Soera 39 – Az-Zumar – De Drommen – الزّمر

bismillah ir rahman ir rahim

تَنزِيلُ الْكِتَابِ مِنَ اللَّهِ الْعَزِيزِ الْحَكِيمِ 1

De Neerzending van het Boek is (afkomstig) van Allah, de Almachtige, de Alwijze.

إِنَّا أَنزَلْنَا إِلَيْكَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ فَاعْبُدِ اللَّهَ مُخْلِصًا لَّهُ الدِّينَ 2

Voorwaar, Wij hebben aan jou (o Mohammed) het Boek met de Waarheid neergezonden, dus aanbid (alleen) Allah door de godsdienst (zuiver) aan Hem toe te wijden.

أَلَا لِلَّهِ الدِّينُ الْخَالِصُ ۚ وَالَّذِينَ اتَّخَذُوا مِن دُونِهِ أَوْلِيَاءَ مَا نَعْبُدُهُمْ إِلَّا لِيُقَرِّبُونَا إِلَى اللَّهِ زُلْفَىٰ إِنَّ اللَّهَ يَحْكُمُ بَيْنَهُمْ فِي مَا هُمْ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ ۗ إِنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي مَنْ هُوَ كَاذِبٌ كَفَّارٌ 3

Weet dat de zuivere godsdienst alleen aan Allah toebehoort. En degenen die naast Hem helpers nemen (zeggende): “Wij aanbidden hen slechts, opdat zij ons nader tot Allah zullen brengen.” Waarlijk, Allah zal tussen hen oordelen over datgene waarover zij (van mening) verschilden. Voorwaar, Allah leidt degene die een ongelovige leugenaar is niet.

لَّوْ أَرَادَ اللَّهُ أَن يَتَّخِذَ وَلَدًا لَّاصْطَفَىٰ مِمَّا يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ۚ سُبْحَانَهُ ۖ هُوَ اللَّهُ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ 4

Als Allah Zich een kind wilde nemen, dan had Hij zeker uit degenen die Hij heeft geschapen wie Hij wil (als kind) gekozen. Verheven is Hij. Hij is Allah, de Enige, de Overweldiger.

خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ ۖ يُكَوِّرُ اللَّيْلَ عَلَى النَّهَارِ وَيُكَوِّرُ النَّهَارَ عَلَى اللَّيْلِ ۖ وَسَخَّرَ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ ۖ كُلٌّ يَجْرِي لِأَجَلٍ مُّسَمًّى ۗ أَلَا هُوَ الْعَزِيزُ الْغَفَّارُ 5

Hij heeft de hemelen en de aarde naar waarheid geschapen. Hij doet de nacht in de dag rondgaan (d.w.z. overgaan), en Hij doet de dag in de nacht rondgaan (d.w.z. overgaan). En Hij maakte de zon en de maan dienstbaar. Eenieder (van hen) draait tot een vastgesteld tijdstip. Weet dat Hij de Almachtige, de Meest Vergevingsgezinde is.

خَلَقَكُم مِّن نَّفْسٍ وَاحِدَةٍ ثُمَّ جَعَلَ مِنْهَا زَوْجَهَا وَأَنزَلَ لَكُم مِّنَ الْأَنْعَامِ ثَمَانِيَةَ أَزْوَاجٍ ۚ يَخْلُقُكُمْ فِي بُطُونِ أُمَّهَاتِكُمْ خَلْقًا مِّن بَعْدِ خَلْقٍ فِي ظُلُمَاتٍ ثَلَاثٍ ۚ ذَٰلِكُمُ اللَّهُ رَبُّكُمْ لَهُ الْمُلْكُ ۖ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ۖ فَأَنَّىٰ تُصْرَفُونَ 6

Hij heeft jullie geschapen uit één ziel (d.w.z. uit Adam), vervolgens heeft Hij daaruit zijn echtgenote (Eva) gemaakt. En Hij zond voor jullie van het vee acht paren neer. Hij schept jullie in de buiken van jullie moeders, schepping na schepping, in drie duisternissen. Dat is Allah, jullie Heer. Aan Hem behoort het Koningschap toe. Er is geen god dan Hij. Dus hoe kunnen jullie je (dan) zo afkeren (van Zijn aanbidding)?

إِن تَكْفُرُوا فَإِنَّ اللَّهَ غَنِيٌّ عَنكُمْ ۖ وَلَا يَرْضَىٰ لِعِبَادِهِ الْكُفْرَ ۖ وَإِن تَشْكُرُوا يَرْضَهُ لَكُمْ ۗ وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ۗ ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّكُم مَّرْجِعُكُمْ فَيُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ ۚ إِنَّهُ عَلِيمٌ بِذَاتِ الصُّدُورِ 7

Als jullie (dan) niet geloven, waarlijk, Allah heeft geen behoefte aan jullie. En Hij is niet tevreden met Zijn dienaren wanneer zij ongeloof begaan. En als jullie (Hem) dankbaar zijn (door gelovig te zijn), (dan) is Hij daarmee (d.w.z. met jullie dankbaarheid) tevreden over jullie. En geen enkele lastendrager zal de lasten van een ander dragen. Vervolgens is jullie terugkeer tot jullie Heer, waarna Hij jullie zal berichten over dat wat jullie hebben verricht. Waarlijk, Hij is op de hoogte van wat er zich in de borsten (d.w.z. in julliezelf) voordoet.

وَإِذَا مَسَّ الْإِنسَانَ ضُرٌّ دَعَا رَبَّهُ مُنِيبًا إِلَيْهِ ثُمَّ إِذَا خَوَّلَهُ نِعْمَةً مِّنْهُ نَسِيَ مَا كَانَ يَدْعُو إِلَيْهِ مِن قَبْلُ وَجَعَلَ لِلَّهِ أَندَادًا لِّيُضِلَّ عَن سَبِيلِهِ ۚ قُلْ تَمَتَّعْ بِكُفْرِكَ قَلِيلًا ۖ إِنَّكَ مِنْ أَصْحَابِ النَّارِ 8

En wanneer de mens wordt getroffen door tegenspoed, roept hij zijn Heer aan, en keert (hij zich) berouwvol tot Hem. Maar wanneer Hij hem vervolgens begunstigt met een Gunst van Hem, (dan) vergeet hij datgene waar hij daarvóór om smeekte. En hij kent deelgenoten toe aan Allah om (de mensen) te doen afdwalen van Zijn Weg. Zeg (o Mohammed): “Geniet (maar) voor een korte tijd van jouw ongeloof. Voorwaar, jij behoort tot de bewoners van het Vuur.”

أَمَّنْ هُوَ قَانِتٌ آنَاءَ اللَّيْلِ سَاجِدًا وَقَائِمًا يَحْذَرُ الْآخِرَةَ وَيَرْجُو رَحْمَةَ رَبِّهِ ۗ قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الَّذِينَ يَعْلَمُونَ وَالَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ ۗ إِنَّمَا يَتَذَكَّرُ أُولُو الْأَلْبَابِ 9

Is degene die zich gehoorzaam opstelt (tegenover Allah) in de nachtelijk uren, (en die voor Hem in het gebed) neerknielt en staat, uit angst voor het Hiernamaals en hopend op de Genade van zijn Heer (gelijk aan degene die zijn Heer niet gehoorzaamt)? Zeg (o Mohammed): “Zijn degenen die weten en degenen die niet weten gelijk aan elkaar?” Slechts de bezitters van verstand trekken er lering uit.

قُلْ يَا عِبَادِ الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا رَبَّكُمْ ۚ لِلَّذِينَ أَحْسَنُوا فِي هَٰذِهِ الدُّنْيَا حَسَنَةٌ ۗ وَأَرْضُ اللَّهِ وَاسِعَةٌ ۗ إِنَّمَا يُوَفَّى الصَّابِرُونَ أَجْرَهُم بِغَيْرِ حِسَابٍ 10

Zeg (o Mohammed dat Allah zegt): “O Mijn dienaren die geloven, vrees jullie Heer. Voor degenen die het goede verrichten in deze wereld is er het goede. En de aarde van Allah is ruim (genoeg). (En) slechts de geduldigen zullen volledig worden beloond zonder enige beperking.”

قُلْ إِنِّي أُمِرْتُ أَنْ أَعْبُدَ اللَّهَ مُخْلِصًا لَّهُ الدِّينَ 11

Zeg (o Mohammed): “Voorwaar, mij is opgedragen om (alleen) Allah te aanbidden, door de godsdienst (zuiver) aan Hem toe te wijden.

وَأُمِرْتُ لِأَنْ أَكُونَ أَوَّلَ الْمُسْلِمِينَ 12

En mij is opgedragen om de eerste te zijn van de moslims.”

قُلْ إِنِّي أَخَافُ إِنْ عَصَيْتُ رَبِّي عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ 13

Zeg (o Mohammed): “Voorwaar, ik vrees de Bestraffing van de geweldige Dag als ik mijn Heer ongehoorzaam ben.”

قُلِ اللَّهَ أَعْبُدُ مُخْلِصًا لَّهُ دِينِي 14

Zeg (o Mohammed): “Ik aanbid (alleen) Allah, door mijn godsdienst (zuiver) aan Hem toe te wijden.

فَاعْبُدُوا مَا شِئْتُم مِّن دُونِهِ ۗ قُلْ إِنَّ الْخَاسِرِينَ الَّذِينَ خَسِرُوا أَنفُسَهُمْ وَأَهْلِيهِمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۗ أَلَا ذَٰلِكَ هُوَ الْخُسْرَانُ الْمُبِينُ 15

Aanbid vervolgens naast Hem wat jullie willen.” Zeg (o Mohammed): “Voorwaar, de verliezers zijn degenen die zichzelf en hun familie zullen verliezen op de Dag der Opstanding. Weet dat dit het duidelijke Verlies is.”

لَهُم مِّن فَوْقِهِمْ ظُلَلٌ مِّنَ النَّارِ وَمِن تَحْتِهِمْ ظُلَلٌ ۚ ذَٰلِكَ يُخَوِّفُ اللَّهُ بِهِ عِبَادَهُ ۚ يَا عِبَادِ فَاتَّقُونِ 16

Voor hen zullen er boven hen schaduwen van Vuur zijn en onder hen schaduwen (van Vuur). Daarmee boezemt Allah angst in bij Zijn dienaren: “O Mijn dienaren, vrees Mij daarom.”

وَالَّذِينَ اجْتَنَبُوا الطَّاغُوتَ أَن يَعْبُدُوهَا وَأَنَابُوا إِلَى اللَّهِ لَهُمُ الْبُشْرَىٰ ۚ فَبَشِّرْ عِبَادِ 17

En voor degenen die het aanbidden van de Taaghoet vermijden en berouwvol terugkeren naar Allah, voor hen zijn er verheugende Tijdingen. Dus verkondig verheugende Tijdingen aan Mijn dienaren.

الَّذِينَ يَسْتَمِعُونَ الْقَوْلَ فَيَتَّبِعُونَ أَحْسَنَهُ ۚ أُولَٰئِكَ الَّذِينَ هَدَاهُمُ اللَّهُ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمْ أُولُو الْأَلْبَابِ 18

Degenen die naar het Woord luisteren en het beste daarvan volgen, zij zijn degenen die Allah heeft geleid. En zij zijn de bezitters van verstand.

أَفَمَنْ حَقَّ عَلَيْهِ كَلِمَةُ الْعَذَابِ أَفَأَنتَ تُنقِذُ مَن فِي النَّارِ 19

Is degene voor wie het woord van de Bestraffing is bepaald (gelijk aan degene die het slechte vermijdt)? Kun jij degene die zich in het Vuur bevindt dan (nog) redden?

لَٰكِنِ الَّذِينَ اتَّقَوْا رَبَّهُمْ لَهُمْ غُرَفٌ مِّن فَوْقِهَا غُرَفٌ مَّبْنِيَّةٌ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ وَعْدَ اللَّهِ ۖ لَا يُخْلِفُ اللَّهُ الْمِيعَادَ 20

Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zijn er verheven kamers (als Verblijfplaatsen) met daarboven (nog meer) gebouwde kamers waaronder rivieren stromen. (Dit is) een Belofte van Allah. (En) Allah verbreekt de Belofte niet.

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَسَلَكَهُ يَنَابِيعَ فِي الْأَرْضِ ثُمَّ يُخْرِجُ بِهِ زَرْعًا مُّخْتَلِفًا أَلْوَانُهُ ثُمَّ يَهِيجُ فَتَرَاهُ مُصْفَرًّا ثُمَّ يَجْعَلُهُ حُطَامًا ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَذِكْرَىٰ لِأُولِي الْأَلْبَابِ 21

Heb jij niet gezien dat Allah water uit de hemel neerzendt en dit vervolgens als waterbronnen door de aarde laat stromen? Vervolgens worden daarmee gewassen in verschillende kleuren voortgebracht. Later verdorren deze en je ziet deze vervolgens geel (van kleur) worden en daarna maakt Hij deze tot afgestorven (gewas)resten. Voorwaar, daarin is zeker een herinnering voor de bezitters van verstand.

أَفَمَن شَرَحَ اللَّهُ صَدْرَهُ لِلْإِسْلَامِ فَهُوَ عَلَىٰ نُورٍ مِّن رَّبِّهِ ۚ فَوَيْلٌ لِّلْقَاسِيَةِ قُلُوبُهُم مِّن ذِكْرِ اللَّهِ ۚ أُولَٰئِكَ فِي ضَلَالٍ مُّبِينٍ 22

Is degene van wie Allah de borst heeft verruimd voor de Islam, en (die) zich vervolgens bevindt op (de Weg van) het Licht van zijn Heer (gelijk aan de ongelovige)? Wee dan degenen van wie de harten verhard zijn voor het gedenken van Allah. Zij verkeren in duidelijke dwaling.

اللَّهُ نَزَّلَ أَحْسَنَ الْحَدِيثِ كِتَابًا مُّتَشَابِهًا مَّثَانِيَ تَقْشَعِرُّ مِنْهُ جُلُودُ الَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُمْ ثُمَّ تَلِينُ جُلُودُهُمْ وَقُلُوبُهُمْ إِلَىٰ ذِكْرِ اللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ هُدَى اللَّهِ يَهْدِي بِهِ مَن يَشَاءُ ۚ وَمَن يُضْلِلِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِنْ هَادٍ 23

Allah heeft het beste Woord neergezonden. Een op elkaar lijkend Boek dat herhaaldelijk wordt gereciteerd. De huiden van degenen die hun Heer vrezen, rillen hierdoor (uit ontzag). Daarna verzachten hun huiden en hun harten zich door (het verlangen naar) het gedenken van Allah. Dat is de Leiding van Allah, waarmee Hij leidt wie Hij wil. En degene die Allah doet afdwalen, voor hem is er geen leider.

أَفَمَن يَتَّقِي بِوَجْهِهِ سُوءَ الْعَذَابِ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۚ وَقِيلَ لِلظَّالِمِينَ ذُوقُوا مَا كُنتُمْ تَكْسِبُونَ 24

Is degene die op de Dag der Opstanding met zijn gezicht op de verschrikkelijke Bestraffing afgaat (gelijk aan degene die vredig het Paradijs binnengaat)? En er zal tegen de onrechtplegers worden gezegd: “Proef (de Bestraffing vanwege) dat wat jullie (aan daden) hebben verworven.”

كَذَّبَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَأَتَاهُمُ الْعَذَابُ مِنْ حَيْثُ لَا يَشْعُرُونَ 25

Zo verloochenden ook degenen vóór hen (de Boodschap). Dus de bestraffing kwam tot hen van (daar) waar zij (het) niet beseften.

فَأَذَاقَهُمُ اللَّهُ الْخِزْيَ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا ۖ وَلَعَذَابُ الْآخِرَةِ أَكْبَرُ ۚ لَوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ 26

Dus liet Allah hen de vernedering in het wereldse leven ervaren, maar de bestraffing van het Hiernamaals is zeker groter, als zij (het) maar wisten.

وَلَقَدْ ضَرَبْنَا لِلنَّاسِ فِي هَٰذَا الْقُرْآنِ مِن كُلِّ مَثَلٍ لَّعَلَّهُمْ يَتَذَكَّرُونَ 27

En voorzeker, Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei voorbeelden gesteld, opdat zij er lering uit zullen trekken.

قُرْآنًا عَرَبِيًّا غَيْرَ ذِي عِوَجٍ لَّعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ 28

Een Arabische Koran zonder enige afwijking, opdat zij (Allah) zullen vrezen.

ضَرَبَ اللَّهُ مَثَلًا رَّجُلًا فِيهِ شُرَكَاءُ مُتَشَاكِسُونَ وَرَجُلًا سَلَمًا لِّرَجُلٍ هَلْ يَسْتَوِيَانِ مَثَلًا ۚ الْحَمْدُ لِلَّهِ ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 29

Allah stelt een voorbeeld van een man die (een slaaf) van meerdere eigenaren is die onderling verdeeld zijn, en van een man die (als slaaf volledig) toegewijd is aan één man (d.w.z. aan één eigenaar). Zijn zij dan gelijk aan elkaar? (Alle) lof zij Allah. Welnee! Maar de meesten van hen weten (het) niet.

إِنَّكَ مَيِّتٌ وَإِنَّهُم مَّيِّتُونَ 30

Voorwaar, jij (o Mohammed) zult sterven en waarlijk, zij zullen (ook) sterven.

ثُمَّ إِنَّكُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ عِندَ رَبِّكُمْ تَخْتَصِمُونَ 31

Vervolgens zullen jullie waarlijk op de Dag der Opstanding bij jullie Heer redetwisten.

فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن كَذَبَ عَلَى اللَّهِ وَكَذَّبَ بِالصِّدْقِ إِذْ جَاءَهُ ۚ أَلَيْسَ فِي جَهَنَّمَ مَثْوًى لِّلْكَافِرِينَ 32

Dus wie is er onrechtvaardiger dan degene die over Allah liegt en de Waarachtigheid (d.w.z. de Openbaring) verloochent wanneer deze tot hem komt? Is er in de Hel geen Verblijfplaats voor de ongelovigen?

وَالَّذِي جَاءَ بِالصِّدْقِ وَصَدَّقَ بِهِ ۙ أُولَٰئِكَ هُمُ الْمُتَّقُونَ 33

En wie met de Waarachtigheid is gekomen en hierin gelooft, zij zijn de godsvruchtigen.

لَهُم مَّا يَشَاءُونَ عِندَ رَبِّهِمْ ۚ ذَٰلِكَ جَزَاءُ الْمُحْسِنِينَ 34

Voor hen is er bij hun Heer wat zij willen. Dit is de Beloning voor de weldoeners.

لِيُكَفِّرَ اللَّهُ عَنْهُمْ أَسْوَأَ الَّذِي عَمِلُوا وَيَجْزِيَهُمْ أَجْرَهُم بِأَحْسَنِ الَّذِي كَانُوا يَعْمَلُونَ 35

Zodat Allah het slechte van datgene wat zij hebben gedaan voor hen zal kwijtschelden, en hen zal belonen met hun (verdiende) beloning (die) in overeenstemming (zal zijn) met het beste van wat zij deden.

أَلَيْسَ اللَّهُ بِكَافٍ عَبْدَهُ ۖ وَيُخَوِّفُونَكَ بِالَّذِينَ مِن دُونِهِ ۚ وَمَن يُضْلِلِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِنْ هَادٍ 36

Volstaat Allah niet (als Beschermer) voor Zijn dienaar? En zij boezemen jou angst in met degenen (die) naast Hem (aanbeden worden). En degene die Allah doet afdwalen, voor hem is er geen leider.

وَمَن يَهْدِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِن مُّضِلٍّ ۗ أَلَيْسَ اللَّهُ بِعَزِيزٍ ذِي انتِقَامٍ 37

En degene die Allah leidt, voor hem is er geen misleider. Is Allah niet Almachtig, de Bezitter van Vergelding?

وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ لَيَقُولُنَّ اللَّهُ ۚ قُلْ أَفَرَأَيْتُم مَّا تَدْعُونَ مِن دُونِ اللَّهِ إِنْ أَرَادَنِيَ اللَّهُ بِضُرٍّ هَلْ هُنَّ كَاشِفَاتُ ضُرِّهِ أَوْ أَرَادَنِي بِرَحْمَةٍ هَلْ هُنَّ مُمْسِكَاتُ رَحْمَتِهِ ۚ قُلْ حَسْبِيَ اللَّهُ ۖ عَلَيْهِ يَتَوَكَّلُ الْمُتَوَكِّلُونَ 38

En als jij aan hen vraagt: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?”, dan zeggen zij zeker: “Allah (heeft deze geschapen).” Zeg: “Hebben jullie gezien wat jullie naast Allah aanroepen? Als Allah mij schade wil berokkenen, kunnen zij (dan) Zijn Kwaad (bij mij) weghalen? Of als Hij genade voor mij wil, kunnen zij (dan) Zijn Genade (voor mij) tegenhouden?” Zeg: “Allah volstaat voor mij. Op Hem dienen degenen die hun vertrouwen in Hem stellen te vertrouwen.”

قُلْ يَا قَوْمِ اعْمَلُوا عَلَىٰ مَكَانَتِكُمْ إِنِّي عَامِلٌ ۖ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ 39

Zeg (o Mohammed): “O mijn volk, werk op jullie manier. Waarlijk, ik werk ook (op mijn manier). En jullie zullen spoedig weten.

مَن يَأْتِيهِ عَذَابٌ يُخْزِيهِ وَيَحِلُّ عَلَيْهِ عَذَابٌ مُّقِيمٌ 40

Tot wie er een Bestraffing zal komen die hem vernedert. En hem zal (op de Dag des Oordeels) een blijvende Bestraffing overkomen.”

إِنَّا أَنزَلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ لِلنَّاسِ بِالْحَقِّ ۖ فَمَنِ اهْتَدَىٰ فَلِنَفْسِهِ ۖ وَمَن ضَلَّ فَإِنَّمَا يَضِلُّ عَلَيْهَا ۖ وَمَا أَنتَ عَلَيْهِم بِوَكِيلٍ 41

Voorwaar, Wij hebben aan jou (o Mohammed) het Boek voor de mensen met de Waarheid neergezonden. Dus wie geleid wordt, dit is voor zichzelf (d.w.z. in zijn voordeel). En degene die afdwaalt, dwaalt slechts ten nadele van zichzelf af. En jij bent niet hun zaakwaarnemer.

اللَّهُ يَتَوَفَّى الْأَنفُسَ حِينَ مَوْتِهَا وَالَّتِي لَمْ تَمُتْ فِي مَنَامِهَا ۖ فَيُمْسِكُ الَّتِي قَضَىٰ عَلَيْهَا الْمَوْتَ وَيُرْسِلُ الْأُخْرَىٰ إِلَىٰ أَجَلٍ مُّسَمًّى ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ 42

Allah neemt de zielen tijdens hun dood weg en (de zielen) die niet doodgaan, (neemt Hij weg) tijdens hun slaap. En Hij houdt die (zielen) voor wie de dood is bepaald vast en stuurt de andere (zielen terug) tot een vastgesteld tijdstip. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

أَمِ اتَّخَذُوا مِن دُونِ اللَّهِ شُفَعَاءَ ۚ قُلْ أَوَلَوْ كَانُوا لَا يَمْلِكُونَ شَيْئًا وَلَا يَعْقِلُونَ 43

Of hebben zij naast Allah (anderen tot) bemiddelaars genomen? Zeg: “Zelfs als zij (d.w.z. de valse goden) nergens toe in staat zijn en niet begrijpen?”

قُل لِّلَّهِ الشَّفَاعَةُ جَمِيعًا ۖ لَّهُ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ 44

Zeg: “Aan Allah behoort alle voorspraak toe. Aan Hem behoort het Koningschap van de hemelen en de aarde toe. (En) jullie zullen vervolgens tot Hem terugkeren.”

وَإِذَا ذُكِرَ اللَّهُ وَحْدَهُ اشْمَأَزَّتْ قُلُوبُ الَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِالْآخِرَةِ ۖ وَإِذَا ذُكِرَ الَّذِينَ مِن دُونِهِ إِذَا هُمْ يَسْتَبْشِرُونَ 45

En wanneer Allah Alleen wordt genoemd, gruwen de harten van degenen die niet in het Hiernamaals geloven. En wanneer degenen naast Hem genoemd worden, dan zijn zij verheugd.

قُلِ اللَّهُمَّ فَاطِرَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ عَالِمَ الْغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ أَنتَ تَحْكُمُ بَيْنَ عِبَادِكَ فِي مَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ 46

Zeg: “O Allah, Stichter van de hemelen en de aarde, de Alwetende over het onwaarneembare en het waarneembare, U zult oordelen tussen Uw dienaren over datgene waarover zij (van mening) verschilden.”

وَلَوْ أَنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا مَا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا وَمِثْلَهُ مَعَهُ لَافْتَدَوْا بِهِ مِن سُوءِ الْعَذَابِ يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۚ وَبَدَا لَهُم مِّنَ اللَّهِ مَا لَمْ يَكُونُوا يَحْتَسِبُونَ 47

En als er voor degenen die onrecht pleegden alles wat zich op de aarde bevindt en het gelijke daaraan zou zijn, (dan) zouden zij zich daarmee zeker willen vrijkopen van de verschrikkelijke Bestraffing op de Dag der Opstanding. En aan hen wordt (op die Dag datgene) getoond van Allah wat zij niet verwachten.

وَبَدَا لَهُمْ سَيِّئَاتُ مَا كَسَبُوا وَحَاقَ بِهِم مَّا كَانُوا بِهِ يَسْتَهْزِئُونَ 48

En aan hen zal (op die Dag) getoond worden wat zij aan slechts hebben verworven. En zij zullen worden omsingeld door datgene waarover zij spotten.

فَإِذَا مَسَّ الْإِنسَانَ ضُرٌّ دَعَانَا ثُمَّ إِذَا خَوَّلْنَاهُ نِعْمَةً مِّنَّا قَالَ إِنَّمَا أُوتِيتُهُ عَلَىٰ عِلْمٍ ۚ بَلْ هِيَ فِتْنَةٌ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 49

En wanneer de mens wordt getroffen door tegenspoed, roept hij Ons aan. En als Wij hem vervolgens begunstigen met een Gunst van Ons, zegt hij: “Dit is mij slechts toegekomen vanwege de kennis die ik bezit.” Welnee! Het is een beproeving, maar de meesten van hen weten (het) niet.

قَدْ قَالَهَا الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَمَا أَغْنَىٰ عَنْهُم مَّا كَانُوا يَكْسِبُونَ 50

Voorzeker, (ook) degenen vóór hen zeiden dit, (en) toch ondervonden zij geen profijt van dat wat zij verwierven.

فَأَصَابَهُمْ سَيِّئَاتُ مَا كَسَبُوا ۚ وَالَّذِينَ ظَلَمُوا مِنْ هَٰؤُلَاءِ سَيُصِيبُهُمْ سَيِّئَاتُ مَا كَسَبُوا وَمَا هُم بِمُعْجِزِينَ 51

En het slechte van dat wat zij verwierven, trof hen. En degenen van hen die onrecht pleegden zal (ook) het slechte van dat wat zij verwierven, treffen. En zij zullen er niet aan kunnen ontsnappen.

أَوَلَمْ يَعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ يَبْسُطُ الرِّزْقَ لِمَن يَشَاءُ وَيَقْدِرُ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ 52

Weten zij dan niet dat Allah het levensonderhoud vermeerdert voor wie Hij wil en vermindert (voor wie Hij wil)? Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat gelooft.

قُلْ يَا عِبَادِيَ الَّذِينَ أَسْرَفُوا عَلَىٰ أَنفُسِهِمْ لَا تَقْنَطُوا مِن رَّحْمَةِ اللَّهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ يَغْفِرُ الذُّنُوبَ جَمِيعًا ۚ إِنَّهُ هُوَ الْغَفُورُ الرَّحِيمُ 53

Zeg: “O Mijn dienaren die buitensporig zijn geweest tegenover zichzelf (door het begaan van zonden), wanhoop niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Meest Vergevingsgezinde, de Meest Genadevolle.

وَأَنِيبُوا إِلَىٰ رَبِّكُمْ وَأَسْلِمُوا لَهُ مِن قَبْلِ أَن يَأْتِيَكُمُ الْعَذَابُ ثُمَّ لَا تُنصَرُونَ 54

En keer berouwvol terug naar jullie Heer en onderwerp julliezelf aan Hem, voordat de bestraffing tot jullie komt en jullie vervolgens niet geholpen zullen worden.

وَاتَّبِعُوا أَحْسَنَ مَا أُنزِلَ إِلَيْكُم مِّن رَّبِّكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِيَكُمُ الْعَذَابُ بَغْتَةً وَأَنتُمْ لَا تَشْعُرُونَ 55

En volg datgene wat het beste is, (en) wat aan jullie is neergezonden door jullie Heer, voordat de bestraffing onverwachts tot jullie zal komen, terwijl jullie (het) niet beseffen.”

أَن تَقُولَ نَفْسٌ يَا حَسْرَتَا عَلَىٰ مَا فَرَّطتُ فِي جَنبِ اللَّهِ وَإِن كُنتُ لَمِنَ السَّاخِرِينَ 56

Zodat een ziel niet zal zeggen: “O wat spijtig voor mij dat ik tekort ben geschoten in de Zaak van Allah. En ik behoorde zeker tot de bespotters.”

أَوْ تَقُولَ لَوْ أَنَّ اللَّهَ هَدَانِي لَكُنتُ مِنَ الْمُتَّقِينَ 57

Of (dat een ziel) zal zeggen: “Als Allah mij geleid had, dan zou ik zeker tot de godsvruchtigen behoren.”

أَوْ تَقُولَ حِينَ تَرَى الْعَذَابَ لَوْ أَنَّ لِي كَرَّةً فَأَكُونَ مِنَ الْمُحْسِنِينَ 58

Of (dat een ziel) zal zeggen wanneer zij de Bestraffing ziet: “Als ik nog maar één kans zou hebben om terug te keren (naar het wereldse leven), dan zou ik tot de weldoeners behoren.”

بَلَىٰ قَدْ جَاءَتْكَ آيَاتِي فَكَذَّبْتَ بِهَا وَاسْتَكْبَرْتَ وَكُنتَ مِنَ الْكَافِرِينَ 59

Welzeker! Mijn Verzen zijn zeker tot jou gekomen, maar jij verloochende deze. En jij stelde je hoogmoedig op en jij behoorde tot de ongelovigen.

وَيَوْمَ الْقِيَامَةِ تَرَى الَّذِينَ كَذَبُوا عَلَى اللَّهِ وُجُوهُهُم مُّسْوَدَّةٌ ۚ أَلَيْسَ فِي جَهَنَّمَ مَثْوًى لِّلْمُتَكَبِّرِينَ 60

En op de Dag der Opstanding zie jij de gezichten van degenen die over Allah logen zwart worden. Is er in de Hel geen Verblijfplaats voor de hoogmoedigen?

وَيُنَجِّي اللَّهُ الَّذِينَ اتَّقَوْا بِمَفَازَتِهِمْ لَا يَمَسُّهُمُ السُّوءُ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ 61

En Allah redt degenen die (Hem) vrezen middels hun (behaalde) overwinning (d.w.z. door hun goede daden). Geen (enkel) kwaad treft hen. En zij zullen geen treurnis kennen.

اللَّهُ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ ۖ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ وَكِيلٌ 62

Allah is de Schepper van alle zaken. En Hij is de Zaakwaarnemer over alle zaken.

لَّهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۗ وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ أُولَٰئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ 63

Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde toe. En degenen die niet geloven in de Tekenen van Allah, zij zijn de verliezers.

قُلْ أَفَغَيْرَ اللَّهِ تَأْمُرُونِّي أَعْبُدُ أَيُّهَا الْجَاهِلُونَ 64

Zeg: “Dragen jullie mij op om een ander dan Allah te aanbidden, o onwetenden?”

وَلَقَدْ أُوحِيَ إِلَيْكَ وَإِلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِكَ لَئِنْ أَشْرَكْتَ لَيَحْبَطَنَّ عَمَلُكَ وَلَتَكُونَنَّ مِنَ الْخَاسِرِينَ 65

En voorzeker, Wij hebben aan jou en aan degenen vóór jou geopenbaard: “Als jij deelgenoten (aan Hem) toekent, dan zullen jouw daden zeker verloren gaan. En jij zult zeker tot de verliezers behoren.”

بَلِ اللَّهَ فَاعْبُدْ وَكُن مِّنَ الشَّاكِرِينَ 66

Welnee! Het is dus Allah Die jij moet aanbidden, en behoor tot de dankbaren.

وَمَا قَدَرُوا اللَّهَ حَقَّ قَدْرِهِ وَالْأَرْضُ جَمِيعًا قَبْضَتُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ وَالسَّمَاوَاتُ مَطْوِيَّاتٌ بِيَمِينِهِ ۚ سُبْحَانَهُ وَتَعَالَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ 67

En zij kenden Allah niet de waarde toe die Hem toekomt. En de hele aarde zal zich op de Dag der Opstanding in Zijn Greep bevinden en de hemelen zullen opgerold zijn en zich in Zijn Rechterhand bevinden. Verheerlijkt en Verheven is Hij boven datgene wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen.

وَنُفِخَ فِي الصُّورِ فَصَعِقَ مَن فِي السَّمَاوَاتِ وَمَن فِي الْأَرْضِ إِلَّا مَن شَاءَ اللَّهُ ۖ ثُمَّ نُفِخَ فِيهِ أُخْرَىٰ فَإِذَا هُمْ قِيَامٌ يَنظُرُونَ 68

En er zal op de Bazuin worden geblazen, waarna degenen die zich in de hemelen en degenen die zich op de aarde bevinden, neervallen. Behalve (van) wie Allah (dit niet) wil. Vervolgens zal er nog een keer op (de Bazuin) worden geblazen, waarna zij (weer) opstaan en (om zich heen) zullen kijken.

وَأَشْرَقَتِ الْأَرْضُ بِنُورِ رَبِّهَا وَوُضِعَ الْكِتَابُ وَجِيءَ بِالنَّبِيِّينَ وَالشُّهَدَاءِ وَقُضِيَ بَيْنَهُم بِالْحَقِّ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ 69

En de aarde zal (dan) stralen met het Licht van haar Heer. En het Boek (met de beschreven daden) zal (vóór eenieder) geplaatst worden. En de Profeten en de getuigen zullen naar voren worden gebracht, en er zal (dan) met de Waarheid tussen hen worden geoordeeld. En er zal hun geen onrecht worden aangedaan.

وَوُفِّيَتْ كُلُّ نَفْسٍ مَّا عَمِلَتْ وَهُوَ أَعْلَمُ بِمَا يَفْعَلُونَ 70

En iedere ziel zal volledig beloond worden voor dat wat zij heeft verricht. En Hij is beter op de hoogte van dat wat zij doen.

وَسِيقَ الَّذِينَ كَفَرُوا إِلَىٰ جَهَنَّمَ زُمَرًا ۖ حَتَّىٰ إِذَا جَاءُوهَا فُتِحَتْ أَبْوَابُهَا وَقَالَ لَهُمْ خَزَنَتُهَا أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِّنكُمْ يَتْلُونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِ رَبِّكُمْ وَيُنذِرُونَكُمْ لِقَاءَ يَوْمِكُمْ هَٰذَا ۚ قَالُوا بَلَىٰ وَلَٰكِنْ حَقَّتْ كَلِمَةُ الْعَذَابِ عَلَى الْكَافِرِينَ 71

En degenen die niet geloven zullen in groepen naar de Hel worden geleid. Totdat zij het (d.w.z. de Hel) hebben bereikt, (dan) zullen de poorten hiervan worden geopend. En de bewakers ervan zullen tegen hen zeggen: “Zijn er geen Boodschappers onder jullie tot jullie gekomen die de Verzen van jullie Heer aan jullie voordroegen en jullie waarschuwden voor de Ontmoeting op deze Dag van jullie?” Zij zullen zeggen: “Welzeker! Maar het woord van de Bestraffing is voor de ongelovigen (reeds) bepaald.”

قِيلَ ادْخُلُوا أَبْوَابَ جَهَنَّمَ خَالِدِينَ فِيهَا ۖ فَبِئْسَ مَثْوَى الْمُتَكَبِّرِينَ 72

Er zal (tegen hen) gezegd worden: “Treed de poorten van de Hel binnen, voor eeuwig (verblijven jullie) daarin.” Slecht is dan de Verblijfplaats van de hoogmoedigen.

وَسِيقَ الَّذِينَ اتَّقَوْا رَبَّهُمْ إِلَى الْجَنَّةِ زُمَرًا ۖ حَتَّىٰ إِذَا جَاءُوهَا وَفُتِحَتْ أَبْوَابُهَا وَقَالَ لَهُمْ خَزَنَتُهَا سَلَامٌ عَلَيْكُمْ طِبْتُمْ فَادْخُلُوهَا خَالِدِينَ 73

En degenen die hun Heer vrezen, zullen in groepen naar het Paradijs worden geleid, totdat zij het (Paradijs) hebben bereikt, (dan) zullen de poorten hiervan worden geopend. En de bewakers ervan zullen tegen hen zeggen: “Salaamoen cAleykoem (vrede zij met jullie). Goed zijn jullie (daden geweest), treed het (Paradijs) daarom binnen, voor eeuwig.”

وَقَالُوا الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي صَدَقَنَا وَعْدَهُ وَأَوْرَثَنَا الْأَرْضَ نَتَبَوَّأُ مِنَ الْجَنَّةِ حَيْثُ نَشَاءُ ۖ فَنِعْمَ أَجْرُ الْعَامِلِينَ 74

En zij zullen zeggen: “(Alle) lof zij Allah, Die Zijn Belofte aan ons is nagekomen en ons de grond (van het Paradijs) liet erven. Wij kunnen ons in het Paradijs huisvesten waar wij willen. Hoe geweldig is de Beloning voor degenen die (goed) doen.”

وَتَرَى الْمَلَائِكَةَ حَافِّينَ مِنْ حَوْلِ الْعَرْشِ يُسَبِّحُونَ بِحَمْدِ رَبِّهِمْ ۖ وَقُضِيَ بَيْنَهُم بِالْحَقِّ وَقِيلَ الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ 75

En jij ziet de Engelen de Troon (van Allah) omringen. Zij verheerlijken (Hem) met de Lofuitingen van hun Heer. En er zal (dan) met de Waarheid tussen hen worden geoordeeld. En er zal (tot slot) worden gezegd: “(Alle) lof zij Allah, de Heer van de werelden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close