Soera 33 – Al-Ahzab – De Partijen – الْأحزاب

bismillah ir rahman ir rahim

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ اتَّقِ اللَّهَ وَلَا تُطِعِ الْكَافِرِينَ وَالْمُنَافِقِينَ ۗ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا 1

O Profeet (Mohammed), vrees Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de hypocrieten niet. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.

وَاتَّبِعْ مَا يُوحَىٰ إِلَيْكَ مِن رَّبِّكَ ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا 2

En volg dat wat aan jou geopenbaard wordt van jouw Heer. Voorwaar, Allah is op de hoogte van dat wat jullie (in het verborgene) doen.

وَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِاللَّهِ وَكِيلًا 3

En stel je vertrouwen in Allah. En Allah volstaat als Zaakwaarnemer.

مَّا جَعَلَ اللَّهُ لِرَجُلٍ مِّن قَلْبَيْنِ فِي جَوْفِهِ ۚ وَمَا جَعَلَ أَزْوَاجَكُمُ اللَّائِي تُظَاهِرُونَ مِنْهُنَّ أُمَّهَاتِكُمْ ۚ وَمَا جَعَلَ أَدْعِيَاءَكُمْ أَبْنَاءَكُمْ ۚ ذَٰلِكُمْ قَوْلُكُم بِأَفْوَاهِكُمْ ۖ وَاللَّهُ يَقُولُ الْحَقَّ وَهُوَ يَهْدِي السَّبِيلَ 4

Allah heeft in het lichaam van geen enkele man twee harten geplaatst. En Hij heeft jullie vrouwen, waarover jullie adh-Dhihaar uitspreken, niet (als) jullie moeders gemaakt. En Hij heeft wat jullie jezelf toeschrijven (aan kinderen) niet (als) jullie zonen gemaakt. Dat zijn jullie woorden (die) uit jullie monden (komen). En Allah spreekt de Waarheid. En Hij leidt naar de (rechte) Weg.

ادْعُوهُمْ لِآبَائِهِمْ هُوَ أَقْسَطُ عِندَ اللَّهِ ۚ فَإِن لَّمْ تَعْلَمُوا آبَاءَهُمْ فَإِخْوَانُكُمْ فِي الدِّينِ وَمَوَالِيكُمْ ۚ وَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ فِيمَا أَخْطَأْتُم بِهِ وَلَٰكِن مَّا تَعَمَّدَتْ قُلُوبُكُمْ ۚ وَكَانَ اللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا 5

Schrijf hun (d.w.z. de kinderen) toe aan hun vaders, dat is rechtvaardiger bij Allah. Maar als jullie hun vaders niet kennen, dan zijn zij jullie broeders in de godsdienst en (dan zijn zij) jullie bevrijde slaven. En er treft jullie geen blaam als jullie daarin een fout maken, behalve datgene wat jullie (vanuit jullie) harten bewust doen. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

النَّبِيُّ أَوْلَىٰ بِالْمُؤْمِنِينَ مِنْ أَنفُسِهِمْ ۖ وَأَزْوَاجُهُ أُمَّهَاتُهُمْ ۗ وَأُولُو الْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍ فِي كِتَابِ اللَّهِ مِنَ الْمُؤْمِنِينَ وَالْمُهَاجِرِينَ إِلَّا أَن تَفْعَلُوا إِلَىٰ أَوْلِيَائِكُم مَّعْرُوفًا ۚ كَانَ ذَٰلِكَ فِي الْكِتَابِ مَسْطُورًا 6

De Profeet heeft meer recht op de gelovigen dan zij op zichzelf (hebben), en zijn vrouwen zijn hun moeders. En de bloedverwanten hebben (wat betreft de erfenis) meer recht op elkaar dan de gelovigen en de Moehaadjirien zoals (geschreven) staat in het Boek van Allah, behalve als jullie goedheid (wensen te) betrachten tegenover jullie naasten (d.w.z. tegenover de gelovigen die geen familie van jullie zijn). Dat staat in het Boek geschreven.

وَإِذْ أَخَذْنَا مِنَ النَّبِيِّينَ مِيثَاقَهُمْ وَمِنكَ وَمِن نُّوحٍ وَإِبْرَاهِيمَ وَمُوسَىٰ وَعِيسَى ابْنِ مَرْيَمَ ۖ وَأَخَذْنَا مِنْهُم مِّيثَاقًا غَلِيظًا 7

En (gedenk) toen Wij van de Profeten hun Verbond aanvaardden, en (ook) van jou (o Mohammed) en van Noeh en Ibraahiem en Moesa en cIesa, de zoon van Maryam. En Wij sloten een krachtig Verbond met hen.

لِّيَسْأَلَ الصَّادِقِينَ عَن صِدْقِهِمْ ۚ وَأَعَدَّ لِلْكَافِرِينَ عَذَابًا أَلِيمًا 8

Zodat Hij de waarachtigen over hun waarachtigheid zal ondervragen. En Hij heeft voor de ongelovigen een pijnlijke Bestraffing voorbereid.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اذْكُرُوا نِعْمَةَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ جَاءَتْكُمْ جُنُودٌ فَأَرْسَلْنَا عَلَيْهِمْ رِيحًا وَجُنُودًا لَّمْ تَرَوْهَا ۚ وَكَانَ اللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرًا 9

O jullie die geloven, gedenk de Gunst van Allah aan jullie toen er een leger tot jullie kwam en Wij een wind en een leger (Engelen), dat jullie niet zagen, op hen afstuurden. En Allah is Alziend over wat jullie doen.

إِذْ جَاءُوكُم مِّن فَوْقِكُمْ وَمِنْ أَسْفَلَ مِنكُمْ وَإِذْ زَاغَتِ الْأَبْصَارُ وَبَلَغَتِ الْقُلُوبُ الْحَنَاجِرَ وَتَظُنُّونَ بِاللَّهِ الظُّنُونَا 10

Toen zij tot jullie kwamen van boven jullie en van onder jullie. En toen de ogen (van angst) verstarden en de harten de kelen bereikten, en (toen) jullie valse vermoedens kregen over Allah.

هُنَالِكَ ابْتُلِيَ الْمُؤْمِنُونَ وَزُلْزِلُوا زِلْزَالًا شَدِيدًا 11

Daar werden de gelovigen beproefd en hevig geschokt.

وَإِذْ يَقُولُ الْمُنَافِقُونَ وَالَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٌ مَّا وَعَدَنَا اللَّهُ وَرَسُولُهُ إِلَّا غُرُورًا 12

En toen de hypocrieten en degenen die een ziekte in hun harten hebben, zeiden: “Allah en Zijn Boodschapper hebben ons niets anders dan bedrog beloofd.”

وَإِذْ قَالَت طَّائِفَةٌ مِّنْهُمْ يَا أَهْلَ يَثْرِبَ لَا مُقَامَ لَكُمْ فَارْجِعُوا ۚ وَيَسْتَأْذِنُ فَرِيقٌ مِّنْهُمُ النَّبِيَّ يَقُولُونَ إِنَّ بُيُوتَنَا عَوْرَةٌ وَمَا هِيَ بِعَوْرَةٍ ۖ إِن يُرِيدُونَ إِلَّا فِرَارًا 13

En toen een groep van hen zei: “O inwoners van Yathrib (d.w.z. van Medina), er is (hier) geen (verblijf)- plaats voor jullie. Ga daarom terug.” En een groep van hen vroeg de Profeet om toestemming (om vrijgesteld te worden van het strijden), zeggende: “Voorwaar, onze huizen zijn onbeveiligd.” Terwijl deze niet onbeveiligd waren. Voorwaar, zij wilden (in werkelijkheid) slechts vluchten.

وَلَوْ دُخِلَتْ عَلَيْهِم مِّنْ أَقْطَارِهَا ثُمَّ سُئِلُوا الْفِتْنَةَ لَآتَوْهَا وَمَا تَلَبَّثُوا بِهَا إِلَّا يَسِيرًا 14

En als het (d.w.z. Medina) van alle kanten (door de vijand) betreden wordt met hen (daarin) en zij (d.w.z. de hypocrieten) vervolgens gevraagd worden om al-Fitnah (d.w.z. om de Islam te verlaten), dan zouden zij dit doen. En zij zouden daar nauwelijks over aarzelen.

وَلَقَدْ كَانُوا عَاهَدُوا اللَّهَ مِن قَبْلُ لَا يُوَلُّونَ الْأَدْبَارَ ۚ وَكَانَ عَهْدُ اللَّهِ مَسْئُولًا 15

En voorzeker, zij waren al eerder een Verbond met Allah aangegaan, dat zij (de strijd) de rug niet zouden toekeren (d.w.z. niet op de vlucht zouden slaan). En over het Verbond met Allah zal (op de Dag des Oordeels) gevraagd worden.

قُل لَّن يَنفَعَكُمُ الْفِرَارُ إِن فَرَرْتُم مِّنَ الْمَوْتِ أَوِ الْقَتْلِ وَإِذًا لَّا تُمَتَّعُونَ إِلَّا قَلِيلًا 16

Zeg (o Mohammed): “Het vluchten zal jullie nooit (kunnen) baten, wanneer jullie (wensen te) vluchten voor de dood of (voor) het gedood worden. En zij zullen slechts voor een korte duur (kunnen) genieten (in deze wereld).”

قُلْ مَن ذَا الَّذِي يَعْصِمُكُم مِّنَ اللَّهِ إِنْ أَرَادَ بِكُمْ سُوءًا أَوْ أَرَادَ بِكُمْ رَحْمَةً ۚ وَلَا يَجِدُونَ لَهُم مِّن دُونِ اللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا 17

Zeg: “Wie is degene die jullie kan beschermen tegen Allah, als Hij het slechte voor jullie wil of als Hij Genade voor jullie wil?” En zij zullen voor henzelf naast Allah geen beschermer of helper vinden.

قَدْ يَعْلَمُ اللَّهُ الْمُعَوِّقِينَ مِنكُمْ وَالْقَائِلِينَ لِإِخْوَانِهِمْ هَلُمَّ إِلَيْنَا ۖ وَلَا يَأْتُونَ الْبَأْسَ إِلَّا قَلِيلًا 18

Voorzeker, Allah is Alwetend over degenen onder jullie die anderen beletten (om te strijden op de Weg van Allah) en (Hij weet wie) degenen (zijn) die tegen hun broeders zeggen: “Kom tot ons.” En zij nemen (zelf) niet deel aan de strijd, op slechts enkelen na.

أَشِحَّةً عَلَيْكُمْ ۖ فَإِذَا جَاءَ الْخَوْفُ رَأَيْتَهُمْ يَنظُرُونَ إِلَيْكَ تَدُورُ أَعْيُنُهُمْ كَالَّذِي يُغْشَىٰ عَلَيْهِ مِنَ الْمَوْتِ ۖ فَإِذَا ذَهَبَ الْخَوْفُ سَلَقُوكُم بِأَلْسِنَةٍ حِدَادٍ أَشِحَّةً عَلَى الْخَيْرِ ۚ أُولَٰئِكَ لَمْ يُؤْمِنُوا فَأَحْبَطَ اللَّهُ أَعْمَالَهُمْ ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرًا 19

(Zij zijn) gierig tegenover jullie (vanwege hun haat jegens jullie). (En) wanneer de angst dan komt, zie jij hen naar jou kijken, terwijl hun ogen rollen (van angst) zoals degene die overmand wordt door de dood. Maar wanneer de angst (weer) verdwijnt, vallen zij jullie aan met (hun) scherpe tongen. Gierig zijn zij op (het gebied van) het goede (d.w.z. dat zij gierig zijn ten opzichte van de oorlogsbuit). Zij geloven niet. Daarom doet Allah hun daden verloren gaan. En dit is gemakkelijk voor Allah.

يَحْسَبُونَ الْأَحْزَابَ لَمْ يَذْهَبُوا ۖ وَإِن يَأْتِ الْأَحْزَابُ يَوَدُّوا لَوْ أَنَّهُم بَادُونَ فِي الْأَعْرَابِ يَسْأَلُونَ عَنْ أَنبَائِكُمْ ۖ وَلَوْ كَانُوا فِيكُم مَّا قَاتَلُوا إِلَّا قَلِيلًا 20

Zij denken dat de bondgenoten er niet vandoor zijn gegaan. En wanneer de bondgenoten komen, wensen zij dat zij zich op het platteland onder de bedoeïenen zouden bevinden (om op deze manier de strijd te ontvluchten). (En dat) zij (vervolgens daarvandaan) vragen over jullie toestand. En als zij zich onder jullie zouden bevinden, dan zouden zij niet strijden, op slechts enkelen na.

لَّقَدْ كَانَ لَكُمْ فِي رَسُولِ اللَّهِ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِّمَن كَانَ يَرْجُو اللَّهَ وَالْيَوْمَ الْآخِرَ وَذَكَرَ اللَّهَ كَثِيرًا 21

Voorzeker, in de Boodschapper van Allah is (er) voor jullie een goed voorbeeld, voor degene die op (de Ontmoeting met) Allah en de laatste Dag hoopt, en (voor degene die) Allah veelvuldig gedenkt.

وَلَمَّا رَأَى الْمُؤْمِنُونَ الْأَحْزَابَ قَالُوا هَٰذَا مَا وَعَدَنَا اللَّهُ وَرَسُولُهُ وَصَدَقَ اللَّهُ وَرَسُولُهُ ۚ وَمَا زَادَهُمْ إِلَّا إِيمَانًا وَتَسْلِيمًا 22

En toen de gelovigen de bondgenoten zagen, zeiden zij: “Dit is wat Allah en Zijn Boodschapper ons hebben beloofd, en Allah en Zijn Boodschapper hebben de Waarheid gesproken.” En dit vermeerderde juist hun geloof en overgave.

مِّنَ الْمُؤْمِنِينَ رِجَالٌ صَدَقُوا مَا عَاهَدُوا اللَّهَ عَلَيْهِ ۖ فَمِنْهُم مَّن قَضَىٰ نَحْبَهُ وَمِنْهُم مَّن يَنتَظِرُ ۖ وَمَا بَدَّلُوا تَبْدِيلًا 23

Onder de gelovigen zijn er mannen die (het Verbond) nakomen dat zij met Allah zijn aangegaan. Sommigen van hen hebben reeds voldaan aan hun verplichting, en anderen zijn in afwachting (daarvan). En zij zijn in geen enkel opzicht afgeweken daarvan (d.w.z. van het nakomen van het Verbond).

لِّيَجْزِيَ اللَّهُ الصَّادِقِينَ بِصِدْقِهِمْ وَيُعَذِّبَ الْمُنَافِقِينَ إِن شَاءَ أَوْ يَتُوبَ عَلَيْهِمْ ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا 24

Zodat Allah de waarachtigen zal belonen voor hun waarachtigheid en de hypocrieten zal bestraffen, als Hij wil, of (anders) hun berouw zal aanvaarden. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَرَدَّ اللَّهُ الَّذِينَ كَفَرُوا بِغَيْظِهِمْ لَمْ يَنَالُوا خَيْرًا ۚ وَكَفَى اللَّهُ الْمُؤْمِنِينَ الْقِتَالَ ۚ وَكَانَ اللَّهُ قَوِيًّا عَزِيزًا 25

En Allah deed degenen die niet geloven, (zonder overwinning) terugkeren in hun (staat van) woede. Zij verwierven het goede niet (d.w.z. dat zij de slag niet wonnen). En Allah bespaarde de gelovigen de strijd. En Allah is Sterk, Almachtig.

وَأَنزَلَ الَّذِينَ ظَاهَرُوهُم مِّنْ أَهْلِ الْكِتَابِ مِن صَيَاصِيهِمْ وَقَذَفَ فِي قُلُوبِهِمُ الرُّعْبَ فَرِيقًا تَقْتُلُونَ وَتَأْسِرُونَ فَرِيقًا 26

En Hij haalde degenen die hen (d.w.z. de ongelovigen) hielpen, onder de lieden van het Boek, uit hun forten neer en wierp intense angst in hun harten. Jullie doodden een groep (van hen) en jullie namen een groep gevangen.

وَأَوْرَثَكُمْ أَرْضَهُمْ وَدِيَارَهُمْ وَأَمْوَالَهُمْ وَأَرْضًا لَّمْ تَطَئُوهَا ۚ وَكَانَ اللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرًا 27

En Hij liet jullie hun landen, hun huizen, hun bezittingen en een land dat jullie niet eerder betraden, erven. En Allah is tot alles in staat.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ قُل لِّأَزْوَاجِكَ إِن كُنتُنَّ تُرِدْنَ الْحَيَاةَ الدُّنْيَا وَزِينَتَهَا فَتَعَالَيْنَ أُمَتِّعْكُنَّ وَأُسَرِّحْكُنَّ سَرَاحًا جَمِيلًا 28

O Profeet (Mohammed), zeg tegen jouw vrouwen: “Als jullie het wereldse leven en haar bekoringen wensen, kom dan (hier) en dan zal ik jullie een gift schenken en jullie op een mooie wijze laten gaan (d.w.z. van jullie scheiden).

وَإِن كُنتُنَّ تُرِدْنَ اللَّهَ وَرَسُولَهُ وَالدَّارَ الْآخِرَةَ فَإِنَّ اللَّهَ أَعَدَّ لِلْمُحْسِنَاتِ مِنكُنَّ أَجْرًا عَظِيمًا 29

En als jullie Allah, Zijn Boodschapper en het Huis van het Hiernamaals wensen, waarlijk, Allah heeft dan voor de weldoeners onder jullie een grandioze Beloning (d.w.z. het Paradijs) gereedgemaakt.”

يَا نِسَاءَ النَّبِيِّ مَن يَأْتِ مِنكُنَّ بِفَاحِشَةٍ مُّبَيِّنَةٍ يُضَاعَفْ لَهَا الْعَذَابُ ضِعْفَيْنِ ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرًا 30

O vrouwen van de Profeet, wie van jullie met een duidelijke verdorvenheid komt, voor haar zal de Bestraffing twee keer verdubbeld worden. En dit is gemakkelijk voor Allah.

وَمَن يَقْنُتْ مِنكُنَّ لِلَّهِ وَرَسُولِهِ وَتَعْمَلْ صَالِحًا نُّؤْتِهَا أَجْرَهَا مَرَّتَيْنِ وَأَعْتَدْنَا لَهَا رِزْقًا كَرِيمًا 31

En wie van jullie gehoorzaam is aan Allah en Zijn Boodschapper en goede daden verricht, haar zullen Wij twee keer haar beloning schenken en Wij hebben voor haar een edele levensvoorziening gereedgemaakt.

يَا نِسَاءَ النَّبِيِّ لَسْتُنَّ كَأَحَدٍ مِّنَ النِّسَاءِ ۚ إِنِ اتَّقَيْتُنَّ فَلَا تَخْضَعْنَ بِالْقَوْلِ فَيَطْمَعَ الَّذِي فِي قَلْبِهِ مَرَضٌ وَقُلْنَ قَوْلًا مَّعْرُوفًا 32

O vrouwen van de Profeet, jullie zijn niet zoals iedere andere vrouw als jullie (Allah) vrezen. Spreek daarom niet op een zachte manier (d.w.z. op een verleidelijke manier), waardoor degene die een ziekte in zijn hart heeft begerig wordt. En spreek met goede woorden.

وَقَرْنَ فِي بُيُوتِكُنَّ وَلَا تَبَرَّجْنَ تَبَرُّجَ الْجَاهِلِيَّةِ الْأُولَىٰ ۖ وَأَقِمْنَ الصَّلَاةَ وَآتِينَ الزَّكَاةَ وَأَطِعْنَ اللَّهَ وَرَسُولَهُ ۚ إِنَّمَا يُرِيدُ اللَّهُ لِيُذْهِبَ عَنكُمُ الرِّجْسَ أَهْلَ الْبَيْتِ وَيُطَهِّرَكُمْ تَطْهِيرًا 33

En verblijf in jullie huizen en toon jullie schoonheid niet zoals in de eerdere (dagen van) onwetendheid (werd gedaan). En onderhoud het gebed en draag de Zakaat af, en gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper. Allah wil slechts de onreinheden van jullie wegnemen, o bewoners van het huis, en (Hij wil) jullie grondig reinigen.

وَاذْكُرْنَ مَا يُتْلَىٰ فِي بُيُوتِكُنَّ مِنْ آيَاتِ اللَّهِ وَالْحِكْمَةِ ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ لَطِيفًا خَبِيرًا 34

En gedenk (de gunst van datgene) wat voorgedragen wordt in jullie huizen van de Verzen van Allah en (van) de Wijsheid. Voorwaar, Allah is Meest Zachtaardig, Alwetend (over het verborgene).

إِنَّ الْمُسْلِمِينَ وَالْمُسْلِمَاتِ وَالْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ وَالْقَانِتِينَ وَالْقَانِتَاتِ وَالصَّادِقِينَ وَالصَّادِقَاتِ وَالصَّابِرِينَ وَالصَّابِرَاتِ وَالْخَاشِعِينَ وَالْخَاشِعَاتِ وَالْمُتَصَدِّقِينَ وَالْمُتَصَدِّقَاتِ وَالصَّائِمِينَ وَالصَّائِمَاتِ وَالْحَافِظِينَ فُرُوجَهُمْ وَالْحَافِظَاتِ وَالذَّاكِرِينَ اللَّهَ كَثِيرًا وَالذَّاكِرَاتِ أَعَدَّ اللَّهُ لَهُم مَّغْفِرَةً وَأَجْرًا عَظِيمًا 35

Voorwaar, de moslimmannen en de moslimvrouwen, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de gehoorzame mannen en de gehoorzame vrouwen, en de waarachtige mannen en de waarachtige vrouwen, en de geduldige mannen en de geduldige vrouwen, en de nederige mannen en de nederige vrouwen, en de mannen die liefdadigheid schenken en de vrouwen die liefdadigheid schenken, en de vastende mannen en de vastende vrouwen, en de mannen die over hun geslachtsdelen (d.w.z. over hun kuisheid) waken en de vrouwen die (hierover) waken, en de mannen die Allah veelvuldig gedenken en de vrouwen die (Allah veelvuldig) gedenken; Allah heeft Vergiffenis en een grandioze Beloning voor hen gereedgemaakt.

وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ وَلَا مُؤْمِنَةٍ إِذَا قَضَى اللَّهُ وَرَسُولُهُ أَمْرًا أَن يَكُونَ لَهُمُ الْخِيَرَةُ مِنْ أَمْرِهِمْ ۗ وَمَن يَعْصِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَالًا مُّبِينًا 36

En het schikt een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn Boodschapper een besluit over een zaak hebben genomen, om een (andere) keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, is zeker duidelijk afgedwaald.

وَإِذْ تَقُولُ لِلَّذِي أَنْعَمَ اللَّهُ عَلَيْهِ وَأَنْعَمْتَ عَلَيْهِ أَمْسِكْ عَلَيْكَ زَوْجَكَ وَاتَّقِ اللَّهَ وَتُخْفِي فِي نَفْسِكَ مَا اللَّهُ مُبْدِيهِ وَتَخْشَى النَّاسَ وَاللَّهُ أَحَقُّ أَن تَخْشَاهُ ۖ فَلَمَّا قَضَىٰ زَيْدٌ مِّنْهَا وَطَرًا زَوَّجْنَاكَهَا لِكَيْ لَا يَكُونَ عَلَى الْمُؤْمِنِينَ حَرَجٌ فِي أَزْوَاجِ أَدْعِيَائِهِمْ إِذَا قَضَوْا مِنْهُنَّ وَطَرًا ۚ وَكَانَ أَمْرُ اللَّهِ مَفْعُولًا 37

En (gedenk) toen jij tegen degene die door Allah is begunstigd en die jij hebt begunstigd (d.w.z. tegen Zayd ibnoe Haarithah), zei: “Houd jouw vrouw bij je (en scheid niet van haar) en vrees Allah.” En jij verborg in jezelf wat Allah zou openbaren. En jij vreest de mensen, terwijl Allah er meer recht op heeft dat jij Hem vreest. Toen Zayd op haar was uitgekeken (d.w.z. van haar scheidde), huwden Wij haar aan jou, zodat de gelovigen (in het vervolg) geen moeilijkheid ondervinden in (het huwen met) de vrouwen van hun geadopteerde zonen, wanneer deze op hen zijn uitgekeken. En het Bevel van Allah komt altijd ten uitvoer.

مَّا كَانَ عَلَى النَّبِيِّ مِنْ حَرَجٍ فِيمَا فَرَضَ اللَّهُ لَهُ ۖ سُنَّةَ اللَّهِ فِي الَّذِينَ خَلَوْا مِن قَبْلُ ۚ وَكَانَ أَمْرُ اللَّهِ قَدَرًا مَّقْدُورًا 38

Er treft de Profeet geen blaam voor dat wat Allah voor hem heeft bepaald. (Dit was) de Werkwijze van Allah met degenen die daarvóór zijn heengegaan. En het Bevel van Allah is een vastgestelde Beschikking.

الَّذِينَ يُبَلِّغُونَ رِسَالَاتِ اللَّهِ وَيَخْشَوْنَهُ وَلَا يَخْشَوْنَ أَحَدًا إِلَّا اللَّهَ ۗ وَكَفَىٰ بِاللَّهِ حَسِيبًا 39

Degenen die de Boodschappen van Allah verkondigen en Hem vrezen en niemand anders vrezen behalve Allah. En Allah volstaat als Berekenaar.

مَّا كَانَ مُحَمَّدٌ أَبَا أَحَدٍ مِّن رِّجَالِكُمْ وَلَٰكِن رَّسُولَ اللَّهِ وَخَاتَمَ النَّبِيِّينَ ۗ وَكَانَ اللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمًا 40

Mohammed is geen vader van één van jullie mannen, maar (hij is) de Boodschapper van Allah en de zegel der Profeten. En Allah is op de hoogte van alles.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اذْكُرُوا اللَّهَ ذِكْرًا كَثِيرًا 41

O jullie die geloven, gedenk Allah met vele gedenkingen.

وَسَبِّحُوهُ بُكْرَةً وَأَصِيلًا 42

En verheerlijk Hem in de ochtend en de namiddag.

هُوَ الَّذِي يُصَلِّي عَلَيْكُمْ وَمَلَائِكَتُهُ لِيُخْرِجَكُم مِّنَ الظُّلُمَاتِ إِلَى النُّورِ ۚ وَكَانَ بِالْمُؤْمِنِينَ رَحِيمًا 43

Hij is Degene Die jullie prijst en (ook) Zijn Engelen (verrichten smeekbeden voor jullie), opdat Hij jullie van de duisternis naar het Licht voert. En Hij is Meest Genadevol voor de gelovigen.

تَحِيَّتُهُمْ يَوْمَ يَلْقَوْنَهُ سَلَامٌ ۚ وَأَعَدَّ لَهُمْ أَجْرًا كَرِيمًا 44

Hun groet op de Dag waarop zij Hem ontmoeten zal zijn: “Salaam.” En Hij heeft voor hen een edele Beloning gereedgemaakt.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ شَاهِدًا وَمُبَشِّرًا وَنَذِيرًا 45

O Profeet (Mohammed), voorwaar, Wij hebben jou gestuurd als een getuige, en een verkondiger van verheugende Tijdingen en als waarschuwer.

وَدَاعِيًا إِلَى اللَّهِ بِإِذْنِهِ وَسِرَاجًا مُّنِيرًا 46

En (Wij hebben jou gestuurd) als een uitnodiger naar Allah, met Zijn Toestemming, en als een stralend licht.

وَبَشِّرِ الْمُؤْمِنِينَ بِأَنَّ لَهُم مِّنَ اللَّهِ فَضْلًا كَبِيرًا 47

En geef verheugende Tijdingen aan de gelovigen, dat er voor hen een grote Gunst van Allah is.

وَلَا تُطِعِ الْكَافِرِينَ وَالْمُنَافِقِينَ وَدَعْ أَذَاهُمْ وَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ ۚ وَكَفَىٰ بِاللَّهِ وَكِيلًا 48

En gehoorzaam de ongelovigen en de hypocrieten niet en sla geen acht op hun slechtheid. En stel je vertrouwen in Allah. En Allah volstaat als Zaakwaarnemer.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا نَكَحْتُمُ الْمُؤْمِنَاتِ ثُمَّ طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ فَمَا لَكُمْ عَلَيْهِنَّ مِنْ عِدَّةٍ تَعْتَدُّونَهَا ۖ فَمَتِّعُوهُنَّ وَسَرِّحُوهُنَّ سَرَاحًا جَمِيلًا 49

O jullie die geloven, wanneer jullie de gelovige vrouwen huwen, (en) vervolgens van hen scheiden voordat jullie hen hebben aangeraakt, dan zijn zij jullie geen wachtperiode schuldig. Schenk hun dan een gift en laat hen op een mooie wijze gaan.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ إِنَّا أَحْلَلْنَا لَكَ أَزْوَاجَكَ اللَّاتِي آتَيْتَ أُجُورَهُنَّ وَمَا مَلَكَتْ يَمِينُكَ مِمَّا أَفَاءَ اللَّهُ عَلَيْكَ وَبَنَاتِ عَمِّكَ وَبَنَاتِ عَمَّاتِكَ وَبَنَاتِ خَالِكَ وَبَنَاتِ خَالَاتِكَ اللَّاتِي هَاجَرْنَ مَعَكَ وَامْرَأَةً مُّؤْمِنَةً إِن وَهَبَتْ نَفْسَهَا لِلنَّبِيِّ إِنْ أَرَادَ النَّبِيُّ أَن يَسْتَنكِحَهَا خَالِصَةً لَّكَ مِن دُونِ الْمُؤْمِنِينَ ۗ قَدْ عَلِمْنَا مَا فَرَضْنَا عَلَيْهِمْ فِي أَزْوَاجِهِمْ وَمَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُمْ لِكَيْلَا يَكُونَ عَلَيْكَ حَرَجٌ ۗ وَكَانَ اللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا 50

O Profeet (Mohammed), waarlijk, Wij hebben voor jou je vrouwen toegestaan gemaakt aan wie jij hun bruidsschat hebt gegeven. En (Wij hebben voor jou toegestaan gemaakt) wat jouw rechterhand bezit (d.w.z. de slavinnen en/of de vrouwen die tijdens de oorlog gevangen werden genomen) die Allah aan jou heeft gegeven. En (zo ook) de dochters van jouw ooms (van vaderszijde) en de dochters van jouw tantes (van vaderszijde) en de dochters van jouw ooms (van moederszijde) en de dochters van jouw tantes (van moederszijde) die met jou geëmigreerd zijn (uit Mekka). En (ook) een gelovige vrouw wanneer zij zichzelf aan de Profeet aanbiedt (om met haar te trouwen), (en) als de Profeet haar wenst te huwen. (Deze vrouw die zich aanbiedt is) alleen voor jou (bestemd) en niet voor (de rest van) de gelovigen. Voorzeker, Wij weten wat Wij voor hen hebben vastgesteld aangaande hun echtgenotes en wat hun rechterhand bezit (d.w.z. de slavinnen). (Dit) om het jou niet moeilijk te maken en Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

تُرْجِي مَن تَشَاءُ مِنْهُنَّ وَتُؤْوِي إِلَيْكَ مَن تَشَاءُ ۖ وَمَنِ ابْتَغَيْتَ مِمَّنْ عَزَلْتَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكَ ۚ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰ أَن تَقَرَّ أَعْيُنُهُنَّ وَلَا يَحْزَنَّ وَيَرْضَيْنَ بِمَا آتَيْتَهُنَّ كُلُّهُنَّ ۚ وَاللَّهُ يَعْلَمُ مَا فِي قُلُوبِكُمْ ۚ وَكَانَ اللَّهُ عَلِيمًا حَلِيمًا 51

Jij (o Mohammed) kunt wie jij wilt van hen (d.w.z. van jouw vrouwen) weren en (jij kunt) wie jij wilt terugnemen. En er treft jou geen blaam als jij (weer) naar één (van hen) verlangt van degenen die jij hebt afgezonderd. Dat is (juist) beter als verkoeling voor hun ogen (d.w.z. als genot) en zodat zij niet zullen treuren en tevreden zullen zijn met dat wat jij hun allen hebt gegeven. En Allah weet wat zich in jullie harten bevindt en Allah is Alwetend, Meest Verdraagzaam.

لَّا يَحِلُّ لَكَ النِّسَاءُ مِن بَعْدُ وَلَا أَن تَبَدَّلَ بِهِنَّ مِنْ أَزْوَاجٍ وَلَوْ أَعْجَبَكَ حُسْنُهُنَّ إِلَّا مَا مَلَكَتْ يَمِينُكَ ۗ وَكَانَ اللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ رَّقِيبًا 52

Andere vrouwen zijn hierna voor jou niet (meer) toegestaan (om mee te trouwen). Noch (is het voor jou toegestaan) om hen (d.w.z. jouw huidige vrouwen) te vervangen door (andere) echtgenotes, ook al behaagt hun schoonheid jou. Behalve wat jouw rechterhand bezit (d.w.z. de slavinnen). En Allah ziet voortdurend op alles toe.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَدْخُلُوا بُيُوتَ النَّبِيِّ إِلَّا أَن يُؤْذَنَ لَكُمْ إِلَىٰ طَعَامٍ غَيْرَ نَاظِرِينَ إِنَاهُ وَلَٰكِنْ إِذَا دُعِيتُمْ فَادْخُلُوا فَإِذَا طَعِمْتُمْ فَانتَشِرُوا وَلَا مُسْتَأْنِسِينَ لِحَدِيثٍ ۚ إِنَّ ذَٰلِكُمْ كَانَ يُؤْذِي النَّبِيَّ فَيَسْتَحْيِي مِنكُمْ ۖ وَاللَّهُ لَا يَسْتَحْيِي مِنَ الْحَقِّ ۚ وَإِذَا سَأَلْتُمُوهُنَّ مَتَاعًا فَاسْأَلُوهُنَّ مِن وَرَاءِ حِجَابٍ ۚ ذَٰلِكُمْ أَطْهَرُ لِقُلُوبِكُمْ وَقُلُوبِهِنَّ ۚ وَمَا كَانَ لَكُمْ أَن تُؤْذُوا رَسُولَ اللَّهِ وَلَا أَن تَنكِحُوا أَزْوَاجَهُ مِن بَعْدِهِ أَبَدًا ۚ إِنَّ ذَٰلِكُمْ كَانَ عِندَ اللَّهِ عَظِيمًا 53

O jullie die geloven, treed de huizen van de Profeet niet binnen, behalve als jullie toestemming is gegeven (om binnen te treden) voor een maaltijd, zonder te (gaan zitten) wachten op (de voorbereiding van) het eten. Maar wanneer jullie uitgenodigd worden, treed dan naar binnen. Wanneer jullie vervolgens hebben gegeten, vertrek dan en blijf (daarna) niet met elkaar praten. Voorwaar, dit kwetst de Profeet, maar hij schaamt zich tegenover jullie (om dit te zeggen). En Allah schaamt Zich niet voor de waarheid. En wanneer jullie hun (d.w.z. de vrouwen van de Profeet) om iets vragen, vraag hun dan van achter een afscherming. Dat is reiner voor jullie harten en voor hun harten. En het schikt jullie niet om de Boodschapper van Allah te kwetsen of zijn echtgenotes ooit na hem te huwen. Voorwaar, dit is bij Allah enorm.

إِن تُبْدُوا شَيْئًا أَوْ تُخْفُوهُ فَإِنَّ اللَّهَ كَانَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمًا 54

Of jullie nu iets onthullen of dit verbergen, waarlijk, Allah is op de hoogte van alles.

لَّا جُنَاحَ عَلَيْهِنَّ فِي آبَائِهِنَّ وَلَا أَبْنَائِهِنَّ وَلَا إِخْوَانِهِنَّ وَلَا أَبْنَاءِ إِخْوَانِهِنَّ وَلَا أَبْنَاءِ أَخَوَاتِهِنَّ وَلَا نِسَائِهِنَّ وَلَا مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُنَّ ۗ وَاتَّقِينَ اللَّهَ ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ شَهِيدًا 55

Er treft hen (d.w.z. de vrouwen van de Profeet) geen blaam (om hun sluiers) bij hun vaders (af te doen), en (bij) hun zonen, en hun broers, en de zonen van hun broers, en de zonen van hun zussen, en hun vrouwen (d.w.z. hun moslimzusters), en bij wat hun rechterhand bezit (d.w.z. de slavinnen). En vrees Allah (o vrouwen van de Profeet). Waarlijk, Allah is Getuige van alles.

إِنَّ اللَّهَ وَمَلَائِكَتَهُ يُصَلُّونَ عَلَى النَّبِيِّ ۚ يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا صَلُّوا عَلَيْهِ وَسَلِّمُوا تَسْلِيمًا 56

Voorwaar, Allah prijst de Profeet en (ook) Zijn Engelen verrichten smeekbeden (voor de Profeet). O jullie die geloven, verricht smeekbeden voor hem en groet hem met veelvoudige begroetingen.

إِنَّ الَّذِينَ يُؤْذُونَ اللَّهَ وَرَسُولَهُ لَعَنَهُمُ اللَّهُ فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ وَأَعَدَّ لَهُمْ عَذَابًا مُّهِينًا 57

Voorwaar, degenen die Allah en Zijn Boodschapper kwetsen, Allah zal hen vervloeken in deze wereld en in het Hiernamaals. En Hij heeft voor hen een vernederende Bestraffing voorbereid.

وَالَّذِينَ يُؤْذُونَ الْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ بِغَيْرِ مَا اكْتَسَبُوا فَقَدِ احْتَمَلُوا بُهْتَانًا وَإِثْمًا مُّبِينًا 58

En degenen die de gelovige mannen en de gelovige vrouwen kwetsen om (iets) wat zij niet hebben gedaan, hebben voorzeker laster en een duidelijke zonde op hun geweten.

يَا أَيُّهَا النَّبِيُّ قُل لِّأَزْوَاجِكَ وَبَنَاتِكَ وَنِسَاءِ الْمُؤْمِنِينَ يُدْنِينَ عَلَيْهِنَّ مِن جَلَابِيبِهِنَّ ۚ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰ أَن يُعْرَفْنَ فَلَا يُؤْذَيْنَ ۗ وَكَانَ اللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا 59

O Profeet (Mohammed), zeg tegen jouw echtgenotes en jouw dochters en de echtgenotes van de gelovigen dat zij hun djilbabs over zich heen dienen te laten hangen. Dat is beter, zodat zij herkend zullen worden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

لَّئِن لَّمْ يَنتَهِ الْمُنَافِقُونَ وَالَّذِينَ فِي قُلُوبِهِم مَّرَضٌ وَالْمُرْجِفُونَ فِي الْمَدِينَةِ لَنُغْرِيَنَّكَ بِهِمْ ثُمَّ لَا يُجَاوِرُونَكَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا 60

Als de hypocrieten en degenen die een ziekte in hun harten hebben en de verspreiders van slechte berichten in Medina niet ophouden, dan zullen Wij jou zeker de macht over hen geven en dan zullen zij daarin (d.w.z. in Medina) niet met jou kunnen verblijven, behalve voor een korte tijd.

مَّلْعُونِينَ ۖ أَيْنَمَا ثُقِفُوا أُخِذُوا وَقُتِّلُوا تَقْتِيلًا 61

(Zij zijn) vervloekt, waar zij zich ook bevinden. Zij zullen worden gegrepen en volledig worden afgemaakt.

سُنَّةَ اللَّهِ فِي الَّذِينَ خَلَوْا مِن قَبْلُ ۖ وَلَن تَجِدَ لِسُنَّةِ اللَّهِ تَبْدِيلًا 62

(Dit is) de Werkwijze van Allah met degenen die daarvóór zijn heengegaan. En in de Werkwijze van Allah zul jij nooit een verandering vinden.

يَسْأَلُكَ النَّاسُ عَنِ السَّاعَةِ ۖ قُلْ إِنَّمَا عِلْمُهَا عِندَ اللَّهِ ۚ وَمَا يُدْرِيكَ لَعَلَّ السَّاعَةَ تَكُونُ قَرِيبًا 63

De mensen vragen jou over het Uur (d.w.z. over de Dag der Opstanding). Zeg: “De Kennis hierover is slechts bij Allah. En wat doet jou het weten? Wellicht is het Uur nabij.”

إِنَّ اللَّهَ لَعَنَ الْكَافِرِينَ وَأَعَدَّ لَهُمْ سَعِيرًا 64

Waarlijk, Allah heeft de ongelovigen vervloekt en Hij heeft voor hen een laaiend Vuur voorbereid.

خَالِدِينَ فِيهَا أَبَدًا ۖ لَّا يَجِدُونَ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا 65

Voor eeuwig en voor altijd (verblijven zij) daarin. Zij zullen geen beschermer of helper vinden.

يَوْمَ تُقَلَّبُ وُجُوهُهُمْ فِي النَّارِ يَقُولُونَ يَا لَيْتَنَا أَطَعْنَا اللَّهَ وَأَطَعْنَا الرَّسُولَا 66

Op de Dag dat hun gezichten in het Vuur zullen worden gedraaid, zullen zij zeggen: “Hadden wij Allah maar gehoorzaamd en (hadden wij) de Boodschapper (maar) gehoorzaamd.”

وَقَالُوا رَبَّنَا إِنَّا أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَاءَنَا فَأَضَلُّونَا السَّبِيلَا 67

En zij zullen zeggen: “Onze Heer, voorwaar, wij hebben onze voormannen en onze leiders gehoorzaamd en zij hebben ons van de (rechte) Weg doen afdwalen.

رَبَّنَا آتِهِمْ ضِعْفَيْنِ مِنَ الْعَذَابِ وَالْعَنْهُمْ لَعْنًا كَبِيرًا 68

Onze Heer, geef hun een dubbele Bestraffing en vervloek hen met een grote vloek.”

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَكُونُوا كَالَّذِينَ آذَوْا مُوسَىٰ فَبَرَّأَهُ اللَّهُ مِمَّا قَالُوا ۚ وَكَانَ عِندَ اللَّهِ وَجِيهًا 69

O jullie die geloven, wees niet zoals degenen die Moesa hebben gekwetst, waarna Allah hem vrijpleitte van wat zij (over hem) hadden gezegd. En hij was bij Allah geëerd.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَقُولُوا قَوْلًا سَدِيدًا 70

O jullie die geloven, vrees Allah en spreek goede woorden.

يُصْلِحْ لَكُمْ أَعْمَالَكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ ۗ وَمَن يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ فَازَ فَوْزًا عَظِيمًا 71

Hij zal voor jullie jullie daden succesvol laten zijn en Hij zal voor jullie jullie zonden vergeven. En degene die Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, heeft voorzeker een grandioze Overwinning behaald.

إِنَّا عَرَضْنَا الْأَمَانَةَ عَلَى السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَالْجِبَالِ فَأَبَيْنَ أَن يَحْمِلْنَهَا وَأَشْفَقْنَ مِنْهَا وَحَمَلَهَا الْإِنسَانُ ۖ إِنَّهُ كَانَ ظَلُومًا جَهُولًا 72

Voorwaar, Wij hebben al-Amaanah aan de hemelen en de aarde en de bergen voorgelegd, maar zij weigerden deze te dragen en zij waren er angstig voor. Maar de mens droeg deze wel. Waarlijk, hij (d.w.z. de mens) is onrechtvaardig (tegenover zichzelf), onwetend (over de waarde van al-Amaanah).

لِّيُعَذِّبَ اللَّهُ الْمُنَافِقِينَ وَالْمُنَافِقَاتِ وَالْمُشْرِكِينَ وَالْمُشْرِكَاتِ وَيَتُوبَ اللَّهُ عَلَى الْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ ۗ وَكَانَ اللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا 73

Zodat Allah de huichelaars en de huichelaarsters en de veelgodenaanbidders en de veelgodenaanbidsters zal bestraffen, en (zodat) Allah de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zal vergeven. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close