Home Soera Soera 53 – An-Najm – De Sterren – النّجْم

Soera 53 – An-Najm – De Sterren – النّجْم

2130
0
NODIG ANDEREN OOK UIT OM DE KORAN TE LEZEN EN VERDIEN HASANAAT:
bismillah-ir-rahman-ir-rahim

وَالنَّجْمِ إِذَا هَوَىٰ1

Bij de ster, wanneer zij valt.

مَا ضَلَّ صَاحِبُكُمْ وَمَا غَوَىٰ2

Jullie medeburger dwaalt niet en heeft geen afwijking,

وَمَا يَنطِقُ عَنِ الْهَوَىٰ3

noch spreekt hij uit een bevlieging.

إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَىٰ4

Dit is niet anders dan een ingegeven openbaring.

عَلَّمَهُ شَدِيدُ الْقُوَىٰ5

Hem onderwees een grootmachtige

ذُو مِرَّةٍ فَاسْتَوَىٰ6

en scherpzinnige. Evenwichtig

وَهُوَ بِالْأُفُقِ الْأَعْلَىٰ7

stond hij hoog aan de horizon.

ثُمَّ دَنَا فَتَدَلَّىٰ8

Toen naderde hij, liet zich neder —

فَكَانَ قَابَ قَوْسَيْنِ أَوْ أَدْنَىٰ9

op twee booglengten afstand of nog nader —

فَأَوْحَىٰ إِلَىٰ عَبْدِهِ مَا أَوْحَىٰ10

en gaf Zijn dienaar die openbaring.

مَا كَذَبَ الْفُؤَادُ مَا رَأَىٰ11

Het hart loog niet over wat hij zag.

أَفَتُمَارُونَهُ عَلَىٰ مَا يَرَىٰ12

Zullen jullie hem dan betwisten wat hij ziet?

وَلَقَدْ رَآهُ نَزْلَةً أُخْرَىٰ13

Hij had hem reeds gezien bij een andere neerdaling,

عِندَ سِدْرَةِ الْمُنتَهَىٰ14

bij de lotusboom van de eindbestemming,

عِندَهَا جَنَّةُ الْمَأْوَىٰ15

bij de tuin van de [hemelse] verblijfplaats,

إِذْ يَغْشَى السِّدْرَةَ مَا يَغْشَىٰ16

toen de lotusboom verhuld werd met wat hem verhulde.

مَا زَاغَ الْبَصَرُ وَمَا طَغَىٰ17

Zijn blik week noch dwaalde:

لَقَدْ رَأَىٰ مِنْ آيَاتِ رَبِّهِ الْكُبْرَىٰ18

Hij had een van de grootste tekenen van zijn Heer gezien.

أَفَرَأَيْتُمُ اللَّاتَ وَالْعُزَّىٰ19

Hoe zien jullie dan al-Laat en al-\’Oezza,

وَمَنَاةَ الثَّالِثَةَ الْأُخْرَىٰ20

en Manaat, de derde, de andere?

أَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْأُنثَىٰ21

Zouden jullie dan de mannelijke [kinderen] hebben en Hij de vrouwelijke?

تِلْكَ إِذًا قِسْمَةٌ ضِيزَىٰ22

Dat zou dan een onrechtvaardige verdeling zijn.

إِنْ هِيَ إِلَّا أَسْمَاءٌ سَمَّيْتُمُوهَا أَنتُمْ وَآبَاؤُكُم مَّا أَنزَلَ اللَّهُ بِهَا مِن سُلْطَانٍ ۚ إِن يَتَّبِعُونَ إِلَّا الظَّنَّ وَمَا تَهْوَى الْأَنفُسُ ۖ وَلَقَدْ جَاءَهُم مِّن رَّبِّهِمُ الْهُدَىٰ23

Het zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen gegeven hebben en waarvoor God geen enkele machtiging had neergezonden. Jullie volgen slechts vermoedens en wat jullie zelf graag willen, hoewel van jullie Heer de leidraad is gekomen.

أَمْ لِلْإِنسَانِ مَا تَمَنَّىٰ24

Of krijgt de mens alles wat hij wenst?

فَلِلَّهِ الْآخِرَةُ وَالْأُولَىٰ25

Van God is het hiernamaals en het tegenwoordige bestaan!

وَكَم مِّن مَّلَكٍ فِي السَّمَاوَاتِ لَا تُغْنِي شَفَاعَتُهُمْ شَيْئًا إِلَّا مِن بَعْدِ أَن يَأْذَنَ اللَّهُ لِمَن يَشَاءُ وَيَرْضَىٰ26

En hoeveel engelen zijn er niet in de hemelen wier voorspraak niets baat, behalve nadat God toestemming geeft voor wie Hij het wil en goedvindt.

إِنَّ الَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِالْآخِرَةِ لَيُسَمُّونَ الْمَلَائِكَةَ تَسْمِيَةَ الْأُنثَىٰ27

Zij die niet in het hiernamaals geloven geven de engelen vrouwelijke namen.

وَمَا لَهُم بِهِ مِنْ عِلْمٍ ۖ إِن يَتَّبِعُونَ إِلَّا الظَّنَّ ۖ وَإِنَّ الظَّنَّ لَا يُغْنِي مِنَ الْحَقِّ شَيْئًا28

Zij hebben daarover geen kennis. Zij volgen slechts vermoedens en vermoedens baten niets tegen de waarheid.

فَأَعْرِضْ عَن مَّن تَوَلَّىٰ عَن ذِكْرِنَا وَلَمْ يُرِدْ إِلَّا الْحَيَاةَ الدُّنْيَا29

Wend je dan af van wie zich van Onze vermaning heeft afgekeerd en die slechts het tegenwoordige leven wenst.

ذَٰلِكَ مَبْلَغُهُم مِّنَ الْعِلْمِ ۚ إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِ وَهُوَ أَعْلَمُ بِمَنِ اهْتَدَىٰ30

Zover heeft hun kennis gereikt, maar jouw Heer kent wie van Zijn weg afdwaalt het best en Hij kent hem die het goede pad volgt het best.

وَلِلَّهِ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ لِيَجْزِيَ الَّذِينَ أَسَاءُوا بِمَا عَمِلُوا وَيَجْزِيَ الَّذِينَ أَحْسَنُوا بِالْحُسْنَى31

En van God is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is om aan hen die verkeerd doen te vergelden wat zij gedaan hebben en de allermooiste beloning te geven aan hen die goed doen,

الَّذِينَ يَجْتَنِبُونَ كَبَائِرَ الْإِثْمِ وَالْفَوَاحِشَ إِلَّا اللَّمَمَ ۚ إِنَّ رَبَّكَ وَاسِعُ الْمَغْفِرَةِ ۚ هُوَ أَعْلَمُ بِكُمْ إِذْ أَنشَأَكُم مِّنَ الْأَرْضِ وَإِذْ أَنتُمْ أَجِنَّةٌ فِي بُطُونِ أُمَّهَاتِكُمْ ۖ فَلَا تُزَكُّوا أَنفُسَكُمْ ۖ هُوَ أَعْلَمُ بِمَنِ اتَّقَىٰ32

die de grote zonden en gruwelijkheden vermijden, afgezien dan van kleine overtredingen; jouw Heer is alomvattend in Zijn vergeving. Hij kent jullie het best; toen Hij jullie uit de aarde liet ontstaan en toen jullie nog ongeboren in de buik van jullie moeders waren. Zeg dan niet van jullie zelf dat jullie gelouterd zijn; Hij weet het best wie godvrezend is.

أَفَرَأَيْتَ الَّذِي تَوَلَّىٰ33

Heb jij hem gezien die zich afkeert

وَأَعْطَىٰ قَلِيلًا وَأَكْدَىٰ34

en die een weinig geeft en dan niet meer?

أَعِندَهُ عِلْمُ الْغَيْبِ فَهُوَ يَرَىٰ35

Heeft hij de kennis van het onzichtbare, zodat hij het ziet?

أَمْ لَمْ يُنَبَّأْ بِمَا فِي صُحُفِ مُوسَىٰ36

Of is hem dan niet meegedeeld wat er staat in de bladen van Moesa

وَإِبْرَاهِيمَ الَّذِي وَفَّىٰ37

en Ibrahiem die [zijn plicht] vervulde?

أَلَّا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ38

Dat niemand belast is met de last van een ander.

وَأَن لَّيْسَ لِلْإِنسَانِ إِلَّا مَا سَعَىٰ39

Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd.

وَأَنَّ سَعْيَهُ سَوْفَ يُرَىٰ40

En dat wat hij heeft nagejaagd zichtbaar zal worden.

ثُمَّ يُجْزَاهُ الْجَزَاءَ الْأَوْفَىٰ41

Dat wordt hem dan volledig vergolden.

وَأَنَّ إِلَىٰ رَبِّكَ الْمُنتَهَىٰ42

En dat bij jouw Heer de eindbestemming is.

وَأَنَّهُ هُوَ أَضْحَكَ وَأَبْكَىٰ43

En dat Hij het is die laat lachen en die laat huilen.

وَأَنَّهُ هُوَ أَمَاتَ وَأَحْيَا44

En die laat sterven en die leven geeft.

وَأَنَّهُ خَلَقَ الزَّوْجَيْنِ الذَّكَرَ وَالْأُنثَىٰ45

En dat Hij de beide geslachten, het mannelijke en het vrouwelijke, geschapen heeft

مِن نُّطْفَةٍ إِذَا تُمْنَىٰ46

uit een druppel, wanneer die wordt uitgestort.

وَأَنَّ عَلَيْهِ النَّشْأَةَ الْأُخْرَىٰ47

En dat de laatste totstandkoming Zijn taak is.

وَأَنَّهُ هُوَ أَغْنَىٰ وَأَقْنَىٰ48

En dat Hij het is die rijk maakt en die vermogen geeft.

وَأَنَّهُ هُوَ رَبُّ الشِّعْرَىٰ49

En dat Hij de Heer van Sirius is.

وَأَنَّهُ أَهْلَكَ عَادًا الْأُولَىٰ50

En dat Hij de \’Aad van eertijds heeft vernietigd

وَثَمُودَ فَمَا أَبْقَىٰ51

en ook de Thamoed — en dat Hij toen niets overliet —

وَقَوْمَ نُوحٍ مِّن قَبْلُ ۖ إِنَّهُمْ كَانُوا هُمْ أَظْلَمَ وَأَطْغَىٰ52

en het volk van Noeh daarvoor al. Zij waren uiterst zondig en onbeschaamd.

وَالْمُؤْتَفِكَةَ أَهْوَىٰ53

En de ondersteboven gekeerde [stad] stortte Hij naar beneden.

فَغَشَّاهَا مَا غَشَّىٰ54

En die heeft Hij toen bedekt met de bedekking die Hij gaf.

فَبِأَيِّ آلَاءِ رَبِّكَ تَتَمَارَىٰ55

Welke weldaden van jouw Heer wil jij dan betwijfelen?

هَٰذَا نَذِيرٌ مِّنَ النُّذُرِ الْأُولَىٰ56

Dit is een waarschuwer als de eerdere waarschuwers.

أَزِفَتِ الْآزِفَةُ57

De aanstaande [opstanding] is nabij.

لَيْسَ لَهَا مِن دُونِ اللَّهِ كَاشِفَةٌ58

Niemand buiten God kan haar opheffen.

أَفَمِنْ هَٰذَا الْحَدِيثِ تَعْجَبُونَ59

Zijn jullie dan verbaasd over dit bericht?

وَتَضْحَكُونَ وَلَا تَبْكُونَ60

En lachen jullie en huilen jullie niet,

وَأَنتُمْ سَامِدُونَ61

afgeleid als jullie zijn?

فَاسْجُدُوا لِلَّهِ وَاعْبُدُوا ۩62

Buigt dan eerbiedig neer voor God en dient [Hem].”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here