Soera 35 – Faatir – De Schepper – فاطر

bismillah ir rahman ir rahim

الْحَمْدُ لِلَّهِ فَاطِرِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ جَاعِلِ الْمَلَائِكَةِ رُسُلًا أُولِي أَجْنِحَةٍ مَّثْنَىٰ وَثُلَاثَ وَرُبَاعَ ۚ يَزِيدُ فِي الْخَلْقِ مَا يَشَاءُ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 1

(Alle) lof zij Allah, de Stichter van de hemelen en de aarde. Hij maakte de Engelen tot Gezanten met vleugels, twee, drie of vier. Hij vermeerdert in de schepping wat Hij wil. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

مَّا يَفْتَحِ اللَّهُ لِلنَّاسِ مِن رَّحْمَةٍ فَلَا مُمْسِكَ لَهَا ۖ وَمَا يُمْسِكْ فَلَا مُرْسِلَ لَهُ مِن بَعْدِهِ ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ 2

Wat Allah de mensen aan Genade schenkt, het is door niemand tegen te houden. En wat Hij (Allah) tegenhoudt, kan daarna door niemand gegeven worden. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ اذْكُرُوا نِعْمَتَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ ۚ هَلْ مِنْ خَالِقٍ غَيْرُ اللَّهِ يَرْزُقُكُم مِّنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ ۚ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ۖ فَأَنَّىٰ تُؤْفَكُونَ 3

O mensen, gedenk de Gunst van Allah aan jullie. Is er een andere schepper dan Allah, die jullie vanuit de hemel en de aarde voorziet? Er is geen god dan Hij. Dus hoe kunnen jullie zo afgedwaald zijn (van Zijn aanbidding)?

وَإِن يُكَذِّبُوكَ فَقَدْ كُذِّبَتْ رُسُلٌ مِّن قَبْلِكَ ۚ وَإِلَى اللَّهِ تُرْجَعُ الْأُمُورُ 4

En als zij jou (o Mohammed) verloochenen, voorzeker, er zijn Boodschappers vóór jou verloochend. En tot Allah keren alle zaken terug.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنَّ وَعْدَ اللَّهِ حَقٌّ ۖ فَلَا تَغُرَّنَّكُمُ الْحَيَاةُ الدُّنْيَا ۖ وَلَا يَغُرَّنَّكُم بِاللَّهِ الْغَرُورُ 5

O mensen, voorwaar, de Belofte van Allah is Waarheid. Laat jullie niet misleiden door het wereldse leven. En laat de misleider (d.w.z. de satan) jullie niet misleiden over Allah.

إِنَّ الشَّيْطَانَ لَكُمْ عَدُوٌّ فَاتَّخِذُوهُ عَدُوًّا ۚ إِنَّمَا يَدْعُو حِزْبَهُ لِيَكُونُوا مِنْ أَصْحَابِ السَّعِيرِ 6

Waarlijk, de satan is voor jullie een vijand. Neem hem dan ook als vijand. Hij nodigt zijn aanhangers slechts uit, opdat zij tot de inwoners van het laaiende Vuur zullen behoren.

الَّذِينَ كَفَرُوا لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۖ وَالَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَهُم مَّغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ كَبِيرٌ 7

(Wat betreft) degenen die niet geloven, voor hen is er een harde Bestraffing. En (wat betreft) degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is er Vergiffenis en een grote Beloning.

أَفَمَن زُيِّنَ لَهُ سُوءُ عَمَلِهِ فَرَآهُ حَسَنًا ۖ فَإِنَّ اللَّهَ يُضِلُّ مَن يَشَاءُ وَيَهْدِي مَن يَشَاءُ ۖ فَلَا تَذْهَبْ نَفْسُكَ عَلَيْهِمْ حَسَرَاتٍ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ بِمَا يَصْنَعُونَ 8

Is degene voor wie zijn slechte daden schoonschijnend zijn gemaakt, en die het vervolgens als (iets) goeds ziet (gelijk aan degene die recht geleid is)? Voorwaar, Allah doet afdwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. Dus maak jezelf (o Mohammed) niet kapot uit verdriet voor hen. Waarlijk, Allah is op de hoogte van dat wat zij doen.

وَاللَّهُ الَّذِي أَرْسَلَ الرِّيَاحَ فَتُثِيرُ سَحَابًا فَسُقْنَاهُ إِلَىٰ بَلَدٍ مَّيِّتٍ فَأَحْيَيْنَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ كَذَٰلِكَ النُّشُورُ 9

En Allah is Degene Die de winden heeft gestuurd, die (vervolgens) wolken doen ontstaan, die Wij naar een land voeren dat gestorven is. En vervolgens brengen Wij daarmee de aarde na haar dood tot leven. Zo zal (ook) de Opstanding zijn.

مَن كَانَ يُرِيدُ الْعِزَّةَ فَلِلَّهِ الْعِزَّةُ جَمِيعًا ۚ إِلَيْهِ يَصْعَدُ الْكَلِمُ الطَّيِّبُ وَالْعَمَلُ الصَّالِحُ يَرْفَعُهُ ۚ وَالَّذِينَ يَمْكُرُونَ السَّيِّئَاتِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۖ وَمَكْرُ أُولَٰئِكَ هُوَ يَبُورُ 10

Wie de cIzzah wenst, aan Allah behoort alle cIzzah toe. Tot Hem stijgen de goede woorden op en de goede daad verheft deze (d.w.z. dat de goede woorden niet worden geaccepteerd tenzij en totdat zij worden opgevolgd door goede daden). En degenen die het slechte beramen, voor hen is er een harde Bestraffing. En de listen van diegenen zullen vernietigd worden.

وَاللَّهُ خَلَقَكُم مِّن تُرَابٍ ثُمَّ مِن نُّطْفَةٍ ثُمَّ جَعَلَكُمْ أَزْوَاجًا ۚ وَمَا تَحْمِلُ مِنْ أُنثَىٰ وَلَا تَضَعُ إِلَّا بِعِلْمِهِ ۚ وَمَا يُعَمَّرُ مِن مُّعَمَّرٍ وَلَا يُنقَصُ مِنْ عُمُرِهِ إِلَّا فِي كِتَابٍ ۚ إِنَّ ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرٌ 11

En Allah schiep jullie uit aarde, (en) vervolgens uit een (water)druppel. Vervolgens maakte Hij jullie tot paren. En geen vrouw draagt (een kind) of bevalt (daarvan), behalve met Zijn Kennis. En geen bejaarde man volbrengt een lang leven, noch wordt zijn leven verkort, zonder dat het in een Boek staat (geschreven). Voorwaar, dit is gemakkelijk voor Allah.

وَمَا يَسْتَوِي الْبَحْرَانِ هَٰذَا عَذْبٌ فُرَاتٌ سَائِغٌ شَرَابُهُ وَهَٰذَا مِلْحٌ أُجَاجٌ ۖ وَمِن كُلٍّ تَأْكُلُونَ لَحْمًا طَرِيًّا وَتَسْتَخْرِجُونَ حِلْيَةً تَلْبَسُونَهَا ۖ وَتَرَى الْفُلْكَ فِيهِ مَوَاخِرَ لِتَبْتَغُوا مِن فَضْلِهِ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 12

En de twee zeeën zijn niet gelijk aan elkaar. (Eén van) deze is aangenaam, zoet van smaak en drinkbaar en de andere is zout en bitter. Maar van beide eten jullie vers vlees (d.w.z. vis) en (uit beide) halen jullie (ook) sieraden die jullie dragen. En je ziet de schepen daarover (d.w.z. over de zee) varen, opdat jullie Zijn Gunst zullen zoeken en opdat jullie dankbaar zullen zijn.

يُولِجُ اللَّيْلَ فِي النَّهَارِ وَيُولِجُ النَّهَارَ فِي اللَّيْلِ وَسَخَّرَ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ كُلٌّ يَجْرِي لِأَجَلٍ مُّسَمًّى ۚ ذَٰلِكُمُ اللَّهُ رَبُّكُمْ لَهُ الْمُلْكُ ۚ وَالَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِهِ مَا يَمْلِكُونَ مِن قِطْمِيرٍ 13

Hij doet de nacht overgaan in de dag, en Hij doet de dag overgaan in de nacht. En Hij maakte de zon en de maan dienstbaar. Eenieder (van hen) draait tot een vastgesteld tijdstip. Dat is Allah, jullie Heer, (en) aan Hem behoort het Koningschap toe. En degenen die jullie naast Hem aanroepen hebben (zelfs) geen macht over een Qitmier.

إِن تَدْعُوهُمْ لَا يَسْمَعُوا دُعَاءَكُمْ وَلَوْ سَمِعُوا مَا اسْتَجَابُوا لَكُمْ ۖ وَيَوْمَ الْقِيَامَةِ يَكْفُرُونَ بِشِرْكِكُمْ ۚ وَلَا يُنَبِّئُكَ مِثْلُ خَبِيرٍ 14

Als jullie hen aanroepen, dan horen zij jullie smeekbede niet. En zelfs als zij (deze wel) hadden gehoord, dan hadden zij jullie geen gehoor gegeven. En op de Dag der Opstanding zullen zij verwerpen dat jullie hen als deelgenoten namen. En niemand kan jou (o Mohammed) berichten (over hun toestand) zoals de Alwetende (over het verborgene).

يَا أَيُّهَا النَّاسُ أَنتُمُ الْفُقَرَاءُ إِلَى اللَّهِ ۖ وَاللَّهُ هُوَ الْغَنِيُّ الْحَمِيدُ 15

O mensen, jullie zijn degenen die behoeftig zijn aan Allah. En Allah, Hij is de Rijke (d.w.z. Vrij van alle behoeften), de Meest Prijzenswaardige.

إِن يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ وَيَأْتِ بِخَلْقٍ جَدِيدٍ 16

Als Hij het wil, kan Hij jullie wegnemen en met een nieuwe schepping (voor jullie in de plaats) komen.

وَمَا ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ بِعَزِيزٍ 17

En dat is niet onmogelijk voor Allah.

وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ۚ وَإِن تَدْعُ مُثْقَلَةٌ إِلَىٰ حِمْلِهَا لَا يُحْمَلْ مِنْهُ شَيْءٌ وَلَوْ كَانَ ذَا قُرْبَىٰ ۗ إِنَّمَا تُنذِرُ الَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُم بِالْغَيْبِ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ ۚ وَمَن تَزَكَّىٰ فَإِنَّمَا يَتَزَكَّىٰ لِنَفْسِهِ ۚ وَإِلَى اللَّهِ الْمَصِيرُ 18

En geen enkele lastendrager zal de lasten van een ander dragen. En als iemand die zwaar beladen is (met zijn eigen zonden een ander) roept om (een deel) van zijn lasten te dragen, dan zal daar niets van worden gedragen, ook al is het een verwant. Jij (o Mohammed) waarschuwt slechts degenen die hun Heer vrezen in het verborgene (d.w.z. zonder Hem te zien), en het gebed onderhouden. En wie (zichzelf) reinigt (van allerlei soorten zonden), reinigt zich slechts ten bate van zichzelf. En tot Allah is de Terugkeer.

وَمَا يَسْتَوِي الْأَعْمَىٰ وَالْبَصِيرُ 19

En de blinde en degene die kan zien zijn niet gelijk aan elkaar.

وَلَا الظُّلُمَاتُ وَلَا النُّورُ 20

Noch zijn de duisternissen en het licht (gelijk aan elkaar).

وَلَا الظِّلُّ وَلَا الْحَرُورُ 21

Noch zijn de schaduw en de hitte van de zon (gelijk aan elkaar).

وَمَا يَسْتَوِي الْأَحْيَاءُ وَلَا الْأَمْوَاتُ ۚ إِنَّ اللَّهَ يُسْمِعُ مَن يَشَاءُ ۖ وَمَا أَنتَ بِمُسْمِعٍ مَّن فِي الْقُبُورِ 22

En de levenden (d.w.z. de gelovigen) en de doden (d.w.z. de ongelovigen) zijn niet gelijk aan elkaar. Voorwaar, Allah laat horen wie Hij wil, en jij kunt degenen in de graven niet laten horen.

إِنْ أَنتَ إِلَّا نَذِيرٌ 23

Jij (o Mohammed) bent slechts een waarschuwer.

إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ بِالْحَقِّ بَشِيرًا وَنَذِيرًا ۚ وَإِن مِّنْ أُمَّةٍ إِلَّا خَلَا فِيهَا نَذِيرٌ 24

Voorwaar, Wij hebben jou (o Mohammed) met de Waarheid gestuurd. Als verkondiger van verheugende Tijdingen en als waarschuwer. En er is geen gemeenschap geweest zonder dat daar een waarschuwer naar gestuurd werd.

وَإِن يُكَذِّبُوكَ فَقَدْ كَذَّبَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ جَاءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِالْبَيِّنَاتِ وَبِالزُّبُرِ وَبِالْكِتَابِ الْمُنِيرِ 25

En als zij jou (o Mohammed) verloochenen, voorzeker, degenen vóór hen verloochenden ook. Hun Boodschappers kwamen met duidelijke Bewijzen en met de Geschriften en met het verlichte Boek tot hen.

ثُمَّ أَخَذْتُ الَّذِينَ كَفَرُوا ۖ فَكَيْفَ كَانَ نَكِيرِ 26

Vervolgens greep Ik degenen die niet geloofden. Hoe (verschrikkelijk) was dan Mijn Afkeuring?

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجْنَا بِهِ ثَمَرَاتٍ مُّخْتَلِفًا أَلْوَانُهَا ۚ وَمِنَ الْجِبَالِ جُدَدٌ بِيضٌ وَحُمْرٌ مُّخْتَلِفٌ أَلْوَانُهَا وَغَرَابِيبُ سُودٌ 27

Heb jij niet gezien dat Allah water uit de hemel neerzond, waarmee Wij vruchten in verschillende kleuren voortbrachten? En onder de bergen zijn er (bergen met) strepen (d.w.z. met wegen die erdoorheen lopen) in het wit en rood, de kleuren hiervan verschillen en (anderen zijn weer) pikzwart.

وَمِنَ النَّاسِ وَالدَّوَابِّ وَالْأَنْعَامِ مُخْتَلِفٌ أَلْوَانُهُ كَذَٰلِكَ ۗ إِنَّمَا يَخْشَى اللَّهَ مِنْ عِبَادِهِ الْعُلَمَاءُ ۗ إِنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ غَفُورٌ 28

En onder de mensen, de schepsels (die zich op aarde voortbewegen) en het vee (zijn er sommigen die) ook verschillende kleuren (hebben). Het zijn slechts degenen met kennis onder Zijn dienaren die Allah vrezen. Voorwaar, Allah is Almachtig, Meest Vergevingsgezind.

إِنَّ الَّذِينَ يَتْلُونَ كِتَابَ اللَّهِ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ وَأَنفَقُوا مِمَّا رَزَقْنَاهُمْ سِرًّا وَعَلَانِيَةً يَرْجُونَ تِجَارَةً لَّن تَبُورَ 29

Waarlijk, degenen die het Boek van Allah voordragen en het gebed onderhouden en uitgeven van datgene waarmee Wij hen hebben voorzien, in het geheim en openlijk, hopen op een handelstransactie die nooit zal vergaan.

لِيُوَفِّيَهُمْ أُجُورَهُمْ وَيَزِيدَهُم مِّن فَضْلِهِ ۚ إِنَّهُ غَفُورٌ شَكُورٌ 30

Opdat Hij hen (hiervoor) volledig zal belonen, en Hij hun meer van Zijn Gunst zal geven. Waarlijk, Hij is Meest Vergevingsgezind, Meest Dankbaar.

وَالَّذِي أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ مِنَ الْكِتَابِ هُوَ الْحَقُّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ بِعِبَادِهِ لَخَبِيرٌ بَصِيرٌ 31

En datgene wat Wij aan jou (o Mohammed) openbaarden van het Boek, is de Waarheid, ter bevestiging van wat daarvóór was. Waarlijk, Allah is zeker Alwetend (over het verborgene) en Alziend over Zijn dienaren.

ثُمَّ أَوْرَثْنَا الْكِتَابَ الَّذِينَ اصْطَفَيْنَا مِنْ عِبَادِنَا ۖ فَمِنْهُمْ ظَالِمٌ لِّنَفْسِهِ وَمِنْهُم مُّقْتَصِدٌ وَمِنْهُمْ سَابِقٌ بِالْخَيْرَاتِ بِإِذْنِ اللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ هُوَ الْفَضْلُ الْكَبِيرُ 32

Vervolgens lieten Wij degenen die Wij hebben uitverkoren onder Onze dienaren het Boek erven. Onder hen zijn er (sommigen) die zichzelf onrecht hebben aangedaan, en onder hen zijn er (sommigen) die zich beperken tot (het verrichten van) de benodigde daden (om het Paradijs binnen te gaan), en onder hen zijn er (sommigen) die (anderen) zijn voorgegaan in (het verrichten van) het goede, met de Toestemming van Allah. Dat is de grote Gunst.

جَنَّاتُ عَدْنٍ يَدْخُلُونَهَا يُحَلَّوْنَ فِيهَا مِنْ أَسَاوِرَ مِن ذَهَبٍ وَلُؤْلُؤًا ۖ وَلِبَاسُهُمْ فِيهَا حَرِيرٌ 33

Zij zullen de Tuinen van cAdn (d.w.z. van het Paradijs) binnengaan. Daarin zullen zij opgesierd worden met gouden armbanden en parels, en hun kleding daarin zal (van) zijde zijn.

وَقَالُوا الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي أَذْهَبَ عَنَّا الْحَزَنَ ۖ إِنَّ رَبَّنَا لَغَفُورٌ شَكُورٌ 34

En zij zullen zeggen: “(Alle) lof zij Allah, Die (al) het verdriet van ons heeft weggenomen. Voorwaar, onze Heer is zeker Meest Vergevingsgezind, Meest Dankbaar.

الَّذِي أَحَلَّنَا دَارَ الْمُقَامَةِ مِن فَضْلِهِ لَا يَمَسُّنَا فِيهَا نَصَبٌ وَلَا يَمَسُّنَا فِيهَا لُغُوبٌ 35

Degene Die ons met Zijn Gunst een eeuwige Verblijfplaats gaf, waarin wij niet getroffen zullen worden door uitputting en waarin wij niet getroffen zullen worden door vermoeidheid.”

وَالَّذِينَ كَفَرُوا لَهُمْ نَارُ جَهَنَّمَ لَا يُقْضَىٰ عَلَيْهِمْ فَيَمُوتُوا وَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُم مِّنْ عَذَابِهَا ۚ كَذَٰلِكَ نَجْزِي كُلَّ كَفُورٍ 36

En voor degenen die niet geloven, is er het vuur van de Hel. Voor hen is niet bepaald dat zij (daarin) zullen sterven. En de Bestraffing ervan zal voor hen niet worden verlicht. Zo vergelden Wij iedere ondankbare (persoon).

وَهُمْ يَصْطَرِخُونَ فِيهَا رَبَّنَا أَخْرِجْنَا نَعْمَلْ صَالِحًا غَيْرَ الَّذِي كُنَّا نَعْمَلُ ۚ أَوَلَمْ نُعَمِّرْكُم مَّا يَتَذَكَّرُ فِيهِ مَن تَذَكَّرَ وَجَاءَكُمُ النَّذِيرُ ۖ فَذُوقُوا فَمَا لِلظَّالِمِينَ مِن نَّصِيرٍ 37

En zij zullen daarin (het volgende) schreeuwen: “Onze Heer haal ons (hier) weg. Wij zullen (dan) goede daden verrichten, anders dan (de daden) die wij hebben verricht.” (Allah zal dan antwoorden:) “Hebben Wij jullie niet een lang leven geschonken, dat voor degene die zich liet vermanen voldoende was om er lering uit te trekken? En is de waarschuwer niet tot jullie gekomen? Proef daarom (de Bestraffing). En voor de onrechtplegers is er geen helper.”

إِنَّ اللَّهَ عَالِمُ غَيْبِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ إِنَّهُ عَلِيمٌ بِذَاتِ الصُّدُورِ 38

Voorwaar, Allah is Alwetend over het onwaarneembare van de hemelen en de aarde. Voorwaar, Hij is op de hoogte van wat er zich in de borsten (d.w.z. in henzelf) voordoet.

هُوَ الَّذِي جَعَلَكُمْ خَلَائِفَ فِي الْأَرْضِ ۚ فَمَن كَفَرَ فَعَلَيْهِ كُفْرُهُ ۖ وَلَا يَزِيدُ الْكَافِرِينَ كُفْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ إِلَّا مَقْتًا ۖ وَلَا يَزِيدُ الْكَافِرِينَ كُفْرُهُمْ إِلَّا خَسَارًا 39

Hij is Degene Die jullie elkaar deed opvolgen in generaties op de aarde. Maar wie van jullie ongelovig is, op hem rust zijn ongeloof. En het ongeloof van de ongelovigen vermeerdert voor hen niets anders dan (grote) Woede bij hun Heer. En het ongeloof van de ongelovigen vermeerdert voor hen niets anders dan verlies.

قُلْ أَرَأَيْتُمْ شُرَكَاءَكُمُ الَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِ اللَّهِ أَرُونِي مَاذَا خَلَقُوا مِنَ الْأَرْضِ أَمْ لَهُمْ شِرْكٌ فِي السَّمَاوَاتِ أَمْ آتَيْنَاهُمْ كِتَابًا فَهُمْ عَلَىٰ بَيِّنَتٍ مِّنْهُ ۚ بَلْ إِن يَعِدُ الظَّالِمُونَ بَعْضُهُم بَعْضًا إِلَّا غُرُورًا 40

Zeg (o Mohammed): “Vertel mij over jullie deelgenoten, degenen die jullie naast Allah aanroepen. Laat mij (toch) zien wat zij hebben geschapen uit de aarde. Maken zij aanspraak op (het scheppen van) de hemelen, of hebben Wij hun een Boek gegeven, waardoor zij zich op een duidelijk bewijs bevinden?” Welnee! De onrechtplegers beloven elkaar niets anders dan bedrog.

إِنَّ اللَّهَ يُمْسِكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ أَن تَزُولَا ۚ وَلَئِن زَالَتَا إِنْ أَمْسَكَهُمَا مِنْ أَحَدٍ مِّن بَعْدِهِ ۚ إِنَّهُ كَانَ حَلِيمًا غَفُورًا 41

Voorwaar, Allah houdt de hemelen en de aarde vast, zodat zij niet van hun plaatsen zullen gaan. En als zij van hun plaatsen zouden gaan, dan zou niemand buiten Hem ze kunnen vasthouden. Voorwaar, Hij is Meest Verdraagzaam, Meest Vergevingsgezind.

وَأَقْسَمُوا بِاللَّهِ جَهْدَ أَيْمَانِهِمْ لَئِن جَاءَهُمْ نَذِيرٌ لَّيَكُونُنَّ أَهْدَىٰ مِنْ إِحْدَى الْأُمَمِ ۖ فَلَمَّا جَاءَهُمْ نَذِيرٌ مَّا زَادَهُمْ إِلَّا نُفُورًا 42

En zij zwoeren met hun krachtigste eden bij Allah, dat als er een waarschuwer tot hen zou komen, zij zeker meer geleid zouden zijn dan welke (andere) gemeenschap (vóór hen) dan ook. Maar toen er een waarschuwer tot hen kwam vermeerderde het bij hen niets anders dan afkeer.

اسْتِكْبَارًا فِي الْأَرْضِ وَمَكْرَ السَّيِّئِ ۚ وَلَا يَحِيقُ الْمَكْرُ السَّيِّئُ إِلَّا بِأَهْلِهِ ۚ فَهَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا سُنَّتَ الْأَوَّلِينَ ۚ فَلَن تَجِدَ لِسُنَّتِ اللَّهِ تَبْدِيلًا ۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّتِ اللَّهِ تَحْوِيلًا 43

(Dit) door hun hoogmoedige opstelling op aarde en (vanwege) het beramen van het slechte. En de slechte list omsingelt slechts haar eigen mensen. Wachten zij dan op niets anders dan het voorbeeld (d.w.z. dat de bestraffing zoals die) van de mensen van vroeger (hen treft)? En jij zult geen verandering kunnen vinden in het Voorbeeld van Allah. En jij zult geen afwijking kunnen vinden in het Voorbeeld van Allah.

أَوَلَمْ يَسِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَيَنظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ وَكَانُوا أَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةً ۚ وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُعْجِزَهُ مِن شَيْءٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَلَا فِي الْأَرْضِ ۚ إِنَّهُ كَانَ عَلِيمًا قَدِيرًا 44

Hebben zij dan niet op de aarde rondgetrokken om te zien hoe het einde was van degenen vóór hen? En zij waren sterker dan zij. En er is niets in de hemelen en op aarde dat aan (de Bestraffing van) Allah kan ontsnappen. Voorwaar, Hij is Alwetend, Almachtig.

وَلَوْ يُؤَاخِذُ اللَّهُ النَّاسَ بِمَا كَسَبُوا مَا تَرَكَ عَلَىٰ ظَهْرِهَا مِن دَابَّةٍ وَلَٰكِن يُؤَخِّرُهُمْ إِلَىٰ أَجَلٍ مُّسَمًّى ۖ فَإِذَا جَاءَ أَجَلُهُمْ فَإِنَّ اللَّهَ كَانَ بِعِبَادِهِ بَصِيرًا 45

En als Allah de mensen vanwege dat wat zij verwierven (met een bestraffing) zou treffen, dan zou Hij geen enkel schepsel (dat zich op aarde voortbeweegt) op haar oppervlakte (d.w.z. op de oppervlakte van de aarde) achterlaten. Maar Hij verleent hun uitstel tot een vastgesteld tijdstip. Als hun tijd vervolgens is aangebroken, waarlijk, Allah is dan Alziend over Zijn dienaren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close