Soera 30 – Ar-Rum – De Romeinen – الرّوم

bismillah ir rahman ir rahim

الم 1

Alif-Laam-Miem.

غُلِبَتِ الرُّومُ 2

De Romeinen zijn overwonnen.

فِي أَدْنَى الْأَرْضِ وَهُم مِّن بَعْدِ غَلَبِهِمْ سَيَغْلِبُونَ 3

In het laagste (punt) op de aarde. En zij zullen na hun nederlaag overwinnen.

فِي بِضْعِ سِنِينَ ۗ لِلَّهِ الْأَمْرُ مِن قَبْلُ وَمِن بَعْدُ ۚ وَيَوْمَئِذٍ يَفْرَحُ الْمُؤْمِنُونَ 4

(Dit) binnen een aantal jaren. Aan Allah behoort (het oordeel over) de zaak toe, ervóór en erna. En op die dag zullen de gelovigen verblijd zijn.

بِنَصْرِ اللَّهِ ۚ يَنصُرُ مَن يَشَاءُ ۖ وَهُوَ الْعَزِيزُ الرَّحِيمُ 5

Met de Hulp van Allah (aan de Romeinen tegen de Perzen). Hij helpt wie Hij wil (aan een overwinning). En Hij is de Almachtige, de Meest Genadevolle.

وَعْدَ اللَّهِ ۖ لَا يُخْلِفُ اللَّهُ وَعْدَهُ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ 6

(Dit is) een Belofte van Allah. Allah verbreekt Zijn Belofte niet, maar de meeste mensen weten (het) niet.

يَعْلَمُونَ ظَاهِرًا مِّنَ الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَهُمْ عَنِ الْآخِرَةِ هُمْ غَافِلُونَ 7

Zij (d.w.z. de ongelovigen) kennen (slechts) het zichtbare van het wereldse leven en zij zijn zich onbewust van het Hiernamaals.

أَوَلَمْ يَتَفَكَّرُوا فِي أَنفُسِهِم ۗ مَّا خَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَأَجَلٍ مُّسَمًّى ۗ وَإِنَّ كَثِيرًا مِّنَ النَّاسِ بِلِقَاءِ رَبِّهِمْ لَكَافِرُونَ 8

Denken zij dan niet na over zichzelf? Allah heeft (namelijk) de hemelen en de aarde en datgene wat zich daartussen bevindt slechts naar waarheid geschapen en voor een vastgesteld tijdstip. En waarlijk, veel van de mensen geloven zeker niet in de Ontmoeting met hun Heer.

أَوَلَمْ يَسِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَيَنظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَانُوا أَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةً وَأَثَارُوا الْأَرْضَ وَعَمَرُوهَا أَكْثَرَ مِمَّا عَمَرُوهَا وَجَاءَتْهُمْ رُسُلُهُم بِالْبَيِّنَاتِ ۖ فَمَا كَانَ اللَّهُ لِيَظْلِمَهُمْ وَلَٰكِن كَانُوا أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ 9

Hebben zij dan niet op de aarde rondgetrokken om te zien hoe het einde was van degenen vóór hen? Zij waren sterker dan zij en zij bewerkten de aarde en bevolkten haar meer dan zij (d.w.z. dan de ongelovigen) haar bevolkten. En hun Boodschappers kwamen met duidelijke Bewijzen tot hen. Dus het was niet Allah Die hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

ثُمَّ كَانَ عَاقِبَةَ الَّذِينَ أَسَاءُوا السُّوأَىٰ أَن كَذَّبُوا بِآيَاتِ اللَّهِ وَكَانُوا بِهَا يَسْتَهْزِئُونَ 10

Vervolgens was het einde slecht voor degenen die slecht deden, omdat zij de Tekenen van Allah verloochenden en ermee spotten.

اللَّهُ يَبْدَأُ الْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ 11

Allah begint met de schepping en zal deze vervolgens (na de dood) herhalen en dan zullen jullie tot Hem terugkeren.

وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ يُبْلِسُ الْمُجْرِمُونَ 12

En de Dag waarop het Uur plaatsvindt, zullen de misdadigers radeloos worden.

وَلَمْ يَكُن لَّهُم مِّن شُرَكَائِهِمْ شُفَعَاءُ وَكَانُوا بِشُرَكَائِهِمْ كَافِرِينَ 13

En geen van hun deelgenoten (die zij aan Allah toekenden), zullen (op die Dag) voor hen bemiddelen. En zij zullen zich afwenden van hun deelgenoten.

وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ يَوْمَئِذٍ يَتَفَرَّقُونَ 14

En de Dag waarop het Uur plaatsvindt, op die Dag zullen zij uit elkaar gaan.

فَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَهُمْ فِي رَوْضَةٍ يُحْبَرُونَ 15

Wat betreft degenen die geloven en goede daden verrichten, zij zullen in een Tuin genieten.

وَأَمَّا الَّذِينَ كَفَرُوا وَكَذَّبُوا بِآيَاتِنَا وَلِقَاءِ الْآخِرَةِ فَأُولَٰئِكَ فِي الْعَذَابِ مُحْضَرُونَ 16

En wat betreft degenen die niet geloven en Onze Tekenen en de Ontmoeting in het Hiernamaals verloochenen, zij zullen aanwezig zijn bij de Bestraffing (in het Hellevuur).

فَسُبْحَانَ اللَّهِ حِينَ تُمْسُونَ وَحِينَ تُصْبِحُونَ 17

Dus Verheven is Allah wanneer jullie de avond ingaan en wanneer jullie in de ochtend opstaan (d.w.z. wanneer jullie het gebed verrichten in de avond en in de ochtend).

وَلَهُ الْحَمْدُ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَعَشِيًّا وَحِينَ تُظْهِرُونَ 18

En aan Hem behoort (alle) lof in de hemelen en op de aarde toe, en (prijs Hem) in de namiddag (d.w.z. verricht het cAsr-gebed) en wanneer jullie de middag bereiken (d.w.z. verricht het Dhohr-gebed).

يُخْرِجُ الْحَيَّ مِنَ الْمَيِّتِ وَيُخْرِجُ الْمَيِّتَ مِنَ الْحَيِّ وَيُحْيِي الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ وَكَذَٰلِكَ تُخْرَجُونَ 19

Hij brengt de levende voort uit de dode, en Hij brengt de dode voort uit de levende. En Hij brengt de aarde tot leven na haar dood. En zo worden jullie (ook) opgewekt (uit de dood).

وَمِنْ آيَاتِهِ أَنْ خَلَقَكُم مِّن تُرَابٍ ثُمَّ إِذَا أَنتُم بَشَرٌ تَنتَشِرُونَ 20

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij jullie schiep uit aarde, en vervolgens werden jullie mensen die zich verspreidden.

وَمِنْ آيَاتِهِ أَنْ خَلَقَ لَكُم مِّنْ أَنفُسِكُمْ أَزْوَاجًا لِّتَسْكُنُوا إِلَيْهَا وَجَعَلَ بَيْنَكُم مَّوَدَّةً وَرَحْمَةً ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ 21

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij uit julliezelf echtgenotes voor jullie heeft geschapen om daarin jullie rust te vinden. En Hij heeft tussen jullie genegenheid en genade geplaatst. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَمِنْ آيَاتِهِ خَلْقُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلَافُ أَلْسِنَتِكُمْ وَأَلْوَانِكُمْ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّلْعَالِمِينَ 22

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij de hemelen en de aarde heeft geschapen en het verschil in jullie tongen (d.w.z. het verschil in jullie talen) en jullie kleuren. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor degenen die weten.

وَمِنْ آيَاتِهِ مَنَامُكُم بِاللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَابْتِغَاؤُكُم مِّن فَضْلِهِ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَسْمَعُونَ 23

En het behoort tot Zijn Tekenen dat jullie ’s nachts slapen en dat jullie overdag naar Zijn Gunst zoeken. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat luistert.

وَمِنْ آيَاتِهِ يُرِيكُمُ الْبَرْقَ خَوْفًا وَطَمَعًا وَيُنَزِّلُ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَيُحْيِي بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 24

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij de bliksem aan jullie toont om vrees en hoop (bij jullie) op te wekken. En Hij zendt water vanuit de hemel neer, waarmee Hij dan de aarde na haar dood tot leven brengt. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَمِنْ آيَاتِهِ أَن تَقُومَ السَّمَاءُ وَالْأَرْضُ بِأَمْرِهِ ۚ ثُمَّ إِذَا دَعَاكُمْ دَعْوَةً مِّنَ الْأَرْضِ إِذَا أَنتُمْ تَخْرُجُونَ 25

En het behoort tot Zijn Tekenen dat de hemel en de aarde op Zijn Bevel in stand worden gehouden. Vervolgens, wanneer Hij jullie roept met één Roep, dan zullen jullie weer uit de aarde worden opgewekt.

وَلَهُ مَن فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ كُلٌّ لَّهُ قَانِتُونَ 26

En aan Hem behoort datgene wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt toe. (En) iedereen geeft zich in gehoorzaamheid aan Hem over.

وَهُوَ الَّذِي يَبْدَأُ الْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُ وَهُوَ أَهْوَنُ عَلَيْهِ ۚ وَلَهُ الْمَثَلُ الْأَعْلَىٰ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ 27

En Hij is Degene Die met de schepping begint en deze vervolgens (na de dood) zal herhalen, en dit is gemakkelijk voor Hem. En aan Hem behoort de Meest Verheven Omschrijving toe in de hemelen en de aarde. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.

ضَرَبَ لَكُم مَّثَلًا مِّنْ أَنفُسِكُمْ ۖ هَل لَّكُم مِّن مَّا مَلَكَتْ أَيْمَانُكُم مِّن شُرَكَاءَ فِي مَا رَزَقْنَاكُمْ فَأَنتُمْ فِيهِ سَوَاءٌ تَخَافُونَهُمْ كَخِيفَتِكُمْ أَنفُسَكُمْ ۚ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ الْآيَاتِ لِقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 28

Hij stelt voor jullie een voorbeeld uit julliezelf: hebben jullie onder wat jullie rechterhand bezit (d.w.z. de slaven) deelgenoten in datgene waarmee Wij jullie hebben voorzien die net als jullie een gelijk aandeel daarin hebben? (En) vrezen jullie hen (d.w.z. jullie slaven) zoals jullie elkaar vrezen? Zo zetten Wij de tekenen uiteen voor een volk dat nadenkt.

بَلِ اتَّبَعَ الَّذِينَ ظَلَمُوا أَهْوَاءَهُم بِغَيْرِ عِلْمٍ ۖ فَمَن يَهْدِي مَنْ أَضَلَّ اللَّهُ ۖ وَمَا لَهُم مِّن نَّاصِرِينَ 29

Nee! Degenen die onrecht plegen, volgen hun begeerten zonder kennis. Wie leidt dan degene die Allah heeft doen afdwalen? En zij zullen geen helpers hebben.

فَأَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ حَنِيفًا ۚ فِطْرَتَ اللَّهِ الَّتِي فَطَرَ النَّاسَ عَلَيْهَا ۚ لَا تَبْدِيلَ لِخَلْقِ اللَّهِ ۚ ذَٰلِكَ الدِّينُ الْقَيِّمُ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ 30

Wend daarom jouw gezicht tot de godsdienst als een Hanief, de (natuurlijke) Aanleg van Allah waarin Hij de mensen heeft geschapen. De schepping van Allah is niet te veranderen. Dat is de rechte godsdienst, maar de meeste mensen weten (het) niet.

مُنِيبِينَ إِلَيْهِ وَاتَّقُوهُ وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَلَا تَكُونُوا مِنَ الْمُشْرِكِينَ 31

(En) keer (allen) berouwvol terug naar Hem, en vrees Hem en onderhoud het gebed. En behoor niet tot de veelgodenaanbidders.

مِنَ الَّذِينَ فَرَّقُوا دِينَهُمْ وَكَانُوا شِيَعًا ۖ كُلُّ حِزْبٍ بِمَا لَدَيْهِمْ فَرِحُونَ 32

(Behoor niet) tot degenen die hun godsdienst verdeelden en zich in groeperingen opsplitsten; elke groep was verblijd met wat zij had.

وَإِذَا مَسَّ النَّاسَ ضُرٌّ دَعَوْا رَبَّهُم مُّنِيبِينَ إِلَيْهِ ثُمَّ إِذَا أَذَاقَهُم مِّنْهُ رَحْمَةً إِذَا فَرِيقٌ مِّنْهُم بِرَبِّهِمْ يُشْرِكُونَ 33

En wanneer de mensen worden getroffen door tegenspoed, roepen zij hun Heer aan, (en) keren zij berouwvol terug tot Hem. Vervolgens, wanneer Hij hen Genade van Hem laat proeven (d.w.z. ervaren), kent een groep van hen deelgenoten aan hun Heer toe.

لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ ۚ فَتَمَتَّعُوا فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ 34

Zodat zij datgene verloochenen wat Wij aan hen hebben gegeven (d.w.z. de gunsten). Dus geniet (van jullie verblijf in deze wereld), maar jullie zullen het spoedig weten.

أَمْ أَنزَلْنَا عَلَيْهِمْ سُلْطَانًا فَهُوَ يَتَكَلَّمُ بِمَا كَانُوا بِهِ يُشْرِكُونَ 35

Of hebben Wij een bewijs aan hen neergezonden dat spreekt over datgene wat zij Hem aan deelgenoten toekennen?

وَإِذَا أَذَقْنَا النَّاسَ رَحْمَةً فَرِحُوا بِهَا ۖ وَإِن تُصِبْهُمْ سَيِّئَةٌ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ إِذَا هُمْ يَقْنَطُونَ 36

En wanneer Wij de mensen genade laten proeven, zijn zij daar verheugd over. En als hen het slechte treft, vanwege dat wat hun handen hebben voortgebracht, dan wanhopen zij.

أَوَلَمْ يَرَوْا أَنَّ اللَّهَ يَبْسُطُ الرِّزْقَ لِمَن يَشَاءُ وَيَقْدِرُ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ 37

Hebben zij dan niet gezien dat Allah het levensonderhoud vermeerdert voor wie Hij wil en vermindert (voor wie Hij wil)? Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat gelooft.

فَآتِ ذَا الْقُرْبَىٰ حَقَّهُ وَالْمِسْكِينَ وَابْنَ السَّبِيلِ ۚ ذَٰلِكَ خَيْرٌ لِّلَّذِينَ يُرِيدُونَ وَجْهَ اللَّهِ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ 38

Geef de verwanten dan hun recht en (ook) de behoeftige en de reiziger, dat is beter voor degenen die streven naar het Gezicht van Allah. En zij zijn degenen die succesvol zijn.

وَمَا آتَيْتُم مِّن رِّبًا لِّيَرْبُوَ فِي أَمْوَالِ النَّاسِ فَلَا يَرْبُو عِندَ اللَّهِ ۖ وَمَا آتَيْتُم مِّن زَكَاةٍ تُرِيدُونَ وَجْهَ اللَّهِ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُضْعِفُونَ 39

En wat jullie (elkaar) aan giften geven om (daarmee) een toename (van jullie bezit) te realiseren uit de bezittingen van mensen (d.w.z. dat zij jullie meer teruggeven dan zij hebben gekregen); het zal niet tot een toename leiden bij Allah. Maar wat jullie geven aan Zakaat, strevend naar het Gezicht van Allah, zij (die dit doen) zijn degenen van wie het (d.w.z. de beloning van de giften) toeneemt.

اللَّهُ الَّذِي خَلَقَكُمْ ثُمَّ رَزَقَكُمْ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ۖ هَلْ مِن شُرَكَائِكُم مَّن يَفْعَلُ مِن ذَٰلِكُم مِّن شَيْءٍ ۚ سُبْحَانَهُ وَتَعَالَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ 40

Allah is Degene Die jullie heeft geschapen en jullie daarna heeft voorzien. Vervolgens zal Hij jullie doen sterven, daarna zal Hij jullie (opnieuw) tot leven brengen (op de Dag der Opstanding). Is er onder jullie deelgenoten (die jullie aan Allah toekennen) iemand in staat om iets hiervan te doen? Verheerlijkt en Verheven is Hij boven datgene wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen.

ظَهَرَ الْفَسَادُ فِي الْبَرِّ وَالْبَحْرِ بِمَا كَسَبَتْ أَيْدِي النَّاسِ لِيُذِيقَهُم بَعْضَ الَّذِي عَمِلُوا لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ 41

Het verderf is op het land en in de zee zichtbaar geworden door datgene wat de handen van de mensen hebben verworven, zodat Hij (Allah) hen iets laat proeven van wat zij hebben gedaan, opdat zij zullen terugkeren.

قُلْ سِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَانظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِن قَبْلُ ۚ كَانَ أَكْثَرُهُم مُّشْرِكِينَ 42

Zeg (o Mohammed): “Trek rond op aarde en zie dan hoe het einde van degenen hiervóór was.” De meesten van hen waren veelgodenaanbidders.

فَأَقِمْ وَجْهَكَ لِلدِّينِ الْقَيِّمِ مِن قَبْلِ أَن يَأْتِيَ يَوْمٌ لَّا مَرَدَّ لَهُ مِنَ اللَّهِ ۖ يَوْمَئِذٍ يَصَّدَّعُونَ 43

Dus wend jouw gezicht tot de rechte godsdienst, voordat er van Allah een Dag komt die niet (door iemand) terug te draaien is. Op die Dag worden zij verdeeld (in twee groepen).

مَن كَفَرَ فَعَلَيْهِ كُفْرُهُ ۖ وَمَنْ عَمِلَ صَالِحًا فَلِأَنفُسِهِمْ يَمْهَدُونَ 44

Wie ongelovig is, op hem rust zijn ongeloof. En wie goede daden verricht, bereidt het (d.w.z. de weg naar het Paradijs) voor zichzelf voor.

لِيَجْزِيَ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ مِن فَضْلِهِ ۚ إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الْكَافِرِينَ 45

Opdat Hij degenen die geloven en goede daden verrichten, zal belonen door middel van Zijn Gunst. Voorwaar, Hij houdt niet van de ongelovigen.

وَمِنْ آيَاتِهِ أَن يُرْسِلَ الرِّيَاحَ مُبَشِّرَاتٍ وَلِيُذِيقَكُم مِّن رَّحْمَتِهِ وَلِتَجْرِيَ الْفُلْكُ بِأَمْرِهِ وَلِتَبْتَغُوا مِن فَضْلِهِ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 46

En tot Zijn Tekenen behoort (het teken) dat Hij de winden als aankondiging van verheugende tijdingen stuurt, en om jullie te laten proeven van Zijn Genade, en opdat de schepen op Zijn Bevel zullen varen, en opdat jullie Zijn Gunst zullen zoeken en opdat jullie dankbaar zullen zijn.

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ رُسُلًا إِلَىٰ قَوْمِهِمْ فَجَاءُوهُم بِالْبَيِّنَاتِ فَانتَقَمْنَا مِنَ الَّذِينَ أَجْرَمُوا ۖ وَكَانَ حَقًّا عَلَيْنَا نَصْرُ الْمُؤْمِنِينَ 47

En voorzeker, Wij stuurden vóór jou (o Mohammed) Boodschappers naar hun volk. Zij kwamen tot hen met duidelijke Bewijzen. Vervolgens namen Wij wraak op de misdadigers. En het was een verplichting voor Ons om de gelovigen te helpen.

اللَّهُ الَّذِي يُرْسِلُ الرِّيَاحَ فَتُثِيرُ سَحَابًا فَيَبْسُطُهُ فِي السَّمَاءِ كَيْفَ يَشَاءُ وَيَجْعَلُهُ كِسَفًا فَتَرَى الْوَدْقَ يَخْرُجُ مِنْ خِلَالِهِ ۖ فَإِذَا أَصَابَ بِهِ مَن يَشَاءُ مِنْ عِبَادِهِ إِذَا هُمْ يَسْتَبْشِرُونَ 48

Allah is Degene Die de winden heeft gestuurd, die (vervolgens) wolken doen ontstaan. Vervolgens spreidt Hij deze (wolken) in de hemel zoals Hij wil en deelt Hij deze (wolken) in stukken op. En jij ziet de neerslag daaruit komen. Wanneer Hij deze (d.w.z. de neerslag) laat neerkomen op wie Hij wil van Zijn dienaren, dan zijn zij verheugd.

وَإِن كَانُوا مِن قَبْلِ أَن يُنَزَّلَ عَلَيْهِم مِّن قَبْلِهِ لَمُبْلِسِينَ 49

Terwijl zij, voordat Hij het (d.w.z. de neerslag) op hen neerzond, zeker radeloos waren.

فَانظُرْ إِلَىٰ آثَارِ رَحْمَتِ اللَّهِ كَيْفَ يُحْيِي الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ إِنَّ ذَٰلِكَ لَمُحْيِي الْمَوْتَىٰ ۖ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 50

Kijk dan naar de sporen van de Genade van Allah, hoe Hij de aarde na haar dood tot leven brengt. Waarlijk, Hij (Allah) zal zeker de doden (weer) opwekken en Hij is tot alles in staat.

وَلَئِنْ أَرْسَلْنَا رِيحًا فَرَأَوْهُ مُصْفَرًّا لَّظَلُّوا مِن بَعْدِهِ يَكْفُرُونَ 51

En als Wij een wind zouden sturen (over de begroeide akkers) en zij deze (akkers) dan geel (van kleur) zien worden, dan blijven zij daarna (d.w.z. nadat zij verheugd waren) zeker ondankbaar.

فَإِنَّكَ لَا تُسْمِعُ الْمَوْتَىٰ وَلَا تُسْمِعُ الصُّمَّ الدُّعَاءَ إِذَا وَلَّوْا مُدْبِرِينَ 52

Dus voorwaar, jij kunt de doden (het geroep) niet laten horen, noch kun jij de doven het geroep laten horen wanneer zij zich met hun rug (naar jou) wenden (d.w.z. wanneer zij zich afwenden van het Bevel van Allah).

وَمَا أَنتَ بِهَادِ الْعُمْيِ عَن ضَلَالَتِهِمْ ۖ إِن تُسْمِعُ إِلَّا مَن يُؤْمِنُ بِآيَاتِنَا فَهُم مُّسْلِمُونَ 53

En jij kunt de blinden niet uit hun dwaling leiden. Jij kunt alleen degenen laten horen die in Onze Tekenen geloven. Zij (alleen) onderwerpen zich (en horen de Waarheid aan).

اللَّهُ الَّذِي خَلَقَكُم مِّن ضَعْفٍ ثُمَّ جَعَلَ مِن بَعْدِ ضَعْفٍ قُوَّةً ثُمَّ جَعَلَ مِن بَعْدِ قُوَّةٍ ضَعْفًا وَشَيْبَةً ۚ يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ۖ وَهُوَ الْعَلِيمُ الْقَدِيرُ 54

Allah is Degene Die jullie uit zwakheid (d.w.z. uit een waterdruppel) heeft geschapen. Vervolgens gaf Hij (jullie) na (deze) zwakheid kracht. Daarna gaf Hij (jullie) na kracht (weer) zwakheid en vergrijzing. Hij schept wat Hij wil en Hij is de Alwetende, de Almachtige.

وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ يُقْسِمُ الْمُجْرِمُونَ مَا لَبِثُوا غَيْرَ سَاعَةٍ ۚ كَذَٰلِكَ كَانُوا يُؤْفَكُونَ 55

En op de Dag waarop het Uur plaatsvindt, zullen de misdadigers zweren dat zij slechts één uur (in de wereld) verbleven. Zo waren zij (voorheen) ook aan het verloochenen.

وَقَالَ الَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ وَالْإِيمَانَ لَقَدْ لَبِثْتُمْ فِي كِتَابِ اللَّهِ إِلَىٰ يَوْمِ الْبَعْثِ ۖ فَهَٰذَا يَوْمُ الْبَعْثِ وَلَٰكِنَّكُمْ كُنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 56

En degenen aan wie de kennis en het geloof waren gegeven, zullen zeggen: “Voorzeker, jullie verbleven (in de wereld) zoals staat (geschreven) in het Boek van Allah tot aan de Dag van de Wederopstanding. Dit is dan de Dag van de Wederopstanding, maar jullie wisten (dit) niet.”

فَيَوْمَئِذٍ لَّا يَنفَعُ الَّذِينَ ظَلَمُوا مَعْذِرَتُهُمْ وَلَا هُمْ يُسْتَعْتَبُونَ 57

Op die Dag zullen dan degenen die onrecht pleegden geen baat ondervinden van hun verontschuldiging en zij zullen ook niet in de gelegenheid worden gesteld om (terug te keren en hun Heer alsnog) te behagen.

وَلَقَدْ ضَرَبْنَا لِلنَّاسِ فِي هَٰذَا الْقُرْآنِ مِن كُلِّ مَثَلٍ ۚ وَلَئِن جِئْتَهُم بِآيَةٍ لَّيَقُولَنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا إِنْ أَنتُمْ إِلَّا مُبْطِلُونَ 58

En voorzeker, Wij hebben voor de mensen in deze Koran alle voorbeelden gesteld. Maar als jij met een teken tot hen komt, dan zullen degenen die niet geloven zeker zeggen: “Jullie volgen niets anders dan valsheid.”

كَذَٰلِكَ يَطْبَعُ اللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِ الَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ 59

Op deze manier verzegelt Allah de harten van degenen die niet weten.

فَاصْبِرْ إِنَّ وَعْدَ اللَّهِ حَقٌّ ۖ وَلَا يَسْتَخِفَّنَّكَ الَّذِينَ لَا يُوقِنُونَ 60

Wees dan geduldig (o Mohammed). Waarlijk, de Belofte van Allah is Waarheid. En laat je niet ontmoedigen (om de Boodschap van Allah te verkondigen) door degenen die niet overtuigd zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close