Soera 13 – Ar-Ra-d – De Donder – الرّعد

bismillah ir rahman ir rahim

المر ۚ تِلْكَ آيَاتُ الْكِتَابِ ۗ وَالَّذِي أُنزِلَ إِلَيْكَ مِن رَّبِّكَ الْحَقُّ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يُؤْمِنُونَ 1

Alif-Laam-Miem-Raa. Dit zijn de Verzen van het Boek (d.w.z. van de Koran). En datgene wat door jouw Heer aan jou (o Mohammed) is neergezonden, is de Waarheid, maar de meeste mensen geloven niet.

اللَّهُ الَّذِي رَفَعَ السَّمَاوَاتِ بِغَيْرِ عَمَدٍ تَرَوْنَهَا ۖ ثُمَّ اسْتَوَىٰ عَلَى الْعَرْشِ ۖ وَسَخَّرَ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ ۖ كُلٌّ يَجْرِي لِأَجَلٍ مُّسَمًّى ۚ يُدَبِّرُ الْأَمْرَ يُفَصِّلُ الْآيَاتِ لَعَلَّكُم بِلِقَاءِ رَبِّكُمْ تُوقِنُونَ 2

Allah is Degene Die de hemelen heeft verheven zonder (gebruik te maken van) pilaren die jullie kunnen zien. Vervolgens heeft Hij Zich boven de Troon verheven. En Hij maakte de zon en de maan dienstbaar (aan jullie). Eenieder (van hen) draait tot een vastgesteld tijdstip. Hij regelt (alle) zaken, (en) Hij zet de tekenen uiteen, opdat jullie overtuigd zullen zijn van de Ontmoeting met jullie Heer.

وَهُوَ الَّذِي مَدَّ الْأَرْضَ وَجَعَلَ فِيهَا رَوَاسِيَ وَأَنْهَارًا ۖ وَمِن كُلِّ الثَّمَرَاتِ جَعَلَ فِيهَا زَوْجَيْنِ اثْنَيْنِ ۖ يُغْشِي اللَّيْلَ النَّهَارَ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ 3

En Hij is Degene Die de aarde heeft uitgespreid en daarop stevige bergen en rivieren heeft gemaakt. En van alle soorten vruchten heeft Hij twee paren gemaakt. Hij laat de nacht de dag bedekken. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَفِي الْأَرْضِ قِطَعٌ مُّتَجَاوِرَاتٌ وَجَنَّاتٌ مِّنْ أَعْنَابٍ وَزَرْعٌ وَنَخِيلٌ صِنْوَانٌ وَغَيْرُ صِنْوَانٍ يُسْقَىٰ بِمَاءٍ وَاحِدٍ وَنُفَضِّلُ بَعْضَهَا عَلَىٰ بَعْضٍ فِي الْأُكُلِ ۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَآيَاتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ 4

En op de aarde bevinden zich aan elkaar grenzende gebieden en tuinen met druiven, en gewassen en dadelpalmen, waarvan (d.w.z. van deze dadelpalmen) sommige bij elkaar groeien en andere verspreid (van elkaar). Dit (alles) wordt met hetzelfde water besproeid. En Wij doen sommige (vruchten) van andere in smaak verschillen. Voorwaar, daarin bevinden zich zeker tekenen voor een volk dat nadenkt.

وَإِن تَعْجَبْ فَعَجَبٌ قَوْلُهُمْ أَإِذَا كُنَّا تُرَابًا أَإِنَّا لَفِي خَلْقٍ جَدِيدٍ ۗ أُولَٰئِكَ الَّذِينَ كَفَرُوا بِرَبِّهِمْ ۖ وَأُولَٰئِكَ الْأَغْلَالُ فِي أَعْنَاقِهِمْ ۖ وَأُولَٰئِكَ أَصْحَابُ النَّارِ ۖ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ 5

En als jij je verbaast (o Mohammed), verbazingwekkender is dan hun uitspraak: “Zullen wij, wanneer wij aarde zijn geworden, daadwerkelijk (weer) als nieuwe schepsels worden opgewekt?” Zij zijn degenen die niet in hun Heer geloven. En zij zijn degenen die ketenen om hun nekken zullen hebben. En zij zijn de bewoners van het Vuur, zij verblijven daarin voor eeuwig.

وَيَسْتَعْجِلُونَكَ بِالسَّيِّئَةِ قَبْلَ الْحَسَنَةِ وَقَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِهِمُ الْمَثُلَاتُ ۗ وَإِنَّ رَبَّكَ لَذُو مَغْفِرَةٍ لِّلنَّاسِ عَلَىٰ ظُلْمِهِمْ ۖ وَإِنَّ رَبَّكَ لَشَدِيدُ الْعِقَابِ 6

En zij vragen jou om het slechte (d.w.z. de bestraffing) vóór het goede (d.w.z. vóór de genade) te bespoedigen, terwijl er zeker reeds vóór hen gelijksoortige (bestraffingen) zijn geweest. En voorwaar, jouw Heer is zeker de Bezitter van Vergiffenis voor de mensen, ondanks hun onrechtvaardigheid. En voorwaar, jouw Heer is zeker Hard in de bestraffing.

وَيَقُولُ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْلَا أُنزِلَ عَلَيْهِ آيَةٌ مِّن رَّبِّهِ ۗ إِنَّمَا أَنتَ مُنذِرٌ ۖ وَلِكُلِّ قَوْمٍ هَادٍ 7

En degenen die niet geloven, zeggen: “Werd er maar een teken van zijn Heer aan hem neergezonden.” Jij bent slechts een waarschuwer, en voor ieder volk is er een leider.

اللَّهُ يَعْلَمُ مَا تَحْمِلُ كُلُّ أُنثَىٰ وَمَا تَغِيضُ الْأَرْحَامُ وَمَا تَزْدَادُ ۖ وَكُلُّ شَيْءٍ عِندَهُ بِمِقْدَارٍ 8

Allah weet wat iedere vrouw draagt, en (eveneens) wat de baarmoeders (aan tijdsduur) zullen verminderen (wat betreft de zwangerschapsperiode van negen maanden) en wat deze (aan tijdsduur) zullen vermeerderen. En alles is bij Hem gebonden aan een vast tijdstip.

عَالِمُ الْغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ الْكَبِيرُ الْمُتَعَالِ 9

(En Hij is) de Alwetende over het onwaarneembare en het waarneembare, (Hij is) de Grootste, de Meest Verhevene.

سَوَاءٌ مِّنكُم مَّنْ أَسَرَّ الْقَوْلَ وَمَن جَهَرَ بِهِ وَمَنْ هُوَ مُسْتَخْفٍ بِاللَّيْلِ وَسَارِبٌ بِالنَّهَارِ 10

Degene onder jullie die (zijn) uitspraken verbergt, is (voor Hem) gelijk aan degene die deze hardop verkondigt. En degene die (zijn daden) in de nacht verbergt en (degene die zijn daden) overdag openbaar maakt (zijn eveneens gelijk voor Hem).

لَهُ مُعَقِّبَاتٌ مِّن بَيْنِ يَدَيْهِ وَمِنْ خَلْفِهِ يَحْفَظُونَهُ مِنْ أَمْرِ اللَّهِ ۗ إِنَّ اللَّهَ لَا يُغَيِّرُ مَا بِقَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا مَا بِأَنفُسِهِمْ ۗ وَإِذَا أَرَادَ اللَّهُ بِقَوْمٍ سُوءًا فَلَا مَرَدَّ لَهُ ۚ وَمَا لَهُم مِّن دُونِهِ مِن وَالٍ 11

Hij (Allah) is in het bezit van Engelen die elkaar opvolgen. (Deze bevinden zich) vóór hem (d.w.z. vóór degene die zijn daden verbergt of openbaar maakt) en achter hem. Zij waken over hem op Bevel van Allah. Voorwaar, Allah zal (de goede toestand van) een volk niet veranderen, totdat zij het zelf veranderen. En als Allah het slechte voor een volk wil, dan is er niemand die het kan afwenden. En zij zullen naast Hem geen beschermer hebben.

هُوَ الَّذِي يُرِيكُمُ الْبَرْقَ خَوْفًا وَطَمَعًا وَيُنشِئُ السَّحَابَ الثِّقَالَ 12

Hij is Degene Die de bliksem aan jullie laat zien om vrees en hoop (bij jullie) op te wekken. En (Hij is Degene Die) zware wolken laat ontstaan.

وَيُسَبِّحُ الرَّعْدُ بِحَمْدِهِ وَالْمَلَائِكَةُ مِنْ خِيفَتِهِ وَيُرْسِلُ الصَّوَاعِقَ فَيُصِيبُ بِهَا مَن يَشَاءُ وَهُمْ يُجَادِلُونَ فِي اللَّهِ وَهُوَ شَدِيدُ الْمِحَالِ 13

En de donder verheerlijkt Hem met Zijn Lofuitingen, en (ook) de Engelen (doen dit), uit vrees voor Hem. En Hij stuurt de bliksemschichten en treft daarmee wie Hij wil, toch redetwisten zij (d.w.z. de ongelovigen) over Allah. En Hij is Hard in de bestraffing.

لَهُ دَعْوَةُ الْحَقِّ ۖ وَالَّذِينَ يَدْعُونَ مِن دُونِهِ لَا يَسْتَجِيبُونَ لَهُم بِشَيْءٍ إِلَّا كَبَاسِطِ كَفَّيْهِ إِلَى الْمَاءِ لِيَبْلُغَ فَاهُ وَمَا هُوَ بِبَالِغِهِ ۚ وَمَا دُعَاءُ الْكَافِرِينَ إِلَّا فِي ضَلَالٍ 14

Aan Hem (Alleen) behoort de oproep van de Waarheid toe, en degenen die zij (als deelgenoten) naast Hem aanroepen zullen hen (wat hun smeekbeden betreft) in niets verhoren. (Dit is net) als iemand die zijn handen naar het water uitstrekt zodat het zijn mond bereikt, maar hij bereikt het (water) niet. En datgene wat de ongelovigen aanroepen, is slechts dwaling.

وَلِلَّهِ يَسْجُدُ مَن فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ طَوْعًا وَكَرْهًا وَظِلَالُهُم بِالْغُدُوِّ وَالْآصَالِ ۩ 15

En voor Allah knielt datgene neer wat zich in de hemelen en op de aarde bevindt, gewillig en ongewillig. En hun schaduwen (knielen eveneens neer) in de ochtend en in de namiddag.

قُلْ مَن رَّبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ قُلِ اللَّهُ ۚ قُلْ أَفَاتَّخَذْتُم مِّن دُونِهِ أَوْلِيَاءَ لَا يَمْلِكُونَ لِأَنفُسِهِمْ نَفْعًا وَلَا ضَرًّا ۚ قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الْأَعْمَىٰ وَالْبَصِيرُ أَمْ هَلْ تَسْتَوِي الظُّلُمَاتُ وَالنُّورُ ۗ أَمْ جَعَلُوا لِلَّهِ شُرَكَاءَ خَلَقُوا كَخَلْقِهِ فَتَشَابَهَ الْخَلْقُ عَلَيْهِمْ ۚ قُلِ اللَّهُ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ وَهُوَ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ 16

Zeg (o Mohammed): “Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?” Zeg: “Allah.” Zeg: “Nemen jullie dan naast Hem helpers, die niet in staat zijn om zichzelf te baten of te schaden?” Zeg: “Zijn de blinde en degene die kan zien dan gelijk aan elkaar? Of zijn de duisternissen gelijk aan het licht? Of kennen zij aan Allah deelgenoten toe die iets zoals Zijn schepping zouden hebben geschapen, waardoor de (beide) scheppingen voor hen op elkaar lijken?” Zeg: “Allah is de Schepper van alle zaken, en Hij is de Enige, de Overweldiger.”

أَنزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَسَالَتْ أَوْدِيَةٌ بِقَدَرِهَا فَاحْتَمَلَ السَّيْلُ زَبَدًا رَّابِيًا ۚ وَمِمَّا يُوقِدُونَ عَلَيْهِ فِي النَّارِ ابْتِغَاءَ حِلْيَةٍ أَوْ مَتَاعٍ زَبَدٌ مِّثْلُهُ ۚ كَذَٰلِكَ يَضْرِبُ اللَّهُ الْحَقَّ وَالْبَاطِلَ ۚ فَأَمَّا الزَّبَدُ فَيَذْهَبُ جُفَاءً ۖ وَأَمَّا مَا يَنفَعُ النَّاسَ فَيَمْكُثُ فِي الْأَرْضِ ۚ كَذَٰلِكَ يَضْرِبُ اللَّهُ الْأَمْثَالَ 17

Hij zond water uit de hemel neer, waarna rivieren in hun (bepaalde) maat (in beddingen) stroomden. Vervolgens droeg de stroom aan de oppervlakte schuim met zich mee. En (ook) uit datgene (d.w.z. het erts) wat zij in het vuur verhitten om er sieraden of materialen mee te maken, ontstaat een soortgelijk schuim. Zo stelt Allah (een voorbeeld met betrekking tot) de Waarheid en de valsheid. En wat betreft het schuim; het wordt als iets onbruikbaars (door de wind of de waterstroom) weggevoerd, terwijl dat wat de mensen baat op aarde overblijft. Zo stelt Allah de voorbeelden.

لِلَّذِينَ اسْتَجَابُوا لِرَبِّهِمُ الْحُسْنَىٰ ۚ وَالَّذِينَ لَمْ يَسْتَجِيبُوا لَهُ لَوْ أَنَّ لَهُم مَّا فِي الْأَرْضِ جَمِيعًا وَمِثْلَهُ مَعَهُ لَافْتَدَوْا بِهِ ۚ أُولَٰئِكَ لَهُمْ سُوءُ الْحِسَابِ وَمَأْوَاهُمْ جَهَنَّمُ ۖ وَبِئْسَ الْمِهَادُ 18

Voor degenen die gehoor gaven aan (de Oproep van) hun Heer is er het Goede (d.w.z. het Paradijs). Maar degenen die geen gehoor gaven aan Hem (d.w.z. aan Zijn Oproep): als zij alles wat zich op de aarde bevindt en het gelijke daaraan zouden bezitten, dan zouden zij zich hiermee (in het Hiernamaals) zeker willen vrijkopen. Voor hen is er de verschrikkelijke Afrekening. En hun verblijfplaats is de Hel en dat is de slechtste Verblijfplaats.

أَفَمَن يَعْلَمُ أَنَّمَا أُنزِلَ إِلَيْكَ مِن رَّبِّكَ الْحَقُّ كَمَنْ هُوَ أَعْمَىٰ ۚ إِنَّمَا يَتَذَكَّرُ أُولُو الْأَلْبَابِ 19

Is degene die weet dat wat door jouw Heer aan jou is neergezonden de Waarheid is, gelijk aan degene die blind is? Slechts de bezitters van verstand trekken er lering uit.

الَّذِينَ يُوفُونَ بِعَهْدِ اللَّهِ وَلَا يَنقُضُونَ الْمِيثَاقَ 20

Degenen die de Belofte van Allah nakomen en het Verbond niet verbreken.

وَالَّذِينَ يَصِلُونَ مَا أَمَرَ اللَّهُ بِهِ أَن يُوصَلَ وَيَخْشَوْنَ رَبَّهُمْ وَيَخَافُونَ سُوءَ الْحِسَابِ 21

En degenen die nakomen wat Allah heeft bevolen om intact te houden (d.w.z. de familiebetrekkingen), en (degenen die) hun Heer vrezen en angst hebben voor de verschrikkelijke Afrekening.

وَالَّذِينَ صَبَرُوا ابْتِغَاءَ وَجْهِ رَبِّهِمْ وَأَقَامُوا الصَّلَاةَ وَأَنفَقُوا مِمَّا رَزَقْنَاهُمْ سِرًّا وَعَلَانِيَةً وَيَدْرَءُونَ بِالْحَسَنَةِ السَّيِّئَةَ أُولَٰئِكَ لَهُمْ عُقْبَى الدَّارِ 22

En degenen die geduldig zijn, strevend naar het Gezicht van hun Heer, het gebed onderhouden, uitgeven van datgene waarmee Wij hen hebben voorzien, in het geheim en openlijk, en (die) het slechte met het goede weren; voor hen is er een (gelukkige) Eindbestemming (in het Hiernamaals).

جَنَّاتُ عَدْنٍ يَدْخُلُونَهَا وَمَن صَلَحَ مِنْ آبَائِهِمْ وَأَزْوَاجِهِمْ وَذُرِّيَّاتِهِمْ ۖ وَالْمَلَائِكَةُ يَدْخُلُونَ عَلَيْهِم مِّن كُلِّ بَابٍ 23

Zij zullen de Tuinen van cAdn (d.w.z. van het Paradijs) binnentreden en (dit geldt ook voor) degenen die goede daden hebben verricht onder hun voorvaderen, hun echtgenotes en hun nageslacht. En de Engelen zullen via elke poort bij hen binnentreden.

سَلَامٌ عَلَيْكُم بِمَا صَبَرْتُمْ ۚ فَنِعْمَ عُقْبَى الدَّارِ 24

(Zeggende:) “Salaamoen cAleykoem (vrede zij met jullie), vanwege jullie geduld. Geweldig is de Eindbestemming (in het Hiernamaals).”

وَالَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهْدَ اللَّهِ مِن بَعْدِ مِيثَاقِهِ وَيَقْطَعُونَ مَا أَمَرَ اللَّهُ بِهِ أَن يُوصَلَ وَيُفْسِدُونَ فِي الْأَرْضِ ۙ أُولَٰئِكَ لَهُمُ اللَّعْنَةُ وَلَهُمْ سُوءُ الدَّارِ 25

En degenen die het Verbond van Allah verbreken na het bekrachtigen ervan, en afsnijden wat Allah heeft bevolen om intact te houden (aan familiebetrekkingen) en verderf op aarde zaaien; voor hen is er de Vloek (van Allah) en voor hen is er de verschrikkelijke Eindbestemming (d.w.z. de Hel).

اللَّهُ يَبْسُطُ الرِّزْقَ لِمَن يَشَاءُ وَيَقْدِرُ ۚ وَفَرِحُوا بِالْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَمَا الْحَيَاةُ الدُّنْيَا فِي الْآخِرَةِ إِلَّا مَتَاعٌ 26

Allah vermeerdert het levensonderhoud voor wie Hij wil en Hij vermindert (voor wie Hij wil). En zij zijn verblijd met (de vermeerdering van het levensonderhoud in) het wereldse leven, terwijl het wereldse leven in vergelijking met het Hiernamaals slechts een (kortstondige) genieting is.

وَيَقُولُ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْلَا أُنزِلَ عَلَيْهِ آيَةٌ مِّن رَّبِّهِ ۗ قُلْ إِنَّ اللَّهَ يُضِلُّ مَن يَشَاءُ وَيَهْدِي إِلَيْهِ مَنْ أَنَابَ 27

En degenen die niet geloven, zeggen: “Werd er maar een teken van zijn Heer aan hem neergezonden.” Zeg: “Voorwaar, Allah doet afdwalen wie Hij wil en Hij leidt naar Zichzelf degene die berouwvol terugkeert.”

الَّذِينَ آمَنُوا وَتَطْمَئِنُّ قُلُوبُهُم بِذِكْرِ اللَّهِ ۗ أَلَا بِذِكْرِ اللَّهِ تَطْمَئِنُّ الْقُلُوبُ 28

(Dat zijn) degenen die geloven en van wie de harten door het gedenken van Allah tot rust komen. Weet dat door het gedenken van Allah de harten tot rust komen.

الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ طُوبَىٰ لَهُمْ وَحُسْنُ مَآبٍ 29

Voor degenen die geloven en goede daden verrichten, is er Toebaa en de beste Terugkeer.

كَذَٰلِكَ أَرْسَلْنَاكَ فِي أُمَّةٍ قَدْ خَلَتْ مِن قَبْلِهَا أُمَمٌ لِّتَتْلُوَ عَلَيْهِمُ الَّذِي أَوْحَيْنَا إِلَيْكَ وَهُمْ يَكْفُرُونَ بِالرَّحْمَٰنِ ۚ قُلْ هُوَ رَبِّي لَا إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ عَلَيْهِ تَوَكَّلْتُ وَإِلَيْهِ مَتَابِ 30

Zo hebben Wij jou (o Mohammed) naar een gemeenschap gestuurd, waarvóór zeker andere gemeenschappen zijn heengegaan, opdat jij datgene wat Wij aan jou openbaarden aan hen zult voordragen, terwijl zij niet geloven in de Meest Barmhartige. Zeg: “Hij is mijn Heer, er is geen god dan Hij. In Hem stel ik mijn vertrouwen. En tot Hem keer ik berouwvol terug.”

وَلَوْ أَنَّ قُرْآنًا سُيِّرَتْ بِهِ الْجِبَالُ أَوْ قُطِّعَتْ بِهِ الْأَرْضُ أَوْ كُلِّمَ بِهِ الْمَوْتَىٰ ۗ بَل لِّلَّهِ الْأَمْرُ جَمِيعًا ۗ أَفَلَمْ يَيْأَسِ الَّذِينَ آمَنُوا أَن لَّوْ يَشَاءُ اللَّهُ لَهَدَى النَّاسَ جَمِيعًا ۗ وَلَا يَزَالُ الَّذِينَ كَفَرُوا تُصِيبُهُم بِمَا صَنَعُوا قَارِعَةٌ أَوْ تَحُلُّ قَرِيبًا مِّن دَارِهِمْ حَتَّىٰ يَأْتِيَ وَعْدُ اللَّهِ ۚ إِنَّ اللَّهَ لَا يُخْلِفُ الْمِيعَادَ 31

En als er een Boek was geweest waarmee de bergen konden worden verplaatst, of waarmee de aarde kon worden gespleten, of (waardoor) de doden konden spreken (dan zou het deze Koran zijn geweest). Welnee! Aan Allah behoren alle zaken toe. Weten degenen die geloven dan niet dat als Allah het had gewild, Hij zeker alle mensen zou hebben geleid? En degenen die niet geloven blijven door onheil getroffen worden vanwege dat wat zij (aan slechte daden) deden, of er zal dichtbij hun huizen onheil plaatsvinden, totdat de Belofte van Allah komt. Waarlijk, Allah verbreekt de Belofte niet.

وَلَقَدِ اسْتُهْزِئَ بِرُسُلٍ مِّن قَبْلِكَ فَأَمْلَيْتُ لِلَّذِينَ كَفَرُوا ثُمَّ أَخَذْتُهُمْ ۖ فَكَيْفَ كَانَ عِقَابِ 32

En voorzeker, er zijn Boodschappers vóór jou bespot, maar Ik verleende degenen die niet geloofden uitstel. Vervolgens greep Ik hen. Hoe (verschrikkelijk) was toen Mijn Bestraffing?

أَفَمَنْ هُوَ قَائِمٌ عَلَىٰ كُلِّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ ۗ وَجَعَلُوا لِلَّهِ شُرَكَاءَ قُلْ سَمُّوهُمْ ۚ أَمْ تُنَبِّئُونَهُ بِمَا لَا يَعْلَمُ فِي الْأَرْضِ أَم بِظَاهِرٍ مِّنَ الْقَوْلِ ۗ بَلْ زُيِّنَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا مَكْرُهُمْ وَصُدُّوا عَنِ السَّبِيلِ ۗ وَمَن يُضْلِلِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِنْ هَادٍ 33

Is Degene Die over datgene waakt wat iedere ziel verworven heeft (dan gelijk aan de afgoden die niets weten)? En zij kennen deelgenoten aan Allah toe. Zeg: “Benoem hen.” Of zullen jullie Hem berichten over datgene op aarde wat Hij niet weet, of zijn het (slechts) valse woorden (waarmee jullie je afgoden beschrijven)?” Welnee! Hun listen zijn schoonschijnend gemaakt voor degenen die niet geloven en zij zijn van de Weg (van Allah) afgehouden. En degene die Allah doet afdwalen, voor hem is er geen leider.

لَّهُمْ عَذَابٌ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا ۖ وَلَعَذَابُ الْآخِرَةِ أَشَقُّ ۖ وَمَا لَهُم مِّنَ اللَّهِ مِن وَاقٍ 34

Voor hen is er een bestraffing in het wereldse leven, maar de bestraffing van het Hiernamaals is zeker zwaarder. En zij zullen geen beschermer tegen Allah hebben.

مَّثَلُ الْجَنَّةِ الَّتِي وُعِدَ الْمُتَّقُونَ ۖ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ ۖ أُكُلُهَا دَائِمٌ وَظِلُّهَا ۚ تِلْكَ عُقْبَى الَّذِينَ اتَّقَوا ۖ وَّعُقْبَى الْكَافِرِينَ النَّارُ 35

De beschrijving van het Paradijs dat aan de godsvruchtigen is beloofd (is als volgt): (een Paradijs) waaronder rivieren stromen. De vruchten daarin zijn voor eeuwig en (zo ook) haar schaduw. Dit is de Eindbestemming van degenen die (Allah) vrezen. En de Eindbestemming van de ongelovigen is het Vuur.

وَالَّذِينَ آتَيْنَاهُمُ الْكِتَابَ يَفْرَحُونَ بِمَا أُنزِلَ إِلَيْكَ ۖ وَمِنَ الْأَحْزَابِ مَن يُنكِرُ بَعْضَهُ ۚ قُلْ إِنَّمَا أُمِرْتُ أَنْ أَعْبُدَ اللَّهَ وَلَا أُشْرِكَ بِهِ ۚ إِلَيْهِ أَدْعُو وَإِلَيْهِ مَآبِ 36

En degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven, verblijden zich met dat wat aan jou is neergezonden. En onder de bondgenoten bevinden zich (sommigen) die een deel daarvan ontkennen. Zeg (o Mohammed): “Mij is slechts opgedragen om (alleen) Allah te aanbidden en geen deelgenoten aan Hem toe te kennen. Tot Hem (Alleen) nodig ik uit en tot Hem is mijn terugkeer.”

وَكَذَٰلِكَ أَنزَلْنَاهُ حُكْمًا عَرَبِيًّا ۚ وَلَئِنِ اتَّبَعْتَ أَهْوَاءَهُم بَعْدَمَا جَاءَكَ مِنَ الْعِلْمِ مَا لَكَ مِنَ اللَّهِ مِن وَلِيٍّ وَلَا وَاقٍ 37

En zo hebben Wij het (d.w.z. de Koran) als een Oordeel in het Arabisch neergezonden. En als jij (o Mohammed) hun begeerten had gevolgd, nadat de Kennis tot jou was gekomen, dan zou jij tegen Allah geen helper of beschermer hebben.

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا رُسُلًا مِّن قَبْلِكَ وَجَعَلْنَا لَهُمْ أَزْوَاجًا وَذُرِّيَّةً ۚ وَمَا كَانَ لِرَسُولٍ أَن يَأْتِيَ بِآيَةٍ إِلَّا بِإِذْنِ اللَّهِ ۗ لِكُلِّ أَجَلٍ كِتَابٌ 38

En voorzeker, Wij hebben vóór jou Boodschappers gestuurd en Wij maakten voor hen echtgenotes en nakomelingen. En het is een Boodschapper niet gegeven om met een teken te komen, behalve met de Toestemming van Allah. Voor elke zaak (die door Allah is bepaald) is er een vastgesteld tijdstip.

يَمْحُو اللَّهُ مَا يَشَاءُ وَيُثْبِتُ ۖ وَعِندَهُ أُمُّ الْكِتَابِ 39

Allah wist uit wat Hij wil en Hij bevestigt (wat Hij wil). En bij Hem ligt de Moeder van de Boeken.

وَإِن مَّا نُرِيَنَّكَ بَعْضَ الَّذِي نَعِدُهُمْ أَوْ نَتَوَفَّيَنَّكَ فَإِنَّمَا عَلَيْكَ الْبَلَاغُ وَعَلَيْنَا الْحِسَابُ 40

En of Wij jou nu een deel van datgene dat Wij hun beloofden (aan bestraffing) laten zien, of dat Wij jouw ziel (eerder) wegnemen; op jou rust slechts (de plicht tot) de verkondiging en aan Ons is de Afrekening.

أَوَلَمْ يَرَوْا أَنَّا نَأْتِي الْأَرْضَ نَنقُصُهَا مِنْ أَطْرَافِهَا ۚ وَاللَّهُ يَحْكُمُ لَا مُعَقِّبَ لِحُكْمِهِ ۚ وَهُوَ سَرِيعُ الْحِسَابِ 41

Hebben zij dan niet gezien dat Wij Ons tot de aarde wenden en deze (vervolgens) aan haar uiteinden inperken? En Allah (is Degene Die) oordeelt. Niemand is in staat om Zijn Oordeel af te weren en Hij is Snel in de Afrekening.

وَقَدْ مَكَرَ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَلِلَّهِ الْمَكْرُ جَمِيعًا ۖ يَعْلَمُ مَا تَكْسِبُ كُلُّ نَفْسٍ ۗ وَسَيَعْلَمُ الْكُفَّارُ لِمَنْ عُقْبَى الدَّارِ 42

En voorzeker, degenen vóór hen beraamden listen, maar aan Allah behoren alle plannen toe. Hij weet wat elke ziel verwerft en de ongelovigen zullen weten voor wie er een (gelukkige) Eindbestemming is (in het Hiernamaals).

وَيَقُولُ الَّذِينَ كَفَرُوا لَسْتَ مُرْسَلًا ۚ قُلْ كَفَىٰ بِاللَّهِ شَهِيدًا بَيْنِي وَبَيْنَكُمْ وَمَنْ عِندَهُ عِلْمُ الْكِتَابِ 43

En degenen die niet geloven, zeggen: “Jij (o Mohammed) bent niet (als Boodschapper) gezonden.” Zeg: “Allah volstaat als Getuige tussen mij en jullie en (ook) degene die kennis heeft van het Boek (getuigt hiervan).”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close