Home Soera Soera 35 – Faatir – De Schepper – فاطر

Soera 35 – Faatir – De Schepper – فاطر

2166
0
NODIG ANDEREN OOK UIT OM DE KORAN TE LEZEN EN VERDIEN HASANAAT:
bismillah-ir-rahman-ir-rahim

الْحَمْدُ لِلَّهِ فَاطِرِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ جَاعِلِ الْمَلَائِكَةِ رُسُلًا أُولِي أَجْنِحَةٍ مَّثْنَىٰ وَثُلَاثَ وَرُبَاعَ ۚ يَزِيدُ فِي الْخَلْقِ مَا يَشَاءُ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ1

Lof zij God, de grondlegger van de hemelen en de aarde, die de engelen tot gezanten met vleugels gemaakt heeft, twee, drie of vier! Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; God is almachtig.

مَّا يَفْتَحِ اللَّهُ لِلنَّاسِ مِن رَّحْمَةٍ فَلَا مُمْسِكَ لَهَا ۖ وَمَا يُمْسِكْ فَلَا مُرْسِلَ لَهُ مِن بَعْدِهِ ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ2

De barmhartigheid die God voor de mensen openstelt kan niemand tegenhouden. En wat Hij tegenhoudt kan niemand na Hem nog wegzenden. Hij is de machtige, de wijze.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ اذْكُرُوا نِعْمَتَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ ۚ هَلْ مِنْ خَالِقٍ غَيْرُ اللَّهِ يَرْزُقُكُم مِّنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ ۚ لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ۖ فَأَنَّىٰ تُؤْفَكُونَ3

O mensen, gedenkt Gods genade aan jullie. Is er een andere schepper dan God, die vanuit de hemel en de aarde in jullie onderhoud voorziet? Er is geen god dan Hij! Hoe worden jullie zo afgeleid?

وَإِن يُكَذِّبُوكَ فَقَدْ كُذِّبَتْ رُسُلٌ مِّن قَبْلِكَ ۚ وَإِلَى اللَّهِ تُرْجَعُ الْأُمُورُ4

Maar als zij jou van leugens betichten; al voor jouw tijd zijn er gezanten van leugens beticht geweest. En aan God worden alle zaken voorgelegd.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنَّ وَعْدَ اللَّهِ حَقٌّ ۖ فَلَا تَغُرَّنَّكُمُ الْحَيَاةُ الدُّنْيَا ۖ وَلَا يَغُرَّنَّكُم بِاللَّهِ الْغَرُورُ5

O mensen, Gods toezegging is waar. Laat het tegenwoordige leven jullie dus niet begoochelen en laat de begoochelaar jullie dan niet begoochelen met betrekking tot God.

إِنَّ الشَّيْطَانَ لَكُمْ عَدُوٌّ فَاتَّخِذُوهُ عَدُوًّا ۚ إِنَّمَا يَدْعُو حِزْبَهُ لِيَكُونُوا مِنْ أَصْحَابِ السَّعِيرِ6

De satan is voor jullie een vijand. Neemt dus maar aan dat hij een vijand is. Hij roept zijn partij slechts op opdat zij in de vuurgloed zullen thuishoren.

الَّذِينَ كَفَرُوا لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۖ وَالَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَهُم مَّغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ كَبِيرٌ7

Zij die ongelovig zijn, voor hen is er een strenge bestraffing, maar zij die gelovig zijn en de deugdelijke daden doen, voor hen is er vergeving en een groot loon.

أَفَمَن زُيِّنَ لَهُ سُوءُ عَمَلِهِ فَرَآهُ حَسَنًا ۖ فَإِنَّ اللَّهَ يُضِلُّ مَن يَشَاءُ وَيَهْدِي مَن يَشَاءُ ۖ فَلَا تَذْهَبْ نَفْسُكَ عَلَيْهِمْ حَسَرَاتٍ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ بِمَا يَصْنَعُونَ8

En hij dan voor wie de slechtheid van zijn handelen aantrekkelijk gemaakt is en die het dan ook als goed beschouwt? Maar God brengt tot dwaling wie Hij wil en Hij brengt op het goede pad wie Hij wil. Je moet uit wroeging over hen niet buiten jezelf raken. God weet wat zij doen.

وَاللَّهُ الَّذِي أَرْسَلَ الرِّيَاحَ فَتُثِيرُ سَحَابًا فَسُقْنَاهُ إِلَىٰ بَلَدٍ مَّيِّتٍ فَأَحْيَيْنَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ كَذَٰلِكَ النُّشُورُ9

En God is het die de winden uitzendt die dan wolken opdrijven. Dan drijven Wij ze naar een dode streek en laten de aarde ermee herleven nadat zij dood was. Zo is het ook met de herrijzenis.

مَن كَانَ يُرِيدُ الْعِزَّةَ فَلِلَّهِ الْعِزَّةُ جَمِيعًا ۚ إِلَيْهِ يَصْعَدُ الْكَلِمُ الطَّيِّبُ وَالْعَمَلُ الصَّالِحُ يَرْفَعُهُ ۚ وَالَّذِينَ يَمْكُرُونَ السَّيِّئَاتِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ ۖ وَمَكْرُ أُولَٰئِكَ هُوَ يَبُورُ10

Als iemand de macht wenst? welnu de macht behoort God geheel toe. Tot Hem stijgen de goede woorden op en Hij verheft de deugdzame daad. Maar voor hen die de slechte daden beramen is er een strenge bestraffing; de list van hen gaat verloren.

وَاللَّهُ خَلَقَكُم مِّن تُرَابٍ ثُمَّ مِن نُّطْفَةٍ ثُمَّ جَعَلَكُمْ أَزْوَاجًا ۚ وَمَا تَحْمِلُ مِنْ أُنثَىٰ وَلَا تَضَعُ إِلَّا بِعِلْمِهِ ۚ وَمَا يُعَمَّرُ مِن مُّعَمَّرٍ وَلَا يُنقَصُ مِنْ عُمُرِهِ إِلَّا فِي كِتَابٍ ۚ إِنَّ ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرٌ11

God heeft jullie uit aarde en dan uit een druppel geschapen en dan heeft Hij jullie tot echtgenoten gemaakt. Geen vrouw is zwanger en baart zonder dat Hij het weet; niemands levensduur wordt verlengd en niemands levensduur wordt verkort of het staat in een boek. Dat is voor God gemakkelijk.

وَمَا يَسْتَوِي الْبَحْرَانِ هَٰذَا عَذْبٌ فُرَاتٌ سَائِغٌ شَرَابُهُ وَهَٰذَا مِلْحٌ أُجَاجٌ ۖ وَمِن كُلٍّ تَأْكُلُونَ لَحْمًا طَرِيًّا وَتَسْتَخْرِجُونَ حِلْيَةً تَلْبَسُونَهَا ۖ وَتَرَى الْفُلْكَ فِيهِ مَوَاخِرَ لِتَبْتَغُوا مِن فَضْلِهِ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ12

De beide zeeën zijn niet gelijk; de ene is zoet, fris en geschikt om te drinken en de andere zout en pekelig. En uit beide krijgen jullie vers vlees te eten en jullie halen er sieraden uit op om je mee te tooien. En jullie zien de schepen haar doorklieven [en dat is] opdat jullie streven naar een gunst van Hem; misschien zullen jullie dank betuigen.

يُولِجُ اللَّيْلَ فِي النَّهَارِ وَيُولِجُ النَّهَارَ فِي اللَّيْلِ وَسَخَّرَ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ كُلٌّ يَجْرِي لِأَجَلٍ مُّسَمًّى ۚ ذَٰلِكُمُ اللَّهُ رَبُّكُمْ لَهُ الْمُلْكُ ۚ وَالَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِهِ مَا يَمْلِكُونَ مِن قِطْمِيرٍ13

God laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht en Hij heeft de zon en de maan dienstbaar gemaakt. Alles loopt tot een vastgestelde termijn. Dat is God, jullie Heer; Hij heeft de heerschappij. Zij die jullie in plaats van Hem aanroepen hebben nog geen flintertje heerschappij.

إِن تَدْعُوهُمْ لَا يَسْمَعُوا دُعَاءَكُمْ وَلَوْ سَمِعُوا مَا اسْتَجَابُوا لَكُمْ ۖ وَيَوْمَ الْقِيَامَةِ يَكْفُرُونَ بِشِرْكِكُمْ ۚ وَلَا يُنَبِّئُكَ مِثْلُ خَبِيرٍ14

Als jullie hen aanroepen horen zij jullie aanroep niet en als ze al horen dan geven ze aan jullie geen gehoor. En op de opstandingsdag zullen zij jullie veelgodendienst verloochenen. En niemand kan mededelingen doen als iemand die welingelicht is.

يَا أَيُّهَا النَّاسُ أَنتُمُ الْفُقَرَاءُ إِلَى اللَّهِ ۖ وَاللَّهُ هُوَ الْغَنِيُّ الْحَمِيدُ15

O mensen, jullie zijn het die behoefte aan God hebben, maar God, Hij is de behoefteloze, de lofwaardige.

إِن يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ وَيَأْتِ بِخَلْقٍ جَدِيدٍ16

Als Hij wil vaagt Hij jullie weg en brengt Hij een nieuwe schepping.

وَمَا ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ بِعَزِيزٍ17

Dat is voor God niet lastig.

وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ۚ وَإِن تَدْعُ مُثْقَلَةٌ إِلَىٰ حِمْلِهَا لَا يُحْمَلْ مِنْهُ شَيْءٌ وَلَوْ كَانَ ذَا قُرْبَىٰ ۗ إِنَّمَا تُنذِرُ الَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُم بِالْغَيْبِ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ ۚ وَمَن تَزَكَّىٰ فَإِنَّمَا يَتَزَكَّىٰ لِنَفْسِهِ ۚ وَإِلَى اللَّهِ الْمَصِيرُ18

Niemand is belast met de last van een ander en als iemand die zwaar beladen is oproept om [mee] te dragen, dan zal toch niets van hem gedragen worden ook al betreft het een verwant. Jij kunt slechts hen waarschuwen die God in het verborgen vrezen en de salaat verrichten. En als iemand zich gelouterd heeft dan is hij in zijn eigen voordeel gelouterd; bij God is de bestemming.

وَمَا يَسْتَوِي الْأَعْمَىٰ وَالْبَصِيرُ19

De blinde en de ziende zijn niet gelijk,

وَلَا الظُّلُمَاتُ وَلَا النُّورُ20

noch de duisternissen en het licht,

وَلَا الظِّلُّ وَلَا الْحَرُورُ21

noch de schaduw en de hitte;

وَمَا يَسْتَوِي الْأَحْيَاءُ وَلَا الْأَمْوَاتُ ۚ إِنَّ اللَّهَ يُسْمِعُ مَن يَشَاءُ ۖ وَمَا أَنتَ بِمُسْمِعٍ مَّن فِي الْقُبُورِ22

ook de levenden en de doden zijn niet gelijk. God doet horen wie Hij wil, maar jij kunt wie er in de graven zijn niet doen horen.

إِنْ أَنتَ إِلَّا نَذِيرٌ23

Jij bent slechts een waarschuwer.

إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ بِالْحَقِّ بَشِيرًا وَنَذِيرًا ۚ وَإِن مِّنْ أُمَّةٍ إِلَّا خَلَا فِيهَا نَذِيرٌ24

Wij hebben jou met de waarheid gezonden als verkondiger van goed nieuws en als waarschuwer. En er is geen gemeenschap of er is wel een waarschuwer geweest.

وَإِن يُكَذِّبُوكَ فَقَدْ كَذَّبَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ جَاءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِالْبَيِّنَاتِ وَبِالزُّبُرِ وَبِالْكِتَابِ الْمُنِيرِ25

En als zij jou van leugens betichten, zij die er voor hun tijd waren hebben dat ook gedaan. Hun gezanten kwamen tot hen met de duidelijke bewijzen, met de Zoeboer en met het verlichtende boek.

ثُمَّ أَخَذْتُ الَّذِينَ كَفَرُوا ۖ فَكَيْفَ كَانَ نَكِيرِ26

Toen heb Ik hen die ongelovig waren gegrepen. En hoe was Mijn terechtwijzing dan?

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجْنَا بِهِ ثَمَرَاتٍ مُّخْتَلِفًا أَلْوَانُهَا ۚ وَمِنَ الْجِبَالِ جُدَدٌ بِيضٌ وَحُمْرٌ مُّخْتَلِفٌ أَلْوَانُهَا وَغَرَابِيبُ سُودٌ27

Heb jij niet gezien dat God uit de hemel water laat neerdalen? Dan brengen Wij daarmee verschillende soorten vruchten voort. En bij de bergen zijn er witte en rode lagen, verschillend van kleur, en ook gitzwarte.

وَمِنَ النَّاسِ وَالدَّوَابِّ وَالْأَنْعَامِ مُخْتَلِفٌ أَلْوَانُهُ كَذَٰلِكَ ۗ إِنَّمَا يَخْشَى اللَّهَ مِنْ عِبَادِهِ الْعُلَمَاءُ ۗ إِنَّ اللَّهَ عَزِيزٌ غَفُورٌ28

Ook bij de mensen en bij de dieren en het vee zijn er zo verschillende kleuren en soorten. God wordt slechts gevreesd door de geleerden onder Zijn dienaren. God is machtig en vergevend.

إِنَّ الَّذِينَ يَتْلُونَ كِتَابَ اللَّهِ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ وَأَنفَقُوا مِمَّا رَزَقْنَاهُمْ سِرًّا وَعَلَانِيَةً يَرْجُونَ تِجَارَةً لَّن تَبُورَ29

Zij die het boek van God voorlezen, de salaat verrichten en in het geheim en openbaar bijdragen geven van wat Wij hun voor hun levensonderhoud gegeven hebben, verwachten koopwaar die niet verloren gaat,

لِيُوَفِّيَهُمْ أُجُورَهُمْ وَيَزِيدَهُم مِّن فَضْلِهِ ۚ إِنَّهُ غَفُورٌ شَكُورٌ30

opdat Hij hun hun volle loon geeft en van Zijn goedgunstigheid nog meer zal geven; Hij is vergevend en dank betuigend.

وَالَّذِي أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ مِنَ الْكِتَابِ هُوَ الْحَقُّ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ بِعِبَادِهِ لَخَبِيرٌ بَصِيرٌ31

En wat Wij aan jou van het boek geopenbaard hebben, dat is de waarheid, ter bevestiging van wat er voordien al was; God is over Zijn dienaren goed ingelicht en Hij doorziet hen.

ثُمَّ أَوْرَثْنَا الْكِتَابَ الَّذِينَ اصْطَفَيْنَا مِنْ عِبَادِنَا ۖ فَمِنْهُمْ ظَالِمٌ لِّنَفْسِهِ وَمِنْهُم مُّقْتَصِدٌ وَمِنْهُمْ سَابِقٌ بِالْخَيْرَاتِ بِإِذْنِ اللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ هُوَ الْفَضْلُ الْكَبِيرُ32

Toen hebben Wij het boek als erfenis gegeven aan hen die Wij van Onze dienaren hadden uitverkoren. Onder hen zijn er die zichzelf onrecht aandoen, die gematigd zijn en die met Gods toestemming wedijveren in goede daden. Dit is de grote goedgunstigheid:

جَنَّاتُ عَدْنٍ يَدْخُلُونَهَا يُحَلَّوْنَ فِيهَا مِنْ أَسَاوِرَ مِن ذَهَبٍ وَلُؤْلُؤًا ۖ وَلِبَاسُهُمْ فِيهَا حَرِيرٌ33

Zij zullen de tuinen van \’Adn binnengaan. Zij tooien zich daarin met armbanden van goud en met parels en hun kleren zijn daar van zijde.

وَقَالُوا الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي أَذْهَبَ عَنَّا الْحَزَنَ ۖ إِنَّ رَبَّنَا لَغَفُورٌ شَكُورٌ34

En zij zeggen: “Lof zij God die van ons de droefheid heeft weggenomen. Vergevend en dank betuigend is onze Heer,

الَّذِي أَحَلَّنَا دَارَ الْمُقَامَةِ مِن فَضْلِهِ لَا يَمَسُّنَا فِيهَا نَصَبٌ وَلَا يَمَسُّنَا فِيهَا لُغُوبٌ35

die ons door Zijn goedgunstigheid in de woning van het [eeuwige] verblijf heeft geplaatst. Wij worden daarin niet door vermoeidheid overvallen, noch worden wij daarin door matheid overvallen.”

وَالَّذِينَ كَفَرُوا لَهُمْ نَارُ جَهَنَّمَ لَا يُقْضَىٰ عَلَيْهِمْ فَيَمُوتُوا وَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُم مِّنْ عَذَابِهَا ۚ كَذَٰلِكَ نَجْزِي كُلَّ كَفُورٍ36

Maar zij die ongelovig zijn, voor hen is er het vuur van de hel; er zal voor hen geen eind aan gemaakt worden zodat zij sterven, noch zal de bestraffing ermee voor hen verlicht worden. Zo vergelden Wij aan iedere ondankbare ongelovige.

وَهُمْ يَصْطَرِخُونَ فِيهَا رَبَّنَا أَخْرِجْنَا نَعْمَلْ صَالِحًا غَيْرَ الَّذِي كُنَّا نَعْمَلُ ۚ أَوَلَمْ نُعَمِّرْكُم مَّا يَتَذَكَّرُ فِيهِ مَن تَذَكَّرَ وَجَاءَكُمُ النَّذِيرُ ۖ فَذُوقُوا فَمَا لِلظَّالِمِينَ مِن نَّصِيرٍ37

Zij zullen erin uitschreeuwen: “Onze Heer, haal ons hier uit, dan zullen wij deugdelijk handelen, anders dan wij altijd deden.” “Hebben Wij jullie dan niet zo lang laten leven dat iemand zich zou kunnen laten vermanen als hij het wilde? En er was een waarschuwer tot jullie gekomen! Proeft het dus maar; de onrechtplegers hebben geen helper.”

إِنَّ اللَّهَ عَالِمُ غَيْبِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ إِنَّهُ عَلِيمٌ بِذَاتِ الصُّدُورِ38

God is de kenner van het verborgene van de hemelen en de aarde; Hij weet wat er binnen in de harten is.

هُوَ الَّذِي جَعَلَكُمْ خَلَائِفَ فِي الْأَرْضِ ۚ فَمَن كَفَرَ فَعَلَيْهِ كُفْرُهُ ۖ وَلَا يَزِيدُ الْكَافِرِينَ كُفْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ إِلَّا مَقْتًا ۖ وَلَا يَزِيدُ الْكَافِرِينَ كُفْرُهُمْ إِلَّا خَسَارًا39

Hij is het die jullie tot elkaar opvolgende geslachten op de aarde gemaakt heeft. En wie ongelovig is, diens ongeloof is in zijn nadeel; voor de ongelovigen maakt hun ongeloof de afschuw bij hun Heer alleen maar erger en voor de ongelovigen brengt hun ongeloof hun alleen maar groter verlies.

قُلْ أَرَأَيْتُمْ شُرَكَاءَكُمُ الَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِ اللَّهِ أَرُونِي مَاذَا خَلَقُوا مِنَ الْأَرْضِ أَمْ لَهُمْ شِرْكٌ فِي السَّمَاوَاتِ أَمْ آتَيْنَاهُمْ كِتَابًا فَهُمْ عَلَىٰ بَيِّنَتٍ مِّنْهُ ۚ بَلْ إِن يَعِدُ الظَّالِمُونَ بَعْضُهُم بَعْضًا إِلَّا غُرُورًا40

Zeg: “Hoe zien jullie je [zogenaamd goddelijke] metgezellen die jullie in plaats van God aanroepen? Laat mij dan zien wat zij van de aarde geschapen hebben.” Hebben zij een aandeel in de hemelen of hebben Wij hun een boek gegeven zodat zij op een duidelijk bewijs steunen? Welnee, de onrechtplegers beloven elkaar slechts begoocheling.

إِنَّ اللَّهَ يُمْسِكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ أَن تَزُولَا ۚ وَلَئِن زَالَتَا إِنْ أَمْسَكَهُمَا مِنْ أَحَدٍ مِّن بَعْدِهِ ۚ إِنَّهُ كَانَ حَلِيمًا غَفُورًا41

God houdt de hemelen en de aarde vast, zodat zij niet vergaan; als zij zouden vergaan, dan zou niemand behalve Hij hen kunnen vasthouden. Hij is zachtmoedig en vergevend.

وَأَقْسَمُوا بِاللَّهِ جَهْدَ أَيْمَانِهِمْ لَئِن جَاءَهُمْ نَذِيرٌ لَّيَكُونُنَّ أَهْدَىٰ مِنْ إِحْدَى الْأُمَمِ ۖ فَلَمَّا جَاءَهُمْ نَذِيرٌ مَّا زَادَهُمْ إِلَّا نُفُورًا42

Zij hebben bij God dure eden gezworen dat zij, als tot hen een waarschuwer zou komen, zeker beter het goede pad op zouden gaan dan enige andere gemeenschap. Maar toen tot hen een waarschuwer kwam kregen zij alleen maar meer afkeer,

اسْتِكْبَارًا فِي الْأَرْضِ وَمَكْرَ السَّيِّئِ ۚ وَلَا يَحِيقُ الْمَكْرُ السَّيِّئُ إِلَّا بِأَهْلِهِ ۚ فَهَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا سُنَّتَ الْأَوَّلِينَ ۚ فَلَن تَجِدَ لِسُنَّتِ اللَّهِ تَبْدِيلًا ۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّتِ اللَّهِ تَحْوِيلًا43

terwijl zij zich op de aarde hoogmoedig gedroegen en slechte plannen beraamden. Maar slechte plannen overmeesteren alleen maar de beramers ervan. Kunnen zij dan iets anders verwachten dan de gebruikelijke behandeling van hen die er eertijds waren? Jij zult dus in Gods gebruikelijke behandeling geen verandering vinden en je zult in Gods gebruikelijke behandeling geen wijziging vinden.

أَوَلَمْ يَسِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَيَنظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ وَكَانُوا أَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةً ۚ وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُعْجِزَهُ مِن شَيْءٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَلَا فِي الْأَرْضِ ۚ إِنَّهُ كَانَ عَلِيمًا قَدِيرًا44

Hebben zij dan niet op de aarde rondgereisd, zodat zij konden zien hoe het einde was van hen die er voor hen waren en die sterker waren dan zij? En er is niets in de hemelen en op de aarde wat iets tegen God kan doen; Hij is wetend en vrijmachtig.

وَلَوْ يُؤَاخِذُ اللَّهُ النَّاسَ بِمَا كَسَبُوا مَا تَرَكَ عَلَىٰ ظَهْرِهَا مِن دَابَّةٍ وَلَٰكِن يُؤَخِّرُهُمْ إِلَىٰ أَجَلٍ مُّسَمًّى ۖ فَإِذَا جَاءَ أَجَلُهُمْ فَإِنَّ اللَّهَ كَانَ بِعِبَادِهِ بَصِيرًا45

Als God de mensen zou aanrekenen wat zij begaan hebben zou Hij op het aardoppervlak geen dier overlaten. Maar Hij geeft hun uitstel tot een vastgestelde termijn. En wanneer hun termijn komt, dan doorziet God Zijn dienaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here