Soera 5 – Al-Ma-idah – De Tafel – المآئدة

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَوۡفُواْ بِٱلۡعُقُودِۚ أُحِلَّتۡ لَكُم بَهِيمَةُ ٱلۡأَنۡعَٰمِ إِلَّا مَا يُتۡلَىٰ عَلَيۡكُمۡ غَيۡرَ مُحِلِّي ٱلصَّيۡدِ وَأَنتُمۡ حُرُمٌۗ إِنَّ ٱللَّهَ يَحۡكُمُ مَا يُرِيدُ 1

O, jullie die geloven! Kom jullie verplichtingen na. Wettig voor jullie zijn de dieren van het vee behalve wat (nu) wordt aangekondigd. Niet toegestaan is het jagen als jullie in gewijde staat zijn (tijdens de bedevaart). Waarlijk, Allah beveelt jullie wat Hij wil.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تُحِلُّواْ شَعَـٰٓئِرَ ٱللَّهِ وَلَا ٱلشَّهۡرَ ٱلۡحَرَامَ وَلَا ٱلۡهَدۡيَ وَلَا ٱلۡقَلَـٰٓئِدَ وَلَآ ءَآمِّينَ ٱلۡبَيۡتَ ٱلۡحَرَامَ يَبۡتَغُونَ فَضۡلٗا مِّن رَّبِّهِمۡ وَرِضۡوَٰنٗاۚ وَإِذَا حَلَلۡتُمۡ فَٱصۡطَادُواْۚ وَلَا يَجۡرِمَنَّكُمۡ شَنَـَٔانُ قَوۡمٍ أَن صَدُّوكُمۡ عَنِ ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِ أَن تَعۡتَدُواْۘ وَتَعَاوَنُواْ عَلَى ٱلۡبِرِّ وَٱلتَّقۡوَىٰۖ وَلَا تَعَاوَنُواْ عَلَى ٱلۡإِثۡمِ وَٱلۡعُدۡوَٰنِۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۖ إِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلۡعِقَابِ 2

O, jullie die geloven! Doe de heilige symbolen van Allah geen geweld aan, noch de heilige maand, noch de dieren die als offer gebracht worden en niet de halsomhangsels, noch de mensen die naar het Heilige Huis komen, om de overvloed en het genoegen van hun Heer te zoeken. Maar als jullie niet meer in de gewijde staat zijn, mogen jullie jagen, en laat niet de haat van sommige mensen je tegenhouden van de Masdjied al- Haram je naar overtreding leiden. Help elkaar in gehoorzaamheid en gehoorgeving (aan Allah en Zijn Boodschapper), maar help elkaar niet bij zonde en (grensoverschrijdend) onrecht. En vrees Allah, waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.

حُرِّمَتۡ عَلَيۡكُمُ ٱلۡمَيۡتَةُ وَٱلدَّمُ وَلَحۡمُ ٱلۡخِنزِيرِ وَمَآ أُهِلَّ لِغَيۡرِ ٱللَّهِ بِهِۦ وَٱلۡمُنۡخَنِقَةُ وَٱلۡمَوۡقُوذَةُ وَٱلۡمُتَرَدِّيَةُ وَٱلنَّطِيحَةُ وَمَآ أَكَلَ ٱلسَّبُعُ إِلَّا مَا ذَكَّيۡتُمۡ وَمَا ذُبِحَ عَلَى ٱلنُّصُبِ وَأَن تَسۡتَقۡسِمُواْ بِٱلۡأَزۡلَٰمِۚ ذَٰلِكُمۡ فِسۡقٌۗ ٱلۡيَوۡمَ يَئِسَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِن دِينِكُمۡ فَلَا تَخۡشَوۡهُمۡ وَٱخۡشَوۡنِۚ ٱلۡيَوۡمَ أَكۡمَلۡتُ لَكُمۡ دِينَكُمۡ وَأَتۡمَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ نِعۡمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ ٱلۡإِسۡلَٰمَ دِينٗاۚ فَمَنِ ٱضۡطُرَّ فِي مَخۡمَصَةٍ غَيۡرَ مُتَجَانِفٖ لِّإِثۡمٖ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 3

Verboden voor jullie zijn: het kadaver, het bloed en het vlees van het varken, en hetgeen waarover anders (dan de Naam) van Allah is uitgesproken, het gewurgde, het geslagene, het gevallene,het gestokene terwijl het geslacht werd, en dat waar de wilde dieren van gevreten hebben – tenzij jullie in staat zijn om het te slachten – en (verboden is) datgene wat op steenaltaren geofferd is en wat jullie met pijlen verloten. Dat is een zware zonde. Op deze dag hebben de ongelovigen alle hoop op jullie godsdienst opgegeven, vrees hen dus niet, maar vrees Mij. Vandaag heb Ik de godsdienst voor jullie voltooid en Mijn gunst voor jullie volmaakt en heb de Islam voor jullie als godsdienst gekozen. Maar voor hem die door erge honger gedreven is en die niet wil zondigen, Allah is dan de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

يَسۡـَٔلُونَكَ مَاذَآ أُحِلَّ لَهُمۡۖ قُلۡ أُحِلَّ لَكُمُ ٱلطَّيِّبَٰتُ وَمَا عَلَّمۡتُم مِّنَ ٱلۡجَوَارِحِ مُكَلِّبِينَ تُعَلِّمُونَهُنَّ مِمَّا عَلَّمَكُمُ ٱللَّهُۖ فَكُلُواْ مِمَّآ أَمۡسَكۡنَ عَلَيۡكُمۡ وَٱذۡكُرُواْ ٱسۡمَ ٱللَّهِ عَلَيۡهِۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلۡحِسَابِ 4

Zij vragen je wat wettig voor hen is. Zeg: “Wettig voor jullie zijn alle soorten halal voedsel, die Allah voor jullie wettig heeft gemaakt. En de roofdieren die jullie afgericht hebben zoals jachthonden; getraind en onderricht om (te vangen) op een manier die Allah jullie onderricht heeft, eet dus van wat zij voor jullie vangen, maar spreek de Naam van Allah daarover uit, en vrees Allah. Waarlijk, Allah is snel in de berekening.

ٱلۡيَوۡمَ أُحِلَّ لَكُمُ ٱلطَّيِّبَٰتُۖ وَطَعَامُ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ حِلّٞ لَّكُمۡ وَطَعَامُكُمۡ حِلّٞ لَّهُمۡۖ وَٱلۡمُحۡصَنَٰتُ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنَٰتِ وَٱلۡمُحۡصَنَٰتُ مِنَ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ مِن قَبۡلِكُمۡ إِذَآ ءَاتَيۡتُمُوهُنَّ أُجُورَهُنَّ مُحۡصِنِينَ غَيۡرَ مُسَٰفِحِينَ وَلَا مُتَّخِذِيٓ أَخۡدَانٖۗ وَمَن يَكۡفُرۡ بِٱلۡإِيمَٰنِ فَقَدۡ حَبِطَ عَمَلُهُۥ وَهُوَ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ مِنَ ٱلۡخَٰسِرِينَ 5

Op deze dag zijn alle goede (zaken) voor jullie toegestaan gemaakt. Het voedsel van de mensen van het Boek is jullie toegestaan en jullie voedsel is wettig voor hen. (Wettig om te huwen) zijn kuise vrouwen van de gelovigen en kuise vrouwen van degenen die het Boek is gegeven vόόr jullie tijd, als jullie hun hun voorgeschreven bruidsschat geven, kuisheid wensend en geen overspel plegend, noch heimelijk minnaressen nemend. En iedereen die ongelovig is aan de eenheid van Allah en in de andere geloofsbepalingen, diens werk is vruchteloos en in het Hiernamaals zal hij onder de verliezers zijn.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا قُمۡتُمۡ إِلَى ٱلصَّلَوٰةِ فَٱغۡسِلُواْ وُجُوهَكُمۡ وَأَيۡدِيَكُمۡ إِلَى ٱلۡمَرَافِقِ وَٱمۡسَحُواْ بِرُءُوسِكُمۡ وَأَرۡجُلَكُمۡ إِلَى ٱلۡكَعۡبَيۡنِۚ وَإِن كُنتُمۡ جُنُبٗا فَٱطَّهَّرُواْۚ وَإِن كُنتُم مَّرۡضَىٰٓ أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٍ أَوۡ جَآءَ أَحَدٞ مِّنكُم مِّنَ ٱلۡغَآئِطِ أَوۡ لَٰمَسۡتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَلَمۡ تَجِدُواْ مَآءٗ فَتَيَمَّمُواْ صَعِيدٗا طَيِّبٗا فَٱمۡسَحُواْ بِوُجُوهِكُمۡ وَأَيۡدِيكُم مِّنۡهُۚ مَا يُرِيدُ ٱللَّهُ لِيَجۡعَلَ عَلَيۡكُم مِّنۡ حَرَجٖ وَلَٰكِن يُرِيدُ لِيُطَهِّرَكُمۡ وَلِيُتِمَّ نِعۡمَتَهُۥ عَلَيۡكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ 6

O, jullie die geloven! Als jullie willen overgaan tot het gebed, was (dan eerst) jullie gezichten en jullie handen (en onderarmen) inclusief de ellebogen, wrijf (met natte handen) over jullie hoofden en (was) jullie voeten, inclusief de enkels. En als jullie in toestand van seksuele onreinheid zijn, reinig julliezelf dan (en doe ghoesl). Maar als jullie ziek zijn of op reis zijn, of als een van jullie van het toilet gekomen is, of als jullie (intiem) contact hebben gehad met (jullie) vrouwen en geen water (kunnen) vinden, reinig jullie dan met zuivere aarde en wrijf (daarmee) over jullie gezichten en jullie handen (inclusief de polsen). (Want) Allah wil het jullie (absoluut) niet moeilijk maken, maar Hij wil jullie reinigen (van onzuiverheden en zonden), en Zijn gunsten voor jullie vervolmaken (op basis van de islam), opdat jullie (hiervoor) dankbaar zullen zijn.

وَٱذۡكُرُواْ نِعۡمَةَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ وَمِيثَٰقَهُ ٱلَّذِي وَاثَقَكُم بِهِۦٓ إِذۡ قُلۡتُمۡ سَمِعۡنَا وَأَطَعۡنَاۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمُۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ 7

En gedenk Allah’s gunsten voor jullie en Zijn verbond wat Hij met jullie afgesloten heeft toen jullie zeiden: “Wij hoorden en wij gehoorzaamden.” Vrees Allah. Waarlijk, Allah is de Alwetende van de geheimen van (jullie) harten.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُونُواْ قَوَّـٰمِينَ لِلَّهِ شُهَدَآءَ بِٱلۡقِسۡطِۖ وَلَا يَجۡرِمَنَّكُمۡ شَنَـَٔانُ قَوۡمٍ عَلَىٰٓ أَلَّا تَعۡدِلُواْۚ ٱعۡدِلُواْ هُوَ أَقۡرَبُ لِلتَّقۡوَىٰۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ خَبِيرُۢ بِمَا تَعۡمَلُونَ 8

O, jullie die geloven! Wees standvastigen voor Allah als rechtvaardige getuigen. En laat de haat van een volk jullie er niet toe brengen niet dat rechtvaardig te wezen. Wees rechtvaardig (voor zowel vriend als vijand), want dat is het dichtst bij godsvrees. Vrees daarom Allah! Waarlijk, Allah weet wat jullie doen.

وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ لَهُم مَّغۡفِرَةٞ وَأَجۡرٌ عَظِيمٞ 9

Allah heeft degenen die geloven en goede daden verrichten beloofd dat er voor hen vergiffenis is en een grote beloning.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُواْ وَكَذَّبُواْ بِـَٔايَٰتِنَآ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلۡجَحِيمِ 10

Zij die ongelovig zijn en Onze Tekenen ontkennen, zijn degenen die de bewoners van het Hellevuur zullen zijn.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَتَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ إِذۡ هَمَّ قَوۡمٌ أَن يَبۡسُطُوٓاْ إِلَيۡكُمۡ أَيۡدِيَهُمۡ فَكَفَّ أَيۡدِيَهُمۡ عَنكُمۡۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ 11

O, jullie die geloven! Gedenk de gunsten van Allah voor jullie, toen sommige mensen (een plan) wensten te maken, om hun handen tegen jou uit te strekken, maar (Allah) weerhield hun handen. Vrees dus Allah. En laat de gelovigen in Allah hun vertrouwen leggen.

۞وَلَقَدۡ أَخَذَ ٱللَّهُ مِيثَٰقَ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ وَبَعَثۡنَا مِنۡهُمُ ٱثۡنَيۡ عَشَرَ نَقِيبٗاۖ وَقَالَ ٱللَّهُ إِنِّي مَعَكُمۡۖ لَئِنۡ أَقَمۡتُمُ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَيۡتُمُ ٱلزَّكَوٰةَ وَءَامَنتُم بِرُسُلِي وَعَزَّرۡتُمُوهُمۡ وَأَقۡرَضۡتُمُ ٱللَّهَ قَرۡضًا حَسَنٗا لَّأُكَفِّرَنَّ عَنكُمۡ سَيِّـَٔاتِكُمۡ وَلَأُدۡخِلَنَّكُمۡ جَنَّـٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُۚ فَمَن كَفَرَ بَعۡدَ ذَٰلِكَ مِنكُمۡ فَقَدۡ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ 12

Voorwaar, Allah heeft een verbond met de Kinderen van Israël gesloten. En onder hen hebben Wij twaalf leiders aangewezen. En Allah zei: “Ik ben bij jullie, als jullie de gebeden volmaakt verrichten en zakaat geven en in Mijn Boodschappers geloven, hen respecteren en hen helpen, en Allah een goede lening lenen. Waarlijk, Ik zal jullie zonden verwijderen en jullie naar de Tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen. Maar als één van jullie hierna ongelovig is, is hij zeker van het rechte Pad afgedwaald.

فَبِمَا نَقۡضِهِم مِّيثَٰقَهُمۡ لَعَنَّـٰهُمۡ وَجَعَلۡنَا قُلُوبَهُمۡ قَٰسِيَةٗۖ يُحَرِّفُونَ ٱلۡكَلِمَ عَن مَّوَاضِعِهِۦ وَنَسُواْ حَظّٗا مِّمَّا ذُكِّرُواْ بِهِۦۚ وَلَا تَزَالُ تَطَّلِعُ عَلَىٰ خَآئِنَةٖ مِّنۡهُمۡ إِلَّا قَلِيلٗا مِّنۡهُمۡۖ فَٱعۡفُ عَنۡهُمۡ وَٱصۡفَحۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلۡمُحۡسِنِينَ 13

Omdat zij het verbond verbroken hebben, vervloeken Wij hen en laten wij hun harten hard worden. Zij hebben de woorden (in het Boek) van hun (juiste) plaats verwisseld en hebben een goed gedeelte van de Boodschap die naar hen gestuurd was, vergeten. En jij (O Mohammed) zal steeds bedrog bij hen vinden, met uitzondering van een paar van hen. Maar vergeef hen, en negeer (hun fouten). Waarlijk, Allah houdt van de weldoeners.

وَمِنَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّا نَصَٰرَىٰٓ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَهُمۡ فَنَسُواْ حَظّٗا مِّمَّا ذُكِّرُواْ بِهِۦ فَأَغۡرَيۡنَا بَيۡنَهُمُ ٱلۡعَدَاوَةَ وَٱلۡبَغۡضَآءَ إِلَىٰ يَوۡمِ ٱلۡقِيَٰمَةِۚ وَسَوۡفَ يُنَبِّئُهُمُ ٱللَّهُ بِمَا كَانُواْ يَصۡنَعُونَ 14

En van degenen die zichzelf Christen noemen, hebben Wij een verbond afgenomen, maar zij hebben een goed gedeelte van de Boodschap die hen gestuurd is, vergeten. Dus hebben Wij vijandigheid en haat in hen geplant tot de Dag der Opstanding en Allah zal hun vertellen wat zij deden.

يَـٰٓأَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ قَدۡ جَآءَكُمۡ رَسُولُنَا يُبَيِّنُ لَكُمۡ كَثِيرٗا مِّمَّا كُنتُمۡ تُخۡفُونَ مِنَ ٱلۡكِتَٰبِ وَيَعۡفُواْ عَن كَثِيرٖۚ قَدۡ جَآءَكُم مِّنَ ٱللَّهِ نُورٞ وَكِتَٰبٞ مُّبِينٞ 15

O, mensen van het Boek. Nu is onze Boodschapper tot jullie gekomen: hij heeft jullie veel duidelijk gemaakt van wat jullie van het Boek verborgen. En hij heeft jullie veel kwijtgescholden. Voorwaar, er is van Allah een Licht (de Profeet) en een duidelijk Boek tot jullie gekomen.

يَهۡدِي بِهِ ٱللَّهُ مَنِ ٱتَّبَعَ رِضۡوَٰنَهُۥ سُبُلَ ٱلسَّلَٰمِ وَيُخۡرِجُهُم مِّنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ بِإِذۡنِهِۦ وَيَهۡدِيهِمۡ إِلَىٰ صِرَٰطٖ مُّسۡتَقِيمٖ 16

Waarin Allah al" degenen leidt die Zijn genoegen zoeken naar wegen van vrede en Hij brengt hen door Zijn wil uit de duisternissen naar het Licht en leidt hen naar het rechte Pad.

لَّقَدۡ كَفَرَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلۡمَسِيحُ ٱبۡنُ مَرۡيَمَۚ قُلۡ فَمَن يَمۡلِكُ مِنَ ٱللَّهِ شَيۡـًٔا إِنۡ أَرَادَ أَن يُهۡلِكَ ٱلۡمَسِيحَ ٱبۡنَ مَرۡيَمَ وَأُمَّهُۥ وَمَن فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعٗاۗ وَلِلَّهِ مُلۡكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَمَا بَيۡنَهُمَاۚ يَخۡلُقُ مَا يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 17

Zeker, in ongeloof zijn zij die zeggen dat Allah de Messias is, de zoon van Maryam! Zeg (O Mohammed): “Wie heeft er dan enige macht hebben om Allah, wanneer Hij zou wensen dat de Messias, de zoon van Maryam en zijn moeder en allen die op aarde samen zijn, allen vernietigd zouden worden? En aan Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is. Hij schept wat Hij wil. En Allah is in staat om alles te doen.

وَقَالَتِ ٱلۡيَهُودُ وَٱلنَّصَٰرَىٰ نَحۡنُ أَبۡنَـٰٓؤُاْ ٱللَّهِ وَأَحِبَّـٰٓؤُهُۥۚ قُلۡ فَلِمَ يُعَذِّبُكُم بِذُنُوبِكُمۖ بَلۡ أَنتُم بَشَرٞ مِّمَّنۡ خَلَقَۚ يَغۡفِرُ لِمَن يَشَآءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَآءُۚ وَلِلَّهِ مُلۡكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَمَا بَيۡنَهُمَاۖ وَإِلَيۡهِ ٱلۡمَصِيرُ 18

En de Joden en de Christenen zeggen: “Wij zijn de kinderen van Allah en Zijn geliefden.” Zeg (O Mohammed): “Waarom straft Hij jullie dan voor jullie zonden? Nee, jullie zijn niets dan mensen, die Hij geschapen heeft, Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil. En aan Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is en tot Hem keren (allen) terug.

يَـٰٓأَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ قَدۡ جَآءَكُمۡ رَسُولُنَا يُبَيِّنُ لَكُمۡ عَلَىٰ فَتۡرَةٖ مِّنَ ٱلرُّسُلِ أَن تَقُولُواْ مَا جَآءَنَا مِنۢ بَشِيرٖ وَلَا نَذِيرٖۖ فَقَدۡ جَآءَكُم بَشِيرٞ وَنَذِيرٞۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 19

O, mensen van het Boek! Nu is tot jullie Onze Boodschapper gekomen en hij maakt (zaken) duidelijk voor jullie, na een onderbreking in (de opvolging) van Boodschappers, zodat jullie niet zeggen: “Tot ons kwam geen brenger van goed nieuws en geen waarschuwer. Maar nu is tot jullie een Boodschapper van goed nieuws gekomen en een waarschuwer. En Allah is tot alles in staat.

وَإِذۡ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِۦ يَٰقَوۡمِ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَةَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ إِذۡ جَعَلَ فِيكُمۡ أَنۢبِيَآءَ وَجَعَلَكُم مُّلُوكٗا وَءَاتَىٰكُم مَّا لَمۡ يُؤۡتِ أَحَدٗا مِّنَ ٱلۡعَٰلَمِينَ 20

En (gedenk) dat Mozes tot zijn mensen zei: “O mijn volk! Gedenk de gunsten die Allah jullie heeft gegeven, toen Hij Profeten onder jullie voortbracht en onder jullie koningen aanwees, en Hij jullie gaf, wat Hij niet aan anderen van de wereldwezens heeft gegeven.

يَٰقَوۡمِ ٱدۡخُلُواْ ٱلۡأَرۡضَ ٱلۡمُقَدَّسَةَ ٱلَّتِي كَتَبَ ٱللَّهُ لَكُمۡ وَلَا تَرۡتَدُّواْ عَلَىٰٓ أَدۡبَارِكُمۡ فَتَنقَلِبُواْ خَٰسِرِينَ 21

O, "mijn volk! Ga het Heilige land binnen wat Allah aan jullie heeft toegekend en keer niet terug. want dan zullen jullie tot de verliezers terugkeren.

قَالُواْ يَٰمُوسَىٰٓ إِنَّ فِيهَا قَوۡمٗا جَبَّارِينَ وَإِنَّا لَن نَّدۡخُلَهَا حَتَّىٰ يَخۡرُجُواْ مِنۡهَا فَإِن يَخۡرُجُواْ مِنۡهَا فَإِنَّا دَٰخِلُونَ 22

Zij zeiden: “O Mozes! In het (dit Heilige land) zijn mensen van grote kracht en wij zullen het nooit binnengaan, totdat zij weggaan; als zij weggaan gaan wij naar binnen.”

قَالَ رَجُلَانِ مِنَ ٱلَّذِينَ يَخَافُونَ أَنۡعَمَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِمَا ٱدۡخُلُواْ عَلَيۡهِمُ ٱلۡبَابَ فَإِذَا دَخَلۡتُمُوهُ فَإِنَّكُمۡ غَٰلِبُونَۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَتَوَكَّلُوٓاْ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 23

Twee mannen van hen die (Allah) vreesden en aan wie Allah Zijn gunsten had gegeven zeiden: “Val hen door de poort aan, want als jullie daar zijn, zal de overwinning aan jullie zijn en leg jullie vertrouwen (volledig) in Allah als jullie ware gelovigen zijn.”

قَالُواْ يَٰمُوسَىٰٓ إِنَّا لَن نَّدۡخُلَهَآ أَبَدٗا مَّا دَامُواْ فِيهَا فَٱذۡهَبۡ أَنتَ وَرَبُّكَ فَقَٰتِلَآ إِنَّا هَٰهُنَا قَٰعِدُونَ 24

Zij zeiden: “O, Mozes! Wij zullen nooit naar binnen gaan, zolang zij daar zijn. Gaan jullie dan en jullie Heer en vecht allebei, wij blijven hier zitten.”

قَالَ رَبِّ إِنِّي لَآ أَمۡلِكُ إِلَّا نَفۡسِي وَأَخِيۖ فَٱفۡرُقۡ بَيۡنَنَا وَبَيۡنَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡفَٰسِقِينَ 25

Hij zei: “O, mijn Heer! Ik heb slechts macht over mijzelf en mijn broeder, scheidt ons dus van de mensen die zondig zijn!”

قَالَ فَإِنَّهَا مُحَرَّمَةٌ عَلَيۡهِمۡۛ أَرۡبَعِينَ سَنَةٗۛ يَتِيهُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِۚ فَلَا تَأۡسَ عَلَى ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡفَٰسِقِينَ 26

(Allah) zei: “Daarom is het (dit Heilige land voor hen voor veertig jaar) verboden; in verwarring zullen zij door het land trekken. Heb geen medelijden met de mensen die verdorven zijn.”

۞وَٱتۡلُ عَلَيۡهِمۡ نَبَأَ ٱبۡنَيۡ ءَادَمَ بِٱلۡحَقِّ إِذۡ قَرَّبَا قُرۡبَانٗا فَتُقُبِّلَ مِنۡ أَحَدِهِمَا وَلَمۡ يُتَقَبَّلۡ مِنَ ٱلۡأٓخَرِ قَالَ لَأَقۡتُلَنَّكَۖ قَالَ إِنَّمَا يَتَقَبَّلُ ٱللَّهُ مِنَ ٱلۡمُتَّقِينَ 27

En reciteer voor hen in waarheid het verhaal van de twee zonen van Adam, toen ieder een offer (aan Allah) bracht. Van één van hen (Abel) werd het aanvaard maar van de ander (Kaїn) niet. De laatste zei tegen de eerste: “Ik zal jou zeker doden.” De eerste zei: “Waarlijk, Allah accepteert slechts van degenen die godvrezend zijn.

لَئِنۢ بَسَطتَ إِلَيَّ يَدَكَ لِتَقۡتُلَنِي مَآ أَنَا۠ بِبَاسِطٖ يَدِيَ إِلَيۡكَ لِأَقۡتُلَكَۖ إِنِّيٓ أَخَافُ ٱللَّهَ رَبَّ ٱلۡعَٰلَمِينَ 28

Als je je hand tegen mij opheft om mij te doden, zal ik nooit mijn hand tegen jou opheffen om je te doden, want ik vrees Allah, de Heer der Werelden.

إِنِّيٓ أُرِيدُ أَن تَبُوٓأَ بِإِثۡمِي وَإِثۡمِكَ فَتَكُونَ مِنۡ أَصۡحَٰبِ ٱلنَّارِۚ وَذَٰلِكَ جَزَـٰٓؤُاْ ٱلظَّـٰلِمِينَ 29

Waarlijk, ik wil dat je mijn zonden en jouw zonden op je neemt, zodat jij één van de bewoners van het Vuur wordt, en dat is de vergelding voor de" onrechtvaardigen.”

فَطَوَّعَتۡ لَهُۥ نَفۡسُهُۥ قَتۡلَ أَخِيهِ فَقَتَلَهُۥ فَأَصۡبَحَ مِنَ ٱلۡخَٰسِرِينَ 30

Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broeder te doden, hij vermoordde hem en werd zo één van de verliezers.

فَبَعَثَ ٱللَّهُ غُرَابٗا يَبۡحَثُ فِي ٱلۡأَرۡضِ لِيُرِيَهُۥ كَيۡفَ يُوَٰرِي سَوۡءَةَ أَخِيهِۚ قَالَ يَٰوَيۡلَتَىٰٓ أَعَجَزۡتُ أَنۡ أَكُونَ مِثۡلَ هَٰذَا ٱلۡغُرَابِ فَأُوَٰرِيَ سَوۡءَةَ أَخِيۖ فَأَصۡبَحَ مِنَ ٱلنَّـٰدِمِينَ 31

En nadat (Kaїn geen raad wist met het lijk van Abel) stuurde Allah een raaf die (met zijn poten en snavel een gat) in de grond graafde om hem te tonen hoe hij het dode lichaam van zijn broeder (en zijn wandaad) moest verbergen. (Kaїn) zei: “Wee mij! Ben ik zelfs niet in staat dat ik niet net zoals de raaf het dode lichaam van mijn broeder kan verbergen?” Daarop behoorde hij tot degenen die spijt hebben. (door berouw te tonen).

مِنۡ أَجۡلِ ذَٰلِكَ كَتَبۡنَا عَلَىٰ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ أَنَّهُۥ مَن قَتَلَ نَفۡسَۢا بِغَيۡرِ نَفۡسٍ أَوۡ فَسَادٖ فِي ٱلۡأَرۡضِ فَكَأَنَّمَا قَتَلَ ٱلنَّاسَ جَمِيعٗا وَمَنۡ أَحۡيَاهَا فَكَأَنَّمَآ أَحۡيَا ٱلنَّاسَ جَمِيعٗاۚ وَلَقَدۡ جَآءَتۡهُمۡ رُسُلُنَا بِٱلۡبَيِّنَٰتِ ثُمَّ إِنَّ كَثِيرٗا مِّنۡهُم بَعۡدَ ذَٰلِكَ فِي ٱلۡأَرۡضِ لَمُسۡرِفُونَ 32

Hierom hebben Wij de Kinderen van Israël bevolen dat als iemand een ander doodt- niet als vergelding voor een ziel of voor het verspreiden van ellende over het land – het is, alsof hij de hele mensheid gedood heeft en als iemand een leven redt, het is alsof hij het leven van de hele mensheid heeft gered. En zeker, tot hen kwam Onze Boodschapper met duidelijke bewijzen en Tekenen, en zelfs hierna waren velen overtreders op de aarde.

إِنَّمَا جَزَـٰٓؤُاْ ٱلَّذِينَ يُحَارِبُونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَيَسۡعَوۡنَ فِي ٱلۡأَرۡضِ فَسَادًا أَن يُقَتَّلُوٓاْ أَوۡ يُصَلَّبُوٓاْ أَوۡ تُقَطَّعَ أَيۡدِيهِمۡ وَأَرۡجُلُهُم مِّنۡ خِلَٰفٍ أَوۡ يُنفَوۡاْ مِنَ ٱلۡأَرۡضِۚ ذَٰلِكَ لَهُمۡ خِزۡيٞ فِي ٱلدُّنۡيَاۖ وَلَهُمۡ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٌ 33

De vergelding voor degenen die een oorlog tegen Allah en Zijn Boodschapper aangaan en ellende over het land brengen, is slechts dat zij gedood of gekruisigd worden, of hun handen en voeten worden aan tegengestelde kanten afgehakt, of zij worden uit het land verbannen. Dat is hun vernedering in deze wereld en een grote bestraffing behoort hen toe in het Hiernamaals.

إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُواْ مِن قَبۡلِ أَن تَقۡدِرُواْ عَلَيۡهِمۡۖ فَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 34

Behalve voor degenen die terugkomen met spijt voordat zij onder jouw macht komen, in dat geval, weet dan dat Allah de Vergevingsgezinde, de Genadevolle is.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱبۡتَغُوٓاْ إِلَيۡهِ ٱلۡوَسِيلَةَ وَجَٰهِدُواْ فِي سَبِيلِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ 35

O, jullie die geloven! Verricht jullie plichten voor Allah en vrees Hem. Zoek de middelen om Hem te benaderen en werk hard voor Zijn zaak, zoveel jullie maar kunnen. Zodat jullie moge slagen.

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لَوۡ أَنَّ لَهُم مَّا فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعٗا وَمِثۡلَهُۥ مَعَهُۥ لِيَفۡتَدُواْ بِهِۦ مِنۡ عَذَابِ يَوۡمِ ٱلۡقِيَٰمَةِ مَا تُقُبِّلَ مِنۡهُمۡۖ وَلَهُمۡ عَذَابٌ أَلِيمٞ 36

Waarlijk, als degenen die ongelovig zijn, alles op aarde zouden hebben en nog evenzoveel daarbij om een losgeld voor zichzelf te betalen tegen de bestraffing op de Dag der Opstanding, het zou niet van hen aanvaard worden, en voor hen zal er een pijnlijke bestraffing zijn.

يُرِيدُونَ أَن يَخۡرُجُواْ مِنَ ٱلنَّارِ وَمَا هُم بِخَٰرِجِينَ مِنۡهَاۖ وَلَهُمۡ عَذَابٞ مُّقِيمٞ 37

Zij hopen het Vuur te verlaten, maar zij kunnen daar nooit uit en voor hen is er een altijd durende bestraffing.

وَٱلسَّارِقُ وَٱلسَّارِقَةُ فَٱقۡطَعُوٓاْ أَيۡدِيَهُمَا جَزَآءَۢ بِمَا كَسَبَا نَكَٰلٗا مِّنَ ٱللَّهِۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٞ 38

De dief, man of vrouw: hak zijn of haar hand af als vergelding voor wat zij hebben gedaan, een straf als voorbeeld van Allah. En Allah is de Almachtige, Alwijze.

فَمَن تَابَ مِنۢ بَعۡدِ ظُلۡمِهِۦ وَأَصۡلَحَ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَتُوبُ عَلَيۡهِۚ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٌ 39

Maar degene die berouw toont nadat hij zijn misdaad heeft begaan en goede daden verricht, dan voorwaar, Allah zal hem vergeven. Waarlijk, Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

أَلَمۡ تَعۡلَمۡ أَنَّ ٱللَّهَ لَهُۥ مُلۡكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ يُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ وَيَغۡفِرُ لِمَن يَشَآءُۗ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٞ 40

Weet jij niet dat slechts aan Allah het Koninkrijk van de hemelen en aarde toebehoort? Hij straft wie Hij wil en Hij vergeeft wie Hij wil. En Allah is tot alle zaken in staat.

۞يَـٰٓأَيُّهَا ٱلرَّسُولُ لَا يَحۡزُنكَ ٱلَّذِينَ يُسَٰرِعُونَ فِي ٱلۡكُفۡرِ مِنَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا بِأَفۡوَٰهِهِمۡ وَلَمۡ تُؤۡمِن قُلُوبُهُمۡۛ وَمِنَ ٱلَّذِينَ هَادُواْۛ سَمَّـٰعُونَ لِلۡكَذِبِ سَمَّـٰعُونَ لِقَوۡمٍ ءَاخَرِينَ لَمۡ يَأۡتُوكَۖ يُحَرِّفُونَ ٱلۡكَلِمَ مِنۢ بَعۡدِ مَوَاضِعِهِۦۖ يَقُولُونَ إِنۡ أُوتِيتُمۡ هَٰذَا فَخُذُوهُ وَإِن لَّمۡ تُؤۡتَوۡهُ فَٱحۡذَرُواْۚ وَمَن يُرِدِ ٱللَّهُ فِتۡنَتَهُۥ فَلَن تَمۡلِكَ لَهُۥ مِنَ ٱللَّهِ شَيۡـًٔاۚ أُوْلَـٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ لَمۡ يُرِدِ ٱللَّهُ أَن يُطَهِّرَ قُلُوبَهُمۡۚ لَهُمۡ فِي ٱلدُّنۡيَا خِزۡيٞۖ وَلَهُمۡ فِي ٱلۡأٓخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٞ 41

O, Boodschapper! Laat je niet bedroeven door degenen die met elkaar wedijveren in ongeloof en degenen die zeggen met hun monden: “Wij geloven!” Maar hun harten hebben geen geloof. En onder de Joden zijn er mannen die veel en aandachtig naar leugens luisteren –zij geven gehoor aan een ander volk dat niet bij jou gekomen is. Zij verwisselen de woorden van hun plaats. Zij zeggen: “Als je dit is gegeven, neem het, maar als je het niet is gegeven, let dan op!” En als Allah Zijn beproeving (voor iemand) wil, dan ben jij niet bij machte dat bij Allah tegen te houden. Dit zijn degenen wiens harten Allah niet wenst te reinigen. Voor hen is er op de wereld een vernedering en voor hen is er in het Hiernamaals een grote bestraffing.

سَمَّـٰعُونَ لِلۡكَذِبِ أَكَّـٰلُونَ لِلسُّحۡتِۚ فَإِن جَآءُوكَ فَٱحۡكُم بَيۡنَهُمۡ أَوۡ أَعۡرِضۡ عَنۡهُمۡۖ وَإِن تُعۡرِضۡ عَنۡهُمۡ فَلَن يَضُرُّوكَ شَيۡـٔٗاۖ وَإِنۡ حَكَمۡتَ فَٱحۡكُم بَيۡنَهُم بِٱلۡقِسۡطِۚ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلۡمُقۡسِطِينَ 42

Zij blijven gehoor geven aan de leugen, zij blijven eten van het verbodene. Als zij dus naar jou komen, oordeel dan tussen hen, of keer je van hen af. En indien jij je van hen afkeert, kunnen zij jou in het geheel niet schaden. En als je oordeelt, oordeel dan onder hen met rechtvaardigheid. Waarlijk, Allah houdt van degenen die rechtvaardig zijn.

وَكَيۡفَ يُحَكِّمُونَكَ وَعِندَهُمُ ٱلتَّوۡرَىٰةُ فِيهَا حُكۡمُ ٱللَّهِ ثُمَّ يَتَوَلَّوۡنَ مِنۢ بَعۡدِ ذَٰلِكَۚ وَمَآ أُوْلَـٰٓئِكَ بِٱلۡمُؤۡمِنِينَ 43

Maar waarom komen zij voor een besluit naar jou terwijl zij de Thora hebben? Daarin is de Wet van Allah: maar zelfs na dat keren zij zich af. Want zij zijn geen (ware) gelovigen.

إِنَّآ أَنزَلۡنَا ٱلتَّوۡرَىٰةَ فِيهَا هُدٗى وَنُورٞۚ يَحۡكُمُ بِهَا ٱلنَّبِيُّونَ ٱلَّذِينَ أَسۡلَمُواْ لِلَّذِينَ هَادُواْ وَٱلرَّبَّـٰنِيُّونَ وَٱلۡأَحۡبَارُ بِمَا ٱسۡتُحۡفِظُواْ مِن كِتَٰبِ ٱللَّهِ وَكَانُواْ عَلَيۡهِ شُهَدَآءَۚ فَلَا تَخۡشَوُاْ ٱلنَّاسَ وَٱخۡشَوۡنِ وَلَا تَشۡتَرُواْ بِـَٔايَٰتِي ثَمَنٗا قَلِيلٗاۚ وَمَن لَّمۡ يَحۡكُم بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡكَٰفِرُونَ 44

Waarlijk, Wij hebben de Thora neergezonden, met daarin Leiding en Licht. De Profeten, die zichzelf aan Allah’s wil onderwierpen, oordeelden ermee over de Joden. En de rabbijnen en de priesters (oordeelden ook) met behulp van hetgeen hun van het Boek van Allah was toevertrouwd, en zij waren daar getuigen van. Vrees daarom niet de mensen maar vrees Mij en verkoop Mijn verzen niet voor een geringe prijs. En wie niet oordeelt met dat wat Allah geopenbaard heeft, is een ongelovige.

وَكَتَبۡنَا عَلَيۡهِمۡ فِيهَآ أَنَّ ٱلنَّفۡسَ بِٱلنَّفۡسِ وَٱلۡعَيۡنَ بِٱلۡعَيۡنِ وَٱلۡأَنفَ بِٱلۡأَنفِ وَٱلۡأُذُنَ بِٱلۡأُذُنِ وَٱلسِّنَّ بِٱلسِّنِّ وَٱلۡجُرُوحَ قِصَاصٞۚ فَمَن تَصَدَّقَ بِهِۦ فَهُوَ كَفَّارَةٞ لَّهُۥۚ وَمَن لَّمۡ يَحۡكُم بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّـٰلِمُونَ 45

En Wij hebben daarin voor hen bevolen dat: “Een leven om een leven, een oog voor een oog, een neus voor een neus, een oor voor een oor, een tand voor een tand, en gelijken wonden vergolden wordt.” Maar als iemand bij wijze van liefdadigheid van de vergelding afziet, zal dat een uitwissing (van zijn zonden) voor hem zijn. En iedereen die niet oordeelt met dat wat Allah heeft geopenbaard, behoort tot de onrechtvaardigen.

وَقَفَّيۡنَا عَلَىٰٓ ءَاثَٰرِهِم بِعِيسَى ٱبۡنِ مَرۡيَمَ مُصَدِّقٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهِ مِنَ ٱلتَّوۡرَىٰةِۖ وَءَاتَيۡنَٰهُ ٱلۡإِنجِيلَ فِيهِ هُدٗى وَنُورٞ وَمُصَدِّقٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهِ مِنَ ٱلتَّوۡرَىٰةِ وَهُدٗى وَمَوۡعِظَةٗ لِّلۡمُتَّقِينَ 46

En in hun voetstappen hebben Wij Isa, de zoon van Maryam gestuurd, de Thora bevestigend en wat vóór hen was. En Wij gaven hem de Bijbel, waarin Leiding en Licht was en de bevestiging van wat er van de Thora (reeds) vόόr hem was: als een Leiding en een Vermaning voor de godvrezenden.

وَلۡيَحۡكُمۡ أَهۡلُ ٱلۡإِنجِيلِ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ فِيهِۚ وَمَن لَّمۡ يَحۡكُم بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ فَأُوْلَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡفَٰسِقُونَ 47

Laat de mensen van de Bijbel oordelen met dat wat Allah daarin geopenbaard heeft. En iedereen die niet oordeelt met wat Allah geopenbaard heeft behoort tot de verdorvenen.

وَأَنزَلۡنَآ إِلَيۡكَ ٱلۡكِتَٰبَ بِٱلۡحَقِّ مُصَدِّقٗا لِّمَا بَيۡنَ يَدَيۡهِ مِنَ ٱلۡكِتَٰبِ وَمُهَيۡمِنًا عَلَيۡهِۖ فَٱحۡكُم بَيۡنَهُم بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُۖ وَلَا تَتَّبِعۡ أَهۡوَآءَهُمۡ عَمَّا جَآءَكَ مِنَ ٱلۡحَقِّۚ لِكُلّٖ جَعَلۡنَا مِنكُمۡ شِرۡعَةٗ وَمِنۡهَاجٗاۚ وَلَوۡ شَآءَ ٱللَّهُ لَجَعَلَكُمۡ أُمَّةٗ وَٰحِدَةٗ وَلَٰكِن لِّيَبۡلُوَكُمۡ فِي مَآ ءَاتَىٰكُمۡۖ فَٱسۡتَبِقُواْ ٱلۡخَيۡرَٰتِۚ إِلَى ٱللَّهِ مَرۡجِعُكُمۡ جَمِيعٗا فَيُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمۡ فِيهِ تَخۡتَلِفُونَ 48

En Wij hebben aan jou het Boek (de Koran) in waarheid gestuurd, vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de Bijbel) was (verkondigd) en als bewaker daarover. Oordeel dus onder hen met datgene wat Allah geopenbaard heeft. En volg niet hun zelfingenomen wensen, om van de Waarheid die tot jou gekomen is af te wijken. Aan ieder van jullie hebben Wij een wet en een duidelijke weg voorgeschreven. Als Allah het gewild had, zou Hij jullie allen tot één volk hebben gemaakt, maar (Hij) wenst jullie te mogen testen met dat wat Hij jullie gegeven heeft; wedijver dus in goede daden. De terugkeer van jullie (allen) is tot Allah, dan zal Hij jullie inlichten over datgene waarin jullie van mening verschilden.

وَأَنِ ٱحۡكُم بَيۡنَهُم بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَلَا تَتَّبِعۡ أَهۡوَآءَهُمۡ وَٱحۡذَرۡهُمۡ أَن يَفۡتِنُوكَ عَنۢ بَعۡضِ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ إِلَيۡكَۖ فَإِن تَوَلَّوۡاْ فَٱعۡلَمۡ أَنَّمَا يُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُصِيبَهُم بِبَعۡضِ ذُنُوبِهِمۡۗ وَإِنَّ كَثِيرٗا مِّنَ ٱلنَّاسِ لَفَٰسِقُونَ 49

(O Mohammed), oordeel tussen hen met wat Allah heeft geopenbaard (zelfs al zijn het Joden of andersgelovenden), en volg hun zelfingenomen wensen (en begeerten) niet, maar hoed je voor hen, dat zij jullie niet weglokken van wat Allah aan jou neergezonden heeft. En als zij zich afkeren, weet dan dat het Allah’s wil is om hen te straffen voor sommige van hun zonden. En waarlijk, de meeste mensen zijn echt verdorven.

أَفَحُكۡمَ ٱلۡجَٰهِلِيَّةِ يَبۡغُونَۚ وَمَنۡ أَحۡسَنُ مِنَ ٱللَّهِ حُكۡمٗا لِّقَوۡمٖ يُوقِنُونَ 50

Zoeken zij dan het oordeel van onwetendheid? En wie is er beter in het oordelen dan Allah voor de mensen die een stevig geloof hebben?

۞يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَتَّخِذُواْ ٱلۡيَهُودَ وَٱلنَّصَٰرَىٰٓ أَوۡلِيَآءَۘ بَعۡضُهُمۡ أَوۡلِيَآءُ بَعۡضٖۚ وَمَن يَتَوَلَّهُم مِّنكُمۡ فَإِنَّهُۥ مِنۡهُمۡۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 51

O, jullie die geloven! Neem niet de Joden en de Christenen als bondgenoten, zij zijn bondgenoten van elkaar. En als één van jullie hen als "bondgenoot neemt, dan behoort hij zeker tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.

فَتَرَى ٱلَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٞ يُسَٰرِعُونَ فِيهِمۡ يَقُولُونَ نَخۡشَىٰٓ أَن تُصِيبَنَا دَآئِرَةٞۚ فَعَسَى ٱللَّهُ أَن يَأۡتِيَ بِٱلۡفَتۡحِ أَوۡ أَمۡرٖ مِّنۡ عِندِهِۦ فَيُصۡبِحُواْ عَلَىٰ مَآ أَسَرُّواْ فِيٓ أَنفُسِهِمۡ نَٰدِمِينَ 52

En jij ziet dan degenen in wiens harten een ziekte is, zich naar hen (de vijanden van de moslims) toe haasten.Zij zeggen: “Wij vrezen dat ongeluk of rampen ons zullen treffen.” Misschien brengt Allah (jou) wel de overwinning of een beslissing volgens Zijn wil. Dan zullen zij spijt hebben voor wat zij geheim hebben gehouden.

وَيَقُولُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَهَـٰٓؤُلَآءِ ٱلَّذِينَ أَقۡسَمُواْ بِٱللَّهِ جَهۡدَ أَيۡمَٰنِهِمۡ إِنَّهُمۡ لَمَعَكُمۡۚ حَبِطَتۡ أَعۡمَٰلُهُمۡ فَأَصۡبَحُواْ خَٰسِرِينَ 53

En degenen die geloven zullen zeggen: “Zijn dit de mannen die bij Allah hebben gezworen dat zij tot jullie behoren?” Alles wat zij deden was vruchteloos en zij zijn de verliezers geworden.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ مَن يَرۡتَدَّ مِنكُمۡ عَن دِينِهِۦ فَسَوۡفَ يَأۡتِي ٱللَّهُ بِقَوۡمٖ يُحِبُّهُمۡ وَيُحِبُّونَهُۥٓ أَذِلَّةٍ عَلَى ٱلۡمُؤۡمِنِينَ أَعِزَّةٍ عَلَى ٱلۡكَٰفِرِينَ يُجَٰهِدُونَ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَلَا يَخَافُونَ لَوۡمَةَ لَآئِمٖۚ ذَٰلِكَ فَضۡلُ ٱللَّهِ يُؤۡتِيهِ مَن يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ 54

O, jullie die geloven! Iedereen van jullie die zijn rug tot zijn godsdienst keert: Allah zal mensen voortbrengen die Hij liefheeft en zij hebben Hem lief en dat nederig is ten opzichte van gelovigen, ferm ten opzichte van ongelovigen, vechtend op de Weg van Allah en nooit bang voor degenen die verwijten maken. Dat is de Gunst van Allah die Hij geeft aan wie Hij wil. En Allah is Voldoende voor de noden van Zijn schepselen, Alwetend.

إِنَّمَا وَلِيُّكُمُ ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱلَّذِينَ يُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَيُؤۡتُونَ ٱلزَّكَوٰةَ وَهُمۡ رَٰكِعُونَ 55

Waarlijk, jullie beschermers zijn Allah en Zijn Boodschapper. En de gelovigen – degenen die het gebed volmaakt verrichten, zakaat geven, en nederig buigen.

وَمَن يَتَوَلَّ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ فَإِنَّ حِزۡبَ ٱللَّهِ هُمُ ٱلۡغَٰلِبُونَ 56

En iedereen die Allah, Zijn Boodschapper en degenen die geloven als beschermers neemt: zij maken de partij van Allah tot overwinnaars!

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَتَّخِذُواْ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُواْ دِينَكُمۡ هُزُوٗا وَلَعِبٗا مِّنَ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلۡكِتَٰبَ مِن قَبۡلِكُمۡ وَٱلۡكُفَّارَ أَوۡلِيَآءَۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 57

O, jullie die geloven! Neem niet als bondgenoot degenen die met jullie godsdienst spotten en scherts maken uit de kring van degenen die het Boek vóór jullie gegeven waren en neem de ongelovigen (ook niet) als bondgenoot. En vrees Allah als jullie echt ware gelovigen zijn.

وَإِذَا نَادَيۡتُمۡ إِلَى ٱلصَّلَوٰةِ ٱتَّخَذُوهَا هُزُوٗا وَلَعِبٗاۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمۡ قَوۡمٞ لَّا يَعۡقِلُونَ 58

En als jullie de roep tot het gebed" aankondigen, nemen zij dat als (onderwerp van) bespotting en scherts. Dit is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.

قُلۡ يَـٰٓأَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ هَلۡ تَنقِمُونَ مِنَّآ إِلَّآ أَنۡ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيۡنَا وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبۡلُ وَأَنَّ أَكۡثَرَكُمۡ فَٰسِقُونَ 59

Zeg (O Mohammed): “O, Mensen van het Boek! Wreken jullie ons voor geen andere reden dan dat wij in Allah geloven en in wat aan ons is neergezonden en in wat vroeger neergezonden is, en omdat de meesten van jullie verdorvenen zijn?

قُلۡ هَلۡ أُنَبِّئُكُم بِشَرّٖ مِّن ذَٰلِكَ مَثُوبَةً عِندَ ٱللَّهِۚ مَن لَّعَنَهُ ٱللَّهُ وَغَضِبَ عَلَيۡهِ وَجَعَلَ مِنۡهُمُ ٱلۡقِرَدَةَ وَٱلۡخَنَازِيرَ وَعَبَدَ ٱلطَّـٰغُوتَۚ أُوْلَـٰٓئِكَ شَرّٞ مَّكَانٗا وَأَضَلُّ عَن سَوَآءِ ٱلسَّبِيلِ 60

Zeg: “Zal ik jullie iets vertellen dat slechter is dan dat, als een vergelding van Allah? Degenen die Allah heeft vervloekt en over wie Hij Zijn woede heeft uitgestort en van wie Hij (enkelen) tot apen en varkens en duivelsdienaren heeft gemaakt. En degenen die de afgoden aanbidden: zij zijn degenen die de slechtste plaats hebben en die het verst afdwalen van de rechte Weg!”

وَإِذَا جَآءُوكُمۡ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا وَقَد دَّخَلُواْ بِٱلۡكُفۡرِ وَهُمۡ قَدۡ خَرَجُواْ بِهِۦۚ وَٱللَّهُ أَعۡلَمُ بِمَا كَانُواْ يَكۡتُمُونَ 61

Toen zij tot jou kwamen zeiden zij: “Wij geloven.” Maar eigenlijk komen zij binnen met de bedoeling van ongeloof en zij gaan met hetzelfde naar buiten. En Allah weet alles wat zij verbergen.

وَتَرَىٰ كَثِيرٗا مِّنۡهُمۡ يُسَٰرِعُونَ فِي ٱلۡإِثۡمِ وَٱلۡعُدۡوَٰنِ وَأَكۡلِهِمُ ٱلسُّحۡتَۚ لَبِئۡسَ مَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ 62

En jij ziet dat velen van hen zich tot de zonde en de overtreding haasten en zij eten onwettige zaken. Kwaad is dat wat zij gedaan hebben.

لَوۡلَا يَنۡهَىٰهُمُ ٱلرَّبَّـٰنِيُّونَ وَٱلۡأَحۡبَارُ عَن قَوۡلِهِمُ ٱلۡإِثۡمَ وَأَكۡلِهِمُ ٱلسُّحۡتَۚ لَبِئۡسَ مَا كَانُواْ يَصۡنَعُونَ 63

Waarom weerhouden de rabbijnen en de theologen hen niet van zondige woorden en het eten van illegale zaken? Kwaad is het wat zij hebben vertoond.

وَقَالَتِ ٱلۡيَهُودُ يَدُ ٱللَّهِ مَغۡلُولَةٌۚ غُلَّتۡ أَيۡدِيهِمۡ وَلُعِنُواْ بِمَا قَالُواْۘ بَلۡ يَدَاهُ مَبۡسُوطَتَانِ يُنفِقُ كَيۡفَ يَشَآءُۚ وَلَيَزِيدَنَّ كَثِيرٗا مِّنۡهُم مَّآ أُنزِلَ إِلَيۡكَ مِن رَّبِّكَ طُغۡيَٰنٗا وَكُفۡرٗاۚ وَأَلۡقَيۡنَا بَيۡنَهُمُ ٱلۡعَدَٰوَةَ وَٱلۡبَغۡضَآءَ إِلَىٰ يَوۡمِ ٱلۡقِيَٰمَةِۚ كُلَّمَآ أَوۡقَدُواْ نَارٗا لِّلۡحَرۡبِ أَطۡفَأَهَا ٱللَّهُۚ وَيَسۡعَوۡنَ فِي ٱلۡأَرۡضِ فَسَادٗاۚ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلۡمُفۡسِدِينَ 64

De Joden zeggen: “Allah’s hand is gebonden.” Maar hún handen zijn gebonden en zij zijn vervloekt voor wat zij gezegd hebben. Nee, Zijn beiden handen zijn wijd uitgestrekt, Hij besteedt zoals Hij wil. Waarlijk, de openbaring die voor jou gekomen is van Allah, vermeerdert zeker bij de meesten van hen opstandigheid en ongeloof. Wij hebben haat en vijandigheid onder hen geplaatst tot aan de Dag der Opstanding. Iedere keer als zij een "oorlogsvuur ontsteken, dooft Allah het. En zij streven (altijd) hard om ellende over de aarde te verspreiden. En Allah houdt niet van de verderfzaaiers.

وَلَوۡ أَنَّ أَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ ءَامَنُواْ وَٱتَّقَوۡاْ لَكَفَّرۡنَا عَنۡهُمۡ سَيِّـَٔاتِهِمۡ وَلَأَدۡخَلۡنَٰهُمۡ جَنَّـٰتِ ٱلنَّعِيمِ 65

En als de Mensen van het Boek maar geloofd hadden en het kwaad afgeweerd hadden en godvrezend geworden waren, zouden Wij zeker hun zonden uitgewist hebben en hen tot de Tuinen der genoegens verwezen hebben.

وَلَوۡ أَنَّهُمۡ أَقَامُواْ ٱلتَّوۡرَىٰةَ وَٱلۡإِنجِيلَ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيۡهِم مِّن رَّبِّهِمۡ لَأَكَلُواْ مِن فَوۡقِهِمۡ وَمِن تَحۡتِ أَرۡجُلِهِمۚ مِّنۡهُمۡ أُمَّةٞ مُّقۡتَصِدَةٞۖ وَكَثِيرٞ مِّنۡهُمۡ سَآءَ مَا يَعۡمَلُونَ 66

En als zij maar volgens de Thora en de Indjiel (Bijbel) gehandeld hadden, en aan wat (nu) van hun Heer is neergezonden, dan zouden zij zeker van wat boven hen is en van wat onder hun voeten (aan voedsel) is, hebben gekregen. Onder hen is een gematigde gemeenschap, maar velen van hen verrichten kwade daden.

۞يَـٰٓأَيُّهَا ٱلرَّسُولُ بَلِّغۡ مَآ أُنزِلَ إِلَيۡكَ مِن رَّبِّكَۖ وَإِن لَّمۡ تَفۡعَلۡ فَمَا بَلَّغۡتَ رِسَالَتَهُۥۚ وَٱللَّهُ يَعۡصِمُكَ مِنَ ٱلنَّاسِۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلۡكَٰفِرِينَ 67

O, Boodschapper! Verkondig wat aan jou is neergezonden van jouw Heer. En als je dat niet doet, dan heb je Zijn Boodschap niet duidelijk gemaakt. Allah zal je tegen de mensheid beschermen. Waarlijk, Allah leidt de mensen die ongelovig zijn niet.

قُلۡ يَـٰٓأَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ لَسۡتُمۡ عَلَىٰ شَيۡءٍ حَتَّىٰ تُقِيمُواْ ٱلتَّوۡرَىٰةَ وَٱلۡإِنجِيلَ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيۡكُم مِّن رَّبِّكُمۡۗ وَلَيَزِيدَنَّ كَثِيرٗا مِّنۡهُم مَّآ أُنزِلَ إِلَيۡكَ مِن رَّبِّكَ طُغۡيَٰنٗا وَكُفۡرٗاۖ فَلَا تَأۡسَ عَلَى ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡكَٰفِرِينَ 68

Zeg (O Mohammed): “O, Mensen van het Boek! Jullie zijn niet (op de juiste weg) totdat jullie je vasthouden aan de Thora en de Indjiel en aan wat jullie door jullie Heer neergezonden is. ” Waarlijk, datgene wat voor jou is neergezonden van jouw Heer doet velen van hen toenemen in hun obstinate opstandigheid en ongeloof. Wees dus niet bedroefd over de mensen die ongelovig zijn.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَٱلَّذِينَ هَادُواْ وَٱلصَّـٰبِـُٔونَ وَٱلنَّصَٰرَىٰ مَنۡ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِ وَعَمِلَ صَٰلِحٗا فَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 69

Zeker, degenen die (in de Koran) geloven, en de Joden en de Sabijnen en de Christenen die in Allah en in de Laatste Dag geloven en goede daden verrichten: voor hen zal er geen vrees zijn, noch zullen zij bedroefd zijn.

لَقَدۡ أَخَذۡنَا مِيثَٰقَ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ وَأَرۡسَلۡنَآ إِلَيۡهِمۡ رُسُلٗاۖ كُلَّمَا جَآءَهُمۡ رَسُولُۢ بِمَا لَا تَهۡوَىٰٓ أَنفُسُهُمۡ فَرِيقٗا كَذَّبُواْ وَفَرِيقٗا يَقۡتُلُونَ 70

Waarlijk, Wij hebben een verbond gesloten met de Kinderen van Israël en hen Boodschappers gestuurd. Elke keer dat er tot hen een" Boodschapper kwam, met wat niet met hun eigen wens overeenkwam, loochenden zij een groep en doodden zij een groep.

وَحَسِبُوٓاْ أَلَّا تَكُونَ فِتۡنَةٞ فَعَمُواْ وَصَمُّواْ ثُمَّ تَابَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِمۡ ثُمَّ عَمُواْ وَصَمُّواْ كَثِيرٞ مِّنۡهُمۡۚ وَٱللَّهُ بَصِيرُۢ بِمَا يَعۡمَلُونَ 71

Zij dachten dat er geen beproeving zou zijn, dus werden zij blind en doof. Hierna keerde Allah zich tot hen (met vergiffenis); maar opnieuw werden velen blind en doof. En Allah is Alziende van wat zij doen.

لَقَدۡ كَفَرَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلۡمَسِيحُ ٱبۡنُ مَرۡيَمَۖ وَقَالَ ٱلۡمَسِيحُ يَٰبَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ ٱعۡبُدُواْ ٱللَّهَ رَبِّي وَرَبَّكُمۡۖ إِنَّهُۥ مَن يُشۡرِكۡ بِٱللَّهِ فَقَدۡ حَرَّمَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِ ٱلۡجَنَّةَ وَمَأۡوَىٰهُ ٱلنَّارُۖ وَمَا لِلظَّـٰلِمِينَ مِنۡ أَنصَارٖ 72

Zeker, zij zijn ongelovig die zeiden: “Allah is de Messias, de zoon van Maryam” Maar de Messias (Jezus) zei: “O, Kinderen van Israël, aanbidt Allah, mijn Heer en jullie Heer.” Waarlijk, iedereen die deelgenoten aan Allah toekent in de aanbidding: Allah heeft hem waarlijk het Paradijs verboden. En voor hem zal het Vuur zijn verblijfplaats zijn. En voor de onrechtvaardigen zullen er geen helpers zijn.

لَّقَدۡ كَفَرَ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّ ٱللَّهَ ثَالِثُ ثَلَٰثَةٖۘ وَمَا مِنۡ إِلَٰهٍ إِلَّآ إِلَٰهٞ وَٰحِدٞۚ وَإِن لَّمۡ يَنتَهُواْ عَمَّا يَقُولُونَ لَيَمَسَّنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِنۡهُمۡ عَذَابٌ أَلِيمٌ 73

Zeker, de ongelovigen zullen degenen zijn die zeggen: “Allah is een derde van drie (goden).” Maar er is geen god dan de Ene God (Allah). En als zij niet stoppen met wat zij zeggen, dan zal er zeker een pijnlijke bestraffing voor de ongelovigen zijn.

أَفَلَا يَتُوبُونَ إِلَى ٱللَّهِ وَيَسۡتَغۡفِرُونَهُۥۚ وَٱللَّهُ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 74

Willen zij geen spijt aan Allah betonen en om Zijn vergiffenis vragen? Want Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.

مَّا ٱلۡمَسِيحُ ٱبۡنُ مَرۡيَمَ إِلَّا رَسُولٞ قَدۡ خَلَتۡ مِن قَبۡلِهِ ٱلرُّسُلُ وَأُمُّهُۥ صِدِّيقَةٞۖ كَانَا يَأۡكُلَانِ ٱلطَّعَامَۗ ٱنظُرۡ كَيۡفَ نُبَيِّنُ لَهُمُ ٱلۡأٓيَٰتِ ثُمَّ ٱنظُرۡ أَنَّىٰ يُؤۡفَكُونَ 75

De Messias (Jezus), zoon van Maryam is niet meer dan een Boodschapper, alle Boodschappers vόόr hem zijn heengegaan. Zijn moeder was een oprechte vrouw. Beiden waren zij gewend om voedsel te eten (net als andere mensen). Kijk hoe Wij de Tekenen voor hen duidelijk hebben gemaakt, en zie dan hoe zij (de ongelovigen) zich afwendden.

قُلۡ أَتَعۡبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَمۡلِكُ لَكُمۡ ضَرّٗا وَلَا نَفۡعٗاۚ وَٱللَّهُ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلۡعَلِيمُ 76

Zeg (O Mohammed): “Hoe aanbidden jullie naast Allah iets wat geen macht heeft jullie goed of kwaad te doen? Maar het is Allah Die Alhorend, Alwetend is.

قُلۡ يَـٰٓأَهۡلَ ٱلۡكِتَٰبِ لَا تَغۡلُواْ فِي دِينِكُمۡ غَيۡرَ ٱلۡحَقِّ وَلَا تَتَّبِعُوٓاْ أَهۡوَآءَ قَوۡمٖ قَدۡ ضَلُّواْ مِن قَبۡلُ وَأَضَلُّواْ كَثِيرٗا وَضَلُّواْ عَن سَوَآءِ ٱلسَّبِيلِ 77

Zeg: “O, Mensen van het Boek! Overdrijf niet zonder recht "in jullie godsdienst en volg niet de zelfingenomen wensen van een volk dat in voorbijgaande tijden afgedwaald was en die velen misleid hebben. En zij zijn van het Rechte Pad afgedwaald.”

لُعِنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِنۢ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ عَلَىٰ لِسَانِ دَاوُۥدَ وَعِيسَى ٱبۡنِ مَرۡيَمَۚ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَواْ وَّكَانُواْ يَعۡتَدُونَ 78

Degenen onder de Kinderen van Israël die ongelovig waren en door de tongen van Dawoed (David) en Isa (Jezus) vervloekt waren. Dit was omdat zij ongehoorzaam waren en de grenzen plachten te overtreden.

كَانُواْ لَا يَتَنَاهَوۡنَ عَن مُّنكَرٖ فَعَلُوهُۚ لَبِئۡسَ مَا كَانُواْ يَفۡعَلُونَ 79

Zij verboden elkaar het verwerpelijke niet dat zij verrichtten. Slecht was het wat zij plachten te doen!

تَرَىٰ كَثِيرٗا مِّنۡهُمۡ يَتَوَلَّوۡنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْۚ لَبِئۡسَ مَا قَدَّمَتۡ لَهُمۡ أَنفُسُهُمۡ أَن سَخِطَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِمۡ وَفِي ٱلۡعَذَابِ هُمۡ خَٰلِدُونَ 80

Jij hebt velen van hen gezien, die de ongelovigen als hun bondgenoten namen. Slecht is het wat zij zelf vooruit hebben gestuurd, daarom is Allah’s toorn op hen gevallen en zij zullen in de bestraffing verblijven.

وَلَوۡ كَانُواْ يُؤۡمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلنَّبِيِّ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيۡهِ مَا ٱتَّخَذُوهُمۡ أَوۡلِيَآءَ وَلَٰكِنَّ كَثِيرٗا مِّنۡهُمۡ فَٰسِقُونَ 81

En als zij in Allah en in de Profeet geloofd hadden en in wat aan hem geopenbaard is, dan zouden zij hen nooit als bondgenoten nemen, maar velen van hen zijn de verdorvenen. ۞

۞لَتَجِدَنَّ أَشَدَّ ٱلنَّاسِ عَدَٰوَةٗ لِّلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱلۡيَهُودَ وَٱلَّذِينَ أَشۡرَكُواْۖ وَلَتَجِدَنَّ أَقۡرَبَهُم مَّوَدَّةٗ لِّلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّا نَصَٰرَىٰۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّ مِنۡهُمۡ قِسِّيسِينَ وَرُهۡبَانٗا وَأَنَّهُمۡ لَا يَسۡتَكۡبِرُونَ 82

Waarlijk, jij zult zeker vinden dat de mensen die het sterkst in vijandschap tegenover de gelovigen zijn, de Joden en de afgodendienaren zijn. En jij zult zeker vinden dat zij die het dichtst bij in de liefde voor de gelovigen zijn, degenen zijn, die zeggen: “Wij zijn Christenen.” Dit is omdat onder hen priesters en monniken zijn en zij zijn niet trots.

وَإِذَا سَمِعُواْ مَآ أُنزِلَ إِلَى ٱلرَّسُولِ تَرَىٰٓ أَعۡيُنَهُمۡ تَفِيضُ مِنَ ٱلدَّمۡعِ مِمَّا عَرَفُواْ مِنَ ٱلۡحَقِّۖ يَقُولُونَ رَبَّنَآ ءَامَنَّا فَٱكۡتُبۡنَا مَعَ ٱلشَّـٰهِدِينَ 83

En als zij luisteren naar datgene wat aan de Boodschapper is neergezonden, zien jullie dat hun ogen met tranen gevuld zijn, omdat zij de Waarheid herkennen. Zij zeggen: “Onze Heer! Wij geloven, noteer ons onder de getuigen.

وَمَا لَنَا لَا نُؤۡمِنُ بِٱللَّهِ وَمَا جَآءَنَا مِنَ ٱلۡحَقِّ وَنَطۡمَعُ أَن يُدۡخِلَنَا رَبُّنَا مَعَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلصَّـٰلِحِينَ 84

En waarom zouden wij niet geloven in Allah en in wat tot ons is gekomen van de Waarheid? En wij wensen dat onze Heer ons zal verwijzen onder" de rechtgeleiden.”

فَأَثَٰبَهُمُ ٱللَّهُ بِمَا قَالُواْ جَنَّـٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَاۚ وَذَٰلِكَ جَزَآءُ ٱلۡمُحۡسِنِينَ 85

Allah beloont hen dan voor wat zij zeiden met Tuinen waar rivieren onderdoor stromen zij zullen daar voor altijd verblijven. Dat is de beloning voor degenen die het goede doen.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُواْ وَكَذَّبُواْ بِـَٔايَٰتِنَآ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلۡجَحِيمِ 86

Maar degenen die ongelovig zijn en Onze Tekenen ontkennen, zij zijn de bewoners van het Hellevuur.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تُحَرِّمُواْ طَيِّبَٰتِ مَآ أَحَلَّ ٱللَّهُ لَكُمۡ وَلَا تَعۡتَدُوٓاْۚ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلۡمُعۡتَدِينَ 87

O, jullie die geloven! Verklaar de goede dingen niet onwettig, die Allah voor jullie wettig heeft verklaard en overschrijdt (Allah’s bevelen) niet. Waarlijk, Allah houdt niet van de overschrijders.

وَكُلُواْ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ حَلَٰلٗا طَيِّبٗاۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِيٓ أَنتُم بِهِۦ مُؤۡمِنُونَ 88

En eet van goede, wettige de zaken, waarin Allah jullie heeft voorzien. En vrees Allah in Wie jullie geloven.

لَا يُؤَاخِذُكُمُ ٱللَّهُ بِٱللَّغۡوِ فِيٓ أَيۡمَٰنِكُمۡ وَلَٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا عَقَّدتُّمُ ٱلۡأَيۡمَٰنَۖ فَكَفَّـٰرَتُهُۥٓ إِطۡعَامُ عَشَرَةِ مَسَٰكِينَ مِنۡ أَوۡسَطِ مَا تُطۡعِمُونَ أَهۡلِيكُمۡ أَوۡ كِسۡوَتُهُمۡ أَوۡ تَحۡرِيرُ رَقَبَةٖۖ فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ ثَلَٰثَةِ أَيَّامٖۚ ذَٰلِكَ كَفَّـٰرَةُ أَيۡمَٰنِكُمۡ إِذَا حَلَفۡتُمۡۚ وَٱحۡفَظُوٓاْ أَيۡمَٰنَكُمۡۚ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمۡ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ 89

Allah zal jullie niet bestraffen voor datgene wat in jullie eden onbedoeld is, maar Hij zal jullie straffen voor de eden die jullie (bewust) vastleggen. (Bij het verbreken van jullie eden) geldt Kaffārah hiervoor: het voeden van tien armen, zoals jullie gemiddeld jullie families voeden; of het hen kleden; of het vrijlaten van een slaaf. Maar eenieder die zich dat niet kan veroorloven, die moet drie dagen vasten. Dat is de boetedoening voor de eden die jullie gezworen hebben. En bescherm jullie eden. Dus Allah heeft Zijn Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, dat jullie dankbaar moge zijn!

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِنَّمَا ٱلۡخَمۡرُ وَٱلۡمَيۡسِرُ وَٱلۡأَنصَابُ وَٱلۡأَزۡلَٰمُ رِجۡسٞ مِّنۡ عَمَلِ ٱلشَّيۡطَٰنِ فَٱجۡتَنِبُوهُ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ 90

O jullie die geloven! Voorwaar, (alle) bedwelmende middelen, het gokken, de afgodsbeelden en de lotspijlen zijn slechts onreinheden die tot het werk van de Satan behoren.Vermijdt deze (zaken) dus. Hopelijk zullen jullie welslagen.

إِنَّمَا يُرِيدُ ٱلشَّيۡطَٰنُ أَن يُوقِعَ بَيۡنَكُمُ ٱلۡعَدَٰوَةَ وَٱلۡبَغۡضَآءَ فِي ٱلۡخَمۡرِ وَٱلۡمَيۡسِرِ وَيَصُدَّكُمۡ عَن ذِكۡرِ ٱللَّهِ وَعَنِ ٱلصَّلَوٰةِۖ فَهَلۡ أَنتُم مُّنتَهُونَ 91

En hij (Satan) wil slechts vijandigheid en haat zaaien (door jullie tegen elkaar op te zetten) met behulp van bedwelmende middelen en het gokken. (Op die manier houdt hij jullie ‘zoet’) en weerhoudt hij jullie niet alleen om Allah te gedenken "maar ook om het gebed te verrichten. Weten jullie dan nooit van ophouden?

وَأَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُواْ ٱلرَّسُولَ وَٱحۡذَرُواْۚ فَإِن تَوَلَّيۡتُمۡ فَٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّمَا عَلَىٰ رَسُولِنَا ٱلۡبَلَٰغُ ٱلۡمُبِينُ 92

En gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper en wees op je hoede en vrees Allah. Als jullie je dan afkeren, weet dan dat op Onze Boodschapper slechts het duidelijk verkondigen rust.

لَيۡسَ عَلَى ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ جُنَاحٞ فِيمَا طَعِمُوٓاْ إِذَا مَا ٱتَّقَواْ وَّءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ ثُمَّ ٱتَّقَواْ وَّءَامَنُواْ ثُمَّ ٱتَّقَواْ وَّأَحۡسَنُواْۚ وَٱللَّهُ يُحِبُّ ٱلۡمُحۡسِنِينَ 93

Er is voor degenen die geloven en goede daden verrichten geen zonde door wat zij (vroeger) aten, wanneer zij Allah vrezen, geloven en goede daden verrichten en opnieuw Allah vrezen, geloven en opnieuw Allah vrezen en goede daden verrichten. En Allah houdt van de weldoeners.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَيَبۡلُوَنَّكُمُ ٱللَّهُ بِشَيۡءٖ مِّنَ ٱلصَّيۡدِ تَنَالُهُۥٓ أَيۡدِيكُمۡ وَرِمَاحُكُمۡ لِيَعۡلَمَ ٱللَّهُ مَن يَخَافُهُۥ بِٱلۡغَيۡبِۚ فَمَنِ ٱعۡتَدَىٰ بَعۡدَ ذَٰلِكَ فَلَهُۥ عَذَابٌ أَلِيمٞ 94

O, jullie die geloven! Allah zal jullie zeker beproeven met iets van het wild wat binnen het bereik van jullie handen en jullie lansen ligt, opdat Allah degenen moge testen die Hem ongezien vrezen. Wie dan daarna overtreedt, voor hem is er een pijnlijke bestraffing.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَقۡتُلُواْ ٱلصَّيۡدَ وَأَنتُمۡ حُرُمٞۚ وَمَن قَتَلَهُۥ مِنكُم مُّتَعَمِّدٗا فَجَزَآءٞ مِّثۡلُ مَا قَتَلَ مِنَ ٱلنَّعَمِ يَحۡكُمُ بِهِۦ ذَوَا عَدۡلٖ مِّنكُمۡ هَدۡيَۢا بَٰلِغَ ٱلۡكَعۡبَةِ أَوۡ كَفَّـٰرَةٞ طَعَامُ مَسَٰكِينَ أَوۡ عَدۡلُ ذَٰلِكَ صِيَامٗا لِّيَذُوقَ وَبَالَ أَمۡرِهِۦۗ عَفَا ٱللَّهُ عَمَّا سَلَفَۚ وَمَنۡ عَادَ فَيَنتَقِمُ ٱللَّهُ مِنۡهُۚ وَٱللَّهُ عَزِيزٞ ذُو ٱنتِقَامٍ 95

O, jullie die geloven! Doodt geen wild als jullie in de gewijde staat zijn voor de Haddj of de kleine bedevaart. En wie het opzettelijk doodt: dan is de vergelding het slachten van het vergelijkbare aan vee, zoals door twee rechtvaardige mannen onder jullie bepaald wordt, en dat als een offer naar de Ka’ba wordt gebracht. Of als boetedoening het voeden van de armen of een daarmee overeenkomende (hoeveelheid dagen aan) vasten, zodat hij het gewicht van zijn daad voelt. Allah vergeeft wat reeds gebeurd is, en als hij herhaalt, dan zal Allah hem ervoor straffen. En Allah is Almachtig, zeer goed tot de Vergelding in staat.

أُحِلَّ لَكُمۡ صَيۡدُ ٱلۡبَحۡرِ وَطَعَامُهُۥ مَتَٰعٗا لَّكُمۡ وَلِلسَّيَّارَةِۖ وَحُرِّمَ عَلَيۡكُمۡ صَيۡدُ ٱلۡبَرِّ مَا دُمۡتُمۡ حُرُمٗاۗ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِيٓ إِلَيۡهِ تُحۡشَرُونَ 96

Wettig voor jullie is de jacht op de waterdieren, wat daarvan eetbaar is, ten nutte van jullie zelf en de reiziger. Maar verboden is jacht op het wild van het land zolang jullie in de gewijde toestand zijn. Vrees Allah tot Wie jullie verzameld worden.

۞جَعَلَ ٱللَّهُ ٱلۡكَعۡبَةَ ٱلۡبَيۡتَ ٱلۡحَرَامَ قِيَٰمٗا لِّلنَّاسِ وَٱلشَّهۡرَ ٱلۡحَرَامَ وَٱلۡهَدۡيَ وَٱلۡقَلَـٰٓئِدَۚ ذَٰلِكَ لِتَعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ يَعۡلَمُ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِ وَأَنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٌ 97

Allah heeft de Ka’ba, het Heilige Huis, als toevluchtsoord gemaakt voor de mensheid en ook de Heilige Maanden en de offerdieren en de halsbanden. Dat jullie moge weten dat Allah kennis heeft van wat er in de hemelen is en wat op aarde is en dat Allah Alwetend is van iedere zaak.

ٱعۡلَمُوٓاْ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلۡعِقَابِ وَأَنَّ ٱللَّهَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 98

Weet dat Allah streng is in de bestraffing en dat Allah de Vergevingsgezinde, de Genadevolle is.

مَّا عَلَى ٱلرَّسُولِ إِلَّا ٱلۡبَلَٰغُۗ وَٱللَّهُ يَعۡلَمُ مَا تُبۡدُونَ وَمَا تَكۡتُمُونَ 99

Op de Boodschapper rust slechts (de plicht tot) de verkondiging. En Allah weet alles wat jullie openlijk doen en wat jullie verbergen.

قُل لَّا يَسۡتَوِي ٱلۡخَبِيثُ وَٱلطَّيِّبُ وَلَوۡ أَعۡجَبَكَ كَثۡرَةُ ٱلۡخَبِيثِۚ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ يَـٰٓأُوْلِي ٱلۡأَلۡبَٰبِ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ 100

Zeg (O Mohammed): “Niet gelijk zijn het kwade en het goede, zelfs als de overvloed van het slechte jullie genoegen doet.” Vrees dus Allah O mensen van begrip, zodat jullie zullen slagen.”

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَسۡـَٔلُواْ عَنۡ أَشۡيَآءَ إِن تُبۡدَ لَكُمۡ تَسُؤۡكُمۡ وَإِن تَسۡـَٔلُواْ عَنۡهَا حِينَ يُنَزَّلُ ٱلۡقُرۡءَانُ تُبۡدَ لَكُمۡ عَفَا ٱللَّهُ عَنۡهَاۗ وَٱللَّهُ غَفُورٌ حَلِيمٞ 101

O, jullie die geloven! Vraag niet over zaken die als zij voor jullie duidelijk worden gemaakt, moeilijkheden veroorzaken. Maar als jullie daarover vragen terwijl de Koran geopenbaard wordt, dan worden zij jullie duidelijk. Allah heeft dat vergeven, en Allah is de Vergevingsgezinde, de Verdraagzame.

قَدۡ سَأَلَهَا قَوۡمٞ مِّن قَبۡلِكُمۡ ثُمَّ أَصۡبَحُواْ بِهَا كَٰفِرِينَ 102

Vόόr jullie heeft een gemeenschap zulk soort vragen gesteld, daarom zijn zij ongelovig geworden.

مَا جَعَلَ ٱللَّهُ مِنۢ بَحِيرَةٖ وَلَا سَآئِبَةٖ وَلَا وَصِيلَةٖ وَلَا حَامٖ وَلَٰكِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ يَفۡتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلۡكَذِبَۖ وَأَكۡثَرُهُمۡ لَا يَعۡقِلُونَ 103

Allah heeft (geen bijgeloof) ingesteld zoals Bahirah, Sâ’ibah, Washîlah en Hâm. Maar de ongelovigen verzinnen leugens over Allah en de meeste van hen hebben geen begrip.

وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ تَعَالَوۡاْ إِلَىٰ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَإِلَى ٱلرَّسُولِ قَالُواْ حَسۡبُنَا مَا وَجَدۡنَا عَلَيۡهِ ءَابَآءَنَآۚ أَوَلَوۡ كَانَ ءَابَآؤُهُمۡ لَا يَعۡلَمُونَ شَيۡـٔٗا وَلَا يَهۡتَدُونَ 104

En als er tegen hen gezegd wordt: “Kom tot wat Allah geopenbaard heeft en tot de Boodschapper,” zeggen zij: “Genoeg voor ons is dat wat onze vaders gevolgd hebben.” Zelfs als hun vaders geen kennis hadden en er geen Leiding was.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ عَلَيۡكُمۡ أَنفُسَكُمۡۖ لَا يَضُرُّكُم مَّن ضَلَّ إِذَا ٱهۡتَدَيۡتُمۡۚ إِلَى ٱللَّهِ مَرۡجِعُكُمۡ جَمِيعٗا فَيُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمۡ تَعۡمَلُونَ 105

O jullie die geloven! Aan jullie (de hoede over) jullie zelf. Als jullie de juiste leiding volgen, kunnen jullie niet gekwetst worden door degenen die dwalen. De terugkeer van jullie allen is tot Allah, dan zal Hij jullie vertellen over alles wat jullie plachten te doen.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ شَهَٰدَةُ بَيۡنِكُمۡ إِذَا حَضَرَ أَحَدَكُمُ ٱلۡمَوۡتُ حِينَ ٱلۡوَصِيَّةِ ٱثۡنَانِ ذَوَا عَدۡلٖ مِّنكُمۡ أَوۡ ءَاخَرَانِ مِنۡ غَيۡرِكُمۡ إِنۡ أَنتُمۡ ضَرَبۡتُمۡ فِي ٱلۡأَرۡضِ فَأَصَٰبَتۡكُم مُّصِيبَةُ ٱلۡمَوۡتِۚ تَحۡبِسُونَهُمَا مِنۢ بَعۡدِ ٱلصَّلَوٰةِ فَيُقۡسِمَانِ بِٱللَّهِ إِنِ ٱرۡتَبۡتُمۡ لَا نَشۡتَرِي بِهِۦ ثَمَنٗا وَلَوۡ كَانَ ذَا قُرۡبَىٰ وَلَا نَكۡتُمُ شَهَٰدَةَ ٱللَّهِ إِنَّآ إِذٗا لَّمِنَ ٱلۡأٓثِمِينَ 106

O, jullie die geloven! Als de dood jullie nadert, maak dan een testament, neem vervolgens de verklaring van twee rechtvaardige mannen van jullie volk of twee buitenstaanders, indien jullie door het land op reis zijn en de ramp van de dood komt over jullie. Houdt hen dan na het gebed vast als jullie twijfelen, laat hen beiden bij Allah zweren (zeggende): “Wij wensen hierdoor geen werelds gewin, zelfs als hij onze naaste verwant is. Wij zullen de getuigenis niet voor Allah verbergen, want dan zouden wij waarlijk tot de zondaren behoren.”

فَإِنۡ عُثِرَ عَلَىٰٓ أَنَّهُمَا ٱسۡتَحَقَّآ إِثۡمٗا فَـَٔاخَرَانِ يَقُومَانِ مَقَامَهُمَا مِنَ ٱلَّذِينَ ٱسۡتَحَقَّ عَلَيۡهِمُ ٱلۡأَوۡلَيَٰنِ فَيُقۡسِمَانِ بِٱللَّهِ لَشَهَٰدَتُنَآ أَحَقُّ مِن شَهَٰدَتِهِمَا وَمَا ٱعۡتَدَيۡنَآ إِنَّآ إِذٗا لَّمِنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 107

Maar indien bekend wordt dat deze twee een zonde hebben begaan, laat dan twee anderen hun plaats innemen, de dichtste verwanten onder hen die het recht hiervan beweren te hebben. Laat hen dan bij Allah zweren: “Wij bevestigen dat onze getuigenis waarachtiger is dan dat van die twee anderen en wij hebben de waarheid geen geweld aangedaan, want dan zouden wij waarlijk tot de zondaren behoren.”

ذَٰلِكَ أَدۡنَىٰٓ أَن يَأۡتُواْ بِٱلشَّهَٰدَةِ عَلَىٰ وَجۡهِهَآ أَوۡ يَخَافُوٓاْ أَن تُرَدَّ أَيۡمَٰنُۢ بَعۡدَ أَيۡمَٰنِهِمۡۗ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَٱسۡمَعُواْۗ وَٱللَّهُ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلۡفَٰسِقِينَ 108

Dat moet het dichter bij (het feit) brengen dat hun getuigenis waar is, of anders moeten zij vrezen dat over hun eigen eed nog andere eden worden afgelegd. En vrees Allah en luister. En Allah leidt geen mensen die verdorven zijn.

۞يَوۡمَ يَجۡمَعُ ٱللَّهُ ٱلرُّسُلَ فَيَقُولُ مَاذَآ أُجِبۡتُمۡۖ قَالُواْ لَا عِلۡمَ لَنَآۖ إِنَّكَ أَنتَ عَلَّـٰمُ ٱلۡغُيُوبِ 109

Op de Dag dat Allah alle Boodschappers zal verzamelen en hen dan zal zeggen: “Wat was het dat (men) jullie heeft geantwoord?” Zullen zij zeggen: “Wij hebben er geen kennis van, waarlijk, alleen U bent de Alwetende van het verborgene.”

إِذۡ قَالَ ٱللَّهُ يَٰعِيسَى ٱبۡنَ مَرۡيَمَ ٱذۡكُرۡ نِعۡمَتِي عَلَيۡكَ وَعَلَىٰ وَٰلِدَتِكَ إِذۡ أَيَّدتُّكَ بِرُوحِ ٱلۡقُدُسِ تُكَلِّمُ ٱلنَّاسَ فِي ٱلۡمَهۡدِ وَكَهۡلٗاۖ وَإِذۡ عَلَّمۡتُكَ ٱلۡكِتَٰبَ وَٱلۡحِكۡمَةَ وَٱلتَّوۡرَىٰةَ وَٱلۡإِنجِيلَۖ وَإِذۡ تَخۡلُقُ مِنَ ٱلطِّينِ كَهَيۡـَٔةِ ٱلطَّيۡرِ بِإِذۡنِي فَتَنفُخُ فِيهَا فَتَكُونُ طَيۡرَۢا بِإِذۡنِيۖ وَتُبۡرِئُ ٱلۡأَكۡمَهَ وَٱلۡأَبۡرَصَ بِإِذۡنِيۖ وَإِذۡ تُخۡرِجُ ٱلۡمَوۡتَىٰ بِإِذۡنِيۖ وَإِذۡ كَفَفۡتُ بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ عَنكَ إِذۡ جِئۡتَهُم بِٱلۡبَيِّنَٰتِ فَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ مِنۡهُمۡ إِنۡ هَٰذَآ إِلَّا سِحۡرٞ مُّبِينٞ 110

(Gedenk) dat Allah zal zeggen: “O ‘Isa, zoon van Maryam! Gedenk Mijn (veelzijdige)" gunsten aan jou en jouw moeder, toen Ik jou met de Heilge Geest (Djibriel) heb versterkt en ondersteund, zodat jij in de wieg als baby tot de mensen kon spreken, maar ook als volwassene. En (gedenk) toen Ik je het Schrift en de Wijsheid en de Thora (van Mozes) en de Indjiel (als openbaring) onderwees. En (gedenk) toen je (door de Joden werd uitgedaagd) om een kleipop (in de vorm) van een vogel te maken, met Mijn toestemming. Vervolgens blies je daarin en het werd een (levende) vogel, met Mijn toestemming. En (gedenk) toen je de blinden en de melaatsen genas, met Mijn toestemming. En (gedenk) toen je de doden (tot leven wekte en hen uit hun graven) deed herrijzen, met Mijn toestemming. En (gedenk) toen Ik de Kinderen van Israël (die jou van het leven wilden beroven) bij jou vandaan hield, (enkel) omdat je tot hen kwam met duidelijke Bewijzen. En de ongelovigen onder hen zeiden: “Dit is niets anders dan duidelijke tovenarij.”

وَإِذۡ أَوۡحَيۡتُ إِلَى ٱلۡحَوَارِيِّـۧنَ أَنۡ ءَامِنُواْ بِي وَبِرَسُولِي قَالُوٓاْ ءَامَنَّا وَٱشۡهَدۡ بِأَنَّنَا مُسۡلِمُونَ 111

En toen Ik in de harten van de metgezellen het geloof in Mij en Mijn Boodschapper plaatste, zeiden zij: “Wij geloven. En wij getuigen dat wij moslims zijn.”

إِذۡ قَالَ ٱلۡحَوَارِيُّونَ يَٰعِيسَى ٱبۡنَ مَرۡيَمَ هَلۡ يَسۡتَطِيعُ رَبُّكَ أَن يُنَزِّلَ عَلَيۡنَا مَآئِدَةٗ مِّنَ ٱلسَّمَآءِۖ قَالَ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ 112

(Gedenk) toen de metgezellen zeiden: “O, Isa, zoon van Maryam! Kan jou Heer voor ons een gedekte tafel (met voedsel) neerzenden uit de hemel?” Isa zei: “Vrees Allah, als jullie waarlijk gelovigen zijn.”

قَالُواْ نُرِيدُ أَن نَّأۡكُلَ مِنۡهَا وَتَطۡمَئِنَّ قُلُوبُنَا وَنَعۡلَمَ أَن قَدۡ صَدَقۡتَنَا وَنَكُونَ عَلَيۡهَا مِنَ ٱلشَّـٰهِدِينَ 113

Zij zeiden: “Wij wensen daarvan te eten om sterker in het geloof te zijn en te weten dat jij ons inderdaad de Waarheid verteld hebt en dat wijzelf getuigen zijn.”

قَالَ عِيسَى ٱبۡنُ مَرۡيَمَ ٱللَّهُمَّ رَبَّنَآ أَنزِلۡ عَلَيۡنَا مَآئِدَةٗ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ تَكُونُ لَنَا عِيدٗا لِّأَوَّلِنَا وَءَاخِرِنَا وَءَايَةٗ مِّنكَۖ وَٱرۡزُقۡنَا وَأَنتَ خَيۡرُ ٱلرَّـٰزِقِينَ 114

Isa, de zoon van Maryam zei: “O Allah, onze Heer! Zendt uit de hemel voor ons een gedekte tafel – opdat er voor de eerste tot en met de laatste van ons – een plechtig feest is, als een Teken van U; en geef ons onderhoud, want U bent de Beste "van de Onderhouders.

قَالَ ٱللَّهُ إِنِّي مُنَزِّلُهَا عَلَيۡكُمۡۖ فَمَن يَكۡفُرۡ بَعۡدُ مِنكُمۡ فَإِنِّيٓ أُعَذِّبُهُۥ عَذَابٗا لَّآ أُعَذِّبُهُۥٓ أَحَدٗا مِّنَ ٱلۡعَٰلَمِينَ 115

Allah zei: “Ik zal het naar jullie sturen, maar als één van jullie hierna ongelovig is, zal Ik hem straffen met een bestraffing die Ik op niemand van de wereldwezens heb toegepast.

وَإِذۡ قَالَ ٱللَّهُ يَٰعِيسَى ٱبۡنَ مَرۡيَمَ ءَأَنتَ قُلۡتَ لِلنَّاسِ ٱتَّخِذُونِي وَأُمِّيَ إِلَٰهَيۡنِ مِن دُونِ ٱللَّهِۖ قَالَ سُبۡحَٰنَكَ مَا يَكُونُ لِيٓ أَنۡ أَقُولَ مَا لَيۡسَ لِي بِحَقٍّۚ إِن كُنتُ قُلۡتُهُۥ فَقَدۡ عَلِمۡتَهُۥۚ تَعۡلَمُ مَا فِي نَفۡسِي وَلَآ أَعۡلَمُ مَا فِي نَفۡسِكَۚ إِنَّكَ أَنتَ عَلَّـٰمُ ٱلۡغُيُوبِ 116

En (gedenk) toen Allah zei: “O, Isa, zoon van Maryam! Heb jij tegen de mensen gezegd: “Aanbidt mij en mijn moeder als twee goden naast Allah?” Hij (Isa) zei: “Verheerlijkt zij U! Het is niet aan mij om te zeggen waartop ik geen recht heb. Als ik zo iets gezegd had, dan zou U dat zeker geweten hebben. U weet wat in mijn binnenste is, terwijl ik niet weet wat in U is, waarlijk, U en alleen U bent de Alwetende van alles wat verborgen en onzichtbaar is.

مَا قُلۡتُ لَهُمۡ إِلَّا مَآ أَمَرۡتَنِي بِهِۦٓ أَنِ ٱعۡبُدُواْ ٱللَّهَ رَبِّي وَرَبَّكُمۡۚ وَكُنتُ عَلَيۡهِمۡ شَهِيدٗا مَّا دُمۡتُ فِيهِمۡۖ فَلَمَّا تَوَفَّيۡتَنِي كُنتَ أَنتَ ٱلرَّقِيبَ عَلَيۡهِمۡۚ وَأَنتَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ شَهِيدٌ 117

Ik heb hen niet anders gezegd, behalve wat U mij bevolen heeft te zeggen: “Aanbidt Allah, mijn Heer en jullie Heer.” En ik was een getuige van hen, terwijl ik onder hen verbleef, maar toen U mij tot U nam, werd U de Waker over hen, en U bent Getuige van alle zaken.

إِن تُعَذِّبۡهُمۡ فَإِنَّهُمۡ عِبَادُكَۖ وَإِن تَغۡفِرۡ لَهُمۡ فَإِنَّكَ أَنتَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلۡحَكِيمُ 118

Als U hen straft, zijn zij Uw slaven. En als U hen vergeeft, waarlijk U en alleen U bent de Almachtige, de Alwijze.

قَالَ ٱللَّهُ هَٰذَا يَوۡمُ يَنفَعُ ٱلصَّـٰدِقِينَ صِدۡقُهُمۡۚ لَهُمۡ جَنَّـٰتٞ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدٗاۖ رَّضِيَ ٱللَّهُ عَنۡهُمۡ وَرَضُواْ عَنۡهُۚ ذَٰلِكَ ٱلۡفَوۡزُ ٱلۡعَظِيمُ 119

Allah zei: “Dit is de Dag waarop de waarachtigen (in hun geloof) van hun waarachtigheid zullen profiteren (van de geneugten in de eeuwige Tuinen): voor hen zijn de Tuinen waar rivieren onderdoor stromen – zij zullen daarin voor altijd verblijven. Allah is tevreden over hun (verrichte daden) en zij over Hem (vanwege de Paradijslijke beloningen). Dat is het grote succes.

لِلَّهِ مُلۡكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَمَا فِيهِنَّۚ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرُۢ 120

Aan Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. En Hij is tot alle zaken in staat.

2 Comments

  1. Beste,

    Bedankt voor deze prachtige website, en bedankt voor al jullie inspanningen om het de gebruikers gemakkelijk te maken om de Koran te lezen en de verzen nóg beter te begrijpen. Mag ik jullie vragen of het mogelijk is om het begin/einde van een Hisb (7izb) te integreren in de Surahs?

    Nogmaals dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close