنَاهُ السَّبِيلَ إِمَّا شَاكِرًا وَإِمَّا كَفُورًا3

Wij hebben hem de goede weg gewezen, of hij nu dankbaar of ondankbaar is.

إِنَّا أَعْتَدْنَا لِلْكَافِرِينَ سَلَاسِلَ وَأَغْلَالًا وَسَعِيرًا4

Voor de ongelovigen hebben Wij kettingen, halsketenen en een vuurgloed klaargemaakt.

إِنَّ الْأَبْرَارَ يَشْرَبُونَ مِن كَأْسٍ كَانَ مِزَاجُهَا كَافُورًا5

Maar de vromen zullen drinken uit een beker die met kamfer is bijgemengd

عَيْنًا يَشْرَبُ بِهَا عِبَادُ اللَّهِ يُفَجِّرُونَهَا تَفْجِيرًا6

uit een bron waaruit Gods dienaren drinken en die zij rijkelijk uit de aarde laten ontspringen.

يُوفُونَ بِالنَّذْرِ وَيَخَافُونَ يَوْمًا كَانَ شَرُّهُ مُسْتَطِيرًا7

Zij vervullen hun geloften en zijn bang voor een dag waarvan het kwaad om zich heen grijpt.

وَيُطْعِمُونَ الطَّعَامَ عَلَىٰ حُبِّهِ مِسْكِينًا وَيَتِيمًا وَأَسِيرًا8

En zij geven, hoe lief zij het ook hebben, voedsel aan de behoeftigen, de wees en de gevangenen.

إِنَّمَا نُطْعِمُكُمْ لِوَجْهِ اللَّهِ لَا نُرِيدُ مِنكُمْ جَزَاءً وَلَا شُكُورًا9

“Wij geven jullie voedsel ter wille van God; Wij wensen van jullie geen loon of dank.

إِنَّا نَخَافُ مِن رَّبِّنَا يَوْمًا عَبُوسًا قَمْطَرِيرًا10

Wij vrezen van Onze Heer een angstaanjagende en vreeswekkende dag.”

فَوَقَاهُمُ اللَّهُ شَرَّ ذَٰلِكَ الْيَوْمِ وَلَقَّاهُمْ نَضْرَةً وَسُرُورًا11

Maar God beschermt hen voor het kwaad van die dag en maakt hen stralend en blij.

وَجَزَاهُم بِمَا صَبَرُوا جَنَّةً وَحَرِيرًا12

En Hij beloont hen, omdat zij geduldig hebben volhard, met een tuin en met zijde.

مُّتَّكِئِينَ فِيهَا عَلَى الْأَرَائِكِ ۖ لَا يَرَوْنَ فِيهَا شَمْسًا وَلَا زَمْهَرِيرًا13

Daarin liggen zij achterovergeleund op ligbanken terwijl zij er geen zon en geen kou zien.

وَدَانِيَةً عَلَيْهِمْ ظِلَالُهَا وَذُلِّلَتْ قُطُوفُهَا تَذْلِيلًا14

De schaduwen zullen er dichtbij zijn en de vruchten hangen er voor het grijpen.

وَيُطَافُ عَلَيْهِم بِآنِيَةٍ مِّن فِضَّةٍ وَأَكْوَابٍ كَانَتْ قَوَارِيرَا15

Een kelk van zilver wordt bij hen rondgegeven en bekers die van kristal zijn,

قَوَارِيرَ مِن فِضَّةٍ قَدَّرُوهَا تَقْدِيرًا16

van zilverwit kristal, die zij precies vol hebben geschonken.

وَيُسْقَوْنَ فِيهَا كَأْسًا كَانَ مِزَاجُهَا زَنجَبِيلًا17

En daar krijgen zij uit een beker te drinken waarin gember is bijgemengd,

عَيْنًا فِيهَا تُسَمَّىٰ سَلْسَبِيلًا18

uit een bron daar, die Salsabiel heet.

وَيَطُوفُ عَلَيْهِمْ وِلْدَانٌ مُّخَلَّدُونَ إِذَا رَأَيْتَهُمْ حَسِبْتَهُمْ لُؤْلُؤًا مَّنثُورًا19

En bij hen gaan altijd jong blijvende jongelingen rond. Wanneer jij hen ziet denk je dat zij rondgestrooide parels zijn.

وَإِذَا رَأَيْتَ ثَمَّ رَأَيْتَ نَعِيمًا وَمُلْكًا كَبِيرًا20

En wanneer jij het ziet dan zie jij gelukzaligheid en een grote heerschappij.

عَالِيَهُمْ ثِيَابُ سُندُسٍ خُضْرٌ وَإِسْتَبْرَقٌ ۖ وَحُلُّوا أَسَاوِرَ مِن فِضَّةٍ وَسَقَاهُمْ رَبُّهُمْ شَرَابًا طَهُورًا21

Zij hebben kleren van groene zijde en brokaat aangetrokken en dragen armbanden van zilver en hun Heer geeft hun zuivere drank te drinken.

إِنَّ هَٰذَا كَانَ لَكُمْ جَزَاءً وَكَانَ سَعْيُكُم مَّشْكُورًا22

“Dit is als beloning voor jullie en jullie worden bedankt voor wat jullie hebben nagestreefd.”

إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا عَلَيْكَ الْقُرْآنَ تَنزِيلًا23

Wij hebben de Koran werkelijk tot jou neergezonden.

فَاصْبِرْ لِحُكْمِ رَبِّكَ وَلَا تُطِعْ مِنْهُمْ آثِمًا أَوْ كَفُورًا24

Wacht dus geduldig het oordeel van jouw Heer af en gehoorzaam van hen geen zondaar of een ongelovige.

وَاذْكُرِ اسْمَ رَبِّكَ بُكْرَةً وَأَصِيلًا25

En gedenk de naam van jouw Heer \’s ochtends en \’s avonds.

وَمِنَ اللَّيْلِ فَاسْجُدْ لَهُ وَسَبِّحْهُ لَيْلًا طَوِيلًا26

En een deel van de nacht, buig je dan eerbiedig voor Hem neer en prijs Hem de nacht lang.

إِنَّ هَٰؤُلَاءِ يُحِبُّونَ الْعَاجِلَةَ وَيَذَرُونَ وَرَاءَهُمْ يَوْمًا ثَقِيلًا27

Dezen hier beminnen het snel voorbijgaande en veronachtzamen een zware dag.

نَّحْنُ خَلَقْنَاهُمْ وَشَدَدْنَا أَسْرَهُمْ ۖ وَإِذَا شِئْنَا بَدَّلْنَا أَمْثَالَهُمْ تَبْدِيلًا28

Wij hebben hen geschapen en hun kracht gegeven en wanneer Wij willen vervangen Wij hen door gelijksoortigen.

إِنَّ هَٰذِهِ تَذْكِرَةٌ ۖ فَمَن شَاءَ اتَّخَذَ إِلَىٰ رَبِّهِ سَبِيلًا29

Dit is een vermaning en wie wil slaat de weg naar zijn Heer in.

وَمَا تَشَاءُونَ إِلَّا أَن يَشَاءَ اللَّهُ ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا30

Maar jullie willen het slechts als God het wil. God is wetend en wijs.

يُدْخِلُ مَن يَشَاءُ فِي رَحْمَتِهِ ۚ وَالظَّالِمِينَ أَعَدَّ لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا31

Hij laat wie Hij wil in Zijn barmhartigheid binnengaan. En de onrechtplegers, voor hen heeft Hij een pijnlijke bestraffing klaargemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here