Soera 58 – Al-Mujadilah – De Vrouw die pleitte – المجادلة

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

قَدۡ سَمِعَ ٱللَّهُ قَوۡلَ ٱلَّتِي تُجَٰدِلُكَ فِي زَوۡجِهَا وَتَشۡتَكِيٓ إِلَى ٱللَّهِ وَٱللَّهُ يَسۡمَعُ تَحَاوُرَكُمَآۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعُۢ بَصِيرٌ 1

Zeker, Allah heeft haar uitspraak gehoord, die redetwist met jou over haar echtgenoot en tot Allah klaagt. En Allah hoort jullie beide argumenten. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alziend.

ٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِنكُم مِّن نِّسَآئِهِم مَّا هُنَّ أُمَّهَٰتِهِمۡۖ إِنۡ أُمَّهَٰتُهُمۡ إِلَّا ٱلَّـٰٓـِٔي وَلَدۡنَهُمۡۚ وَإِنَّهُمۡ لَيَقُولُونَ مُنكَرٗا مِّنَ ٱلۡقَوۡلِ وَزُورٗاۚ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَعَفُوٌّ غَفُورٞ 2

Degenen" onder jullie die hun echtgenotes onwettig maken door tegen hen te zeggen: “Jullie zijn als de rug van mijn moeder,” deze zijn hun moeders niet, hun moeders zijn slechts degenen die hun gebaard hebben. En waarlijk, zij uiten een slecht woord en een leugen. En waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

وَٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِن نِّسَآئِهِمۡ ثُمَّ يَعُودُونَ لِمَا قَالُواْ فَتَحۡرِيرُ رَقَبَةٖ مِّن قَبۡلِ أَن يَتَمَآسَّاۚ ذَٰلِكُمۡ تُوعَظُونَ بِهِۦۚ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ 3

En degenen die hen (hun echtgenotes) onwettig hebben gemaakt en zich van hun uitspraken wensen te bevrijden: (de straf) in dat geval (is) het vrijlaten van een slaaf voordat zij elkaar aanraken. Dat is een vermaning voor jullie. En Allah is Zich welbewust van wat jullie doen.

فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ شَهۡرَيۡنِ مُتَتَابِعَيۡنِ مِن قَبۡلِ أَن يَتَمَآسَّاۖ فَمَن لَّمۡ يَسۡتَطِعۡ فَإِطۡعَامُ سِتِّينَ مِسۡكِينٗاۚ ذَٰلِكَ لِتُؤۡمِنُواْ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦۚ وَتِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِۗ وَلِلۡكَٰفِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٌ 4

En wie daartoe geen mogelijkheid vindt (het geld voor de bevrijding van een slaaf) moet twee opeenvolgende maanden vasten, voordat zij elkaar beiden aanraken. En degene die hiertoe niet in staat is, moet zestig armen voeden. Zodat jullie een volmaakt geloof in Allah en Zijn Boodschapper mogen hebben. Dit zijn de grenzen die door Allah zijn gesteld. En voor de ongelovigen is er een pijnlijke bestraffing.

إِنَّ ٱلَّذِينَ يُحَآدُّونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ كُبِتُواْ كَمَا كُبِتَ ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِهِمۡۚ وَقَدۡ أَنزَلۡنَآ ءَايَٰتِۭ بَيِّنَٰتٖۚ وَلِلۡكَٰفِرِينَ عَذَابٞ مُّهِينٞ 5

Waarlijk, degenen die zich tegen Allah en Zijn Boodschapper verzetten, zullen vernederd worden, zoals degenen vóór hen vernederd werden. En Wij hebben duidelijke Tekenen neergezonden. En voor de ongelovigen is er een vernederende bestraffing.

يَوۡمَ يَبۡعَثُهُمُ ٱللَّهُ جَمِيعٗا فَيُنَبِّئُهُم بِمَا عَمِلُوٓاْۚ أَحۡصَىٰهُ ٱللَّهُ وَنَسُوهُۚ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ شَهِيدٌ 6

(Gedenk) de Dag dat Allah hen allen zal laten herrijzen en hen zal vertellen wat zij gedaan hebben. Allah zal het nauwkeurig opsommen, terwijl zij het vergeten zijn. En Allah is getuige van alle zaken.

أَلَمۡ تَرَ أَنَّ ٱللَّهَ يَعۡلَمُ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِۖ مَا يَكُونُ مِن نَّجۡوَىٰ ثَلَٰثَةٍ إِلَّا هُوَ رَابِعُهُمۡ وَلَا خَمۡسَةٍ إِلَّا هُوَ سَادِسُهُمۡ وَلَآ أَدۡنَىٰ مِن ذَٰلِكَ وَلَآ أَكۡثَرَ إِلَّا هُوَ مَعَهُمۡ أَيۡنَ مَا كَانُواْۖ ثُمَّ يُنَبِّئُهُم بِمَا عَمِلُواْ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِۚ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٌ 7

Hebben jullie niet gezien dat Allah alles weet wat in de hemelen is en alles wat op aarde is? Er is geen geheime beraadslaging tussen drie mensen of Hij is hun vierde, en niet tussen vijf of Hij is hun zesde en niet minder of meer dan dat, of Hij is bij hen waar zij ook mogen zijn. En Hij zal hun op de Dag der Opstanding vertellen wat zij gedaan hebben. Waarlijk, Allah is Alwetend van alle zaken.

أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ نُهُواْ عَنِ ٱلنَّجۡوَىٰ ثُمَّ يَعُودُونَ لِمَا نُهُواْ عَنۡهُ وَيَتَنَٰجَوۡنَ بِٱلۡإِثۡمِ وَٱلۡعُدۡوَٰنِ وَمَعۡصِيَتِ ٱلرَّسُولِۖ وَإِذَا جَآءُوكَ حَيَّوۡكَ بِمَا لَمۡ يُحَيِّكَ بِهِ ٱللَّهُ وَيَقُولُونَ فِيٓ أَنفُسِهِمۡ لَوۡلَا يُعَذِّبُنَا ٱللَّهُ بِمَا نَقُولُۚ حَسۡبُهُمۡ جَهَنَّمُ يَصۡلَوۡنَهَاۖ فَبِئۡسَ ٱلۡمَصِيرُ 8

Hebben jullie niet degenen gezien voor wie het verboden was om geheime beraadslagingen te houden en daarna terugkeerden naar datgene wat hen verboden was? En zij voerden geheime gesprekken omwille van zonden, vijandigheid en opstand tegen de Boodschapper. En wanneer zij tot jou kwamen begroeten zij jou niet de woorden waarmee Allah jou begroet, en zij zeggen onder elkaar: “Waarom heeft Allah ons niet bestraft voor wat wij zeiden?” De Hel zal voor hen voldoende zijn, zij zullen daarin branden. En dat is de slechtste plaats van terugkeer.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا تَنَٰجَيۡتُمۡ فَلَا تَتَنَٰجَوۡاْ بِٱلۡإِثۡمِ وَٱلۡعُدۡوَٰنِ وَمَعۡصِيَتِ ٱلرَّسُولِ وَتَنَٰجَوۡاْ بِٱلۡبِرِّ وَٱلتَّقۡوَىٰۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِيٓ إِلَيۡهِ تُحۡشَرُونَ 9

O, jullie die geloven! Als jullie een geheime beraadslaging houden, doe het dan niet omwille van zonde, vijandigheid en opstand tegen de Boodschapper, maar beraadslaag over deugd en rechtvaardigheid en vrees Allah voor Wie jullie verzameld zullen worden.

إِنَّمَا ٱلنَّجۡوَىٰ مِنَ ٱلشَّيۡطَٰنِ لِيَحۡزُنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَلَيۡسَ بِضَآرِّهِمۡ شَيۡـًٔا إِلَّا بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ 10

Voorwaar, de (slechte) geheime gesprekken zijn afkomstig van de Satan, om degenen die gelovigen te bedroeven. Maar hij kan hen niet in het minst kwetsen, behalve als Allah het toestaat, en in Allah leggen de gelovigen hun vertrouwen.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا قِيلَ لَكُمۡ تَفَسَّحُواْ فِي ٱلۡمَجَٰلِسِ فَٱفۡسَحُواْ يَفۡسَحِ ٱللَّهُ لَكُمۡۖ وَإِذَا قِيلَ ٱنشُزُواْ فَٱنشُزُواْ يَرۡفَعِ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ مِنكُمۡ وَٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡعِلۡمَ دَرَجَٰتٖۚ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ 11

O, jullie die geloven! Als jullie gevraagd wordt om plaats te maken in de plaatsen van samenkomsten, maak dan ruimte. Allah zal jullie ruimte geven. En als jullie verteld wordt om op te staan, sta op. Allah zal degenen onder jullie die geloven en degenen die kennis is gegeven in rangen verheffen. En Allah is Zich welbewust van wat jullie doen.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا نَٰجَيۡتُمُ ٱلرَّسُولَ فَقَدِّمُواْ بَيۡنَ يَدَيۡ نَجۡوَىٰكُمۡ صَدَقَةٗۚ ذَٰلِكَ خَيۡرٞ لَّكُمۡ وَأَطۡهَرُۚ فَإِن لَّمۡ تَجِدُواْ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٌ 12

O, jullie die geloven! Wanneer jullie een persoonlijk gesprek met de Boodschapper willen voeren, geef dan "vόόr jullie gesprek iets uit aan liefdadigheid. Dat is beter voor jullie, en reiner. Maar als jullie de middelen daartoe niet vinden dan waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

ءَأَشۡفَقۡتُمۡ أَن تُقَدِّمُواْ بَيۡنَ يَدَيۡ نَجۡوَىٰكُمۡ صَدَقَٰتٖۚ فَإِذۡ لَمۡ تَفۡعَلُواْ وَتَابَ ٱللَّهُ عَلَيۡكُمۡ فَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُواْ ٱلزَّكَوٰةَ وَأَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥۚ وَٱللَّهُ خَبِيرُۢ بِمَا تَعۡمَلُونَ 13

Zijn jullie bang om liefdadigheid te geven voor jullie gesprek? Als jullie dat dan niet doen, dan vergeeft Allah jullie. Verricht dan volmaakte gebeden en geef zakaat en gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.

۞أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ تَوَلَّوۡاْ قَوۡمًا غَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِم مَّا هُم مِّنكُمۡ وَلَا مِنۡهُمۡ وَيَحۡلِفُونَ عَلَى ٱلۡكَذِبِ وَهُمۡ يَعۡلَمُونَ 14

Heb jij niet diegene gezien, die de mensen waarover de toorn van Allah is, tot vrienden nemen? Zij behoren niet tot jullie (moslims) of tot hen (Joden) en zij zweren bij een leugen terwijl zij het weten.

أَعَدَّ ٱللَّهُ لَهُمۡ عَذَابٗا شَدِيدًاۖ إِنَّهُمۡ سَآءَ مَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ 15

Allah heeft voor hen een zware bestraffing voorbereid. Slecht was het wat zij plachten te doen.

ٱتَّخَذُوٓاْ أَيۡمَٰنَهُمۡ جُنَّةٗ فَصَدُّواْ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ فَلَهُمۡ عَذَابٞ مُّهِينٞ 16

Zij hebben hun eden tot een hindernis gemaakt (zodat zij zich beschermden). Zo hinderen zij (de mensen) op het pad van Allah, dus zullen zij een vernederende bestraffing krijgen.

لَّن تُغۡنِيَ عَنۡهُمۡ أَمۡوَٰلُهُمۡ وَلَآ أَوۡلَٰدُهُم مِّنَ ٱللَّهِ شَيۡـًٔاۚ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 17

Hun kinderen en hun welvaart zullen hen niet van nut zijn tegen Allah. Zij zullen de bewoners van het Vuur zijn, om daarin voor altijd te verblijven.

يَوۡمَ يَبۡعَثُهُمُ ٱللَّهُ جَمِيعٗا فَيَحۡلِفُونَ لَهُۥ كَمَا يَحۡلِفُونَ لَكُمۡ وَيَحۡسَبُونَ أَنَّهُمۡ عَلَىٰ شَيۡءٍۚ أَلَآ إِنَّهُمۡ هُمُ ٱلۡكَٰذِبُونَ 18

Op de Dag waarop Allah hen allen zal doen herrijzen, zullen zij tot Hem zweren zoals zij tot jullie zweren. En zij denken dat zij iets hebben (dat hen baat). Waarlijk, zij zijn leugenaars.

ٱسۡتَحۡوَذَ عَلَيۡهِمُ ٱلشَّيۡطَٰنُ فَأَنسَىٰهُمۡ ذِكۡرَ ٱللَّهِۚ أُوْلَـٰٓئِكَ حِزۡبُ ٱلشَّيۡطَٰنِۚ أَلَآ إِنَّ حِزۡبَ ٱلشَّيۡطَٰنِ هُمُ ٱلۡخَٰسِرُونَ 19

Zij werden door Sjaitaan overweldigd (door hun gehoorzaamheid aan hem), waarop hij hen de gedenking aan Allah deed vergeten. Zij behoren tot de groep van Sjaitaan (en zijn dus zijn volgelingen). Waarlijk, (weet dat) de volgelingen van Sjaitaan de (grootste) verliezers zullen zijn!

إِنَّ ٱلَّذِينَ يُحَآدُّونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ أُوْلَـٰٓئِكَ فِي ٱلۡأَذَلِّينَ 20

Degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenstreven: zij zullen onder de laagsten zijn.

كَتَبَ ٱللَّهُ لَأَغۡلِبَنَّ أَنَا۠ وَرُسُلِيٓۚ إِنَّ ٱللَّهَ قَوِيٌّ عَزِيزٞ 21

Allah heeft bepaald: “Waarlijk! Ik en Mijn Boodschappers zullen de overwinnaars zijn” Waarlijk, Allah is Sterk en Almachtig.

لَّا تَجِدُ قَوۡمٗا يُؤۡمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِ يُوَآدُّونَ مَنۡ حَآدَّ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَوۡ كَانُوٓاْ ءَابَآءَهُمۡ أَوۡ أَبۡنَآءَهُمۡ أَوۡ إِخۡوَٰنَهُمۡ أَوۡ عَشِيرَتَهُمۡۚ أُوْلَـٰٓئِكَ كَتَبَ فِي قُلُوبِهِمُ ٱلۡإِيمَٰنَ وَأَيَّدَهُم بِرُوحٖ مِّنۡهُۖ وَيُدۡخِلُهُمۡ جَنَّـٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَاۚ رَضِيَ ٱللَّهُ عَنۡهُمۡ وَرَضُواْ عَنۡهُۚ أُوْلَـٰٓئِكَ حِزۡبُ ٱللَّهِۚ أَلَآ إِنَّ حِزۡبَ ٱللَّهِ هُمُ ٱلۡمُفۡلِحُونَ 22

Jij zal geen volk vinden dat in Allah en de Laatste Dag gelooft en vriendschap sluit met degenen die tegen Allah en Zijn Boodschapper zijn, zelfs als het hun vaders, zonen, broeders, of hun verwanten zijn. Voor zulken heeft Hij geloof in hun harten geschreven, en Hij versterkt hen met hulp van Hem. En Wij zullen hen naar de Tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen, om daarin (voor altijd) te verblijven. Allah is vergenoegd met hen en zij zijn vergenoegd met Hem. Zij zijn degenen die van de groep van Allah zijn. Waarlijk, het is de groep van Allah die zal slagen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close