Soera 33 – Al-Ahzab – De Partijen – الْأحزاب

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ ٱتَّقِ ٱللَّهَ وَلَا تُطِعِ ٱلۡكَٰفِرِينَ وَٱلۡمُنَٰفِقِينَۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمٗا 1

O Profeet! Onderhoud je verplichtingen tot Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de hypocrieten niet. Waarlijk! Allah is altijd Alwetend, Alwijs.

وَٱتَّبِعۡ مَا يُوحَىٰٓ إِلَيۡكَ مِن رَّبِّكَۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٗا 2

En volg dat wat aan jou is geopenbaard van jouw Heer. Waarlijk, Allah is zich goedbewust van wat jij doet.

وَتَوَكَّلۡ عَلَى ٱللَّهِۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلٗا 3

En leg je vertrouwen in Allah en Allah is voldoende als Beschermer.

مَّا جَعَلَ ٱللَّهُ لِرَجُلٖ مِّن قَلۡبَيۡنِ فِي جَوۡفِهِۦۚ وَمَا جَعَلَ أَزۡوَٰجَكُمُ ٱلَّـٰٓـِٔي تُظَٰهِرُونَ مِنۡهُنَّ أُمَّهَٰتِكُمۡۚ وَمَا جَعَلَ أَدۡعِيَآءَكُمۡ أَبۡنَآءَكُمۡۚ ذَٰلِكُمۡ قَوۡلُكُم بِأَفۡوَٰهِكُمۡۖ وَٱللَّهُ يَقُولُ ٱلۡحَقَّ وَهُوَ يَهۡدِي ٱلسَّبِيلَ 4

Allah heeft geen enkel mens twee harten in zijn lichaam gegeven (wat dus wil zeggen dat ongeloof en geloof niet in hetzelfde hart kunnen huizen). Noch heeft Hij jullie vrouwen van wie jij wegblijft door haar ‘moeder’ te noemen, tot uw moeders gemaakt. Noch heeft Hij jullie geadopteerde zonen tot jullie (echte) zonen gemaakt. Dat zijn slechts woorden uit jullie monden. Maar Allah spreekt de Waarheid en Hij leidt naar de (juiste) Weg.

ٱدۡعُوهُمۡ لِأٓبَآئِهِمۡ هُوَ أَقۡسَطُ عِندَ ٱللَّهِۚ فَإِن لَّمۡ تَعۡلَمُوٓاْ ءَابَآءَهُمۡ فَإِخۡوَٰنُكُمۡ فِي ٱلدِّينِ وَمَوَٰلِيكُمۡۚ وَلَيۡسَ عَلَيۡكُمۡ جُنَاحٞ فِيمَآ أَخۡطَأۡتُم بِهِۦ وَلَٰكِن مَّا تَعَمَّدَتۡ قُلُوبُكُمۡۚ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورٗا رَّحِيمًا 5

Noem hen bij (de namen van) hun vaders, dat is juister (en rechtvaardiger) in het aangezicht van Allah. Maar als jullie hun (echte) vaders niet kennen (noem hen dan) jullie broeders in geloof (waarin jullie werden samengebracht) of jullie vrienden. En er rust geen zonde op jullie als jullie (onbewust) een fout begaan, maar wel in wat jullie harten zich hebben voorgenomen. En Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

ٱلنَّبِيُّ أَوۡلَىٰ بِٱلۡمُؤۡمِنِينَ مِنۡ أَنفُسِهِمۡۖ وَأَزۡوَٰجُهُۥٓ أُمَّهَٰتُهُمۡۗ وَأُوْلُواْ ٱلۡأَرۡحَامِ بَعۡضُهُمۡ أَوۡلَىٰ بِبَعۡضٖ فِي كِتَٰبِ ٱللَّهِ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُهَٰجِرِينَ إِلَّآ أَن تَفۡعَلُوٓاْ إِلَىٰٓ أَوۡلِيَآئِكُم مَّعۡرُوفٗاۚ كَانَ ذَٰلِكَ فِي ٱلۡكِتَٰبِ مَسۡطُورٗا 6

De Profeet is dichter bij de gelovigen" dan zijzelf. En zijn vrouwen zijn hun moeders. En bloedverwanten zijn meer nabij (in erfrecht) volgens het Boek van Allah dan de (broederschap der) gelovigen en de emigranten, behalve wanneer jullie voor jullie broeders (in het geloof) een goede daad willen verrichten (in het testament). Dat staat in (Allah’s boek van goddelijke) besluiten neergeschreven.

وَإِذۡ أَخَذۡنَا مِنَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ مِيثَٰقَهُمۡ وَمِنكَ وَمِن نُّوحٖ وَإِبۡرَٰهِيمَ وَمُوسَىٰ وَعِيسَى ٱبۡنِ مَرۡيَمَۖ وَأَخَذۡنَا مِنۡهُم مِّيثَٰقًا غَلِيظٗا 7

En (gedenk) toen Wij met de Profeten hun verbond aangingen en met jou (O Mohammed), en met Noah, Ibrahim, Mozes en Isa, de zoon van Maryam. Wij gingen met hen een plechtig verbond aan.

لِّيَسۡـَٔلَ ٱلصَّـٰدِقِينَ عَن صِدۡقِهِمۡۚ وَأَعَدَّ لِلۡكَٰفِرِينَ عَذَابًا أَلِيمٗا 8

Opdat Hij de waarachtigen over hun waarachtigheid zal ondervragen. En Hij heeft voor de ongelovigen een pijnlijke bestraffing voorbereid.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَةَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ إِذۡ جَآءَتۡكُمۡ جُنُودٞ فَأَرۡسَلۡنَا عَلَيۡهِمۡ رِيحٗا وَجُنُودٗا لَّمۡ تَرَوۡهَاۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ بَصِيرًا 9

O jullie die geloven! Gedenk Allah’s gunst aan jullie toen jullie een leger tegenkwamen en Wij wind en een leger (van Engelen) tegen hen stuurden die jullie niet gezien hebben. En Allah is Alziende van wat jullie doen.

إِذۡ جَآءُوكُم مِّن فَوۡقِكُمۡ وَمِنۡ أَسۡفَلَ مِنكُمۡ وَإِذۡ زَاغَتِ ٱلۡأَبۡصَٰرُ وَبَلَغَتِ ٱلۡقُلُوبُ ٱلۡحَنَاجِرَ وَتَظُنُّونَ بِٱللَّهِ ٱلظُّنُونَا۠ 10

En toen zij tot jullie kwamen, van boven jullie en van onder jullie, en toen de ogen staarden en de harten in hun kelen klopten, en toen jullie twijfels over Allah hadden.

هُنَالِكَ ٱبۡتُلِيَ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ وَزُلۡزِلُواْ زِلۡزَالٗا شَدِيدٗا 11

Daar werden de gelovigen beproefd en door een zware beproeving door elkaar geschud.

وَإِذۡ يَقُولُ ٱلۡمُنَٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٞ مَّا وَعَدَنَا ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥٓ إِلَّا غُرُورٗا 12

En toen de hypocrieten en degenen in wiens harten een ziekte is zeiden: “Allah en Zijn Boodschapper hebben ons niets dan ontgoocheling beloofd!”

وَإِذۡ قَالَت طَّآئِفَةٞ مِّنۡهُمۡ يَـٰٓأَهۡلَ يَثۡرِبَ لَا مُقَامَ لَكُمۡ فَٱرۡجِعُواْۚ وَيَسۡتَـٔۡذِنُ فَرِيقٞ مِّنۡهُمُ ٱلنَّبِيَّ يَقُولُونَ إِنَّ بُيُوتَنَا عَوۡرَةٞ وَمَا هِيَ بِعَوۡرَةٍۖ إِن يُرِيدُونَ إِلَّا فِرَارٗا 13

En toen een deel van hen zei: “O mensen van Yatrib! Jullie kunnen hier geen stand houden, trek je daarom terug!” En een deel van hen vroeg ontheffing van de Profeet (zeggende): “Waarlijk onze huizen liggen open.” En zij "lagen niet open. Maar zij wensten te vluchten.

وَلَوۡ دُخِلَتۡ عَلَيۡهِم مِّنۡ أَقۡطَارِهَا ثُمَّ سُئِلُواْ ٱلۡفِتۡنَةَ لَأٓتَوۡهَا وَمَا تَلَبَّثُواْ بِهَآ إِلَّا يَسِيرٗا 14

En als de vijand van alle kanten naar binnen was gekomen en zij gevraagd zouden worden de beproeving (te doorstaan), dan zouden zij dat gedaan hebben en zij hadden daarvoor maar weinig getwijfeld.

وَلَقَدۡ كَانُواْ عَٰهَدُواْ ٱللَّهَ مِن قَبۡلُ لَا يُوَلُّونَ ٱلۡأَدۡبَٰرَۚ وَكَانَ عَهۡدُ ٱللَّهِ مَسۡـُٔولٗا 15

En voorwaar, zij hadden reeds een verdrag met Allah afgesloten: dat zij niet hun ruggen zouden toekeren. En het verdrag met Allah moet opgevolgd worden.

قُل لَّن يَنفَعَكُمُ ٱلۡفِرَارُ إِن فَرَرۡتُم مِّنَ ٱلۡمَوۡتِ أَوِ ٱلۡقَتۡلِ وَإِذٗا لَّا تُمَتَّعُونَ إِلَّا قَلِيلٗا 16

Zeg (O Mohammed): ”Vluchten zal jullie niet baten. Als jullie zouden vluchten voor de dood of het doden, dan zullen jullie niet meer dan een korte stonde daarvan genieten!”

قُلۡ مَن ذَا ٱلَّذِي يَعۡصِمُكُم مِّنَ ٱللَّهِ إِنۡ أَرَادَ بِكُمۡ سُوٓءًا أَوۡ أَرَادَ بِكُمۡ رَحۡمَةٗۚ وَلَا يَجِدُونَ لَهُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيّٗا وَلَا نَصِيرٗا 17

Zeg : “Wie is het die jullie tegen Allah kan beschermen als Hij zich voorgenomen heeft om jullie te kwetsen, of als Hij voor jullie genade wenst? En zij zullen voor zichzelf naast Allah geen beschermer of helper vinden.

۞قَدۡ يَعۡلَمُ ٱللَّهُ ٱلۡمُعَوِّقِينَ مِنكُمۡ وَٱلۡقَآئِلِينَ لِإِخۡوَٰنِهِمۡ هَلُمَّ إِلَيۡنَاۖ وَلَا يَأۡتُونَ ٱلۡبَأۡسَ إِلَّا قَلِيلًا 18

Allah kent reeds degenen onder jullie die de (mannen) van het vechten voor Allah’s zaak tegenhouden en die tegen hun broeders zeggen: “Kom hier naar ons,” terwijl zij (zelf) maar weinig tot de strijd komen.

أَشِحَّةً عَلَيۡكُمۡۖ فَإِذَا جَآءَ ٱلۡخَوۡفُ رَأَيۡتَهُمۡ يَنظُرُونَ إِلَيۡكَ تَدُورُ أَعۡيُنُهُمۡ كَٱلَّذِي يُغۡشَىٰ عَلَيۡهِ مِنَ ٱلۡمَوۡتِۖ فَإِذَا ذَهَبَ ٱلۡخَوۡفُ سَلَقُوكُم بِأَلۡسِنَةٍ حِدَادٍ أَشِحَّةً عَلَى ٱلۡخَيۡرِۚ أُوْلَـٰٓئِكَ لَمۡ يُؤۡمِنُواْ فَأَحۡبَطَ ٱللَّهُ أَعۡمَٰلَهُمۡۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرٗا 19

Zij (de huichelaars) zijn gierig tegenover jullie. Als de vrees dan komt, zie jij hen naar jou kijken, hun ogen zoals (iemand) die vreest, omdat hij de dood in de ogen ziet, maar als de vrees verdwijnt, dan zullen zij jullie met scherpe tongen beschimpen, terwijl zij gierig zijn met het goede. Zij zijn degenen die niet geloven. Daarom maakt Allah hun daden vruchteloos en dat is altijd gemakkelijk voor Allah.

يَحۡسَبُونَ ٱلۡأَحۡزَابَ لَمۡ يَذۡهَبُواْۖ وَإِن يَأۡتِ ٱلۡأَحۡزَابُ يَوَدُّواْ لَوۡ أَنَّهُم بَادُونَ فِي ٱلۡأَعۡرَابِ يَسۡـَٔلُونَ عَنۡ أَنۢبَآئِكُمۡۖ وَلَوۡ كَانُواْ فِيكُم مَّا قَٰتَلُوٓاْ إِلَّا قَلِيلٗا 20

Zij denken dat de partijen nog niet zijn weggetrokken. En als de partijen (weer) zouden terugkomen, dan zouden zij wensen dat zij zich bij de zwervende Arabieren in de woestijn bevonden, vragend naar nieuws over jullie. En als zij zich onder jullie zouden bevinden, dan zouden zij niet strijden.

لَّقَدۡ كَانَ لَكُمۡ فِي رَسُولِ ٱللَّهِ أُسۡوَةٌ حَسَنَةٞ لِّمَن كَانَ يَرۡجُواْ ٱللَّهَ وَٱلۡيَوۡمَ ٱلۡأٓخِرَ وَذَكَرَ ٱللَّهَ كَثِيرٗا 21

Voorzeker, de Boodschapper van Allah is (in elk opzicht) een lichtend voorbeeld voor (zowel de gelovigen als de hypocrieten onder) jullie, voor wie op (de veelbelovende ontmoeting met) Allah en de Laatste Dag hoopt. En voor wie Allah veelvuldig gedenkt.

وَلَمَّا رَءَا ٱلۡمُؤۡمِنُونَ ٱلۡأَحۡزَابَ قَالُواْ هَٰذَا مَا وَعَدَنَا ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥ وَصَدَقَ ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥۚ وَمَا زَادَهُمۡ إِلَّآ إِيمَٰنٗا وَتَسۡلِيمٗا 22

En toen de gelovigen de bondgenoten zagen (naderen), zeiden zij: “Dit is wat Allah en Zijn Boodschapper ons hebben beloofd, en Allah en Zijn Boodschapper komen hun beloftes (altijd) na.” En het doet hen slechts toenemen in geloof en onderwerping.

مِّنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ رِجَالٞ صَدَقُواْ مَا عَٰهَدُواْ ٱللَّهَ عَلَيۡهِۖ فَمِنۡهُم مَّن قَضَىٰ نَحۡبَهُۥ وَمِنۡهُم مَّن يَنتَظِرُۖ وَمَا بَدَّلُواْ تَبۡدِيلٗا 23

Onder de gelovigen zijn er (standvastige) mannen die trouw blijven aan de belofte die zij aan Allah hebben gedaan. Onder hen (mannen) zijn er wiens (vurige) wens (om ter wille van Allah te sterven) vervuld is, en onder hen zijn anderen die (daar ongeduldig op) wachten. En (aan deze belofte) hebben zij niets veranderd.

لِّيَجۡزِيَ ٱللَّهُ ٱلصَّـٰدِقِينَ بِصِدۡقِهِمۡ وَيُعَذِّبَ ٱلۡمُنَٰفِقِينَ إِن شَآءَ أَوۡ يَتُوبَ عَلَيۡهِمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورٗا رَّحِيمٗا 24

Opdat Allah de waarachtigen zal belonen voor hun waarachtigheid en Hij de hypocrieten zal bestraffen als Hij wil, (met de Hel) of hun berouw aanvaarden. Voorwaar, Allah is Vergevingsgezind, meest Barmhartig.

وَرَدَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ بِغَيۡظِهِمۡ لَمۡ يَنَالُواْ خَيۡرٗاۚ وَكَفَى ٱللَّهُ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ ٱلۡقِتَالَۚ وَكَانَ ٱللَّهُ قَوِيًّا عَزِيزٗا 25

Allah weerhield de ongelovigen in hun woede; zij verwierven geen voordeel. En Allah was toereikend (als Beschermer) voor de gelovigen in de slag. Allah is Sterk, Almachtig.

وَأَنزَلَ ٱلَّذِينَ ظَٰهَرُوهُم مِّنۡ أَهۡلِ ٱلۡكِتَٰبِ مِن صَيَاصِيهِمۡ وَقَذَفَ فِي قُلُوبِهِمُ ٱلرُّعۡبَ فَرِيقٗا تَقۡتُلُونَ وَتَأۡسِرُونَ فَرِيقٗا 26

En Hij zond degenen die hen (de bondgenoten) steunden van de Lieden van de Schrift van hun forten naar beneden. En vervulde hun hart met ontzetting. Jullie doodden een groep (mannen) en jullie namen een groep (vrouwen en kinderen) gevangen.

وَأَوۡرَثَكُمۡ أَرۡضَهُمۡ وَدِيَٰرَهُمۡ وَأَمۡوَٰلَهُمۡ وَأَرۡضٗا لَّمۡ تَطَـُٔوهَاۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ قَدِيرٗا 27

En Hij heeft jullie aangesteld over hun landerijen, hun huizen en hun bezittingen (waaronder hun wapens en hun kuddes) en een land dat jullie nooit (eerder) hebben betreden (het land van Khaybar). En Allah is Almachtig over alle zaken.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ قُل لِّأَزۡوَٰجِكَ إِن كُنتُنَّ تُرِدۡنَ ٱلۡحَيَوٰةَ ٱلدُّنۡيَا وَزِينَتَهَا فَتَعَالَيۡنَ أُمَتِّعۡكُنَّ وَأُسَرِّحۡكُنَّ سَرَاحٗا جَمِيلٗا 28

"O Profeet! Zeg tegen jouw vrouwen: “Als jullie het leven van deze wereld wensen, en haar schijn, - Kom dan! Ik zal jullie een geschenk geven en jullie op een mooie manier bevrijden.

وَإِن كُنتُنَّ تُرِدۡنَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَٱلدَّارَ ٱلۡأٓخِرَةَ فَإِنَّ ٱللَّهَ أَعَدَّ لِلۡمُحۡسِنَٰتِ مِنكُنَّ أَجۡرًا عَظِيمٗا 29

Maar als jullie (het welbehagen van) Allah en Zijn Boodschapper wensen en het Huis in het hiernamaals” dan waarlijk, Allah heeft voor weldoensters onder jullie een geweldige beloning voorbereid.”

يَٰنِسَآءَ ٱلنَّبِيِّ مَن يَأۡتِ مِنكُنَّ بِفَٰحِشَةٖ مُّبَيِّنَةٖ يُضَٰعَفۡ لَهَا ٱلۡعَذَابُ ضِعۡفَيۡنِۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرٗا 30

O vrouwen van de Profeet! Wie van jullie een openlijke onwettige seksuele handeling pleegt, voor haar zal de straf verdubbeld worden, en dat is altijd gemakkelijk voor Allah. ۞

۞وَمَن يَقۡنُتۡ مِنكُنَّ لِلَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَتَعۡمَلۡ صَٰلِحٗا نُّؤۡتِهَآ أَجۡرَهَا مَرَّتَيۡنِ وَأَعۡتَدۡنَا لَهَا رِزۡقٗا كَرِيمٗا 31

En wie van jullie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt en goede daden verricht, zullen Wij een dubbele beloning geven en Wij hebben voor haar een edele voorziening voorbereid.

يَٰنِسَآءَ ٱلنَّبِيِّ لَسۡتُنَّ كَأَحَدٖ مِّنَ ٱلنِّسَآءِ إِنِ ٱتَّقَيۡتُنَّۚ فَلَا تَخۡضَعۡنَ بِٱلۡقَوۡلِ فَيَطۡمَعَ ٱلَّذِي فِي قَلۡبِهِۦ مَرَضٞ وَقُلۡنَ قَوۡلٗا مَّعۡرُوفٗا 32

O vrouwen van de Profeet! Jullie zijn niet als andere vrouwen, als jullie Allah vrezen. Wees daarom niet minzaam (verleidelijk) in jullie manier van spreken, waardoor degene in wiens hart een ziekte is begeerte gaat voelen, en spreek op een eerbare manier.

وَقَرۡنَ فِي بُيُوتِكُنَّ وَلَا تَبَرَّجۡنَ تَبَرُّجَ ٱلۡجَٰهِلِيَّةِ ٱلۡأُولَىٰۖ وَأَقِمۡنَ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتِينَ ٱلزَّكَوٰةَ وَأَطِعۡنَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓۚ إِنَّمَا يُرِيدُ ٱللَّهُ لِيُذۡهِبَ عَنكُمُ ٱلرِّجۡسَ أَهۡلَ ٱلۡبَيۡتِ وَيُطَهِّرَكُمۡ تَطۡهِيرٗا 33

En blijf in jullie huizen. En stel je (schoonheid) niet tentoon zoals in de tijden van de onwetendheid werd gedaan. En onderhoudt de gebeden en geef Zakat en gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper. Allah wenst slechts de onreinheid van jullie weg te nemen, o Lieden van het huis, en jullie schoon en zuiver te maken.

وَٱذۡكُرۡنَ مَا يُتۡلَىٰ فِي بُيُوتِكُنَّ مِنۡ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ وَٱلۡحِكۡمَةِۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ لَطِيفًا خَبِيرًا 34

En gedenk dat, wat in jullie huizen van de Verzen van Allah en van de wijsheid gereciteerd wordt. Waarlijk Allah is de Vriendelijkste, Welbewust van alle zaken.

إِنَّ ٱلۡمُسۡلِمِينَ وَٱلۡمُسۡلِمَٰتِ وَٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُؤۡمِنَٰتِ وَٱلۡقَٰنِتِينَ وَٱلۡقَٰنِتَٰتِ وَٱلصَّـٰدِقِينَ وَٱلصَّـٰدِقَٰتِ وَٱلصَّـٰبِرِينَ وَٱلصَّـٰبِرَٰتِ وَٱلۡخَٰشِعِينَ وَٱلۡخَٰشِعَٰتِ وَٱلۡمُتَصَدِّقِينَ وَٱلۡمُتَصَدِّقَٰتِ وَٱلصَّـٰٓئِمِينَ وَٱلصَّـٰٓئِمَٰتِ وَٱلۡحَٰفِظِينَ فُرُوجَهُمۡ وَٱلۡحَٰفِظَٰتِ وَٱلذَّـٰكِرِينَ ٱللَّهَ كَثِيرٗا وَٱلذَّـٰكِرَٰتِ أَعَدَّ ٱللَّهُ لَهُم مَّغۡفِرَةٗ وَأَجۡرًا عَظِيمٗا 35

Waarlijk, de mannen die zich hebben overgegeven (aan Allah) en de vrouwen die zich hebben overgegeven, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de mannen en vrouwen die (Allah en Zijn Profeet)" gehoorzaam zijn, en de mannen en vrouwen die waarachtig zijn (zowel in hun uitspraken als in hun daden), en de mannen en vrouwen die geduldig zijn (door hun lusten en hartstochten in bedwang te houden, door weg te blijven van zonden en beproevingen doorstaan zonder daar Allah de schuld van te geven), en de mannen en vrouwen die nederig zijn (vanwege hun ontzag voor Allah), en de mannen en vrouwen die (de zakaat betalen en een deel van hun vermogens aan) liefdadigheid uitgeven, en de mannen en vrouwen die (niet alleen Ramadan) vasten (maar ook de aanbevolen dagen op vrijwillige basis meevasten), en de mannen en vrouwen die hun kuisheid beschermen (tegen ontucht en overspel), en de mannen en vrouwen die Allah veelvuldig gedenken met hun harten en hun tongen (na het gebed en tijdens de nacht) : voor hen heeft Allah vergiffenis voorbereid, (gevolgd door) een grote beloning (in het Paradijs).

وَمَا كَانَ لِمُؤۡمِنٖ وَلَا مُؤۡمِنَةٍ إِذَا قَضَى ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥٓ أَمۡرًا أَن يَكُونَ لَهُمُ ٱلۡخِيَرَةُ مِنۡ أَمۡرِهِمۡۗ وَمَن يَعۡصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلَٰلٗا مُّبِينٗا 36

Het past een gelovige man of een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn Boodschapper over een bepaalde zaak een besluit hebben genomen, dat zij dit in twijfel trekken. En iedereen die Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, verkeert zeker in een duidelijke dwaling.

وَإِذۡ تَقُولُ لِلَّذِيٓ أَنۡعَمَ ٱللَّهُ عَلَيۡهِ وَأَنۡعَمۡتَ عَلَيۡهِ أَمۡسِكۡ عَلَيۡكَ زَوۡجَكَ وَٱتَّقِ ٱللَّهَ وَتُخۡفِي فِي نَفۡسِكَ مَا ٱللَّهُ مُبۡدِيهِ وَتَخۡشَى ٱلنَّاسَ وَٱللَّهُ أَحَقُّ أَن تَخۡشَىٰهُۖ فَلَمَّا قَضَىٰ زَيۡدٞ مِّنۡهَا وَطَرٗا زَوَّجۡنَٰكَهَا لِكَيۡ لَا يَكُونَ عَلَى ٱلۡمُؤۡمِنِينَ حَرَجٞ فِيٓ أَزۡوَٰجِ أَدۡعِيَآئِهِمۡ إِذَا قَضَوۡاْ مِنۡهُنَّ وَطَرٗاۚ وَكَانَ أَمۡرُ ٱللَّهِ مَفۡعُولٗا 37

En (gedenk) toen jij (O Mohammed) tot degene zei die Allah gunsten had verleend en aan wie jij genade had gegeven: “Hou je vrouw voor jezelf en vrees Allah.” Maar jij verborg in je hart wat Allah openbaar wilde maken, en jij vreesde voor de mensen terwijl Allah er meer recht op heeft dat je Hem zult vrezen. Toen Zaid geen behoefte meer aan haar had gaven Wij haar aan jou om te huwen, zodat er geen moeilijkheden onder de gelovigen zou bestaan met betrekking tot het (huwen van) de (voormalige) "vrouwen van hun geadopteerde zonen, wanneer de laatste niet de wens hebben om hen te houden. En Allah’s bevel moet worden nageleefd.

مَّا كَانَ عَلَى ٱلنَّبِيِّ مِنۡ حَرَجٖ فِيمَا فَرَضَ ٱللَّهُ لَهُۥۖ سُنَّةَ ٱللَّهِ فِي ٱلَّذِينَ خَلَوۡاْ مِن قَبۡلُۚ وَكَانَ أَمۡرُ ٱللَّهِ قَدَرٗا مَّقۡدُورًا 38

Er is geen probleem voor de Profeet in dat, wat Allah voor hem wettig heeft gemaakt. Dat is de handelwijze van Allah zoals die reeds gold voor degenen (Profeten) die overleden zijn. En het bevel van Allah is een vastgesteld besluit.

ٱلَّذِينَ يُبَلِّغُونَ رِسَٰلَٰتِ ٱللَّهِ وَيَخۡشَوۡنَهُۥ وَلَا يَخۡشَوۡنَ أَحَدًا إِلَّا ٱللَّهَۗ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ حَسِيبٗا 39

Zij waren degenen die de Boodschappen van Allah verkondigden en die Hem vreesden, en die niemand vreesden behalve Allah. En Allah is voldoende als Berekenaar.

مَّا كَانَ مُحَمَّدٌ أَبَآ أَحَدٖ مِّن رِّجَالِكُمۡ وَلَٰكِن رَّسُولَ ٱللَّهِ وَخَاتَمَ ٱلنَّبِيِّـۧنَۗ وَكَانَ ٱللَّهُ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٗا 40

Mohammed is niet de vader van één van jullie, maar hij is de Boodschapper van Allah, en de laatste van de Profeten. En Allah is Alwetend over alle zaken.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱذۡكُرُواْ ٱللَّهَ ذِكۡرٗا كَثِيرٗا 41

O jullie die geloven! Gedenk Allah veelvuldig.

وَسَبِّحُوهُ بُكۡرَةٗ وَأَصِيلًا 42

En Verheerlijk en loof Hem ’s morgens en ’s avonds.

هُوَ ٱلَّذِي يُصَلِّي عَلَيۡكُمۡ وَمَلَـٰٓئِكَتُهُۥ لِيُخۡرِجَكُم مِّنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِۚ وَكَانَ بِٱلۡمُؤۡمِنِينَ رَحِيمٗا 43

Hij is Degene Die jullie Barmhartigheid schenkt. Zijn Engelen (smeken om vergeving voor jullie) opdat Hij jullie uit de duisternissen naar het licht zal brengen. En Hij is altijd de meest Genadevolle voor de gelovigen.

تَحِيَّتُهُمۡ يَوۡمَ يَلۡقَوۡنَهُۥ سَلَٰمٞۚ وَأَعَدَّ لَهُمۡ أَجۡرٗا كَرِيمٗا 44

Hun begroeting op de dag dat zij Hem zullen ontmoeten is: “vrede!” En Hij heeft voor hen een geweldige beloning voorbereid.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ إِنَّآ أَرۡسَلۡنَٰكَ شَٰهِدٗا وَمُبَشِّرٗا وَنَذِيرٗا 45

O Profeet! Waarlijk, Wij hebben jou als getuige gestuurd en als een drager van goed nieuws en als een waarschuwer.

وَدَاعِيًا إِلَى ٱللَّهِ بِإِذۡنِهِۦ وَسِرَاجٗا مُّنِيرٗا 46

En als iemand die tot Allah uitnodigt, met Zijn toestemming, en als een lamp die licht verspreidt.

وَبَشِّرِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ بِأَنَّ لَهُم مِّنَ ٱللَّهِ فَضۡلٗا كَبِيرٗا 47

En verkondig aan de gelovigen het goede bericht, dat er voor hen een grote gunst is van Allah.

وَلَا تُطِعِ ٱلۡكَٰفِرِينَ وَٱلۡمُنَٰفِقِينَ وَدَعۡ أَذَىٰهُمۡ وَتَوَكَّلۡ عَلَى ٱللَّهِۚ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلٗا 48

En gehoorzaam de ongelovigen en de hypocrieten niet, en schenk geen aandacht aan hun kwelling. En leg je vertrouwen in Allah en Allah is voldoende als Beschermer.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِذَا نَكَحۡتُمُ ٱلۡمُؤۡمِنَٰتِ ثُمَّ طَلَّقۡتُمُوهُنَّ مِن قَبۡلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ فَمَا لَكُمۡ عَلَيۡهِنَّ مِنۡ عِدَّةٖ تَعۡتَدُّونَهَاۖ فَمَتِّعُوهُنَّ وَسَرِّحُوهُنَّ سَرَاحٗا جَمِيلٗا 49

O jullie die geloven! Als jullie" gelovige vrouwen trouwen en dan van hen scheiden vóór jullie seksuele gemeenschap met hen hebben gehad, dan is er voor jullie geen plicht om hen een wachttijd in acht te laten nemen. Geef hun dan een geschenk en laat hen op een goede manier gaan.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ إِنَّآ أَحۡلَلۡنَا لَكَ أَزۡوَٰجَكَ ٱلَّـٰتِيٓ ءَاتَيۡتَ أُجُورَهُنَّ وَمَا مَلَكَتۡ يَمِينُكَ مِمَّآ أَفَآءَ ٱللَّهُ عَلَيۡكَ وَبَنَاتِ عَمِّكَ وَبَنَاتِ عَمَّـٰتِكَ وَبَنَاتِ خَالِكَ وَبَنَاتِ خَٰلَٰتِكَ ٱلَّـٰتِي هَاجَرۡنَ مَعَكَ وَٱمۡرَأَةٗ مُّؤۡمِنَةً إِن وَهَبَتۡ نَفۡسَهَا لِلنَّبِيِّ إِنۡ أَرَادَ ٱلنَّبِيُّ أَن يَسۡتَنكِحَهَا خَالِصَةٗ لَّكَ مِن دُونِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَۗ قَدۡ عَلِمۡنَا مَا فَرَضۡنَا عَلَيۡهِمۡ فِيٓ أَزۡوَٰجِهِمۡ وَمَا مَلَكَتۡ أَيۡمَٰنُهُمۡ لِكَيۡلَا يَكُونَ عَلَيۡكَ حَرَجٞۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورٗا رَّحِيمٗا 50

O Profeet! Waarlijk, Wij hebben jou jouw vrouwen die jij hun bruidschat hebt gegeven toegestaan, en degenen die jouw rechterhand bezitten en die Allah aan jou heeft gegeven; en de dochters van jouw oom van vaders kant en de dochters van jouw tante van vaders kant; en de dochters van jouw oom van moeders kant en de dochters van jouw tante van moeders kant die met jou zijn geëmigreerd, en een gelovige vrouw die zichzelf aan de Profeet aanbiedt, en de Profeet haar wenst te huwen, als een uitzondering voor jouzelf, die niet geldt voor de gelovigen. Voorwaar, Wij weten wat Wij hen met betrekking tot de vrouwen en die hun rechterhanden bezitten hebben opgelegd, opdat er voor jou geen moeilijkheid zal zijn. En Allah is Altijd Vergevingsgezind, Genadevol.

۞تُرۡجِي مَن تَشَآءُ مِنۡهُنَّ وَتُـٔۡوِيٓ إِلَيۡكَ مَن تَشَآءُۖ وَمَنِ ٱبۡتَغَيۡتَ مِمَّنۡ عَزَلۡتَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيۡكَۚ ذَٰلِكَ أَدۡنَىٰٓ أَن تَقَرَّ أَعۡيُنُهُنَّ وَلَا يَحۡزَنَّ وَيَرۡضَيۡنَ بِمَآ ءَاتَيۡتَهُنَّ كُلُّهُنَّۚ وَٱللَّهُ يَعۡلَمُ مَا فِي قُلُوبِكُمۡۚ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَلِيمٗا 51

Jij mag uitstel geven aan wie van hen jij wenst en je mag ontvangen wie je wenst. En naar wie jouw hart uitgaat van hen van wie jij afstand hebt genomen: het is geen zonde voor jou. Dat is beter; dat zij tevreden zijn en niet bedroefd en dat zij blij zijn met alles wat je hen geeft. Allah weet wat in jullie harten is. En Allah is Alwetend, Verdraagzaam.

لَّا يَحِلُّ لَكَ ٱلنِّسَآءُ مِنۢ بَعۡدُ وَلَآ أَن تَبَدَّلَ بِهِنَّ مِنۡ أَزۡوَٰجٖ وَلَوۡ أَعۡجَبَكَ حُسۡنُهُنَّ إِلَّا مَا مَلَكَتۡ يَمِينُكَۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ رَّقِيبٗا 52

Daarna zijn de (andere) vrouwen niet toegestaan (O Mohammed) en ook niet dat jij hen vervangt door (andere) echtgenotes, zelfs als hun schoonheid je aantrekt, behalve de slavinnen waarover jij beschikt. En Allah waakt over alle zaken.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَدۡخُلُواْ بُيُوتَ ٱلنَّبِيِّ إِلَّآ أَن يُؤۡذَنَ لَكُمۡ إِلَىٰ طَعَامٍ غَيۡرَ نَٰظِرِينَ إِنَىٰهُ وَلَٰكِنۡ إِذَا دُعِيتُمۡ فَٱدۡخُلُواْ فَإِذَا طَعِمۡتُمۡ فَٱنتَشِرُواْ وَلَا مُسۡتَـٔۡنِسِينَ لِحَدِيثٍۚ إِنَّ ذَٰلِكُمۡ كَانَ يُؤۡذِي ٱلنَّبِيَّ فَيَسۡتَحۡيِۦ مِنكُمۡۖ وَٱللَّهُ لَا يَسۡتَحۡيِۦ مِنَ ٱلۡحَقِّۚ وَإِذَا سَأَلۡتُمُوهُنَّ مَتَٰعٗا فَسۡـَٔلُوهُنَّ مِن وَرَآءِ حِجَابٖۚ ذَٰلِكُمۡ أَطۡهَرُ لِقُلُوبِكُمۡ وَقُلُوبِهِنَّۚ وَمَا كَانَ لَكُمۡ أَن تُؤۡذُواْ رَسُولَ ٱللَّهِ وَلَآ أَن تَنكِحُوٓاْ أَزۡوَٰجَهُۥ مِنۢ بَعۡدِهِۦٓ أَبَدًاۚ إِنَّ ذَٰلِكُمۡ كَانَ عِندَ ٱللَّهِ عَظِيمًا 53

O jullie die geloven! Ga de huizen van de Profeet niet binnen, behalve als jullie toestemming is gegeven voor een maaltijd (en dan) niet (zo vroeg dat) jullie wachten op de bereiding daarvan. Maar als jullie zijn uitgenodigd, ga dan naar binnen, en als jullie de maaltijd gebruikt hebben, vertrek dan en blijf niet praten. Waarlijk, dat is lastig voor de Profeet en hij wordt door jullie in verlegenheid gebracht. Maar Allah is niet verlegen om jullie de Waarheid (te vertellen). En als jullie (zijn vrouwen) om iets vragen, vraag dan achter een afscheiding, dat is zuiverder voor jullie harten en voor hun harten. En jullie mogen de Boodschapper van Allah niet kwetsen en jullie mogen nooit na hem zijn vrouwen huwen. Waarlijk! Dat is een grote zonde in het aangezicht van Allah.

إِن تُبۡدُواْ شَيۡـًٔا أَوۡ تُخۡفُوهُ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٗا 54

Of jullie iets openbaar maken of verbergen, waarlijk, Allah is altijd Alwetend van alles.

لَّا جُنَاحَ عَلَيۡهِنَّ فِيٓ ءَابَآئِهِنَّ وَلَآ أَبۡنَآئِهِنَّ وَلَآ إِخۡوَٰنِهِنَّ وَلَآ أَبۡنَآءِ إِخۡوَٰنِهِنَّ وَلَآ أَبۡنَآءِ أَخَوَٰتِهِنَّ وَلَا نِسَآئِهِنَّ وَلَا مَا مَلَكَتۡ أَيۡمَٰنُهُنَّۗ وَٱتَّقِينَ ٱللَّهَۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَيۡءٖ شَهِيدًا 55

Het is geen zonde voor hen (vrouwen van de Profeet) om met hun vaders, of hun zonen, of hun broeders, of de zonen van hun broeders, of de zonen van hun zusters en hun vrouwen, of hun (vrouwelijke) slaven (zonder gebruikmaking van een afscherming) tot anderen te spreken. En vrees Allah.Waarlijk, Allah is Getuige van alles.

إِنَّ ٱللَّهَ وَمَلَـٰٓئِكَتَهُۥ يُصَلُّونَ عَلَى ٱلنَّبِيِّۚ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ صَلُّواْ عَلَيۡهِ وَسَلِّمُواْ تَسۡلِيمًا 56

Allah en Zijn Engelen sturen zegeningen over de Profeet. O jullie die geloven! Zendt zegeningen over hem en wens hem vrede met alle eerbied toe.

إِنَّ ٱلَّذِينَ يُؤۡذُونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ لَعَنَهُمُ ٱللَّهُ فِي ٱلدُّنۡيَا وَٱلۡأٓخِرَةِ وَأَعَدَّ لَهُمۡ عَذَابٗا مُّهِينٗا 57

Waarlijk, degenen die Allah en Zijn Boodschapper beledigen: Allah zal hen in deze wereld en in het Hiernamaals vervloeken en Hij zal voor hen een vernederende bestraffing voorbereiden.

وَٱلَّذِينَ يُؤۡذُونَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُؤۡمِنَٰتِ بِغَيۡرِ مَا ٱكۡتَسَبُواْ فَقَدِ ٱحۡتَمَلُواْ بُهۡتَٰنٗا وَإِثۡمٗا مُّبِينٗا 58

En degenen die gelovige mannen en vrouwen onverdiend ergeren, zonder dat zij iets slechts hebben verricht: zij dragen voorzeker de schuld van laster en een duidelijke zonde.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ قُل لِّأَزۡوَٰجِكَ وَبَنَاتِكَ وَنِسَآءِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ يُدۡنِينَ عَلَيۡهِنَّ مِن جَلَٰبِيبِهِنَّۚ ذَٰلِكَ أَدۡنَىٰٓ أَن يُعۡرَفۡنَ فَلَا يُؤۡذَيۡنَۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورٗا رَّحِيمٗا 59

O Profeet! Vertel je vrouwen en je dochters en de vrouwen van de gelovigen om hun mantels over hun lichamen te hangen. Op die manier is het gemakkelijker om hen te herkennen en worden zij niet lastig gevallen. En Allah is altijd Vergevingsgezind, Genadevol.

۞لَّئِن لَّمۡ يَنتَهِ ٱلۡمُنَٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٞ وَٱلۡمُرۡجِفُونَ فِي ٱلۡمَدِينَةِ لَنُغۡرِيَنَّكَ بِهِمۡ ثُمَّ لَا يُجَاوِرُونَكَ فِيهَآ إِلَّا قَلِيلٗا 60

Als de hypocrieten, en degenen in wiens harten een ziekte is en degenen die valse berichten verspreiden onder de mensen van Al-Medina niet stoppen, dan zullen Wij jou tegen hen maatregelen laten nemen. Daarna zullen zij niet in staat zijn om je buren te blijven, behalve een korte tijd.

مَّلۡعُونِينَۖ أَيۡنَمَا ثُقِفُوٓاْ أُخِذُواْ وَقُتِّلُواْ تَقۡتِيلٗا 61

Vervloekten zijn zij, waar zij ook gevonden worden: grijp hen en doodt hen.

سُنَّةَ ٱللَّهِ فِي ٱلَّذِينَ خَلَوۡاْ مِن قَبۡلُۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّةِ ٱللَّهِ تَبۡدِيلٗا 62

Dat is de handelwijze van Allah met degenen die vooraf gingen.En jij zal geen verandering aantreffen in de handelwijze van Allah.

يَسۡـَٔلُكَ ٱلنَّاسُ عَنِ ٱلسَّاعَةِۖ قُلۡ إِنَّمَا عِلۡمُهَا عِندَ ٱللَّهِۚ وَمَا يُدۡرِيكَ لَعَلَّ ٱلسَّاعَةَ تَكُونُ قَرِيبًا 63

De mensen vragen je over het Uur, zeg: “De kennis daarvan is alleen bij Allah.” Jij weet het niet. Het kan zijn dat het Uur nabij is!

إِنَّ ٱللَّهَ لَعَنَ ٱلۡكَٰفِرِينَ وَأَعَدَّ لَهُمۡ سَعِيرًا 64

Waarlijk, Allah heeft de ongelovigen vervloekt en heeft voor hen een laaiend vuur voorbereid.

خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدٗاۖ لَّا يَجِدُونَ وَلِيّٗا وَلَا نَصِيرٗا 65

Daarin zullen zij voor altijd verblijven en zij zullen geen beschermers noch helpers vinden.

يَوۡمَ تُقَلَّبُ وُجُوهُهُمۡ فِي ٱلنَّارِ يَقُولُونَ يَٰلَيۡتَنَآ أَطَعۡنَا ٱللَّهَ وَأَطَعۡنَا ٱلرَّسُولَا۠ 66

Op de Dag dat hun gezichten zullen worden rondgedraaid in de Hel zullen zij zeggen: “Oh hadden wij Allah maar gehoorzaamd en hadden wij de Boodschapper maar gehoorzaamd.”

وَقَالُواْ رَبَّنَآ إِنَّآ أَطَعۡنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَآءَنَا فَأَضَلُّونَا ٱلسَّبِيلَا۠ 67

En zij zullen zeggen: “Onze Heer! Waarlijk wij hebben onze leiders gehoorzaamd en onze notabelen, en zij hebben ons van de Weg misleid.

رَبَّنَآ ءَاتِهِمۡ ضِعۡفَيۡنِ مِنَ ٱلۡعَذَابِ وَٱلۡعَنۡهُمۡ لَعۡنٗا كَبِيرٗا 68

Onze Heer! Geef hen een dubbele bestraffing en vervloek hen met een machtige vervloeking.”

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَكُونُواْ كَٱلَّذِينَ ءَاذَوۡاْ مُوسَىٰ فَبَرَّأَهُ ٱللَّهُ مِمَّا قَالُواْۚ وَكَانَ عِندَ ٱللَّهِ وَجِيهٗا 69

O jullie die geloven! Wees niet zoals degenen die Mozes ergerden, maar Allah heeft zijn onschuld bewezen van wat zij beweerden, en hij staat bij Allah in hoog aanzien.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَقُولُواْ قَوۡلٗا سَدِيدٗا 70

O jullie die geloven! Vrees Allah en spreek de waarheid.

يُصۡلِحۡ لَكُمۡ أَعۡمَٰلَكُمۡ وَيَغۡفِرۡ لَكُمۡ ذُنُوبَكُمۡۗ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدۡ فَازَ فَوۡزًا عَظِيمًا 71

Hij (Allah) zal voor jullie jullie goede daden aanvaarden en jullie je zonden "vergeven. En wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, die heeft een geweldige triomf behaald.

إِنَّا عَرَضۡنَا ٱلۡأَمَانَةَ عَلَى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ وَٱلۡجِبَالِ فَأَبَيۡنَ أَن يَحۡمِلۡنَهَا وَأَشۡفَقۡنَ مِنۡهَا وَحَمَلَهَا ٱلۡإِنسَٰنُۖ إِنَّهُۥ كَانَ ظَلُومٗا جَهُولٗا 72

Waarlijk, Wij hebben de godsdienstige verplichtingen aan de hemelen en de aarde en de bergen aangeboden, maar zij hebben het afgewezen en waren daar bang voor. Maar de mens nam deze op zich. Waarlijk, hij is onrechtvaardig en onwetend.

لِّيُعَذِّبَ ٱللَّهُ ٱلۡمُنَٰفِقِينَ وَٱلۡمُنَٰفِقَٰتِ وَٱلۡمُشۡرِكِينَ وَٱلۡمُشۡرِكَٰتِ وَيَتُوبَ ٱللَّهُ عَلَى ٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُؤۡمِنَٰتِۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورٗا رَّحِيمَۢا 73

(De godsdienstige plichten werden hen aangeboden) Opdat Allah de mannelijke en vrouwelijke hypocrieten en de mannen en vrouwen die deelgenoten in de aanbidding aan Hem toevoegen zal bestraffen. En Allah zal de gelovigen, mannen en vrouwen vergeven. En Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close