Soera 60 – Al-Mumtahinah – De Vrouw die ondervraagd werd – الممتحنة

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَتَّخِذُواْ عَدُوِّي وَعَدُوَّكُمۡ أَوۡلِيَآءَ تُلۡقُونَ إِلَيۡهِم بِٱلۡمَوَدَّةِ وَقَدۡ كَفَرُواْ بِمَا جَآءَكُم مِّنَ ٱلۡحَقِّ يُخۡرِجُونَ ٱلرَّسُولَ وَإِيَّاكُمۡ أَن تُؤۡمِنُواْ بِٱللَّهِ رَبِّكُمۡ إِن كُنتُمۡ خَرَجۡتُمۡ جِهَٰدٗا فِي سَبِيلِي وَٱبۡتِغَآءَ مَرۡضَاتِيۚ تُسِرُّونَ إِلَيۡهِم بِٱلۡمَوَدَّةِ وَأَنَا۠ أَعۡلَمُ بِمَآ أَخۡفَيۡتُمۡ وَمَآ أَعۡلَنتُمۡۚ وَمَن يَفۡعَلۡهُ مِنكُمۡ فَقَدۡ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ 1

O, jullie die geloven. Neem niet Mijn vijanden en" jullie vijanden tot vrienden, aan wie jullie genegenheid betonen. Zij geloofden niet in wat tot jullie is gekomen van de Waarheid. Zij hebben de Boodschapper en jullie verdreven, omdat jullie in Allah, jullie Heer geloven. Als jullie uittrekken, strijdend op Mijn weg, Mijn welbehagen zoekend, (neem dan niet de ongelovigen tot jullie vrienden). Jullie tonen in het geheim jullie vriendschap aan hen, maar Ik weet het beste wat jullie verborgen hielden en wat jullie openbaar maakten. En wie van jullie dit doet, waarlijk, die is afgedwaald van het rechte Pad.

إِن يَثۡقَفُوكُمۡ يَكُونُواْ لَكُمۡ أَعۡدَآءٗ وَيَبۡسُطُوٓاْ إِلَيۡكُمۡ أَيۡدِيَهُمۡ وَأَلۡسِنَتَهُم بِٱلسُّوٓءِ وَوَدُّواْ لَوۡ تَكۡفُرُونَ 2

Als zij de macht over jullie krijgen, dan zullen zij jullie als hun vijanden behandelen, en hun handen en hun tongen tegen jullie gebruiken in het kwaad en zij wensen dat jullie ongelovig zullen zijn.

لَن تَنفَعَكُمۡ أَرۡحَامُكُمۡ وَلَآ أَوۡلَٰدُكُمۡۚ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِ يَفۡصِلُ بَيۡنَكُمۡۚ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرٞ 3

Op de Dag der Opstanding zullen jullie kinderen noch jullie verwanten jullie van nut zijn. Hij zal over jullie oordelen. En Allah is Alziende over wat jullie doen.

قَدۡ كَانَتۡ لَكُمۡ أُسۡوَةٌ حَسَنَةٞ فِيٓ إِبۡرَٰهِيمَ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥٓ إِذۡ قَالُواْ لِقَوۡمِهِمۡ إِنَّا بُرَءَـٰٓؤُاْ مِنكُمۡ وَمِمَّا تَعۡبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ كَفَرۡنَا بِكُمۡ وَبَدَا بَيۡنَنَا وَبَيۡنَكُمُ ٱلۡعَدَٰوَةُ وَٱلۡبَغۡضَآءُ أَبَدًا حَتَّىٰ تُؤۡمِنُواْ بِٱللَّهِ وَحۡدَهُۥٓ إِلَّا قَوۡلَ إِبۡرَٰهِيمَ لِأَبِيهِ لَأَسۡتَغۡفِرَنَّ لَكَ وَمَآ أَمۡلِكُ لَكَ مِنَ ٱللَّهِ مِن شَيۡءٖۖ رَّبَّنَا عَلَيۡكَ تَوَكَّلۡنَا وَإِلَيۡكَ أَنَبۡنَا وَإِلَيۡكَ ٱلۡمَصِيرُ 4

Voorwaar, er was een uitmuntend voorbeeld voor jullie in Ibrahim en degenen die met hem waren, toen zij tegen hun volk zeiden: “Waarlijk, wij zijn niet verantwoordelijk voor jullie en voor wat jullie naast Allah aanbidden. Wij geloven jullie niet en er is tussen jullie en ons een vijandschap en haat ontstaan, voor altijd, tot jullie alleen in Allah geloven.” Behalve de uitspraak van Ibrahim tegen zijn vader: “Waarlijk, ik zal om vergeving voor u vragen, maar ik heb er voor u bij Allah niets over te zeggen.” (Zij zeiden:) “Onze Heer! In U (alleen) leggen wij ons vertrouwen en tot U (alleen) keren wij ons in berouw en tot U (alleen) is (onze) uiteindelijke terugkeer.

رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَةٗ لِّلَّذِينَ كَفَرُواْ وَٱغۡفِرۡ لَنَا رَبَّنَآۖ إِنَّكَ أَنتَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلۡحَكِيمُ 5

Onze Heer! Maak ons niet tot een beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons. Onze Heer! Waarlijk U bent de "Almachtige, de Alwijze.”

لَقَدۡ كَانَ لَكُمۡ فِيهِمۡ أُسۡوَةٌ حَسَنَةٞ لِّمَن كَانَ يَرۡجُواْ ٱللَّهَ وَٱلۡيَوۡمَ ٱلۡأٓخِرَۚ وَمَن يَتَوَلَّ فَإِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلۡغَنِيُّ ٱلۡحَمِيدُ 6

Zeker, er was voor jullie in hen een uitmuntend voorbeeld, voor degenen die zich op Allah verheugen en de Laatste Dag. Maar wie zich afkeert: waarlijk, Allah is de Behoefteloze, de Geprezene.

۞عَسَى ٱللَّهُ أَن يَجۡعَلَ بَيۡنَكُمۡ وَبَيۡنَ ٱلَّذِينَ عَادَيۡتُم مِّنۡهُم مَّوَدَّةٗۚ وَٱللَّهُ قَدِيرٞۚ وَٱللَّهُ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 7

Misschien sticht Allah vriendschap tussen jullie en degenen die jullie als jullie vijanden houden. En Allah heeft macht en is Vergevingsgezind, Genadevol.

لَّا يَنۡهَىٰكُمُ ٱللَّهُ عَنِ ٱلَّذِينَ لَمۡ يُقَٰتِلُوكُمۡ فِي ٱلدِّينِ وَلَمۡ يُخۡرِجُوكُم مِّن دِيَٰرِكُمۡ أَن تَبَرُّوهُمۡ وَتُقۡسِطُوٓاْ إِلَيۡهِمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلۡمُقۡسِطِينَ 8

Allah verbiedt jullie niet om met degenen die jullie niet bestrijden vanwege jullie godsdienst, en die jullie niet uit jullie huizen dreven, goed en rechtvaardig om te gaan. Waarlijk, Allah houdt van de rechtvaardigen.

إِنَّمَا يَنۡهَىٰكُمُ ٱللَّهُ عَنِ ٱلَّذِينَ قَٰتَلُوكُمۡ فِي ٱلدِّينِ وَأَخۡرَجُوكُم مِّن دِيَٰرِكُمۡ وَظَٰهَرُواْ عَلَىٰٓ إِخۡرَاجِكُمۡ أَن تَوَلَّوۡهُمۡۚ وَمَن يَتَوَلَّهُمۡ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ 9

Allah verbied jullie wel degenen te bevrienden die jullie vanwege de godsdienst bestreden en die jullie uit jullie huizen dreven, en die (anderen) hebben geholpen om jullie te verdrijven. En wie hen tot vriend neemt: dat zijn de onrechtvaardigen.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا جَآءَكُمُ ٱلۡمُؤۡمِنَٰتُ مُهَٰجِرَٰتٖ فَٱمۡتَحِنُوهُنَّۖ ٱللَّهُ أَعۡلَمُ بِإِيمَٰنِهِنَّۖ فَإِنۡ عَلِمۡتُمُوهُنَّ مُؤۡمِنَٰتٖ فَلَا تَرۡجِعُوهُنَّ إِلَى ٱلۡكُفَّارِۖ لَا هُنَّ حِلّٞ لَّهُمۡ وَلَا هُمۡ يَحِلُّونَ لَهُنَّۖ وَءَاتُوهُم مَّآ أَنفَقُواْۚ وَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكُمۡ أَن تَنكِحُوهُنَّ إِذَآ ءَاتَيۡتُمُوهُنَّ أُجُورَهُنَّۚ وَلَا تُمۡسِكُواْ بِعِصَمِ ٱلۡكَوَافِرِ وَسۡـَٔلُواْ مَآ أَنفَقۡتُمۡ وَلۡيَسۡـَٔلُواْ مَآ أَنفَقُواْۚ ذَٰلِكُمۡ حُكۡمُ ٱللَّهِ يَحۡكُمُ بَيۡنَكُمۡۖ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٞ 10

O, jullie die geloven! Als er gelovige vrouwen, als emigranten, tot jullie gekomen zijn, ondervraag hen dan. Allah kent hun geloof het beste. Als jullie dan zeker weten dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen. Zij zijn geen wettige (echtgenotes) voor de ongelovigen, noch zijn de ongelovigen wettige (echtgenoten) voor hen. Maar geeft de ongelovige mannen (het geldbedrag) wat zij uitgegeven hebben (aan de bruidsschat). En is geen zonde voor jullie hun hun bruidschat geven om hen te huwen. En houdt niet vast aan de huwelijksbanden met ongelovige vrouwen. En vraag terug van wat jullie hebben uitgegeven (aan bruidsschat aan de ongelovige vrouwen) en laat hen (de ongelovige mannen) terugvragen wat zij hebben uitgegeven. Dat is het Oordeel van Allah. Hij oordeelt tussen jullie. En Allah is Alwetend, Alwijs.

وَإِن فَاتَكُمۡ شَيۡءٞ مِّنۡ أَزۡوَٰجِكُمۡ إِلَى ٱلۡكُفَّارِ فَعَاقَبۡتُمۡ فَـَٔاتُواْ ٱلَّذِينَ ذَهَبَتۡ أَزۡوَٰجُهُم مِّثۡلَ مَآ أَنفَقُواْۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِيٓ أَنتُم بِهِۦ مُؤۡمِنُونَ 11

En als een van jullie echtgenotes is weggelopen naar de ongelovigen, en jullie (de ongelovigen) vervolgens hebben gestraft, geef dan (van de oorlogsbuit) aan hen wiens vrouwen zijn weggelopen, het gelijkwaardige bedrag van wat zij uitgegeven hebben (aan bruidsschat). En vrees Allah, Degene in Wie jullie geloven.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ إِذَا جَآءَكَ ٱلۡمُؤۡمِنَٰتُ يُبَايِعۡنَكَ عَلَىٰٓ أَن لَّا يُشۡرِكۡنَ بِٱللَّهِ شَيۡـٔٗا وَلَا يَسۡرِقۡنَ وَلَا يَزۡنِينَ وَلَا يَقۡتُلۡنَ أَوۡلَٰدَهُنَّ وَلَا يَأۡتِينَ بِبُهۡتَٰنٖ يَفۡتَرِينَهُۥ بَيۡنَ أَيۡدِيهِنَّ وَأَرۡجُلِهِنَّ وَلَا يَعۡصِينَكَ فِي مَعۡرُوفٖ فَبَايِعۡهُنَّ وَٱسۡتَغۡفِرۡ لَهُنَّ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 12

O, Profeet! Als de gelovige vrouwen tot jou gekomen zijn om de belofte af te leggen dat zij niemand in de aanbidding met Allah zullen verenigen, dat zij niet zullen stelen, dat zij geen overspel zullen plegen, dat zij hun kinderen niet zullen doden, dat zij niet zullen lasteren, niet zullen liegen en jou niet in het goede ongehoorzaam zullen zijn, accepteer dan hun belofte en vraag Allah hen te vergeven. Waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَتَوَلَّوۡاْ قَوۡمًا غَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِمۡ قَدۡ يَئِسُواْ مِنَ ٱلۡأٓخِرَةِ كَمَا يَئِسَ ٱلۡكُفَّارُ مِنۡ أَصۡحَٰبِ ٱلۡقُبُورِ 13

O, jullie die geloven! Neem geen volk waarop Allah vertoornd is tot vrienden. Zeker, zij wanhopen aan het Hiernamaals zoals de ongelovigen wanhopen aan (de opwekking van) de bewoners van de graven.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close