Soera 48 – Al-Fath – Het Succes – الفتح

bismillah ir rahman ir rahim

إِنَّا فَتَحْنَا لَكَ فَتْحًا مُّبِينًا 1

Voorwaar, Wij hebben jou (o Mohammed) een duidelijke overwinning geschonken.

لِّيَغْفِرَ لَكَ اللَّهُ مَا تَقَدَّمَ مِن ذَنبِكَ وَمَا تَأَخَّرَ وَيُتِمَّ نِعْمَتَهُ عَلَيْكَ وَيَهْدِيَكَ صِرَاطًا مُّسْتَقِيمًا 2

Zodat Allah jou je voorgaande en toekomstige zonden zal vergeven en Zijn Gunst aan jou zal vervolmaken en (zodat) Hij jou zal leiden naar een recht Pad.

وَيَنصُرَكَ اللَّهُ نَصْرًا عَزِيزًا 3

En (zodat) Allah jou helpt aan een overtuigende overwinning.

هُوَ الَّذِي أَنزَلَ السَّكِينَةَ فِي قُلُوبِ الْمُؤْمِنِينَ لِيَزْدَادُوا إِيمَانًا مَّعَ إِيمَانِهِمْ ۗ وَلِلَّهِ جُنُودُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ وَكَانَ اللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا 4

Hij is Degene Die de rust op de harten van de gelovigen neerzond, zodat zij meer geloof zouden krijgen naast hun (bestaande) geloof. En aan Allah behoren de legers van de hemelen en de aarde toe. En Allah is Alwetend, Alwijs.

لِّيُدْخِلَ الْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ خَالِدِينَ فِيهَا وَيُكَفِّرَ عَنْهُمْ سَيِّئَاتِهِمْ ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عِندَ اللَّهِ فَوْزًا عَظِيمًا 5

Zodat Hij de gelovige mannen en de gelovige vrouwen Tuinen doet binnentreden waaronder rivieren stromen. Voor eeuwig (vertoeven zij) daarin. En (zodat) Hij hun slechte daden voor hen zal kwijtschelden. En dat is bij Allah een grandioze Overwinning.

وَيُعَذِّبَ الْمُنَافِقِينَ وَالْمُنَافِقَاتِ وَالْمُشْرِكِينَ وَالْمُشْرِكَاتِ الظَّانِّينَ بِاللَّهِ ظَنَّ السَّوْءِ ۚ عَلَيْهِمْ دَائِرَةُ السَّوْءِ ۖ وَغَضِبَ اللَّهُ عَلَيْهِمْ وَلَعَنَهُمْ وَأَعَدَّ لَهُمْ جَهَنَّمَ ۖ وَسَاءَتْ مَصِيرًا 6

En (zodat) Hij de huichelaars en de huichelaarsters en de veelgodenaanbidders en de veelgodenaanbidsters zal bestraffen. (Zij) die slechte vermoedens hebben over Allah. De tijd zal zich verschrikkelijk tegen hen keren (d.w.z. dat de bestraffing hen zal treffen.) En de Woede van Allah rust op hen en Hij vervloekt hen en Hij heeft voor hen de Hel gereedgemaakt. En dat is een slechte Eindbestemming.

وَلِلَّهِ جُنُودُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ وَكَانَ اللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا 7

En aan Allah behoren de legers van de hemelen en de aarde toe. En Allah is Almachtig, Alwijs.

إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ شَاهِدًا وَمُبَشِّرًا وَنَذِيرًا 8

Voorwaar, Wij hebben jou gestuurd als een getuige, en een verkondiger van verheugende Tijdingen en als een waarschuwer.

لِّتُؤْمِنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ وَتُعَزِّرُوهُ وَتُوَقِّرُوهُ وَتُسَبِّحُوهُ بُكْرَةً وَأَصِيلًا 9

Zodat jullie geloven in Allah en Zijn Boodschapper en jullie hem (d.w.z. Zijn Boodschapper) eren en respecteren, en Hem (Allah) in de ochtend en in de namiddag verheerlijken.

إِنَّ الَّذِينَ يُبَايِعُونَكَ إِنَّمَا يُبَايِعُونَ اللَّهَ يَدُ اللَّهِ فَوْقَ أَيْدِيهِمْ ۚ فَمَن نَّكَثَ فَإِنَّمَا يَنكُثُ عَلَىٰ نَفْسِهِ ۖ وَمَنْ أَوْفَىٰ بِمَا عَاهَدَ عَلَيْهُ اللَّهَ فَسَيُؤْتِيهِ أَجْرًا عَظِيمًا 10

Voorwaar, degenen die de eed bij jou (komen) afleggen (o Mohammed), leggen (in werkelijkheid) slechts de eed af bij Allah. De Hand van Allah bevindt zich boven hun handen. Wie deze (eed) dan verbreekt, verbreekt (het) slechts ten nadele van zichzelf. En wie datgene nakomt wat hij aan Allah heeft beloofd, Hij zal hem dan een grandioze Beloning geven.

سَيَقُولُ لَكَ الْمُخَلَّفُونَ مِنَ الْأَعْرَابِ شَغَلَتْنَا أَمْوَالُنَا وَأَهْلُونَا فَاسْتَغْفِرْ لَنَا ۚ يَقُولُونَ بِأَلْسِنَتِهِم مَّا لَيْسَ فِي قُلُوبِهِمْ ۚ قُلْ فَمَن يَمْلِكُ لَكُم مِّنَ اللَّهِ شَيْئًا إِنْ أَرَادَ بِكُمْ ضَرًّا أَوْ أَرَادَ بِكُمْ نَفْعًا ۚ بَلْ كَانَ اللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا 11

De achterblijvers onder de bedoeïenen zullen tegen jou (o Mohammed) zeggen: “Onze bezittingen en onze gezinnen hielden ons bezig. Vraag daarom om vergeving voor ons.” Zij zeggen met hun tongen wat zich niet in hun harten bevindt. Zeg: “Wie kan dan iets voor jullie betekenen tegen Allah, als Hij jullie wil schaden of als Hij jullie wil baten? Nee! Allah is op de hoogte van dat wat jullie (in het verborgene) doen.

بَلْ ظَنَنتُمْ أَن لَّن يَنقَلِبَ الرَّسُولُ وَالْمُؤْمِنُونَ إِلَىٰ أَهْلِيهِمْ أَبَدًا وَزُيِّنَ ذَٰلِكَ فِي قُلُوبِكُمْ وَظَنَنتُمْ ظَنَّ السَّوْءِ وَكُنتُمْ قَوْمًا بُورًا 12

Nee! Jullie dachten dat de Boodschapper en de gelovigen nooit (meer) naar hun families zouden terugkeren. En dat werd in jullie harten schoonschijnend gemaakt. En jullie hadden slechte vermoedens. En jullie waren een verloren volk.”

وَمَن لَّمْ يُؤْمِن بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ فَإِنَّا أَعْتَدْنَا لِلْكَافِرِينَ سَعِيرًا 13

En wie niet in Allah en Zijn Boodschapper gelooft, Wij hebben dan waarlijk voor de ongelovigen een laaiend Vuur gereedgemaakt.

وَلِلَّهِ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ يَغْفِرُ لِمَن يَشَاءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَاءُ ۚ وَكَانَ اللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا 14

En aan Allah behoort het Koningschap van de hemelen en de aarde toe. Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

سَيَقُولُ الْمُخَلَّفُونَ إِذَا انطَلَقْتُمْ إِلَىٰ مَغَانِمَ لِتَأْخُذُوهَا ذَرُونَا نَتَّبِعْكُمْ ۖ يُرِيدُونَ أَن يُبَدِّلُوا كَلَامَ اللَّهِ ۚ قُل لَّن تَتَّبِعُونَا كَذَٰلِكُمْ قَالَ اللَّهُ مِن قَبْلُ ۖ فَسَيَقُولُونَ بَلْ تَحْسُدُونَنَا ۚ بَلْ كَانُوا لَا يَفْقَهُونَ إِلَّا قَلِيلًا 15

De achterblijvers zullen, wanneer jullie eropuit trekken om de oorlogsbuiten te bemachtigen, zeggen: “Sta ons toe om jullie te volgen.” Zij wensen het Woord van Allah te veranderen. Zeg: “Jullie zullen ons nooit volgen. Zo heeft Allah (het) eerder gezegd.” Zij zullen dan zeggen: “Nee! Jullie zijn jaloers op ons.” Nee! Zij begrijpen slechts weinig.

قُل لِّلْمُخَلَّفِينَ مِنَ الْأَعْرَابِ سَتُدْعَوْنَ إِلَىٰ قَوْمٍ أُولِي بَأْسٍ شَدِيدٍ تُقَاتِلُونَهُمْ أَوْ يُسْلِمُونَ ۖ فَإِن تُطِيعُوا يُؤْتِكُمُ اللَّهُ أَجْرًا حَسَنًا ۖ وَإِن تَتَوَلَّوْا كَمَا تَوَلَّيْتُم مِّن قَبْلُ يُعَذِّبْكُمْ عَذَابًا أَلِيمًا 16

Zeg (o Mohammed) tegen de achterblijvers onder de bedoeïenen: “Jullie zullen uitgenodigd worden naar (de strijd tegen) een volk dat sterke kracht bezit. Jullie zullen tegen hen (moeten) strijden, of zij zullen zich (moeten) overgeven. Als jullie dan gehoorzamen, (dan) zal Allah jullie een goede Beloning geven. Maar als jullie je afwenden, zoals jullie je voorheen afwendden, dan zal Hij jullie met een pijnlijke Bestraffing treffen.”

لَّيْسَ عَلَى الْأَعْمَىٰ حَرَجٌ وَلَا عَلَى الْأَعْرَجِ حَرَجٌ وَلَا عَلَى الْمَرِيضِ حَرَجٌ ۗ وَمَن يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ يُدْخِلْهُ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ وَمَن يَتَوَلَّ يُعَذِّبْهُ عَذَابًا أَلِيمًا 17

Er treft de blinde geen blaam, en (ook) de kreupele treft geen blaam, en (ook) de zieke treft geen blaam (wanneer zij niet deelnemen aan de strijd). En wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, Hij zal hem Tuinen doen binnentreden waaronder rivieren stromen. En wie zich afwendt, Hij zal hem met een pijnlijke Bestraffing treffen.

لَّقَدْ رَضِيَ اللَّهُ عَنِ الْمُؤْمِنِينَ إِذْ يُبَايِعُونَكَ تَحْتَ الشَّجَرَةِ فَعَلِمَ مَا فِي قُلُوبِهِمْ فَأَنزَلَ السَّكِينَةَ عَلَيْهِمْ وَأَثَابَهُمْ فَتْحًا قَرِيبًا 18

Voorzeker, Allah was tevreden met de gelovigen toen zij de eed bij jou (o Mohammed) aflegden onder de boom. Hij wist wat zich toen in hun harten bevond. Daarom zond Hij de rust op hen neer en Hij beloonde hen met een nabije overwinning.

وَمَغَانِمَ كَثِيرَةً يَأْخُذُونَهَا ۗ وَكَانَ اللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا 19

En (ook met) vele oorlogsbuiten die zij zullen bemachtigen. En Allah is Almachtig, Alwijs.

وَعَدَكُمُ اللَّهُ مَغَانِمَ كَثِيرَةً تَأْخُذُونَهَا فَعَجَّلَ لَكُمْ هَٰذِهِ وَكَفَّ أَيْدِيَ النَّاسِ عَنكُمْ وَلِتَكُونَ آيَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ وَيَهْدِيَكُمْ صِرَاطًا مُّسْتَقِيمًا 20

Allah heeft jullie vele oorlogsbuiten beloofd die jullie zullen bemachtigen. En Hij bespoedigde dit (d.w.z. het bemachtigen van de oorlogsbuiten) voor jullie en hield de handen van de mensen van jullie af. En (dit alles) zodat dit een teken zou zijn voor de gelovigen, en (zodat) Hij jullie zal leiden naar het rechte Pad.

وَأُخْرَىٰ لَمْ تَقْدِرُوا عَلَيْهَا قَدْ أَحَاطَ اللَّهُ بِهَا ۚ وَكَانَ اللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرًا 21

En (ook) andere (steden) waartoe jullie (voorheen) niet in staat waren (om deze te bemachtigen). Voorzeker, Allah omsingelde deze (steden). En Allah is tot alles in staat.

وَلَوْ قَاتَلَكُمُ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوَلَّوُا الْأَدْبَارَ ثُمَّ لَا يَجِدُونَ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا 22

En als degenen die niet geloven tegen jullie zouden strijden, (dan) zouden zij (jullie) zeker de rug toekeren (d.w.z. op de vlucht slaan). Vervolgens zullen zij geen beschermer of helper vinden.

سُنَّةَ اللَّهِ الَّتِي قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلُ ۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّةِ اللَّهِ تَبْدِيلًا 23

(Dit is) de Werkwijze van Allah die (ook) voorheen is toegepast. En in de Werkwijze van Allah zul jij nooit een verandering vinden.

وَهُوَ الَّذِي كَفَّ أَيْدِيَهُمْ عَنكُمْ وَأَيْدِيَكُمْ عَنْهُم بِبَطْنِ مَكَّةَ مِن بَعْدِ أَنْ أَظْفَرَكُمْ عَلَيْهِمْ ۚ وَكَانَ اللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرًا 24

En Hij is Degene Die hun handen van jullie heeft afgehouden en (Die) jullie handen van hen heeft afgehouden in het midden van Mekka, nadat Hij jullie liet zegevieren over hen. En Allah is Alziend over wat jullie doen.

هُمُ الَّذِينَ كَفَرُوا وَصَدُّوكُمْ عَنِ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ وَالْهَدْيَ مَعْكُوفًا أَن يَبْلُغَ مَحِلَّهُ ۚ وَلَوْلَا رِجَالٌ مُّؤْمِنُونَ وَنِسَاءٌ مُّؤْمِنَاتٌ لَّمْ تَعْلَمُوهُمْ أَن تَطَئُوهُمْ فَتُصِيبَكُم مِّنْهُم مَّعَرَّةٌ بِغَيْرِ عِلْمٍ ۖ لِّيُدْخِلَ اللَّهُ فِي رَحْمَتِهِ مَن يَشَاءُ ۚ لَوْ تَزَيَّلُوا لَعَذَّبْنَا الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا 25

Zij zijn degenen die niet geloven en (die) jullie hebben afgehouden van al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde Moskee in Mekka) en (die) de offerdieren (ervan weerhielden) om hun (bestemmings)plaats te bereiken. En was het niet vanwege de gelovige mannen en gelovige vrouwen (die zich in Mekka tussen de ongelovigen bevonden en) die jullie niet kenden en (dus ook) zouden doden, waarna jullie hierdoor onbewust een zonde zouden begaan (dan had Allah jullie wel Toestemming gegeven om Mekka binnen te gaan). (Dit) zodat Allah tot Zijn Genade zal toelaten wie Hij wil. Als zij (d.w.z. de gelovigen en de ongelovigen) zich van elkaar zouden onderscheiden, dan hadden Wij degenen onder hen die niet geloven zeker bestraft met een pijnlijke bestraffing.

إِذْ جَعَلَ الَّذِينَ كَفَرُوا فِي قُلُوبِهِمُ الْحَمِيَّةَ حَمِيَّةَ الْجَاهِلِيَّةِ فَأَنزَلَ اللَّهُ سَكِينَتَهُ عَلَىٰ رَسُولِهِ وَعَلَى الْمُؤْمِنِينَ وَأَلْزَمَهُمْ كَلِمَةَ التَّقْوَىٰ وَكَانُوا أَحَقَّ بِهَا وَأَهْلَهَا ۚ وَكَانَ اللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمًا 26

(Gedenk) toen degenen die niet geloofden hun harten vulden met valse trots, de trots (die afstamt) van (de tijd van) onwetendheid, waarna Allah Zijn Rust neerzond op Zijn Boodschapper en op de gelovigen en hen liet vasthouden aan het woord van godsvrucht (d.w.z. de geloofsgetuigenis). En zij hadden er het meeste recht op en (zij) waren de mensen daarvan (d.w.z. de mensen van het monotheïsme). En Allah is op de hoogte van alles.

لَّقَدْ صَدَقَ اللَّهُ رَسُولَهُ الرُّؤْيَا بِالْحَقِّ ۖ لَتَدْخُلُنَّ الْمَسْجِدَ الْحَرَامَ إِن شَاءَ اللَّهُ آمِنِينَ مُحَلِّقِينَ رُءُوسَكُمْ وَمُقَصِّرِينَ لَا تَخَافُونَ ۖ فَعَلِمَ مَا لَمْ تَعْلَمُوا فَجَعَلَ مِن دُونِ ذَٰلِكَ فَتْحًا قَرِيبًا 27

Voorzeker, Allah heeft de droom van Zijn Boodschapper naar waarheid doen uitkomen. Jullie zullen (zoals Mohammed in zijn droom heeft gezien) zeker al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde Moskee in Mekka) binnentreden, als Allah het wil. (Jullie zullen het binnengaan) in staat van veiligheid, (en) met jullie (kaal)geschoren en kortgeknipte hoofden, zonder (enige) vrees. Hij wist wat jullie niet wisten, daarom schonk Hij daarnaast een (andere) nabije overwinning.

هُوَ الَّذِي أَرْسَلَ رَسُولَهُ بِالْهُدَىٰ وَدِينِ الْحَقِّ لِيُظْهِرَهُ عَلَى الدِّينِ كُلِّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِاللَّهِ شَهِيدًا 28

Hij is Degene Die Zijn Boodschapper (d.w.z. Mohammed) heeft gestuurd met de Leiding en de ware godsdienst (d.w.z. de Islam), om deze boven alle (andere) godsdiensten te laten prevaleren. En Allah volstaat als Getuige.

مُّحَمَّدٌ رَّسُولُ اللَّهِ ۚ وَالَّذِينَ مَعَهُ أَشِدَّاءُ عَلَى الْكُفَّارِ رُحَمَاءُ بَيْنَهُمْ ۖ تَرَاهُمْ رُكَّعًا سُجَّدًا يَبْتَغُونَ فَضْلًا مِّنَ اللَّهِ وَرِضْوَانًا ۖ سِيمَاهُمْ فِي وُجُوهِهِم مِّنْ أَثَرِ السُّجُودِ ۚ ذَٰلِكَ مَثَلُهُمْ فِي التَّوْرَاةِ ۚ وَمَثَلُهُمْ فِي الْإِنجِيلِ كَزَرْعٍ أَخْرَجَ شَطْأَهُ فَآزَرَهُ فَاسْتَغْلَظَ فَاسْتَوَىٰ عَلَىٰ سُوقِهِ يُعْجِبُ الزُّرَّاعَ لِيَغِيظَ بِهِمُ الْكُفَّارَ ۗ وَعَدَ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ مِنْهُم مَّغْفِرَةً وَأَجْرًا عَظِيمًا 29

Mohammed is de Boodschapper van Allah. En degenen (die) met hem (zijn), zijn streng tegenover de ongelovigen, (en) barmhartig tegenover elkaar. Jij ziet hen buigen en neerknielen, strevend naar de Gunst van Allah en (Zijn) Welbehagen. De tekenen zijn (zichtbaar) op hun gezichten, vanwege de sporen van het neerknielen. Dit is hun omschrijving in de Thora. En (wat betreft) hun omschrijving in het Evangelie, (deze) is als een zaad dat zijn koren voortbrengt, (en) deze (d.w.z. het koren) daarna verstevigt en dan (zelf) opzwelt, (en) vervolgens rechtop boven zijn stengel gaat staan. Het (d.w.z. de mooie verschijning daarvan) behaagt de zaaiers en (het is) om de woede van de ongelovigen (middels de gelovigen) op te wekken. Allah heeft degenen die geloven en degenen onder hen die goede daden verrichten, Vergiffenis en een grandioze Beloning beloofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close