Soera 14 – Ibrahim – Abraham – إبراهيم

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

الٓرۚ كِتَٰبٌ أَنزَلۡنَٰهُ إِلَيۡكَ لِتُخۡرِجَ ٱلنَّاسَ مِنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ بِإِذۡنِ رَبِّهِمۡ إِلَىٰ صِرَٰطِ ٱلۡعَزِيزِ ٱلۡحَمِيدِ 1

Alif, Lām, Rā. (Dit is) een Boek dat Wij aan jou (O Mohammed) hebben geopenbaard opdat jij de mensheid uit de duisternis naar het licht moge leiden, met toestemming van hun Heer, naar het Pad van de Almachtige, de Eigenaar van alle lofbetuigingen.

ٱللَّهِ ٱلَّذِي لَهُۥ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِۗ وَوَيۡلٞ لِّلۡكَٰفِرِينَ مِنۡ عَذَابٖ شَدِيدٍ 2

Allah aan Wie wat in de hemelen en alles wat op aarde is behoort. En wee de ongelovigen, voor een strenge bestraffing.

ٱلَّذِينَ يَسۡتَحِبُّونَ ٱلۡحَيَوٰةَ ٱلدُّنۡيَا عَلَى ٱلۡأٓخِرَةِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَيَبۡغُونَهَا عِوَجًاۚ أُوْلَـٰٓئِكَ فِي ضَلَٰلِۭ بَعِيدٖ 3

Degenen die de voorkeur geven aan het leven van deze wereld in plaats van het leven in het Hiernamaals, en afhouden van de Weg van Allah en die wensen dat die krom wordt – zij zijn ver afgedwaald.

وَمَآ أَرۡسَلۡنَا مِن رَّسُولٍ إِلَّا بِلِسَانِ قَوۡمِهِۦ لِيُبَيِّنَ لَهُمۡۖ فَيُضِلُّ ٱللَّهُ مَن يَشَآءُ وَيَهۡدِي مَن يَشَآءُۚ وَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلۡحَكِيمُ 4

En Wij sturen geen Boodschapper behalve met de taal van zijn volk, zodat hij (de Boodschap) voor hen duidelijk kan maken. Daarna doet Allah dwalen wie Hij wil en leidt Hij wie Hij wil. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.

وَلَقَدۡ أَرۡسَلۡنَا مُوسَىٰ بِـَٔايَٰتِنَآ أَنۡ أَخۡرِجۡ قَوۡمَكَ مِنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ وَذَكِّرۡهُم بِأَيَّىٰمِ ٱللَّهِۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَٰتٖ لِّكُلِّ صَبَّارٖ شَكُورٖ 5

En voorwaar, Wij stuurden Mozes met Onze Tekenen (zeggende): “Breng jullie volk van de duisternis naar het licht en herinner hen aan de dagen van Allah.” Waarlijk, daarin zijn bewijzen en Tekenen voor alle geduldige dankbaren.

وَإِذۡ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِ ٱذۡكُرُواْ نِعۡمَةَ ٱللَّهِ عَلَيۡكُمۡ إِذۡ أَنجَىٰكُم مِّنۡ ءَالِ فِرۡعَوۡنَ يَسُومُونَكُمۡ سُوٓءَ ٱلۡعَذَابِ وَيُذَبِّحُونَ أَبۡنَآءَكُمۡ وَيَسۡتَحۡيُونَ نِسَآءَكُمۡۚ وَفِي ذَٰلِكُم بَلَآءٞ مِّن رَّبِّكُمۡ عَظِيمٞ 6

En (gedenk) toen Mozes tegen zijn volk zei: “Herinner je Allah’s gunsten over jullie, toen Hij jullie redde van het volk van de Farao, die jullie met vreselijke bestraffing troffen, en jullie zonen afslachten en jullie dochters in leven lieten, en daarin was een vreselijke beproeving van jullie Heer.”

وَإِذۡ تَأَذَّنَ رَبُّكُمۡ لَئِن شَكَرۡتُمۡ لَأَزِيدَنَّكُمۡۖ وَلَئِن كَفَرۡتُمۡ إِنَّ عَذَابِي لَشَدِيدٞ 7

En (gedenk) toen jullie Heer verklaarde: “Als jullie dank betuigen, dan geef Ik jullie meer maar als jullie ondankbaar zijn, waarlijk! Mijn bestraffing is zeker zwaar.”

وَقَالَ مُوسَىٰٓ إِن تَكۡفُرُوٓاْ أَنتُمۡ وَمَن فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعٗا فَإِنَّ ٱللَّهَ لَغَنِيٌّ حَمِيدٌ 8

En Mozes zei: “Als jullie ondankbaar zijn, jullie en allen op de aarde tezamen, dan voorwaar! Allah is Behoefteloos, Eigenaar van alle lofprijzingen.”

أَلَمۡ يَأۡتِكُمۡ نَبَؤُاْ ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ قَوۡمِ نُوحٖ وَعَادٖ وَثَمُودَ وَٱلَّذِينَ مِنۢ بَعۡدِهِمۡ لَا يَعۡلَمُهُمۡ إِلَّا ٱللَّهُۚ جَآءَتۡهُمۡ رُسُلُهُم بِٱلۡبَيِّنَٰتِ فَرَدُّوٓاْ أَيۡدِيَهُمۡ فِيٓ أَفۡوَٰهِهِمۡ وَقَالُوٓاْ إِنَّا كَفَرۡنَا بِمَآ أُرۡسِلۡتُم بِهِۦ وَإِنَّا لَفِي شَكّٖ مِّمَّا تَدۡعُونَنَآ إِلَيۡهِ مُرِيبٖ 9

Heeft jullie het nieuws niet bereikt van degenen vóór jullie, het volk van Noah, en ‘Ad, en Thamoed? En degenen na hen? Niemand kent hen, behalve Allah. Tot hen kwamen hun Boodschappers met duidelijke bewijzen, maar zij legden hun handen over hun monden en zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet aan datgene wat aan jou gestuurd is en wij verkeren echt in grote twijfel over datgene waartoe jij ons uitnodigt.”

۞قَالَتۡ رُسُلُهُمۡ أَفِي ٱللَّهِ شَكّٞ فَاطِرِ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۖ يَدۡعُوكُمۡ لِيَغۡفِرَ لَكُم مِّن ذُنُوبِكُمۡ وَيُؤَخِّرَكُمۡ إِلَىٰٓ أَجَلٖ مُّسَمّٗىۚ قَالُوٓاْ إِنۡ أَنتُمۡ إِلَّا بَشَرٞ مِّثۡلُنَا تُرِيدُونَ أَن تَصُدُّونَا عَمَّا كَانَ يَعۡبُدُ ءَابَآؤُنَا فَأۡتُونَا بِسُلۡطَٰنٖ مُّبِينٖ 10

Hun Boodschappers zeiden: “Wat! Kan er twijfel bestaan over Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde?" Hij roept jullie opdat Hij jullie moge vergeven voor jullie zonden en om jullie uitstel te geven voor een vastgestelde termijn.” Zij zeiden: “Jullie zijn niets anders dan mensen zoals wij! Jullie wensen dat wij ons afkeren van wat onze vaders gewoonlijk aanbaden. Geef ons dan een duidelijk bewijs.”

قَالَتۡ لَهُمۡ رُسُلُهُمۡ إِن نَّحۡنُ إِلَّا بَشَرٞ مِّثۡلُكُمۡ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَمُنُّ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنۡ عِبَادِهِۦۖ وَمَا كَانَ لَنَآ أَن نَّأۡتِيَكُم بِسُلۡطَٰنٍ إِلَّا بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ 11

Hun Boodschappers zeiden tegen hen: “Wij zijn niet meer dan mensen zoals jullie, maar Allah schenkt Zijn genade aan wie Hij wil van Zijn dienaren. Het is niet aan ons om jullie een bewijs te geven behalve met de toestemming van Allah. En op (alleen) Allah leggen de gelovigen hun vertrouwen.

وَمَا لَنَآ أَلَّا نَتَوَكَّلَ عَلَى ٱللَّهِ وَقَدۡ هَدَىٰنَا سُبُلَنَاۚ وَلَنَصۡبِرَنَّ عَلَىٰ مَآ ءَاذَيۡتُمُونَاۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُتَوَكِّلُونَ 12

En waarom zouden wij ons vertrouwen niet bij Allah leggen want Hij heeft ons zeker geleid op onze wegen. En wij zullen zeker geduldig alle kwetsuren verdragen die jullie ons toebrengen, en laat daarom zij die vertrouwen hebben, hun vertrouwen op Allah stellen.”

وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لِرُسُلِهِمۡ لَنُخۡرِجَنَّكُم مِّنۡ أَرۡضِنَآ أَوۡ لَتَعُودُنَّ فِي مِلَّتِنَاۖ فَأَوۡحَىٰٓ إِلَيۡهِمۡ رَبُّهُمۡ لَنُهۡلِكَنَّ ٱلظَّـٰلِمِينَ 13

En degenen die ongelovig waren zeiden tot hun Boodschappers: “Zeker, wij zullen jullie het land uit jagen, of jullie moeten tot onze godsdienst terugkeren.” Toen openbaarde hun Heer hen: “Waarlijk, Wij zullen de onrechtvaardigen vernietigen.

وَلَنُسۡكِنَنَّكُمُ ٱلۡأَرۡضَ مِنۢ بَعۡدِهِمۡۚ ذَٰلِكَ لِمَنۡ خَافَ مَقَامِي وَخَافَ وَعِيدِ 14

En voorwaar, Wij zullen er voor zorgen dat jullie in het land na hen wonen. Dit is voor degene die vreest voor Mij te staan en die Mijn waarschuwing vreest.”

وَٱسۡتَفۡتَحُواْ وَخَابَ كُلُّ جَبَّارٍ عَنِيدٖ 15

Maar zij vroegen om een overwinning en de hulp (van hun Heer), en elke koppige, arrogante alleenheerser onderging een volledig verlies en vernietiging.

مِّن وَرَآئِهِۦ جَهَنَّمُ وَيُسۡقَىٰ مِن مَّآءٖ صَدِيدٖ 16

Vóór hen ligt de Hel. En hij wordt gedwongen om kokend water te drinken.

يَتَجَرَّعُهُۥ وَلَا يَكَادُ يُسِيغُهُۥ وَيَأۡتِيهِ ٱلۡمَوۡتُ مِن كُلِّ مَكَانٖ وَمَا هُوَ بِمَيِّتٖۖ وَمِن وَرَآئِهِۦ عَذَابٌ غَلِيظٞ 17

Hij zal het met kleine teugen drinken en hij zal grote problemen ondervinden in het doorslikken daarvan. En de dood zal hem van alle kanten benaderen, maar hij zal niet sterven en voor hem zal een grote bestraffing zijn.

مَّثَلُ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ بِرَبِّهِمۡۖ أَعۡمَٰلُهُمۡ كَرَمَادٍ ٱشۡتَدَّتۡ بِهِ ٱلرِّيحُ فِي يَوۡمٍ عَاصِفٖۖ لَّا يَقۡدِرُونَ مِمَّا كَسَبُواْ عَلَىٰ شَيۡءٖۚ ذَٰلِكَ هُوَ ٱلضَّلَٰلُ ٱلۡبَعِيدُ 18

De vergelijking van degenen die niet in hun Heer geloven is dat van hun werken die als as zijn, waarover de wind hard blaast op een stormachtige dag. Zij zullen niet in staat zijn vast te houden wat zij verdiend hebben. Dat is het afdwalen.

أَلَمۡ تَرَ أَنَّ ٱللَّهَ خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضَ بِٱلۡحَقِّۚ إِن يَشَأۡ يُذۡهِبۡكُمۡ وَيَأۡتِ بِخَلۡقٖ جَدِيدٖ 19

Zie jij (O Mohammed) niet dat Allah de hemelen en de aarde in Waarheid heeft geschapen? Als Hij dat wil kan Hij jullie verwijderen (en) brengt Hij een nieuwe schepping voort.

وَمَا ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ بِعَزِيزٖ 20

En voor Allah is dat niet moeilijk.

وَبَرَزُواْ لِلَّهِ جَمِيعٗا فَقَالَ ٱلضُّعَفَـٰٓؤُاْ لِلَّذِينَ ٱسۡتَكۡبَرُوٓاْ إِنَّا كُنَّا لَكُمۡ تَبَعٗا فَهَلۡ أَنتُم مُّغۡنُونَ عَنَّا مِنۡ عَذَابِ ٱللَّهِ مِن شَيۡءٖۚ قَالُواْ لَوۡ هَدَىٰنَا ٱللَّهُ لَهَدَيۡنَٰكُمۡۖ سَوَآءٌ عَلَيۡنَآ أَجَزِعۡنَآ أَمۡ صَبَرۡنَا مَا لَنَا مِن مَّحِيصٖ 21

En zij zullen allen voor Allah verschijnen dan zullen de zwakken tegen degenen die hun arrogante (leiders) waren, zeggen: “Waarlijk, wij volgden jullie, kunnen jullie dan iets van Allah’s bestraffing afwenden?” Zij zullen zeggen: “Als Allah ons geleid had, dan zouden wij jullie geleid hebben. Het is voor ons gelijk of wij ongeduld tonen of geduldig zijn, er is geen vluchtplaats voor ons.”

وَقَالَ ٱلشَّيۡطَٰنُ لَمَّا قُضِيَ ٱلۡأَمۡرُ إِنَّ ٱللَّهَ وَعَدَكُمۡ وَعۡدَ ٱلۡحَقِّ وَوَعَدتُّكُمۡ فَأَخۡلَفۡتُكُمۡۖ وَمَا كَانَ لِيَ عَلَيۡكُم مِّن سُلۡطَٰنٍ إِلَّآ أَن دَعَوۡتُكُمۡ فَٱسۡتَجَبۡتُمۡ لِيۖ فَلَا تَلُومُونِي وَلُومُوٓاْ أَنفُسَكُمۖ مَّآ أَنَا۠ بِمُصۡرِخِكُمۡ وَمَآ أَنتُم بِمُصۡرِخِيَّ إِنِّي كَفَرۡتُ بِمَآ أَشۡرَكۡتُمُونِ مِن قَبۡلُۗ إِنَّ ٱلظَّـٰلِمِينَ لَهُمۡ عَذَابٌ أَلِيمٞ 22

En Sheitan zei toen de zaak besloten was: “Waarlijk, Allah heeft jullie een ware belofte gedaan. En ik heb jullie ook iets beloofd maar ik heb jullie verraden. Ik had geen gezag over jullie, behalve dat ik jullie geroepen heb en jullie mijn (roep) beantwoord hebben. Geef mij dus niet de schuld maar geef jullie zelf de schuld. Ik kan jullie niet helpen, noch kunnen jullie mij helpen. Ik ontken (het feit) dat jullie mij voordien als deelgenoot naast Allah hebben geplaatst. Waarlijk, er is een pijnlijke bestraffing voor de onrechtvaardigen.”

وَأُدۡخِلَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ جَنَّـٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَا بِإِذۡنِ رَبِّهِمۡۖ تَحِيَّتُهُمۡ فِيهَا سَلَٰمٌ 23

En degenen die geloofden en goede daden verrichtten, zullen de Tuinen waar rivieren onder door stromen binnengaan, om daarin voor altijd te verblijven met de toestemming van hun Heer. Hun groet zal daar ‘vrede’ zijn.

أَلَمۡ تَرَ كَيۡفَ ضَرَبَ ٱللَّهُ مَثَلٗا كَلِمَةٗ طَيِّبَةٗ كَشَجَرَةٖ طَيِّبَةٍ أَصۡلُهَا ثَابِتٞ وَفَرۡعُهَا فِي ٱلسَّمَآءِ 24

Zien jullie niet hoe Allah een vergelijking maakt met een goede uitspraak, die als een goede boom "is, wiens wortels stevig in de grond staan, en de takken naar de hemel reiken?

تُؤۡتِيٓ أُكُلَهَا كُلَّ حِينِۭ بِإِذۡنِ رَبِّهَاۗ وَيَضۡرِبُ ٱللَّهُ ٱلۡأَمۡثَالَ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمۡ يَتَذَكَّرُونَ 25

Hij geeft zijn vruchten in elk seizoen, met de toestemming van zijn Heer, Allah geeft gelijkenissen voor de mensheid. Hopelijk zullen zij er lering uit trekken.

وَمَثَلُ كَلِمَةٍ خَبِيثَةٖ كَشَجَرَةٍ خَبِيثَةٍ ٱجۡتُثَّتۡ مِن فَوۡقِ ٱلۡأَرۡضِ مَا لَهَا مِن قَرَارٖ 26

En de gelijkenis van een kwaad woord is die van de kwade boom die ontworteld is en geen stabiliteit heeft.

يُثَبِّتُ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ بِٱلۡقَوۡلِ ٱلثَّابِتِ فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا وَفِي ٱلۡأٓخِرَةِۖ وَيُضِلُّ ٱللَّهُ ٱلظَّـٰلِمِينَۚ وَيَفۡعَلُ ٱللَّهُ مَا يَشَآءُ 27

Allah versterkt degenen die geloven met de standvastige uitspraak (de geloofsbelijdenis) tijdens het wereldse leven en in het Hiernamaals. En Allah zal degenen die onrechtvaardig zijn laten dwalen, en Allah doet wat Hij wil.

۞أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ بَدَّلُواْ نِعۡمَتَ ٱللَّهِ كُفۡرٗا وَأَحَلُّواْ قَوۡمَهُمۡ دَارَ ٱلۡبَوَارِ 28

Heb jij diegenen dan niet gezien die (dankbaarheid voor) de zegeningen van Allah hebben vervangen door ongeloof (om op die manier de Boodschapper te kunnen ontkennen), en ervoor zorgen dat hun volk in het huis van de vernietiging zal wonen?

جَهَنَّمَ يَصۡلَوۡنَهَاۖ وَبِئۡسَ ٱلۡقَرَارُ 29

De Hel, waarin zij zullen branden: en een kwade plaats is dat om in te verblijven!

وَجَعَلُواْ لِلَّهِ أَندَادٗا لِّيُضِلُّواْ عَن سَبِيلِهِۦۗ قُلۡ تَمَتَّعُواْ فَإِنَّ مَصِيرَكُمۡ إِلَى ٱلنَّارِ 30

En zij geven Allah medegoden om (de mensen) van het rechte Pad af te leiden! Zeg: “Geniet! Maar zeker zal jullie bestemming het Hellevuur zijn.”

قُل لِّعِبَادِيَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ يُقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَيُنفِقُواْ مِمَّا رَزَقۡنَٰهُمۡ سِرّٗا وَعَلَانِيَةٗ مِّن قَبۡلِ أَن يَأۡتِيَ يَوۡمٞ لَّا بَيۡعٞ فِيهِ وَلَا خِلَٰلٌ 31

Zeg (O Mohammed) tot Mijn slaven die geloven, dat zij de gebeden perfect moeten verrichten en van hun onderhoud wat Wij hen gegeven hebben, openlijk en in het geheim liefdadigheid moeten geven voordat er een Dag komt, waarop er geen wederzijdse afdinging of vriendschap zal zijn.

ٱللَّهُ ٱلَّذِي خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضَ وَأَنزَلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءٗ فَأَخۡرَجَ بِهِۦ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ رِزۡقٗا لَّكُمۡۖ وَسَخَّرَ لَكُمُ ٱلۡفُلۡكَ لِتَجۡرِيَ فِي ٱلۡبَحۡرِ بِأَمۡرِهِۦۖ وَسَخَّرَ لَكُمُ ٱلۡأَنۡهَٰرَ 32

Allah is Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen en het water uit de hemelen naar beneden stuurt, en daardoor vruchten voortbrengt als onderhoud voor jullie; en Hij heeft de schepen voor jullie dienstbaar gemaakt, opdat zij op Zijn bevel over zee zullen varen, en Hij heeft de rivieren dienstbaar voor jullie gemaakt.

وَسَخَّرَ لَكُمُ ٱلشَّمۡسَ وَٱلۡقَمَرَ دَآئِبَيۡنِۖ وَسَخَّرَ لَكُمُ ٱلَّيۡلَ وَٱلنَّهَارَ 33

En Hij heeft de zon en de maan dienstbaar gemaakt, beiden voortdurend hun koers vervolgend.En Hij maakte voor jullie de nacht en de dag dienstbaar.

وَءَاتَىٰكُم مِّن كُلِّ مَا سَأَلۡتُمُوهُۚ وَإِن تَعُدُّواْ نِعۡمَتَ ٱللَّهِ لَا تُحۡصُوهَآۗ إِنَّ ٱلۡإِنسَٰنَ لَظَلُومٞ كَفَّارٞ 34

En Hij heeft jullie alles gegeven waar jullie om gevraagd hebben. En als jullie de (ontelbare) gunsten van Allah willen tellen, dan zullen jullie daar nooit toe in staat zijn. Waarlijk! De mens is inderdaad onrechtvaardig, ondankbaar.

وَإِذۡ قَالَ إِبۡرَٰهِيمُ رَبِّ ٱجۡعَلۡ هَٰذَا ٱلۡبَلَدَ ءَامِنٗا وَٱجۡنُبۡنِي وَبَنِيَّ أَن نَّعۡبُدَ ٱلۡأَصۡنَامَ 35

En (gedenk) toen Ibrahim zei: “O mijn Heer! Maak deze stad (een stad) van vrede en veiligheid, vermijd dat ik en mijn zonen afgod(sbeeld)en zullen aanbidden.

رَبِّ إِنَّهُنَّ أَضۡلَلۡنَ كَثِيرٗا مِّنَ ٱلنَّاسِۖ فَمَن تَبِعَنِي فَإِنَّهُۥ مِنِّيۖ وَمَنۡ عَصَانِي فَإِنَّكَ غَفُورٞ رَّحِيمٞ 36

O mijn Heer! De (aanbidding van deze) afgoden hebben veel mensen op een dwaalspoor gebracht. Maar eenieder die mij volgt, die behoort bij mij. En eenieder die mij ongehoorzaam is, voorwaar U bent de Vergevingsgezinde, de Barmhartige.

رَّبَّنَآ إِنِّيٓ أَسۡكَنتُ مِن ذُرِّيَّتِي بِوَادٍ غَيۡرِ ذِي زَرۡعٍ عِندَ بَيۡتِكَ ٱلۡمُحَرَّمِ رَبَّنَا لِيُقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَ فَٱجۡعَلۡ أَفۡـِٔدَةٗ مِّنَ ٱلنَّاسِ تَهۡوِيٓ إِلَيۡهِمۡ وَٱرۡزُقۡهُم مِّنَ ٱلثَّمَرَٰتِ لَعَلَّهُمۡ يَشۡكُرُونَ 37

O onze Heer! Ik heb mijn kinderen laten wonen in een dal wonen waar geen landbouw is, bij Uw Heilige Huis (de Ka’ba) O onze Heer, (ik liet hen achter) zodat zij hun gebeden zullen onderhouden, vul dus wat harten onder de mensen met liefde voor hen en voorzie hen van vruchten. Hopelijk zullen zij dankbaar zijn.

رَبَّنَآ إِنَّكَ تَعۡلَمُ مَا نُخۡفِي وَمَا نُعۡلِنُۗ وَمَا يَخۡفَىٰ عَلَى ٱللَّهِ مِن شَيۡءٖ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَلَا فِي ٱلسَّمَآءِ 38

Onze Heer! Zeker, U weet wat wij verbergen en wat wij openlijk doen. Niets op aarde of in de hemel is voor Allah verborgen.

ٱلۡحَمۡدُ لِلَّهِ ٱلَّذِي وَهَبَ لِي عَلَى ٱلۡكِبَرِ إِسۡمَٰعِيلَ وَإِسۡحَٰقَۚ إِنَّ رَبِّي لَسَمِيعُ ٱلدُّعَآءِ 39

Alle lof zij Allah, die mij op hoge leeftijd Ismael en Isaac heeft gegeven. Waarlijk! Mijn Heer is zeker Alhorend van de smeekbeden.

رَبِّ ٱجۡعَلۡنِي مُقِيمَ ٱلصَّلَوٰةِ وَمِن ذُرِّيَّتِيۚ رَبَّنَا وَتَقَبَّلۡ دُعَآءِ 40

Mijn Heer! Zorg dat ik mijn gebeden verricht en (ook) mij nageslacht, onze Heer! En accepteer mijn smeekgebeden.

رَبَّنَا ٱغۡفِرۡ لِي وَلِوَٰلِدَيَّ وَلِلۡمُؤۡمِنِينَ يَوۡمَ يَقُومُ ٱلۡحِسَابُ 41

Onze Heer! Vergeef mij en mijn ouders en (alle) gelovigen op de Dag waarop de afrekening plaatsvindt.”

وَلَا تَحۡسَبَنَّ ٱللَّهَ غَٰفِلًا عَمَّا يَعۡمَلُ ٱلظَّـٰلِمُونَۚ إِنَّمَا يُؤَخِّرُهُمۡ لِيَوۡمٖ تَشۡخَصُ فِيهِ ٱلۡأَبۡصَٰرُ 42

Denk niet (O Mohammed) dat Allah achteloos tegenover wat de onrechtvaardigen doen. Maar Hij geeft hen slechts uitstel tot de Dag waarop de ogen naar de verschrikking zullen staren.

مُهۡطِعِينَ مُقۡنِعِي رُءُوسِهِمۡ لَا يَرۡتَدُّ إِلَيۡهِمۡ طَرۡفُهُمۡۖ وَأَفۡـِٔدَتُهُمۡ هَوَآءٞ 43

(Zij zullen zich) voorwaarts haasten met opgeheven hoofd, (naar de hemel), terwijl zij hun blik niet kunnen afwenden en hun harten leeg zijn.

وَأَنذِرِ ٱلنَّاسَ يَوۡمَ يَأۡتِيهِمُ ٱلۡعَذَابُ فَيَقُولُ ٱلَّذِينَ ظَلَمُواْ رَبَّنَآ أَخِّرۡنَآ إِلَىٰٓ أَجَلٖ قَرِيبٖ نُّجِبۡ دَعۡوَتَكَ وَنَتَّبِعِ ٱلرُّسُلَۗ أَوَلَمۡ تَكُونُوٓاْ أَقۡسَمۡتُم مِّن قَبۡلُ مَا لَكُم مِّن زَوَالٖ 44

En waarschuw de mensheid voor de Dag wanneer de bestraffing tot hen zal komen; dan zullen de zondaren zeggen: “Onze Heer! Geef ons nog een klein beetje uitstel, wij zullen Uw oproep beantwoorden en de Boodschappers volgen!” (Er zal tot hen gezegd worden): “Hebben jullie vroeger niet gezworen dat jullie (de wereld niet voor het Hiernamaals) zullen verlaten?”

وَسَكَنتُمۡ فِي مَسَٰكِنِ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوٓاْ أَنفُسَهُمۡ وَتَبَيَّنَ لَكُمۡ كَيۡفَ فَعَلۡنَا بِهِمۡ وَضَرَبۡنَا لَكُمُ ٱلۡأَمۡثَالَ 45

En jullie verbleven in de woonplaatsen van de mensen die zichzelf onrecht hebben aangedaan, en het is voor jullie duidelijk geworden hoe Wij met hen omgaan. En Wij hebben voor jullie vergelijkingen gemaakt.

وَقَدۡ مَكَرُواْ مَكۡرَهُمۡ وَعِندَ ٱللَّهِ مَكۡرُهُمۡ وَإِن كَانَ مَكۡرُهُمۡ لِتَزُولَ مِنۡهُ ٱلۡجِبَالُ 46

Voorwaar, zij hebben hun plannen gesmeed, en hun plan was bekend bij Allah. Ondanks dat hun plan zo was, dat er bergen door zouden worden verzet.

فَلَا تَحۡسَبَنَّ ٱللَّهَ مُخۡلِفَ وَعۡدِهِۦ رُسُلَهُۥٓۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٞ ذُو ٱنتِقَامٖ 47

Denk dus niet dat Allah Zijn belofte aan Zijn Boodschappers niet zou houden. Zeker, Allah is Almachtig, de Bezitter van de Vergelding.

يَوۡمَ تُبَدَّلُ ٱلۡأَرۡضُ غَيۡرَ ٱلۡأَرۡضِ وَٱلسَّمَٰوَٰتُۖ وَبَرَزُواْ لِلَّهِ ٱلۡوَٰحِدِ ٱلۡقَهَّارِ 48

Op de Dag dat de aarde in een andere aarde zal veranderen en de hemelen ook. En de mensen zullen voor Allah verschijnen, de Ene, de Onweerstaanbare.

وَتَرَى ٱلۡمُجۡرِمِينَ يَوۡمَئِذٖ مُّقَرَّنِينَ فِي ٱلۡأَصۡفَادِ 49

En jij zal op die Dag de misdadigers zien aan elkaar vastgebonden met ketenen.

سَرَابِيلُهُم مِّن قَطِرَانٖ وَتَغۡشَىٰ وُجُوهَهُمُ ٱلنَّارُ 50

Hun kleding zal van pek zijn en de Hel zal hun gezichten bedekken.

لِيَجۡزِيَ ٱللَّهُ كُلَّ نَفۡسٖ مَّا كَسَبَتۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلۡحِسَابِ 51

Dat Allah ieder persoon moge belonen wat hij verdiend heeft. Waarlijk, Allah is snel in de afrekening.

هَٰذَا بَلَٰغٞ لِّلنَّاسِ وَلِيُنذَرُواْ بِهِۦ وَلِيَعۡلَمُوٓاْ أَنَّمَا هُوَ إِلَٰهٞ وَٰحِدٞ وَلِيَذَّكَّرَ أُوْلُواْ ٱلۡأَلۡبَٰبِ 52

Deze (Koran) is een Boodschap voor de mensheid, zodat zij daardoor mee gewaarschuwd zullen worden en opdat zij weten dat Hij de Enige God is. Geen heeft het recht aanbeden te worden behalve Allah en dat de mensen van begrip daarop acht slaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close