Soera 10 – Yunus – (de profeet) Jonas – يونس

Deze soera in de nieuwe Koran omgeving lezen? Ja, graag
bismillah ir rahman ir rahim

الٓرۚ تِلۡكَ ءَايَٰتُ ٱلۡكِتَٰبِ ٱلۡحَكِيمِ 1

Alif, Lam, Ra. Dit zijn de verzen van het wijze Boek.

أَكَانَ لِلنَّاسِ عَجَبًا أَنۡ أَوۡحَيۡنَآ إِلَىٰ رَجُلٖ مِّنۡهُمۡ أَنۡ أَنذِرِ ٱلنَّاسَ وَبَشِّرِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ أَنَّ لَهُمۡ قَدَمَ صِدۡقٍ عِندَ رَبِّهِمۡۗ قَالَ ٱلۡكَٰفِرُونَ إِنَّ هَٰذَا لَسَٰحِرٞ مُّبِينٌ 2

Is het een wonder voor de mensheid dat Wij aan een man uit hun midden openbaarden: “Waarschuw de mensheid en geef het goede nieuws aan degenen die geloven, dat zij een eervolle plaats bij hun Heer zullen krijgen.” (Maar) de ongelovigen zeggen: “Dit is zeker een duidelijke tovenaar!”

إِنَّ رَبَّكُمُ ٱللَّهُ ٱلَّذِي خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضَ فِي سِتَّةِ أَيَّامٖ ثُمَّ ٱسۡتَوَىٰ عَلَى ٱلۡعَرۡشِۖ يُدَبِّرُ ٱلۡأَمۡرَۖ مَا مِن شَفِيعٍ إِلَّا مِنۢ بَعۡدِ إِذۡنِهِۦۚ ذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمۡ فَٱعۡبُدُوهُۚ أَفَلَا تَذَكَّرُونَ 3

Zeker, jullie Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen en toen boven de troon verheven is, alle dingen besturend. Geen bemiddelaar zonder Zijn" toestemming. Dat is Allah, jullie Heer; aanbidt Hem dus (alleen). Laten jullie je niet vermanen?

إِلَيۡهِ مَرۡجِعُكُمۡ جَمِيعٗاۖ وَعۡدَ ٱللَّهِ حَقًّاۚ إِنَّهُۥ يَبۡدَؤُاْ ٱلۡخَلۡقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥ لِيَجۡزِيَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ بِٱلۡقِسۡطِۚ وَٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لَهُمۡ شَرَابٞ مِّنۡ حَمِيمٖ وَعَذَابٌ أَلِيمُۢ بِمَا كَانُواْ يَكۡفُرُونَ 4

Bij Hem is de plaats van terugkeer van jullie allen. Als een ware belofte van Allah. Hij begint de schepping en vervolgens herhaalt Hij deze, opdat Hij degenen die geloven en goede daden verrichten zal belonen. Maar degenen die ongelovig zijn, zullen een drank van kokende vloeistoffen hebben en een pijnlijke bestraffing ondergaan omdat zij ongelovig waren.

هُوَ ٱلَّذِي جَعَلَ ٱلشَّمۡسَ ضِيَآءٗ وَٱلۡقَمَرَ نُورٗا وَقَدَّرَهُۥ مَنَازِلَ لِتَعۡلَمُواْ عَدَدَ ٱلسِّنِينَ وَٱلۡحِسَابَۚ مَا خَلَقَ ٱللَّهُ ذَٰلِكَ إِلَّا بِٱلۡحَقِّۚ يُفَصِّلُ ٱلۡأٓيَٰتِ لِقَوۡمٖ يَعۡلَمُونَ 5

Hij is Degene Die de zon heeft gemaakt als een (stralend) schijnsel en de maan tot een licht en Hij bepaalde haar standen opdat jullie het aantal jaren weten en de (tijds)berekening. Allah heeft dat slechts in Waarheid geschapen. Hij legt de Tekenen nauwkeurig uit voor de mensen die kennis hebben.

إِنَّ فِي ٱخۡتِلَٰفِ ٱلَّيۡلِ وَٱلنَّهَارِ وَمَا خَلَقَ ٱللَّهُ فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِ لَأٓيَٰتٖ لِّقَوۡمٖ يَتَّقُونَ 6

Waarlijk, de afwisseling van dag en nacht en in alles wat Allah in de hemelen en op aarde geschapen heeft, zijn Tekenen voor de mensen die hun plicht ten opzichte van Allah vervullen en Hem veel vrezen.

إِنَّ ٱلَّذِينَ لَا يَرۡجُونَ لِقَآءَنَا وَرَضُواْ بِٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا وَٱطۡمَأَنُّواْ بِهَا وَٱلَّذِينَ هُمۡ عَنۡ ءَايَٰتِنَا غَٰفِلُونَ 7

Waarlijk, degenen die niet op een ontmoeting met Ons hopen, maar blij en tevreden zijn met het leven in de huidige wereld, en degenen die achteloos voor Onze Tekenen zijn.

أُوْلَـٰٓئِكَ مَأۡوَىٰهُمُ ٱلنَّارُ بِمَا كَانُواْ يَكۡسِبُونَ 8

Voor hen zal hun verblijfplaats het Vuur zijn, door datgene wat zij verdiend hebben.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّـٰلِحَٰتِ يَهۡدِيهِمۡ رَبُّهُم بِإِيمَٰنِهِمۡۖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهِمُ ٱلۡأَنۡهَٰرُ فِي جَنَّـٰتِ ٱلنَّعِيمِ 9

Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten, zullen door hun Heer geleid worden door hun geloof; (naar het Paradijs) waar onder door de rivieren stromen in de Tuinen der geneugten.

دَعۡوَىٰهُمۡ فِيهَا سُبۡحَٰنَكَ ٱللَّهُمَّ وَتَحِيَّتُهُمۡ فِيهَا سَلَٰمٞۚ وَءَاخِرُ دَعۡوَىٰهُمۡ أَنِ ٱلۡحَمۡدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ 10

Zij smeken daarin: “Verheerlijkt zij U, O Allah” en “vrede’ zal hun groet daarin zijn. En de afsluiting van hun verzoek zal zijn: “Alle lof en dank aan Allah, de Heer der Werelden.”

۞وَلَوۡ يُعَجِّلُ ٱللَّهُ لِلنَّاسِ ٱلشَّرَّ ٱسۡتِعۡجَالَهُم بِٱلۡخَيۡرِ لَقُضِيَ إِلَيۡهِمۡ أَجَلُهُمۡۖ فَنَذَرُ ٱلَّذِينَ لَا يَرۡجُونَ لِقَآءَنَا فِي طُغۡيَٰنِهِمۡ يَعۡمَهُونَ 11

En als Allah voor de mensheid het kwade zou bespoedigen, zoals Hij voor hen het goede verhaast, dan zou hun termijn "zeker reeds zijn beëindigd. En Wij laten degenen die de ontmoeting met Ons niet verwachten rusteloos verkeren in hun buitensporigheid.

وَإِذَا مَسَّ ٱلۡإِنسَٰنَ ٱلضُّرُّ دَعَانَا لِجَنۢبِهِۦٓ أَوۡ قَاعِدًا أَوۡ قَآئِمٗا فَلَمَّا كَشَفۡنَا عَنۡهُ ضُرَّهُۥ مَرَّ كَأَن لَّمۡ يَدۡعُنَآ إِلَىٰ ضُرّٖ مَّسَّهُۥۚ كَذَٰلِكَ زُيِّنَ لِلۡمُسۡرِفِينَ مَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ 12

En als het kwaad de mens raakt, roept hij Ons, liggend op zijn zijde, zittend of staand. Maar als Wij het kwaad van hem verwijderd hebben, gaat hij door op zijn weg alsof hij Ons nooit aangeroepen heeft voor een kwaad wat hem bedreigde! Dus voor de onmatigenden lijkt het eerlijk wat zij gedaan hebben.

وَلَقَدۡ أَهۡلَكۡنَا ٱلۡقُرُونَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَمَّا ظَلَمُواْ وَجَآءَتۡهُمۡ رُسُلُهُم بِٱلۡبَيِّنَٰتِ وَمَا كَانُواْ لِيُؤۡمِنُواْۚ كَذَٰلِكَ نَجۡزِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلۡمُجۡرِمِينَ 13

En voorwaar, Wij hebben de generaties vόόr jullie vernietigd toen zij onrecht pleegden, terwijl hun Boodschappers met duidelijke bewijzen tot hen kwamen, maar zij behoorden niet tot degenen die geloofden. Zo vergelden Wij het boosaardige volk.

ثُمَّ جَعَلۡنَٰكُمۡ خَلَـٰٓئِفَ فِي ٱلۡأَرۡضِ مِنۢ بَعۡدِهِمۡ لِنَنظُرَ كَيۡفَ تَعۡمَلُونَ 14

En na hen hebben Wij jullie tot stedehouders op aarde gesteld, zodat Wij zouden zien hoe jullie handelen.

وَإِذَا تُتۡلَىٰ عَلَيۡهِمۡ ءَايَاتُنَا بَيِّنَٰتٖ قَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَرۡجُونَ لِقَآءَنَا ٱئۡتِ بِقُرۡءَانٍ غَيۡرِ هَٰذَآ أَوۡ بَدِّلۡهُۚ قُلۡ مَا يَكُونُ لِيٓ أَنۡ أُبَدِّلَهُۥ مِن تِلۡقَآيِٕ نَفۡسِيٓۖ إِنۡ أَتَّبِعُ إِلَّا مَا يُوحَىٰٓ إِلَيَّۖ إِنِّيٓ أَخَافُ إِنۡ عَصَيۡتُ رَبِّي عَذَابَ يَوۡمٍ عَظِيمٖ 15

En toen Onze duidelijke Verzen voor hen gereciteerd werden, zeiden degenen die niet op een ontmoeting met Ons hoopten: “Breng ons een andere Koran dan deze, of verander het.” Zeg: “Het is niet aan mij om het op eigen gezag te veranderen; ik volg slechts dat wat aan mij geopenbaard is. Waarlijk, ik vrees als ik ongehoorzaam ben aan mijn Heer de bestraffing van de grote Dag.”

قُل لَّوۡ شَآءَ ٱللَّهُ مَا تَلَوۡتُهُۥ عَلَيۡكُمۡ وَلَآ أَدۡرَىٰكُم بِهِۦۖ فَقَدۡ لَبِثۡتُ فِيكُمۡ عُمُرٗا مِّن قَبۡلِهِۦٓۚ أَفَلَا تَعۡقِلُونَ 16

Zeg: “Als Allah het gewild had, dan zou ik het niet voor jullie reciteren of zou Hij het niet aan jullie bekend maken. Waarlijk, ik heb reeds een leven lang hiervόόr in jullie midden verkeerd. Hebben jullie dan geen verstand?”

فَمَنۡ أَظۡلَمُ مِمَّنِ ٱفۡتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوۡ كَذَّبَ بِـَٔايَٰتِهِۦٓۚ إِنَّهُۥ لَا يُفۡلِحُ ٱلۡمُجۡرِمُونَ 17

Wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint of Zijn Tekenen ontkent? Zeker, de misdadigers zullen nooit slagen!

وَيَعۡبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَضُرُّهُمۡ وَلَا يَنفَعُهُمۡ وَيَقُولُونَ هَـٰٓؤُلَآءِ شُفَعَـٰٓؤُنَا عِندَ ٱللَّهِۚ قُلۡ أَتُنَبِّـُٔونَ ٱللَّهَ بِمَا لَا يَعۡلَمُ فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَلَا فِي ٱلۡأَرۡضِۚ سُبۡحَٰنَهُۥ وَتَعَٰلَىٰ عَمَّا يُشۡرِكُونَ 18

En zij aanbidden naast Allah wat hen niet schaadt maar waar zij ook geen profijt van hebben en zij zeggen: “Dit zijn onze bemiddelaars bij Allah.” Zeg: “Vertellen jullie Allah iets waarvan Hij in de hemelen of op aarde geen weet van heeft?” Verheerlijkt en verheven is Hij boven alles wat zij Hem als deelgenoten toekennen!

وَمَا كَانَ ٱلنَّاسُ إِلَّآ أُمَّةٗ وَٰحِدَةٗ فَٱخۡتَلَفُواْۚ وَلَوۡلَا كَلِمَةٞ سَبَقَتۡ مِن رَّبِّكَ لَقُضِيَ بَيۡنَهُمۡ فِيمَا فِيهِ يَخۡتَلِفُونَ 19

De mensheid behoorde slechts tot één godsdienst, maar zij waren het oneens met elkaar. En was het Woord van jullie Heer niet vooruitgegaan, dan zou er tussen hen zeker reeds zijn beslist over dat waarover zij het met elkaar oneens zijn.

وَيَقُولُونَ لَوۡلَآ أُنزِلَ عَلَيۡهِ ءَايَةٞ مِّن رَّبِّهِۦۖ فَقُلۡ إِنَّمَا ٱلۡغَيۡبُ لِلَّهِ فَٱنتَظِرُوٓاْ إِنِّي مَعَكُم مِّنَ ٱلۡمُنتَظِرِينَ 20

En zij zeggen: “Waarom wordt er van onze Heer geen Teken aan hem naar beneden gestuurd?” Zeg: “Het onzichtbare behoort aan alleen Allah. Wacht dus, waarlijk, ik ben onder degenen die wachten (op Allah’s oordeel).”

وَإِذَآ أَذَقۡنَا ٱلنَّاسَ رَحۡمَةٗ مِّنۢ بَعۡدِ ضَرَّآءَ مَسَّتۡهُمۡ إِذَا لَهُم مَّكۡرٞ فِيٓ ءَايَاتِنَاۚ قُلِ ٱللَّهُ أَسۡرَعُ مَكۡرًاۚ إِنَّ رُسُلَنَا يَكۡتُبُونَ مَا تَمۡكُرُونَ 21

En als Wij de mensheid aan de genade lieten proeven nadat tegenspoed hen had getroffen, dan is er bij hen een list tegen Onze Tekenen samen! Zeg: “Allah is sneller in het plannen!” Zeker, Onze Boodschappers (Engelen) schrijven op wat jullie beramen.

هُوَ ٱلَّذِي يُسَيِّرُكُمۡ فِي ٱلۡبَرِّ وَٱلۡبَحۡرِۖ حَتَّىٰٓ إِذَا كُنتُمۡ فِي ٱلۡفُلۡكِ وَجَرَيۡنَ بِهِم بِرِيحٖ طَيِّبَةٖ وَفَرِحُواْ بِهَا جَآءَتۡهَا رِيحٌ عَاصِفٞ وَجَآءَهُمُ ٱلۡمَوۡجُ مِن كُلِّ مَكَانٖ وَظَنُّوٓاْ أَنَّهُمۡ أُحِيطَ بِهِمۡ دَعَوُاْ ٱللَّهَ مُخۡلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ لَئِنۡ أَنجَيۡتَنَا مِنۡ هَٰذِهِۦ لَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلشَّـٰكِرِينَ 22

Hij is Degene Die het jullie mogelijk maakt om over land en zee te reizen, totdat wanneer jullie in de schepen zijn en deze met hen met een gunstige wind voortvaren, en zij zijn daar blij mee, en er dan een stormachtige wind en golven komen van alle kanten, en zij denken dat zij daardoor omsingeld zijn, dan roepen zij Allah aan, en zuiveren hun geloof voor Hem alleen, zeggende: ""Als U ons hiervan bevrijdt, dan zullen wij zeker dankbaar zijn.""

فَلَمَّآ أَنجَىٰهُمۡ إِذَا هُمۡ يَبۡغُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِ بِغَيۡرِ ٱلۡحَقِّۗ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِنَّمَا بَغۡيُكُمۡ عَلَىٰٓ أَنفُسِكُمۖ مَّتَٰعَ ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَاۖ ثُمَّ إِلَيۡنَا مَرۡجِعُكُمۡ فَنُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمۡ تَعۡمَلُونَ 23

Maar toen Hij hen had gered, zie! Zij handelden opstandig op aarde. O Mensheid! Jullie opstandigheid is slechts tegen jullie zelf – (het is als) een kort vermaak in dit wereldlijke leven, dan is jullie terugkeer tot Ons en Wij zullen jullie vertellen wat jullie gedaan hebben.

إِنَّمَا مَثَلُ ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا كَمَآءٍ أَنزَلۡنَٰهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ فَٱخۡتَلَطَ بِهِۦ نَبَاتُ ٱلۡأَرۡضِ مِمَّا يَأۡكُلُ ٱلنَّاسُ وَٱلۡأَنۡعَٰمُ حَتَّىٰٓ إِذَآ أَخَذَتِ ٱلۡأَرۡضُ زُخۡرُفَهَا وَٱزَّيَّنَتۡ وَظَنَّ أَهۡلُهَآ أَنَّهُمۡ قَٰدِرُونَ عَلَيۡهَآ أَتَىٰهَآ أَمۡرُنَا لَيۡلًا أَوۡ نَهَارٗا فَجَعَلۡنَٰهَا حَصِيدٗا كَأَن لَّمۡ تَغۡنَ بِٱلۡأَمۡسِۚ كَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلۡأٓيَٰتِ لِقَوۡمٖ يَتَفَكَّرُونَ 24

Waarlijk, de gelijkenis van (dit) wereldlijke leven is als de regen die Wij uit de hemel naar beneden sturen, waardoor het de gewassen van de aarde in een mengeling doet groeien, waarvan de mensen en de dieren eten. Totdat, wanneer de aarde haar versierselen heeft aangenomen en zij mooi is geworden en haar bevolking denkt dat zij machthebbers zijn over haar, Onze bestraffing tot hen komt, bij nacht of bij dag, en Wij het als een leeg gemaaid veld maken, alsof het gisteren niet gebloeid had! Zo leggen Wij Onze Tekenen nauwkeurig uit aan een volk dat nadenkt.

وَٱللَّهُ يَدۡعُوٓاْ إِلَىٰ دَارِ ٱلسَّلَٰمِ وَيَهۡدِي مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٖ مُّسۡتَقِيمٖ 25

Allah roept op naar het Huis van de Vrede en leidt wie Hij wil op het rechte Pad.

۞لِّلَّذِينَ أَحۡسَنُواْ ٱلۡحُسۡنَىٰ وَزِيَادَةٞۖ وَلَا يَرۡهَقُ وُجُوهَهُمۡ قَتَرٞ وَلَا ذِلَّةٌۚ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلۡجَنَّةِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 26

Voor degenen die het goede hebben gedaan is er het beste en zelfs nog meer. Grauwheid noch vernedering zal hun gezichten bedekken. Zij zijn de bewoners van het Paradijs, en zij zullen daarin voor altijd verblijven.

وَٱلَّذِينَ كَسَبُواْ ٱلسَّيِّـَٔاتِ جَزَآءُ سَيِّئَةِۭ بِمِثۡلِهَا وَتَرۡهَقُهُمۡ ذِلَّةٞۖ مَّا لَهُم مِّنَ ٱللَّهِ مِنۡ عَاصِمٖۖ كَأَنَّمَآ أُغۡشِيَتۡ وُجُوهُهُمۡ قِطَعٗا مِّنَ ٱلَّيۡلِ مُظۡلِمًاۚ أُوْلَـٰٓئِكَ أَصۡحَٰبُ ٱلنَّارِۖ هُمۡ فِيهَا خَٰلِدُونَ 27

En degenen die slechte daden hebben gepleegd: de vergelding van een slechte daad is gelijkwaardig daaraan, en een vernedering zal hun (gezichten) bedekken. Zij zullen voor Allah geen verdediger hebben. Hun gezichten zullen bedekt zijn zoals zij zijn, met stukken van de duisternis van de nacht. Zij zijn de bewoners van het Vuur, zij zullen daarin voor altijd verblijven.

وَيَوۡمَ نَحۡشُرُهُمۡ جَمِيعٗا ثُمَّ نَقُولُ لِلَّذِينَ أَشۡرَكُواْ مَكَانَكُمۡ أَنتُمۡ وَشُرَكَآؤُكُمۡۚ فَزَيَّلۡنَا بَيۡنَهُمۡۖ وَقَالَ شُرَكَآؤُهُم مَّا كُنتُمۡ إِيَّانَا تَعۡبُدُونَ 28

En de Dag waarop Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij tegen degenen zeggen die deelgenoten in de aanbidding aan Ons toekenden: “Blijf op jullie plaats! Jullie en jullie afgoden!” Dan zullen Wij hen scheiden en de afgoden zullen zeggen: “Wij waren het niet die jullie aanbaden.

فَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدَۢا بَيۡنَنَا وَبَيۡنَكُمۡ إِن كُنَّا عَنۡ عِبَادَتِكُمۡ لَغَٰفِلِينَ 29

Allah is voldoende als getuige tussen jullie en ons. Voorwaar, Wij wisten niets van jullie aanbidding.”

هُنَالِكَ تَبۡلُواْ كُلُّ نَفۡسٖ مَّآ أَسۡلَفَتۡۚ وَرُدُّوٓاْ إِلَى ٱللَّهِ مَوۡلَىٰهُمُ ٱلۡحَقِّۖ وَضَلَّ عَنۡهُم مَّا كَانُواْ يَفۡتَرُونَ 30

Daar! Iedereen zal (precies) weten wat hij hiervoor verdiend heeft, en zij zullen tot Allah teruggebracht worden, hun rechtmatige Heer, en hun bedachte valse goden zullen van hen verdwijnen.

قُلۡ مَن يَرۡزُقُكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلۡأَرۡضِ أَمَّن يَمۡلِكُ ٱلسَّمۡعَ وَٱلۡأَبۡصَٰرَ وَمَن يُخۡرِجُ ٱلۡحَيَّ مِنَ ٱلۡمَيِّتِ وَيُخۡرِجُ ٱلۡمَيِّتَ مِنَ ٱلۡحَيِّ وَمَن يُدَبِّرُ ٱلۡأَمۡرَۚ فَسَيَقُولُونَ ٱللَّهُۚ فَقُلۡ أَفَلَا تَتَّقُونَ 31

Zeg: “Wie voorziet jullie uit de hemel en de aarde?” Of: “Wie heeft de macht over (het scheppen van) het horen en het zien? En wie brengt het levende voort uit het dode en wie brengt het dode voort uit het levende? En wie regelt de zaken?” Zij zullen zeggen: “Allah.” Zeg: “Zijn jullie dan niet bang voor Allah’s bestraffing?”

فَذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمُ ٱلۡحَقُّۖ فَمَاذَا بَعۡدَ ٱلۡحَقِّ إِلَّا ٱلضَّلَٰلُۖ فَأَنَّىٰ تُصۡرَفُونَ 32

Zo is Allah, jullie Heer in de Waarheid. Wat kan er dan na de Waarheid nog zijn, behalve valsheid? Hoe kunnen jullie je dan afwenden?

كَذَٰلِكَ حَقَّتۡ كَلِمَتُ رَبِّكَ عَلَى ٱلَّذِينَ فَسَقُوٓاْ أَنَّهُمۡ لَا يُؤۡمِنُونَ 33

Zo werd het Woord van jouw Heer tegenover degenen die verdorven handelden bewaarheid. Voorwaar, zij geloven niet.

قُلۡ هَلۡ مِن شُرَكَآئِكُم مَّن يَبۡدَؤُاْ ٱلۡخَلۡقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥۚ قُلِ ٱللَّهُ يَبۡدَؤُاْ ٱلۡخَلۡقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥۖ فَأَنَّىٰ تُؤۡفَكُونَ 34

Zeg (O Mohammed): “Zijn er onder jullie deelgenoten degenen die de schepping beginnen en haar herhalen?” Zeg: “Allah begint de schepping en daarna herhaalt Hij haar. Hoe hebben jullie je dan kunnen laten weglokken?”

قُلۡ هَلۡ مِن شُرَكَآئِكُم مَّن يَهۡدِيٓ إِلَى ٱلۡحَقِّۚ قُلِ ٱللَّهُ يَهۡدِي لِلۡحَقِّۗ أَفَمَن يَهۡدِيٓ إِلَى ٱلۡحَقِّ أَحَقُّ أَن يُتَّبَعَ أَمَّن لَّا يَهِدِّيٓ إِلَّآ أَن يُهۡدَىٰۖ فَمَا لَكُمۡ كَيۡفَ تَحۡكُمُونَ 35

Zeg: “Zijn er onder jullie deelgenoten die naar de Waarheid leiden?” Zeg: “Het is Allah Die naar de Waarheid leidt. Heeft Hij die naar de Waarheid leidt er meer recht op om gevolgd te worden, of hij, die geen leiding geeft maar zelf geleid moet worden? Wat scheelt jullie dan? Hoe oordelen jullie (het)?”

وَمَا يَتَّبِعُ أَكۡثَرُهُمۡ إِلَّا ظَنًّاۚ إِنَّ ٱلظَّنَّ لَا يُغۡنِي مِنَ ٱلۡحَقِّ شَيۡـًٔاۚ إِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمُۢ بِمَا يَفۡعَلُونَ 36

En de meesten van hen volgen niets anders dan gissingen. Zeker, gissingen kunnen de Waarheid niet uitwissen. Zeker, Allah weet wat zij doen.

وَمَا كَانَ هَٰذَا ٱلۡقُرۡءَانُ أَن يُفۡتَرَىٰ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلَٰكِن تَصۡدِيقَ ٱلَّذِي بَيۡنَ يَدَيۡهِ وَتَفۡصِيلَ ٱلۡكِتَٰبِ لَا رَيۡبَ فِيهِ مِن رَّبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ 37

En het is onmogelijk dat deze Koran is gemaakt door iemand anders dan Allah, maar (hij is er) als bevestiging van wat ervoor was en als uitleg van de Schrift. Daaraan is geen twijfel, (hij komt) van de Heer der Werelden.

أَمۡ يَقُولُونَ ٱفۡتَرَىٰهُۖ قُلۡ فَأۡتُواْ بِسُورَةٖ مِّثۡلِهِۦ وَٱدۡعُواْ مَنِ ٱسۡتَطَعۡتُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 38

Of zij zeggen: “Hij (Mohammed) heeft het verzonnen.” Zeg: “Breng dan een soerah dat daaraan gelijkwaardig is en roep iedereen aan die jullie kunnen, buiten Allah, als jullie waarachtigen zijn!”

بَلۡ كَذَّبُواْ بِمَا لَمۡ يُحِيطُواْ بِعِلۡمِهِۦ وَلَمَّا يَأۡتِهِمۡ تَأۡوِيلُهُۥۚ كَذَٰلِكَ كَذَّبَ ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِهِمۡۖ فَٱنظُرۡ كَيۡفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلظَّـٰلِمِينَ 39

Neen, zij ontkennen zelfs de kennis die zij (met hun verstand) niet kunnen omvatten en de uitleg ervan is nog niet tot hen gekomen. Zo loochenden ook degenen vóór hen. Zie dan hoe het einde van de onrechtvaardigen was.

وَمِنۡهُم مَّن يُؤۡمِنُ بِهِۦ وَمِنۡهُم مَّن لَّا يُؤۡمِنُ بِهِۦۚ وَرَبُّكَ أَعۡلَمُ بِٱلۡمُفۡسِدِينَ 40

En van hen zijn er sommigen die erin geloven en sommigen die er niet in geloven en jullie is Heer is zich goed bewust van de verderfzaaiers.

وَإِن كَذَّبُوكَ فَقُل لِّي عَمَلِي وَلَكُمۡ عَمَلُكُمۡۖ أَنتُم بَرِيٓـُٔونَ مِمَّآ أَعۡمَلُ وَأَنَا۠ بَرِيٓءٞ مِّمَّا تَعۡمَلُونَ 41

En als zij jou tegenspreken, zeg: “Voor mij zijn mijn daden en voor jullie zijn jullie daden! Jullie zijn niet aansprakelijk voor wat ik doe en ik ben niet aansprakelijk voor wat jullie doen!”

وَمِنۡهُم مَّن يَسۡتَمِعُونَ إِلَيۡكَۚ أَفَأَنتَ تُسۡمِعُ ٱلصُّمَّ وَلَوۡ كَانُواْ لَا يَعۡقِلُونَ 42

En onder hen zijn er die naar jou luisteren, maar kan jij de doven horend maken, zelfs als zij het niet snappen?

وَمِنۡهُم مَّن يَنظُرُ إِلَيۡكَۚ أَفَأَنتَ تَهۡدِي ٱلۡعُمۡيَ وَلَوۡ كَانُواْ لَا يُبۡصِرُونَ 43

En onder hen zijn er die naar jou kijken, maar kan jij dan de blinden leiden, zelfs als zij niet zien?

إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَظۡلِمُ ٱلنَّاسَ شَيۡـٔٗا وَلَٰكِنَّ ٱلنَّاسَ أَنفُسَهُمۡ يَظۡلِمُونَ 44

Waarlijk! Allah doet de mensheid noch het minste onrecht aan, maar de mensheid doet zichzelf onrecht aan.

وَيَوۡمَ يَحۡشُرُهُمۡ كَأَن لَّمۡ يَلۡبَثُوٓاْ إِلَّا سَاعَةٗ مِّنَ ٱلنَّهَارِ يَتَعَارَفُونَ بَيۡنَهُمۡۚ قَدۡ خَسِرَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُواْ بِلِقَآءِ ٱللَّهِ وَمَا كَانُواْ مُهۡتَدِينَ 45

En (gedenk) de Dag waarop Hij hen zal verzamelen, (dan zal het zijn) alsof zij slechts een uur of een dag (in het leven van deze wereld) zijn geweest. Zij kennen elkaar (op die Dag). Voorzeker, zij die de ontmoeting met Allah ontkenden, zullen verlies lijden en zij waren geen rechtgeleiden.

وَإِمَّا نُرِيَنَّكَ بَعۡضَ ٱلَّذِي نَعِدُهُمۡ أَوۡ نَتَوَفَّيَنَّكَ فَإِلَيۡنَا مَرۡجِعُهُمۡ ثُمَّ ٱللَّهُ شَهِيدٌ عَلَىٰ مَا يَفۡعَلُونَ 46

Of Wij jou nu een gedeelte van wat Wij hen (van de bestraffing) hebben aangezegd laten zien, of dat Wij jou laten sterven, later is tot Ons hun terugkeer. Allah is Getuige over wat zij doen.

وَلِكُلِّ أُمَّةٖ رَّسُولٞۖ فَإِذَا جَآءَ رَسُولُهُمۡ قُضِيَ بَيۡنَهُم بِٱلۡقِسۡطِ وَهُمۡ لَا يُظۡلَمُونَ 47

En voor iedere gemeenschap is er een Boodschapper. Wanneer dan hun Boodschapper is gekomen, dan zal de zaak tussen hen met rechtvaardigheid geoordeeld worden, en hun zal geen onrecht worden aangedaan.

وَيَقُولُونَ مَتَىٰ هَٰذَا ٱلۡوَعۡدُ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ 48

En zij zeggen: “Wanneer zal deze belofte zijn, als jullie de waarheid spreken?”

قُل لَّآ أَمۡلِكُ لِنَفۡسِي ضَرّٗا وَلَا نَفۡعًا إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُۗ لِكُلِّ أُمَّةٍ أَجَلٌۚ إِذَا جَآءَ أَجَلُهُمۡ فَلَا يَسۡتَـٔۡخِرُونَ سَاعَةٗ وَلَا يَسۡتَقۡدِمُونَ 49

Zeg (O Mohammed): “Ik heb voor mijzelf geen macht om schade te voorkomen, noch om iets van nut te verkrijgen, behalve wat Allah wil.” Voor" elke gemeenschap is er een vastgestelde termijn; als die termijn bereikt is, kan geen uur het vertragen, nog een uur kan het bespoedigen.

قُلۡ أَرَءَيۡتُمۡ إِنۡ أَتَىٰكُمۡ عَذَابُهُۥ بَيَٰتًا أَوۡ نَهَارٗا مَّاذَا يَسۡتَعۡجِلُ مِنۡهُ ٱلۡمُجۡرِمُونَ 50

Zeg: “Vertel mij – als Zijn bestraffing jou bij nacht of de dag zal treffen – hoe zullen dan de schuldigen weg kunnen lopen?”

أَثُمَّ إِذَا مَا وَقَعَ ءَامَنتُم بِهِۦٓۚ ءَآلۡـَٰٔنَ وَقَدۡ كُنتُم بِهِۦ تَسۡتَعۡجِلُونَ 51

Is het dan zo, dat als het (de bestraffing) werkelijk heeft plaatsgevonden, jullie daarin zullen geloven? Wat! Nu geloven jullie? Terwijl jullie waarlijk om bespoediging ervan plachten te vragen?

ثُمَّ قِيلَ لِلَّذِينَ ظَلَمُواْ ذُوقُواْ عَذَابَ ٱلۡخُلۡدِ هَلۡ تُجۡزَوۡنَ إِلَّا بِمَا كُنتُمۡ تَكۡسِبُونَ 52

Daarna zal tegen degenen die onrecht pleegden worden gezegd: “Proef de eeuwige bestraffing! Jullie worden vergolden voor datgene wat jullie verdienen.”

۞وَيَسۡتَنۢبِـُٔونَكَ أَحَقٌّ هُوَۖ قُلۡ إِي وَرَبِّيٓ إِنَّهُۥ لَحَقّٞۖ وَمَآ أَنتُم بِمُعۡجِزِينَ 53

En zij vragen jou om hen in te lichten: “Is het waar?” Zeg: “Ja! Bij mijn Heer! Het is echt waar en jullie kunnen daar niet aan ontsnappen!”

وَلَوۡ أَنَّ لِكُلِّ نَفۡسٖ ظَلَمَتۡ مَا فِي ٱلۡأَرۡضِ لَٱفۡتَدَتۡ بِهِۦۗ وَأَسَرُّواْ ٱلنَّدَامَةَ لَمَّا رَأَوُاْ ٱلۡعَذَابَۖ وَقُضِيَ بَيۡنَهُم بِٱلۡقِسۡطِ وَهُمۡ لَا يُظۡلَمُونَ 54

En als ieder persoon die onrecht heeft gedaan de hele aarde zou bezitten, dan zou hij zich ermee willen vrijkopen. En zij zullen in hun harten spijt voelen als zij de bestraffing zien. En zij zullen rechtvaardig beoordeeld worden en hen zal geen onrecht aangedaan worden.

أَلَآ إِنَّ لِلَّهِ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۗ أَلَآ إِنَّ وَعۡدَ ٱللَّهِ حَقّٞ وَلَٰكِنَّ أَكۡثَرَهُمۡ لَا يَعۡلَمُونَ 55

Geen twijfel, zeker, alles wat in de hemelen en op aarde is behoort aan Allah. Geen twijfel, zeker Allah’s belofte is waar. Maar de meesten van hen weten het niet.

هُوَ يُحۡيِۦ وَيُمِيتُ وَإِلَيۡهِ تُرۡجَعُونَ 56

Hij doet leven en Hij doet sterven en tot Hem zullen jullie (allen) terugkeren.

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدۡ جَآءَتۡكُم مَّوۡعِظَةٞ مِّن رَّبِّكُمۡ وَشِفَآءٞ لِّمَا فِي ٱلصُّدُورِ وَهُدٗى وَرَحۡمَةٞ لِّلۡمُؤۡمِنِينَ 57

O mensheid! Er is tot jullie een goede raad (de Koran) gekomen van jullie Heer waarin zich genezing bevindt voor (de misvattingen en twijfels) in jullie harten, en Leiding (tegen de dwaling) en een Genade voor de gelovigen.

قُلۡ بِفَضۡلِ ٱللَّهِ وَبِرَحۡمَتِهِۦ فَبِذَٰلِكَ فَلۡيَفۡرَحُواْ هُوَ خَيۡرٞ مِّمَّا يَجۡمَعُونَ 58

Zeg (O Mohammed): “In de Overvloed van Allah en in Zijn Genade; laat hen daarin verheugen.” Dat is beter dan de weelde die zij verzamelen.

قُلۡ أَرَءَيۡتُم مَّآ أَنزَلَ ٱللَّهُ لَكُم مِّن رِّزۡقٖ فَجَعَلۡتُم مِّنۡهُ حَرَامٗا وَحَلَٰلٗا قُلۡ ءَآللَّهُ أَذِنَ لَكُمۡۖ أَمۡ عَلَى ٱللَّهِ تَفۡتَرُونَ 59

Zeg: “Vertel mij wat voor voorzieningen Allah voor jullie naar beneden heeft "gestuurd. En jullie hebben het wettig of onwettig gemaakt.” Zeg: “Heeft Allah jullie toegestaan (dat te doen) of verzinnen jullie een leugen over Allah?”

وَمَا ظَنُّ ٱلَّذِينَ يَفۡتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلۡكَذِبَ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَذُو فَضۡلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَٰكِنَّ أَكۡثَرَهُمۡ لَا يَشۡكُرُونَ 60

En wat zullen degenen die leugens over Allah verzinnen, denken op de Dag der Opstanding? Waarlijk, Allah is genadevol voor de mensheid, maar de meesten van hen zijn ondankbaar.

وَمَا تَكُونُ فِي شَأۡنٖ وَمَا تَتۡلُواْ مِنۡهُ مِن قُرۡءَانٖ وَلَا تَعۡمَلُونَ مِنۡ عَمَلٍ إِلَّا كُنَّا عَلَيۡكُمۡ شُهُودًا إِذۡ تُفِيضُونَ فِيهِۚ وَمَا يَعۡزُبُ عَن رَّبِّكَ مِن مِّثۡقَالِ ذَرَّةٖ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَلَا فِي ٱلسَّمَآءِ وَلَآ أَصۡغَرَ مِن ذَٰلِكَ وَلَآ أَكۡبَرَ إِلَّا فِي كِتَٰبٖ مُّبِينٍ 61

Wat jij ook doet, en welk gedeelte van de Koran jij ook reciteert en wat voor werk jij ook doet, Wij zijn daarvan Getuigen, als jullie dat doen. En niets ter grote van het gewicht van een atoom (of een kleine mier) is voor jouw Heer op de aarde of in de hemel verborgen. En niets kleiners dan dat en niets groter dan dat, of het staat in een duidelijk Boek.

أَلَآ إِنَّ أَوۡلِيَآءَ ٱللَّهِ لَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ 62

Geen twijfel! Waarlijk, de bondgenoten van Allah zullen geen vrees hebben noch zullen zij bedroefd zijn.

ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَكَانُواْ يَتَّقُونَ 63

Degenen die geloven en voortdurend (Allah) vrezen. (en zich van slechte daden en zonden afzijdig houden)

لَهُمُ ٱلۡبُشۡرَىٰ فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا وَفِي ٱلۡأٓخِرَةِۚ لَا تَبۡدِيلَ لِكَلِمَٰتِ ٱللَّهِۚ ذَٰلِكَ هُوَ ٱلۡفَوۡزُ ٱلۡعَظِيمُ 64

Voor hen is er goed nieuws in het leven van de huidige wereld en in het Hiernamaals. Geen verandering kan er in het Woord van Allah zijn, dit is zeker een overweldigend succes.

وَلَا يَحۡزُنكَ قَوۡلُهُمۡۘ إِنَّ ٱلۡعِزَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًاۚ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلۡعَلِيمُ 65

En laat hun woorden jou niet bedroeven, want alle macht en eer behoort aan Allah. Hij is Alhorend, Alwetend.

أَلَآ إِنَّ لِلَّهِ مَن فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَن فِي ٱلۡأَرۡضِۗ وَمَا يَتَّبِعُ ٱلَّذِينَ يَدۡعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ شُرَكَآءَۚ إِن يَتَّبِعُونَ إِلَّا ٱلظَّنَّ وَإِنۡ هُمۡ إِلَّا يَخۡرُصُونَ 66

Geen twijfel! Waarlijk, aan Allah behoort wat in de hemelen en wat op aarde is. En degenen die deelgenoten naast Allah aanroepen en vereren volgen eigenlijk niet de deelgenoten, zij volgen slechts een gissing en verzinnen leugens.

هُوَ ٱلَّذِي جَعَلَ لَكُمُ ٱلَّيۡلَ لِتَسۡكُنُواْ فِيهِ وَٱلنَّهَارَ مُبۡصِرًاۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَٰتٖ لِّقَوۡمٖ يَسۡمَعُونَ 67

Hij is het Die voor jullie de nacht heeft aangewezen zodat jullie daarin kunnen rusten en de dag vol van licht. Waarlijk, hierin zijn Tekenen voor een volk dat luistert.

قَالُواْ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدٗاۗ سُبۡحَٰنَهُۥۖ هُوَ ٱلۡغَنِيُّۖ لَهُۥ مَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِي ٱلۡأَرۡضِۚ إِنۡ عِندَكُم مِّن سُلۡطَٰنِۭ بِهَٰذَآۚ أَتَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعۡلَمُونَ 68

Zij (de Joden en de Christenen) zeggen: “Allah heeft een zoon gekregen.” Heilig is Hij, Hij is de Behoefteloze, aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Jullie hebben daarvoor geen bewijs. Zeggen jullie over Allah dingen die jullie niet weten?

قُلۡ إِنَّ ٱلَّذِينَ يَفۡتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلۡكَذِبَ لَا يُفۡلِحُونَ 69

Zeg: “Waarlijk: “Wie een leugen over Allah verzint zal nooit succes hebben.”

مَتَٰعٞ فِي ٱلدُّنۡيَا ثُمَّ إِلَيۡنَا مَرۡجِعُهُمۡ ثُمَّ نُذِيقُهُمُ ٱلۡعَذَابَ ٱلشَّدِيدَ بِمَا كَانُواْ يَكۡفُرُونَ 70

(Voor hen is er slechts) Een kort vermaak in deze wereld! En dan zullen zij tot Ons terugkeren, dan zullen Wij hen de strengste bestraffing laten proeven want zij waren ongelovig.

۞وَٱتۡلُ عَلَيۡهِمۡ نَبَأَ نُوحٍ إِذۡ قَالَ لِقَوۡمِهِۦ يَٰقَوۡمِ إِن كَانَ كَبُرَ عَلَيۡكُم مَّقَامِي وَتَذۡكِيرِي بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ فَعَلَى ٱللَّهِ تَوَكَّلۡتُ فَأَجۡمِعُوٓاْ أَمۡرَكُمۡ وَشُرَكَآءَكُمۡ ثُمَّ لَا يَكُنۡ أَمۡرُكُمۡ عَلَيۡكُمۡ غُمَّةٗ ثُمَّ ٱقۡضُوٓاْ إِلَيَّ وَلَا تُنظِرُونِ 71

En reciteer voor hen de geschiedenis van Noah, toen hij tot zijn volk zei:” O mijn volk, als mijn verblijf en mijn herinnering van de Tekenen van Allah moeilijk voor jullie is, dan leg ik mijn vertrouwen in Allah. Neem dan jullie besluit, samen met jullie deelgenoten, en laat jullie besluit vervolgens niet verborgen zijn voor jullie (onderling). Geef mij dan mijn straf en geef mij geen uitstel.

فَإِن تَوَلَّيۡتُمۡ فَمَا سَأَلۡتُكُم مِّنۡ أَجۡرٍۖ إِنۡ أَجۡرِيَ إِلَّا عَلَى ٱللَّهِۖ وَأُمِرۡتُ أَنۡ أَكُونَ مِنَ ٱلۡمُسۡلِمِينَ 72

Maar als jullie je afkeren dan vraag ik van jullie geen beloning, mijn beloning rust slechts bijAllah, en mij is bevolen om één van de moslims te zijn.”

فَكَذَّبُوهُ فَنَجَّيۡنَٰهُ وَمَن مَّعَهُۥ فِي ٱلۡفُلۡكِ وَجَعَلۡنَٰهُمۡ خَلَـٰٓئِفَ وَأَغۡرَقۡنَا ٱلَّذِينَ كَذَّبُواْ بِـَٔايَٰتِنَاۖ فَٱنظُرۡ كَيۡفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلۡمُنذَرِينَ 73

Zij verloochenen hem, maar Wij redden hem en degenen die met hem in het schip waren en Wij maakten hen tot opvolgers, terwijl Wij degenen die Onze Tekenen ontkenden, verdronken. Zie dan wat het einde was van degenen die gewaarschuwd waren.

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۢ بَعۡدِهِۦ رُسُلًا إِلَىٰ قَوۡمِهِمۡ فَجَآءُوهُم بِٱلۡبَيِّنَٰتِ فَمَا كَانُواْ لِيُؤۡمِنُواْ بِمَا كَذَّبُواْ بِهِۦ مِن قَبۡلُۚ كَذَٰلِكَ نَطۡبَعُ عَلَىٰ قُلُوبِ ٱلۡمُعۡتَدِينَ 74

Na hem stuurden Wij toen Boodschappers naar hun volk, zij brachten duidelijke Bewijzen, maar zij wilden niet geloven wat zij bij voorhand al verworpen hadden. Dus verzegelden Wij de harten van de overtreders.

ثُمَّ بَعَثۡنَا مِنۢ بَعۡدِهِم مُّوسَىٰ وَهَٰرُونَ إِلَىٰ فِرۡعَوۡنَ وَمَلَإِيْهِۦ بِـَٔايَٰتِنَا فَٱسۡتَكۡبَرُواْ وَكَانُواْ قَوۡمٗا مُّجۡرِمِينَ 75

Hierna stuurden Wij met Onze Tekenen Mozes en Haaron naar de Farao en zijn notabelen. Maar zij gedroegen zich arrogant en zij waren een misdadig volk.

فَلَمَّا جَآءَهُمُ ٱلۡحَقُّ مِنۡ عِندِنَا قَالُوٓاْ إِنَّ هَٰذَا لَسِحۡرٞ مُّبِينٞ 76

Toen zij met de Waarheid van Ons tot hen kwamen, zeiden zij: “Dit is zeker duidelijke toverij.”

قَالَ مُوسَىٰٓ أَتَقُولُونَ لِلۡحَقِّ لَمَّا جَآءَكُمۡۖ أَسِحۡرٌ هَٰذَا وَلَا يُفۡلِحُ ٱلسَّـٰحِرُونَ 77

Mozes zei: “Zeggen jullie (dit) over de Waarheid" die tot jullie is gekomen? Is dit toverij? Maar de tovenaars zullen nooit slagen.”

قَالُوٓاْ أَجِئۡتَنَا لِتَلۡفِتَنَا عَمَّا وَجَدۡنَا عَلَيۡهِ ءَابَآءَنَا وَتَكُونَ لَكُمَا ٱلۡكِبۡرِيَآءُ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَمَا نَحۡنُ لَكُمَا بِمُؤۡمِنِينَ 78

Zij zeiden: “Ben je tot ons gekomen om ons van het geloof van onze voorvaderen te laten afkeren zodat er voor jullie beiden grootheid in dit land zou zijn? Wij zullen jullie twee (Mozes en Haroen) niet geloven!”

وَقَالَ فِرۡعَوۡنُ ٱئۡتُونِي بِكُلِّ سَٰحِرٍ عَلِيمٖ 79

En Farao zei: “Breng mij iedere goedgetrainde tovenaar.”

فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالَ لَهُم مُّوسَىٰٓ أَلۡقُواْ مَآ أَنتُم مُّلۡقُونَ 80

En toen de tovenaars kwamen, zei Mozes tegen hen: “Gooi neer wat jullie neer willen gooien!”

فَلَمَّآ أَلۡقَوۡاْ قَالَ مُوسَىٰ مَا جِئۡتُم بِهِ ٱلسِّحۡرُۖ إِنَّ ٱللَّهَ سَيُبۡطِلُهُۥٓ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُصۡلِحُ عَمَلَ ٱلۡمُفۡسِدِينَ 81

Toen zij het neergegooid hadden, zei Mozes: “Wat jullie meegenomen hebben is toverij, Allah zal het zeker vernietigen. Waarlijk, Allah rechtvaardigt het werk van verderfzaaiers niet.

وَيُحِقُّ ٱللَّهُ ٱلۡحَقَّ بِكَلِمَٰتِهِۦ وَلَوۡ كَرِهَ ٱلۡمُجۡرِمُونَ 82

En Allah stelt de Waarheid vast en maakt het duidelijk met Zijn Woorden, hoe erg de misdadigers het ook haten.

فَمَآ ءَامَنَ لِمُوسَىٰٓ إِلَّا ذُرِّيَّةٞ مِّن قَوۡمِهِۦ عَلَىٰ خَوۡفٖ مِّن فِرۡعَوۡنَ وَمَلَإِيْهِمۡ أَن يَفۡتِنَهُمۡۚ وَإِنَّ فِرۡعَوۡنَ لَعَالٖ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَإِنَّهُۥ لَمِنَ ٱلۡمُسۡرِفِينَ 83

Maar niemand geloofde Mozes, behalve wat kinderen van zijn volk, vanwege de vrees voor de Farao en diens notabelen dat zij hen zouden vervolgen. En werkelijk, de Farao was een onderdrukker in het land, hij behoorde zeker tot de buitensporigen.

وَقَالَ مُوسَىٰ يَٰقَوۡمِ إِن كُنتُمۡ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ فَعَلَيۡهِ تَوَكَّلُوٓاْ إِن كُنتُم مُّسۡلِمِينَ 84

En Mozes zei: “O mijn volk! Als jullie in Allah geloven, geef Hem dan jullie vertrouwen als jullie moslims zijn.”

فَقَالُواْ عَلَى ٱللَّهِ تَوَكَّلۡنَا رَبَّنَا لَا تَجۡعَلۡنَا فِتۡنَةٗ لِّلۡقَوۡمِ ٱلظَّـٰلِمِينَ 85

Zij zeiden: “In Allah leggen wij ons vertrouwen. Onze Heer! Maak ons geen voorwerp van vervolging voor een volk dat onrechtvaardig is.

وَنَجِّنَا بِرَحۡمَتِكَ مِنَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡكَٰفِرِينَ 86

En red ons door Uw Genade van het ongelovige volk.”

وَأَوۡحَيۡنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰ وَأَخِيهِ أَن تَبَوَّءَا لِقَوۡمِكُمَا بِمِصۡرَ بُيُوتٗا وَٱجۡعَلُواْ بُيُوتَكُمۡ قِبۡلَةٗ وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَوٰةَۗ وَبَشِّرِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ 87

En Wij inspireerden Mozes en zijn broeder (zeggende): “Neem huizen voor jullie mensen in Egypte en maak van jullie huizen plaatsen voor jullie aanbidding en verricht het gebed perfect en geef het goede nieuws aan de gelovigen.”

وَقَالَ مُوسَىٰ رَبَّنَآ إِنَّكَ ءَاتَيۡتَ فِرۡعَوۡنَ وَمَلَأَهُۥ زِينَةٗ وَأَمۡوَٰلٗا فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا رَبَّنَا لِيُضِلُّواْ عَن سَبِيلِكَۖ رَبَّنَا ٱطۡمِسۡ عَلَىٰٓ أَمۡوَٰلِهِمۡ وَٱشۡدُدۡ عَلَىٰ قُلُوبِهِمۡ فَلَا يُؤۡمِنُواْ حَتَّىٰ يَرَوُاْ ٱلۡعَذَابَ ٱلۡأَلِيمَ 88

En Mozes zei: “Onze Heer! U hebt zeker de Farao en zijn notabelen schitter en weelde van dit leven gegeven. Zodat zij de mensen van Uw rechte Pad laten dwalen. "Onze Heer! Vernietig hun weelde en verhardt hun harten, zodat zij niet zullen geloven tot zij een pijnlijke bestraffing zien.”

قَالَ قَدۡ أُجِيبَت دَّعۡوَتُكُمَا فَٱسۡتَقِيمَا وَلَا تَتَّبِعَآنِّ سَبِيلَ ٱلَّذِينَ لَا يَعۡلَمُونَ 89

Allah zei: “Waarlijk het smeekgebed van jullie beiden is geaccepteerd. Blijf beiden dus op het rechte Pad en volg niet het pad van degenen die niet weten.”

۞وَجَٰوَزۡنَا بِبَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ ٱلۡبَحۡرَ فَأَتۡبَعَهُمۡ فِرۡعَوۡنُ وَجُنُودُهُۥ بَغۡيٗا وَعَدۡوًاۖ حَتَّىٰٓ إِذَآ أَدۡرَكَهُ ٱلۡغَرَقُ قَالَ ءَامَنتُ أَنَّهُۥ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا ٱلَّذِيٓ ءَامَنَتۡ بِهِۦ بَنُوٓاْ إِسۡرَـٰٓءِيلَ وَأَنَا۠ مِنَ ٱلۡمُسۡلِمِينَ 90

En Wij brachten de Kinderen van Israël over de zee en de Farao volgde met zijn leger uit tirannie en vijandschap, totdat, toen hij verdronk, Farao zei: “Ik geloof dat er geen god is dan Degene waarin de Kinderen van Israël geloven en ik behoor tot hen die zich hebben overgegeven (aan Allah).”

ءَآلۡـَٰٔنَ وَقَدۡ عَصَيۡتَ قَبۡلُ وَكُنتَ مِنَ ٱلۡمُفۡسِدِينَ 91

(Allah zei): “Nu (geloof je) terwijl je eerder weigerde te geloven en je tot de onmatigenden behoorde?”

فَٱلۡيَوۡمَ نُنَجِّيكَ بِبَدَنِكَ لِتَكُونَ لِمَنۡ خَلۡفَكَ ءَايَةٗۚ وَإِنَّ كَثِيرٗا مِّنَ ٱلنَّاسِ عَنۡ ءَايَٰتِنَا لَغَٰفِلُونَ 92

Deze dag zullen Wij dus je (dode) lichaam (uit de zee) brengen opdat je een Teken moge zijn voor degenen die na jou komen! En waarlijk, velen van de mensheid zijn achteloos voor Onze Tekenen.

وَلَقَدۡ بَوَّأۡنَا بَنِيٓ إِسۡرَـٰٓءِيلَ مُبَوَّأَ صِدۡقٖ وَرَزَقۡنَٰهُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَٰتِ فَمَا ٱخۡتَلَفُواْ حَتَّىٰ جَآءَهُمُ ٱلۡعِلۡمُۚ إِنَّ رَبَّكَ يَقۡضِي بَيۡنَهُمۡ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِ فِيمَا كَانُواْ فِيهِ يَخۡتَلِفُونَ 93

En zeker hebben Wij de Kinderen van Israël een eerbare verblijfplaats gegeven en hen van goede zaken voorzien, en zij verschilden niet van mening tot de kennis tot hen kwam. Waarlijk, Allah zal tussen hen getuigen op de Dag der Opstanding in datgene waarvan zij van mening verschilden.

فَإِن كُنتَ فِي شَكّٖ مِّمَّآ أَنزَلۡنَآ إِلَيۡكَ فَسۡـَٔلِ ٱلَّذِينَ يَقۡرَءُونَ ٱلۡكِتَٰبَ مِن قَبۡلِكَۚ لَقَدۡ جَآءَكَ ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلۡمُمۡتَرِينَ 94

Als jij dan twijfelt over wat Wij aan jou geopenbaard hebben, vraag dan aan degenen die vόόr jou het Boek gelezen hebben. Waarlijk, de Waarheid is tot jou gekomen van jouw Heer. Wees dus niet iemand die twijfelt.

وَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُواْ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ فَتَكُونَ مِنَ ٱلۡخَٰسِرِينَ 95

En behoor niet tot degenen die de Tekenen van Allah weerleggen, want dan zullen jullie één van de verliezers zijn.

إِنَّ ٱلَّذِينَ حَقَّتۡ عَلَيۡهِمۡ كَلِمَتُ رَبِّكَ لَا يُؤۡمِنُونَ 96

Waarlijk! Degenen waarvoor het Woord van jouw Heer gerechtvaardigd is, zullen niet geloven.

وَلَوۡ جَآءَتۡهُمۡ كُلُّ ءَايَةٍ حَتَّىٰ يَرَوُاْ ٱلۡعَذَابَ ٱلۡأَلِيمَ 97

Zelfs als alle Tekenen tot hen komen, totdat zij een pijnlijke bestraffing zien.

فَلَوۡلَا كَانَتۡ قَرۡيَةٌ ءَامَنَتۡ فَنَفَعَهَآ إِيمَٰنُهَآ إِلَّا قَوۡمَ يُونُسَ لَمَّآ ءَامَنُواْ كَشَفۡنَا عَنۡهُمۡ عَذَابَ ٱلۡخِزۡيِ فِي ٱلۡحَيَوٰةِ ٱلدُّنۡيَا وَمَتَّعۡنَٰهُمۡ إِلَىٰ حِينٖ 98

Was er maar een stad geweest, behalve die van het volk van Yoenoes, die geloofde, opdat haar geloof haar zou baten.Toen zij geloofden, namen Wij de bestraffing van de vernedering in het wereldse leven weg, en schonken Wij hen genietingen tot een bepaalde tijd.

وَلَوۡ شَآءَ رَبُّكَ لَأٓمَنَ مَن فِي ٱلۡأَرۡضِ كُلُّهُمۡ جَمِيعًاۚ أَفَأَنتَ تُكۡرِهُ ٱلنَّاسَ حَتَّىٰ يَكُونُواْ مُؤۡمِنِينَ 99

En als jullie Heer het gewild had, dan hadden allen op aarde geloofd. Wil jij (O Mohammed) dan de mensheid onderwerpen tot zij gelovig zijn?

وَمَا كَانَ لِنَفۡسٍ أَن تُؤۡمِنَ إِلَّا بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَيَجۡعَلُ ٱلرِّجۡسَ عَلَى ٱلَّذِينَ لَا يَعۡقِلُونَ 100

En geen ziel kan geloven, behalve met de toestemming van Allah. En Hij legt een bestraffing op aan degenen die achteloos zijn.

قُلِ ٱنظُرُواْ مَاذَا فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۚ وَمَا تُغۡنِي ٱلۡأٓيَٰتُ وَٱلنُّذُرُ عَن قَوۡمٖ لَّا يُؤۡمِنُونَ 101

Zeg (O Mohammed): “Zie, wat er in de hemelen en op aarde is.” Maar Tekenen noch waarschuwingen zijn de ongelovigen tot nut.

فَهَلۡ يَنتَظِرُونَ إِلَّا مِثۡلَ أَيَّامِ ٱلَّذِينَ خَلَوۡاْ مِن قَبۡلِهِمۡۚ قُلۡ فَٱنتَظِرُوٓاْ إِنِّي مَعَكُم مِّنَ ٱلۡمُنتَظِرِينَ 102

Wachten zij dan allen maar op dagen (rampen) zoals van de mensen die voor hen heen zijn gegaan? Zeg: “Wachten jullie maar, ik ben ook onder degenen die wachten.”

ثُمَّ نُنَجِّي رُسُلَنَا وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْۚ كَذَٰلِكَ حَقًّا عَلَيۡنَا نُنجِ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ 103

Daarna redden Wij Onze Boodschappers en degenen die geloven! Wij zijn dus verplicht om de gelovigen te redden.

قُلۡ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِن كُنتُمۡ فِي شَكّٖ مِّن دِينِي فَلَآ أَعۡبُدُ ٱلَّذِينَ تَعۡبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلَٰكِنۡ أَعۡبُدُ ٱللَّهَ ٱلَّذِي يَتَوَفَّىٰكُمۡۖ وَأُمِرۡتُ أَنۡ أَكُونَ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ 104

Zeg: “O mensheid! Als je over mijn godsdienst twijfelt, (weet) dan (dat) ik degenen naast Allah, die jullie aanbidden, nooit zal aanbidden. Maar ik aanbid Allah Die jullie wegneem. En mij is bevolen om één van de gelovigen te zijn.”

وَأَنۡ أَقِمۡ وَجۡهَكَ لِلدِّينِ حَنِيفٗا وَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلۡمُشۡرِكِينَ 105

En: “Richt je aangezicht geheel op de godsdienst als aanhanger van het zuivere geloof en wees nooit één van de afgodenaanbidders.”

وَلَا تَدۡعُ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَنفَعُكَ وَلَا يَضُرُّكَۖ فَإِن فَعَلۡتَ فَإِنَّكَ إِذٗا مِّنَ ٱلظَّـٰلِمِينَ 106

En roep naast Allah niet iemand aan waar jullie geen baat bij hebben, noch wat jullie kan kwetsen, maar (in het geval) jullie dat doen, zullen jullie zeker tot de onrechtvaardigen behoren.

وَإِن يَمۡسَسۡكَ ٱللَّهُ بِضُرّٖ فَلَا كَاشِفَ لَهُۥٓ إِلَّا هُوَۖ وَإِن يُرِدۡكَ بِخَيۡرٖ فَلَا رَآدَّ لِفَضۡلِهِۦۚ يُصِيبُ بِهِۦ مَن يَشَآءُ مِنۡ عِبَادِهِۦۚ وَهُوَ ٱلۡغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ 107

En als Allah je kwetst, dan kan niemand behalve Hij het verwijderen, en als Hij het goede met jullie voor heeft, dan is er niemand die Zijn gunsten die Hij aan de slaven laat welgevallen, kan verwijderen. Hij is de Genadevolle, de Barmhartige.

قُلۡ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدۡ جَآءَكُمُ ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّكُمۡۖ فَمَنِ ٱهۡتَدَىٰ فَإِنَّمَا يَهۡتَدِي لِنَفۡسِهِۦۖ وَمَن ضَلَّ فَإِنَّمَا يَضِلُّ عَلَيۡهَاۖ وَمَآ أَنَا۠ عَلَيۡكُم بِوَكِيلٖ 108

Zeg: “O mensheid! Nu is de Waarheid tot jullie gekomen van jullie Heer. Dus iedereen die Leiding ontvangt, doet het goede voor zichzelf, en iedereen die dwaalt doet het voor zijn eigen verlies, en ik ben niet over jullie ingesteld als een voogd.”

وَٱتَّبِعۡ مَا يُوحَىٰٓ إِلَيۡكَ وَٱصۡبِرۡ حَتَّىٰ يَحۡكُمَ ٱللَّهُۚ وَهُوَ خَيۡرُ ٱلۡحَٰكِمِينَ 109

En volg de inspiratie die jou gestuurd is en wees geduldig tot Allah Zijn oordeel geeft. En Hij is de beste Beoordelaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close