Soera 16 – An-Nahl – De Bijen – النّحل

bismillah ir rahman ir rahim

أَتَىٰ أَمْرُ اللَّهِ فَلَا تَسْتَعْجِلُوهُ ۚ سُبْحَانَهُ وَتَعَالَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ 1

Het Bevel van Allah is (tot jullie) gekomen, bespoedig het daarom niet. Verheerlijkt en Verheven is Hij boven datgene wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen.

يُنَزِّلُ الْمَلَائِكَةَ بِالرُّوحِ مِنْ أَمْرِهِ عَلَىٰ مَن يَشَاءُ مِنْ عِبَادِهِ أَنْ أَنذِرُوا أَنَّهُ لَا إِلَٰهَ إِلَّا أَنَا فَاتَّقُونِ 2

Hij zendt op Zijn Bevel de Engelen neer met de Ziel (d.w.z. met de Openbaring) naar wie Hij wil van Zijn dienaren, om (de mensen) te waarschuwen dat er geen god is dan Ik (Allah). Vrees Mij daarom.

خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ ۚ تَعَالَىٰ عَمَّا يُشْرِكُونَ 3

Hij heeft de hemelen en de aarde naar waarheid geschapen. Verheven is Hij boven datgene wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen.

خَلَقَ الْإِنسَانَ مِن نُّطْفَةٍ فَإِذَا هُوَ خَصِيمٌ مُّبِينٌ 4

Hij heeft de mens uit een (water)druppel geschapen, (en) vervolgens wordt hij (d.w.z. de mens) een duidelijke redetwister.

وَالْأَنْعَامَ خَلَقَهَا ۗ لَكُمْ فِيهَا دِفْءٌ وَمَنَافِعُ وَمِنْهَا تَأْكُلُونَ 5

En Hij heeft het vee geschapen. Daarin is voor jullie warmte en voordeel (te vinden), en jullie eten daarvan.

وَلَكُمْ فِيهَا جَمَالٌ حِينَ تُرِيحُونَ وَحِينَ تَسْرَحُونَ 6

En daarin is voor jullie schoonheid (te vinden), wanneer jullie hen (d.w.z. het vee) naar de stallen begeleiden (in de avond) en wanneer jullie hen (in de ochtend) weiden.

وَتَحْمِلُ أَثْقَالَكُمْ إِلَىٰ بَلَدٍ لَّمْ تَكُونُوا بَالِغِيهِ إِلَّا بِشِقِّ الْأَنفُسِ ۚ إِنَّ رَبَّكُمْ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ 7

En zij dragen jullie ladingen naar een land dat jullie niet konden bereiken zonder ongemak voor julliezelf (te ervaren). Waarlijk, jullie Heer is zeker Meest Zachtaardig, Meest Genadevol.

وَالْخَيْلَ وَالْبِغَالَ وَالْحَمِيرَ لِتَرْكَبُوهَا وَزِينَةً ۚ وَيَخْلُقُ مَا لَا تَعْلَمُونَ 8

En (Hij heeft) de paarden, de muildieren en de ezels (voor jullie geschapen) om hen te (kunnen) berijden en als een versiering. En Hij schept datgene wat jullie niet weten.

وَعَلَى اللَّهِ قَصْدُ السَّبِيلِ وَمِنْهَا جَائِرٌ ۚ وَلَوْ شَاءَ لَهَدَاكُمْ أَجْمَعِينَ 9

En het is aan Allah om de (rechte) Weg te tonen, en er zijn (paden) die daarvan afwijken. En als Hij het had gewild, dan had Hij jullie allen geleid.

هُوَ الَّذِي أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً ۖ لَّكُم مِّنْهُ شَرَابٌ وَمِنْهُ شَجَرٌ فِيهِ تُسِيمُونَ 10

Hij is Degene Die water vanuit de hemel neerzond. Daarvan is er voor jullie (een deel om te) drinken en daarvan is (een ander deel) voor de gewassen waarop jullie (je vee) laten grazen.

يُنبِتُ لَكُم بِهِ الزَّرْعَ وَالزَّيْتُونَ وَالنَّخِيلَ وَالْأَعْنَابَ وَمِن كُلِّ الثَّمَرَاتِ ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ 11

Hij (Allah) laat daarmee voor jullie gewassen, olijven, dadelpalmen, druiven en allerlei vruchten groeien. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor een volk dat nadenkt.

وَسَخَّرَ لَكُمُ اللَّيْلَ وَالنَّهَارَ وَالشَّمْسَ وَالْقَمَرَ ۖ وَالنُّجُومُ مُسَخَّرَاتٌ بِأَمْرِهِ ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 12

En Hij heeft de nacht en de dag, en de zon en de maan aan jullie dienstbaar gemaakt. En (ook) de sterren zijn op Zijn Bevel dienstbaar gemaakt (aan jullie). Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَمَا ذَرَأَ لَكُمْ فِي الْأَرْضِ مُخْتَلِفًا أَلْوَانُهُ ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّقَوْمٍ يَذَّكَّرُونَ 13

En datgene wat Hij voor jullie op aarde in verschillende kleuren heeft geschapen. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor een volk dat gedenkt.

وَهُوَ الَّذِي سَخَّرَ الْبَحْرَ لِتَأْكُلُوا مِنْهُ لَحْمًا طَرِيًّا وَتَسْتَخْرِجُوا مِنْهُ حِلْيَةً تَلْبَسُونَهَا وَتَرَى الْفُلْكَ مَوَاخِرَ فِيهِ وَلِتَبْتَغُوا مِن فَضْلِهِ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 14

En Hij is Degene Die de zee dienstbaar (aan jullie) heeft gemaakt, zodat jullie daaruit vers vlees (kunnen) eten. En (zodat) jullie daaruit sieraden (kunnen) halen om te dragen. En je ziet de schepen daarover (d.w.z. over de zee) varen. En opdat jullie Zijn Gunst zullen zoeken en opdat jullie dankbaar zullen zijn.

وَأَلْقَىٰ فِي الْأَرْضِ رَوَاسِيَ أَن تَمِيدَ بِكُمْ وَأَنْهَارًا وَسُبُلًا لَّعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ 15

En Hij maakte stevige bergen op de aarde, zodat deze (d.w.z. de aarde) niet zou schudden met jullie (erop). En (ook maakte Hij) rivieren en wegen, opdat jullie geleid zullen worden.

وَعَلَامَاتٍ ۚ وَبِالنَّجْمِ هُمْ يَهْتَدُونَ 16

En (Hij maakte) tekenen (om hun de weg te wijzen), en door middel van sterren laten zij zich leiden (in de nacht).

أَفَمَن يَخْلُقُ كَمَن لَّا يَخْلُقُ ۗ أَفَلَا تَذَكَّرُونَ 17

Is Degene Die schept dan gelijk aan degene die niet schept? Trekken jullie er dan geen lering uit?

وَإِن تَعُدُّوا نِعْمَةَ اللَّهِ لَا تُحْصُوهَا ۗ إِنَّ اللَّهَ لَغَفُورٌ رَّحِيمٌ 18

En als jullie de Gunst(en) van Allah zouden tellen, dan zouden jullie deze niet (kunnen) opsommen. Waarlijk, Allah is zeker Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَاللَّهُ يَعْلَمُ مَا تُسِرُّونَ وَمَا تُعْلِنُونَ 19

En Allah weet wat jullie verbergen en wat jullie tonen.

وَالَّذِينَ يَدْعُونَ مِن دُونِ اللَّهِ لَا يَخْلُقُونَ شَيْئًا وَهُمْ يُخْلَقُونَ 20

En degenen die zij naast Allah aanroepen, hebben niets geschapen, maar zij zijn zelf geschapen.

أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ ۖ وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ 21

Dood en levenloos (zijn zij), en zij beseffen niet wanneer zij opgewekt zullen worden.

إِلَٰهُكُمْ إِلَٰهٌ وَاحِدٌ ۚ فَالَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِالْآخِرَةِ قُلُوبُهُم مُّنكِرَةٌ وَهُم مُّسْتَكْبِرُونَ 22

Jullie God is één God (Allah). Maar degenen die niet in het Hiernamaals geloven, hun harten zijn in ontkenning (van de Waarheid) en zij zijn hoogmoedig.

لَا جَرَمَ أَنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ ۚ إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الْمُسْتَكْبِرِينَ 23

Werkelijk, Allah weet wat zij verbergen en wat zij tonen. Voorwaar, Hij houdt waarlijk niet van de hoogmoedigen.

وَإِذَا قِيلَ لَهُم مَّاذَا أَنزَلَ رَبُّكُمْ ۙ قَالُوا أَسَاطِيرُ الْأَوَّلِينَ 24

En wanneer er tegen hen wordt gezegd: “Wat heeft jullie Heer neergezonden?”, zeggen zij: “Mythen van de mensen van vroeger.”

لِيَحْمِلُوا أَوْزَارَهُمْ كَامِلَةً يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۙ وَمِنْ أَوْزَارِ الَّذِينَ يُضِلُّونَهُم بِغَيْرِ عِلْمٍ ۗ أَلَا سَاءَ مَا يَزِرُونَ 25

Zodat zij op de Dag der Opstanding hun (eigen) lasten volledig zullen dragen en (een deel) van de lasten van degenen die zij hebben laten afdwalen zonder kennis. Weet dat de lasten die zij dragen slecht zijn.

قَدْ مَكَرَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَأَتَى اللَّهُ بُنْيَانَهُم مِّنَ الْقَوَاعِدِ فَخَرَّ عَلَيْهِمُ السَّقْفُ مِن فَوْقِهِمْ وَأَتَاهُمُ الْعَذَابُ مِنْ حَيْثُ لَا يَشْعُرُونَ 26

Voorzeker, degenen vóór hen beraamden listen, maar Allah verwoestte hun bouwwerk bij de funderingen, waarna het dak van boven hen op hen neerviel. En de bestraffing kwam tot hen van (daar) waar zij (het) niet beseften.

ثُمَّ يَوْمَ الْقِيَامَةِ يُخْزِيهِمْ وَيَقُولُ أَيْنَ شُرَكَائِيَ الَّذِينَ كُنتُمْ تُشَاقُّونَ فِيهِمْ ۚ قَالَ الَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ إِنَّ الْخِزْيَ الْيَوْمَ وَالسُّوءَ عَلَى الْكَافِرِينَ 27

Vervolgens zal Hij hen op de Dag der Opstanding vernederen en Hij zal zeggen: “Waar zijn Mijn (zogenaamde) deelgenoten, degenen waardoor jullie afweken van (het aanbidden van) Mij?” Degenen aan wie de kennis is gegeven zullen zeggen: “Voorwaar, op deze Dag is er de vernedering en het slechte voor de ongelovigen.”

الَّذِينَ تَتَوَفَّاهُمُ الْمَلَائِكَةُ ظَالِمِي أَنفُسِهِمْ ۖ فَأَلْقَوُا السَّلَمَ مَا كُنَّا نَعْمَلُ مِن سُوءٍ ۚ بَلَىٰ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ 28

Degenen van wie de zielen door de Engelen worden weggenomen terwijl zij zichzelf onrecht aandeden, zullen zich (volledig) overgeven (en zeggen): “Wij deden niets slechts.” (De Engelen zullen antwoorden:) “Welzeker! Waarlijk, Allah is op de hoogte van dat wat jullie hebben verricht.

فَادْخُلُوا أَبْوَابَ جَهَنَّمَ خَالِدِينَ فِيهَا ۖ فَلَبِئْسَ مَثْوَى الْمُتَكَبِّرِينَ 29

Treed dus de poorten van de Hel binnen, voor eeuwig (verblijven jullie) daarin. En de Verblijfplaats van de hoogmoedigen is zeker slecht.”

وَقِيلَ لِلَّذِينَ اتَّقَوْا مَاذَا أَنزَلَ رَبُّكُمْ ۚ قَالُوا خَيْرًا ۗ لِّلَّذِينَ أَحْسَنُوا فِي هَٰذِهِ الدُّنْيَا حَسَنَةٌ ۚ وَلَدَارُ الْآخِرَةِ خَيْرٌ ۚ وَلَنِعْمَ دَارُ الْمُتَّقِينَ 30

En er zal tegen degenen die (Allah) vreesden worden gezegd: “Wat heeft jullie Heer neergezonden?” Zij zullen zeggen: “Het goede.” Voor degenen die het goede verrichten in deze wereld is er het goede, en het Huis van het Hiernamaals is beter. En hoe geweldig is het Huis van de godsvruchtigen?

جَنَّاتُ عَدْنٍ يَدْخُلُونَهَا تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ لَهُمْ فِيهَا مَا يَشَاءُونَ ۚ كَذَٰلِكَ يَجْزِي اللَّهُ الْمُتَّقِينَ 31

Zij zullen de Tuinen van cAdn (d.w.z. van het Paradijs) binnentreden, waaronder rivieren stromen. Voor hen is daarin (alles) wat zij (maar) willen. Zo beloont Allah de godsvruchtigen.

الَّذِينَ تَتَوَفَّاهُمُ الْمَلَائِكَةُ طَيِّبِينَ ۙ يَقُولُونَ سَلَامٌ عَلَيْكُمُ ادْخُلُوا الْجَنَّةَ بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ 32

Degenen van wie de zielen door de Engelen worden weggenomen terwijl zij rein zijn. Zij (de Engelen) zullen (tegen hen) zeggen: “Salaamoen cAleykoem (vrede zij met jullie), treed het Paradijs binnen vanwege dat wat jullie hebben verricht.”

هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا أَن تَأْتِيَهُمُ الْمَلَائِكَةُ أَوْ يَأْتِيَ أَمْرُ رَبِّكَ ۚ كَذَٰلِكَ فَعَلَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ وَمَا ظَلَمَهُمُ اللَّهُ وَلَٰكِن كَانُوا أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ 33

Wachten zij (d.w.z. de ongelovigen) dan op niets anders dan dat de Engelen tot hen komen, of dat het Bevel van jouw Heer (d.w.z. de Dag des Oordeels) komt? Zo deden degenen vóór hen (het) ook. En het is niet Allah Die hun onrecht heeft aangedaan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

فَأَصَابَهُمْ سَيِّئَاتُ مَا عَمِلُوا وَحَاقَ بِهِم مَّا كَانُوا بِهِ يَسْتَهْزِئُونَ 34

En (de bestraffing als gevolg van) het slechte wat zij verrichtten, trof hen. En datgene waarmee zij spotten, omsingelde hen.

وَقَالَ الَّذِينَ أَشْرَكُوا لَوْ شَاءَ اللَّهُ مَا عَبَدْنَا مِن دُونِهِ مِن شَيْءٍ نَّحْنُ وَلَا آبَاؤُنَا وَلَا حَرَّمْنَا مِن دُونِهِ مِن شَيْءٍ ۚ كَذَٰلِكَ فَعَلَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ فَهَلْ عَلَى الرُّسُلِ إِلَّا الْبَلَاغُ الْمُبِينُ 35

En degenen die deelgenoten (aan Allah) toekennen, zeggen: “Als Allah het had gewild, dan zouden wij naast Hem niets hebben aanbeden, noch wij, noch onze voorvaderen. Ook zouden wij niets zonder Hem (d.w.z. zonder Zijn Bevel) hebben verboden.” Zo deden degenen vóór hen (het) ook. Rust er op de Boodschappers dan iets anders dan (de plicht tot) de duidelijke verkondiging?

وَلَقَدْ بَعَثْنَا فِي كُلِّ أُمَّةٍ رَّسُولًا أَنِ اعْبُدُوا اللَّهَ وَاجْتَنِبُوا الطَّاغُوتَ ۖ فَمِنْهُم مَّنْ هَدَى اللَّهُ وَمِنْهُم مَّنْ حَقَّتْ عَلَيْهِ الضَّلَالَةُ ۚ فَسِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَانظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُكَذِّبِينَ 36

En voorzeker, Wij hebben naar iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die verkondigde): “Aanbid Allah en vermijd de Taaghoet.” Onder hen zijn er (sommigen) die Allah heeft geleid en onder hen zijn er (sommigen) die (terecht) afdwaling verdienden. Trek daarom rond op aarde en zie hoe het einde was van de verloochenaars.

إِن تَحْرِصْ عَلَىٰ هُدَاهُمْ فَإِنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي مَن يُضِلُّ ۖ وَمَا لَهُم مِّن نَّاصِرِينَ 37

Als jij (o Mohammed) erover waakt dat zij worden geleid, waarlijk, Allah leidt niet wie Hij doet afdwalen. En zij zullen geen helpers hebben.

وَأَقْسَمُوا بِاللَّهِ جَهْدَ أَيْمَانِهِمْ ۙ لَا يَبْعَثُ اللَّهُ مَن يَمُوتُ ۚ بَلَىٰ وَعْدًا عَلَيْهِ حَقًّا وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ 38

En zij zweren met hun krachtigste eden bij Allah, dat Allah degene die sterft niet zal opwekken. Welzeker! Het is een ware Belofte van Hem, maar de meeste mensen weten (het) niet.

لِيُبَيِّنَ لَهُمُ الَّذِي يَخْتَلِفُونَ فِيهِ وَلِيَعْلَمَ الَّذِينَ كَفَرُوا أَنَّهُمْ كَانُوا كَاذِبِينَ 39

Zodat Hij hun datgene waarover zij (van mening) verschilden duidelijk zal maken, en zodat degenen die niet geloven waarlijk zullen weten dat zij leugenaars waren.

إِنَّمَا قَوْلُنَا لِشَيْءٍ إِذَا أَرَدْنَاهُ أَن نَّقُولَ لَهُ كُن فَيَكُونُ 40

Voorwaar, wanneer Wij iets willen, zeggen Wij er slechts tegen: “Wees”, en het is.

وَالَّذِينَ هَاجَرُوا فِي اللَّهِ مِن بَعْدِ مَا ظُلِمُوا لَنُبَوِّئَنَّهُمْ فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً ۖ وَلَأَجْرُ الْآخِرَةِ أَكْبَرُ ۚ لَوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ 41

En degenen die omwille van Allah geëmigreerd zijn, nadat hun onrecht is aangedaan, Wij zullen hun zeker een goed verblijf schenken in deze wereld. Maar de Beloning van het Hiernamaals zal zeker groter zijn, als zij (het) maar wisten.

الَّذِينَ صَبَرُوا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ 42

(Zij zijn) degenen die geduldig waren en in hun Heer stelden zij hun vertrouwen.

وَمَا أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ إِلَّا رِجَالًا نُّوحِي إِلَيْهِمْ ۚ فَاسْأَلُوا أَهْلَ الذِّكْرِ إِن كُنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 43

En Wij hebben vóór jou (o Mohammed) slechts mannen (als Boodschappers) gestuurd, aan wie Wij openbaarden. Vraag het maar aan degenen die kennis hebben (van de eerdere Boeken), indien jullie (het) niet weten.

بِالْبَيِّنَاتِ وَالزُّبُرِ ۗ وَأَنزَلْنَا إِلَيْكَ الذِّكْرَ لِتُبَيِّنَ لِلنَّاسِ مَا نُزِّلَ إِلَيْهِمْ وَلَعَلَّهُمْ يَتَفَكَّرُونَ 44

(Wij hebben de Boodschappers gestuurd) met duidelijke Bewijzen, en met de Geschriften. En Wij hebben aan jou (o Mohammed) de Vermaning neergezonden, om aan de mensen duidelijk te maken wat er aan hen is neergezonden en opdat zij zullen nadenken.

أَفَأَمِنَ الَّذِينَ مَكَرُوا السَّيِّئَاتِ أَن يَخْسِفَ اللَّهُ بِهِمُ الْأَرْضَ أَوْ يَأْتِيَهُمُ الْعَذَابُ مِنْ حَيْثُ لَا يَشْعُرُونَ 45

Dachten degenen die listen beramen er veilig voor te zijn dat Allah hen in de aarde laat wegzakken of dat de bestraffing tot hen komt van (daar) waar zij (het) niet beseffen?

أَوْ يَأْخُذَهُمْ فِي تَقَلُّبِهِمْ فَمَا هُم بِمُعْجِزِينَ 46

Of dat Hij hen zal grijpen tijdens hun rondtrekken (door het land)? (En) zij zullen er dan niet aan kunnen ontsnappen.

أَوْ يَأْخُذَهُمْ عَلَىٰ تَخَوُّفٍ فَإِنَّ رَبَّكُمْ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ 47

Of dat Hij hen zal grijpen op het moment dat zij (dit) vrezen? Waarlijk, jullie Heer is zeker Meest Zachtaardig, Meest Genadevol.

أَوَلَمْ يَرَوْا إِلَىٰ مَا خَلَقَ اللَّهُ مِن شَيْءٍ يَتَفَيَّأُ ظِلَالُهُ عَنِ الْيَمِينِ وَالشَّمَائِلِ سُجَّدًا لِّلَّهِ وَهُمْ دَاخِرُونَ 48

Kijken zij dan niet naar alles wat Allah heeft geschapen (en) waarvan de schaduwen naar rechts en links bewegen, (terwijl deze) voor Allah neerknielen en nederig zijn?

وَلِلَّهِ يَسْجُدُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ مِن دَابَّةٍ وَالْمَلَائِكَةُ وَهُمْ لَا يَسْتَكْبِرُونَ 49

En voor Allah knielt datgene neer wat zich in de hemelen en datgene wat zich op de aarde aan schepselen bevindt en (ook) de Engelen (knielen voor Hem neer). En zij stellen zich niet hoogmoedig op.

يَخَافُونَ رَبَّهُم مِّن فَوْقِهِمْ وَيَفْعَلُونَ مَا يُؤْمَرُونَ ۩ 50

Zij vrezen hun Heer boven hen en zij doen wat hun wordt opgedragen.

وَقَالَ اللَّهُ لَا تَتَّخِذُوا إِلَٰهَيْنِ اثْنَيْنِ ۖ إِنَّمَا هُوَ إِلَٰهٌ وَاحِدٌ ۖ فَإِيَّايَ فَارْهَبُونِ 51

En Allah zei: “Neem niet twee goden (ter aanbidding) aan. Hij (Allah) is slechts één God. Dus vrees alleen Mij.”

وَلَهُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَلَهُ الدِّينُ وَاصِبًا ۚ أَفَغَيْرَ اللَّهِ تَتَّقُونَ 52

En aan Hem behoort datgene wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt toe, en aan Hem behoort de godsdienst altijd toe. Zullen jullie dan een ander dan Allah vrezen?

وَمَا بِكُم مِّن نِّعْمَةٍ فَمِنَ اللَّهِ ۖ ثُمَّ إِذَا مَسَّكُمُ الضُّرُّ فَإِلَيْهِ تَجْأَرُونَ 53

En welke gunst jullie ook bezitten, (het) is afkomstig van Allah. Maar wanneer jullie vervolgens door tegenspoed worden getroffen, dan roepen jullie Hem (nederig) aan (om hulp).

ثُمَّ إِذَا كَشَفَ الضُّرَّ عَنكُمْ إِذَا فَرِيقٌ مِّنكُم بِرَبِّهِمْ يُشْرِكُونَ 54

Wanneer Hij vervolgens de tegenspoed van jullie wegneemt, kent een groep van jullie deelgenoten aan hun Heer toe.

لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ ۚ فَتَمَتَّعُوا ۖ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ 55

Zo verloochenen zij (door ondankbaar te zijn) dat wat Wij aan hen hebben gegeven. Dus geniet (van jullie verblijf in deze wereld), maar jullie zullen het spoedig weten.

وَيَجْعَلُونَ لِمَا لَا يَعْلَمُونَ نَصِيبًا مِّمَّا رَزَقْنَاهُمْ ۗ تَاللَّهِ لَتُسْأَلُنَّ عَمَّا كُنتُمْ تَفْتَرُونَ 56

En zij kennen aan datgene (d.w.z. aan de valse goden) waar zij geen kennis over hebben een deel toe van datgene waarmee Wij hen voorzagen. Bij Allah! Jullie zullen zeker ondervraagd worden over dat wat jullie verzonnen.

وَيَجْعَلُونَ لِلَّهِ الْبَنَاتِ سُبْحَانَهُ ۙ وَلَهُم مَّا يَشْتَهُونَ 57

En zij kennen dochters aan Allah toe. Verheven is Hij. En voor hen is wat zij begeren.

وَإِذَا بُشِّرَ أَحَدُهُم بِالْأُنثَىٰ ظَلَّ وَجْهُهُ مُسْوَدًّا وَهُوَ كَظِيمٌ 58

En wanneer aan één van hen de verheugende tijding van (de geboorte van) een dochter wordt gegeven, (dan) wordt zijn gezicht zwart(gallig) en is hij vervuld van verdriet.

يَتَوَارَىٰ مِنَ الْقَوْمِ مِن سُوءِ مَا بُشِّرَ بِهِ ۚ أَيُمْسِكُهُ عَلَىٰ هُونٍ أَمْ يَدُسُّهُ فِي التُّرَابِ ۗ أَلَا سَاءَ مَا يَحْكُمُونَ 59

Hij verbergt zichzelf voor het volk vanwege het slechte (nieuws) waarover hij is bericht. (Hij twijfelt dan) of hij het (kind) zal houden (terwijl hij) in vernedering (door het leven gaat) of dat hij het (kind levend) in de aarde zal begraven. Weet dat wat zij oordelen slecht is.

لِلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِالْآخِرَةِ مَثَلُ السَّوْءِ ۖ وَلِلَّهِ الْمَثَلُ الْأَعْلَىٰ ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ 60

Aan degenen die niet in het Hiernamaals geloven behoort de slechte omschrijving toe. En aan Allah behoort de Meest Verheven Omschrijving toe. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.

وَلَوْ يُؤَاخِذُ اللَّهُ النَّاسَ بِظُلْمِهِم مَّا تَرَكَ عَلَيْهَا مِن دَابَّةٍ وَلَٰكِن يُؤَخِّرُهُمْ إِلَىٰ أَجَلٍ مُّسَمًّى ۖ فَإِذَا جَاءَ أَجَلُهُمْ لَا يَسْتَأْخِرُونَ سَاعَةً ۖ وَلَا يَسْتَقْدِمُونَ 61

En als Allah de mensen vanwege hun onrecht zou treffen (met een bestraffing), dan zou Hij geen enkel schepsel (dat zich op aarde voortbeweegt) daarop (d.w.z. op de aarde) achterlaten. Maar Hij verleent hun uitstel tot een vastgesteld tijdstip. En wanneer hun (vastgestelde) tijdstip is aangebroken, kunnen zij het (tijdstip) voor geen moment uitstellen, noch kunnen zij het vervroegen.

وَيَجْعَلُونَ لِلَّهِ مَا يَكْرَهُونَ وَتَصِفُ أَلْسِنَتُهُمُ الْكَذِبَ أَنَّ لَهُمُ الْحُسْنَىٰ ۖ لَا جَرَمَ أَنَّ لَهُمُ النَّارَ وَأَنَّهُم مُّفْرَطُونَ 62

En zij kennen datgene waar zij (zelf) een afkeer van hebben aan Allah toe, en hun tongen beschrijven de leugen, (zij zeggen) dat er voor hen het goede is. Werkelijk, voor hen is er waarlijk het Vuur en (daarin) zullen zij vergeten worden.

تَاللَّهِ لَقَدْ أَرْسَلْنَا إِلَىٰ أُمَمٍ مِّن قَبْلِكَ فَزَيَّنَ لَهُمُ الشَّيْطَانُ أَعْمَالَهُمْ فَهُوَ وَلِيُّهُمُ الْيَوْمَ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ 63

Bij Allah! Voorzeker, Wij hebben (Boodschappers) gestuurd naar de volkeren vóór jou, waarna de satan hun (slechte) daden schoonschijnend voor hen maakte. Hij is vandaag (d.w.z. op de Dag des Oordeels) hun (zogenaamde) helper en voor hen is er een pijnlijke Bestraffing.

وَمَا أَنزَلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ إِلَّا لِتُبَيِّنَ لَهُمُ الَّذِي اخْتَلَفُوا فِيهِ ۙ وَهُدًى وَرَحْمَةً لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ 64

En Wij hebben het Boek slechts aan jou (o Mohammed) neergezonden om hun datgene waarover zij (van mening) verschilden duidelijk te maken, en (ook zonden Wij het Boek neer) als Leiding en Genade voor een volk dat gelooft.

وَاللَّهُ أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّقَوْمٍ يَسْمَعُونَ 65

En Allah zond water uit de hemel neer, waarmee Hij vervolgens de aarde na haar dood tot leven bracht. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor een volk dat luistert.

وَإِنَّ لَكُمْ فِي الْأَنْعَامِ لَعِبْرَةً ۖ نُّسْقِيكُم مِّمَّا فِي بُطُونِهِ مِن بَيْنِ فَرْثٍ وَدَمٍ لَّبَنًا خَالِصًا سَائِغًا لِّلشَّارِبِينَ 66

En waarlijk, voor jullie is er in het vee zeker een lering. Wij geven jullie te drinken van dat wat zich in hun buiken bevindt, (en hierin is) tussen dat wat afgescheiden wordt en (het) bloed, pure melk, (wat) smakelijk (is) voor de drinkers.

وَمِن ثَمَرَاتِ النَّخِيلِ وَالْأَعْنَابِ تَتَّخِذُونَ مِنْهُ سَكَرًا وَرِزْقًا حَسَنًا ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 67

En van de vruchten van de dadelpalmen en de druiven maken jullie een bedwelmende drank en een goed levensonderhoud. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor een volk dat nadenkt.

وَأَوْحَىٰ رَبُّكَ إِلَى النَّحْلِ أَنِ اتَّخِذِي مِنَ الْجِبَالِ بُيُوتًا وَمِنَ الشَّجَرِ وَمِمَّا يَعْرِشُونَ 68

En jouw Heer inspireerde de bij (zeggende): “Maak huizen (d.w.z. nesten) in de bergen, in de bomen en in datgene wat zij bouwen.

ثُمَّ كُلِي مِن كُلِّ الثَّمَرَاتِ فَاسْلُكِي سُبُلَ رَبِّكِ ذُلُلًا ۚ يَخْرُجُ مِن بُطُونِهَا شَرَابٌ مُّخْتَلِفٌ أَلْوَانُهُ فِيهِ شِفَاءٌ لِّلنَّاسِ ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَةً لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ 69

Eet vervolgens van allerlei vruchten en volg de wegen die jullie Heer gemakkelijk (voor jullie) heeft gemaakt.” Uit hun buiken (d.w.z. uit de buiken van de bijen) komt een drank met verschillende kleuren, waarin genezing is voor de mensen. Voorwaar, daarin bevindt zich zeker een teken voor een volk dat nadenkt.

وَاللَّهُ خَلَقَكُمْ ثُمَّ يَتَوَفَّاكُمْ ۚ وَمِنكُم مَّن يُرَدُّ إِلَىٰ أَرْذَلِ الْعُمُرِ لِكَيْ لَا يَعْلَمَ بَعْدَ عِلْمٍ شَيْئًا ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ قَدِيرٌ 70

En Allah heeft jullie geschapen en Hij neemt vervolgens jullie zielen weg. En onder jullie zijn er (sommigen) die teruggebracht worden naar de meest gebrekkige leeftijd, zodat hij na (enige) kennis (te hebben gehad) niets meer weet. Voorwaar, Allah is Alwetend, Almachtig.

وَاللَّهُ فَضَّلَ بَعْضَكُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ فِي الرِّزْقِ ۚ فَمَا الَّذِينَ فُضِّلُوا بِرَادِّي رِزْقِهِمْ عَلَىٰ مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُمْ فَهُمْ فِيهِ سَوَاءٌ ۚ أَفَبِنِعْمَةِ اللَّهِ يَجْحَدُونَ 71

En Allah heeft sommigen boven anderen bevoorrecht in levensonderhoud. Desondanks delen degenen die bevoorrecht zijn hun levensonderhoud niet met wat hun rechterhand bezit (d.w.z. hun slaven), opdat zij (en hun slaven) daarin (uiteindelijk) gelijk aan elkaar zullen zijn. Zullen zij dan de Gunst van Allah ontkennen?

وَاللَّهُ جَعَلَ لَكُم مِّنْ أَنفُسِكُمْ أَزْوَاجًا وَجَعَلَ لَكُم مِّنْ أَزْوَاجِكُم بَنِينَ وَحَفَدَةً وَرَزَقَكُم مِّنَ الطَّيِّبَاتِ ۚ أَفَبِالْبَاطِلِ يُؤْمِنُونَ وَبِنِعْمَتِ اللَّهِ هُمْ يَكْفُرُونَ 72

En Allah heeft uit julliezelf echtgenotes voor jullie gemaakt en Hij heeft voor jullie uit jullie echtgenotes kinderen en kleinkinderen gemaakt. En Hij voorzag jullie van het goede. Geloven zij dan in de valsheid en verloochenen zij de Gunst van Allah?

وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ اللَّهِ مَا لَا يَمْلِكُ لَهُمْ رِزْقًا مِّنَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ شَيْئًا وَلَا يَسْتَطِيعُونَ 73

En zij aanbidden naast Allah datgene wat niet in staat is om hen van enig levensonderhoud te voorzien vanuit de hemelen en de aarde. En zij (d.w.z. hun valse goden) zijn tot niets in staat.

فَلَا تَضْرِبُوا لِلَّهِ الْأَمْثَالَ ۚ إِنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ 74

Stel dus geen gelijken aan Allah. Waarlijk, Allah weet en jullie weten niet.

ضَرَبَ اللَّهُ مَثَلًا عَبْدًا مَّمْلُوكًا لَّا يَقْدِرُ عَلَىٰ شَيْءٍ وَمَن رَّزَقْنَاهُ مِنَّا رِزْقًا حَسَنًا فَهُوَ يُنفِقُ مِنْهُ سِرًّا وَجَهْرًا ۖ هَلْ يَسْتَوُونَ ۚ الْحَمْدُ لِلَّهِ ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 75

Allah stelt een voorbeeld van een slaaf die het bezit is van een ander, (en) die nergens toe in staat is, en van degene die Wij met goed levensonderhoud van Ons hebben voorzien en die daarvan in het geheim en openlijk uitgeeft. Zijn zij gelijk aan elkaar? (Alle) lof zij Allah. Welnee! De meesten van hen weten (het) niet.

وَضَرَبَ اللَّهُ مَثَلًا رَّجُلَيْنِ أَحَدُهُمَا أَبْكَمُ لَا يَقْدِرُ عَلَىٰ شَيْءٍ وَهُوَ كَلٌّ عَلَىٰ مَوْلَاهُ أَيْنَمَا يُوَجِّههُّ لَا يَأْتِ بِخَيْرٍ ۖ هَلْ يَسْتَوِي هُوَ وَمَن يَأْمُرُ بِالْعَدْلِ ۙ وَهُوَ عَلَىٰ صِرَاطٍ مُّسْتَقِيمٍ 76

En Allah stelt (eveneens) een voorbeeld van twee mannen. Eén van hen is stom (en) tot niets in staat, en hij is een last voor zijn meester. Waar hij hem ook heen stuurt, hij komt met niets goeds. Is hij dan gelijk aan degene die rechtvaardigheid beveelt en die zich op het rechte Pad bevindt?

وَلِلَّهِ غَيْبُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ ۚ وَمَا أَمْرُ السَّاعَةِ إِلَّا كَلَمْحِ الْبَصَرِ أَوْ هُوَ أَقْرَبُ ۚ إِنَّ اللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ 77

En aan Allah behoort het onwaarneembare van de hemelen en de aarde toe. En de zaak van het Uur (d.w.z. het aanbreken ervan) gebeurt slechts in een oogwenk, of zelfs sneller. Voorwaar, Allah is tot alles in staat.

وَاللَّهُ أَخْرَجَكُم مِّن بُطُونِ أُمَّهَاتِكُمْ لَا تَعْلَمُونَ شَيْئًا وَجَعَلَ لَكُمُ السَّمْعَ وَالْأَبْصَارَ وَالْأَفْئِدَةَ ۙ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ 78

En Allah heeft jullie uit de buiken van jullie moeders voortgebracht, terwijl jullie niets wisten. En Hij heeft voor jullie het gehoor, het zicht en de harten gemaakt, opdat jullie dankbaar zullen zijn.

أَلَمْ يَرَوْا إِلَى الطَّيْرِ مُسَخَّرَاتٍ فِي جَوِّ السَّمَاءِ مَا يُمْسِكُهُنَّ إِلَّا اللَّهُ ۗ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ 79

Zien zij dan niet hoe de vogels onderworpen zijn (aan het Bevel van Allah), halverwege de hemel (en de aarde vliegen zij)? Niemand kan hen (op die hoogte) houden, behalve Allah. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat gelooft.

وَاللَّهُ جَعَلَ لَكُم مِّن بُيُوتِكُمْ سَكَنًا وَجَعَلَ لَكُم مِّن جُلُودِ الْأَنْعَامِ بُيُوتًا تَسْتَخِفُّونَهَا يَوْمَ ظَعْنِكُمْ وَيَوْمَ إِقَامَتِكُمْ ۙ وَمِنْ أَصْوَافِهَا وَأَوْبَارِهَا وَأَشْعَارِهَا أَثَاثًا وَمَتَاعًا إِلَىٰ حِينٍ 80

En Allah heeft van jullie huizen een verblijfplaats voor jullie gemaakt. En Hij heeft voor jullie van de huiden van het vee huizen (d.w.z. tenten) gemaakt, die jullie als licht ervaren (om te verplaatsen) tijdens jullie reizen en tijdens jullie vestiging. En van hun wol, vacht en haren (heeft Allah voor jullie) meubels en een genot voor een bepaalde duur (gemaakt).

وَاللَّهُ جَعَلَ لَكُم مِّمَّا خَلَقَ ظِلَالًا وَجَعَلَ لَكُم مِّنَ الْجِبَالِ أَكْنَانًا وَجَعَلَ لَكُمْ سَرَابِيلَ تَقِيكُمُ الْحَرَّ وَسَرَابِيلَ تَقِيكُم بَأْسَكُمْ ۚ كَذَٰلِكَ يُتِمُّ نِعْمَتَهُ عَلَيْكُمْ لَعَلَّكُمْ تُسْلِمُونَ 81

En Allah heeft voor jullie van datgene wat Hij heeft geschapen schaduwen gemaakt. En Hij heeft van de bergen grotten (als verblijfplaatsen) voor jullie gemaakt. En Hij heeft voor jullie kleding gemaakt die jullie tegen de hitte beschermt en (oorlogs)kleding die jullie tijdens jullie oorlog(voering) beschermt. Zo vervolmaakt Hij Zijn Gunst aan jullie, opdat jullie je zullen overgeven (aan Hem).

فَإِن تَوَلَّوْا فَإِنَّمَا عَلَيْكَ الْبَلَاغُ الْمُبِينُ 82

Als zij zich dan afwenden (o Mohammed), dan rust op jou slechts (de plicht tot) de duidelijke verkondiging.

يَعْرِفُونَ نِعْمَتَ اللَّهِ ثُمَّ يُنكِرُونَهَا وَأَكْثَرُهُمُ الْكَافِرُونَ 83

Zij kennen de Gunst van Allah, maar vervolgens ontkennen zij deze. En de meesten van hen zijn ongelovigen.

وَيَوْمَ نَبْعَثُ مِن كُلِّ أُمَّةٍ شَهِيدًا ثُمَّ لَا يُؤْذَنُ لِلَّذِينَ كَفَرُوا وَلَا هُمْ يُسْتَعْتَبُونَ 84

En (gedenk) de Dag waarop Wij uit iedere gemeenschap een getuige zullen aanstellen, en er vervolgens geen toestemming wordt gegeven aan degenen die niet geloven (om zich te verontschuldigen) en zij ook niet in de gelegenheid worden gesteld om (terug te keren en hun Heer alsnog) te behagen.

وَإِذَا رَأَى الَّذِينَ ظَلَمُوا الْعَذَابَ فَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُمْ وَلَا هُمْ يُنظَرُونَ 85

En wanneer degenen die onrecht pleegden de Bestraffing zien, dan zal deze voor hen niet worden verlicht, en er wordt hun geen uitstel verleend.

وَإِذَا رَأَى الَّذِينَ أَشْرَكُوا شُرَكَاءَهُمْ قَالُوا رَبَّنَا هَٰؤُلَاءِ شُرَكَاؤُنَا الَّذِينَ كُنَّا نَدْعُو مِن دُونِكَ ۖ فَأَلْقَوْا إِلَيْهِمُ الْقَوْلَ إِنَّكُمْ لَكَاذِبُونَ 86

En wanneer degenen die deelgenoten (aan Allah) toekenden hun deelgenoten zien, zullen zij zeggen: “Onze Heer, dit zijn onze deelgenoten die wij naast U aanriepen.” Maar zij (d.w.z. hun deelgenoten) zullen (hierop) reageren (en tegen hen zeggen): “Voorwaar, jullie zijn zeker leugenaars.”

وَأَلْقَوْا إِلَى اللَّهِ يَوْمَئِذٍ السَّلَمَ ۖ وَضَلَّ عَنْهُم مَّا كَانُوا يَفْتَرُونَ 87

En op die Dag geven zij zich volledig over aan Allah en datgene wat zij hebben verzonnen zal hen (dan) verlaten.

الَّذِينَ كَفَرُوا وَصَدُّوا عَن سَبِيلِ اللَّهِ زِدْنَاهُمْ عَذَابًا فَوْقَ الْعَذَابِ بِمَا كَانُوا يُفْسِدُونَ 88

Degenen die niet geloven en die (de mensen) afhouden van de Weg van Allah, voor hen zullen Wij (de ene) Bestraffing op (de andere) Bestraffing laten toenemen, vanwege dat wat zij aan verderf hebben gezaaid.

وَيَوْمَ نَبْعَثُ فِي كُلِّ أُمَّةٍ شَهِيدًا عَلَيْهِم مِّنْ أَنفُسِهِمْ ۖ وَجِئْنَا بِكَ شَهِيدًا عَلَىٰ هَٰؤُلَاءِ ۚ وَنَزَّلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ تِبْيَانًا لِّكُلِّ شَيْءٍ وَهُدًى وَرَحْمَةً وَبُشْرَىٰ لِلْمُسْلِمِينَ 89

En (gedenk) de Dag waarop Wij uit iedere gemeenschap een getuige uit hun midden zullen aanstellen (die) tegen hen (zal getuigen). En Wij (dan) met jou (o Mohammed) als getuige komen tegen deze (gemeenschap). En Wij hebben aan jou het Boek (d.w.z. de Koran) neergezonden, als verduidelijking voor alle zaken en als Leiding, Genade en verheugende Tijding voor de moslims.

إِنَّ اللَّهَ يَأْمُرُ بِالْعَدْلِ وَالْإِحْسَانِ وَإِيتَاءِ ذِي الْقُرْبَىٰ وَيَنْهَىٰ عَنِ الْفَحْشَاءِ وَالْمُنكَرِ وَالْبَغْيِ ۚ يَعِظُكُمْ لَعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ 90

Voorwaar, Allah beveelt rechtvaardigheid, het goede en het geven (van hulp) aan de verwanten. En Hij verbiedt de verdorvenheid, het slechte en de overtreding. Hij vermaant jullie, opdat jullie er lering uit zullen trekken.

وَأَوْفُوا بِعَهْدِ اللَّهِ إِذَا عَاهَدتُّمْ وَلَا تَنقُضُوا الْأَيْمَانَ بَعْدَ تَوْكِيدِهَا وَقَدْ جَعَلْتُمُ اللَّهَ عَلَيْكُمْ كَفِيلًا ۚ إِنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا تَفْعَلُونَ 91

En kom het Verbond van Allah na wanneer jullie dit (met Hem) aangaan. En verbreek jullie eden niet nadat jullie deze hebben bevestigd. En voorzeker, jullie hebben Allah als jullie Hoeder genomen. Voorwaar, Allah is op de hoogte van wat jullie doen.

وَلَا تَكُونُوا كَالَّتِي نَقَضَتْ غَزْلَهَا مِن بَعْدِ قُوَّةٍ أَنكَاثًا تَتَّخِذُونَ أَيْمَانَكُمْ دَخَلًا بَيْنَكُمْ أَن تَكُونَ أُمَّةٌ هِيَ أَرْبَىٰ مِنْ أُمَّةٍ ۚ إِنَّمَا يَبْلُوكُمُ اللَّهُ بِهِ ۚ وَلَيُبَيِّنَنَّ لَكُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ مَا كُنتُمْ فِيهِ تَخْتَلِفُونَ 92

En wees niet zoals zij die haar garen losmaakte, nadat deze stevig waren gesponnen, door jullie eden als (bron van) misleiding tussen jullie te gebruiken, (slechts) omdat een gemeenschap groter is (in macht en kracht) dan een andere gemeenschap. Allah beproeft jullie hier slechts mee. En op de Dag der Opstanding zal Hij jullie datgene waarover jullie (van mening) verschilden zeker duidelijk maken.

وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ لَجَعَلَكُمْ أُمَّةً وَاحِدَةً وَلَٰكِن يُضِلُّ مَن يَشَاءُ وَيَهْدِي مَن يَشَاءُ ۚ وَلَتُسْأَلُنَّ عَمَّا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ 93

En als Allah het had gewild dan had Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt, maar Hij doet afdwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. En jullie zullen zeker ondervraagd worden over dat wat jullie hebben verricht.

وَلَا تَتَّخِذُوا أَيْمَانَكُمْ دَخَلًا بَيْنَكُمْ فَتَزِلَّ قَدَمٌ بَعْدَ ثُبُوتِهَا وَتَذُوقُوا السُّوءَ بِمَا صَدَدتُّمْ عَن سَبِيلِ اللَّهِ ۖ وَلَكُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ 94

En gebruik jullie eden niet als (bron van) misleiding tussen jullie, anders glijdt een voet (van het rechte Pad) af, nadat deze standvastig was. En jullie zullen het slechte (d.w.z. de bestraffing in deze wereld) proeven, vanwege het afhouden (van de mensen) van de Weg van Allah. En voor jullie is er een geweldige Bestraffing.

وَلَا تَشْتَرُوا بِعَهْدِ اللَّهِ ثَمَنًا قَلِيلًا ۚ إِنَّمَا عِندَ اللَّهِ هُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ 95

En ruil het Verbond van Allah niet in tegen een geringe prijs. Voorwaar, wat bij Allah is, is beter voor jullie, als jullie (het maar) wisten.

مَا عِندَكُمْ يَنفَدُ ۖ وَمَا عِندَ اللَّهِ بَاقٍ ۗ وَلَنَجْزِيَنَّ الَّذِينَ صَبَرُوا أَجْرَهُم بِأَحْسَنِ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ 96

Datgene wat jullie bezitten, zal vergaan. En wat Allah bezit, is blijvend. En degenen die geduldig zijn, zullen Wij zeker belonen met hun (verdiende) beloning (die) in overeenstemming (zal zijn) met het beste van wat zij deden.

مَنْ عَمِلَ صَالِحًا مِّن ذَكَرٍ أَوْ أُنثَىٰ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَلَنُحْيِيَنَّهُ حَيَاةً طَيِّبَةً ۖ وَلَنَجْزِيَنَّهُمْ أَجْرَهُم بِأَحْسَنِ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ 97

Degene die goede daden verricht, man of vrouw, en (die) een gelovige is, zullen Wij zeker een goed leven laten leiden. En Wij zullen hen zeker belonen met hun (verdiende) beloning (die) in overeenstemming (zal zijn) met het beste van wat zij deden.

فَإِذَا قَرَأْتَ الْقُرْآنَ فَاسْتَعِذْ بِاللَّهِ مِنَ الشَّيْطَانِ الرَّجِيمِ 98

Wanneer jij dan de Koran voordraagt, zoek dan jouw toevlucht bij Allah tegen de verdreven satan.

إِنَّهُ لَيْسَ لَهُ سُلْطَانٌ عَلَى الَّذِينَ آمَنُوا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ 99

Voorwaar, hij heeft geen macht over degenen die geloven en hun vertrouwen in hun Heer stellen.

إِنَّمَا سُلْطَانُهُ عَلَى الَّذِينَ يَتَوَلَّوْنَهُ وَالَّذِينَ هُم بِهِ مُشْرِكُونَ 100

Hij heeft slechts macht over degenen die hem (d.w.z. de satan) gehoorzamen en (over) degenen die deelgenoten aan Hem (Allah) toekennen.

وَإِذَا بَدَّلْنَا آيَةً مَّكَانَ آيَةٍ ۙ وَاللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا يُنَزِّلُ قَالُوا إِنَّمَا أَنتَ مُفْتَرٍ ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْلَمُونَ 101

En wanneer Wij een Vers vervangen door een ander Vers (uit de Koran), en Allah is beter op de hoogte van wat Hij neerzendt, (dan) zeggen zij: “Jij (o Mohammed) bent slechts iemand die leugens verzint.” Welnee! Maar de meesten van hen weten (het) niet.

قُلْ نَزَّلَهُ رُوحُ الْقُدُسِ مِن رَّبِّكَ بِالْحَقِّ لِيُثَبِّتَ الَّذِينَ آمَنُوا وَهُدًى وَبُشْرَىٰ لِلْمُسْلِمِينَ 102

Zeg (o Mohammed): “Roeh ul-Qoedoes (Gabriël) heeft het (d.w.z. de Koran) van jouw Heer met de Waarheid neergezonden, om degenen die geloven te verstevigen (in hun geloof), en als Leiding en verheugende Tijding voor de moslims.”

وَلَقَدْ نَعْلَمُ أَنَّهُمْ يَقُولُونَ إِنَّمَا يُعَلِّمُهُ بَشَرٌ ۗ لِّسَانُ الَّذِي يُلْحِدُونَ إِلَيْهِ أَعْجَمِيٌّ وَهَٰذَا لِسَانٌ عَرَبِيٌّ مُّبِينٌ 103

En voorzeker, Wij weten dat zij (d.w.z. de ongelovigen) zeggen: “Het is slechts een mens die hem (Mohammed) onderwijst.” De taal van degene naar wie zij verwijzen is niet-Arabisch, terwijl dit (d.w.z. de Koran in) een duidelijke Arabische taal is (geopenbaard).

إِنَّ الَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِآيَاتِ اللَّهِ لَا يَهْدِيهِمُ اللَّهُ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ 104

Voorwaar, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, Allah zal hen niet leiden en voor hen is er een pijnlijke Bestraffing.

إِنَّمَا يَفْتَرِي الْكَذِبَ الَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِآيَاتِ اللَّهِ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْكَاذِبُونَ 105

Het zijn slechts degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, die leugens verzinnen. En zij zijn de leugenaars.

مَن كَفَرَ بِاللَّهِ مِن بَعْدِ إِيمَانِهِ إِلَّا مَنْ أُكْرِهَ وَقَلْبُهُ مُطْمَئِنٌّ بِالْإِيمَانِ وَلَٰكِن مَّن شَرَحَ بِالْكُفْرِ صَدْرًا فَعَلَيْهِمْ غَضَبٌ مِّنَ اللَّهِ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ 106

Degene die niet in Allah gelooft nadat hij (eerder) geloofde (op hem rust de Woede van Allah), behalve degene die (tot ongeloof) wordt gedwongen terwijl zijn hart rust heeft gevonden in het geloof. Maar wie zijn borst openstelt voor het ongeloof, op hen rust de Woede van Allah. En voor hen is er een geweldige Bestraffing.

ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمُ اسْتَحَبُّوا الْحَيَاةَ الدُّنْيَا عَلَى الْآخِرَةِ وَأَنَّ اللَّهَ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الْكَافِرِينَ 107

Dit omdat zij het wereldse leven boven het Hiernamaals hebben verkozen. En voorwaar, Allah leidt het ongelovige volk niet.

أُولَٰئِكَ الَّذِينَ طَبَعَ اللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ وَسَمْعِهِمْ وَأَبْصَارِهِمْ ۖ وَأُولَٰئِكَ هُمُ الْغَافِلُونَ 108

Zij zijn degenen waarvan Allah de harten, het gehoor en het zicht heeft verzegeld. En zij zijn de onachtzamen.

لَا جَرَمَ أَنَّهُمْ فِي الْآخِرَةِ هُمُ الْخَاسِرُونَ 109

Werkelijk, zij zullen waarlijk in het Hiernamaals de verliezers zijn.

ثُمَّ إِنَّ رَبَّكَ لِلَّذِينَ هَاجَرُوا مِن بَعْدِ مَا فُتِنُوا ثُمَّ جَاهَدُوا وَصَبَرُوا إِنَّ رَبَّكَ مِن بَعْدِهَا لَغَفُورٌ رَّحِيمٌ 110

Voorwaar, jouw Heer is vervolgens voor degenen die emigreerden nadat zij werden beproefd, en (die) daarna streden (op Zijn Weg) en geduldig waren, waarlijk, jouw Heer is daarna (voor hen) zeker Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

يَوْمَ تَأْتِي كُلُّ نَفْسٍ تُجَادِلُ عَن نَّفْسِهَا وَتُوَفَّىٰ كُلُّ نَفْسٍ مَّا عَمِلَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ 111

(Gedenk) de Dag waarop iedere ziel het voor zichzelf opneemt en iedere ziel ten volle beloond zal worden voor dat wat zij heeft verricht. En er zal hun geen onrecht worden aangedaan.

وَضَرَبَ اللَّهُ مَثَلًا قَرْيَةً كَانَتْ آمِنَةً مُّطْمَئِنَّةً يَأْتِيهَا رِزْقُهَا رَغَدًا مِّن كُلِّ مَكَانٍ فَكَفَرَتْ بِأَنْعُمِ اللَّهِ فَأَذَاقَهَا اللَّهُ لِبَاسَ الْجُوعِ وَالْخَوْفِ بِمَا كَانُوا يَصْنَعُونَ 112

En Allah stelt een voorbeeld van een stad die in rust en vrede leefde. Haar levensonderhoud kwam tot haar in overvloed vanuit iedere plaats. Maar zij (d.w.z. de inwoners van de stad) verloochende de Gunsten van Allah, waarna Allah haar de kleding van honger en angst (d.w.z. extreme honger en angst) liet ervaren vanwege dat wat zij (d.w.z. de inwoners) deden.

وَلَقَدْ جَاءَهُمْ رَسُولٌ مِّنْهُمْ فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَهُمُ الْعَذَابُ وَهُمْ ظَالِمُونَ 113

En voorzeker, er is een Boodschapper uit hun midden tot hen gekomen, maar zij verloochenden hem. Toen werden zij getroffen door de bestraffing, terwijl zij onrechtplegers waren.

فَكُلُوا مِمَّا رَزَقَكُمُ اللَّهُ حَلَالًا طَيِّبًا وَاشْكُرُوا نِعْمَتَ اللَّهِ إِن كُنتُمْ إِيَّاهُ تَعْبُدُونَ 114

En eet van datgene waarmee Allah jullie heeft voorzien, en dat wat toegestaan en goed is. En wees dankbaar voor de Gunst van Allah, als jullie Hem (daadwerkelijk) aanbidden.

إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيْكُمُ الْمَيْتَةَ وَالدَّمَ وَلَحْمَ الْخِنزِيرِ وَمَا أُهِلَّ لِغَيْرِ اللَّهِ بِهِ ۖ فَمَنِ اضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلَا عَادٍ فَإِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ 115

Hij heeft jullie slechts de dode dieren, het bloed, het varkensvlees en datgene waarover (de naam van) een ander dan Allah (tijdens het slachten) is genoemd, verboden. Maar wie door noodzaak gedwongen wordt zonder dat hij het wenst, en niet overdrijft, waarlijk, Allah is dan Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.

وَلَا تَقُولُوا لِمَا تَصِفُ أَلْسِنَتُكُمُ الْكَذِبَ هَٰذَا حَلَالٌ وَهَٰذَا حَرَامٌ لِّتَفْتَرُوا عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ ۚ إِنَّ الَّذِينَ يَفْتَرُونَ عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ لَا يُفْلِحُونَ 116

En zeg niet door middel van de leugen die jullie tongen beschrijven: “Dit is toegestaan en dit is verboden”, om (op deze manier) leugens over Allah te verzinnen. Voorwaar, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen nooit succesvol zijn.

مَتَاعٌ قَلِيلٌ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ 117

(Dit is) een kortstondige genieting, en voor hen is er een pijnlijke Bestraffing.

وَعَلَى الَّذِينَ هَادُوا حَرَّمْنَا مَا قَصَصْنَا عَلَيْكَ مِن قَبْلُ ۖ وَمَا ظَلَمْنَاهُمْ وَلَٰكِن كَانُوا أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ 118

En voor de joden verboden Wij datgene waarover Wij jou (o Mohammed) eerder hebben verteld. En Wij deden hun geen onrecht aan, maar zij deden zichzelf onrecht aan.

ثُمَّ إِنَّ رَبَّكَ لِلَّذِينَ عَمِلُوا السُّوءَ بِجَهَالَةٍ ثُمَّ تَابُوا مِن بَعْدِ ذَٰلِكَ وَأَصْلَحُوا إِنَّ رَبَّكَ مِن بَعْدِهَا لَغَفُورٌ رَّحِيمٌ 119

Voorwaar, jouw Heer is vervolgens voor degenen die zondigen uit onwetendheid, (en) daarna berouw tonen en zich beteren. Voorwaar, jouw Heer is daarna zeker Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol (voor hen).

إِنَّ إِبْرَاهِيمَ كَانَ أُمَّةً قَانِتًا لِّلَّهِ حَنِيفًا وَلَمْ يَكُ مِنَ الْمُشْرِكِينَ 120

Voorwaar, Ibraahiem was een leider (in het goede), (en hij was) gehoorzaam aan Allah (en) een Hanief. En hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.

شَاكِرًا لِّأَنْعُمِهِ ۚ اجْتَبَاهُ وَهَدَاهُ إِلَىٰ صِرَاطٍ مُّسْتَقِيمٍ 121

(Hij was zijn Heer) dankbaar voor Zijn Gunsten. Hij (Allah) heeft hem verkozen en geleid naar het rechte Pad.

وَآتَيْنَاهُ فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً ۖ وَإِنَّهُ فِي الْآخِرَةِ لَمِنَ الصَّالِحِينَ 122

En Wij gaven hem het goede in deze wereld en waarlijk, in het Hiernamaals zal hij tot de rechtschapenen behoren.

ثُمَّ أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ أَنِ اتَّبِعْ مِلَّةَ إِبْرَاهِيمَ حَنِيفًا ۖ وَمَا كَانَ مِنَ الْمُشْرِكِينَ 123

Vervolgens openbaarden Wij aan jou (o Mohammed): “Volg de religie van Ibraahiem, als een Hanief.” En hij (Ibraahiem) behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.

إِنَّمَا جُعِلَ السَّبْتُ عَلَى الَّذِينَ اخْتَلَفُوا فِيهِ ۚ وَإِنَّ رَبَّكَ لَيَحْكُمُ بَيْنَهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فِيمَا كَانُوا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ 124

(Het eerbiedigen van) de Sabbat was slechts voorgeschreven voor degenen die daarover (van mening) verschilden. En voorwaar, jouw Heer zal op de Dag der Opstanding zeker tussen hen oordelen over datgene waarover zij (van mening) verschilden.

ادْعُ إِلَىٰ سَبِيلِ رَبِّكَ بِالْحِكْمَةِ وَالْمَوْعِظَةِ الْحَسَنَةِ ۖ وَجَادِلْهُم بِالَّتِي هِيَ أَحْسَنُ ۚ إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِ ۖ وَهُوَ أَعْلَمُ بِالْمُهْتَدِينَ 125

Nodig uit naar de Weg van jouw Heer met wijsheid en goede predicatie, en redetwist met hen op de beste wijze. Voorwaar, jouw Heer, Hij weet wie van Zijn Weg is afgedwaald, en Hij weet wie de recht geleiden zijn.

وَإِنْ عَاقَبْتُمْ فَعَاقِبُوا بِمِثْلِ مَا عُوقِبْتُم بِهِ ۖ وَلَئِن صَبَرْتُمْ لَهُوَ خَيْرٌ لِّلصَّابِرِينَ 126

En als jullie straffen, straf dan met het gelijke (d.w.z. overeenkomstig met datgene) waarmee jullie zijn gestraft. En als jullie geduld tonen (en daarvan afzien), dan is dat zeker beter voor de geduldigen.

وَاصْبِرْ وَمَا صَبْرُكَ إِلَّا بِاللَّهِ ۚ وَلَا تَحْزَنْ عَلَيْهِمْ وَلَا تَكُ فِي ضَيْقٍ مِّمَّا يَمْكُرُونَ 127

En wees geduldig (o Mohammed), en jouw (opgebrachte) geduld is slechts dankzij Allah. En treur niet om hen (d.w.z. om de veelgodenaanbidders) en voel je niet benauwd door wat zij aan listen beramen.

إِنَّ اللَّهَ مَعَ الَّذِينَ اتَّقَوا وَّالَّذِينَ هُم مُّحْسِنُونَ 128

Voorwaar, Allah is met degenen die (Allah) vrezen en degenen die weldoeners zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close