Home Soera Soera 63 – Al-Munafiqun – De Hypocrieten – المنافقون

Soera 63 – Al-Munafiqun – De Hypocrieten – المنافقون

1715
0
NODIG ANDEREN OOK UIT OM DE KORAN TE LEZEN EN VERDIEN HASANAAT:
bismillah-ir-rahman-ir-rahim

إِذَا جَاءَكَ الْمُنَافِقُونَ قَالُوا نَشْهَدُ إِنَّكَ لَرَسُولُ اللَّهِ ۗ وَاللَّهُ يَعْلَمُ إِنَّكَ لَرَسُولُهُ وَاللَّهُ يَشْهَدُ إِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَكَاذِبُونَ1

Wanneer de huichelaars tot jou komen zeggen zij: “Wij getuigen dat jij Gods gezant bent.” God weet dat jij inderdaad Gods gezant bent en God getuigt dat de huichelaars leugenaars zijn.

اتَّخَذُوا أَيْمَانَهُمْ جُنَّةً فَصَدُّوا عَن سَبِيلِ اللَّهِ ۚ إِنَّهُمْ سَاءَ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ2

Zij hebben hun eden als bescherming gebruikt en zo Gods weg versperd. Het is slecht wat zij aan het doen waren.

ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ آمَنُوا ثُمَّ كَفَرُوا فَطُبِعَ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ فَهُمْ لَا يَفْقَهُونَ3

Dat komt omdat zij geloofd hebben en toen ongelovig werden; hun harten zijn verzegeld, dus hebben zij geen begrip.

وَإِذَا رَأَيْتَهُمْ تُعْجِبُكَ أَجْسَامُهُمْ ۖ وَإِن يَقُولُوا تَسْمَعْ لِقَوْلِهِمْ ۖ كَأَنَّهُمْ خُشُبٌ مُّسَنَّدَةٌ ۖ يَحْسَبُونَ كُلَّ صَيْحَةٍ عَلَيْهِمْ ۚ هُمُ الْعَدُوُّ فَاحْذَرْهُمْ ۚ قَاتَلَهُمُ اللَّهُ ۖ أَنَّىٰ يُؤْفَكُونَ4

Maar wanneer jij hen ziet, bevallen jou hun lichamen en als zij spreken luister jij naar wat zij zeggen. Zij zijn als balken die gestut moeten worden. Zij denken dat elke schreeuw tegen hen gericht is. Zij zijn de vijand; wees voor hen op je hoede. God bestrijde hen, hoe kunnen zij zo afwijken!

وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ تَعَالَوْا يَسْتَغْفِرْ لَكُمْ رَسُولُ اللَّهِ لَوَّوْا رُءُوسَهُمْ وَرَأَيْتَهُمْ يَصُدُّونَ وَهُم مُّسْتَكْبِرُونَ5

En wanneer tot hen gezegd wordt: “Komt, dan zal Gods gezant voor jullie om vergeving vragen” dan wenden zij hun hoofden af en dan zie jij hen zich in hun hoogmoed afkeren.

سَوَاءٌ عَلَيْهِمْ أَسْتَغْفَرْتَ لَهُمْ أَمْ لَمْ تَسْتَغْفِرْ لَهُمْ لَن يَغْفِرَ اللَّهُ لَهُمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الْفَاسِقِينَ6

Voor hen maakt het niet uit of jij om vergeving voor hen vraagt of dat jij niet om vergeving voor hen vraagt, God zal hun niet vergeven; God wijst de verdorven mensen de goede richting niet.

هُمُ الَّذِينَ يَقُولُونَ لَا تُنفِقُوا عَلَىٰ مَنْ عِندَ رَسُولِ اللَّهِ حَتَّىٰ يَنفَضُّوا ۗ وَلِلَّهِ خَزَائِنُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَلَٰكِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَا يَفْقَهُونَ7

Zij zijn het die zeggen: “Geeft geen bijdragen aan wie er bij Gods gezant horen, voordat zij er vandoor gaan.” Echter, van God zijn de schatkamers van de hemelen en de aarde, maar de huichelaars hebben geen begrip.

يَقُولُونَ لَئِن رَّجَعْنَا إِلَى الْمَدِينَةِ لَيُخْرِجَنَّ الْأَعَزُّ مِنْهَا الْأَذَلَّ ۚ وَلِلَّهِ الْعِزَّةُ وَلِرَسُولِهِ وَلِلْمُؤْمِنِينَ وَلَٰكِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَا يَعْلَمُونَ8

Zij zeggen: “Als wij terugkeren naar Medina, dan zullen de machtigen de onderworpelingen eruit verdrijven.” Echter, van God is de macht en van Zijn gezant en de gelovigen, maar de huichelaars weten het niet.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تُلْهِكُمْ أَمْوَالُكُمْ وَلَا أَوْلَادُكُمْ عَن ذِكْرِ اللَّهِ ۚ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ9

Jullie die geloven! Jullie bezittingen en jullie kinderen moeten jullie er niet van afleiden God te gedenken. Wie dat doen, dat zijn dus de verliezers.

وَأَنفِقُوا مِن مَّا رَزَقْنَاكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِيَ أَحَدَكُمُ الْمَوْتُ فَيَقُولَ رَبِّ لَوْلَا أَخَّرْتَنِي إِلَىٰ أَجَلٍ قَرِيبٍ فَأَصَّدَّقَ وَأَكُن مِّنَ الصَّالِحِينَ10

En geeft bijdragen van wat Wij jullie voor jullie levensonderhoud gegeven hebben, voordat de dood tot een van jullie komt en hij dan moet zeggen: “Mijn Heer, had U mij niet nog een kort uitstel kunnen verlenen, dan zou ik nog aalmoezen kunnen geven en bij de rechtschapenen behoren.”

وَلَن يُؤَخِّرَ اللَّهُ نَفْسًا إِذَا جَاءَ أَجَلُهَا ۚ وَاللَّهُ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ11

Maar God zal niemand uitstel geven, wanneer zijn termijn is gekomen; God is welingelicht over wat jullie doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here