Soera 24 – An-Nur – Het Licht – النّور

bismillah ir rahman ir rahim

سُورَةٌ أَنزَلْنَاهَا وَفَرَضْنَاهَا وَأَنزَلْنَا فِيهَا آيَاتٍ بَيِّنَاتٍ لَّعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ 1

(Dit is) een hoofdstuk dat Wij hebben neergezonden en dat Wij verplicht hebben gesteld. En Wij hebben daarin duidelijke Verzen neergezonden, opdat jullie er lering uit zullen trekken.

الزَّانِيَةُ وَالزَّانِي فَاجْلِدُوا كُلَّ وَاحِدٍ مِّنْهُمَا مِائَةَ جَلْدَةٍ ۖ وَلَا تَأْخُذْكُم بِهِمَا رَأْفَةٌ فِي دِينِ اللَّهِ إِن كُنتُمْ تُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ ۖ وَلْيَشْهَدْ عَذَابَهُمَا طَائِفَةٌ مِّنَ الْمُؤْمِنِينَ 2

De overspelige vrouw en de overspelige man, gesel eenieder van hen met honderd (zweep)slagen. En ken geen medelijden tegenover hen in de godsdienst van Allah (d.w.z. in het uitvoeren van de islamitische lijfstraffen), als jullie (daadwerkelijk) in Allah en de Laatste Dag geloven. En laat een groep onder de gelovigen getuigen zijn van hun bestraffing.

الزَّانِي لَا يَنكِحُ إِلَّا زَانِيَةً أَوْ مُشْرِكَةً وَالزَّانِيَةُ لَا يَنكِحُهَا إِلَّا زَانٍ أَوْ مُشْرِكٌ ۚ وَحُرِّمَ ذَٰلِكَ عَلَى الْمُؤْمِنِينَ 3

De overspelige man huwt niemand anders dan een overspelige vrouw of een veelgodenaanbidster. En niemand huwt de overspelige vrouw, behalve een overspelige man of een veelgodenaanbidder. En dat (d.w.z. het huwen van overspelige mannen en vrouwen) is verboden (gemaakt) voor de gelovigen.

وَالَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ ثُمَّ لَمْ يَأْتُوا بِأَرْبَعَةِ شُهَدَاءَ فَاجْلِدُوهُمْ ثَمَانِينَ جَلْدَةً وَلَا تَقْبَلُوا لَهُمْ شَهَادَةً أَبَدًا ۚ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ 4

En degenen die de kuise vrouwen valselijk beschuldigen en vervolgens niet met vier getuigen komen, gesel hen dan met tachtig (zweep)slagen en accepteer nooit (meer) een getuigenis van hen. En zij zijn de verdorvenen.

إِلَّا الَّذِينَ تَابُوا مِن بَعْدِ ذَٰلِكَ وَأَصْلَحُوا فَإِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 5

Behalve degenen die daarna berouw tonen en zich beteren. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَالَّذِينَ يَرْمُونَ أَزْوَاجَهُمْ وَلَمْ يَكُن لَّهُمْ شُهَدَاءُ إِلَّا أَنفُسُهُمْ فَشَهَادَةُ أَحَدِهِمْ أَرْبَعُ شَهَادَاتٍ بِاللَّهِ ۙ إِنَّهُ لَمِنَ الصَّادِقِينَ 6

En degenen die hun echtgenotes valselijk beschuldigen en niet over getuigen beschikken, behalve (over) zichzelf, de getuigenis van één van hen is dat hij vier getuigenissen bij Allah (d.w.z. in de Naam van Allah) aflegt dat hij waarlijk zeker tot de waarachtigen behoort.

وَالْخَامِسَةُ أَنَّ لَعْنَتَ اللَّهِ عَلَيْهِ إِن كَانَ مِنَ الْكَاذِبِينَ 7

En de vijfde (getuigenis) is dat de Vloek van Allah op hem rust als hij tot de leugenaars behoort.

وَيَدْرَأُ عَنْهَا الْعَذَابَ أَن تَشْهَدَ أَرْبَعَ شَهَادَاتٍ بِاللَّهِ ۙ إِنَّهُ لَمِنَ الْكَاذِبِينَ 8

En de bestraffing wordt van haar (d.w.z. van de beschuldigde vrouw) afgeweerd, als zij vier getuigenissen bij Allah (d.w.z. in de Naam van Allah) aflegt dat hij (d.w.z. haar echtgenoot) waarlijk zeker tot de leugenaars behoort.

وَالْخَامِسَةَ أَنَّ غَضَبَ اللَّهِ عَلَيْهَا إِن كَانَ مِنَ الصَّادِقِينَ 9

En de vijfde (getuigenis) is dat de Woede van Allah op haar rust als hij tot de waarachtigen behoort.

وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ وَأَنَّ اللَّهَ تَوَّابٌ حَكِيمٌ 10

En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie toekwamen (dan had Hij de bestraffing voor jullie bespoedigd). En waarlijk, Allah is Meest Berouwaanvaardend, Alwijs.

إِنَّ الَّذِينَ جَاءُوا بِالْإِفْكِ عُصْبَةٌ مِّنكُمْ ۚ لَا تَحْسَبُوهُ شَرًّا لَّكُم ۖ بَلْ هُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ ۚ لِكُلِّ امْرِئٍ مِّنْهُم مَّا اكْتَسَبَ مِنَ الْإِثْمِ ۚ وَالَّذِي تَوَلَّىٰ كِبْرَهُ مِنْهُمْ لَهُ عَذَابٌ عَظِيمٌ 11

Waarlijk, degenen die met de leugen (over cAa’ishah) kwamen, behoren tot een groep onder jullie. Beschouw het (d.w.z. deze gebeurtenis) niet als iets dat slecht voor jullie is. Welnee! Het is goed voor jullie. Eenieder van hen komt toe wat hij heeft verworven aan zonden. En degene van hen die er een groter aandeel in had, voor hem is er een geweldige Bestraffing.

لَّوْلَا إِذْ سَمِعْتُمُوهُ ظَنَّ الْمُؤْمِنُونَ وَالْمُؤْمِنَاتُ بِأَنفُسِهِمْ خَيْرًا وَقَالُوا هَٰذَا إِفْكٌ مُّبِينٌ 12

Toen jullie (d.w.z. de gelovigen) het (d.w.z. de leugen) hoorden, hadden de gelovige mannen en vrouwen (op dat moment) maar het goede gedacht over zichzelf (d.w.z. over hun eigen mensen) en gezegd: “Dit is een duidelijke leugen.”

لَّوْلَا جَاءُوا عَلَيْهِ بِأَرْبَعَةِ شُهَدَاءَ ۚ فَإِذْ لَمْ يَأْتُوا بِالشُّهَدَاءِ فَأُولَٰئِكَ عِندَ اللَّهِ هُمُ الْكَاذِبُونَ 13

Waren zij maar met vier getuigen hiervoor gekomen. Als zij niet (in staat zijn om) met (deze) getuigen (te) komen, dan zijn zij de leugenaars bij Allah.

وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ لَمَسَّكُمْ فِي مَا أَفَضْتُمْ فِيهِ عَذَابٌ عَظِيمٌ 14

En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie in deze wereld en in het Hiernamaals toekomen, dan zou een geweldige bestraffing jullie zeker treffen, vanwege datgene waarmee jullie je hebben ingelaten.

إِذْ تَلَقَّوْنَهُ بِأَلْسِنَتِكُمْ وَتَقُولُونَ بِأَفْوَاهِكُم مَّا لَيْسَ لَكُم بِهِ عِلْمٌ وَتَحْسَبُونَهُ هَيِّنًا وَهُوَ عِندَ اللَّهِ عَظِيمٌ 15

(Gedenk) toen jullie het met jullie tongen doorgaven en jullie met jullie monden datgene zeiden waarover jullie geen kennis hadden. En (toen) jullie dachten dat het iets kleins was, terwijl het bij Allah enorm is.

وَلَوْلَا إِذْ سَمِعْتُمُوهُ قُلْتُم مَّا يَكُونُ لَنَا أَن نَّتَكَلَّمَ بِهَٰذَا سُبْحَانَكَ هَٰذَا بُهْتَانٌ عَظِيمٌ 16

En hadden jullie, toen jullie het (d.w.z. de leugen) hoorden, maar gezegd: “Het is ons niet toegestaan om dit te zeggen. Verheven bent U (o Allah). Dit is een enorme leugen.”

يَعِظُكُمُ اللَّهُ أَن تَعُودُوا لِمِثْلِهِ أَبَدًا إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ 17

Allah vermaant jullie om nooit terug te keren naar iets soortgelijks, als jullie gelovigen zijn.

وَيُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآيَاتِ ۚ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ 18

En Allah maakt de tekenen aan jullie duidelijk. En Allah is Alwetend, Alwijs.

إِنَّ الَّذِينَ يُحِبُّونَ أَن تَشِيعَ الْفَاحِشَةُ فِي الَّذِينَ آمَنُوا لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ ۚ وَاللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 19

Waarlijk, degenen die ervan houden dat de verdorvenheid zich verspreidt onder degenen die geloven, voor hen is er een pijnlijke bestraffing in deze wereld en in het Hiernamaals. En Allah weet en jullie weten niet.

وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ وَأَنَّ اللَّهَ رَءُوفٌ رَّحِيمٌ 20

En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie toekwamen (dan had Hij de bestraffing voor jullie bespoedigd). En waarlijk, Allah is Meest Zachtaardig, Meest Genadevol.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَتَّبِعُوا خُطُوَاتِ الشَّيْطَانِ ۚ وَمَن يَتَّبِعْ خُطُوَاتِ الشَّيْطَانِ فَإِنَّهُ يَأْمُرُ بِالْفَحْشَاءِ وَالْمُنكَرِ ۚ وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ مَا زَكَىٰ مِنكُم مِّنْ أَحَدٍ أَبَدًا وَلَٰكِنَّ اللَّهَ يُزَكِّي مَن يَشَاءُ ۗ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 21

O jullie die geloven, volg niet de voetstappen van de satan. En wie de voetstappen van de satan volgt, waarlijk, hij (de satan) beveelt om verdorvenheid en het slechte te begaan. En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie toekwamen, dan zou geen van jullie ooit gereinigd worden. Maar Allah reinigt wie Hij wil. En Allah is Alhorend, Alwetend.

وَلَا يَأْتَلِ أُولُو الْفَضْلِ مِنكُمْ وَالسَّعَةِ أَن يُؤْتُوا أُولِي الْقُرْبَىٰ وَالْمَسَاكِينَ وَالْمُهَاجِرِينَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ ۖ وَلْيَعْفُوا وَلْيَصْفَحُوا ۗ أَلَا تُحِبُّونَ أَن يَغْفِرَ اللَّهُ لَكُمْ ۗ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 22

En laat de bezitters van gunst en rijkdom onder jullie niet zweren om niet aan de verwanten, de behoeftigen en de emigranten op de Weg van Allah uit te geven. En laat hen vergeven en geen acht slaan (op wat zij hebben misdaan). Houden jullie er niet van dat Allah jullie vergeeft? En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

إِنَّ الَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ الْغَافِلَاتِ الْمُؤْمِنَاتِ لُعِنُوا فِي الدُّنْيَا وَالْآخِرَةِ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ 23

Voorwaar, degenen die de kuise, argeloze en gelovige vrouwen valselijk beschuldigen, zijn vervloekt in deze wereld en in het Hiernamaals. En voor hen is er een geweldige Bestraffing.

يَوْمَ تَشْهَدُ عَلَيْهِمْ أَلْسِنَتُهُمْ وَأَيْدِيهِمْ وَأَرْجُلُهُم بِمَا كَانُوا يَعْمَلُونَ 24

(Op) de Dag waarop hun tongen, hun handen en hun voeten tegen hen zullen getuigen over dat wat zij deden.

يَوْمَئِذٍ يُوَفِّيهِمُ اللَّهُ دِينَهُمُ الْحَقَّ وَيَعْلَمُونَ أَنَّ اللَّهَ هُوَ الْحَقُّ الْمُبِينُ 25

Op die Dag zal Allah hun verrekening daadwerkelijk volledig laten plaatsvinden en zij zullen waarlijk weten dat Allah de duidelijke Waarheid is.

الْخَبِيثَاتُ لِلْخَبِيثِينَ وَالْخَبِيثُونَ لِلْخَبِيثَاتِ ۖ وَالطَّيِّبَاتُ لِلطَّيِّبِينَ وَالطَّيِّبُونَ لِلطَّيِّبَاتِ ۚ أُولَٰئِكَ مُبَرَّءُونَ مِمَّا يَقُولُونَ ۖ لَهُم مَّغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ 26

De verdorven vrouwen zijn (bestemd) voor de verdorven mannen en de verdorven mannen zijn (bestemd) voor de verdorven vrouwen. En de goede vrouwen zijn (bestemd) voor de goede mannen en de goede mannen zijn (bestemd) voor de goede vrouwen; zij zijn niet schuldig aan dat wat zij (d.w.z. de leugenaars) zeggen. Voor hen is er Vergiffenis en een edele Voorziening.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لَا تَدْخُلُوا بُيُوتًا غَيْرَ بُيُوتِكُمْ حَتَّىٰ تَسْتَأْنِسُوا وَتُسَلِّمُوا عَلَىٰ أَهْلِهَا ۚ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ لَعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ 27

O jullie die geloven, treed geen (andere) huizen binnen dan jullie (eigen) huizen, totdat jullie de bewoners ervan om toestemming hebben gevraagd en hebben begroet. Dat is beter voor jullie, opdat jullie er lering uit zullen trekken.

فَإِن لَّمْ تَجِدُوا فِيهَا أَحَدًا فَلَا تَدْخُلُوهَا حَتَّىٰ يُؤْذَنَ لَكُمْ ۖ وَإِن قِيلَ لَكُمُ ارْجِعُوا فَارْجِعُوا ۖ هُوَ أَزْكَىٰ لَكُمْ ۚ وَاللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ عَلِيمٌ 28

Maar als jullie daarin niemand aantreffen, treed deze dan niet binnen, totdat jullie toestemming hebben gekregen. En wanneer er tegen jullie wordt gezegd: “Ga terug”, ga dan (ook) terug. Dat is reiner voor jullie. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.

لَّيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَدْخُلُوا بُيُوتًا غَيْرَ مَسْكُونَةٍ فِيهَا مَتَاعٌ لَّكُمْ ۚ وَاللَّهُ يَعْلَمُ مَا تُبْدُونَ وَمَا تَكْتُمُونَ 29

Er treft jullie geen blaam als jullie (zonder toestemming) onbewoonde huizen binnentreden waar spullen van jullie (opgeslagen) liggen. En Allah weet wat jullie openlijk doen en wat jullie verborgen houden.

قُل لِّلْمُؤْمِنِينَ يَغُضُّوا مِنْ أَبْصَارِهِمْ وَيَحْفَظُوا فُرُوجَهُمْ ۚ ذَٰلِكَ أَزْكَىٰ لَهُمْ ۗ إِنَّ اللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا يَصْنَعُونَ 30

Zeg tegen de gelovige mannen dat zij hun blikken moeten neerslaan en over hun geslachtsdelen (d.w.z. over hun kuisheid) moeten waken. Dat is reiner voor hen. Waarlijk, Allah is op de hoogte van dat wat zij (in het verborgene) doen.

وَقُل لِّلْمُؤْمِنَاتِ يَغْضُضْنَ مِنْ أَبْصَارِهِنَّ وَيَحْفَظْنَ فُرُوجَهُنَّ وَلَا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلَّا مَا ظَهَرَ مِنْهَا ۖ وَلْيَضْرِبْنَ بِخُمُرِهِنَّ عَلَىٰ جُيُوبِهِنَّ ۖ وَلَا يُبْدِينَ زِينَتَهُنَّ إِلَّا لِبُعُولَتِهِنَّ أَوْ آبَائِهِنَّ أَوْ آبَاءِ بُعُولَتِهِنَّ أَوْ أَبْنَائِهِنَّ أَوْ أَبْنَاءِ بُعُولَتِهِنَّ أَوْ إِخْوَانِهِنَّ أَوْ بَنِي إِخْوَانِهِنَّ أَوْ بَنِي أَخَوَاتِهِنَّ أَوْ نِسَائِهِنَّ أَوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُنَّ أَوِ التَّابِعِينَ غَيْرِ أُولِي الْإِرْبَةِ مِنَ الرِّجَالِ أَوِ الطِّفْلِ الَّذِينَ لَمْ يَظْهَرُوا عَلَىٰ عَوْرَاتِ النِّسَاءِ ۖ وَلَا يَضْرِبْنَ بِأَرْجُلِهِنَّ لِيُعْلَمَ مَا يُخْفِينَ مِن زِينَتِهِنَّ ۚ وَتُوبُوا إِلَى اللَّهِ جَمِيعًا أَيُّهَ الْمُؤْمِنُونَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ 31

En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken moeten neerslaan en over hun geslachtsdelen (d.w.z. over hun kuisheid) moeten waken, en (dat zij) hun schoonheid niet (moeten) onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is. En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun hidjabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan en niets van hun schoonheid onthullen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vaders, of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of hun broers, of de zonen van hun broers, of de zonen van hun zussen, of hun vrouwen (d.w.z. hun moslimzusters), of wat hun rechterhand bezit (d.w.z. de slavinnen), of (hun) volgers (d.w.z. degenen die hun achterna komen voor eten) onder de mannen die geen geslachtsdrang hebben, of de kinderen die geen oog hebben voor de intieme delen van vrouwen. En laat hen niet met hun voeten stampen, zodat datgene wat zij aan schoonheden verhullen, niet prijs zal worden gegeven. En toon allen berouw aan Allah, o gelovigen, opdat jullie succesvol zullen zijn.

وَأَنكِحُوا الْأَيَامَىٰ مِنكُمْ وَالصَّالِحِينَ مِنْ عِبَادِكُمْ وَإِمَائِكُمْ ۚ إِن يَكُونُوا فُقَرَاءَ يُغْنِهِمُ اللَّهُ مِن فَضْلِهِ ۗ وَاللَّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ 32

En huw de vrijgezellen onder jullie en de rechtschapenen onder jullie slaven en slavinnen. Als zij arm zijn, (dan) zal Allah hen rijk maken middels Zijn Gunst. En Allah is Alomvattend, Alwetend.

وَلْيَسْتَعْفِفِ الَّذِينَ لَا يَجِدُونَ نِكَاحًا حَتَّىٰ يُغْنِيَهُمُ اللَّهُ مِن فَضْلِهِ ۗ وَالَّذِينَ يَبْتَغُونَ الْكِتَابَ مِمَّا مَلَكَتْ أَيْمَانُكُمْ فَكَاتِبُوهُمْ إِنْ عَلِمْتُمْ فِيهِمْ خَيْرًا ۖ وَآتُوهُم مِّن مَّالِ اللَّهِ الَّذِي آتَاكُمْ ۚ وَلَا تُكْرِهُوا فَتَيَاتِكُمْ عَلَى الْبِغَاءِ إِنْ أَرَدْنَ تَحَصُّنًا لِّتَبْتَغُوا عَرَضَ الْحَيَاةِ الدُّنْيَا ۚ وَمَن يُكْرِههُّنَّ فَإِنَّ اللَّهَ مِن بَعْدِ إِكْرَاهِهِنَّ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 33

En laat degenen die niemand (kunnen) vinden om mee te trouwen zich onthouden (van de verdorvenheden), totdat Allah hen rijk maakt middels Zijn Gunst. En degenen onder hen die jullie rechterhand bezit (d.w.z. de slaven) die het schrijven (d.w.z. de akte over hun invrijheidstelling met jullie) wensen aan te gaan, ga dan het schrijven met hen aan als jullie weten dat zij het goede in zich hebben. En geef hun van het Bezit van Allah dat Hij jullie heeft gegeven. En dwing jullie slavinnen niet tot ontucht als zij kuisheid verkiezen, hiermee verlangend naar de genieting van het wereldse leven. En wie hen dwingt, waarlijk, Allah is nadat zij hiertoe worden gedwongen, Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol (voor hen).

وَلَقَدْ أَنزَلْنَا إِلَيْكُمْ آيَاتٍ مُّبَيِّنَاتٍ وَمَثَلًا مِّنَ الَّذِينَ خَلَوْا مِن قَبْلِكُمْ وَمَوْعِظَةً لِّلْمُتَّقِينَ 34

En voorzeker, Wij hebben duidelijke Verzen aan jullie neergezonden, en (Wij hebben) een voorbeeld (voor jullie gesteld) van degenen die vóór jullie zijn heengegaan, en als Vermaning voor de godsvruchtigen.

اللَّهُ نُورُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ مَثَلُ نُورِهِ كَمِشْكَاةٍ فِيهَا مِصْبَاحٌ ۖ الْمِصْبَاحُ فِي زُجَاجَةٍ ۖ الزُّجَاجَةُ كَأَنَّهَا كَوْكَبٌ دُرِّيٌّ يُوقَدُ مِن شَجَرَةٍ مُّبَارَكَةٍ زَيْتُونَةٍ لَّا شَرْقِيَّةٍ وَلَا غَرْبِيَّةٍ يَكَادُ زَيْتُهَا يُضِيءُ وَلَوْ لَمْ تَمْسَسْهُ نَارٌ ۚ نُّورٌ عَلَىٰ نُورٍ ۗ يَهْدِي اللَّهُ لِنُورِهِ مَن يَشَاءُ ۚ وَيَضْرِبُ اللَّهُ الْأَمْثَالَ لِلنَّاسِ ۗ وَاللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 35

Allah is het Licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn Licht is als een koepel met daarin een licht. Het licht bevindt zich in een lamp. De lamp is als een lichtgevende ster, ontstoken vanuit een gezegende olijfboom die niet van het oosten, noch van het westen is. De olie hiervan gloeit bijna (uit zichzelf). (Dit gebeurt) zelfs als deze niet door vuur wordt aangeraakt. Licht boven licht. Allah leidt wie Hij wil naar Zijn Licht. En Allah stelt de voorbeelden voor de mensen en Allah is op de hoogte van alles.

فِي بُيُوتٍ أَذِنَ اللَّهُ أَن تُرْفَعَ وَيُذْكَرَ فِيهَا اسْمُهُ يُسَبِّحُ لَهُ فِيهَا بِالْغُدُوِّ وَالْآصَالِ 36

(Dit Licht bevindt zich) in huizen (d.w.z. in moskeeën) waarvoor Allah Toestemming geeft om deze te verheffen (d.w.z. te eren) en Zijn Naam daarin te gedenken. Hierin (d.w.z. in de moskeeën) wordt Hij (Allah) verheerlijkt in de ochtend en de namiddag.

رِجَالٌ لَّا تُلْهِيهِمْ تِجَارَةٌ وَلَا بَيْعٌ عَن ذِكْرِ اللَّهِ وَإِقَامِ الصَّلَاةِ وَإِيتَاءِ الزَّكَاةِ ۙ يَخَافُونَ يَوْمًا تَتَقَلَّبُ فِيهِ الْقُلُوبُ وَالْأَبْصَارُ 37

Mannen die niet door handel, noch verkoop afgeleid worden van het gedenken van Allah, en (van) het onderhouden van het gebed en (van) het afdragen van de Zakaat. Zij vrezen een Dag waarop de harten en het zicht zich zullen omdraaien.

لِيَجْزِيَهُمُ اللَّهُ أَحْسَنَ مَا عَمِلُوا وَيَزِيدَهُم مِّن فَضْلِهِ ۗ وَاللَّهُ يَرْزُقُ مَن يَشَاءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ 38

Opdat Allah hen beloont voor het beste wat zij hebben gedaan en hun meer van Zijn Gunst zal geven. En Allah schenkt aan wie Hij wil zonder enige beperking.

وَالَّذِينَ كَفَرُوا أَعْمَالُهُمْ كَسَرَابٍ بِقِيعَةٍ يَحْسَبُهُ الظَّمْآنُ مَاءً حَتَّىٰ إِذَا جَاءَهُ لَمْ يَجِدْهُ شَيْئًا وَوَجَدَ اللَّهَ عِندَهُ فَوَفَّاهُ حِسَابَهُ ۗ وَاللَّهُ سَرِيعُ الْحِسَابِ 39

En degenen die niet geloven, hun daden zijn als een luchtspiegeling op een vlakte. De dorstige denkt dat het water is, totdat hij het nadert (d.w.z. doodgaat) en (vervolgens) ontdekt dat het niets is. En hij daar (vervolgens) Allah aantreft Die met hem afrekent. En Allah is Snel in de Afrekening.

أَوْ كَظُلُمَاتٍ فِي بَحْرٍ لُّجِّيٍّ يَغْشَاهُ مَوْجٌ مِّن فَوْقِهِ مَوْجٌ مِّن فَوْقِهِ سَحَابٌ ۚ ظُلُمَاتٌ بَعْضُهَا فَوْقَ بَعْضٍ إِذَا أَخْرَجَ يَدَهُ لَمْ يَكَدْ يَرَاهَا ۗ وَمَن لَّمْ يَجْعَلِ اللَّهُ لَهُ نُورًا فَمَا لَهُ مِن نُّورٍ 40

Of (hun daden zijn) als duisternissen in een diepe zee die bedekt wordt met golven, met daarbovenop (weer) golven, (en) daarbovenop (weer) donkere wolken. Duisternissen op elkaar (gestapeld). Als men zijn hand tevoorschijn haalt, dan kan hij deze nauwelijks zien. En degene voor wie Allah geen licht maakt, voor hem is er geen licht.

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ يُسَبِّحُ لَهُ مَن فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَالطَّيْرُ صَافَّاتٍ ۖ كُلٌّ قَدْ عَلِمَ صَلَاتَهُ وَتَسْبِيحَهُ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ بِمَا يَفْعَلُونَ 41

Heb jij niet gezien dat (al) datgene in de hemelen en op de aarde Allah verheerlijkt en (ook) de vogels die in rijen zijn opgesteld? Voorzeker, Hij is op de hoogte van het gebed en de verheerlijking van iedereen. En Allah is op de hoogte van dat wat zij doen.

وَلِلَّهِ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ وَإِلَى اللَّهِ الْمَصِيرُ 42

En aan Allah behoort het Koningschap van de hemelen en de aarde toe, en tot Allah is de Terugkeer.

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ يُزْجِي سَحَابًا ثُمَّ يُؤَلِّفُ بَيْنَهُ ثُمَّ يَجْعَلُهُ رُكَامًا فَتَرَى الْوَدْقَ يَخْرُجُ مِنْ خِلَالِهِ وَيُنَزِّلُ مِنَ السَّمَاءِ مِن جِبَالٍ فِيهَا مِن بَرَدٍ فَيُصِيبُ بِهِ مَن يَشَاءُ وَيَصْرِفُهُ عَن مَّن يَشَاءُ ۖ يَكَادُ سَنَا بَرْقِهِ يَذْهَبُ بِالْأَبْصَارِ 43

Heb jij niet gezien dat Allah de wolken zachtjes voortdrijft, vervolgens samenvoegt, (en) vervolgens tot een stapel maakt? En jij ziet de neerslag daaruit komen. En Hij zendt vanuit de hemel bergen (d.w.z. stapels wolken) met daarin hagel neer en treft daarmee wie Hij wil en wendt het af van wie Hij wil. Het bliksemlicht hiervan (d.w.z. van de wolken) neemt het zicht bijna weg.

يُقَلِّبُ اللَّهُ اللَّيْلَ وَالنَّهَارَ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَعِبْرَةً لِّأُولِي الْأَبْصَارِ 44

Allah wisselt de nacht en de dag af. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een lering voor degenen met inzicht.

وَاللَّهُ خَلَقَ كُلَّ دَابَّةٍ مِّن مَّاءٍ ۖ فَمِنْهُم مَّن يَمْشِي عَلَىٰ بَطْنِهِ وَمِنْهُم مَّن يَمْشِي عَلَىٰ رِجْلَيْنِ وَمِنْهُم مَّن يَمْشِي عَلَىٰ أَرْبَعٍ ۚ يَخْلُقُ اللَّهُ مَا يَشَاءُ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 45

En het is Allah Die elk schepsel (dat zich op aarde voortbeweegt) uit water heeft geschapen. Onder hen zijn er (sommigen) die zich op hun buik voortbewegen en onder hen zijn er (sommigen) die op twee benen lopen. En onder hen zijn er (sommigen) die op vier (poten) lopen. Allah schept wat Hij wil. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

لَّقَدْ أَنزَلْنَا آيَاتٍ مُّبَيِّنَاتٍ ۚ وَاللَّهُ يَهْدِي مَن يَشَاءُ إِلَىٰ صِرَاطٍ مُّسْتَقِيمٍ 46

Voorzeker, Wij hebben Verzen neergezonden ter verduidelijking. En Allah leidt wie Hij wil naar het rechte Pad.

وَيَقُولُونَ آمَنَّا بِاللَّهِ وَبِالرَّسُولِ وَأَطَعْنَا ثُمَّ يَتَوَلَّىٰ فَرِيقٌ مِّنْهُم مِّن بَعْدِ ذَٰلِكَ ۚ وَمَا أُولَٰئِكَ بِالْمُؤْمِنِينَ 47

En zij (d.w.z. de hypocrieten) zeggen: “Wij geloven in Allah en in de Boodschapper en wij gehoorzamen.” Vervolgens wendt een groep van hen zich daarna af. En zij zijn geen gelovigen.

وَإِذَا دُعُوا إِلَى اللَّهِ وَرَسُولِهِ لِيَحْكُمَ بَيْنَهُمْ إِذَا فَرِيقٌ مِّنْهُم مُّعْرِضُونَ 48

En wanneer zij naar Allah en Zijn Boodschapper worden uitgenodigd om tussen hen te oordelen, dan wendt een groep van hen zich af.

وَإِن يَكُن لَّهُمُ الْحَقُّ يَأْتُوا إِلَيْهِ مُذْعِنِينَ 49

Maar als de waarheid aan hun kant staat, dan komen zij in staat van gehoorzaamheid op hem (d.w.z. op de Boodschapper) af.

أَفِي قُلُوبِهِم مَّرَضٌ أَمِ ارْتَابُوا أَمْ يَخَافُونَ أَن يَحِيفَ اللَّهُ عَلَيْهِمْ وَرَسُولُهُ ۚ بَلْ أُولَٰئِكَ هُمُ الظَّالِمُونَ 50

Is er een ziekte in hun harten of verkeren zij in twijfel? Of vrezen zij dat Allah en Zijn Boodschapper hun onrecht zullen aandoen? Nee! Zij zijn zelf de onrechtplegers.

إِنَّمَا كَانَ قَوْلَ الْمُؤْمِنِينَ إِذَا دُعُوا إِلَى اللَّهِ وَرَسُولِهِ لِيَحْكُمَ بَيْنَهُمْ أَن يَقُولُوا سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا ۚ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ 51

De woorden van de gelovigen, wanneer zij uitgenodigd worden naar Allah en Zijn Boodschapper om tussen hen te oordelen, zijn slechts dat zij zeggen: “Wij luisteren en wij gehoorzamen.” En zij zijn degenen die succesvol zijn.

وَمَن يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ وَيَخْشَ اللَّهَ وَيَتَّقْهِ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْفَائِزُونَ 52

En wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, en Allah vreest en ontzag voor Hem heeft, zij zijn dan degenen die succesvol zijn.

وَأَقْسَمُوا بِاللَّهِ جَهْدَ أَيْمَانِهِمْ لَئِنْ أَمَرْتَهُمْ لَيَخْرُجُنَّ ۖ قُل لَّا تُقْسِمُوا ۖ طَاعَةٌ مَّعْرُوفَةٌ ۚ إِنَّ اللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ 53

En zij zweren met hun krachtigste eden bij Allah dat als jij hun zou opdragen (om te strijden op de Weg van Allah), zij er zeker op uit zouden trekken. Zeg: “Zweer niet, (het is) een bekende gehoorzaamheid (d.w.z. het is bekend dat jullie gehoorzaamheid niet gemeend is). Waarlijk, Allah is op de hoogte van dat wat jullie (in het verborgene) doen.”

قُلْ أَطِيعُوا اللَّهَ وَأَطِيعُوا الرَّسُولَ ۖ فَإِن تَوَلَّوْا فَإِنَّمَا عَلَيْهِ مَا حُمِّلَ وَعَلَيْكُم مَّا حُمِّلْتُمْ ۖ وَإِن تُطِيعُوهُ تَهْتَدُوا ۚ وَمَا عَلَى الرَّسُولِ إِلَّا الْبَلَاغُ الْمُبِينُ 54

Zeg (o Mohammed): “Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper.” Maar als zij zich afwenden, dan wordt hem (d.w.z. de Boodschapper) slechts datgene aangerekend waarmee hij is belast (d.w.z. de verkondiging) en jullie wordt slechts datgene aangerekend waarmee jullie zijn belast. En als jullie hem gehoorzamen, dan zullen jullie geleid worden. En op de Boodschapper rust slechts (de plicht tot) de duidelijke verkondiging.

وَعَدَ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا مِنكُمْ وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَيَسْتَخْلِفَنَّهُمْ فِي الْأَرْضِ كَمَا اسْتَخْلَفَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ وَلَيُمَكِّنَنَّ لَهُمْ دِينَهُمُ الَّذِي ارْتَضَىٰ لَهُمْ وَلَيُبَدِّلَنَّهُم مِّن بَعْدِ خَوْفِهِمْ أَمْنًا ۚ يَعْبُدُونَنِي لَا يُشْرِكُونَ بِي شَيْئًا ۚ وَمَن كَفَرَ بَعْدَ ذَٰلِكَ فَأُولَٰئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ 55

Allah heeft degenen onder jullie die geloven en goede daden verrichten, beloofd dat Hij hen zeker als opvolgers (d.w.z. als leiders) zal aanstellen op aarde, zoals Hij degenen vóór hen als opvolgers aanstelde. En dat Hij voor hen hun godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker (op aarde) zal vestigen. En dat Hij daarna hun (gevoel van) angst zeker zal omzetten in (een gevoel van) veiligheid. Zij aanbidden Mij zonder iets als deelgenoten aan Mij toe te kennen. En wie daarna ongelovig is, zij zijn de verdorvenen.

وَأَقِيمُوا الصَّلَاةَ وَآتُوا الزَّكَاةَ وَأَطِيعُوا الرَّسُولَ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ 56

En onderhoud het gebed en draag de Zakaat af en gehoorzaam de Boodschapper, opdat jullie begenadigd zullen worden.

لَا تَحْسَبَنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا مُعْجِزِينَ فِي الْأَرْضِ ۚ وَمَأْوَاهُمُ النَّارُ ۖ وَلَبِئْسَ الْمَصِيرُ 57

Denk niet dat degenen die niet geloven (aan Onze Bestraffing) op aarde kunnen ontsnappen. En hun verblijfplaats is het Vuur, en dit is zeker de slechtste Eindbestemming.

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لِيَسْتَأْذِنكُمُ الَّذِينَ مَلَكَتْ أَيْمَانُكُمْ وَالَّذِينَ لَمْ يَبْلُغُوا الْحُلُمَ مِنكُمْ ثَلَاثَ مَرَّاتٍ ۚ مِّن قَبْلِ صَلَاةِ الْفَجْرِ وَحِينَ تَضَعُونَ ثِيَابَكُم مِّنَ الظَّهِيرَةِ وَمِن بَعْدِ صَلَاةِ الْعِشَاءِ ۚ ثَلَاثُ عَوْرَاتٍ لَّكُمْ ۚ لَيْسَ عَلَيْكُمْ وَلَا عَلَيْهِمْ جُنَاحٌ بَعْدَهُنَّ ۚ طَوَّافُونَ عَلَيْكُم بَعْضُكُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ ۚ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآيَاتِ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ 58

O jullie die geloven, laat wat jullie rechterhand bezit (d.w.z. de slaven) en degenen onder jullie die (nog) niet de volwassenheid hebben bereikt drie keer om toestemming vragen (bij het binnentreden van jullie huizen): vóór het Fadjr-gebed, en wanneer jullie je kleding uitdoen voor de middag(rust) en na het cIshaa’-gebed. (Deze) drie intimiteitsmomenten (zijn alleen) voor jullie (bestemd). Daarbuiten treft jullie en hen (d.w.z. de slaven en de onvolwassen kinderen) geen blaam (om binnen te komen). Jullie kunnen (dan zonder toestemming) bij elkaar binnenkomen. Zo maakt Allah de tekenen aan jullie duidelijk en Allah is Alwetend, Alwijs.

وَإِذَا بَلَغَ الْأَطْفَالُ مِنكُمُ الْحُلُمَ فَلْيَسْتَأْذِنُوا كَمَا اسْتَأْذَنَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمْ آيَاتِهِ ۗ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ 59

En wanneer de kinderen onder jullie de volwassenheid bereiken, laat hen dan om toestemming vragen (bij binnenkomst) zoals degenen vóór hen om toestemming hebben gevraagd. Zo maakt Allah Zijn Tekenen aan jullie duidelijk en Allah is Alwetend, Alwijs.

وَالْقَوَاعِدُ مِنَ النِّسَاءِ اللَّاتِي لَا يَرْجُونَ نِكَاحًا فَلَيْسَ عَلَيْهِنَّ جُنَاحٌ أَن يَضَعْنَ ثِيَابَهُنَّ غَيْرَ مُتَبَرِّجَاتٍ بِزِينَةٍ ۖ وَأَن يَسْتَعْفِفْنَ خَيْرٌ لَّهُنَّ ۗ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ 60

En de (oude) vrouwen die (vanwege hun leeftijd) opgegeven zijn (wat betreft het baren van kinderen) en die geen interesse meer hebben in het trouwen, er treft hen geen blaam als zij hun gewaad (d.w.z. hun djilbab) afdoen, zonder (daarbij hun) schoonheid te tonen. Maar als zij zich hiervan onthouden (d.w.z. onthouden van het afdoen van hun djilbab), dan is dat beter voor hen. En Allah is Alhorend, Alwijs.

لَّيْسَ عَلَى الْأَعْمَىٰ حَرَجٌ وَلَا عَلَى الْأَعْرَجِ حَرَجٌ وَلَا عَلَى الْمَرِيضِ حَرَجٌ وَلَا عَلَىٰ أَنفُسِكُمْ أَن تَأْكُلُوا مِن بُيُوتِكُمْ أَوْ بُيُوتِ آبَائِكُمْ أَوْ بُيُوتِ أُمَّهَاتِكُمْ أَوْ بُيُوتِ إِخْوَانِكُمْ أَوْ بُيُوتِ أَخَوَاتِكُمْ أَوْ بُيُوتِ أَعْمَامِكُمْ أَوْ بُيُوتِ عَمَّاتِكُمْ أَوْ بُيُوتِ أَخْوَالِكُمْ أَوْ بُيُوتِ خَالَاتِكُمْ أَوْ مَا مَلَكْتُم مَّفَاتِحَهُ أَوْ صَدِيقِكُمْ ۚ لَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَأْكُلُوا جَمِيعًا أَوْ أَشْتَاتًا ۚ فَإِذَا دَخَلْتُم بُيُوتًا فَسَلِّمُوا عَلَىٰ أَنفُسِكُمْ تَحِيَّةً مِّنْ عِندِ اللَّهِ مُبَارَكَةً طَيِّبَةً ۚ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآيَاتِ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ 61

Er treft de blinde geen blaam, en (ook) de kreupele treft geen blaam, en (ook) de zieke treft geen blaam, en (ook) julliezelf niet als jullie eten in jullie huizen, of de huizen van jullie vaders, of de huizen van jullie moeders, of de huizen van jullie broers, of de huizen van jullie zussen, of de huizen van jullie ooms (van vaderskant), of de huizen van jullie tantes (van vaderskant), of de huizen van jullie ooms (van moederskant), of de huizen van jullie tantes (van moederskant), of (de huizen) waarvan jullie de sleutels bezitten, of (het huis van) een vriend van jullie. Er treft jullie (ook) geen blaam als jullie gezamenlijk of apart eten. En als jullie huizen binnentreden, begroet elkaar dan met een gezegende, goede groet van Allah. Zo maakt Allah de tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie zullen nadenken.

إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ وَإِذَا كَانُوا مَعَهُ عَلَىٰ أَمْرٍ جَامِعٍ لَّمْ يَذْهَبُوا حَتَّىٰ يَسْتَأْذِنُوهُ ۚ إِنَّ الَّذِينَ يَسْتَأْذِنُونَكَ أُولَٰئِكَ الَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ ۚ فَإِذَا اسْتَأْذَنُوكَ لِبَعْضِ شَأْنِهِمْ فَأْذَن لِّمَن شِئْتَ مِنْهُمْ وَاسْتَغْفِرْ لَهُمُ اللَّهَ ۚ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 62

De gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En als zij samen met hem (d.w.z. met de Boodschapper) zijn voor een gemeenschappelijke zaak, dan vertrekken zij niet, totdat zij hem om toestemming hebben gevraagd. Voorwaar, degenen die jou om toestemming vragen, zij zijn degenen die (werkelijk) in Allah en Zijn Boodschapper geloven. Wanneer zij jou dan om toestemming vragen (om te vertrekken) voor (het afhandelen van) sommige zaken van hen, geef dan toestemming aan wie jij wilt van hen en vraag Allah om vergeving voor hen. Waarlijk, Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

لَّا تَجْعَلُوا دُعَاءَ الرَّسُولِ بَيْنَكُمْ كَدُعَاءِ بَعْضِكُم بَعْضًا ۚ قَدْ يَعْلَمُ اللَّهُ الَّذِينَ يَتَسَلَّلُونَ مِنكُمْ لِوَاذًا ۚ فَلْيَحْذَرِ الَّذِينَ يُخَالِفُونَ عَنْ أَمْرِهِ أَن تُصِيبَهُمْ فِتْنَةٌ أَوْ يُصِيبَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ 63

Stel (de manier van) het roepen naar de Boodschapper onder jullie niet gelijk aan (de manier van) het roepen naar elkaar. Allah is zeker Alwetend over degenen onder jullie die in het geheim weggaan. Laat daarom degenen die zijn bevel (d.w.z. het bevel van de Boodschapper) tegenwerken, uitkijken dat een Fitnah hen niet treft, of een pijnlijke bestraffing hen niet treft.

أَلَا إِنَّ لِلَّهِ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۖ قَدْ يَعْلَمُ مَا أَنتُمْ عَلَيْهِ وَيَوْمَ يُرْجَعُونَ إِلَيْهِ فَيُنَبِّئُهُم بِمَا عَمِلُوا ۗ وَاللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ 64

Weet dat aan Allah daadwerkelijk datgene wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt toebehoort. Hij weet zeker in welke toestand jullie (nu) verkeren. En op de Dag waarop zij tot Hem zullen terugkeren, zal Hij hun berichten over dat wat zij hebben verricht. En Allah is op de hoogte van alles.

2 thoughts on “Soera 24 – An-Nur – Het Licht – النّور”

  1. De stuk 40 is echt belangrijk stuk dit stuk bewijst dat de coran is de woord van Allah en niet onze profeet die heeft hem geschreven als zegt mensen die niet geloven , dit stuk is echt wetenschappelijk geschreven want hoe weet onze profeet toen dat er zijn golven binnen de zee en ook als u dieper gaat hij wordt donker pas het is ondekt dat de zee is 11 km dieper en er zijn golven die meten 500 m hoog zij zijn 1000 keer sterker dan de golven die boven zijn , ik hoef niks te voegen als u meer wil weten lees de coran , er zijn nog di gen die nog niet ontdekt en zij zijn wel in coran,sobhana Allah
    Mvg
    Radi

    1. Helaas: de profeet, als wees bij zijn oom opgegroeid met alleen verplichte brood en bed, kon zeer waarschijnlijk niet schrijven. Schrijven was voor geletterden en dat was vrijwel niemand en dus ook Mohammed niet. Waarschijnlijk is de koran pas honderden jaren later geschreven, zo 850 AD. Men wist best wel wat de zee met hoge golven was. Mohammed kon wel goed rekenen. Hij was op volwassen leeftijd bedrijfsleider in de handelszaak van zijn schoonvader want hij trouwde met diens dochter Khadischa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close